Via deze pagina blijf je op de hoogte van recente stemmen, meningen en recensies van deric raven.
Standaard zie je de activiteiten in de huidige en vorige maand. Je kunt ook voor een van de volgende perioden kiezen:
januari 2025, februari 2025, maart 2025, april 2025, mei 2025, juni 2025, juli 2025, augustus 2025, september 2025, oktober 2025, november 2025, december 2025, januari 2026, februari 2026, maart 2026, april 2026, mei 2026, juni 2026, juli 2026, augustus 2026, september 2026, oktober 2026
Selecteer maand & jaar
Stumbleine - Sink Into the Ether (2020) 4,0
31 juli 2020, 18:08 uur
Bristol zal altijd gezien worden als de grote triphop hoofdstad, waarbij de in hiphop gewortelde scene vanaf de jaren 90 als een dominante vriendengroep zichzelf distantieert van de monopolie positie die steden als Londen en Manchester opeisen. De sound is rauw; deprimerend gehard en verstikkend. Geluidskunstenaars combineerden samplers uit oude jazz en soulplaten met hedendaagse beats en zoeken steeds dieper naar de grens tussen melancholie en dance.
Een gewaagde en tevens mooie ontwikkeling welke min of meer het einde inluidde voor deze vooruitstrevende stroming. Bristol werd weer die rode stip op de landkaart met een half miljoen inwoners gevormd door oude theaters en een bruisende wijnproductie. Muzikaal gezien stelt het tegenwoordig veel minder voor.
Gelukkig zijn er nog van die hardleerse artiesten, die vanuit dit graafschap werken aan een unieke sound. Peter Cooper is zo’n aangename verrassing die zichzelf verschuild achter zijn alter ego Stumbleine. Op papier is Sink Into The Ether pas zijn tweede volwaardige plaat, nadat hij acht jaar geleden Spiderwebbed heeft uitgebracht.
In de tussentijd heeft de van Swarms afkomstige elektro nerd zich bemoeid met een breed scala van andere zijprojecten, waarbij die van Violet Skies en Asa het meeste opvallen. Onder de naam Stumbleine brengt hij verschillende singles uit, welke gezien kunnen worden als een voorstudie van wat resulteert in Sink Into The Ether.
De samenwerking met vocalist Hannah Berney van Violet Skies is blijkbaar zo goed bevallen dat hij ook op zijn solo album de hulp inschakelt van een gastzangeres. De vanuit de sferische postpunk van Midas Fall opererende Elizabeth Heaton mag haar breekbare stemgeluid uitlenen aan Malibu. Deze Hole cover ligt sterk in het verlengde van het origineel, maar krijgt door de doordringende beats en sensuele zang net die liefdevolle benadering die de grungeband verzuimde om er in te stoppen.
Sink Into The Ether laat zich ervaren als een warme onderdompelende bad sessie. Soms een standje te heet en daardoor slaapverwekkend, over het algemeen aangenaam broeierig en ontspannen loom. De dubgeluiden en breed georkestreerde begeleiding in Sonder herinneren nog enigszins aan het historische verleden van de levendige muziekstad, verder is er vooral ruimte voor rust en zelfs spirituele meditatie. Lost To The World zit diep geworteld in de ambient house waarbij vleugjes big beat onderdrukt worden door de kunsten van de hedendaagse geluidstovenaar.
Het verwarrende, maar daarom niet minder mooie Supermodels vormt met de tegendraadse breaks het keerpunt op de plaat. De dreampop van het volgende White Noise Therapy plukt de overrijpe eighties melodieën uit de synths om ze te laten ontluchten in het klimaat van het nu.
Ruw gaat de koude kraan aan in het stevige doorpakkende Your Angel Was A Fake. Donkere soulklanken nemen het over van de lichte begeleiding om te ontaarden in een verlangen naar hoop. Je voelt tegen het einde van de plaat de kille adem van de triphop grootheden als vervagende geestverschijningen in je nek. Zo dichtbij zijn ze op de rest van Sink Into The Ether niet in de buurt geweest.
Stumbleine – Sink Into The Ether | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Laguerre/Noetinger - DnT (2020) 3,0
31 juli 2020, 18:07 uur
Met Myotis liet Anthony Laguerre ons vorig jaar al kennis maken met zijn onvoorspelbare staaltjes geluidsterreur. Onheilspellend wordt die ingeslagen weg vervolgd met het brok aan ellende DnT wat net zo lastig te schikken valt. Het is allemaal nog gestoorder, nu zijn metgezel Jerome Noetinger er nog onverklaarbare klanken aan toevoegt. Twee maniakale genieën die zichzelf tot het uiterste drijven. Als 48 uur eenzame opsluiting al zoveel waanzin oplevert, mag je van geluk spreken dat ze er geen maand voor uitgetrokken hebben.
Laguerre leeft zichzelf helemaal uit in met slagvuurwerk welke zo in een uit de hand lopende Nieuwjaarsnacht te plaatsen is. Noetinger balanceert ergens op het schemerige grensgebied van Industrial en avant-garde. Met de mix van dreigende rust en ingecalculeerde noise zetten ze een unieke sound neer. De eerste luisterbeurt is een ware marteling en stelt het gehoor op de proef, terwijl je vervolgens meegezogen wordt in de spannende abstracte verhaallijnen van een letterlijk sprakeloos geheel.
Bij het opbouwende kat en muis spel Vespertilion jaagt Laguerre met logge slagen en roffels Noetinger uit zijn schuilplaats. Een introductie gevolgt door de ontlading van een geluidsgoeroe die er de meest onnavolgbare klankenbrij aan toevoegt. Al piepend, jankend en blaffend ontwaakt het mechanische beest in de elektronica welke zich verzet tegen de ophitsende drumpartijen. Als een opgevoerde sirene werkt Éveil naar een migraine toe.
De schijnkalmte van Étage en Panne werkt ondergronds door om bij Frisson Furtif tot uitbarsting te komen. Steeds kwaadaardiger neemt de duivelse ambient je mee in een diep onaards krachtspel tussen de twee grootheden waarbij er niks gespaard blijft.
Le Lendemain de la Veille à l’Ouest heeft nog enigszins te ordenen passages in het geheel. In de verte klinkt nog iets door wat te herleiden is tot monnikenzang en de slopende beats zouden de basis kunnen vormen voor een drillende hiphop track. Maar al snel is het totale overzicht vervlakt tot een doorzeurende drone die doorbroken wordt met afstraffende weergaloze dreunen.
Zonder woorden is het een kakofonie aan verbannen geluiden met het tegen exorcisme aan liggende Masse Le Fer Du Son als indrukwekkend hoogtepunt. Reveil is de genadeklap, de afslachting van het lawaai als een hulpeloos wezen. Ik heb mijzelf nog nooit zo triomfantelijk door een slapeloze nachtmerrie heen gewerkt. Een unieke belevenis.
Laguerre/Noetinger – DnT | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
THIS IS SHIT - /// (2020) 3,0
31 juli 2020, 18:06 uur
Als hedendaagse techno act moet je ervaren hoe je het verschil kan maken. Het lijkt allemaal zo eenvoudig. Een pakkende opbouw die stap voor stap toewerkt naar een explosieve climax. Al jaren maken grote dance namen niet alleen de clubs onveilig, maar richten ze zich uiteraard ook op het festivalpubliek. Hier wil TH/S /S SH/T graag bij aansluiten.
TH/S /S SH/T heeft eerder met vier EP’s al een paar kleine stroomstootjes gegeven voordat ze uiteindelijk met een volwaardige plaat aan komen zetten. Perfect gecast om rondstreeks het buitenseizoen te verschijnen. Helaas loopt het allemaal anders en was het te verwachten dat de release ver naar voren wordt geschoven. Toch denken de drie Parijzenaren daar anders over, en knalt /// uit de speakers, terwijl de buren op gepaste afstand mee mogen luisteren.
Overduidelijk zoeken ze aansluiting bij de Breakbeat die zich vooral vanuit de Britse ravescene en Acid House vanaf begin jaren negentig omhoog werkten. Hard, rauw en vooral agressief. Met de verwerkte gitaarakkoorden in openingstrack /// laten ze al horen dat ze veel breder georiënteerd zijn. Ze hebben er totaal geen moeite mee om de gelijktijdige in opkomst zijnde Britpop met hun zweverige orgelpartijen een plek in het geheel te geven.
Het is meer dan een geluidscollage, omdat veel van de instrumenten echt live worden ingespeeld, en dat hoor je niet alleen, dat voel je ook. In Ecstasy staat de drum echter te hard opgesteld en zitten er net als in de openingstrack kleine schoonheidsfoutjes tussen, die vreemd genoeg niet verwijderd zijn. De enthousiaste metal en mathrock invloeden pushen het de harde psychedelisch richting op en geeft ze meer mogelijkheden om zich op het podium als volwaardige band te laten zien. De krachtsexplosie op het zwaar industriële Transition 1.4 gaat daar nogmaals vet overheen, maar ook hier zit de beat net verkeerd in de mix.
Bij Hemp maken ze wel een pijnlijke misstap door heel nadrukkelijk te shoppen in de The Prodigy catalogus, zeker nadat ze eerder al hebben laten horen waartoe ze zonder enige hulp toe in staat zijn. Of ze zijn zo’n grote bewonderaars dat ze op deze manier het respect willen uitdragen. Wat dus wel goed werkt is de cyberpunk opgefoktheid van Amphetamine, die tegengas krijgt van orkestrale strijkers en een fiks portie aan new wave space geluiden. De voorliefde die de Franse elektro nerds hebben voor de soundtracks van Japanse jaren zeventig animatiefilms komt sterk naar voren in Transition 1.3. Ook hierin domineert die lekkere oldschool future sound.
TH/S /S SH/T, maar niet The Real Shit. Iets te vaak schuiven ze als onuitgenodigde gasten aan tafel bij de pioniers van de elektronische dance muziek. Lekker een hapje mee eten om er vervolgens een eigen drol van te draaien.
TH/S /S SH/T - /// | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Christopher Sky - What It Is, It Isn't (2020) 3,0
31 juli 2020, 18:03 uur
Nog maar een schamele twee jaar geleden wist multi instrumentalist Christopher Sky ons te verrassen met Vastness. Een zware ambient plaat gevuld met duistere Postpunk invloeden, waarmee hij zich door middel van instrumentale sfeerschetsen door de donkere schaduwkant van metropool Los Angeles heen loost. De afwisseling zit hem voornamelijk in de lullaby achtige passages, die met de vredige geruststellende gedeeltes voor een gelijkwaardig stabiel evenwicht zorgen.
What it is, it isn’t is veel luchtiger van toon. Nog steeds zijn overduidelijk de invloeden uit de jaren tachtig hoorbaar, al is er nu voor een meer op de hippe New Wave gerichte aanpak gekozen. Was Vastness nog duidelijk een schemerige avondplaat, What it is, it isn’t is een adoratie voor het daglicht. Het zwarte deprimerende van de gothic movement is vervaagd en overruled door felle neonkleuren van de flamboyante tegenpolen die juist durven te schitteren. Heel veel retro keyboards dus, en nog meer ingeblikte goedkope gelukzaligheid. Ondanks de indrukwekkende zware afsluitende levensperiode wordt er vooral vooruit gekeken. Hoop is hierbij het sleutelwoord.
De opnametechnieken van een ouderwetse vintage Akai 1810D reel-to-reel tapemachine worden hergebruikt om dichter bij zijn ouders platenkast te komen, die bevolkt worden door flitsende synthpop bands en vooruitstrevende Krautrock acts. De swingende vrolijke beats in Monochrome overstemmen de dromerige landelijke treurnis. Soms gaat hij in zijn experimenteerdrift net een stapje te ver, de diepe pulserende basloops worden dan overschreeuwd door een vervelend hoog ijl klankbord, wat bij From The Start absoluut niet in het voordeel werkt.
Over het algemeen weet hij genoeg diepgang toe te voegen. Oosters opgewekt speelsheid in In a Hallway en de achterhaalde futuristische spanningsvelden van Knight of Cups doorbreken de strakke geprogrammeerde ritmes. Door fragmentarisch gebruik te maken van laagjes triphop en licht industriële schokeffecten blijft er genoeg te ontdekken. Echt gefreakt wordt er eventjes halverwege New Age. Klanken overspoelen elkaar als veranderende weersomstandigheden in het filmische Under The Waves met de climax in de regenbui van afsluiter Travelers Theme, en geven het een prettig muzikaal briesje mee.
Toch breekt het gebrek aan grimmigheid, waarmee hij zichzelf op het debuut zo goed mee onderscheidde, uiteindelijk op. Het versoepelt tot warenhuismuziek welke de shoppende bezoekers een feel good gevoel meegeeft. Iets meer diepgang heeft zeker een meerwaarde. Christopher Sky schotelt een veilige beleveniswereld voor waarmee de luisteraar versmelt in de sleur van de dag.
Christopher Sky - What it is, it isn't | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Pyjamarama - Simple Living (2020) 3,5
31 juli 2020, 18:02 uur
Het Franse drietal van Pyjamarama maakt ouderwetse space muziek, met teksten die handelen over het leven op andere planeten, en het contact leggen met de inwoners. Behoorlijk geestverruimend allemaal, tegen de belevingswereld van een schoolkind aanleunende onschuld verpakt in gekleurde dromerige toverballen pop. Heen en weer flitsende ontregelde gekte, omgeven door de liefdevolle zang van Rachel Langlais.
In de vier jaar tussen het gelijknamige Pyjamarama debuut en deze opvolger is er in de sound wel aardig wat veranderd. Agressie en het tegen de stevige rock aanliggende uitspattingen zijn vervangen door meer absorberende luchtigheid waardoor er meer rust en balans in tracks als Silent Gardener en Heat Beam aanwezig is. De jengelende noisy indiepop van The Zone heeft wel dat hedendaagse energieke van de powerrock, omgeven door lancerende flipperkastbliepjes en andere flauwe ongein.
Signals is een overvloed aan Duitse autobahnen romantiek, die de nostalgie van het ultieme retro vakantiegevoel oproept. Met een volgepakte auto op doorreis naar Frankrijk, vastgekleefd aan de nepleren skai bekleding van de achterbank. Dat progressieve rock prima te rijmen valt met krautrock wordt duidelijk benadrukt. Het was nog mogelijk om buiten de hokjes te denken en te opereren. De elektronica stond op muzikaal gebied nog in de kinderschoenen, die al snel als de laarzen van Klein Duimpje grote stappen zouden maken.
Dat Lucas Morin een duidelijke liefde voor de New Wave heeft ontwikkeld mag duidelijk zijn. In Cool Off laat hij een donker pompend basgeluid horen welke daartoe te herleiden is. Het puntige Yacht Game staat midden in de jaren tachtig, met een forse rol weggelegd voor de postpunk vibraties die hij uit zijn gitaar laat galmen. Totaal anders dan de serene folk die het stuurloze gedraai aan de knoppen aankondigen in het gewaagde Palatability, waar ook nog een smerige gitaar dwars overheen walst.
Freakende funk in Flatland krijgt een salsasausje toegediend door de exotische ritme beheersing van Nicolas Cueille en wil nog het beste aansluiten bij de eerste plaat. Het oosterse accent in de woordloze zang bij Pitfall wordt opgevolgd door de gejaagdheid van de gothic dreampop, onderstreept door symfonische rustpassages en eigenwijs keyboardgedreun. Een vreemde gewaarwording. Maar ja, wat is hier niet vreemd te noemen?
Doordrenkt met een overdosis aan distortion wordt je beloond in een toegift in het overdonderende S.L.C. (Smart Lads Commitee). Gevolgd door een korte samenvatting van wat Pyjamarama op Simple Living het voorliggende half uur heeft laten horen. Al met al een spannende plaat, die kapot dreigt te gaan aan een overvloed aan creativiteit. Maar dat ze kunnen spelen hebben ze absoluut bewezen.
Pyjamarama - Simple Living | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cosse - Nothing Belongs to Anything (2020) 3,5
31 juli 2020, 08:20 uur
Nothing Belongs To Anything. Alles is in bruikleen van de aarde. Met overduidelijke verwijzingen naar het in opstand verkerende milieu die de mensheid afdwingt om respectvol met hun woonplaats om te gaan, graaft het Parijse viertal van Cosse diep in de uitgeholde voedingsbodem van dit uitgekauwde wereld vraagstuk. Het is de kunst om hierbij de dynamiek toe te voegen om jezelf te onderscheiden van andere post rock bands die plichtmatig noise gebruiken als synoniem voor de totale zelfvernietiging.
Het is zo geniaal doordacht om met de kristalheldere dromerige depri synthpop New Wave geluiden op Welcome Newcomers een duidelijke link te leggen naar het kernbeginsel van de leefomgeving problematiek uit de jaren tachtig. Vanuit de zure regen en dunner wordende ozonlaag wordt er toegewerkt naar de huidige trieste situatie.
De rauwe mannelijke smeekzang van Nils Bo past in het hulpeloze geweten van het verleden en staat averechts tegenover het kinderlijke naïeve van zangeres Lola Frichet, die een rooskleurige toekomst symboliseert. Een duidelijker contrast lijkt onderhand niet mogelijk.
Door fragmentarisch gebruik te maken van bloedmooie georganiseerde noise en uitgekiende mathcore ontstaat er een verkwikkende verkoeling, waarbij de schoonheid van deze wendingen nog meer opvalt. Met gemak schakelen ze daarbij over naar funkende danspassages om vervolgens weer overweldigend traag doemgericht toe te slaan.
Toch werkt het lage tempo niet de hele tijd in het voordeel. De woeste genadeloze uithalen zijn in de eerste drietal tracks beperkt gebleven tot een handvol spelende energieke vuurballen. Pas bij het logge loeizware Seppuku gaat het als een zware onweersbui los om tot ontwikkeling te komen in het afsluitende vermorzelende The Ground.
Nothing Belongs To Anything is een indrukwekkende eerste EP, die net als het grimmige klimaat teert op de onvoorspelbaarheid daarvan. Niet geheel zonder risico trouwens, de opbouwende tracks missen soms net dat stukje spontaniteit, waardoor het wel heel serieus overkomt.
Cosse - Nothing Belongs to Anything | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Princess Thailand - And We Shine (2020) 4,0
31 juli 2020, 08:19 uur
Het uit Thoulouse afkomstige Franse zestal van Princess Thailand zit gevangen in een tijdscapsule die ergens in de jaren tachtig is blijven steken. Al dolende door een deprimerend labyrint van verstikkende geluiden worstelen ze zich door het voortreffelijke gelijknamige debuut heen. Ondanks de stevige dream explosies ligt de basis overduidelijk in het retro postpunkgeluid. Met de keuze om het accent daar zwaar op te verleggen ontstaat er op And We Shine een dynamische ontwikkeling waarbij de band de mysterieuze horror dreigingen met ethische invloeden achter zich laat. Het slachtveld gevuld met explosieve vernietigingsdrang wordt vakkundig opgeruimd. De overgebleven fundamenten vormen de bouwstenen voor het meer abstracte melodieuze vervolg.
Het Franse A Tant Rêver du Roi label is hierbij de perfect aangewezen compagnon. De vrijheid die ze Princess Thailand toekennen levert een plaat af waarbij die statige controle overheerst en ze koelbloedig een scala aan donkere moeraszwerftochten presenteren. Met First Time wordt er gekneed in aardezwarte dreampop accenten waar dwars doorheen de gothic echo vocalen van catwoman Aniela Bastide heen galmen. Deze excentrieke zangeres voelt zich totaal in haar element tussen de vintage jaren tachtig illustraties, die de wereld rondom haar nog duisterder kleuren.
De stortvloed aan ruizende noise waarmee Sonar opent roept nog eventjes herinneringen op aan het debuut, waarna er ritmisch met zevenmijlsstappen overgeschakeld wordt naar de logge ijzige doom en sfeervolle dromerige gitaarakkoorden. De rommelige blazers aan het begin van In This Room werken niet in het voordeel, en lijken los te staan van die heerlijke twijfelende engelenzang van Aniela Bastide. Met de stevige rocksound van Now Where gooien ze eventjes de poort open naar de jaren negentig waarbij de gitaar en bas de synths in verdrukking brengen.
Ingeleid door de bezwerende sabeldans gekletter in We Shine schakelen ze over in de klagende rust modus waar de melancholiek vanaf druipt. Door het tempo flink op te schroeven raak je zowat in een gabber achtige trance. Na de kerkelijke klokslagen en dito koorzang wordt er vervolgens diep aan de industriële hoek getrokken in het sinistere hevig rockende Night After Day.
De pompende bas en ingehouden geluidssamplers van Into Her Skin jagen je steeds meer richting een dansbare climax op die zich helaas niet openbaart, maar eindigt in een poging om de track te reanimeren. Och, het is een van de weinige smetplekken op de verder intrigerende plaat.
Kortom, And We Shine is een totaal nieuw hoofdstuk in het muzikale boekwerk van deze Franse muzikanten. Met dezelfde energieke houding als haar vrouwelijke voorbeelden lukt het Aniela Bastide om de band op sleeptouw te nemen, en als zware bagage met haar mee te sleuren. Ondanks de zeer strak spelende muzikanten is het overduidelijk wie hier de alles overheersende factor in het geheel is. Aniela Bastide is een ware dominante meesteres. Wat hou ik ervan als die geheimzinnige sensualiteit met hoge hakken de ziel flink pijnigt. Een geslaagd vervolg op de verrassende eersteling.
Princess Thailand - And We Shine | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Midnight Motel - Adrenaline Junkies (2020) 3,5
31 juli 2020, 08:17 uur
Sinds de strakkere eisen in de horeca gelegenheden wat betreft drankvergunningen en het doorgevoerde rookverbod is er tevens een groot stuk aan Rock & Roll verloren gegaan. Ook het Twentse Midnight Motel is een ploegend viertal welke eigenlijk in die oude setting hoort te spelen. Met tot bloedens stuk gespeelde heavy metal snaren, die tijdens een geïmproviseerde drumsolo vervangen worden. De energie van de gig moet niet alleen hoorbaar zijn in het geluid, het zweet van een hardwerkende formatie moet je kunnen ruiken. Hoe groot is de frustratie nu de festivalweides en rockpodia voorlopig verboden terrein zijn.
Na een concert hoor je een tevreden, stinkende massa achter te laten. Deze grondbeginselen moeten de hoofdmotivatie zijn om een rockband te beginnen. Ooit moeten de broers Coen en Gijs de drang gehad hebben om deze droom te verwezenlijken. Want zo werkt het nou eenmaal, net dat er onder het eigen publiek jongelingen bevinden, die door de plaatselijke helden geïnspireerd raken.
Het zijn geen groentjes in het clubcircuit, deze zware jongens van Midnight Motel. Zeven jaar geleden dropten ze al een mini album van een groot kaliber op de markt. De rocksound is op Taste of Life nog niet volledig tot groei gekomen, het stevige pantser wel al gevormd. Het trouwe thuisfront bleef geduldig wachten tot de tijd rijp was om de studio in te duiken.
Het ruige soepele gitaargeluid van de twee zonen van Noort wordt ondersteund door de strakke beulende baspartijen van Tjari Zoontjes en Dennis Leussink, die als een menselijke afvalmachine tekeer gaat achter zijn drumstel. Een stevig fundament om twee jaar lang mee aan de slag te gaan tot wat uiteindelijk Adrenaline Junkies gedoopt zal worden. Een betere benaming voor de eerste volwaardige plaat is niet denkbaar. Dat is precies waar Midnight Motel voor staat.
Het visitekaartje waarmee ze als hongerige honden hun territorium mee hoopten te verbreden. Juist de drang om te spelen kunnen ze nu nog niet waar maken. De wisselwerking met het supporterende publiek is de katalysator om door te groeien. Hierdoor kun je schaven aan de tracks, wat weer de basis vormt voor een vervolg. En die basis staat er dus wel als een onverwoestbaar blok beton.
Rolling The Dice heeft die raggende rebelse oerdrang om explosief af te trappen. Een heerlijke smeerlapperij met meeschreeuwbare slogans. Het tempo blijft torenhoog doordraven, zware akkoorden worden sporadisch onderbroken door gillend soleerwerk. De ongein aan het begin van This Train Rolls On en de koortjes mogen geëlimineerd worden, dit hebben ze namelijk niet nodig. Zeker als daaroverheen nog slopende gitaarsolo’s gedropt worden.
Adrenaline Junkies is echter meer dan lomp heggenschaar snoeiwerk. Bij Electric gaat men een stuk systematischer te werk, een doordachte opbouw geeft de ruimte om vocaal er meer rust in te plaatsen. Het gevoelige Hurt en het gelijkwaardige Broken Dreams laten de versterkers onbemand achter, en richten zich voornamelijk op de zangkwaliteiten van Coen van Noort en de dromerige begeleidende gitaarakkoorden.
Midnight Motel is niet de zoveelste nieuwe rocksensatie, die fase hebben ze allang achter zich gelaten. Ze zijn een bekwaamde stap verder in het proces en verdienen een breder platform om zich te presenteren. Doordat Gijs van Noort zelf verantwoordelijk is voor de eindproductie, komt het live gevoel het beste over. Rauw en eerlijk.
Midnight Motel – Adrenaline Junkies | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sweet Lizzy Project - Technicolor (2020) 3,0
31 juli 2020, 08:16 uur
Technicolor is het toevoegen van kleuren, gericht op het beeldender maken van opnames. En dat is precies wat Lisset Diaz met haar gezelschap Sweet Lizzy Project probeert op te roepen. De basis van dit gezelschap ligt in het bruisende Havana van Cuba, maar de voltooiing van het geluid vindt plaats in het Amerikaanse Nashville.
Niet zo verwonderlijk als je weet dat Raul Malo, zanger van The Mavericks, ze onder zijn hoede neemt. Als eigenaar van het Mono Muno label geeft hij ze de kans om te stoeien met hun sound, wat twee jaar later resulteert in een dampende mix van zomerse Latin, poppy hitsingles, een vleugje commerciële Americana en psychedelische gitaarakkoorden. Het levert een wisselvallig geheel op, met een interessante gewaagde opbouw maar ook enkele gevallen van hap slik weg fastfood nummers.
Zoals titeltrack Technicolor door de luidsprekers heen galmt had eigenlijk de hele plaat moeten klinken. Een zwoele diepe baslijn die prachtig gesteund wordt door de dromerige strijkers en dito exotisch stemgeluid van Lisset Diaz. Dat Miguel Comas een buitengewoon goede gitarist is, mag hij direct al laten horen. Halverwege trekt hij de song helemaal naar zich toe met een mix van Zuid- Amerikaanse fusion en westerse progressieve rock. Man, wat kan die vent schitterend spelen!
Het is zo’n groot contrast met de amateuristische in gebrekkig Engels vertaalde bewerking van de Enrique Iglesias hitsingle Súbeme la Radio. Wat voelt dit onwennig aan. Oké, Turn Up The Radio heeft dan wel alles in zich om deze zomer flink te scoren, maar laat nou niet direct de kwaliteiten van de band horen. Het catchy Ain’t Nobody To Call sluit hier goed op aan, maar het is toch echt wel wachten op iets minder Top 40 meuk.
The Flower’s In the Seed is een sixties getint duet welke gered wordt door de leden van The Mavericks die hier op meespelen. Overduidelijk dat Lisset Diaz meer in het element is als ze bijgestaan wordt door een andere vocalist. Met het evenwichtige December 31st legt ze een aangename gevoelige kant bloot, waarbij Lisset Diaz eindelijk laat horen dat ze toch wel een hele sterke sound kan produceren. Heerlijke hoge vocale kunstjes worden afgewisseld met een rauw randje op de stembanden.
Na de bluesy rockuitspattingen van Miguel Comas op What Was Happening To Me, slaat hij pas definitief weer met stevige hardrock uithalen toe bij het slotakkoord van These Words. Ook bij Vuelta Atras is hij de redder in nood. Het wordt hoog tijd voor een Pepper Mickey Project, die gitarist verdient gewoon beter. Het is allemaal nog wat onwennig, en misschien ontplooien de bandleden zich afzonderlijk beter als ze zich richten op andere projecten die meer in hun straatje liggen.
Sweet Lizzy Project – Technicolor | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Blue Crime - I’m Afraid We Became One (2020) 4,0
31 juli 2020, 08:15 uur
Zes jaar geleden werd er ergens in Amsterdam de basis gelegd voor een donkere indie sound. Schuchtere geluidscollages doordrenkt met nachtbrakers romantiek en duistere postpunk adoraties openbaarden zich hoopvol aan het front. Het tot Blue Crime omgedoopte vrouwentrio introduceerde zichzelf als moonpop. Een zichzelf aangemeten benaming die nog het beste weergeeft waar de band voor staat. Muziek die tot zijn recht komt als de nacht ontwaakt, en de dag in slaap gewiegd wordt.
De EP TYR volgt in 2017, en is zo broeierig als een dampende zomernacht, waar verbleekte lichamen de buitenlucht trotseren om vervolgens zich tegen de ochtend weer op te sluiten in een veilige afgesloten omgeving. Voor Alexandra Duvekot is dit een bunker, waar ze in alle rust werkt aan een volwaardige opvolger. De twee compagnons zijn ondertussen vertrokken en hebben plaats gemaakt voor haar nieuwe collega’s Dennis Duijnhouwer, Jochem Baelus en Lucy Kruger.
Zwanger van verse ideeën wordt de stenen beschermplaats omgedoopt tot toekomstige broedplek. I’m Afraid We Became One blijkt een moeilijke onvoorspelbare bevalling te zijn. Het geesteskindje van Alexandra Duvekot zal voorlopig gekluisterd blijven aan haar kraambed. Vanwege de wereldwijde Corona crisis is het niet mogelijk om de liefdesbaby te presenteren aan het publiek. De band zit noodgedwongen binnen, terwijl ze er nu helemaal klaar voor waren om de duisternis te ontvluchten.
Er zijn ondertussen ook een aantal aardedonkere wolken voor het sterrenlichaam geschoven. De harmonische opzwepende samenzang in titelnummer I’m Afraid We Became One heeft het verstikkende van een maansverduistering. De zagende instrumentatie geeft het een psychedelisch lomp noise randje mee. En wat komt die dragende bas al direct hard binnen zeg!
Met een gevoel voor nostalgie wordt er gedoken in het verleden. Gehuld in denkbeeldige wijde zwarte gewaden huilen we naar de maan. Het bloeddorstige weerwolf achtige wezen op de door Jan Hamstra getekende albumhoes symboliseert zeer treffend het gevecht wat Blue Crime ondergaat. De worsteling om het oude geluid als een gebroken vriendschap achter te laten, en aan te sluiten bij de doordringende gothic beweging. Een gedurfde keuze die zeer positief uitvalt.
Blue Crime is de afgestoten tak van een gebukte treurwilg. Hardhandig en geforceerd afgeknakt van de veilige moederfiguur. Weggerot en vergaand tot humus ontstaat er jaren later een klein tenger plantje, welke in de schaduw zich geruisloos ontwikkeld tot een volwassen sterke boom. Identiek aan zijn grote staande evenbeeld, maar gevuld met vernieuwde levenskracht.
Blue Crime - I'm Afraid We Became One | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Marble Sounds - The Advice to Travel Light (2018) 4,0
30 juli 2020, 22:28 uur
Heerlijke melancholische sound welke zich het beste laat beluisteren in de tijd dat de blaadjes van de bomen vallen. Muziek om jezelf van de buitenwereld af te sluiten, hooguit in gedachte uit het raam starend naar de weersveranderingen. Het singer-songwriting begin van titeltrack The Advice to Travel Light werkt zich toe naar een sterk door post-punk beïnvloed geluid. Dit komt voornamelijk door het invallen van de gitaar die er net een andere twist aan geeft. Het einde is bombastisch als een onverwachte regenbui, en eigenlijk vat die song Marble Sounds al perfect samen. Melancholische hedendaagse singer-songwriting georiënteerde groepssound met een flink post-punk randje.
Pieter Van Dessel is de spil van dit muzikale gezelschap; in 2007 opgericht in de Belgische hoofdstad Brussel, en ondertussen al verantwoordelijk voor hun vierde album. Om het geheel meer kracht te geven maakt het vijftal hier gebruik van verschillende gastzangers zoals Renée Sys, B. Jean Baudouin en Marino Roosen van Bonfire Lakes. Tevens wordt er flink aan de sound gesleuteld, en worden viool, cello, hoorn en trompet toegevoegd. De eerste twee instrumenten hebben samen een sleutelrol bij het begin van In Time, welke een wat meer up-tempo karakter krijgt. Alsof wolken zichzelf in tweeën splijten en zonnestralen verlichting geven. De centrale rol bij Speeches is weer weggelegd voor de rustgevende zang, soft ritmisch begeleid door drum en keyboard. Droomachtig en zalvend, bijna jezelf in slaap wiegend.
Heel anders dan het hardere slagwerk intro van Anyhow (Even Now), al heeft het als basis wel dat weemoedige met de keyboard ingesteld als piano. Hier gaat de zang lekker de hoogte in, en geeft het meer ruimte om te ademen. Dat er toch nog een plek is voor vrolijkheid, bewijst het zomerse Caribische About You, misschien wel de lelijke eend hier tussen de volgroeide zwanen, maar ook hier weet zich een schoonheid uit te ontwikkelen. Het nodigt uit om te bewegen, en lukt het niet met de voetjes, dan is het ritmisch meeklappen absoluut haalbaar. Met 39 komt het pijnlijke besef van ouder worden. Het weg vallen van geliefdes, de midlifecrisis die zich op een onvriendelijke manier aan je opdringt. Het ervaren niet meer overal bij te horen. Hier overheerst de herkenbaarheid, al zou je willen dat dit niet zo zou zijn.
Fire In The Lake gaat tekstueel ook de zwaardere kant op. Klagende backings die het thematische eeuwige afscheid nogmaals benadrukken. Een sterfgeval? Een scheiding? Een immigratie naar de andere kant van de wereld? Mooi dat die ruimte hierin vrij wordt gehouden voor eigen interpretatie, hierdoor haalt iedereen er zijn eigen herkenning en waarheden uit. Het folky gekleurde outro past er prima bij. Pieter Van Dessel komt vermoeid en oud over in het tevens op folk gerichte The Road. Een sterk kampvuur anthem voor de wereldreiziger, bijna een profetische song te noemen. Veel ruimte hier voor de akoestische benadering.
Wisdom Is Bliss heeft vervolgens een elektronische aanpak, en toch lukt het prima om aansluiting te vinden bij de vorige twee songs. Ook met deze methode voel je de warmte net zo goed terug. Nog meer naar de kern gaat het sobere ingeleide Keep Repeating, waar de drums duidelijk lijken te staan voor de titel. Repeterend blijven ze staande, al drukken sfeervolle keyboard klanken ze steeds meer naar de achtergrond. Dit zou een prima afsluiting van de plaat kunnen zijn geweest. Het kleiner van opzet samengestelde One Last Regret heeft deze status minder sterk, een prima uitgerekt luisterliedje, maar lang niet zo krachtig.
The Advice To Travel Light is het lichamelijk en geestelijk ouder worden. Verder met een lichtere rugzak, met alleen het hoofdzakelijke. Ellende definitief van zich afschuddend. Eerste indrukken en ontdekkingen worden omgezet in opgedane wijsheden. Twijfel over gemaakte keuzes in het verleden, twijfel over nog te maken keuzes in de toekomst. Afscheid van levensfases, maar ook afscheid van vroegere vrienden en geliefdes. Geen gemakkelijke plaat, treurnis regeert met zo nu en dan plaats voor zonnestralen. Maar de echte depressieve zwaarmoedigheid heeft ook weer niet de overhand. Hopelijk krijgt Pieter Van Dessel het nog lastig als toekomstig veertiger; het levert wel sfeervol werk op.
Marble Sounds - The Advice to Travel Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
SOHN with the Metropole Orkest - Live (2020) 4,0
30 juli 2020, 22:09 uur
Het is onbegrijpelijk hoeveel miljoenen er omgaan in de handel van de doeken van de oude meesters. Natuurlijk is het prachtig voor musea om belangrijke kunstwerken als waardig cultuurgoed in bezit te hebben, terwijl je thuis met wat knutselwerk een reproductie kan maken met het schilderen op nummer of iets als diamond painting. De wereld zit raar in elkaar. De hedendaagse kunstenaars moeten onderhand bedelen om subsidie, en ook nu dreigt die sector ten onder te gaan aan de te verwachtte bezuinigingen.
Met de landelijke actie Liefde Voor Muziek wordt er aandacht gevraagd, gesmeekt om de muzikanten ook in de toekomst een bestaansrecht te geven. Hoe mooi is het dat ons eigen Metropole Orkest juist nu de samenwerking met de uit Londen afkomstige Sohn uitbrengt. Eigenlijk een cadeautje om het belang van jonge leergierige getalenteerde muzikanten te benadrukken. En misschien nog wel belangrijker, het geloof in ze om te zetten tot breed uitgedragen trots en respect.
Vergeet niet hoeveel tijd en werk het gekost heeft om de opnames zo soepel mogelijk in elkaar over te laten lopen. Daar ligt juist de kracht; het klinkt allemaal zo gewoontjes. Juist het zo gewoontjes mogelijk laten klinken vergt vakmanschap. Hans Ek dirigeert het orkest met een bedrieglijke eenvoud de elektronische wereld van Christopher Michael Taylor binnen. Die bewuste openingsavond van het Amsterdam Music Event lijkt nu zo lang geleden, maar vond echt pas vorig jaar op 19 oktober plaats.
Een bijzondere gebeurtenis die eigenlijk een prachtig vervolg verdiende, en waarvoor de lijnen al waren uitgezet om dit in mei drie keer te laten gebeuren. Het zou een mijlpaal worden, om 75 jaar Metropole Orkest en 50 jaar Melkweg gedenkwaardig samen te laten komen. Dan haal je de troost uit het verleden om met trots stil te staan bij het heden door deze mooie samenwerking te recenseren, en je spreekt de hoop uit om in de toekomst getuige te zijn van zo’n doeltreffende brok aan speelplezier. En dat zo’n toekomst er weer zal komen staat vast, al is het nog onzeker in welke vorm.
Het is een statement naar de buitenwereld. We zijn er klaar voor om de bezoekers te trakteren op happenings die later nog gesprekstof zullen zijn bij vriendengroepen die het moment delen, jonge ouders die terugkijken op dat eerste moment samen als een gelukkig pril liefdesstel, en de opschepperige concertganger die tegen iedereen beweert dat hij er bij aanwezig was.
Het is te gemakkelijk om hier elke track te behandelen, als al gelijk voelbaar is wat de overkoepelende waarde is. De samensmelting tussen klassieke geschoolde instrumentisten en een hedendaagse singer-songwriter als Sohn herplaatst zich in het studieproces van de voormalige leerlingen die in de weekenden afwisseling zoeken in de plaatselijke kroegen en stedelijke clubs. Hierdoor past een artiest als Sohn ook perfect in de belevingswereld van het Metropole Orkest.
Het straalt kracht uit door de verfrissende aanpak en het haalt het maximale vermogen uit beide partijen. Vanuit een intieme ceremonie van pianoklanken wordt er naar een groots gebaar toe gewerkt welke symbool staat voor de fase waar de muziekcultuur in verkeerd. We zijn nog lang niet afgeschreven, hou dat vertrouwen vast.
En de tracks hebben dus juist het meeste profijt door deze gestructureerde aanpak. De drukkende duistere omlijsting die op het soulvolle Rennen domineerde krijgt een orkestrale injectie waardoor het klinische kunstmatige gereanimeerd wordt tot nummers die op eigen kracht ademen. Het staat nog net wat dichter bij het ritmische debuut Tremors, al is er in de afwisseling en afronding nog weinig onderscheid tussen die twee platen te bemerken. Een eigentijds monument.
SOHN – Live with the Metropole Orkest | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Front Line Assembly - Wake Up the Coma (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:23 uur
Front Line Assembly heeft een sterk in your face karakter. Niet afwachten, maar direct als in een militaire precisie toeslaan. Doel bereikt, mission complete. Zo ook weer in Eye On You. Nog meer dan voorheen lijken er Eurodisco invloeden als een bondgenoot zich hebben binnen gedrongen in het industriële kamp. Samen met de strijdlustige Electric Body Music wordt strategisch weer een muzikaal slagveld bestreden. Met Robert Görl van Deutsch Amerikanische Freundschaft als gezagvoerder wil dit klakkeloos slagen. Wat zullen deze elektro rockers Bill Leeb en Michael Balch uit het Canadese Vancouver blij zijn geweest met zijn bijdrage, toch wel een pionier die aan de basis staat van de sound.
Dat zijn moedertaal later op Wake Up the Coma nogmaals geëerd wordt in de Falco cover van Rock Me Amadeus, blijkt een pijnlijke misstap. Muzikaal komen ze er nog prima bij weg, en in Canada zal het gebrekkige Duits niet eens zo erg opvallen. Maar met een klein beetje achtergrond, is het niet beheersen hiervan, vooral in het refrein een vervelende constatering. Had een personele switch gemaakt tussen de gastvocalisten met Jimmy Urine in de opener, en Görl op zijn plek in deze eighties klassieker. Oneerbiedig gezegd, slaan ze de plank nu zelfs zo erg mis dat het bijna over wil komen als een Milli Vanilli bewerking van deze track. Er kan voor gekozen worden om dit brutaal te negeren, en alleen de aandacht te besteden aan de overige tracks. Bij een zichzelf serieus nemende act die dweept met zo’n wanproduct, welke zich prima leent voor de Oktoberfest feesten, moet je hier wel je conclusies stellen.
Laten we gelijk stil staan bij de overige gastmuzikanten, want daar zitten nog wel interessante keuzes tussen. Paradise Lost frontman Nick Holmes is bekend met deze industriële sound. Hij wist dit prima een plek te geven op de meer toegankelijke platen One Second en Host, al zijn de fans dolgelukkig dat er al snel werd terug gegrepen naar de donkere metal gothic sound. Ook hier heerst de teleurstelling. Ondanks dat de aanpak hem prima moet liggen, missen de vocalen zijn krachtige geluid, en wordt wat er enigszins blijft staan, ver naar de achtergrond gedrukt. Nee, de titeltrack Wake Up The Coma is niet bepaald het visite kaartje van de plaat te noemen. Wat over blijft is Chris Connelly, een van de drijvende krachten van Ministry tijdens hun doorbraakperiode met albums als The Land of Rape and Honey, The Mind Is a Terrible Thing to Taste en Psalm 69: The Way to Succeed & the Way to Suck Eggs. Natuurlijk niet te vergelijken met stadscowboy en bourgondisch ambassadeur van de zelfkant Al Jourgensen, maar wel een binnengehaalde naam om trots op te zijn. De dreiging van Spitting Wind is mooi, maar de gezapige Bowieaanse zang wil ook hier geen indruk maken. Kortom van de gastmuzikanten houdt alleen Robert Görl zich ruim voldoende staande.
Hoe valt Wake Up The Coma verder in de smaak? Arbeit is een heerlijke elektro stamper, waarbij de Duitse dictionaire wel op de juiste manier benut wordt, het zijn dan ook maar een paar woorden. De zang is wat minder dominant op de voorgrond, Front Line Assembly stelt zich meestal minder hard en confronterend op dan collega’s, met een minder afstraffende stereotype sound. Meer de ruimte zoekend in de gangbare deuntjes. Zo laat de band zich vaak horen, waardoor de geloofwaardigheid richting een doordachte klucht neigt. Grimmige noise werpt een donkere deken over het sterke Tilt, diep van binnen worden de vocalen opgeroepen, die zich hier in al hun onheilspellende duisternis openbaren. Mooie gelaagde overgangen, en treffender dan de door met andere vocalisten ondersteunende nummers.
De stuurloze lompe bulldozer Hateful gaat recht door alle songstructuren heen, en laat zich niet van de wijs brengen door invloeden van buitenaf, zo hoort deze eigenzinnige band vanuit de beginselen te klinken. Muzikaal gezien is Proximity een knieval voor de Europese jaren negentig benadering. Zeker niet slecht, al blijft het vreemd dat Front Line Assembly gezien wordt als een van de eersten die in de Electric Body Music golf doken, en niet bij de later volgende groepering hoorden. Een gevalletje van voor de finish ingehaald worden door volgelingen, en zich niets wetend weer daaraan koppelen. De sterke basis breekt af, tot lijmloze brokstukken. Het meer experimentele dansbare Living a Lie laat het geluid horen van tot de bot geripte tracks, die vervolgens tot een remix worden her geproduceerd. De meerwaarde van de maxi singles, die de betere synth acts in de jaren tachtig uitbrachten. Deze werkwijze lijkt hier centraal te staan.
Mesmerized weet het smerige onderbuik gevoel op te roepen, als brijerige diarree inclusief de bedorven ziektekiemen verspreid het zich vanuit de luidsprekers. Langzaam slopend met een verticale flatline als mechanische horizon. Vanuit het ontstaande niks komt dan tragisch de new born van de anti god in het bedrieglijke opslokkende Negative Territory. Zo komen de tracks wel als motorslagen oorverdovend binnen. Zelfs het onbezonnen melodieuze tussenstuk doet hier geen afbreuk aan. Het ambient gerichte Structures sluit het geslaagde drieluik af, zonder op enig moment maar zweverig over te komen. Eerder moet er hierbij aan de stugge statische coldwave gedacht worden. Hiermee distantieert de industriële groepering zich van de rest van de plaat, en weten ze nog een ruime voldoende te scoren. Ze hebben het nog steeds in zich, maar beperken zich helaas maar tot een paar aangename uitschieters.
Front Line Assembly - Wake Up the Coma | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Girlpool - What Chaos Is Imaginary (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:23 uur
Girlpool uit Los Angeles trakteerde ons in 2015 met de spontane lo-fi plaat Before the World Was Big. Onschuldige puberliedjes welke hun oorsprong leken te vinden op een snoezige meidenkamer, om vervolgens tot uitwerking gebracht te worden op een zoldertje. Heerlijk onbevangen terug verlangen naar de kindertijd. Met af en toe een beetje tegen de maatschappij aan kicken. Met Powerplant werd de switch gemaakt naar zwoele dreampop met explosieve uitspattingen, en nu is er dan What Chaos Is Imaginary. Het leven is geen roze wolk, en het tienergeluk was maar schijn. Hun derde plaat is veel stoerder en volwassener. In eerste opzicht misschien wat vreemd, zeker als je niet op de hoogte bent dat transgender Cleo Tucker ondertussen gekozen heeft voor een geslachtsverandering, waarbij de hormoonkuren zorgen voor vocaal gezien een ander geluid. Knap dat je hiermee ook muzikaal bent ontwikkeld; vergelijk het maar met een jongen die rond de middelbare schoolleeftijd de baard in de keel krijgt, en een andere stem krijgt. Hier is het absoluut een meerwaarde. Het speelse onschuldige vrouwelijke is geëvalueerd tot een volgroeide meer mannelijke benadering. Hoe mooi zelfverzekerd en vertrouwd het klinkt laat zich lastig omschrijven. Uiteraard hoor je soms nog de twijfel door in de manier van zingen, dat geeft het ook een eerlijk persoonlijk tintje. Voorheen smolten de stemmen meer samen, nu hoor je duidelijk verschillen in de benadering per song. Harmony Trividad is tevens gegroeid, het kinderlijke heeft plaats gemaakt voor sensuele volwassenheid.
Toch ben ik vooral een groot liefhebber voor de meer dan geweldige verandering van Cleo Tucker. Vocaal is het zo puur en natuurlijk, iets wat al direct opvalt in opener Lucy’s. Chapeau hoe hier een missing link gevormd wordt tussen het stofzuigende shoegazer naar de daaropvolgende mellow Madchester sound. Als Tucker zingt, dan gaat het al snel meer richting de Merseybeat en jaren zestig psychedelica zoals in Swamp and Bay en Hire, stoer en ruig. Dat in deze korte periode al zo’n rauw en hees stemgeluid is ontwikkeld mag bijzonder genoemd worden. Harmony Trividad roept met haar hoge engelachtige vocalen de regionen van het bijna onaardse op. Treffend tot het recht komend in Hoax and the Shrine en het zwoele Stale Device. Ook het klein gehouden Josephs Dad is een diamantje. Maar verder is het nog steeds de dynamiek tussen beiden die bepalend is. Bij de Dreampop van Where You Sink smelt de zang samen in het gedeelte waar Tucker zich beschaafd ondergeschikt opstelt ten opzichte van Trividad.
Pretty roept herinneringen op aan de poppy gitaar spelende frontvrouwen van dromerige zelfverzekerde Britse bands die redelijk succesvol daar de charts wisten te bereiken. Meer donker gekleurd en zwaarmoediger weerklinkt Chemical Freeze en het door een orgel vorm gegeven Minute in Your Mind, welke naadloos over gaat in het hemelse trippende What Chaos Is Imaginary. Dan is All Blacked Out daar tegenover een zoet opwarmend kampvuurliedje. Maar echt opbeurend wordt het pas bij het vrolijke Lucky Joke, kriebelend als de eerste grassprieten. Als toegift krijgen we het ruimtelijke Roses cadeau, om vervolgens bijna als een baby te willen weg kruipen in moeders schoot. De noisy uitbarstingen op What Chaos Is Imaginary zijn sensitiever en minder overrompelend en lomp dan wat er in de jaren negentig gebracht werd. Een logische benadering hiervoor lijkt mij het bespelen van de instrumenten. Het vrouwelijke aspect hoor je voornamelijk terug in de beheersing, slanke ranke vingers raken de snaren natuurlijk anders dan ruwe werkershanden. Girlpool is meer in evenwicht, het plaatje klopt nu helemaal, alsof het nooit anders is geweest.
Girlpool - What Chaos Is Imaginary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cherry Glazerr - Stuffed & Ready (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:22 uur
Wat worden we hier te weinig mee verblijd. Die lekkere rockgitaar die probleemloos weet over te schakelen naar de donkere postpunksound. Daar overheen de typerende melodieuze dreampop zang, en dat allemaal in een enkel nummer. Een dagelijkse injectie als Ohio moet verplichte kost worden voor de muziekliefhebber. Eigenlijk komt hier alles in terug waar de muziek in mijn tienerperiode voor stond. Uitzichtloze deprimerende gothic, inclusief zwarte lange jas en puntschoenen, maar tevens de houthakkersbloezen en kistjes van de grunge. Cherry Glazerr weet in de opvolger van apocalipstick deze duizelingwekkende draaikolk van jeugdsentiment in een keer treffend te herleven. Dan heeft Daddi een meer hedendaagse benadering van de genoemde invloeden, en zitten we weer gewoon in het hier en nu. Hoor die gepassioneerde geluidsexplosies in de angst die Clementine Creevy weet te verwoorden, wanhopig en dwingend. Gevangen in een doolhof van emoties tussen verlangen en afgunst. Het roept een onprettig gevoel op, muzikaal versterkt door de noisy gitaar en zware bas. Als een nachtmerrie, die je telkens opnieuw wil beleven. Het zijn de hulpeloze ongemakkelijke kreten welke je weten te hypnotiseren. De uit Los Angeles afkomstige band spuugt het destructieve karakter van deze stad uit in het nonchalante Wasted Nun. De beleving van The City Of Angels als een mega grote escaperoom, men moet de verleidingen trotseren, drugs, wurgcontracten, verkeerde vrienden, verspilde tijd. Dit komt beter tot zijn recht door de smekende vrouwelijke zang, welke je helemaal mee voert tot in haar beïnvloedbare brein. Ergens op de achtergrond klinken rustgevende klanken, veel neonlichten en de freakshow waar deze tot rariteitencircus gedoopte plaats symbool voor staat. Excentrieke figuren die jagen op hun leven vol roem.
That’s Not My Real Life mixt in de sound nog een extra dosis surfrock, ska en Delicate Steve die de vervormde gitaar bijna als een blaasinstrument laat janken. Even terug schakelen naar het dromerige Self Explained, na de explosieve start dreigt het nu wat in te storten. Het is lastiger om dat heerlijke gevoel vast te houden, ondanks de opvulling van exotische avontuurlijke klanken. Deze veelzijdigheid eist dus wel de dynamiek op, wat jammer is. Het filmische sensuele Isolation is een open sollicitatie voor de rol van figuranten in een Twin Peaks achtige serie, wat weg gestopt hoor je de dreiging weer tegen het gesloten achterdeurtje kloppen, om als een tornado tekeer te gaan. Twijfelend weet Juicy Socks hier op in te haken met weer een hoofdrol weg gelegd voor de drukkende, benauwende jaren tachtig met shoegazer soundscapes. Pieces is te lieflijk en zoet, alsof de band zich uitleeft in een Candy shop, waar onder de toonbank verboden genotsmiddelen worden verkocht. Stiekem ben ik blij om het lawaaierige intro van Stupid Fish te horen, na het rustige vervolg mag het weer smerig worden. Zelfs de zang weet zich hier in de rode zone van het mengpaneel te bevinden. Distressor is beweeglijker, noem het gerust dansbaarder, al wil hier ook de noise als een donkere kleurenpallet zich mengen, om vervolgens weer de cleane kant op te zoeken. Zo powervol als in het begin wil Stuffed & Ready geen doorstart maken, het is net te vaak met de rem er op. Neemt niet weg dat het een aangename plaat is om de boel eens flink mee wakker te schudden.
https://writteninmusic.com/albumrecensie/cherry-glazerr-stuffed-ready/
» details » naar bericht » reageer
Yak - Pursuit of Momentary Happiness (2019) 4,5
30 juli 2020, 21:22 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Chain Wallet - No Ritual (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:22 uur
Chain Wallet maakt explosieve up-tempo dreampop met de nodige postpunk elementen. Het hoeft allemaal niet meer zo zwaar en treurig te zijn. Alsof men in Noorwegen zich niet wil mengen in de negatieve stemming die er in de rest van de wereld heerst. Deze band lijkt op een positieve manier vooruit te denken. Het is net een stukje lichter dan hun soortgenoten. Brede uitsluierende keyboardlandschappen die bewoond worden door vriendelijke groetende gitaren. Soms komt er nog een wat norse bas voorbij, die weer ingehaald wordt door een voorbij sprintende drum. Stian Iversen is de zelfverzekerde alles kunnende gids die vol passie zijn verslag doet, waarbij hij bij de lastige passages wordt bij gestaan door Chiara Victoria Cavallari.
Het Noorse Bergen in voornamelijk bekend geworden door de vele black metal bands die daar vandaan komen. Ook daarbij wordt met regelmaat terug gegrepen op sages en legendes, maar dan de duistere kant. Chain Wallet heeft tevens iets sprookjesachtigs, hier roept het vooral de wereld van feeën en elfjes op. Eigenlijk vergelijkbaar met wat zich halverwege de jaren tachtig wist te ontwikkelen. Door de dreampop die zich vanuit de gothic ingegroeide was er in de kleding ook steeds meer ruimte voor variatie. Zwart werd gekoppeld aan langere gewaden, wit en paars zag je meer terug, met zelfs bloemenmotieven. Dracula werd verdreven door Peter Pan. Deze inleiding is noodzakelijk om No Ritual te kunnen plaatsen. Met trots wordt vermeld dat er door Frode Bakken gebruik wordt gemaakt van de Yamaha DX7, Ronald Juno 60 en Korg Polysix synthesizers. Zeer bepalend voor de New Wave bandjes, en veelvuldig halverwege de jaren tachtig bespeeld. Blijkbaar hechten ze hier veel waarde aan, met welke gitaren, bas en drum er in de studio gewerkt is, wordt verder geen aandacht aan besteed.
Op deze plaat, welke net het half uur aantikt staan allemaal korte sfeerschetsen van nabij de drie minuten. Lost Somewhere verwelkomt je met een dominante pompende diepe elektronische bas, heldere backing vocals en een opzwepende drum, die op het juiste moment ruimte geeft aan de keyboards. De bas van Stian Iversen staat ook als basisspeler opgesteld bij Final Testament met ver weg in de mix de dromerige koortjes, die best wat meer op de voorgrond hadden mogen treden. Ride laat ons kennismaken met het totaalplaatje, de instrumenten zijn hier geheel in evenwicht, en vullen elkaars positie in om tot een sterke kern te komen. Dit levert een zeer toegankelijke popsong op. Is er dan helemaal geen plek voor een wat slepender bombastisch geluid? Toch wel, met Closer lijkt men in te spelen op de emotie, en gaat meer diepgang van uit. Maar echt de gevoelige kant laten zien dat niet, Closer had net zo goed closed kunnen heten. De afwisseling wordt wel degelijk gezocht met What Everybody Else Could Find, al sluit de track erg aan op de eerste tracks, met het wezenlijke verschil dat de frontrol van de bas hier is over genomen door de keyboard, verder scheelt het bar weinig in de opbouw. Hierdoor is het net een tikkeltje frisser.
In ieder geval dreigender komt het korte instrumentale Liminality over, helaas wordt er geen energie gestoken in een mooie overgang naar het springerige Knowing Eyes, waar er flink wat effecten zijn los gelaten om de echoënde gitaar. No Ritual laat slagwerker Marius Erster Bergesen de nodige tribal elementen toevoegen in zijn uitvoering. Fijn om een echte vakman aan het werk te horen, het geeft een warmere invulling dan wat jaren geleden zijn oudere voorgangers lieten horen met de mechanische drumcomputer. De zang bij World I Used to Call Mine is aangenaam vervormd om het meer in het opgeroepen tijdsbeeld van de postpunk periode te plaatsen. Een grote rol is hierbij weg gelegd voor producer Matias Teller, die dit feilloos lijkt aan te voelen. Inner Space is net wat rauwer en gedurfder dan de rest van de plaat, en vat de hoorbare ontwikkeling hier mooi samen. Een album welke inspeelt op verlangen. Altijd bewonderingswaardig hoe bandleden die schijnbaar niet eens in de rumoerige jaren tachtig geboren waren, het weten te verwoorden tot zoiets geslaagds.
Chain Wallet - No Ritual | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Motorpsycho - The Crucible (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:21 uur
The Crucible is een stoere culturele Noorse egotrip die in de jaren negentig lijkt af te trappen. Spierballenrock waar het ontbloot bovenlichaam een gastrol bij vervult. Psychotzar begint gelijk met harde slaggitaar metal. Korte snel op elkaar volgende krachtige akkoorden die je direct nieuwsgierig de song in trekken. Powervolle zang die dat ruwe randje uitwerkenen en op de achtergrond is al minimaal iets van een mellotron aanwezig. De jongeling Tomas Järmyr op drums hoeft zichzelf met deze kwaliteiten niet te bewijzen. Zijn veelzijdige slagwerk geeft ruimte voor wat exotische elementen en klinkt alsof hij al jaren lang actief is bij de band. Het is prima en verantwoord dat Kenneth Kapstad zich definitief op Spidergawd is gaan richten. Järmyr doorstond op The Tower al ruimschoots de sollicitatieprocedure, en wist zich niet aan te passen aan het geluid. Nee, al vanaf zijn intreden mocht hij een mede bepalende rol opeisen. Hier direct duidelijk vanaf het moment dat de gong als een donderslag inslaat. Bij het soleren horen we al dat de begeleiding gaat grooven en duisterder zich voortbeweegt, de overgang naar het psychedelische vervolg is nog een kwestie van tijd. Smerige gitaaraanvallen volgen de steeds meer donderende bas van Bent Sæther op, na de rust van het akoestische gedeelte gaat de zang richting het snijdende van de grunge. Grootst wordt het vervolg aangegeven met razendsnelle passages en statische stukken, met op het laatst een episch slot, ondertussen beseffend dat dit nog maar de kortste track van de plaat is.
Mooie tweestemmigheid laat je al snel meevoeren in het sterk door de jaren zeventig beïnvloede progrock van Lux Aeterna. Verwacht geen tierelantijntjes en hoge vocale uithalen. Het uit Trondheim afkomstige Motorpsycho heeft nu eenmaal een dwarse ruige uitstraling, en daar verandert het prachtige akoestische inleidende gitaarspel niks aan. Er is veel meer ruimte voor goed gearrangeerde melodielijnen die zo nodig worden bijgeschaafd door de mellotron. Als er vervolgens grootst wordt uitgehaald met de symfonische poespas, krijg je al de ruige smerige gitaar er doorheen die je lekker maakt voor het vreemde psychedelisch zwaar aangezette vervolg. Hier ervaar je door de funky, jazz en fusion invloeden duidelijk waaraan Motorpsycho haar eigenzinnige naam aan te danken heeft. Deze technische sterk uitgespeelde wisselingen van stijlen is zo kenmerkend voor hun geluid. Alsof er in de tussentijd niks gebeurd is, gaan ze vervolgens weer net zo gemakkelijk verder met de rocksound die de jaren zeventig wisten te domineren. Na geweldige gitaarsolo’s wordt er in alle rust afgerond met weer de ondersteunende backing vocalen. Misschien is de verpakking net wat over the top, maar het siert de band van durf en lef.
Na minimale ruis op de bekkens wordt er vervolgens flink wat af gefreakt en gejamd op The Crucible. Alsof je midden op een kruispunt staat tijdens het spitsuur van de een of andere metropool. Zoveel geluiden passeren de revue. Dit is noodzakelijk om de roes op te roepen waarmee er een doorgang gezocht wordt tot het meer spanning opwekkende gitaarspel, die een flinke dreun op zijn achterste krijgt van de drummer. Hoe de bas zich hierbij nog staande kan houden lijkt een onmogelijke opgave. Heerlijk dat er dan toch weer de ruimte ontstaat voor het progressieve tussenstuk met prachtige bijna hippie achtige zang. Ritmisch krijgt het vervolgens meer vorm door de rol van Järmyr, en dan wordt er keihard toegeslagen met duivelse gitaren die als rond circelende demonen tot bedaren worden gebracht in een exorcistische bestrijding door de bas die zich niet van de wijs laat brengen. Zo herhalend blijft deze zich er tussen mengen. Bij het laatste stuk gaat het even de klassieke kant op met een klein momentje gitaarbeleving, om de uitstoot aan electrisch geweld nog voor de laatste keer de overhand te gunnen in een sterk gedeelte aan rockend hardrock met daarna het theatrale einde.
Een andere band zou dit waarschijnlijk verdelen over heel wat meer songs, maar Motorpsycho heeft aan een minimum van drie nummers genoeg om voor de zoveelste keer te overtuigen.
Motorpsycho - The Crucible | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Perfect Son - Cast (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:21 uur
Het vertrouwen moet groot zijn geweest toen Tobiasz Biliński zijn handtekening plaatste onder het contract van het meer op het gitaar gerichte beroemde platenlabel SubPop. Als eerste Poolse artiest krijgt hij de mogelijkheid om hier zijn werk te publiceren. Helemaal onbekend is hij daar niet. Bij zijn vorige project Coldair wist hij ze al te strikken voor de distributie van hun laatste album The Provider.
Perfect Son is de doorstart van deze uit Warschau afkomstige veelzijdige multi instrumentalist. De postpunk vormt hierbij een belangrijke inspiratiebron. Vergeet niet dat de impact van deze stroming ook in Polen vrij groot is geweest. In de gloriedagen van de jaren tachtig wist dit land zich los te koppelen van het communistische Oostblok. Perfect Son ligt in de lijn van toen de omschakeling kwam tussen de kille keyboard tonen en er gekozen werd voor meer warmere klanken met inmenging van de gitaar.
Cast is een gevarieerde plaat, welke zijn basis lijkt te hebben in de elektronische muziek. Vanuit daar worden de tracks opgebouwd, resulterend in songs die sterk bij dat ijkpunt blijven, of juist meer een andere weg lijken in te slaan. De scheidingslijn tussen herhalende samples zoals in It’s For Life, drumcomputers, elektronica en pure door heuse muzikanten gespeelde werkstukken is vrij dun en niet altijd herkenbaar. Dit maakt het allemaal een stuk avontuurlijker en interessanter. Bij Reel Me is deze opzet goed hoorbaar. Een minimalistisch herhalend bliepje laat zich vervolgens onder handen nemen door licht industriële geluidsexplosies. Als een cyberpunker laat Tobiasz emo invloeden toe in zijn belevingswereld. Op zijn zuivere hoge zang zouden veel New Wavers jaloers zijn geweest, zo onbedwongen weet hij zich te presenteren. Het is allemaal gruwelijk goed doordacht, zo ook de inkomende drums van Jacek Prościński.
Bij Lust wordt de hulp ingeroepen van de bij Setting The Woods On Fire spelende gitarist Marcin Buzniak. Deze song eist een meer donkere en melodieuze aanpak op. Op de overige nummers is alleskunner Tobiasz Biliński uitvoerder van de gitaarpartijen. Hier voegt juist die andere dynamiek wat toe. Buzniak is tevens verantwoordelijk voor de productie, die gedeeltelijk in Polen en voor het overige deel in de Verenigde Staten plaats vonden. De prachtige grimmige sfeer van So Divine springt er sterk uit, al had hier zelfs nog veel meer in gezeten. Hier borduurt het te lang voort rond hetzelfde thema. Dan is Promises veel toegankelijker en luchtiger, maar veel minder indrukwekkend. Old Desires heeft dat ook wel, al maakt het tegendraadse karakter het wel een stukje spannender.
High Hopes laat de ontstaande ruimte invullen door subtiel pianospel waardoor de gitaar halverwege effectiever kan toeslaan. Bij My Body Wants gaat het tempo heel wat omhoog met prima Oosterse aandienende exotische klanken. De zang weet het klein te houden. Wax wijkt met de trippende invloeden sterk af van de rest. Maar is in zijn veelzijdigheid wel een aangename warme song. Al liggen de vocale meer symfonische invloeden er wel erg dik boven op. Met de nodige soul en daarbij horende klappende percussie weet Almost Mine de aandacht te trekken. Cast is een prima album, al is de stem van Tobiasz wel erg iel en vlak, waardoor het al snel eentonig over dreigt te komen.
Perfect Son - Cast | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rustin Man - Drift Code (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:20 uur
De nostalgische fotoalbums van weleer kunnen je helemaal herplaatsen in een tijdperk waarin de rust nog domineerde en er geen ruimte was voor de haastige medemens. De auto was een luxeproduct welke voornamelijk in het weekend gebruik werd voor het verplicht aanschaffen van de nieuwe zomercollectie aan kleding of familiaire uitstapjes.
In dat beeld valt Drift Code het beste onder te brengen. Een vergeelde ansichtkaart met daarop een draaiorgel uit Den Haag staat hierbij centraal. Zou Paul Webb deze gescoord hebben tijdens een bezoekje met zijn band Talk Talk aan Nederland, waar de tussenliggende tijd gedood wordt met een bezichtiging van een knus souvenirwinkeltje. Feit is wel dat dit typische Hollandse product als een mechanische reus de eerste soloplaat van de voormalige bassist van Talk Talk opsiert, duidelijk geaccentueerd met het bordje Rijswijk op de achtergrond.
Het alias Rustin Man gebruikte hij ook al ten tijden van de indrukwekkende samenwerking met Beth Gibbons van Portishead, wat resulteerde in het geslaagde Out Of Season. Daar borduurde hij voort op de minimalistische sound van de latere Talk Talk platen, en is zijn rol vooral die van muzikaal arrangeur. Een basis die hij samen met Tim Friese Greene en Mark Hollis gelegd heeft bij albums, waarvan pas later hun monumentale waarde juist werd ingeschat.
Na een stilte van zowat 17 jaar is daar totaal onverwachts het volledig op eigen artiestennaam verschenen Drift Code. Vanuit het typerende Britse graafschap Essex wordt er vanuit een geïmproviseerde studio in een landelijke stuur zorgvuldig gewerkt aan het veelzijdige eindresultaat. Paul Webb heeft zijn baspartijen uitgebreid met sfeervol toetsenwerk, waarbij hij gebruik maakt van instrumenten als de accordeon, keyboard en piano. Voor de jazzy percussie heeft hij de hulp ingeroepen van zijn voormalige collega Lee Harris, waarmee hij samen met Mark Hollis het basistrio van Talk Talk vormde. Hij weet dat opzwepende af te wisselen met het licht koesteren van het drumstel.
De enige connectie met het postpunk verleden is de karakteriserende stem van Webb, verder is het nergens meer te linken aan het synthpop verleden. De prachtige piano opbouw van Vanishing Heart eist net zo sterk als de albumhoes de aandacht op, en wil symmetrisch hierop aansluiten. Een eenheid die versterkt wordt als het sferische gitaarspel invalt. De gemene geluidsexplosies die uit het instrument ontsnappen geven zijn zachte stemgeluid dat extra stukje kracht wat deze verdiend. Hiermee laat hij een stuk respect horen voor Adrian Utley, die als smaakmaker bepalend is voor de film noir klanken van Portishead. Een band die hij na zijn project met Beth Gibbons duidelijk niet uit het oog verloren is.
Vanuit het station worden we te woord gestaan in Judgement Train. Weg stervende treinen vormen de introductie tot een dansbaar funky jaren zeventig sound. Waar verschillende gemixte vocalen gebroederlijk door elkaar heen wandelen, als druk bewegende passagiers op doorreis. De trage zang van Webb heeft dat hypnotiserende effect van een afremmende stoptrein in zich en neemt je mee in deze trip langs vergeten vintage kauwgumballen psychedelica.
Vredige engelenzang omlijst de soulvolle diepere eenmansgospel van Brings Me Joy, waarmee Webb de grens tussen kunst en kitsch lijkt op te zoeken, en welke in het voordeel van het eerste uitvalt. Het uit minimale begeleiding opbouwende Our Tomorrows mixt meerdere persoonlijke stemcollages tot een mooi duet wat hij hierdoor met zichzelf aangaat. Stoere blazers geven het een heerlijke duistere dimensie mee, waardoor het iets episch heeft. De aankondiging tot muzikale ontwrichting.
Dat onheilspellende gevoel komt nog sterker tot uiting in het instrumentale Euphonium Dream, met liefdevol accordeonspel wat uitmond in een angstaanjagende geluidshoorspel. Van totaal andere orde is The World’s in Town, dat met een oude stoffige sentimentele voordracht een prachtige emotionele lading weet toe te voegen. Tegen alle verwachtingen in eindigt het met een sfeervolle kosmische lichtgevoeligheid die je laat wegzweven in seventies psychedelica.
Het geschoolde pianotoetsenwerk op het lekkere uptempo Light the Light wordt vervolgd door filmische klanken. Een geestverruimende sluier van hallucinerende expressieve waarneming neemt je hierin aan de hand mee in de breed georiënteerde belevingswereld van Paul Webb. Als zanger past hij zijn stemhoogte aan bij het spookachtige Martian Garden. Lee Harris bezit de kwaliteiten om de track naar een hoger level op te drillen. Gegroeid in zijn slagvaardigheid voelt hij zich totaal in zijn element, en krijgt hij ook alle ruimte om die te benutten. Het einde hint op indrukwekkende wijze muzikaal aan het draaiorgel welke prominent op de albumhoes opgesteld staat.
Vervolgens durft hij zich kwetsbaar op te stellen in All Summer, wat in alles bijdraagt in de zomerse beleving welke ook in de titel verscholen zit. De ondergaande zon, en het beschutting zoeken in het versleten vest welke uit de kast tevoorschijn wordt gehaald. Drift Code is het terughalen van een stukje verlangen naar de jeugd, toen het onverwachte grote succes van Talk Talk nog nergens meespeelde.
Rustin Man - Drift Code | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Indian Askin - Another Round (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:20 uur
Indian Askin werd met Sea of Ethanol al gelijk in een toppositie geplaatst in het lijstje veelbelovende nieuwe bands. Als dan ook nog bekend is dat de leden aardig wat tijd in de Amsterdamse cafés doorbrengen, lijkt het lastig om met deze druk om te gaan. Hoeveel binnenlandse acts zijn wel niet ten onder gegaan doordat ze zich lieten voeden door de toereikende genotsmiddelen. Om eerlijk te zijn waren de verwachtingen na hun eerste plaat net zo beneveld als de uitstraling van frontman Chino Ayala. Juist het feit dat hij zichzelf niet zo serieus lijkt te nemen is waarschijnlijk zijn redding. De psychedelische sixties zijn er nog steeds, maar lang niet meer zo dominerend. Nog meer is het nachtleven en de opgepikte culturen van het hedendaagse straatbeeld aanwezig. Hierdoor heeft het iets van internationale allure in zich. Hiermee weten plaatsen als Brussel en Antwerpen zich al jaren te onderscheiden, blijkbaar is er nu iets soortgelijks gaande in Amsterdam. In Vlaanderen heerst meer dat kunstacademie gevoel, hier meer dat ordinaire rockende van uitgerangeerde muzikanten. Het eigenzinnige karakter plaatst ze tussen de gitaarbands die zich halverwege de jaren tachtig wisten te ontwikkelen. Vergeet niet dat er een mooie opbloeiende scene was, totdat België halverwege de jaren 90 alles overnam.
Blijkbaar hebben ze aan Dennis van Leeuwen een goede manager. Alle valkuilen waar Kane in dreigde te vallen, worden nu vakkundig zoveel mogelijk vermeden. Daar werden ze na hun tweede album in het alles opslurpende gat genaamd mediacircus gezogen, en verdween steeds meer het eigen karakter. Ego’s die boven zichzelf uit stijgen, en daardoor op het randje balanceren. Deze gevaarlijke eigenschap moet je ook wel hebben, wil je wat bereiken, maar is vaak ook risky. Ondanks de overvloed van drank is Indian Askin daar te nuchter voor. Het grote verschil met Sea Of Ethanol is een ruimere kijk op het gebeuren. De psychedelica blijft aanwezig, maar het is allemaal een stuk gelaagder en donkerder. Zo hoort een rockband hedendaags te klinken te klinken, alsof ze zojuist uit een smerige oefenruimte zijn geplukt. Niks gepolijst en over geproduceerd. Juist die puurheid is zo heerlijk.
Een forse stap vooruit met gelijk al meer noise invloeden in de dromerige opener Another Round. Maar pas daarna hoor je de grote stappen die genomen worden. De gitaar is smerig aanwezig en mag ongegeneerd grooven in het funky On and On, een track duidelijk gericht op onze Zuiderburen. Duister laat de bas van zich horen in Keep It to Myself. Dezelfde postpunk invloeden waar een Nirvana duidelijk naar terug greep, maar totaal eigen gemaakt. For You is zelfs nog meer retro New Wave. Cyberpunk zit verwerkt in het swingende een tikkeltje over the top I Know How to Party en het Plastic Bertrand achtige Wheels. Niet echt serieus te nemen, daarvoor is het te vrolijk. Lome country sijpelt er door in het onder invloed klinkende orkestrale Beat74. Een nummer als I Feel Something zou zich nog kunnen nestelen op het debuut, al heeft het wel een andere benadering door de kinky beat. Gimme A Sign pakt alles samen; psychedelica, dreampop, postpunk, zuigende bas en wah-wah gitaarspel. Seperation is een hedendaagse catchy club stamper. Lekker voor diep in de zaterdagnacht, als alle lichten en hersencellen gedoofd zijn. Behave gaat geleidelijk vanuit de psychedelica de hardere rockkant op. Nog eventjes zittend op kussens after party trippen met Mr. Nick op de achtergrond. Een waardige afsluiter. Another Round is de goede tweede plaat van Indian Askin. Het gepraat tussendoor had achterwege moeten blijven, niet echt een meerwaarde en wat flauw, dan zou het allemaal nog beter op zijn plek vallen.
Indian Askin – Another Round | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Beta Band - Hot Shots II (2001) 3,5
30 juli 2020, 21:19 uur
Op het tweede album van The Beta Band is duidelijk gekozen om de lange nummers te schrappen. Voor mij een reden om geconcentreerder de aandacht er bij te houden. Buiten dat hoor je op Hot Shots II ook een verrijking van het geluid, al gaat dit wel ten koste van de kenmerkende humor die er duidelijk op hun eerste plaat The Beta Band was. Het toegankelijke Squares wordt pas een song als deze na een minuutje over gaat in de betere triphop recycling proces, maar er net niet volledig door overgenomen wordt. Zelfs de rommelige pianotoetsen krijgen een frisse oppoets behandeling, dan pas is het klaar om getoond te worden. En nu ben je al snel niet meer dat eigenzinnige grappige bandje. Geen vreemde wengingen maar een logische overgang naar Al Sharp, er wordt door middel van echo’s en Indiase invloeden hetzelfde dromerige effect opgeroepen. Een duistere dagdroom die afgesloten wordt met een mantra.
Human Being zit erg sterk in elkaar. In eerste instantie gaat het door met het geschepte geluid, op de achtergrond een gitaartje. Dan komt er ruimte vrij voor beat, drum, en trompet. Al heel mooi natuurlijk, maar het wordt nog stukken beter. Tegen het einde gaat het langzaam aan ook weer de donkere kant op, met geweldige begeleiding en een heel vol geluid. Het orgeltje gaat ook nog volledig los, op het debuut zou dit ontaarden in totale anarchie, hier maakt het de song alleen maar sterker. De structuur wordt niet aangetast, maar blijft overheersend staan. Met gemak worden we de diepte in gezogen met Gone. Net als bij de voorganger zijn de teksten een stuk directer en persoonlijker. Nu worden gevoelens niet meer gemakkelijk weg gelachen, maar is er twijfel en onzekerheid. Het lollige karakter is blijkbaar een veilig schild, welke nu pas van zich af geworpen wordt. En dan behoor je dus al snel tot de gemiddelde doorsnee Britpop band. Het publiek slikt het allemaal wel, maar je bent nu een meer onzichtbare speler geworden. Het neigt zelfs heel erg naar de zware kant. Muzikaal staat het zeker weer als een huis.
Het zompige Dragon met de dance invloeden heeft wel wat van die fuck you houding, maar meer in de trant van arrogantie. Wat andere bands klaar spelen, kunnen wij net zo goed, of nog beter. Nee, dan hou ik op dit vlak meer naar de fuck you houding die ze hiervoor hadden. Bij elke muziekregel lieten ze zien dat deze niet heilig was, en de code met gemak gebroken kon worden. Toch zijn de tracks nu stukken beter uitgewerkt, en ontstaan er meerdere lagen die hier over elkaar heen lopen, en niet langs elkaar. Broke gaat heel sterk de avontuurlijke, zeg maar gerust spannende elektronische kant op met de daarbij aansluitende vette percussie, blieps en overige geluiden. De beatboxer staat langs de zijlijn te trappelen om in te vallen, maar coach Steve Mason kiest er uiteindelijk voor om hem geen rol in het geheel te geven.
Die heeft al lang zijn zinnen gezet op het oppeppende Quiet, waar met hallucinerende sfeertjes de geluidsbarrière wordt getrotseerd. Daardoor roept het sterk herinneringen op aan hun eerste album. Al is hier de gekte gedrogeerd door kalmerende middelen. Geen scherpe kantjes meer, maar heel erg doordacht allemaal. Het resulteert echter wel in een lekkere track met op het einde die swingende versnelling. Alleged zit ergens op de scheidingslijn tussen funk en psychedelica. Omdat hier geen duidelijke voorkeur te bekennen valt vervolgen we na een kleine pauze in erotische zwoele Franse dance, en hier hoor je de ontwikkeling misschien nog wel het beste terug. De bruggetjes die voorheen ontspoorden zijn nu in bezit van de juiste passende bouwstenen. Dat er dan een enkel ander kleurig blokje tussen zit, maakt niks uit. Als het maar past in het geheel.
Als een stoomwals kondigt het kolossale Life zich aan. Hier maken ze het verschil door de samenzang, maar het blijft wel een zwakke broeder in het geheel. Een stuk maatschappij kritischer. Blijkbaar moet deze hippie achtige boodschap geuit worden, al zijn de fans van het eerste uur hier er kennelijk niet de juiste doelgroep voor. Bij Eclipse willen ze de filosofische kant opzoeken met wel een tekst die tot denken oproept. Goed over nagedacht, maar wie zit hier op te wachten?
Met de structuur van de songs hebben ze een flinke stap vooruit gezet. De teksten zijn van een prima volwassen niveau, Daar ligt het niet aan. De knulligheid en bravoure waarmee ze met ons kennis lieten maken, ontbreekt hier. Het gemis maakt het allemaal een stuk minder bijzonder.
The Beta Band - Hot Shots II | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Beta Band - The Beta Band (1999) 3,5
30 juli 2020, 21:19 uur
De Britten staan veelal bekend om hun goed getimede iet wat absurde humor. Dit is ook met regelmaat in hun muziek terug te horen. The Beta Band Rap is zo’n vreemd voorbeeld. Een hoop muzikale ongein waar tussendoor het ontstaan van de band op een komische manier wordt verteld. Je waant jezelf in een vooroorlogse pub waar toekomstige Korsakov patiënten dit klakkeloos meezingen. Heeft het enige inhoud? Zeker niet! Is dat dan belangrijk? Welnee! Het lo-fi gedeelte met slechte raps kan niet anders gezien worden als een goed geslaagde parodie op het genre. Zo ook de Elvis imitator die vervolgens deze Saturday Night karaoke tot een goed einde probeert te brengen. De straal bezopen plaatselijke dorpsgek krijgt een mondharmonica toe gestopt, welke hij vervolgens niet meer terug geeft. Dit allemaal in een nummer. Toch hoop je niet dat dit vervolgens nog negen tracks zo door rammelt. Het herhalende ritme van It’s Not Too Beautiful doet dit in eerste instantie wel vermoeden. Toch is de zang hier wel een mooie verwelkoming. Het is behoorlijk spacy en experimenteel. De kakafonie van oorlogssoundtracks of andere groots opgezette films voegt niet zozeer iets toe, maar storend is het ook niet. Het is wel allemaal te langdradig, en of ik dit als iets serieus moet ervaren, betwijfel ik. Het is een lange trip, die knipoogt naar de grote jaren zestig acts, die door toedoen van drugs de weg aardig aan het kwijtraken waren. Mei in de hoofdrol Sergeant Pepper die verdwaasd op een kinderboerderij de geitjes aan het voeren is.
Simple Boy is een kort liedje gesteund door een enkele bastoon en net zo minimale elektronische hi-hat. Het toppunt van totale verveling heet hier Round The Bend. Een verslag van grote plannen hebben, maar daadwerkelijk niet verder komen dan de plaatselijke supermarkt om drank en eten in te slaan, en vervolgens uit verveling maar een plaat op te zetten. Teksten die vroeger als geniaal werden betiteld worden hier door kleine aanpassingen weg gezet als heuse draken. Dat ze wel degelijk muzikaal tot iets in staat zijn blijkt wel uit het drumwerk met daar doorheen een lekkertje orgeltje. Om vervolgens dit weer totaal opzij te gooien, en ongeorganiseerd verder te gaan. De diepe vervormde zang van Dance O’Er the Border gaat verder in de jaren zeventig. Disco Rules, en de grootheden van de P-Funk murmelen hier wat doorheen. Go With The Flow. Ritmisch loopt het voor geen meter, ondanks dat de juiste samplers wel aanwezig zijn. Het gefluit en de beatbox zijn lachwekkend, zoals het bedoeld moet zijn.
Brokenupadingdong is heel sterk met die lekkere percussie. Mooi dromerig qua opbouw en hierdoor in de lijn van het Madchester gebeuren rond 1990. Maar The Beta Band zou The Beta Band niet zijn als ze hier niet op het laatst nog een rommelig einde aan toe voegen. Dat ze in staat zijn om goed te spelen, dat weet je ondertussen wel, maar ze doen er ook echt alles aan om niet serieus genomen te worden. Er wordt flink gestoeid met psychedelica, dub en Caribische instrumenten in Number 15, welke handelt over een niet houdbare relatie, vol met kleine irritaties, welke uiteindelijk groot weten uit te vallen. De opbouw naar het ritmische goed in het gehoor liggende Smiling is so jaren negentig. We stappen hier binnen in de magische wereld van Feel Good dance, waar blijkbaar goedkeurend van collega’s gejat wordt. Misschien is het wel omdat ze hierin niemand lijken te vergeten, dat het ze vergeven wordt. Het komt allemaal zo onschuldig en goed bedoeld over.
The Hard One neemt Totally Eclipse Of The Heart van Bonnie Tyler onder handen. Met de nodige bliepjes trippen we terug naar de jaren tachtig. De diva zelf zal zich hier niet zo druk over maken, lijkt mij. Het levert in ieder geval nog genoeg zakgeld op om haarlak te kopen voor haar kenmerkende haardos. Vervolgens worden alle mogelijkheden van de elektronica getest, en gaan we ongestoord verder waar ze waren gebleven met de nodige The Beatles invloeden die zich vreemd genoeg prima bij passen. Zelfs schrijver en componist Jim Steinman deed niet moeilijk over het gebruik van elementen van de track, wat uiteraard een hoop rompslomp scheelde. Overrompeld in effecten gaat The Cow’s Wrong net niet ten onder. Eigenlijk lijkt het zelfs nog enigszins een serieuze ondertoon te hebben, maar bij The Beta Band blijft dit lastig te beoordelen. Wel schudden ze met hun debuut de Britse muziekscene wakker, door de nadruk te leggen op dat in een band spelen vooral leuk moet zijn.
Deze Schotten uit Edinburgh hebben lak aan alle muzikale regeltjes, en doen gewoon waar ze zin in hebben. Juist dit gebrek aan structuur werkt erg in hun voordeel. Zelfs hun serieuze collega’s uit deze periode bejubelen hun aanpak. De langdradigheid en het oeverloos ploeteren heeft zeker zijn charme, maar begint ook wel teveel in hun nadeel te werken. Met wat minder tijdsverspilling had de gimmick nog meer effect gehad.
The Beta Band - The Beta Band | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Cactus Blossoms - Easy Way (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:19 uur
Bij The Cactus Blossoms heerst een heel sterk déjà vu gevoel, wat hier niet echt in hun voordeel lijkt te werken. Het is allemaal wel sterk beïnvloed door het geluid van rond 1960. Ooit, lang geleden was deze sound best revolutionair. Elvis Presley schudde de wereld wakker met zijn baanbrekende combinatie tussen country, blues en rock & roll. Min of meer kwam hier de benaming popmuziek uit voort, en een van de eerste die hier succesvol op in sprongen waren The Everly Brothers. Ook in Nederland wekte dit de nodige interesses, veel singles waren bewerkte vertalingen van nummers van dit tweetal. Ondanks dat de uit Minneapolis afkomstige muzikanten Page Burkum en Jack Torrey heten, hebben we hier ook te maken met broers. Het grote verschil is echter dat hun grote voorbeelden hit na hit wisten te scoren, en dat The Cactus Blossoms weinig naamsbekendheid hebben opgebouwd. Het is te gemakkelijk om dit af te doen met het cliché vooroordeel another time, another place. Klassiekers worden altijd geschreven, en zullen altijd in ons geheugen geprint blijven. Als de invloed van deze voorbeelden zo in je sound vervlochten zit, dan is het meer dan logisch dat de vergelijking met die grootheden benoemd wordt. Na het naamloze debuut wisten ze al de aandacht te trekken met You’re Dreaming en is er nu hun derde plaat Easy Way. Tegenwoordig wordt het vaak weg gezet als suffe muziek. Heeft dit heden nog bestaansrecht, of moet men dit weg stoppen in de archieven van een museum, om hoogstens bij een gerichte tentoonstelling tevoorschijn te toveren.
Easy Way is een mooi eerbetoon gericht aan de tijden van weleer. Middelbare schoolromantiek van je ouders of grootouders. Maar wie verder luistert hoort vooral goed gitaarspel met een ietswat droevige sound. De broers zijn met hun stemmen zo goed op elkaar ingespeeld, waardoor het eenvoudig over dreigt te komen. Maar de harmonieuze samenzang komt juist door het grote verschil in hun vocalen. Zoekt de een meer de laagte op, dan zorgt de andere ervoor dat de hoogtes gehaald worden. Het zal waarschijnlijk echt in de genen liggen, want er zijn tig van voorbeelden te noemen waar broers elkaar zo treffend kunnen aanvullen. Je zou hier ook met gemak de Finn Brothers ( Split Enz, Crowded House) kunnen noemen. Toch is het op Easy Way net wat minder indrukwekkend allemaal, het blijft te vlak. Jammer dat ze niet hun sterkste troef meer uitspelen. Soms durven ze wat meer te rocken zoals bij Please Don’t Call Me Crazy, maar verwacht geen onverwachte uitspattingen. Zeker geen slechte plaat, prima gitaarspel en dito zang, maar net wat meer variatie zou niet verkeerd zijn.
The Cactus Blossoms - Easy Way | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Dandy Warhols - Why You So Crazy (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:18 uur
Dat deze band is afgeleid van eigenzinnige kunstenaar Andy Warhol zal iedereen bekend zijn. Buiten dat feit vervullen de uit Portland afkomstige The Dandy Warhols ook grotendeels zijn uitgekristalliseerde leefwijze. Met de kleine catchy novelty hit Not If You Were The Last Junkie On Earth hadden ze hun fifteen minutes of fame. Dit hebben ze als een eindeloze lange psychedelische trip weten uit te bouwen. Vervolgens wisten ze zich als goedkope prostitué te hoereren aan een mega groot mobiele telefonie bedrijf met Bohemian Like You. De frontman Courtney Taylor-Taylor is moeilijk te peilen. In interviews lijkt hij zich te verschuilen achter een mysterieus druggy imago. Een band die zo kan aanschuiven bij de glamour jetset met hun glossy lifestyle, maar ook de status uitstralen van een verlopen designer act. Uitgerangeerde stadsjunkies met de drang om te scoren. Verwacht met Why You So Crazy geen meesterwerk in je handen te hebben, maar een plaat die in het verlengde ligt van smaakvolle voorgangers als Distortland en This Machine. Deze modieuze punkers verzetten zich tegen de maatschappij door hun eigen weg te gaan, of dit nu succesvol is of niet.
Met de gedateerde dancesample trappen ze af in Fred N Ginger. Niks verkeerds mee, sterker nog, perfect om een concert mee te beginnen. De aandacht is getrokken, en vervolgens keihard toeslaan; bam! Dat vuurwerk wil best wel komen met het cyberpunky Terraform. Futuristisch van opbouw met een tegendraadse swing. Maar dit zijn toevallig wel The Dandy Warhols. Voor hun is het uncool om hier een gave draai aan te geven, dus laten ze het langzaam afsterven. Highlife heeft een vet rockende lekkere sound waarbij Zia McCabe niet onverdienstelijk haar zangtalent mag laten zien. Er wordt dus weer gemakkelijk heen en weer gesprint tussen een breed scala aan stijlen, inclusief een Yankee Doodle cowboy yell. De rommelige overgang naar Be Alright om vervolgens onder de punkrock ergens iets van een xylofoon achtig geluid te plaatsen is typerend voor deze band. Nog steeds afvragend of dit knulligheid is om het onderontwikkelde muzikale talent te camoufleren of juist heel doordacht geniaal. Het is stiekem allemaal best wel lekker, of mag dat niet zo uitgesproken worden. Zo ook de minimale beat die zich al funkend doorzet in het dansbare in Thee Elegant Bum. Met een eenvoudige basis wordt al snel iets kolkends neer gezet. Als er een track op de plaat hit potentie heeft, dan is deze dat wel.
De country is meer aanwezig in het steady Sins Are Forgiven. Bij Next Thing I Know weet je bij voorbaat al niet wat je vervolgens moet verwachten. Met een dominante beat zetten ze het beginsel neer, om vervolgens tegendraads zwoel verder te modderen. Elke zichzelf respecterende band zou kiezen voor een logisch te herleiden vervolg, maar juist de afstompende aanpak maakt The Dandy Warhols interessant. De lazy onverschillige uitstraling komt op Why You So Crazy minder over als een gimmick, de indierockers hebben het geperfectioneerd tot hun eigen geluid. Small Town Girl is stoere folk, niet door van die baard dragende would be hippie hipsters. The Dandy Warhols zijn op en top rock & roll, en dit hoor je overal doorheen. Bij het zeer vreemde To the Church wil het net niet helemaal werken. Een ontlede song, waar het hart is geplaatst op de plek van het hoofd, en het stuurloos lijkt te disfunctioneren. Soms moet je wel degelijk er met je gedachte bij zijn, en niet alleen het gevoel volgen. Motor City Steel is een schaamteloze Real Wild Child rip off van Iggy Pop, alleen met andere woorden. Zelfs de zang van Courtney Taylor-Taylor ligt er gigantisch dik bovenop.
Dat experimenteerdrang ook positief kan uitvallen bewijzen ze wel met het donkere Forever. Deze verrassende single met scary clip welke duidelijk een persiflage is op een wurgcontract, lijkt niet de meest voor de hand liggende keuze, maar maakt wel indruk. Het afsluitende pianostuk Ondine laat wel vakkundigheid horen, maar wil zich niet hechten tot een geheel. Ze flikken het weer, of ze flikken het weer niet. Zouden The Dandy Warhols geadopteerd worden door iemand als Damon Albarn, en als leden van zijn persoonlijke Apenheul, genaamd Gorillaz een flinke vinger in de pap hebben, dan zijn ze zelfs nog in staat om deze cultstatus te kunnen ontgroeien. Nu is het de zoveelste bijna geslaagde plaat.
The Dandy Warhols - Why You So Crazy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Test Dept. - Disturbance (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:18 uur
Het Verenigde Koninkrijk staat op het punt om als een kaartenhuis om te vallen, en daar zijn ze opeens weer; de jongens van Test Dept. Vanuit het riool van het bestaan wachten ze op de kans om het volk toe te spreken. Als er bij de Britten een vrouwelijke politiek leider opstaat, breekt de pleuris uit. Alleen hield Margaret Thatcher zich beter staande dan Theresa May. Weer is er sprake van dreigende werkeloosheid, vreemdelingenhaat en verdeeldheid onder de arbeiders. Met alleen nu met een gigantisch groot vraagteken, wat zal de Brexit het Verenigde Koninkrijk brengen? Opererend vanuit crisiscentrum Londen laten deze anarcho punkers weer eens van zich horen, en ze zijn boos, heel boos. Als vampiers die ontwaken uit hun winterslaap stappen ze de nieuwe eeuw in. Hun laatste wapenfeit stamde nog van voor de Euro, welke min of meer alle problemen veroorzaakte, en hier staan ze weer opnieuw op de barricades, met het sterke Disturbance.
Dreigende geluiden voorspellen veel wanhoop en onheil. Er wordt direct al flink in de ziel gepord met het duistere Speak Thruth to Power, want daar doet het zeer. De onzekere toekomst die geschetst wordt staat al gelijk centraal. Vlagen van het volkslied krijgen in de vorm van samplers een lugubere uitstraling. Groot Brittannië op de vooravond om definitief in een spookstad te veranderen. Zich afsluitend van de buitenwereld, een langzame pijnlijke ondergang tegenmoet gaande. Blijf je mening verkondigen. Pamfletten zijn vervangen door Social Media. Een machtsmiddel voor beide partijen. Oproepen tot actie en stakingen, de mond gesnoerd zien worden door fake nieuws. Tegenwoordig is de positie van de Britten op wereldniveau lang niet meer zo sterk als in de vorige eeuw, dus de onvrede is gemeend. Het Electric Body Music achtige Landlord timmert er als vanouds weer flink op los. We zijn weer terug bij de geijkte nulpunt 1984. Het tijdsverschil is van een uurtje terug gedraaid naar vijfendertig jaar. De kunst is om niet alleen hard toe te slaan, maar ook nog de boodschap over te brengen.
Debris is een stuk zachter en liever. Op de achtergrond hoor je nog de stemmen, maar die zijn verdrongen door een niks aan de hand camouflerend melodietje. Pas tegen het einde loert het gevaar. Het gevoel van zelfdestructie staat op de voorgrond bij Full Spectrum Dominance. Als een sluipmoordenaar nemen de repeterende klanken het over totdat ze samen smelten tot een kwaadaardige dansbare beat. De krachtige vocalen lijken verder weg gestopt, waardoor het een onmogelijke opgave lijkt om ons toe te spreken. Dan maar op de ouderwetse manier, door veel slagwerk die de geluidsmuren steentje na steentje afbreken in het heftige Information Scare. De zang is slepend en gemeen, en weet zich los te wringen van de elektronica. Het bijtende gif verspreid zich vanuit de zwetende los gedanste poriën, en laat een zweem van walging achter. De bewaker van de onderwereld duwt ons de diepte in. Het slecht aflopende sprookje krijgt hier de naam Gatekeeper toe geëigend. Monotoon marcheren we het onheil tegemoet.
De spreker van GBH84 probeert het verraad netjes in te pakken. Ook al is een Engelse gentlemen kwaad, hij zal bijna altijd proberen zo correct mogelijk te klinken. Oorverdovend gaan we de confrontatie aan, met Test Dept. als onze strijdlustige metgezel. Het effect van deze sound komt minder zwaar binnen dan voorheen, blijkt weer eens dat de maatschappij ondertussen wel aan veel gruwelheden gewend is geraakt. Shockeren wil het niet meer, al zal live de zaal hiermee wel weg geblazen worden. De Oosterse tonen van Two Flames Burns geven gehoor aan een nieuwe taal, een andere levensstijl. Multicultureel, zonder onderscheid. Test Dept. laat ons niet meer als slaafse onderdanen verdwijnen in de gehaktmolen, daarvoor is de muziek niet meer tegendraads genoeg, wel weten ze de boel nog steeds flink op te schudden.
Test Dept. - Disturbance | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Boy Harsher - Careful (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:18 uur
Het uit Northampton afkomstige synthesizer duo Boy Harsher weet te integreren met grimmige retro electropop. Achter dit project verschuilen zich zangeres Jae Matthews en producer Augustus Muller. Goed geproduceerde coldwave welke zich met gemak kan meten met de meer duistere New Wave uit de jaren tachtig. Met hun licht provocerende clips spelen ze in op de donkere kant van het bestaan. Het gotische sfeertje wordt nogmaals benadrukt in de honger naar bloed, zoals in video van Fate. Het nachtleven lijkt hierbij centraal te staan. De erotisch androgeen klinkende Jae neemt als dominerende meesteres de rol als frontvrouw erg serieus met aan haar zijde op het podium de muzikale partner Augustus als slaafse volgeling. Een sterk verbond die na hun debuut Yr Body Is Nothing nu hun tweede album Careful aflevert.
Weinig licht en heel veel leer. Clubmuziek voor nachtbrakers. Keep Driving introduceert je in een gemaakte unheimische schemergebied tussen realiteit en fantasie. Het alter ego staat hierbij centraal, niet de verslofte ware ik. Met op de achtergrond de ruis van passerend verkeer. Koortsig de grenzen opzoeken om het gelukmakend gevoel te krijgen. Sex, drugs en zelfvernietiging. Welkom in de verrotte wereld van Boy Harsher. Wees voorzichtig, je bent gewaarschuwd. Wantrouw de aantrekkingskracht van de hypnotiserende zang, gedirigeerd door keyboardklanken. Face The Fire heeft die klinische lompe beat; de dansbaarheid en overlevingsdrang van gevorderde navelstaarders. Ruimtes gevuld met nevelige kunstmatige mist van voor het rookverbod. Heerlijke adult darkwave disco.
Net als in de jaren tachtig leven we nu in een tijdperk gevuld met angst en onzekerheid. Probeerde men voorheen te verbroederen, tegenwoordig wordt er vooral voor zichzelf gekozen, met eenzaamheid als gevolg. Dat is het wezenlijke verschil. Boy Harsher vlucht weg in de postpunk en de daaruit volgende darkwave. De deprimerende sound krijgt impulsen van de Electric Body Music in Come Closer en Trevor Horn-achtige bigbeat samplers die LA laten ademen. De synths zijn bepalend in de klankkleur zoals in het loodzware Crush en titelstuk Careful waar mee wordt afgesloten. Om het allemaal sterker over te laten komen wordt de nodige dramatiek, geschreeuw en theatrale sound aan het geheel toe gevoegd. Zolang de ijzige sfeer maar rond het vriespunt blijft.
Boy Harsher - Careful | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Japanese House - Good at Falling (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:17 uur
Het blijft wennen, die stemvervormer. Nog steeds afvragend of dit echt daadwerkelijk iets toevoegt aan het geheel. Maar goed, we leven in een tijdperk waar er veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Ook bij The Japanese House is dit het geval, al blijft het gelukkig beperkt. Went to Meet Her [Intro] heeft dit schijnbaar nodig, en voelt aan als een hedendaagse variant op de soft erotische sound van Enigma in de jaren negentig. De uit Buckinghamshire afkomstige Amber Bain weet met haar alter ego The Japanese House niet in deze valkuil te stappen, al snel voegt ze drum en gitaar toe aan het dromerige geluid. Ondanks dat ze al vier EP’s voor haar debuut heeft uitgebracht, horen we hier allemaal gloednieuwe songs. Door haar stem in meerdere lagen over elkaar heen te mixen ontstaat er een soort van koortje om het een wat voller geheel te geven. Gelukkig wil de gitaar nog regelmatig rocken, wat het net iets meer pit geeft. Anders is het goed bedoelde dreampop die geruisloos passeert, maar je niet als reiziger mee neemt. Good at Falling staat dus totaal los van haar eerdere werk. Over het algemeen ervaar je bij deze stroming voornamelijk romantiek. Hier staat thematisch verdriet centraal, en de eenzaamheid die dit tot gevolg heeft.
Dat trieste gevoel wordt nogmaals sterk geaccentueerd in de video van Maybe You ‘re the Reason . Ze leeft daarin samen met de eeuwige trouwe metgezel, haar eigen spiegelbeeld. Ook de scenes dat ze zichzelf omarmt komen erg zielig over. Wat is dat toch met vrouwen dat ze zo gemakkelijk hun ziel open en bloot durven te geven. Zelfs over de drang naar alcohol wordt schaamteloos bezongen in Everybody Hates Me. Ik heb er vaak moeite mee, hou het mooi allemaal bij jezelf. Geen haatgevoelens, of ze worden niet geuit. Is er dan de hoop die hier overheerst, dat de ex vriendin weer een rol in haar leven gaat spelen? Buiten dat gegeven hoor je een zeer getalenteerde muzikant, die misschien wel noodgedwongen alles op zich neemt. De teksten, de zang en het veelvoudig gebruik van instrumenten, ze doet het allemaal zelf. Wel krijgt ze de nodige support van twee leden van de band The 1975; Matthew “Matty” Healy zingt mee in f a r a w a y, en George Daniel wil als producer regelmatig bij springen.
Bewonderingswaardig hoe persoonlijk ze zich op de plaat opstelt, al zal de vroegere partner zich ongemakkelijk voelen, bij Marika Is Sleeping wordt ze zelfs bij naam genoemd. Lijkt mij een flinke inbreuk doen wat betreft de privacy. Hoogtepunt Somethingfartoogoodtofeel heeft een zwaardere benadering, die vooral in de meerstemmigheid is terug te horen. Realiteitsbesef en dit een plek kunnen geven, al zit ze duidelijk nog in de eerste fase van het verwerkingsproces. Blijkbaar is het niet alleen maar een break up plaat over het eindigen van een liefdesrelatie. Went to Meet Her [Intro], You Seemed So Happy en afsluiter I Saw You In A Dream handelen over zinloos geweld. Een goede vriend van Amber wordt in elkaar geslagen, en zal later aan de gevolgen hiervan overlijden. Ondanks dat de vocalen vaak erg lief en zalvend klinken, is het absoluut geen gemakkelijke plaat. Het nadeel is dat je zonder enige achtergrondinformatie niet het verschil ervaart tussen de twee soorten afscheid; die van de liefde, en die van het leven. Nu misplaatst je al snel essentiële lyrics.
The Japanese House - Good At Falling | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dez Mona - Book of Many (2019) 4,5
30 juli 2020, 21:17 uur
Waarom heeft men de neiging om muziek onder te brengen in hokjes? Ook hier komt al snel de gedachte op om bands met elkaar te vergelijken, en ze te koppelen aan bepaalde stromingen of stijlen. Vaak is het wel overduidelijk te horen, maar ook met regelmaat weet een act daadwerkelijk iets toe te voegen, waarmee ze niet in een categorie te plaatsen zijn. Bewust zichzelf buitenspel opstellen. Dez Mona is zo’n groep. Zanger Gregory Frateur kreeg voorheen nog steun van de contrabas spelende Nicolas Rombouts. Niet alleen instrumenten kunnen na jaren versleten zijn, hier was het ook het geval bij de muzikant. Totaal leeg en stuk gespeeld. Book Of Many heeft hier niet echt onder geleden. Sterker nog, deze gedwongen impuls heeft zoveel moois opgeleverd, waardoor deze Belgen overtuigend het bewijs afleveren nog degelijk bestaansrecht te hebben. Dat ze hierbij ondersteuning krijgen vanuit het dEUS kamp, heeft geen invloed op het werk, maar moet meer gezien worden als een vriendendienst. Vorig jaar werd in West – Vlaanderen WOI herdacht. De Groote Oorlog eindigde 100 jaar geleden. Het project heette GoneWest, wat staat voor sterven in het westen; strijdend ten onder gaan. Dez Mona werd hierin betrokken en leverde hiervoor vijf songs af, die uiteindelijk ook de basis vormden voor Book Of Many. Hierdoor wordt er flink touw getrokken tussen hoop en verlies, maar ook schuld en pijn staan hierbij centraal.
Dat muziek een kunstvorm genoemd mag worden die de nodige waardering verdient hoor je terug in het culturele startstuk Half River Half Man. Na het minimale klankenpalet is het de accordeon die sturing aan het geheel geeft. Niet zozeer als instrument, maar meer als de tweede stem die probeert iets opbeurends te zeggen tegen de neerslachtige getekende Frateur, en hier wonderbaarlijk treffend in slaagt. De zanger eist zijn rol weer op in het naar hogere sferen gezongen How Beautiful. Met een onwaarschijnlijk gemak weet hij het hart van de meest geharde luisteraar open te splijten om recht in die kern te belanden. De toetsen tikken daarbij gevoelig op de pijnlijke plek. Poppies is een stuk aardser, met deze single lijken ze zich te richten op een groter publiek. Het refrein is kort en krachtig, maar weet zich daardoor wel effectief binnen te dringen. Er is ruimte voor warmte en roept op tot eenwording. De afwisseling door de Piano is prettig om met de volle aandacht te beginnen aan Journey Reunite. Met mooie harmonieuze samenzang worden we gezogen in iets krachtigs als een zeemanslied met cabaretachtige wendingen. Laat de drank maar rijkelijk vloeien, we proosten op het leven en drinken het verdriet weg. De stilte kan zo hard vallen als deze op de juiste manier benut wordt. Terwijl vocaal in Wolves een zo dromerig mogelijke weg wordt ingeslagen, wordt de overige ruimte vervuld met alleen de hoofdzakelijke klanken. De serene rust krijgt hierdoor meer diepgang. Pas tegen het einde wordt dit verdreven.
Het marcheren van doodse intrigerende drumslagen vormt de basis van het meer dreigende Another Kind of Life. De echo op de zang veroorzaakt de twijfel, alsof een innerlijk schizofreen stemmetje de hoofdpersoon hier toespreekt. Kwaad willend of goed bedoelend. Een gitaar schildert lange donkere strepen op het naakte witte doek, en bevrijd haar van de onschuld. Uiteindelijk domineert alleen de kleur zwart. Mystiek komt hiervoor in de plaats bij het geheimzinnige Lament. Door de meerstemmigheid krijgt ook deze song een duistere aanpak. De publieke boetedoening van Blame laat je met gesloten ogen terug denken aan vergeten zondes. Een moment van zelfmeditatie. De beloning hiervoor komt er vervolgens in het ontspannend werkende Accordio. De toegankelijkheid van High Up the Sky werkt als een exorcisme. Gezuiverd van alle blaam als een vernieuwde ik de wereld tegenmoed tredend. Bij Skai Blue heeft de accordeon de functie om het folkloristische gevoel op te roepen. Dit oer instrument is een van de dragers van de muzikale achtergrond van het Frans sprekende gedeelte van België. Een chauvinistisch eerbetoon. Zelfs tegen het einde lukt het Dez Mona om de volledige aandacht op te eisen. De opbouw van Darkest Hour wordt stukje bij stukje opgezet. Een schouwspel met de nodige dramatiek die momenten zonder enig geluid kent, om vervolgens weer vanuit die basis zich ontwikkeld tot een opera achtig einde. Zelfs met het weg vallen van een van de basisspelers weet Dez Mona meerdere malen te scoren.
Dez Mona - Book of Many | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fluct - All the World Is Green (2018) 3,5
30 juli 2020, 21:16 uur
Van Tom Waits moet je af blijven. Zijn songs passen nu eenmaal bij die rauwe diepe stem, en verdienen geen andere benadering. Fluct heeft echter het geluk dat ik deze informatie niet bezat toen ik mijzelf aan de eerste luisterbeurt van All the World Is Green onderwierp. Er was wel herkenning, maar het duurde een tijdje voordat de link gelegd was. Dit Italiaanse duo kiest dan gelukkig ook niet voor het bekendere werk van de grootmeester. Zangeres Elena Tavernini en bassist Giacomo Papetti hebben een jazz achtergrond, die goed terug te horen is op de plaat. De benadering is meer pop gericht, maar dit verklaard in ieder geval waarom er voor Waits gekozen is. Hij weet jazz ook met pop en avant garde te combineren. Iets wat Fluct ook in een lichtere variant doet.
Met het dromerige Kiss Me wagen ze zich op glad ijs. Als een ware gothic koningin brengt Elena haar geschoolde stem ten gehore. Als je zo overtuigd bent van je eigen kunnen, dan mag je dit ook volledig uitbuiten. Het zit net op de grens van triphop, maar dan met minder nadruk op de beats. De meer zomerse aanpak van Rain Dogs is verfrissend. Mooi gebruik gemaakt van niet gangbare instrumenten, en als een ware overtuigende diva loopt de zangeres op een uitgesponnen toonladder het podium op. De vocalen prettig vervormd, wat een gruizig effect aan het geheel geeft. Qua sfeer probeert ze daardoor dicht bij het origineel te blijven. Het rauwe eigenzinnige van Waits wordt niet overtroffen, maar wel benaderd. Door de bas hoor je duidelijk de jazz invloeden terug, de percussie maakt er een dansbaar Zuid Amerikaans voorjaarscarnaval van.
Flowers Grave ondergaat als startpunt een psychedelische behandeling. Oosterse klanken die uit de gitaar getoverd worden, om in alle rust verder te gaan in een toegankelijk akoestisch poppy geheel, een prachtig zuiver zingende Tavernini zorgt voor de glans. Met volledige overgave ondergaan we de duisternis van het zwaardere Take It With Me. Het gitaarspel laat ontsnappende vluchtige akkoorden op ons los, die zich vervolgens aangenaam settelen in de warme sound. Het zijn de vocalen die er een luchtigheid aan toe voegen. Anywhere I Lay My Head ondergaat een stijlvolle gospelbehandeling inclusief de aangeslagen toetsen van een kerkorgel. Met wat boogie woogie accenten krijgt het de extra muzikale inkleuring. Alleen dat einde met die onlogische tempo versnellingen had achterwege moeten blijven.
Mooi hoe vervolgens Trampled Rose als dreampop aftrapt om vervolgens wat steviger met een vleugje postpunk uit te pakken. Al blijf ik hopen op een geweldige uitbarsting die helaas niet komt. Het had zich krachtiger kunnen ontwikkelen, alle elementen daarvoor zijn hier aanwezig. De ruimtelijkheid van titelstuk All The World Is Green laat weer nieuwe elementen horen. Het is een stuk deprimerender en slepender. De electronika weet dit goed naar zich toe te trekken. Wel moet ik concluderen dat de tracks aan de lange kant zijn, het volledig uitwerken komt niet altijd op een geslaagde manier over. Hier zou een meer compacte aanpak meer op zijn plek zijn. Little Trip To Heaven balanceert ergens tussen een slaapliedje voor jonge kinderen en een sfeervol klein trippend jazzliedje. Er wordt grootst uitgepakt bij Just The Right Bullets, en hier wil het wel werken. Schreeuwende begeleiding die de zang steeds verder de duisternis weten in te trekken. Hierdoor wagen ze zich net aan het grensgebied van noise en industrial, zonder er volledig aan over te geven. De gitaar is afgestemd op de lage akkoorden, en hier krijg je wel tegen het einde de gehoopte explosies. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.
Fluct - All the World Is Green | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Amanda Palmer - There Will Be No Intermission (2019) 4,5
30 juli 2020, 21:16 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
TEEN - Good Fruit (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:16 uur
Teen is niet genoemd naar een stel losbandige pubers die samen muziek maken, maar is de koosnaam van Kristina (Teen) Lieberson. Samen met haar zussen Katherine en Lizzie vormen ze de uit Brooklyn afkomstige vrouwenband die met Good Fruit hun vierde album afleveren. Als dochters van componist Peter Lieberson kregen ze van het thuisfront al de nodige bagage mee. Kristina heeft tevens in de folky rockband Here We Go Magic gespeeld, voordat ze de doorstart maakte met Teen. Muzikaal gezien ligt dit totaal niet in het verlengde van haar vorige project. De sound heeft een hoog bubblegum en rollerskate gehalte, wat grotendeels komt door de lieve met koortjes gevormde vocalen. Je hoort geen grote ontwikkeling terug, ze gaan door op de lijn van voorganger Love Yes. Dat ze het wel degelijk in zich hebben om een meer avontuurlijke richting op te slaan, hoor je een aantal keren terug, maar wordt te weinig uitgewerkt.
Met een foute aerobic beat kunnen we alvast warm lopen voor Popular Taste. Lekker de spieren helemaal los schudden in fluorescerende pakjes en gebreide beenwarmers. De song heeft een hoog disco gehalte, en nodigt je op een vriendelijke manier uit om te bewegen. Niks aan de hand muziek voor in de sportschool. Ripe springt er minder op los, maar heeft van die vette oldschool bliepjes. Het tempo gaat een heel stuk omlaag, maar sluit zich prima aan bij de voorganger. Om met gebruind strak lichaam zonder de overbodige kilo’s de zomer te trotseren. daar op het strand zouden de frisse klanken van Teen ook prima tot hun recht komen. Met de ABBA achtige samenzang van Only Water blijven we hangen in het vintage jaren zeventig geluid. Radar heeft zelfs mooie dreampop invloeden, en hiermee betreden ze de jaren tachtig. Het blijft wel behoorlijk toegankelijk. Connection heeft veel van de dwarsheid van een gedurfde New Wave track. Het is de zang die hier net te soepeltjes door heen wandeld. Mooi als je zo’n zacht kinderlijk geluid kan produceren. Bijna tegen de perfectie aan, maar het neemt ook alle spanning weg. Pas als halverwege de laag gestemde tweede stem toegevoegd wordt, gaat het de gewaagdere kant op.
Een relaxte laidback saxofoon en blikkerige percussie benadrukt nogmaals die Eighties feeling. Luv 2 Luv wil er wel meer inhakken. De heerlijke harde beat met daar overheen de vocalen die hier wat meer moeite nemen om niet hetzelfde te klinken. De aangename versnelling zorgt voor wat meer variatie. De synthballad Shaduw ondergaat door de samplebreaks een hip hop getinte behandeling. Ook hier voegen de wat opgepimpte zangpartijen iets stoers toe. Mooi hoe het tegen het einde tot broeiend warm weet te ontwikkelen. Al had het nog beter uitgewerkt kunnen worden. De Deephouse van Runner geeft het een lekkere dansbare sound , en ook hier ontbreekt gelukkig de wat krampachtige met maniertjes en tierelantijntjes verpakte samenzang. Genoeg durf om eigenlijk een hele plaat mee te vullen. Putney gaat aangenaam verder met een onder dompelende funky baslijn, waarmee ze zich in het verleden schaamteloos bij de Prince stal hadden kunnen voegen. Pretend wordt gered door de korte soundscapes tussendoor, maar is verder te zoetjes. Wie voor mooie op safe gespeelde harmonische stemmen houdt, met soms wat licht gewaagde uitspattingen komt prima aan zijn trekken op het speelse Good Fruit.
Teen - Good Fruit | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hugh Marsh - Violinvocations (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:15 uur
De violist Hugh Marsh is in het filmmuziek wereldje al een gevestigde naam. Hij verleende zijn kwaliteiten aan grote, maar ook minder grote scores waarbij componisten als Harry Gregson-Williams en Hans Zimmer zich aan verbinden. Toch heeft de in Montreal geboren Canadees zijn oorsprong in de jazz en popmuziek. Na zijn samenwerking met Bruce Cockburn werd hij gevraagd door Dalbello, Loreena McKennitt, Iggy and the Stooges en Robert Palmer om nummers van een mooi arrangement te voorzien. Zelfs in het postpunk kamp was hij te vinden. Als trouwe metgezel van Bauhaus frontman Peter Murphy stond hij naast hem op het podium tijdens de Just For Love tour. Een veelzijdige muzikant dus, die zich niet laat onderbrengen in een stroming, al heeft hij zijn roots in de jazz, wat zeker terug te horen is op zijn album Violinvocations.
Violinvocations is een breed opgezette resultaat, waarbij de basis zich vormt in de door een viool gestuurde ambient soundscape. Dat Marsh hierbij zijn spel durft te onderdompelen in een meer elektronische benadering is een gedurfde maar zeker geslaagde opzet. Bij I Laid Down in the Snow hoort het gekraak van een oude versleten antieke langspeelplaat, om je vervolgens te laten mee voeren in een oase van totale rust. Hierdoor worden al je gedachtes opzij gezet om volledig geschoond van invloeden van buitenaf deze luisterbeurt te ondergaan. Wat volgt is een Wellness stilte al wordt er hier niet in kalm water gebaad, maar in de geluidsgolven.
Het met stemeffecten opgevrolijkte Miku Murmuration gaat met deze benadering de Japanse Casio kant op. Deze vervreemde retro eighties computerbliepjes werken niet in het voordeel, maar roepen irritaties op. Gelukkig wordt er vervolgens veel goed gemaakt als Thirtysix Hundred Grandview hier op aansluit. Ondanks dat de basis hier ook in de Oosterse wereld lijkt te liggen, gaat het verder waar I Laid Down in the Snow eindigde. Meer avontuurlijk wordt het na de toevoeging van de eenvoudige percussie. Daaraan gekoppeld wordt een breed uitgespannen licht symfonisch synthesizersound.
De kern van The Rain Gambler is klein gehouden. Meer minimalistischer wordt er gezocht naar een aangename aansluiting van het geluid. Met nieuwe toevoegingen als de vallende regendruppels vervolgen we de weg. Het hoogtepunt komt vervolgens met het geslaagde intro van A Beautiful Mistake, waar vlagen van hiphop samplers en een overstuurde gitaar terug te horen zijn. Die laatste krijgt vervolgens een aangename Hendrix achtige rol in de dominerende tegen de noise leunende effecten van de track. een grotere opbouw was hier wel degelijk op zijn plek geweest.
Meer pastoraal en met behulp van een orgel dwalen we af in Da Solo Non Solitario, hierbij is zijn achtergrond in de soundtracks duidelijker terug te horen. Op die positie zou het ook stukken meer tot zijn recht komen. Het gekraak waar Violinvocations meer begon is weer terug te horen in het overspannen intro van Across the Aether, ook hier lijken Oosterse instrumenten hun intrede te doen. Als een samenvatting van eerder horende invloeden wordt de reis in stilte vervolgt. Afsluiter She Will is met zijn Celtische geluidsvelden weer aangenaam filmisch. Helaas hoor je op de nummers weinig terug van zijn Jazz verleden. Vaak valt hij thematisch terug op dezelfde basis, terwijl hij het vermogen bezit om het meer uit te diepen.
Hugh Marsh - Violinvocations | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Vök - In the Dark (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:15 uur
Dat de muziekscene van IJsland erg levendig is, en een stuk warmer dan het land doet vermoeden, hoeft hier niet meer vermeld te worden. Het uit Reykjavik afkomstige Vök doet alweer een aantal jaren mee, en wist zich vanuit sfeervolle triphop op de Tension EP te ontwikkelen tot de stukken dansbare electro sound die ze op hun nieuwe album In The Dark ten gehore brengen. Minder overduidelijk staat de saxofoon van Andri Már centraal, wel is het zangeres Margrét Rán die nog steeds haar prominente rol weet op te eisen. Hierdoor is het allemaal veel frisser, zeg maar gerust wereldser. Voor de beats die niet uit het kastje komen is percussionist Einar Hrafn verantwoordelijk.
Ondanks de albumtitel is In The Dark alles behalve een zwaar album. Elk verdriet is op termijn om te buigen tot iets moois als geluk. Het is een echte clubplaat geworden, waar de duisternis synoniem lijkt te staan voor het bruisende nachtleven. Ontwakende zonnestralen die de feestgangers in volledige euforie naar buiten begeleiden met op de achtergrond Night & Day. Misschien is het typerend voor het westen om de duisternis als iets zwaars te beschouwen. Hier wordt juist dat donkere met net zo’n luchtigheid bezongen als hoe men de zon vaak adoreert. Vanwege de dromerige oorsprong van Vök krijg je een aangename benadering van de stampende discosound met meer trippende effecten. Niet zozeer psychedelisch en druggy, maar juist zeer helder, scherp en verfrissend. Dat hier de hoofdrol wordt toegeëigend door de zangeres komt allemaal zeer logisch en spontaan over. Sterker nog, zou de elektronische invulling geëlimineerd worden, dan nog staat er een prima popgerichte basis, die klakkeloos met andere instrumenten een prima klankkleur kan krijgen.
Dat ze ook de diepte aan kunnen, bewijzen ze wel in het zwaardere Round Two. Juist die afwisseling maakt het een stuk sterker en serieuzer. Margrét Rán heeft vocaal aardig wat te bieden, en dat laat ze hier dan ook absoluut horen. Spend The Love leunt voornamelijk op haar sensuele uithalen, Fantasia krijgt mede dankzij haar kwaliteiten een meer jazzy aanpak. Dit nieuwe geluid van Vök zweeft ergens tussen de dreampop en deephouse in. De kracht zit hem in het niet krampachtig vast houden aan een geaccepteerde sound, maar daarin de breedte in te gaan. Fragmentarisch wordt hier terug gegrepen naar andere tijden. Autopilot waagt zich aan de hitgevoelige New Wave uit de jaren tachtig in de keyboard overschaduwende effecten en het muzikale landschap waarmee wordt afgesloten. Andere grenzen overschrijden ze duidelijk succesvol in het met fusion en rockgitaar flirtende Out Of The Dark. Ironisch gezien in parallel staande tot het titelstuk In The Dark, waar juist een speelse onverschilligheid centraal staat.
Vök - In The Dark | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Elder Island - The Omnitone Collection (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:15 uur
Dat je als elektronische act afkomstig bent uit de triphophoofdstad Bristol hoeft niet altijd in je voordeel te werken. Sterker nog, probeer je maar eens staande te houden met een eigen geluid. Het trio Elder Island kiest voor een sterke soulvolle benadering. Zangeres Katy Sargent eist terecht vanaf Stranger Exchange alle aandacht op. Met zo’n timbre in bezit hebbende mag dit ook. David Havard en Luke Thornton volgen haar wel. De zeurende mannelijke backing vocals voegen zeker nog genoeg toe, al is de dame in kwestie overduidelijk het visitekaartje. Ze durft zich kwetsbaar op te stellen als ze bij de uithalen het hese randje van haar stem laat horen. Ondanks het dromerige begin van You And I betreft het hier een swingende dancetrack met donker tintje waarbij Moloko eerder als inspiratiebron genoemd kan worden dan de artiesten uit The Wild Bunch stal. De switch naar de soul is gemakkelijk gemaakt met Kape Fear. Met volle overgave laat Katy ons mee dwalen in de lichte stemmige discosound.
Ritmisch wordt er meer de Zuid-Amerikaanse kant opgezocht in het zomerse Wasteland. De beats en bas van Thornton maken dit mogelijk. De zangeres hoeft hier alleen maar in te springen, om weg te zweven op de dromerige klanken. Vocaal wat minder overtuigend, maar dat komt grotendeels vanwege het onderschikkende aandeel. In datzelfde schemergebied vaart het geheimzinnige dreigende Fortunate rond. Langzaam worden de lyrics voorgedragen met hierbij alleen het hoofdzakelijke te vermelden. Strak en overtuigend. Daar heb je heel even weer die mannelijke tweede stem in het als een gedateerde seventies dancevloer opkleurende Don’t Lose. Wat is dat een aangename aanvulling. Niet dat Elder Island hier om vraagt, wat wil je met zo’n geweldige vocalist, maar het geeft wel een smoothy injectie aan het geluid. De diepgang van I Fould You laat haar voor een moment uit de schaduw van the ladies of Soul treden, en een gelijkwaardig publiek aantrekken. De begeleiding zit meer in de dreunende jaren tachtig drums die door de sterke keyboardgolven een prachtig klanktapijt vormen. De meerstemmig gemixte gospeluithalen op het einde worden ingehaald door het voorbij denderende smaakvolle vioolspel. Het eerste hoogtepunt van het toch al geslaagde The Omnitone Collection.
Het speelse tussendoortje Vulture lijkt opgenomen in een gerenommeerde loungebar van een overvol viersterrenhotel met een geschoold jazzpianist die in de weekenden daar bijbeunt. Onverstoorbaar met een prettige voortgang gaat het gepraat op de achtergrond door. Het wonderschone door duisternis gevulde JPP is het tweede hoogtepunt van de plaat. De gejaagdheid van de percussie gaat over in een meer statische droge beat. Prachtig hoe de donkere synthesizers netjes op de achtergrond blijven tot het moment daar is om hun New Wave kreten te openbaren in de track welke perfect zou passen in een Miami Vice aflevering. Ook de saxofoon die het mag afronden roept herinneringen aan dat tijdsbeeld op. Om dan na zo’n krachtsexplosie af te sluiten met Find Greatness in the Small is een flinke stap terug. De vervormde blikkerige mechanische panfluitachtige tonen komen te kunstmatig over, en willen ook niet echt iets toevoegen.
Elder Island - The Omnitone Collection | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Komraus - Untie the Ropes (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:14 uur
Bij het horen van de naam Komraus zit je al snel in de verkeerde hoek te zoeken Dit is geen Duitse foute hardcore techno act, maar een stel triphoppers die hun werkplek in Londen heeft. De namen van de leden maken het nog verwarrender. Zangeres Sara Rioja, drummer Giuseppe Grondona en toetsenist Miguel Ramires hebben hun oorsprong in Spanje. Untie The Ropes is hun debuutplaat, en roept aangename herinneringen op met de bruisende Bristol scene uit de jaren negentig. De albumtitel staat voor het zich los maken van het opgelegde patroon. De ene keer gericht op de persoonlijke ontwikkeling, dan weer zich distantiërend van de maatschappij.
Komraus weet zich al direct te onderscheiden van andere soortgelijke bands. Some Minutes opent organischer met echte drums en gespeelde keyboardpartijen. Er wordt minimaal gebruik gemaakt van samplers. Sara heeft niet dat doorrookte in de vocalen waar Beth Gibson indruk mee maakte, waardoor het minder duister klinkt. De associatie met het dreigende van film noir soundtracks is vrijwel afwezig. Vocaal is ze net wat niet zo sterk dan haar illustratieve voorgangers, die hun levenservaringen en bitterheid er volledig in kwijt kunnen. Hiervoor in de plaats komt de temperamentvolle sensuele Zuid Europese aanpak. Ze heeft een aangename diepte in haar stem, die weer met gemak de hoogte in kan gaan. Bij Gas zijn de effecten wel aanwezig, maar domineren het geheel niet. Het is stukken verhalender, en Sara weet hier de rol van croonende diva op zich te nemen.
Het sobere hoor je terug in Love Overdose. Traag en slepend trekt de toetsenist het voort, met de klaagzang van de zangeres als trieste ondertoon. Nog zwaarder vervolgt titelstuk Untie the Ropes, al geeft de percussie er een aangename draai aan. De invulling is meer jaren tachtig gericht met lichte New Wave en zwoele dreampop accenten. Het Massive Attack achtige If I am Dreaming waar duistere invloeden doorheen druipen, zou zo onder de noemer tripgoth geplaatst kunnen worden. Bij het rustige What We Were Once vormt de keyboard de oorsprong. Het tempo wordt ritmisch opgevoerd door de sterk spelende Gronona, die ondanks de sfeervolle toevoegingen netjes bij zijn basis blijft. De omschakeling van Sara van troosteloos naar wrang bijtend is een onverwachte wending, maar werkt wel in het voordeel. Vervreemding en verwarring wordt opgeroepen in Just Say My Name. Afwijkende geluiden die zich laten leiden tot een meer orkestraal geheel, waar wel meer de uitgebalanceerde kracht van de invloedrijke grondleggers te horen is.
Dat de drummer ook geluisterd heeft naar de postpunk puristen bewijst The Road, meer minimalistischer maar net zo nadrukkelijk, drukt het de stempel op het begin van deze track. Door de achtergrond van deze muzikant heeft het wel een zomers tintje, wat prima samen gaat. Gerust stellend maakt de toetsenist zijn intrede, waarna Sara harder vervolgt. Ze gaat daarmee de strijd aan met de terug kerende keyboard aanslagen. Je verwacht niet dat Untie The Ropes nog gaat rocken, maar Stolen Fate laat een vette gitaar de boel ontwrichten. Helaas blijft het beperkt tot het intro, maar wat is dit aangenaam. Wat Flying High kenmerkt is het heldere geluid van de toetsen, die tegengas geven aan de warme donkere zang. Komraus levert een goed werkstuk af,waar minder kilte in te horen is dan bij het merendeel van de triphop soortgenoten. Hun gepassioneerde achtergrond draagt hier positief aan mee. Wat ontbreekt zijn de mysterieuze, broeierige wendingen. Daardoor is het net een niet zo spannend en een stuk voorspelbaarder.
Komraus - Untie the Ropes | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Henry Jamison - Gloria Duplex (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:14 uur
Tegenwoordig wordt men al snel onder gebracht in het hokje singer-songwriter. Dat de basis hiervan ligt in verhalende traditionele folk weet men ondertussen niet meer. Als kudde dieren lopen we achter alles aan wat nu hip hoort te zijn. Als we maar met onze filosofische vrienden op een moeilijke manier mee kunnen praten over hoe puur een artiest klinkt, trouw blijvend aan zijn roots. Henry Jamison komt uit het Amerikaanse Nieuw Engeland, een gebied welke eeuwen geleden zoals de naam al doet vermoeden, is toegeëigend door de Britten. De originele cultuur is verdrongen door de Westerse nieuwe inwoners, en dit geluid hoor je terug in Gloria Duplex. Zo hoort een mix tussen Europese en Noord Amerikaanse invloeden te klinken. Dit is het leven van een Yankee, waarbij nog heel duidelijk zijn ware oorsprong terug te horen is. Henry Jamison is dus niet een persoon die krampachtig probeert om aansluiting te vinden bij het Brits-Ierse geluid van de kleinere plattelandsdorpjes. Dit is ook van origine zijn oorsprong, aan de andere kant van de wereld.
Gloria Deplex is een zoektocht naar de maatschappelijk kritische kant van het leven. Homoseksualiteit staat centraal in de persoonlijke songs Gloria en Boys. In de eerste beschrijft hij hoe zijn vrouwelijk gedragende neefje niet geaccepteerd wordt en als deze in elkaar geslagen wordt, zich niet bij zijn vader durft te vertonen. Het daarop volgende Boys gaat dieper in op de vriendschap met een goede vriend die niet beantwoorde erotische gevoelens voor hem heeft. Schizofrenie en het gewelddadig handelen wat hier op volgt bij Ether Garden. Dat dit zo lief bezongen wordt maakt het juist zo sterk. De hoofdpersoon lijkt zich niet bewust van het kwaad wat in hem heerst. Stars met de kind sterren die een onzekere toekomst tegenmoed gaan, opgeslokt door onwetende ouders en profiterende zakenmensen.
Het langere Florence Nightingale heeft een mooi afgerond met een dramatisch bijna klassiek instrumentaal einde, hierbij zijn woorden overbodig. In eerste instantie lijkt het alsof de poëet dicht bij zichzelf blijft, maar wie beter leest ervaart vaak dat hij zich verschuilt achter karakters. Onduidelijk of deze wel of niet een bestaande rol in zijn leven spelen. De pijn wordt vocaal weer gegeven, en op de momenten dat hij dit extra kracht wil geven, wordt de gitaar, piano en viool ingezet. De songs zijn over het algemeen klein en puur van opzet. Bij het door een stemvervormer gezongen Beauty Sleep wijkt hij daar op een niet geslaagde manier van af, maar dat is de zanger vergeven. Door de eenvoudige manier van performen is het lastiger om de gedachten er de hele tijd bij te houden. De geslaagde teksten krijgen hierdoor niet altijd de aandacht die ze verdienen. Het luchtige sfeertje is absoluut mooi, maar hierdoor mis je de ernst van de tracks.
Henry Jamison - Gloria Duplex | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Finn Andrews - One Piece at a Time (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:14 uur
Met The Runaway Found maakte de wereld kennis met de vanuit Londen ontstaande The Veils. Finn Andrews wist het door groots uit te pakken juist klein te houden. Naast de viermansband waren er ook verschillende violisten als personeel aangesteld. Als zwanenzang werd de prachtige single Lavinia uitgebracht, en toen was het klaar. Althans voor drie bandleden. Vanwege heimwee naar het thuisfront vertrok Andrews al snel na de releasedatum van het album naar zijn veilige basis in Nieuw Zeeland. Daar zocht hij zijn schoolvrienden Liam Gerrard en Sophia Burn op om een doorstart te maken met zijn band.
Na de luchtig klinkende single Advice For Young Mothers To Be kwam vervolgens het veel zwaardere Nux Vomica uit. Een beklemmende prachtige duistere plaat, waarbij sfeer heel bepalend was. Door deze geuite spanning leverde dat memorabele concerten op; in positieve zin, maar zeker ook in negatieve zin. Na twee albums in deze stijl vervolgde in 2016 het meer elektronische hoogtepunt Total Depravity. Zo donker als daar hadden ze nog niet geklonken, en hoe er hier een vervolg op moet komen lijkt een onmogelijke opgave. Zijn vader Barry Andrews had uiteraard ervaren hoe het was om boven jezelf uit te groeien, een beter voorbeeld is er waarschijnlijk niet. Bij XTC was podiumangst van een van de kernleden de hoofdreden dat er al snel gestopt werd met optreden.
Niet geheel onlogisch dat de overgevoelige Finn Andrews in deze fase een flinke stap terug neemt. Meer naar de basis die hem ooit aanzette tot het maken van The Runaway Found. Bij One Piece At A Time staat zijn breekbare stem centraal. Met nieuw aangetrokken begeleiders lijkt hij op zoek te gaan naar zichzelf. Hij stelt zich letterlijk en figuurlijk erg open en bloot op. De mysterieuze kind figuur op de albumhoes, die schuchter opzij kijkt, is Finn op 9 jarige leeftijd. Weer lijkt hij Londen te ontvluchten, net als in de fase na het debuutalbum, en weer vormt hij nu ook een band met nieuwe muzikanten om hem heen. De geschiedenis lijkt zich te herhalen, hopelijk komt het bestaan van The Veils niet in het gedring.
Zelf beschouwt hij zijn soloplaat als een geheel van tracks die hij niet geschikt acht voor The Veils, al is die ervaring hier anders. Maar wie ben ik om tegen de mening van de artiest in te gaan. Oké, What Strange Things Lovers Do en Al Pacino / Rise And Fall laat een meer croonende kant van hem zien, waar we nog niet bekend mee zijn. Behangen met de nodige orkestrale kitch versierseltjes. De piano track Hollywood Forever heeft een wat tegendraadse drum, die storend over komt, maar de puurheid en het hese breekbare in de kwetsbare zang en ondersteunende cello maken veel goed. De ruimte op titelstuk One Piece At A Time wordt ook benut door de toetsen, al is de aanzet hier nog minimaler. De gospel spirit die hier op volgt, zal heus bij hem hogere krachten oproepen, ik voel ze niet zo.
Toch lijkt Finn Andrews net als bij de andere platen flink beïnvloed te zijn door Nick Cave. Het dreigende is ingeruild voor de meer rustige fase van deze grootheid, gelijk te horen in de opbouw van Love, What Can I Do en One By The Venom. Afsluiter Don’t Close Your Eyes zou zich ook prima settelen tussen de nummers van Caves laatste twee meer singer songwriter gerichte albums.
Uiteraard blijven raakvlakken met The Veils overduidelijk aanwezig. Stairs To The Roof gaat terug naar de periode van voordat de band de eerste keer uit de as van een feniks reïncarneerde. The Spirit In The Flame kan zich prima staande houden tussen de kampvuursongs die er verborgen op het toegankelijke Time Stays, We Go staan. De vrouwelijke backing vocals op A Shot Through the Heart (Then Down in Flames) zouden zo door Sophia Burn verzorgd kunnen zijn, zo identiek klinkt de stem.
Finn Andrews laat horen dat hij het alleen onder zijn eigen naam ook kan redden. Om hier te spreken van een solo plaat, lijkt mij te voorbaardig. Net als bij The Veils trekt hij wel aan de touwtjes, al is er nu net wat minder elastische veerkracht. Het eigenzinnige ontbreekt hierdoor, waardoor het allemaal erg safe over komt. De verwachting is wel dat er voor deze sound evenveel liefhebbers zullen zijn als voor het avontuurlijke van The Veils. Aan de composities zal het niet liggen, die zijn in ieder geval weer van hoog niveau.
Finn Andrews - One Piece at a Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Eerie Wanda - Pet Town (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:14 uur
Als alter ego Eerie Wanda presenteert Marina Tadic na Hum nu haar tweede album Pet Town. Deze in Bosnië geboren zangeres heeft alweer een aantal jaren Nijmegen als thuisbasis. In haar begeleidingsband bevind zich bassist Jasper Verhulst, die net als Jacco Gardner zijn ervaringen heeft opgebouwd in het indierock bandje Lola Kite. De combinatie van de sixties psychedelica van Gardner, en de jaren tachtig postpunk van Lola Kite is absoluut terug te horen. Met het dromerige in echo’s verdrinkende stemgeluid van de frontvrouw geeft dit een mooi geheel. Samen met de dreampop elementen maakt het een sfeertje welke herinneringen oproept met de donkere Amerikaanse soundtracks die het meer gespecialiseerde publiek voor dit genre naar de filmhuizen trekt. Marina heeft de capaciteiten om zich te presenteren als een eigenzinnige singer-songwriter, die dwars tegen alle stromingen inzwemt. Op dit album wordt ze verder bijgestaan door Jeroen de Heuvel op keyboard en Nicola Mauskovic en Marnix Wilmink die de vaak minimalistische percussie verzorgen. Soms is simpel gebruik maken van de mogelijkheden van het eigen lichaam al meer dan voldoende. Het totaalbeeld vormt een aangenaam geheel, waarbij juist de minder toegankelijke invalshoeken zorgen voor een gemakkelijk in het gehoor liggende sound.
Al vanaf de opener Pet Town weet ze te verwarren. Met merseybeat klanken waar de gemiddelde Britse band eind jaren tachtig begin jaren negentig sier mee maakte laat Eerie Wanda je mee voeren. Om door middel van handgeklap een totaal andere wending aan de track te geven. De onvoorspelbaarheid geeft het een eigen karakter die je gedurende de ruim dertig minuten terug blijft horen. De ene keer door middel van het goedkope gebliep uit een gedateerde keyboard, dan weer het meer voort sjokkende country hoeftrap in Big Blue Bird. Het is lastig om bij deze titel niet aan de grote kindervriend Pino van Sesamstraat te denken. Met lichte bibberende vervorming in de vocalen swingen we door het passend genaamde Rockabiller heen. De eigen muzikaliteit van Marina staat centraal in Magnetic Woman. De akoestische gitaarklanken plaatsen je terug bij de zwaarmoedige wavebandjes waarbij de anti-depressiva hun beoogde targets hebben behaald, en er meer ruimte voor luchtigheid in de songs in de plaats kwam. Op zomerse wijze schudden we de zware kille jaargetijden van ons af. Met het dromerige Moon zou ze Jacco Gardner een goede dienst kunnen verlenen. Een song welke zich met gemak op zijn debuut Cabinet of Curiosities kan settelen. Toch gaat hier meer de voorkeur uit naar de veelzijdigheid van Pet Town. De variatie zorgt voor een aangenaam verrassingseffect.
De langzame begeleiding combineert lekker met de uptempo zang van Sleepy Eyes. Nadat het geklap wordt ingezet, gaat het meer swingend los. Hierbij lijkt het dat de inspiratie gezocht wordt in de eerste rockende platen die halverwege de jaren vijftig vanuit de Verenigde Staten via ouderwetse goederendiensten het Europese vasteland bereikten. Het herhalende The Intruder roept met zijn gitaarakkoorden een prettig warm kampvuur atmosfeer op. Dat wordt versterkt door de wat sobere keyboardklanken en een geprogrammeerde drumcomputer. deze geslaagde mix werkt niet tegendraads, al zou je dat in eerste instantie wel verwachten. Hier komt het zaterdagavond strandgevoel juist meer tot zijn recht. De holle percussie en pingelend gitaarspel van Couldn’t Tell sluit aan bij de country van Big Blue Bird. De dromerige twist maakt het iets eigens. Dat het gebruik van de mechanische percussie ook in het nadeel kan werken bewijst Hands Of The Devil. Hier wil het maar niet overtuigen. Verder allemaal prima gespeeld, maar dit leidt net teveel af. Dat er afgesloten wordt met het slaaplied achtige Truly maakt de cirkel rond. Pet Town is een album welke vraagt om een afgerond geheel, om het in alle rust af te sluiten. Beter hadden ze niet kunnen eindigen.
Eerie Wanda - Pet Town | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Orville Peck - Pony (2019) 4,5
30 juli 2020, 21:13 uur
Als gecamoufleerde cowboy presenteert Orville Peck zich als een soort van hedendaagse Zorro aan het publiek. Vaak is de schrikreactie groter als je de artiesten zonder make-up of maskers ziet, en dat verklaard een hoop. Bij Orville Peck past het allemaal wel. Hier is niet zozeer de behoefte om het ware individu achter het kostuum te ontdekken. De muziek is al krachtig genoeg. Mooi hoe hij die duistere country invloeden weet te koppelen aan zijn wat tegen het lichte croonende stemgeluid. Met regelmaat wordt er terug gegrepen naar de New Wave sound, zonder zichzelf als een kopie te presenteren. Over de artiest is verder weinig bekend, behalve dat hij uit Noord Amerika komt. Laat het mysterie Orville Peck maar een groot vraagteken blijven, dat past ook het beste bij de muziek. Vanuit deze zijde geen koortsige zoektocht naar het personage, Pony heeft al genoeg aan de indrukwekkende geluid. Sub Pop oriënteert zich steeds breder, waardoor kansloze liedjesschrijvers via dit label de mogelijkheid hebben om een groter publiek aan zich te koppelen.
Spaarzaam komen de akkoorden tot zijn recht die de gitaar ontvluchten in het desolate Dead Of Night. Dat hier vervolgens een vintage shoegazer tintje aan toe wordt gevoegd werkt erg in het voordeel. Outlaw Orville Peck klinkt net niet stoer genoeg, en dat maakt zijn wat androgene zang mooi fragiel en kwetsbaar. Zijn openbaarheid van spreken zou zich perfect lenen voor een Brokeback Mountain achtige soundtrack. Muziek passend bij een niet alledaags liefdesverhaal. Ongelofelijk hoe lekker het allemaal in elkaar overloopt. Gelijk al voel je mee met de eenzaamheid en het verborgen leven van dit uitschot van de Amerikaanse maatschappij. Na deze introductie kan Pony alleen maar mooier worden. Met treurnis in het spel vervolgen we de weg door de woestijn, waar heerlijke countryklanken een opgejaagde begeleiding krijgen in het refrein van Winds Change. De momenten waarbij de nostalgie van de jaren tachtig samen met de vocalist de salondeuren opent van een spokende verlaten drankhol, waar oude postpunkhits uit een alsmaar door spelende jukebox weerklinken.
Het nergens bij horen en de strijd die dit hem oplevert staat centraal in het prachtige, melancholische Turn to Hate. Cowboy zijnde tegen wil en dank. Het verlangen om zich te nestelen, werkt tegen het gevoel van bindingsangst in. Deze stoornis is bepalende voor het verdere verloop, maar levert wel een mooi persoonlijk monument op. De hoed die niet van zijn hoofd verdwijnt staat symbool voor het zich nergens thuis voelen. Peck heeft een eigen kenmerkende manier van gitaar spelen, welke zich aangenaam bij tracks als deze laat ontplooien. Bij Buffalo Run laat hij meer psychedelische invloeden de song leiden. Het destructieve karakter van Velvet Underground lijkt hier te dienen als verrijkende voedingsbodem. Om vervolgens met totale overgave de gitaarnoise als afsluitend element toe te laten. Met de doffe drumslagen ploffen we weer relaxt het shoegazer tijdperk binnen met het straffe Queen of the Rodeo. Kilte die aangenaam wordt afgewisseld door warmte, terwijl een overspannen thermostaat probeert een passend klimaat hierbij te creëren.
De liefde voor het thuisland wordt aangenaam bezongen in het meer croonende Kansas (Remembers Me Now), een voorbode van de twist die volgt. Langzaamaan komt de jaren vijftig gerichte country binnen sijpelen, die zich voortzet in het korte Old River. In de tijd dat Johnny Cash het podium verlaat mag Orville Peck in zijn dromen het intermezzo opvullen. Terwijl Elvis Presley de laatste peppillen naar binnen werkt om hem af te lossen, zo eenvoudig lijkt hij te switchen tussen verschillende stijlen. Natuurlijk gaat het duistere Big Sky verder, waarmee hij zich in het gezichtsveld van filmproducer David Lynch wil opdringen. Helaas is deze grootheid al een tijdje van zijn pensioen aan het genieten, en wordt die plek nog niet opgevuld. De Europese benadering van de eerste helft van de plaat zijn nu definitief verruilt voor het Amerikaanse schemergebied. Nog meer als er een aangenaam huwelijk volgt tussen de zomerse surf met toegankelijke country in Roses Are Falling, en zich na Cash die andere Man In Black laat zien als inspiratiebron. Roy Orbison zal zich niet omdraaien in zijn graf, maar glimlachend met gevouwen handen zijn eeuwige slaap vervolgen.
De luchtigheid wordt opgezocht in het Folsom Prison bajeslied Take You Back (The Iron Hoof Cattle Call), waarbij de gevangenen al fluitend en met hun boots stampend als ritmesectie kunnen dienen. Het is bijna vanzelfsprekend te noemen dat Peck hier meer Rock and Roll in zijn vocalen weet te stoppen, om zich een stuk zwaarder te presenteren. Eigenlijk komt alles mooi samen in de ballad Hope to Die. Vocaal wisselt diep laag zich met hemels hoog af, croonend als een vergeten eighties idool, met ruimte voor de treurnis van de postpunk, ingekapseld door kitscherige country. Dat kermisgevoel zit ook verborgen in het afsluitende Nothing Fades Like the Light, maar wil niet storend over komen. In afzondering vervolgt de karaktiserende hoofdrolspeler zijn weg, zijn onzekere toekomst tegenmoed tredend. Hopelijk met mooie concerten op zijn weg.
Orville Peck - Pony | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Young Gods - Data Mirage Tangram (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:13 uur
The Young Gods wisten hier erg veel indruk te maken met het zwaar onderschatte T.V. Sky, waar ze de elektronische noise mixen met Industrial soundscapes. Net een stukje minder opgefokt dan hun tijdsgenoten, en misschien juist wel daardoor een stuk interessanter. Met de lang gerekte songs leunden ze tegen de jaren zestig psychedelica aan. Helaas hadden ze de pech dat op dat moment alles gedomineerd werd door de Amerikaanse grunge en andere hardere gitaarbands. De eigenzinnigheid van de Zwitsers werd wel algemeen gewaardeerd, maar ze bleven steken in de achterhoede. Opvolger Only Heaven gooide er nog meer dance invloeden tussen, maar vervolgens werd de aandacht voor dit drietal steeds minder. Na een stilte van bijna tien jaar zijn ze nu weer terug aan het front met het overtuigende Data Mirage Tangram. Natuurlijk zijn ze een stuk ouder geworden, en werden er in het verleden meer compacte nummers tussen gestopt. Hedendaags is de aandacht meer gericht op de opbouw, waar er langzamer naar een climax wordt toegewerkt. Het op korte termijn explosief willen knallen is er niet meer bij; verwacht geen hitgevoelige tracks als Our House, Gasoline Man en Skinflowers. Wat hebben ze dan anno 2019 te bieden?
Nou, meer dan genoeg! Zeer overtuigend worden we mee gevoerd met de opbouwende ambient soundscapes van Entre en Matière. De evolutie van The Young Gods gaat terug naar de meer aardse klanken, en daaruit volgt het scheppingsverhaal van deze Zwitserse Goden. Waar God er blijkbaar zeven dagen voor nodig had, voldoet hier hetzelfde aantal minuten. Zorgvuldigheid is hier het codewoord, en wat zou dit met de juiste belichting live een prettige trippende ervaring zijn. De fluisterende vocalen van Franz Treichler laten al direct zijn gebleven veerkracht horen, die gevolgd wordt door de aangename kenmerkende gitaarsamplers. Door het trage verloop is er meer ruimte voor de dreiging, die zich sluipend openbaart. De beats van drummer Bernard Trontin lijken het over te nemen, maar de interruptie maakt daar vervolgens onverwacht een einde aan. Een warmmakertje voor wat zal volgen?
In ieder geval nog niet bij Tear Up the Red Sky. Als een net geoliede machine lijkt deze met fusion voedende track op gang te komen. Stroperig als een nog niet voltooid in ontwikkeling zijnde proces. En dan na drie minuten begint het gewelddadig goed te lopen. Het geknetter van metaal op metaal geeft aan dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Maar waarom vervolgens weer die rem er op? Zo heerlijk als ze tegen het eind weer vol in de versnelling gaande in het rood belanden. Dit is het geluid waarop de liefhebber hoopt, al laten ze die kant nog maar minimaal horen. De donkerheid van Figure Sans Nom roept door de zware bas en lichte synth klanken van Cesare Pizzi de sfeer op van de pompende licht pulserende postpunk van de jaren tachtig. Treichler lijkt zich op de achtergrond warm te lopen met slecht verstaanbare spirituele vocalen. Als een boxer die voorbereid is om de ring te betreden. Hopelijk kan hij een flinke linkse hoekslag uitdelen en het muzikale geweld nog incasseren. Hier lijkt daadwerkelijk iets te gebeuren, maar wanneer is dat moment er?
De rommelige overgang naar Moon Above krijgt een vervolg van een log optredende Trontin, die moeite lijkt te hebben met het treffend raken van zijn drums. Als een cyber western vervolgen de geluidscollages die rond zweven zonder zich ergens aan te kunnen hechten. Maar het gitzwarte gevoel waarin de band lijkt opgesloten wil wel triggeren. Werd er voorheen erg terug gegrepen naar de psychedelica van The Doors bij All My Skin Standing hoor je meer het experimentele van Pink Floyd en krautrockers Can terug. De sound is moddervet als een bedwelmend moeras, en hier weet het vanaf de eerste secondes volledig mijn aandacht te trekken. Op het moment dat je dreigt weg te zinken in een eindeloze trip, wordt je wakker geschud door de harde scheurende gitaarsamplers. Dit weet zelfs het geweldige Summer Eyes te evenaren, en op langere termijn waarschijnlijk zelfs te overtreffen. Dit is de reden waarom The Young Gods nog steeds mee telt. Dit geeft hun eigenzinnige genialiteit aan. Het was eventjes afwachten, maar dan wordt je ook rijkelijk beloond. En dan zelfs zonder de aanwezigheid van de vocalist.
Nog nagenietend van deze aangename shocktherapie, ben je nog niet helemaal klaar voor het verdere verloop. Het zweverige You Gave Me a Name gunt je wel de kans om hier volledig van te herstellen, en net als bij Figure Sans Nom lijkt de inspiratiebron in de wave van de jaren tachtig te liggen. Zeker als hier nog de gejaagde felle gitaarakkoorden aan toe gevoegd worden. De spanning die in het eerste gedeelte van de plaat pijnlijk gemist wordt, is in het tweede stuk helemaal terug. Ook de onvoorspelbaarheid van Everythem, die je opzuigt als een defect zuurstof apparaat mag hier aangenaam op aansluiten. De adembenemende hoogtes van het Zwitserse landschap met de dodelijke kou en verborgen sneeuwwitte dieptes zouden hiervoor centraal kunnen staan. Ergens in de verte is het gevaar van overspelbare lawines aanwezig. Ondanks de vele vraagtekens die de eerste tracks oproepen, weten deze pioniers nog steeds te komen tot indrukwekkende resultaten. De extra lagen laten zich bij meerdere luisterbeurten pas goed openbaren.
The Young Gods - Data Mirage Tangram | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:12 uur
Andy Frasco noemt zichzelf een feestvierende blueszanger, nou dat blueszanger omvat absoluut niet al zijn kunnen, maar het vermogen om het publiek in beweging te krijgen voldoet wel degelijk. Zijn invloeden zijn stukken breder te noemen. Change Of Page bevat een groot scala aan stijlen, waar deze frontman als iemand met een hoog ADHD gehalte zichzelf al springend doorheen walst. Het werkt allemaal heel aanstekelijk, al vergt het wel erg veel energie. Leuk om je met een zomers festival met een grote groep vrienden al hossend mee te vermaken. Dat in Los Angeles vrijwel altijd de zon schijnt, hoor je dus sterk terug. Maar dat de verschillende culturen daar een broeiende sfeer weten op te roepen, vormt ook een herkenbare invloed. Andy Frasco & The U.N. wil verbroederen, een gezamenlijke eenheid vormend, waarbij afkomst geen rol speelt. Muziek is universeel, en laat zich niet in hokjes plaatsen. Het is een groot volwassen speelparadijs waar er kosteloos geshopt kan worden. Na Happy Bastards is Change Of Page het tweede album op het label Fun Machine Records welke toepasselijk die juist gekozen naam draagt.
De openingstrack Change Of Page weet zich onder te dompelen als een prettige gospel, waarbij de rauwe aftrappende percussie nog wel het blues gevoel weet op te roepen. Als harde werkers manifesteren ze die oer sound in het volgende vrolijke geheel. Dat hier alles uit de kast geplunderd wordt om aan dit beeld te voldoen is overduidelijk. Prettige vrouwelijk Praise The Lord backings met een hoog halleluja gehalte, waarna Andy Frasco als herborene de doop van zijn nieuw geborene aan het publiek weet te presenteren. Het moet allemaal niet te moeilijk of complex worden. Het amusementsgehalte blijkt de belangrijkste drijfveer. Als daarvoor blazers nodig zijn, dan worden deze toegevoegd. Een funky rinkelende gitaar? Ook prima! Door de onbezorgdheid verlang je naar hete zomeravonden, dansen tot de zon onder gaat, een verfrissend drankje, en vervolgens weer verder gaan met bewegen tot de eerste zonnestralen zich weer aandienen. De plaat is een aangename zoektocht naar liefde, geluk en een overdosering aan vrolijkheid.
Bij de swingende nummers zou het publiek moeten reageren als een kolkende flashmob. Elkaar aansporen om tot beweging over te gaan. Bij de soulvolle gospelsongs staat de eeuwige verbintenis centraal. Alles daartussen in wordt door toegevoegde blazers aan elkaar gegoten, met hier en daar een verfrissend orgeltje. Een polka in Don’t Let the Haters Get You Down, waar in plaats van de wodka de tequila de kelen smeert. Zonnige New Wave in Love, Come Down. Soul die tegen de ska aan schuurt in Find A Way. In de oververhitte snelkookpan mag vrijwel elk ingrediënt toegevoegd worden om tot een smeuïg geheel te komen. Een zeer relaxte plaat, waar ze niet mee afwijken van het debuut. Nu hoop ik dat Los Angeles een koude, regenachtige zomer tegenmoed gaat, met genoeg inspiratie voor een chagrijnige snipverkouden Andy Frasco. Dit kunstje kennen we nu ondertussen wel. Voor een langere houdbaarheidsdatum mag nu wel een andere weg ingeslagen worden.
Andy Frasco & The U.N. - Change of Pace | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Methyl Ethel - Triage (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:11 uur
Het uit Perth in Australië afkomstige Methyl Ethel is een popband die met hun derde album Triage overduidelijk de inspiratie zoekt in de discosound uit de jaren tachtig. Veel ruimte voor de georkestreerde synthesizers, en vette dominerende baspartijen. Het eigenzinnige stemgeluid van Jake Webb kan je ook verschrikkelijk tegen staan. Hij weet zich tegen het vrouwelijke aan te presenteren, met veel maniertjes in zijn vocale voordracht weggestopt. Met een hoog theatergehalte komt het absoluut wat kitscherig over, maar vergeet die nadrukkelijke opera invloeden, en je houdt een prima plaat over. Voor de prachtige cover van de plaat is Loribelle Spirovski verantwoordelijk. Dit schilderij heeft de naam Age Of Reason gekregen, en is treffend gebruikt door de band.
De met soulinvloeden gevormde grootst opgezette Ruiner laat mij terug verlangen naar de jeugdjaren. Trevor Horn domineerde als producer de hitlijsten met eigenzinnige acts die net dat commerciële duwtje in de rug nodig hadden, om zich met succes aan het grote publiek te presenteren. Die bombast hoor je bij het inleidende van deze albumtrack ook terug. Met heerlijke zomerse funky drums en meervoudige gemixte backing vocalen roept het de honger naar onbezorgdheid op. Aangename niks aan de hand muziek, met inderdaad de zang die net teveel de kopstem lijkt te gebruiken. Componerend wordt er geprobeerd om meer diepgang aan de sound toe te voegen, dit alles gegoten in een toegankelijke sound. Een feest van herkenning, al voelt het net te vaak als een mooi versierde slagroomtaart. Waarbij je na een aantal happen al het gevoel hebt dat je er genoeg van hebt. De luchtigheid en clichématigheid overheersen, maar inhoudelijk voegt het net te weinig toe.
Net als veel acts uit de jaren tachtig betreft het een band met een aantal hitgevoelige songs, waarbij de rest dient als prima decoratieve versierseltjes. Toch is het te kort door de bocht om de plaat ongeroerd weg te stoppen. Wel moet je er een hoop geduld voor hebben. Meer avontuurlijk zoeken ze de mogelijkheden van de keyboard op in het uitgerekte Post-Blue en het donkere Hip Horror. De meest memorabele track zit er op het einde verstopt. Met kerkelijke ruimtelijke orgeltoetsen en opzwepende drums wordt er naar een climax toe gewerkt in het ijzig sfeervolle No Fighting. Ze lijken hiermee het grote spirituele hemelse gebaar op te zoeken. Tekstueel zijn ze hiermee een stuk meer Down To Earth dan de bezwerende idolate self-mate hogepriesters van het New Wave tijdperk. Het cryptologische woordenboek mag gewoon in de kast blijven staan.
Methyl Ethel - Triage | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Strand of Oaks - Eraserland (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:11 uur
Strand of Oaks is op papier het eenmansproject van de uit Indiana afkomstige Timothy Showalter. Deze woest uitziende langharige rocker levert met zijn zesde album Eraserland een prachtige verzameling van gevoelige popsongs af. Bij de belichaming van de uitgestrekte Amerikaanse sfeer is hij voornamelijk verantwoordelijk voor het stemgeluid. De muzikale beleving van het ondersteunende grootst opgezette filmscore achtige landschapsgevoel is van gitarist Carl Broemel, drummer Patrick Hallahan, bassist Tom Blankenship en toetsenist Bo Koster. Leden die normaal samen met zanger Jim James My Morning Jacket vormen. Dat deze band alweer vier jaar passief op de achtergrond opereert, geeft de leden de mogelijkheid om zich met andere projecten bezig te houden. Terecht, dat deze ruimte zo treffend wordt ingevuld als begeleidingsband van Timothy Showalter.
De zanger is samen met Kevin Ratterman verantwoordelijk voor de teksten en productie. Dit multi-talent nam ook plaats achter de knoppen bij de laatste My Morning Jacket plaat The Waterfall. Dat hij ook nu als mede bandlid genoemd wordt, zegt eigenlijk al meer dan genoeg over zijn toevoegende waarde. Ook de van Drive-By Truckers afkomstige gitarist Jason Isbell stelt zijn spel tot beschikking voor Strand of Oaks in Moon Landing. De van Twin Limb afkomstige Lacey Guthrie mag bijna zwijgzaam als achtergrondzangeres haar bijdrage leveren. Dat er de nodige energie, aandacht en werk in de uitvoering van Eraserland is gestopt blijkt dus een feit. Na de op rock gerichte laatste platen Hard Love en HEAL zoekt hij het nu weer in de folk kant van voor zijn naamsbekendheid. Dat het grote publiek steeds meer interesse heeft in de door Americana beïnvloede bands zal waarschijnlijk een rol hebben gespeeld in deze keuzes.
Showalter kiest niet voor een opbouwend geheel, maar wil al direct alle aandacht op zich richten. Dat hij hierin slaagt is terug te horen in het Springsteen achtige Weird Ways. Vergeet de zelfverzekerde mentaliteit van de working class hero, maar verdiep je in een ontdekkend backpacking avontuur. Gewapend met rugzak op zoek naar de roots in een vertrouwde omgeving. Natuurlijke spiritualiteit en zijn elementen lijken de kern te vormen. De ingehuurde muzikanten bewijzen al gelijk hun meerwaarde, en het overtuigende afsluitende gitaarspel van Broemel voegt er nog een extra dimensie aan toe.
Met lawaaierige drums wordt er vervolgd in het rockende Hyperspace Blues. De ruige sound sluit aan bij zijn vorige twee albums. Vocaal gaat het richting de positieve postpunkperiode van vorige eeuw terug, als groot liefhebber daarvan kan ik dit vreemde uitstapje wel waarderen. Alsof er niks gebeurd is halen we rustig adem met Keys. Duidelijk is terug te horen dat deze dertiger opgegroeid is met de meer melancholische dreampop uit de jaren negentig. Maar het is ook goed voor te stellen dat hiervoor de jongens achter My Morning Jacket verantwoordelijk zijn.
Totaal anders, maar net zo dromerig wordt er vervolgt in het trieste Visions. Subtiel treurig gitaarspel gaat over in aangename geluidsexplosies. Niet bedoeld om te provoceren en verstoren, maar om aangename warmte toe te voegen. De emotionele Timothy Showalter stelt zich kwetsbaar op, met zijn hoge bijna hemelse stem neemt hij als een Messias een zwaar verantwoordelijkheidsgevoel op zijn gespierde schouders.Het stukken toegankelijkere Final Fires straalt aangename positiviteit uit. Met de heldere productie en krachtige open vocalen lijkt Showalter een mooi standpunt te maken door de afwisseling in het verhalende kader op te zoeken. De gitaar die hier zomers doorheen wandelt blijkt een onbetwistbare logica.
Dat Moon Landing een dynamische sound laat horen komt door de arbeid van huurling Jason Isbell. Nog smeriger dan bij zijn oud-collega’s van Drive-By Truckers komt hij hier vol binnen scheuren. Gepassioneerde elektrische vuursalvo’s worden afgewisseld met voorbij vliegende soulvolle orgel patronen. De southern rock geeft de zang een verkoelend briesje. We ondergaan deze religieuze doop om herboren de reis te vervolgen.
De lichtere plattelandsrocker Ruby is een simpel liefdesliedje. Dat het niet altijd moeilijk hoeft te klinken wordt hier bewezen. Subtiel weet de mondharmonica hier aan het einde een vleugje blues toe te voegen voordat het instrumentale gedeelte het gaat afronden. A capella mag Showalter het vervolgens alleen oplossen in het sterke Wild and Willing. De ondersteuning door zijn mede compagnons die volgt is overbodig, maar stoort ook zeker niet. Eigenlijk was het al helemaal af.
Nu de carrière van Ryan Adams op de afgrond balanceert krijgt Strand of Oaks de mogelijkheid om die onstane ruimte in te vullen. Met krachtvoer als de titelsong Eraserland is dit een eenvoudige opgave. De belangstelling naar dit geluid blijft op grote schaal aanwezig. Vervolgens wordt er op het einde nog alles uit de kast gehaald om te overtuigen met het sfeervolle Forever Chords. Nog meer dan bij de overige songs mag Bo Koster hier met zijn toetsen de structuur inbrengen. Dat de gitaar een dominerend instrument is, blijkt ook hier weer. Die afwisseling weet zich ook probleemloos door dit langere slotakkoord te leiden. De dramatiek die naar het einde toe werkt vormt het hoogtepunt van de tegen de tien minuten durende track.
Toch is het een aanrader om op zoek te gaan naar de luxere editie van de plaat. Daar is namelijk het ruim een kwartier durende Cruel Fisherman het laatste nummer. Hier gaat het meer de experimentele kant op. Stijlvolle geluidscollages vormen gesampled de voedingsrijke bodem waarop zich drones als rondzwervende gieren wachten om toe te slaan. Dat deze aanpak niet leidt tot verveling is een pluspunt. Nadat er halverwege naar een climax is toe gewerkt, probeert de band je vervolgens onder hypnose te brengen om met volle overgave weg te dromen in het universum van leegte waar alle sensitiviteit met het bestaan afwezig lijkt te zijn. De waarneming waant zich aan de druggy kant. De psychedelica zit aan het randgebied van de spacerock. Als astronauten aan het lachgas beleven we een trip door het sterrenstelsel waar elke planeet leefbaar lijkt te zijn. Beschouw de track als een fijne bonus, losstaande van de plaat. De harmonie tussen folk en rock is op Eraserland helemaal in balans, wat een zéér goed resultaat oplevert.
Strand of Oaks - Eraserland | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fil Bo Riva - Beautiful Sadness (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:10 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Sleeper - The Modern Age (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:10 uur
In de jaren 90 was Britpop behoorlijk groot. Platenmaatschappijen gingen koortsig op zoek naar nieuwe veel belovende bandjes. Met de hoop de concurrentie voor te zijn. Eventjes was je de volgende hype, maar al snel verlegde de aandacht zich alweer naar een andere aandienende act. Wezenlijk is er weinig verschil met de talentenjachten die vanaf de nieuwe eeuw de televisie bevuilden. De kijker ervan te overtuigen enige inbreng te hebben. Door de keuze van opgelegde songs, het aankleden van de muzikanten, en de invloed van de jury wordt er vanaf het begin al naar een winnaar toe gewerkt. Een jaar later vaak alweer vergeten, en de nieuwe lichting mag zich presenteren. Sleeper maakte naam met hun tweede plaat The It Girl. Ze hadden ook nog het geluk dat ze een Blondie cover van Atomic mochten aanleveren voor de succesvolle Trainspotting soundtrack. Daar stonden ze wel mooi tussen de grotere namen en de hedendaagse beloftes. De bandleden hebben na de succesjaren hun aandacht gericht op het schrijversvlak. Louise Wener maakte vier romans en een biografie. Drummer Andy Maclure en gitarist Jon Stewart schreven columns in tijdschriften en gaven lezingen over moderne muziek om nieuwe muzikanten te inspireren.
Nu komen ze na ruim twintig jaar met een nieuw album. The Modern Age gaat verder waar ze ooit het verhaal stopten, tijd om er een hoofdstuk aan toe te voegen. Met andere vergeten Britpoppers als Dodgy, Space, Salad en The Bluetones verrasten ze in de zomer van 2017 op het Star Shaped Festival. Blijkbaar succesvol genoeg om aan nieuw materiaal te sleutelen. Als bassist werd de veelvoudige instrumentenbespeler Kieron Pepper aangetrokken. Oorspronkelijk ongeveer tien jaar live bij The Prodigy actief als drummer en daar verantwoordelijk voor de donkere beats. Erg veel is er niet veranderd. Louise Wener klinkt nog net zo fris en jeugdig als voorheen, en de instrumenten lijken ook alleen maar een poetsbeurt nodig te hebben. De laatste stofdeeltjes worden gelijk weg geblazen als het hardere Paradise Waiting wordt ingezet. Het gemak waarmee er een vervolg aan hun kenmerkende sound wordt gegeven, getuigd van het plezier hebben in het spelen. Vrijwel moeiteloos gaan ze op de door hun ooit ingezette weg verder. Geen uitgebluste band, die dit alleen uit financieel belang doet. Waarschijnlijk levert hun overige werkzaamheden genoeg salaris op, geen krampachtige poging om het hoofd boven water te houden.
Een stuk meer zweverig klinkt het intro van Look at You Now, om vervolgens flink het effectenpedaal in te trappen, zodat Jon Stewart met zijn gitaar totaal los kan gaan. Na het aangename gejank krijg je de nodige elektronica in The Sun Also Rises, maar hier blijft verder ook Stewart domineren. Natuurlijk heeft hij altijd in de schaduw gestaan van generatiegenoten, maar wat is hij eigenlijk meesterlijk in zijn uitvoering. Dig zit net op het randje van een snelle punksong, door de zang en het gedraai aan de knoppen, blijft het binnen het Britpop hokje. Wel een stuk pittiger en brutaler dan de gemiddelde band uit dit tijdperk. Meer gedurfder nog is het met dromerige percussie gevormde titelsong The Modern Age, waar Wener meerdere facetten van haar stembeheersing laat horen. Sterker nog wordt de popkant opgezocht, sporadisch ondersteund door de autotune, waardoor er blijkbaar ook ruimte in voor de hedendaagse technologische ontwikkelingen. Toch hoor ik ze liever een stuk rauwer zoals in Cellophane, waar ze ook de invloeden van de in de jaren negentig concurrerende Amerikaanse vrouwelijke rockende gitaarbands in mengen. Dit levert het bewijs op van respect voor wat er toentertijd aan de andere kant van de wereld gaande was.
Een stuk hedendaagser klinkt het door opzwepende postpunk drums gestuurde Car Into the Sea. Dit betekent dat Sleeper niet in het vroeger was alles beter verleden is blijven hangen, maar ruimte creëert voor nieuwe bevindingen in de muziek. Dat de drummer en gitarist vanwege hun werk nauw verbonden zijn met opkomende artiesten, pikken ze uiteraard zelf ook genoeg inspiratie op. Deze weten ze nu zelf treffend om te smeden in aangename songs. Hier weer wat dromeriger, bij andere nummers harder en directer. Met Blue Like You plaatsen ze zichzelf nostalgisch ergens in het einde van het laatste decennium van de twintigste eeuw. More Than I Do gaat nog wat verder terug in de tijd, dromerige New Wave staat hiervoor aan de basis. Louise Wener laat hoe dan ook genoeg horen dat ze zich op het schrijversvlak heeft ontwikkeld. Door de compactheid in haar zinnen, heeft het meer de uitwerking van pakkende slogans. Het komt beter binnen, en blijft gemakkelijker hangen. Het rommelige intro van Big Black Sun werkt niet in het voordeel, maar verder is het wel weer lekker. Dit heeft een van de sporadische momenten waarbij je hoort dat de zangeres ondertussen volwassen is geworden. Er zit een lichte heesheid en breekbaarheid in haar voordracht. Niks om zich voor te schamen, het wil alleen maar voordelig voor haar uitpakken. De hoge sensuele uithaal op het einde is een waardig slotakkoord.
Sleeper - The Modern Age | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:10 uur
Het gebruik van autotune en vocoder vervlakt iemands vocale mogelijkheden. Ben je niet in bezit van een mooie stem, dan is dit een aanwinst. Eenvoudiger kan je jezelf dan verschuilen achter het apparaat. Hierdoor is het in principe voor iedereen mogelijk om zanger te worden. Heb je die kwaliteiten wel dan is het een vreemde keuze hiervan gebruik te maken. Mijn eerste reactie op de laatste plaat van Lambchop is die van verbazing en onbegrip. De angst voor een verbijsterende ontwikkeling werd bij Flotus al genoemd. Wat wil de frontman van Lambchop hier mee bereiken? De songs van This (Is What I Wanted to Tell You) gaan hieraan ten onder. Emoties van Kurt Wagner zijn totaal vervormd tot een kunstmatig geheel. Hopend dat dit beperkt zou zijn tot een enkele track, blijkt in de praktijk helaas anders uit te vallen. Toch vraagt het direct al om de nodige verdieping. Op een indringende manier wil je weten wat er in hem om gaat. Je moet er dus extra veel moeite voor doen om de plaat te plaatsen. De vraag is alleen, ben je bereid om hier de nodige energie in te stoppen? Als je keuze positief uitvalt dan hoor je iemand die gevangen zit in zijn gevoel.
The New Isn’t So You Anymore lijkt hierdoor nog meer te gaan over vervreemding van een persoon. Alsof Wagner zichzelf observeert door de ogen van iemand anders. Prostaatkanker heeft een aantal jaar geleden zijn leven op de kop gezet. Dat de behandeling hiervoor ook andere cellen aantast is feitelijk een juiste reactie, de vervlakking kan gesymboliseerd worden door een meer monotoon geluid. Deze intense gebeurtenis heeft waarschijnlijk zoveel impact gehad, dat hij hier totaal door is veranderd. Medicatie om het te bestrijden hebben een soortgelijk effect als drugs. De waarneming van de omgeving ondergaat hierdoor een verandering, waar weinig invloed op uit te oefenen is. Buiten dit feit bereikt hij de leeftijd van zestig, en misschien ervaart hij het als bewonderingswaardig dat hij dit gehaald heeft. Het blijft speculeren, zichzelf helemaal bloot geven doet de zanger hier niet. Genoeg beargumenteerd om het te beschouwen als een experimentele ontwikkeling, en met dit gegeven stap je er een heel stuk gemakkelijker in. Breekbaarheid komt nu intensiever binnen, en het is vooral de treurnis die hier in terug te horen is. Juist door de hedendaagse effecten komt zijn stem ouder en geleefder over. Het verlangen naar rust krijgt hierdoor meer een plek.
Doordat bijna elke track, en ook de titel eindigt met het woord you lijkt het ook een liefdesverklaring aan een beminde persoon. Elk klein stukje geluk moet worden omgezet tot iets grootst en tijdloos. De teksten blijven visueel en inlevend. Lambchop leert om op een andere manier naar de hedendaagse muzikale ontwikkeling van het geluid te kijken. Concluderend gezien een mooi gegeven, al neemt het niet de irritatie weg welke autotunes weten op te roepen. Er zijn betere methodes om gevoeligheid op de plaat vast te leggen. Overige instrumentatie is overwegend sfeer bepalend, en sober gehouden. Van mij mag hij in het vervolg weer meer de alternatieve country kant op. Zou hij dit live kaler ten gehore brengen, dan komt het een stuk intiemer over. Oprechtheid zou ook de bepalende factor kunnen zijn om dit juist niet te doen. Of wil hij gewoon niet zijn ziel geheel openbaar stellen. Jammer, want het niveau van Mr.M wordt al twee albums lang ruimschoots niet meer gehaald.
Lambchop - This (Is What I Wanted to Tell You) | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Joni Void - Mise en Abyme (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:09 uur
Wanneer noem je iets eigenlijk muziek? Wat de één muziek noemt, vind de ander een opsomming van klanken, die nergens naar toe leiden. Het blijft een interessant gegeven. Zo ook het begrip avant-garde. Wanneer is het nog experimentele muziek, en waar zit de grens? Stromingen ontstaan ook uit het feit dat iemand juist buiten de lijntjes durft te kleuren. Ideeën worden ook door anderen opgepakt, die hier weer op een eigen manier mee aan de slag gaan. Wat in een ver verleden ontoegankelijk werd genoemd, zou met terug werkende kracht als vooruitstrevend en baanbrekend worden beschouwd. Vaak hebben dit soort projecten een boodschap die ze willen uitdragen, welke nog belangrijker is dan de muziek. In dit schemergebied opereert ook Joni Void. Het misleidende is dat het hier niet om een vrouw gaat, iets wat je met zo’n naam zou verwachten. Dit is echter het alter ego van de Franse producer Jean Cousin. Door zijn studie richtte hij zich in eerste instantie op de filmwereld, maar blijkbaar vind hij de sfeer die het oproept een grotere inspiratiebron. Met dit gegeven gaat hij op zijn kamer aan het knutselen, gebruik makend van verschillende muziekstijlen, om te komen tot iets nieuws en unieks. In eigen beheer leverde dit vanaf 2011 al de nodige remixen en kleine releases op. Twee jaar geleden bracht hij voor het eerst via een platenmaatschappij een album uit; genaamd Selfless, nu is er de opvolger Mise en Abyme.
Ondanks het gebrek aan echte songs kan de plaat als een conceptalbum gezien worden. Paradox laat ons binnen stappen in een hedendaagse wereld. Er is bewust niet gekozen om de geluiden uit de omgeving te filteren, maar ze worden zelfs versterkt meer op de voorgrond geplaatst. De Oosterse jazzstem van Ayuko Goto wordt in Dysfunctional Helper benut als een waar instrument. Op de achtergrond meer afleidend geroesemoes, waardoor er hier een beeld ontstaat van een multiculturele gemeenschap. Een overbevolkt flatgebouw? geopende ramen in een drukke straat in een grote stad? De nieuwsgierigheid weet te intrigeren. Flarden aan jeugdherinneringen in de hiphop beats. Opstart moeilijkheden in de triphop van Lov-Ender, waarbij het geheugen steeds meer moeite moet doen om gedachtes te herervaren. Bij Abusers ontwikkelt zich zowaar een liedje. Nadat de vrouwelijke vocalen een plek hebben gecreëerd, worden ze versterkt door een man die daar met een zwaardere basstem tegenwicht geeft. Ritmes en refreinen van vroeger eisen ergens nog een plek op. Vanaf Non-Dit krijgt de vervreemding en het claustrofobische de overhand. De enige constante factor hier is de ritmische beat.
Een niet beantwoorde telefoonsignaal is de basis van No Reply. Het zou zo in een overvolle tram opgenomen kunnen zijn. Het beeld van personen, die allemaal druk zich afzonderen met hun smartphone, de omgeving totaal negerend. Een zeer realistisch beeld van de hedendaagse maatschappij. De stagnatie staat centraal in het bewust vast lopende Safe House. Cinetrauma gaat de strijd aan tegen de verandering. Onbekoorlijke industriële geluiden worden op een onbehaaglijke manier tot stopstand gedwongen. Het oorverdovende gezoem in Voix sans Issue gaat zelfs een stapje verder, nog dreigender weerklinkt de vervreemding van de omgeving, welke te snel aan het veranderen is. Een klok vecht tegen de toekomst, maar wordt ontvoerd door het paniekerige witte konijn uit Alice in Wonderland. Het verslag van een alles verslindende leefgemeenschap staat centraal in Deep Impression, waar er een toekomstig beeld wordt geschetst van een computer die uiteindelijk de stem van de verteller over neemt, Jean Cousin offert zijn eigen vocalen hiervoor op. Met het cineastische Persistence zoekt hij een rustpunt. Alle chaos die nog kenmerkend aanwezig waren in de overige tracks zijn vervlakt tot bijna een nulpunt. Uiteindelijk volgt in Resolve de overgave in het hedendaagse bestaan. Joni Void mengt zich tussen de menigte tot er in de verte nog zijn aanwezigheid te horen is, overkoepelend door andere gegalm. Mise en Abyme laat zich niet eenvoudig weg luisteren. Een niet geheel gelukte plaat, of een mooi eigenzinnig werkstuk. De keuze ligt bij de luisteraar.
Joni Void - Mise en Abyme | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Endon - Boy Meets Girl (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:09 uur
Het excuus dat je de Japanse taal niet beheerst, en dat daardoor Boy Meets Girl lastig te luisteren is, kan niet als argument gebruikt worden. Dit overschrijd alle barrières op dat vlak. Hiermee worden niet de schoolboeken van onschuldige kinderen vol geschreven. Endon functioneert op een totaal ander niveau. Taichi Nagura is geen lief klein Pokémon schepsel maar een geluidstovenaar. Wat hij met zijn stem kan bereiken lijkt een bovennatuurlijke gave, die absoluut zeldzaam te noemen is. En dat is maar goed ook, de wereld zal niet klaar zijn voor deze vocale overmeestering, waar al zijn mogelijkheden als vernietigende aanvallen worden ingezet. Nagura schreeuwt, krijst, brult van zich af op een wijze waarop de gemiddelde black metal zanger zich zou afvragen of het ook wat minder kan. De Japanners staan er om bekend de grenzen op te kunnen zoeken, getuige de vreemde spellen die ze op televisie voorschotelen, ook op muzikaal gebied ligt dit op een ander level.
Genoeg gesproken over de zang. De muziek heeft een mooie duistere dreiging. Het titelstuk Boy Meets Girl leunt met zijn bas spel zelfs tegen de logge grunge aan. De versnelling wordt vervolgens ingezet bij het hardcore punk getinte Heart Shaped Brain, waarbij er zelfs ruimte is voor freaky jazz uitbarstingen. De noise explosie Born Again jaagt als overstuurde kamikaze piloten over je heen, om te vervallen in kerkklokken achtige drones. Tegen verwachting in is er in het half uur nog een plek voor een track van meer dan tien minuten. Het beginstuk van Doubts as a Source heeft zelfs een swingend funk metal intro. Nagura komt de boel onaangenaam verstoren met demonisch yoga gehijg, waarbij je jezelf afvraagt of hij in deze toestand het einde van de song zal halen. Dit staat in contrast tot de in verhouding zware en rustige muzikale omlijsting, welke onaards steeds meer richting de doom metal afzwakken. Onheilspellend wordt je weg gezogen in de draaikolk van vermorzelend industrieel drijfzand. Dat de Japanners wel degelijk tot iets in staat zijn bewijzen ze wel met het gemak waarmee er geswitcht wordt tussen verschillende stijlen. Het oorverdovende effect wordt dus vooral vocaal opgeroepen. Jankend werkt Nagura zich ook hier door de passages heen. Dat ze het zelfs kunnen afronden met een aangenaam eindstuk waar naar het klassiek neigende aanpassing wordt gebruikt, mag wonderbaarlijk genoemd worden.
De kerkklokken zijn nog sterker aanwezig in het vet groovende Love Amnesia. Doordrenkt met een kindermuziekdoosje laten deze brute geweldenaren zich van hun meest toegankelijk kant zien. Dat hiervoor ergens ver weg gestopt een hardrock basis uit de jaren zeventig is gebruikt, zou niet geheel onwaarschijnlijk kunnen zijn. Er wordt een poging wordt ondernomen om deze totaal de vernieling in te helpen, al lijkt dat niet helemaal te lukken. Er blijft genoeg menselijks overeind staan. Ook bij Final Act Out mankeert er weinig aan het muzikale gehoor van de veelzijdige muzikanten. Die van mij moet zich door de opgelegde pijngrens van standje teveel heen werken, het zal ze weinig interesseren. Uiteindelijk wordt je beloond door het heus dansbare mysterieuze Red Shoes, welke zelfs aangename luchtige aanwaaiende stoner rock invloeden verbergt. Stoffig en met modderige riffs zorgt het voor een aangename verrassing. Dat dit weer net zo gemakkelijk de kop ingedrukt wordt door het zwaar overspannen Not For You is niet meer vreemd te noemen. Als ze zichzelf zouden presenteren als immigranten die begin jaren negentig in Seattle zijn beland, dan zou het zelfs geloofwaardig klinken. De gitaarsound uit deze periode hoor je absoluut terug. Vergeet de zang, daar kan nog met een flinke moersleutel aan gewerkt worden tot iets aangenaams, en er staat een prima album over voor de geoefende luisteraar.
Endon - Boy Meets Girl | Metal | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ibibio Sound Machine - Doko Mien (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:09 uur
Dat afrobeat zich prima weet te mengen in de postpunk muziek uit de jaren tachtig is in tal van voorbeelden terug te vinden. The Police deed dit op een commerciële wijze, Talking Heads meer kunstzinnig en dichter bij de basis, maar ook meer excentriekelingen als bij Public Image ltd. maakten hier onbeschaamd gebruik van. Ibibio Sound Machine heeft zijn oorsprong in Nigeria en wordt geleid door vocalist Eno Williams, woonachtig in het muziekcentrum Londen. Natuurlijk vergeet ze haar roots niet, maar op hun derde plaat weten ze de westerse invloeden een steeds meer dominantere rol toe te eigenen. In normale omstandigheden bevolkt de band met acht man het podium, maar sta er niet vreemd van op te kijken als hier zich gedurende het optreden nog een aantal gastmuzikanten bij voegen. Het is een heerlijke kolkende massa, die als een bruistablet alle problemen eventjes naar de achtergrond verband. Dat Eno Williams hier minder politiek getinte teksten geschreven heeft dan op Uyai , is een feit. Allemaal een stuk universeler, de problematiek van haar thuisland staat minder op de voorgrond. Het is voornamelijk een warm tot dansen oproepend gezelschap, die de menigte heerlijk wil laten zweten. Welke hier aangename herinneringen oproept aan de Nijmeegse Zomerfeesten van jaren geleden. Een stuk minder commercieel, en meer gericht op de grote culturele massa, die de stad een week lang bevolkt. Veel meer stonden toen soortgelijke internationale tradities centraal. Met een overschot aan blaasinstrumenten, keyboards en percussie laat deze soulvolle hogepriesteres je kennis maken met deze aangename ceremoniële sessie, genaamd Doko Mien. Ofwel vertaald in het Engels Tell Me.
Het zwaar door eighties keyboards bewerkte I Need You to Be Sweet Like Sugar (Nnge Nte Suka) krijgt een groovend funky vervolg in de herhalende pompende sound. Gitarist Alfred ‘Kari’ Bannerman kan met zijn eigenzinnige spel en ervaring bekende collega’s aardig wat bijleren. Met het nodige gemak mengt hij zich dominerend op de voorgrond. Niet vreemd dus dat hij zich vanaf de jaren zeventig al in de veelzijdigste projecten heeft gestort. De blazers introduceren zichzelf om vervolgens gereed te staan voor hun volgende assistentie. Ondanks dat Williams het niet nodig heeft krijgt ze verbale ondersteuning met soulvolle backings van Jaelee Small en Chantal Brown. Vetter hadden ze niet kunnen starten. Dat ze net zo gemakkelijk kunnen omschakelen naar dansbare souldisco met diepe bas bewijzen ze met Wanna Come Down. Het is bewonderenswaardig dat ze hiermee niet grootheden uit het desbetreffende tijdperk in de weg lopen. Ze onderscheiden zich overduidelijk van andere acts met hun persoonlijke benadering. Disco is al tijden niet meer zo smakelijk geserveerd. Meer vintage achterhaalde futuristische cybergeluidjes versieren als kleurrijke slingers het meer uptempo Tell Me (Doko Mien). Ze weten echte instrumenten te mixen met kunstmatige klanken, waar tussen de scheidingslijn niet te leggen is. Ruimte voor een donkere sfeervolle benadering is er in het dromerige I Know That You’re Thinking About Me. Als eenarmige slagwerkers wordt er een statisch ritme afgeleverd, minder gebruik makend van veelzijdige percussie mogelijkheden, maar alles in dienst van de dreigende track. Max Grunhard gooit er met zijn saxofoon nog de nodige new wave oproepende blaaspartijen door heen, om zorg te dragen dat het niet afsterft in een niks zeggende fade out.
De toekomst wordt vervolgens gecreëerd in de met Where The Street Have No Name, inderdaad van U2, raakvlakken hebbende I Will Run. Je kan het schaamteloos ontkennen, bij mij wordt het binnen gehaald als een groot compliment. Hopelijk doen de heren van de wereldband er niet moeilijk over, maar incasseren ze het met respect en trots. Dat de tango als basis genomen wordt in Just Go Forward (Ka I So) is verrassend, en al snel hoor je er weinig meer van terug. Je struikelt over de Shaft achtige filmtunes die vervolgen. Zo lijkt het dat je opeens midden in een foute nagesynchroniseerde gevechtsfilm bent beland. Dat ook nog Alfred Bannerman ten tonele verschijnt is altijd prachtig. Hij is over de hele linie te weinig in beeld, maar hierdoor zijn de spaarzame optredens alleen maar sterker. De nog in de kinderschoenen staande housebeat van She Work Very Hard zit in het duistere schemergebied tussen postpunk en synthpop. Daarmee lieten nog zoekende wave bands ons jaren geleden kennis mee maken. Zelf nog overrompeld door de mogelijkheden van deze rechthoekige machines. Al snel blijkt het dat het toch weer party time is. Ibibio Sound Machine beschouwt het niet als meerwaarde om in de deprimerende neerslachtigheid te blijven hangen. Een wereld die bewoont wordt door vrouwelijke huishoud robots waarbij rook uit de scharnieren komt, met voor de kunstmatige ogen een rood geletterd balkje met Information Overloaded. De angst voor een maatschappij die teveel eisen aan zichzelf stelt. Om hier dan toch weer die funky twist aan te geven is erg gaaf. De smerige rockende gitaarsound mag het weer allemaal ontregelen.
Nyak Mien is een overvloed aan blijheid en vrolijkheid, misschien net te veel. De stoelendans tussen stukjes ska en Latijns- Amerikaanse fragmenten vergt veel van de danspartners en heeft een vermoeiende werking. Anderzijds, met een paar glazen Malibu Coconut als opwarmertje, hou je jezelf wel staande. Toch krijg ik de indruk dat ze hierbij wel de gemakkelijkste weg hebben vervolgt. Het zweverige intro van Kuka had achterwege mogen blijven, het voegt weinig tot niks toe aan de indringende gothic sound die volgt. Meer psychedelisch wordt er weg gedroomd in de zomerbries van Guess We Found a Way, welke zich met gemak als titelstuk voor een bewerkte vintage James Bond film mag inschrijven. Zwoel, sensueel, maar tevens stoer. De verwijzingen naar Afrika komen nog het beste tot hun recht bij het jazzy Basquiat, waar een vingervlugge pianist het voorbereidend werk mag aanleveren. Het muzikale gevecht dat de bassist met de helder spelende gitarist aan gaat, wordt overtuigend gewonnen door de eerste. Als toegift krijgen we nog een instrumentale introductie van de gehele band. En om eerlijk te zijn, de namen voegen weinig toe, bij de aankondiging van de volgende muzikant, weet het merendeel van het publiek de vorige al niet meer te herinneren. Ibibio Sound Machine is klaar voor het naderende mooie weer. De jurkjes mogen weer uit de kast komen.
Ibibio Sound Machine - Doko Mien | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Nick Zammuto - We the Animals (2018) 3,5
30 juli 2020, 21:08 uur
Er zijn genoeg voorbeelden te vinden van popmuzikanten welke zich met succes wijden aan het maken van een geschikte soundtrack bij een film. Dat dit niet voor iedereen is weg gelegd is helaas ook waar. Een goede score blijft ook overeind staan zonder de beelden, of ze moeten wel heel erg goed bij bepaalde scenes passen. Nick Zammuto is de frontman van de naar hem genoemde indie rockband uit het Amerikaanse Readsboro. Eerder al was hij actief in The Books, een experimenteel duo, waar hij samenwerkte met de cellist Paul De Jong. Zoals de naam al aangeeft, heeft deze zijn oorsprong in Nederland. We The Animals stort zich in het leven van een ontwricht gezin, en volgt hierbij drie broers. De basis van dit verhaal ligt in de jaren tachtig, en de verfilming mag zich gelukkig prijzen met lovende recensies. Hier wordt alleen stil gestaan bij de muziek, los staande bij de beelden die deze oproepen.
Escapisme heeft een centrale functie in het geheel, en hoe zet je vluchtgedrag om in indrukwekkende klanken? Door je eigen ego centraal te stellen. Hierdoor komen de a capella gesproken woord gedeeltes zo sterk over. Het roept een beeld van eenzaamheid op, welke treffend worden verwoord in de sobere benadering. De angst en dreiging die hieruit naar buiten gebracht worden vinden hun plek in de muzikale omlijsting. Al zingend wordt er gezocht naar een persoonlijk rustpunt, om zichzelf af te sluiten van de onzekere omgeving. Soms met klanken die de spanning van een hartslag vorm geven, dan weer overwinningstonen van euforisch gestemde stukken. Maar over het algemeen wordt een droombeeld geschetst die zich afzet tegen het kleine ontregelde wereldje van de puberende hoofdrolspelers. Sfeerbepalend is het sleutelwoord. Het verlangen naar geborgenheid met de risico’s die de weg hier naar toe oproept. Letterlijke bloedbroeders die als eenheid willen communiceren met hun onzekere omgeving. De offers die voor de liefde voor elkaar en hun ouders gevraagd wordt.
Het moment dat je als buitenstaander dit lijkt te accepteren wordt ruw verstuurd door het boze onmacht oproepende Bad Bad Bad. En daar ligt de kracht van de soundtrack. De hele tijd heb je het gevoel dat er naar een climax wordt toe gewerkt, en op het moment dat je deze niet meer verwacht, slaat hij keihard toe. De scheidingslijn tussen euforie en angst valt helemaal weg. Dezelfde stukken muziek, maar nu gezien vanuit een andere invalshoek. Aandachtig luister je naar de rest van de plaat, en vervolgens zet je hem nogmaals op. Maar zelfs meerdere luisterbeurten weten het moment niet te benoemen waar het lijkt te exploderen. Ondanks de fragmentarische aanpak komt het wel confronterend binnen. Heb je dan als componist je doel bereikt? Ik dacht het wel.
Nick Zammuto - We the Animals | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Weyes Blood - Titanic Rising (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:08 uur
Weyes Blood is Natalie Mering, een veelzijdige liedjesschrijver uit Californië, die tevens de nodige ervaring heeft in het bespelen van meerdere instrumenten. Vocaal ondersteunde ze Father John Misty in de titeltrack van God’s Favorite Customer, en werkte ze samen met Ariel Pink en Perfume Genius. Als startsein heeft ze niet voor de gemakkelijkste weg gekozen. Haar eerste album The Outside Room is een prachtige, combinatie van folk met daarin statische doemgothic verwerkt, welke in de jaren 80 de kwalificatie ruimdenkend en veelbelovend zou krijgen. Totaal niet te vergelijken met haar nieuwe project Titanic Rising, alweer haar vierde plaat. Niet zozeer de ramp zelf staat hier centraal, maar meer de inspiratiebron die dit vormde voor de films waar dit thema centraal staat. Veel ultra white tandpasta kitch, een vleugje James Bond, ABBA riedeltjes, Carpenters dramatiek en foute seventies romantiek. Als basis werd de geflopte film Raise the Titanic genomen. Duidelijk dus dat de sfeer uit 1980 hoorbaar is. Dit jaar zal er in de zomer een sequel onder de naam Titanic Rising in de bioscoop verschijnen, al roept de muziek meer om een prequel. Het doet net een tikkeltje ouder aan. John Barry verzorgde voor de eerste film de muziek, en ik kan het niet anders zien als een ode aan zijn werk. Bewonderenswaardig is er dus niet gekozen voor Ian Flemmings beroemde karakter of ander hoog gewaardeerd werk, maar juist voor deze gigantische flop, waar de auteur Clive Cussler niet meer aan herinnerd wil worden.
A Lot’s Gonna Change heeft nog een heerlijk galmend oer postpunk intro, al is dat de enige referentie met haar debuut. Nadat de eerste piano klanken de lieve vocalen van Natalie Mering introduceren, is die vergelijking direct verdwenen, en zal ook niet meer terug komen. Daarvoor in de plaats komt een mooi singer songwriter basis geluid terug. Fabelachtige luistermuziek van een zangeres die onbescheiden durft uit te pakken. Heerlijke hoge koortjes geleend uit de jaren waarin we nog knus in de leefkuil, zittend op een poef Mens Erger Je Niet speelden. Het zijn de iets wat vreemde klanken die verraden dat het allemaal een stuk hedendaagser is, daar houden de vergelijkingen op. Het verlangen naar dit sentiment overheerst en is net zo levendig als de vintage Brabantia koffieblikken waar je nu bij een tweedehandszaak de hoofdprijs voor moet betalen. Soms hoor je het duistere verleden terug zoals bij het begin en einde van Everyday, om vervolgens over te schakelen naar de retro seventies. Hier en daar wat subtiele veranderingen in het stemmen van de instrumenten.
Het titelstuk Titanic Rising spreekt in anderhalve minuut op een symfonische manier de waardering uit voor synthesizer grootheden die vervolgens navolging kregen in de popmuziek. In die lijn vervolgt Movies het geheel. Ondanks de oproepende kilte, heeft het iets dromerigs en zweverigs. Zo dacht men jaren geleden dat futuristische muziek zou klinken. Vreemd dat dit juist nu zo gedateerd aanvoelt. Hoe verder het vordert, hoe groter het allemaal aanzet, met de uitbarsting als absolute hoogtepunt. Het ziet er naar uit dat het een lastige taak wordt om dit te evenaren, dus gaan we een rustige stap terug om het door engelenzang gevormde Mirror Forever te aanschouwen. Het niveau van de voorganger wordt wonderbaarlijk behaald met deze mix tussen folk, Efteling rock en commerciële jaren 80 Mike Oldfield songs. Vanaf Wild Time wordt weer aansluiting gezocht bij de eerste nummers. Een stuk minder avontuurlijker, maar wel stukken die moeiteloos blijven staan. Vergeet dat hele soundtrack idee, zoveel meerwaarde heeft dat namelijk niet, en er blijft een prima plaat staan, met halverwege twee geweldige uitblinkers.
Weyes Blood – Titanic Rising | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Visible Cloaks, Yoshio Ojima & Satsuki Shibano - Frkwys Vol. 15 (2019) 4,0
Alternatieve titel: Seranitatem, 30 juli 2020, 21:08 uur
Het onafhankelijke Brooklynse platenlabel RVNG Intl. investeert veel in plannen waar ze voor de volle honderd procent achter staan. Zo hebben ze in het verleden het RVNG van de NRDS project opgestart, welke zich richtte op een vinylreeks van discobewerkingen. Daarna zijn ze aan de slag gegaan met artiesten uit eigen stal, welke ze aan elkaar koppelen. Deze FRKWYS reeks, want daar hebben we het over, is ondertussen al toe aan editie 15. Op Serenitatem gaat het uit Portland afkomstige duo Visible Cloaks de complexe uitdaging aan met de uit Japan afkomstige Yoshio Ojima en Satsuki Shibano.
Visible Cloaks heeft Spencer Doran en Ryan Carlile in de gelederen, en maakt elektronische new age waarbij echte instrumenten de basis vormt. Door de veelal Oosters getinte aanpak past deze perfect bij de meer rustgevende ambient sound van Yoshio Ojima, die in zijn pioniersrol tevens verantwoordelijk is voor baanbrekende geluidssystemen die te horen zijn in gerenommeerde Japanse openbare voorzieningen. De klassiek geschoolde pianist Satsuki Shibano heeft haar naamsbekendheid te danken aan haar indrukwekkende invulling van haar kijk op bestaande werken van Erik Satie en Claude Debussy.
Toi duikt diep de ambient in. Met vervreemde geluiden wordt contact gezocht in de universele wereld die geschept wordt. Het voelt aan als een ontdekkingsreis door het heelal. Het kalmerende geluidsscala geeft een ontspannen effect op de hersenen. Begrijpbaar dat Yoshio Ojima hiermee de altijd vluchtige Japanners tot een halt roept. Als een klankentovenaar laat hij voor een moment de tijd stil staan. Visible Cloaks benut de ontstaande speelruimte met hypnotiserende toevoegingen op het gebied van uitweidende soundscapes.
Anata krijgt hulp van een prettige stem die flink door een vocoder is gemangeld. Verscholen in de achtergrond zijn de lang uitrekkende harmonium achtige tonen hoorbaar, die een steeds meer dominerende rol opeisen. Satsuki Shibano mag haar kwaliteiten voor het eerst tentoon stellen in You. Haar ervaringen schikken zich probleemloos tussen de meer futuristische droombenadering van de overige drie muzikanten. Harmonieus wordt het vertwijfeld tot leven gewekt om zich te ontwikkelen tot een mooi samenspel.
Volledige diepgang ontstaat er in het tot in puntjes uitgewerkte Atelier. Met een aangenaam arcadisch geluidenpakket krijgt het pianospel de kans om zich subtiel te hechten aan het klein gehouden kunstwerkje. Om vervolgens te verzanden in de denkbeeldige oase van rustgevende klanken. Nog sterker wordt het pastoraal gevoel gepresenteerd in het door een kerkorgel begeleidende S’Amours Ne Fait Par Sa Grace Adoucir (Ballade 1) waarin Satsuki Shibano prachtig soleert.
De aanwezigheid van de inleidende stem bij Lapis Lazuli wordt zeer op prijs gesteld. Ze is een gids en neemt je stevig bij de hand in de mediterende trip die volgt. Schoon van gedachtes en ook innerlijke opgeruimd laat je volledig sensitief bewust de track op je inwerken. De computer gestuurde vocalen nemen het eventjes over om vervolgens je de vrijheid te gunnen om de beleving verder te ondergaan.
Minimalistisch gaat Stratum van start. Juist hier valt weer alles op zijn plek. De pianotoetsen worden voorzichtig aangeslagen om vervolgens af te dwalen in een sederende dagdroom, waarbij de traditionele Oosterse culturen zich laten inmengen in een prachtige climax. Met Canzona Per Sonare No.4 wordt het onschuldige kinderlijke naar boven gehaald. De verborgenheid van een vertrouwd slaapliedje wil een spirituele afrondende werking in gang stellen. Juist die laatste twee tracks willen de kracht van dit bijzonder samenwerkingsverband benadrukken.
Visible Cloaks, Yoshio Ojima & Satsuki Shibano - Serenitatem | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Pete Gow - Here There's No Sirens (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:07 uur
Americana is een muziekstroming die zijn oorsprong heeft in de country. Eigenlijk kan het gezien worden als een hippere benaming om het oubollige gevoel wat country oproept te elimineren. Vanwege de naam wordt dit terecht gelinkt aan de Verenigde Staten. Maar er zijn tal voorbeelden te vinden van artiesten die vanuit een ander thuisland deze sfeervolle muziek maken. Hoe verwarrend is het dan om als Britse bevriende muzikanten een naam te nemen welke ook nog dezelfde is als die van een oudere Amerikaanse country zanger. Hoe lastig kan je het voor jezelf maken. De genoemde band Case Hardin, want daar hebben we het hier over, besluit om nu alle aandacht te richten op bandlid Pete Gow. Doordat zijn maatjes oprecht bedankt worden op zijn soloplaat, ziet het er naar uit dat het een tijdelijk uitstapje betreft.
In de Farm Music Studio van Joe Bennett te Oxfordshire wordt in de bloedhete zomer van 2018 in twee sessies van drie dagen tijd hard gewerkt aan wat uiteindelijk Here There’s No Sirens zal worden. Pete begeleid zichzelf op gitaar, Joe verzorgt de overige instrumenten, en voor het sfeervolle drumwerk is Fin Kenny verantwoordelijk. In de titeltrack Here There’s No Sirens gaat de gedachte uit naar Shane MacGowan, waarvan The Pogues klassieker A Rainy Night In Soho in samplevorm eventjes mag passeren. Voor het platenlabel Clubhouse Records is Pete Gow geen onbekende, ze hebben ook Case Hardin onder hun vleugels. Terecht dat ze zich met volle vertrouwen richten op deze stemmige singer-songwriter.
Eigenlijk had de plaat net zo goed onder de naam Gow & Bennett uitgebracht kunnen worden. De twee artiesten halen namelijk meer dan het beste in elkaar naar boven. De bescheidenheid van de producer is niet terug te vinden in zijn multi muzikale aanpak. In zijn basispakket zitten onder andere piano, bas, trompet, lapsteelgitaar en orgel opgenomen. Met gemak weet hij deze kwaliteiten toe te passen als een nummer daar om vraagt. Dit levert een sfeervolle zwoele avondplaat op, die zich prima laat beluisteren in de hete nazomerdagen.
Al direct weet Bennett in One Last One-Night Stand de sprankelende pianotoetsen af te wisselen met warm georkestreerde strijkers, die een aangenaam knus huiskamergevoel oproepen. Vervolgens stopt hij er in de volgende track Mikaela de treurnis van de trompet tussen om het later op Some Old Jacobite King te voltooien met slepend lapsteel gitaarspel. Wat is hij een ongekend groot talent die hopelijk groter opgepakt wordt. Zijn uitgekiende kluswerk zou veel soortgelijke artiesten naar een hoger level kunnen tillen.
Pete Gow werkt zich als een geroutineerde countryzanger door de songs heen. De autografische getinte songs als One Last One-Night Stand en Strip For Me komen binnen als reisverslagen. De eenzaamheid van verlaten hotelkamers, op zoek naar betaalde liefde en andere ellende waar een artiest mee te maken heeft. Elke dag op doortocht, waarbij het onmogelijk is om je te binden aan een partner en een stabiele toekomst op te bouwen. Met deze desolate oorsprong wil de spreker de aandacht op zich richten, al schuilt daarin wel het gevaar dat zijn voordracht wat eenzijdig over komt. Maar daarvoor staat Joe Bennett dus achter het mengpaneel. De grauwe geschetste wereld van Pete Gow die hij mag mengen in een grootst kleurenpallet. Net zo passend weet Veronica Casey de vocalist neer te zetten in de prachtig geschilderde albumhoes.
Pete Gow - Here There's No Sirens | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Beta Band - The 3 E.P.'S (1998) 3,5
30 juli 2020, 21:07 uur
Een goede platenzaak kent zijn klanten. Het is de kunst om in een aardig gevulde winkel een album te draaien, en die vervolgens ook nog te verkopen. Je hebt helemaal een goede dag als het je lukt om er zelfs meerdere exemplaren van te verkopen. Iedere muziekliefhebber is wel eens met plaat naar buiten gestapt, waarvoor het bezoekje eigenlijk niet bedoeld was. En over het algemeen zijn dit geen miskopen. Het bestaansrecht van dit soort shops is hiervan grotendeels afhankelijk. Vroeger hoorde daar nog een volle asbak met sigarettenpeuken bij. Tegenwoordig sporadisch nog een flinke kop koffie. En zo hoort het dus ook te zijn. Geen streamingsites, maar met een aantal albums naar de kassa luisteren, zelf handmatig skippen naar de volgende track, of voorzichtig de naald verplaatsen. Uiteindelijk tevreden weer huiswaarts keren. High Fidelity is een liefdesverhaal, of eigenlijk net geen liefdesverhaal. De hoofdrolspeler is een slimme verkoper in een soortgenoemde winkel. Het neurotische zich verheven voelen met muziekkennis boven de klant staat centraal. Verder veel gesnuffel in platenbakken en de nodige Top 5 lijstjes die de revue passeren. Een cultfilm met idem soundtrack. Liefhebbers kennen letterlijk elke conservatie uit de film. Zo ook die waar er binnen een korte tijd gepoogd wordt om een EP van een relatief onbekende band aan de man te brengen. De naam van de song; Dry The Rain. De naam van de band: The Beta Band. Toepasselijk uitgezocht voor op het witte scherm. Nick Hornby schreef het verhaal al voordat The Beta Band zich aandiende. Het was een treffende poging om ze onder de aandacht te brengen. Na drie geslaagde EP’s verslapte de aandacht bij het iets wat tegenvallende debuut. Met terugwerkende kracht wordt The 3EP’s beschouwd als hun eersteling. Meer dan terecht. Is het een geniale zet geweest, of gewoon domme pech?
Champion Versions:
Beter hadden ze zichzelf niet kunnen introduceren. Het genoemde Dry The Rain mag openen. Door de lazy benadering zoekt het nog meer aansluiting bij de crusties beweging dan bij de Britpop. Vies en lui zijn de sleutelwoorden. Dat deze het in de Verenigde Staten goed deed is niet zo vreemd, de lo-fi sound van een Beck is meer terug te horen. De overgang naar het vollere geluid maakt het wel af, gelijk klinkt het een stuk soulvoller. Ritmisch gezien gaat I Know meer de Madchester kant op, al wordt er hierbij veel minder gebruik gemaakt van dub. Net zo dromerig vervolgen we met B + A, duidelijk bedoeld aan aangename trippende opvuller. Om dan vervolgens zo sfeervol af te sluiten met Dogs Got A Bone verwacht je weer niet. Al zwiert het koortje alle kanten uit, en verwacht ik dat de nodige bedwelmende dampen de studio hier bevolken. Wat zal de schoonmaker er de volgende dag een flinke dagtaak aan overhouden om de puinzooi op te ruimen. Het resulteert wel in een aangenaam geheel.
The Patty Patty Sound:
De tweede EP laat een verandering van het geluid horen. Met de nodige psychedelische invalshoeken wordt er binnen getreden in een meer experimenteel kamertje. Inner Meet Me heeft een volle sound met een ritmisch gitaartje en gesamplede bliepjes die spaarzaam begeleid worden met eenvoudige percussie. Het is voornamelijk de ongedwongen uitstraling waar kracht uit gehaald wordt. Een soortgelijke speelsheid vergezeld ook The House Song, al wil het net te traag opstarten. De discotrack die er in verscholen zit werkt wel op de steeds soepele wordende benen. De baslijn helpt ons als een partner de dansvloer op. Het rapgedeelte had achterwege mogen blijven, hierdoor krijg je net teveel onprettige boyband associaties. De Britten bezitten wel de nodige soul, maar ze missen de flow om als een hiphopper aan de gang te gaan. Liever vijf Britpoppers vet onder invloed die proberen te zingen, dan eentje die zichzelf The King Of Rapmusic waant. De Zuid Amerikaanse invloeden in Monolith zijn lekker, maar waarom steeds dat gehakketak in dit nummer. Op het ene moment zit je midden in een oerwoud, dan weer vast in het verkeer van een wereldstad. Natuurlijk kun je een track als een restje pindakaas uitsmeren over twee boterhammen. Alles wordt geraakt, maar de smaaksensatie is tot een minimum gebracht. Deze jamsessie had de studio niet mogen verlaten. Compactheid leid tot mooier resultaat, zoals in het sterke She’s the One. Hier weet de zweverigheid wel te overtuigen. De pimpende zang is zelfverzekerd en stoer. De switch halverwege wordt logisch ingeleid. Om dan nog overtuigend te finishen in retro sixties expressies is een aangenaam gegeven.
Los Amigos del Beta Bandidos:
Nog steeds zoekende naar wat uiteindelijk hun kenmerkende eigenwaarde zal worden horen we weer iets nieuws in Push It Out. Je weet weer niet hoe het zich zal ontwikkelen. En dat is bepalend voor The Beta Band. ze leggen zichzelf geen regeltjes op door het experiment uit de weg te gaan. Een gegeven wat de stempel zal worden op al hun producties. Dat dit niet altijd goed uitpakt, kan ze weinig schelen. Door deze vrijheid levert het interessante brokken muziek op. Helemaal niet vreemd om een jazzy basgitaar te horen in It’s Over. Het zijn dan ook helemaal geen verkeerde muzikanten. Tussen de ongein hoor je tevens geschoolde kwaliteiten terug. Nonchalant wordt John Lennon van de pianokruk geduwd op Dr. Baker. En dan verwacht je een peace and happiness protestsong, maar het blijft bij simplistisch gepingel. Meer druggy sluiten ze af met het meer dan geslaagde Needles in My Eyes. Een groep welke collega’s oproept om zichzelf niet te serieus te nemen, en dat siert ze.
The Beta Band - The 3 E.P.'S | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lamb - The Secret of Letting Go (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:06 uur
Al vanaf de eerste klanken van The Secret Of Letting Go krijg je de indruk dat Lamb de kant op gaat waarmee Louise Rhodes zichzelf solo op de kaart zette. Niks is minder waar. Een fractie lang gaat de gedachte door je heen dat je bij Phosphorous naar een Ierse traditionele folk band aan het luisteren bent. Dan mag Andy Barlow de duisternis oproepen met aangename keyboard akkoorden. De gespannen sfeer binnen de band was het startpunt van de plaat. Sterker nog, met de titeltrack zouden ze eigenlijk een dikke punt zetten achter hun creatieve relatie. Blijkbaar leverde het juist genoeg inspiratie op om verder te gaan. Het klinkt allemaal een stuk grimmiger. Het poeslieve stemgeluid van Rhodes heeft zich ontwikkeld tot een meer volwassene benadering. De aansluiting met de donkere beats is meer dan treffend te noemen, en ze geeft haar muzikale evenbeeld ook meer mogelijkheden om zich uit te leven.
Phosphorous mixt de Clannad achtige ambient perfect met de kerkelijke gotische strakke jaren tachtig sound. Het belooft gelijk al veel goeds. Hier hoor je nog wat terug in de toegankelijke vocalen, vervolgens wordt het verder stap voor stap verder afgebroken. Vervreemding staat centraal in Moonshine. Rhodes kronkelt nog alle kanten op, waarbij ze de hoge regionen ook treffend weet te raken. Het geflirt met het rapgedeelte levert een aangename break op, waardoor het net die push krijgt waardoor het boven zichzelf uit stijgt. Op deze manier blijven ze schatplichtig aan hun triphop verleden. Dat ze Armageddon Waits dropten als eerste single is een juiste keuze. Hiermee leveren ze een visitekaartje af, en laten ze horen welk ontwikkelingsproces ze zijn ondergaan. Naar eerst wat van de basis terug te laten horen, gaan ze halverwege helemaal los. Nog steeds is het filmische dominant aanwezig, maar er wordt gekozen voor zwaarder werk, zonder de geloofwaardigheid te verliezen. Absoluut representatief voor het totaalplaatje. Ideaal voor een James Bond score, waar de hoofdpersoon het niet overleeft.
Drum-‘n-bass beats staan centraal bij Bulletproof, al gaan die al snel hun eigen onverschillige weg. Met de nodige bliepjes en getingel worden ze tot halt geroepen. Strak in het regiem marcheren ze door de elektronica heen. Dat de titeltrack The Secret Of Letting Go de basis vormde hoor je niet duidelijk terug. Om eerlijk te zijn komt het eerder over als een probeersel welke nog niet geheel is uitgewerkt. Er zitten prachtige elementen in verwerkt, zeker met de orkestrale instrumentatie, maar het begin past er niet treffend bij. Door deze dwarsheid is er ruimte gecreëerd om verder aan de slag te gaan. Dat ze het verleden niet helemaal kunnen laten rustig beluister je in het gevoelige Imperial Measures. Het zou zich weer prima staande houden op het debuut. Hier is het mij net teveel down to earth. De onvoorspelbaarheid van The Other Shore gaat meer de diepte in. Het vraagt meer aandacht, juist vanwege het onheilspellende. Terwijl Rhodes in principe weinig verandering in haar voordracht brengt, mag de waarde van Barlow niet onderschat worden. Gevoelens krijgen in de juiste ambiance meer kleur. De triestheid van de blazers moet je gesteldheid nog verder naar beneden trekken, maar wil het ook extra glans geven.
In Deep Delirium gaat de dance van de jaren negentig een verbond aan met de uitspattingen van tien jaar eerder. Met veel bombastisch getoeter richten ze zich met deze clubtrack op het feestende publiek. Wat zouden house producenten hier graag mee aan de slag willen gaan. Dat Rhodes hier rustig haar kopje thee mag benutten, heb ik totaal geen moeite mee. De energie die dit oproept weet Barlow heerlijk extravert naar buiten te brengen. Absoluut het hoogtepunt van dit album. De rol eist de zangeres wel weer terug in Illumina,ook hier zijn het de noise fragmenten en harde drumslagen die de opbouw bepalen.
De vocalist laat de song ademen, maar het is wel degelijk haar partner die de zuurstof aan levert. The Silence in Between overstijgt nogmaals alles wat er tot nu toe gebracht werd. Een bloedmooie ballad waarbij Rhodes zichzelf naast Kate Bush en Tori Amos een podiumplek weet te benutten. Muzikaal gezien heeft het veel weg van traditionele Schots of Iers materiaal. De stilte van het zilvergrijze landschap wordt wijselijk ingevuld. Dat we hierna ook nog getrakteerd worden op het gelijkwaardige One Hand Clapping is mooi mee genomen. Vaak wordt er reikhalzend uitgekeken naar nieuw werk als een act voor langere tijd uit de running is. Hier kan terecht gezegd worden dat ze helemaal terug zijn. Waar een crisis toe kan leiden.
Lamb - The Secret of Letting Go | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Chemical Brothers - No Geography (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:06 uur
Mag een band die zichzelf weet te definiëren met de term chemical beat schaamteloos shoppen op het gebied van dance? Natuurlijk mogen ze dat. Na de tweede Summer Of Love in 1988, gevoed door de acid house, volgde al snel de Britse illegale raves. Het werd allemaal een stuk agressiever en opgefokter. Madchester combineerde de sound in het indie gebeuren waarmee ze zichzelf op de kaart zette. Uit deze invloeden volgde een uniek dance geluid. Pioniers als The Prodigy, Orbital en The Chemical Brothers behoeden ervoor dat het niet dood bloedde, maar zorgden voor een succesvolle doorstart. Laatst genoemde bleven zichzelf vernieuwen, maar ook hierbij was er op den duur sprake van muzikale bloedarmoede. Door het gebrek aan verse zuurstof werd het stollingsproces ingezet, stagnatie tot gevolg. De chemie was verdwenen, en na het overlijden van een van de sleutelfiguren van The Prodigy leek het einde van een tijdperk definitief dichtbij te komen. Door snoeihard toe te slaan met veelzijdige singles wist The Chemical Brothers de aandacht weer op zich te richten. De vraag is of No Geography aan de verwachtingen voldoet, en ze weer zo’n positieve herwaardering oplevert als jaren geleden met de voortreffelijke comeback track Galvanize.
Free Yourself werd al ruim een half jaar geleden gelanceerd. De song ligt erg in het verlengde van Hey Boy Hey Girl, maar dan net een stuk minder bijtend. Ook in de video liggen de raakvlakken er vet boven op. De dansende skeletten zijn hier vervangen door robots, die verder weinig ontwikkelingen laten zien in hun mouvement. Een ingedut elektronisch geluid welke symbolisch ontwaakt uit de dood om een revolutie te ontketenen. Overrompelen doen ze hiermee niet, maar dat er iets moois gaande is, hoor je zeker terug. Na een stilte van een aantal maanden verscheen in januari hun tweede single. Met het meer funky MAH welke ondersteund wordt door confronterende soulvolle vocalen eren ze de oerbeginselen van de disco. Met beelden van een live registratie waar op de achtergrond een demonisch wezen op gigantische schermen de rol van ceremoniemeester op zich neemt, weten ze op een bijna lugubere manier de aandacht te trekken. Hiermee moet het met gemak haalbaar zijn om het euforische publiek in extase te brengen.
Vrij snel volgde het retro old school getinte Got To Keep On, welke hier voor de nodige verwarring zorgde. De hedendaagse benadering van the seventies past nog het beste bij Daft Punk, dan wel geholpen door Nile Rodgers. Of hier sprake is van een heuse waardering, of snel succesvol willen scoren, laat ik in het midden. Het heeft de potentie van een ware zomerhit. Vreemd genoeg is er gekozen om deze in de winter op de markt te brengen. Zo zou Boney M moeten klinken als Giorgio Moroder en niet Frank Farian ze onder zijn hoede had genomen. Op een satirische wijze laten ze je in We’ve Got to Try met een heftige, maar doordachte clip nadenken over de dreigende technische ontwikkelingen. De chemical beats zijn helemaal terug in de vierde single, al verwacht je door het triphop begin een andere wending. Vrijwel gelijktijdig verscheen het negende studio album No Geography.
Ondanks de veelzijdigheid in de songs is er warempel wel degelijk sprake van een eenheid op de plaat. De jaren tachtig bombastische Trevor Horn beats in Eve of Destruction gaan prima samen met de Lil Louis chicago house die daar op volgde. Met overgangen die vrijwel niet hoorbaar zijn, laat No Geography zich eenvoudig als een geheel luisteren. Het is een stamppot van fijne tot moes geslagen ingrediënten waar uiteindelijk de oorsprong te verwaarlozen is. Het gaat hier om het smeuïge smakelijke eindresultaat. Eigenlijk is het nog het beste te vergelijken met de grandmixen waar Ben Liebrand ons jaren geleden mee verraste. Toen zaten we gewapend met een dubbel cassettedeck en de TDK bandjes voor de radio, om maar niks te missen. Deze nostalgische beleving is wat deze plaat hier op roept. The Chemical Brothers weten niet meer zo te knallen als voorheen. Als totaal product laten ze wel hun meest evenwichtige kant horen. Nooit eerder sloten de tracks zo heerlijk op elkaar aan. Zou het nodig zijn dan hebben ze nog een potentiele single klaar staan met The Universe Sent Me, al is het prima om No Geograpy niet als een citroen uit te persen. Deze bittere nasmaak werkt niet in het voordeel.
The Chemical Brothers - No Geography | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:06 uur
De periode dat het uit universiteitsstad Oxford afkomstige Foals zich als strak gekapte emo nerds presenteerde ligt alweer een tijdje achter ons. Yannis Philippakis heeft al lang niet meer het uiterlijk van een schriel verlegen mannetje, maar is volgroeid tot brede zelfverzekerde gast. Toch blijkt het muzikaal gezien allemaal een stuk stabieler. Het is allemaal niet meer zo zenuwachtig en strak dicht gemetseld. Nog meer dan voorheen staat de ruimtelijke sfeer centraal. Dat ze dit moesten voltooien zonder bassist Walter Gervers blijkt voor de luisteraar niet eens zo’n groot gemis. Met meer dan genoeg materiaal wordt Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1 afgerond. Uiteindelijk wordt het geen dubbelaar, maar twee enkele albums, die waarschijnlijk in elkaars verlengde zullen liggen. Sinds kort ligt het overtuigende eerste deel op de markt, in het najaar gevolgd door Part 2. Een nieuw hoofdstuk in de carrière van de band die ons al zo aangenaam wist te verassen met Holy Fire en What Went Down.
Foals is net zo maatschappij kritisch als de artiesten uit de jaren tachtig. Bijna cryptisch wordt er verwezen naar het einde van de wereld. De actuele vijanden die bestreden worden zijn Trump, Brexit en Social Media. Met het strijdbaar gezongen Moonlight vraagt de zanger om vergiffenis voor alle ellende. Een lichtgewicht plastic deeltje zwerft als stille getuige door het luchtruim van de aarde. In de kilte die tracks als Exits doen verstenen wordt tevens terug gegrepen naar dat vroegere tijdperk. Veel Oosterse klanken, en hard getimmer op metalen voorwerpen. De boodschap wordt niet over gedragen in korte slogans, maar vanuit een intelligente zijde benadrukt. Doordat de mogelijkheid ontbreekt om gebruik te maken van een bassist, gaat Foals misschien wel noodgedwongen de meer synthpop kant op. De geweldige uitloop naar het einde toe wil dit nogmaals krachtig bevestigen.
Door de versnelde beats in White Onions voorkomen ze dat het weg zakt in een deprimerend zwaar postpunk geheel. De gejaagdheid geeft op een andere manier de boosheid en wanhoop aan. Lang blijft Foals hierin niet hangen. In Degrees heeft de drang om vooruit te sprinten. Met meer hedendaagse klanken streven we een idealer toekomstbeeld na, al wordt het verleden niet vergeten. De leegte van Syrups wordt aangenaam opgevuld door een huppelende diepe bas, waardoor het aangenaam als een hervonden vriend de gitaarsound kan omarmen. Yannis mag het dan met de gerichtheid van een sluipschutter vocaal afmaken. Weer net zo eenvoudig wordt er in On The Luna omgeschakeld naar de dromerige eighties. Waar hoog gewaardeerde gitaarneuzelaars zich in allerlei bochten wringen om dit op te roepen, gaat het Foals ogenschijnlijk gemakkelijk af.
Dat de Oosterse percussie probleemloos aansluiting vind met versnellende jungle breaks, blijkt een briljante vondst. Welkom in Cafe D’Athens, waar elke cultuur zich thuis hoort te voelen. De zon dreigt onder te gaan, maar binnen wordt in alle warmte en licht gepoogd om hem nog heerlijk mee te laten stuiteren als een kleurrijke strandbal. De afwisseling van het maanlicht geeft hem een aangename verschijning van een natuurlijke discobol. Het druilerige Sunday eist de leadzang op, natuurlijk weer prachtig. Het vervelende is dat ze hiermee zichzelf wel heel erg in de midden hoede opstellen. Vrijwel elke Britse band heeft dezelfde inruilwaarde. Weg met het eigen karakter, en swingend de polonaise in, verdwijnend in de hossende menigte. Het sentimentele I’m Done with the World (& It’s Done with Me is hard, en treffend. Groot Brittannië leeft in een alles vernietigende herfst, en het is de vraag of er ooit een nieuwe Britse lente zal volgen.
Foals heeft het steeds minder nodig om de hardere kant van zichzelf te laten zien. Hierdoor lopen ze wel het gevaar een risicoloze act te worden. Gelukkig is het hier nog niet het geval, maar ik hou mijn hart vast voor Part 2.
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 1 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Aldous Harding - Designer (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:05 uur
De Nieuw Zeelandse zangeres Hannah Harding uit Lyttelton brengt als Aldous Harding haar derde langspeelplaat uit. Na haar gelijknamige debuut verruilde ze met Party van maatschappij. Het vertrouwelijke Flying Nun Records werd het toepasselijke 4AD. Alsof ze het broednest heeft verlaten om haar vleugels uit te slaan, om de wereld te verkennen.
Uitgaande van de nieuwe single The Barrel verwacht je dat ze meer de elektronische kant op gaat. Toch is dit niet representatief voor de rest van Designer. Fixture Picture heeft die subtiliteit waarmee ze zichzelf bij het vorige werk al mee op de kaart zette. Uiteraard zijn dit haar heldere vocalen, waarmee ze schijnbaar meer dan genoeg indruk maakte bij het 4AD label. Ze past hiermee perfect tussen de acts die zich in de hoogtijdagen van de platenmaatschappij aan het publiek presenteerden. Verder gebruik makend van minimale drums en een terug kerend gitaar melodietje. De strijkers zijn het extra folky element.
Nog meer schud ze het grimmige imago van zich af, door een meer toegankelijkere sound. Waren de eerste twee albums vooral perfect gemaakt om in de avond en nacht te draaien. Nu durven planten hun knoppen te openen, en verlaten dieren uitgerust van de winterslaap de holen. Het is allemaal veel vrolijker en toegankelijker. Deze kan het zonlicht een stuk beter verdragen. Het is veel lichter verteerbaar, al krijg je wel het gevoel dat ze zich steeds meer schikt aan het label. Gelukkig zonder haar eigenheid te verliezen.
Designer zet je op het verkeerde been, na een roots getint intro wordt er vervolgens een zijstap gemaakt naar meer hedendaagse beats en zomerse percussie. Je krijgt steeds sterker het gevoel dat de singer-songwriter het stoffige zolderkamer bestaan verruilt voor een open vriendelijke benadering.
Het belangrijkste vernieuwende element lijkt een bijna overdosering aan vitamine D. Het is vooral zonlicht en warmte wat terug te horen is. Het is allemaal meer ruimtelijk georkestreerd. Door het klein te houden komt het allemaal nog meer tot zijn recht. De pianoklanken zijn de voedende katalysator die de vocalen als een dynamo aansturen.
The Barrel past beter tussen de overige tracks dan wat de single release deed vermoeden. Alleen de kinderlijke tweede stem had achterwege mogen blijven, maar verder is het een prima track om de zomer mee in te luiden. Het verleden kan ze nog niet helemaal van zich afschudden. Het afsluitend tweetal Heaven Is Empty en Pilot hebben nog genoeg zwaarmoedigheid in zich, maar ook hierbij ontbreekt het beklemmende van haar vorige werk. Een nieuwe lente met een herboren Aldous Harding.
Aldous Harding - Designer | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Eve Libertine - Sea (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:05 uur
Wat waren die gasten van Crass boos en maatschappij kritisch. Durfde je bij een punk purist Sex Pistols te noemen als belangrijke invloedrijke band, dan werd je wel onderworpen aan een uurtje Crass, en je slikte de namen van Johnny Rotten en zijn rebellenclub al snel in. Sex Pistols werd genoemd als een bij elkaar gezocht zootje, een veredelde boyband. Wat in principe ook het geval is, al blijf ik altijd Never Mind the Bollocks koesteren. Sterker nog, zelfs de meest hardcore punkers uit Groot Brittannië hebben hun status grotendeels aan deze plaat te danken, en zullen hem stiekem in de kast hebben staan. Eve Libertine kotste haar walging in gefrustreerde woorden over haar volgelingen uit als zangeres van de anarcho punkers van Crass. Tegenwoordig houdt ze zichzelf nog steeds staande in de voor haar verrotte maatschappij. Ondertussen heeft de vernietigende begeleiding van dreigende noise plaats gemaakt voor zelfs meer klassieke instrumenten zoals piano en cello. Dat men hiermee een soortgelijk effect kan oproepen zou Eve Libertine waarschijnlijk in 1980 bespottelijk weg gelachen hebben. Als reactie hierop zou de beloning hooguit een vette klodder spuug in je nek zijn geweest.
Jack Kerouac vormden samen met William S. Burroughs en Allen Ginsberg de kern van het schrijverscollectief genaamd De Beat Generation. Door hun verruimende blik, waarbij de nodige genotsmiddelen werden ingezet om het effect te bereiken, ontketenden ze min of meer de hippie revolutie uit de jaren zestig. Voor de eerste keer durfden jongeren zich te verzetten tegen hun ouders en met eigen idealen aan de slag te gaan. On The Road van Kerouac werd gezien als een soort van hedendaagse bijbel, waar de jeugd hun inspiratie uit haalden. Misschien kan Jack Kerouac wel beschouwd worden als The Godfather Of Punk, een titel die nu Iggy Pop is toegedeeld. Zeker gezien de invloed die de schrijver met terug werkende kracht op de roerige jaren zestig heeft gehad. Mooi hoe dit nu tot verbintenis komt in het door Kerouac geschreven Sea, op een bijna lugubere wijze voorgedragen door punkdichteres Libertine. Dat ze hiermee zichzelf weet te presenteren in de jazz hoek is niet eens zo vreemd. Al voordat de punk zijn intrede deed bleef deze stroming zich vernieuwen, en nu punk grotendeels dood en begraven is, blijkt jazz zich staande te houden. Door de mogelijkheid tot improvisatie blijft dit een breed vlak waarop er te opereren valt, al verwacht ik dat weinig toeschouwers op de hoogte zijn van Libertines achtergrond.
Sea rammelt, intrigeert en laat je mee voeren in de poëtisch geschepte wereld van Kerouac. De wanhoop en dramatiek in de stem van Libertine geeft het iets krachtigs mee. Maniakaal voert ze je mee in de in de knoop rakende gedachtekronkels van een kwaadaardige reisleidster. De stemverheffingen zorgen voor het schizofrene karakter waarmee ze de hersens van de luisteraar penetreert. Net zo belangrijk is de geïmproviseerde muzikale begeleiding. Kate Shortt weet met haar cello de hardheid te verwoorden, en heeft als komiek de nodige podiumervaring. Het speelse element wordt verzorgd door het pianospel van Justina Curtis. De bas van Davide Mantovani huppelt zorgeloos door al dit geweld. Paul Clarvis heeft als drummer de meeste samenwerkingen op zijn CV staan, en schuift net zo gemakkelijk aan bij het perfectioneren van een soundtrack als bij hoogstaande popartiesten als Paul McCartney, Elton John en Mick Jagger. Ook hier weet hij huiverend de nodige chaos te veroorzaken; alles in dienst van de muziek. Zo hoort een voordracht te klinken; schurend en inspirerend. Dat Eve Libertine na haar punkverleden niet stil is blijven staan, wordt hier wel bewezen.
Eve Libertine - Sea | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Alice Tambourine Lover - Down Below (2019) 4,5
30 juli 2020, 21:05 uur
Toen in de jaren 90 vurig rockgeweld domineerde in de charts, kregen ze vooral in de Verenigde Staten tegengas met meer dromerige luisterliedjes. Soms lukte het een band zoals Smashing Pumpkins om dit geslaagd te combineren. Over het algemeen was er een duidelijke scheidingslijn tussen beide. Het Italiaanse gitaar gerichte Alice Tambourine Lover is duidelijk beïnvloed door de dreampop. Ook het in dit tijdsbeeld bepalende akoestische rage vormt een inspiratiebron. Gooi hier nog wat sporadische country en blues elementen bij, en je komt aardig in de buurt van wat dit duo op Down Below probeert neer te zetten. De uit Bologna afkomstige Alice Albertazzi en Gianfranco Romanelli klinken met hun donkere sound totaal niet Europees. Met het creëren van broeierige muziekschetsen waan je jezelf ergens in de druilerige moerassen van deprimerend Noordelijk Amerika. Het is wonderbaarlijk te noemen dat Alice Tambourine Lover totaal genegeerd wordt, hopelijk krijgt hun vierde plaat de welverdiende waardering.
Het titelstuk Down Below kan zich schaamteloos meten met de betere MTV Unplugged sessies van topbands die op internet terug te vinden zijn. Hoe de grilligheid hier in combinatie met de warmte van de instrumenten samensmelt is kenmerkend voor de succesformule van de toen nog bruisende jongerenzender. De prachtige samenzang geeft het een aangenaam folky karakter mee. Het enige wat hier ontbreekt is het kenmerkende gejuich aan het einde van de track. Probleemloos zetten ze op Dance Away deze behandeling door, waardoor het live gevoel nogmaals versterkt wordt. Vocaal eist Romanelli hier met zijn rauwheid de hoofdrol op, gevolgd door de serieuze ondertoon van muzikale partner Albertazzi. Ook Blow Away zou treffend passen in het repertoire van een betere grunge act, de eigenheid behoed zich ervoor om als een copycat te klinken. Uiteraard zijn ze hieraan schatplichtig, maar wat weten ze er een aangename eigen draai aan te geven. Moeiteloos stoppen ze er een swingend slidegitaar in, waardoor het een licht rockend tintje krijgt. Wil tegenwoordig menige band hun geluid perfectioneren met de studio variant van waar ooit de Americana voor stond, weet Follow zich bij de kale basis te houden. Zonder allerlei mixtechnieken blijft de ongedwongen puurheid veel meer staande. Misschien minder helder, maar wel overtuigender. Het enige hulpmiddel wat wordt toegevoegd is de mysterieuze e-bow.
Pas vanaf Into The Maze wordt de neerslachtigheid enigszins van zich afgeschud. De toegankelijkheid laat zich openbaren als een poging om contact te zoeken met de luisteraar. Opeens lijkt het dat je te maken hebt met new born hippies, die met een hoog lalala gehalte je proberen mee te voeren. Hierdoor ontwikkelt het zich als de slechtste song van de plaat, maar dat is ze vergeven. Muzikaal gezien is het namelijk zeker oké. Gelukkig revengeren ze zich met het zwaar psychedelische up-tempo Rubber Land, waarbij je jezelf op Woodstock waant, omgeven door op LSD trippende festivalgangers. Een mooi gebaar naar de invloedrijke jaren zestig. De blues klanken van de mondharmonica hechten zich vastberaden hieraan vast. Train grijpt vertrouwd terug naar het geheimzinnige verdwalende van de eerste helft van Down Below, met ook hier slepend en slopend gitaarspel, waarmee ze de stoner rock treffend waarderen. Op boogie woogie wijze sluiten ze passend af met het verzonken Surround You, inclusief engelachtige hoge uithalen. Man, man, man, wat een prachtige plaat hebben deze twee Italianen gemaakt.
Alice Tambourine Lover - Down Below | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Guided by Voices - Warp and Woof (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:04 uur
Met het gemak waarmee de gemiddelde liefhebber een album beluisterd, en tot zich door laat dringen brengt Guided By Voices haar platen uit. Voor de luisteraar wordt het praktisch onmogelijk gemaakt om er een goede indruk van te krijgen. Als vluchtige one night stands geven ze een kort moment van genot om vervolgens snel ruimte te maken voor een nieuw avontuur. Warp and Woof is alweer het derde in ruim een jaar tijd, en volgt het in februari verschenen Zeppelin Over China op. Toen werd er tevens bekend gemaakt dat er volgend jaar februari nieuw werk zal verschijnen onder de naam Street Party. Ondertussen is die werktitel alweer veranderd in Rise Of The Ants, en volgens de laatste geruchten zal er gekozen worden voor Sweating The Plague als naam voor het nieuwe kindje van Robert Pollard. De releasedatum zal waarschijnlijk eerder worden dan wat in de planning staat aangegeven. Er wordt nu reeds gesproken over eind oktober, nog in dit jaar. Gelukkig zitten ze verder ook niet stil, en is er zelfs ruimte voor een tour, waar ze gemiddeld ook nog vijftig nummers per avond ten gehore brengen. Maar goed, laten we niet op de feiten vooruit lopen, eerst verschijnt deze week dus het gloednieuwe Warp and Woof.
Met Bury the Mouse laten ze gelijk een harder geluid horen dan bij de voorganger. Waren het daar nog vooral indie luisterliedjes met soms een diepere benadering, hier lijken ze het grunge tijdperk te eren. En dan doel ik niet op de hit successen, maar meer op de obscure achterhoede. Of het nu komt door de snelheid waarmee de songs geschreven en opgenomen zijn, het heeft in ieder geval een meer punk gerichte benadering. Nog korter en pakkender, met licht agressief verantwoord gitaarspel. De songs zijn net wat minder inwisselbaar dan op de vorige plaat. De voorkeur gaat uit naar het meer onvoorspelbare Warp and Woof. De intentie van dat het een haastklus betreft wordt totaal weg genomen. Meer dan bij Zeppelin Over China lijkt dat er meer zorg en aandacht in de tracks gestopt is. Zoals vaak het geval is bij kunstwerken, maken de schetsen meer indruk dan het gepolijste eindresultaat. Hier moet ook niet langer aan gesleuteld worden, dat zou ten koste gaan van de rauwheid en oprechtheid. Al moet de over-productiviteit geen gimmick worden. Ze weten zich hiermee te plaatsen tussen Sonic Youth en The Pixies, niet alleen muzikaal, maar meer met de jeugdigheid en het onverschillige karakter. Grootheden die jaren lang het jonge honden gevoel wisten vast te houden.
Toch mogen ze in de toekomst een langere pauze inlassen, zodat er meer reikhalzend wordt uitgekeken naar nieuw werk. Zoals al eerder aangegeven, krijg je nu bijna niet de kans om te genieten. Guided by Voices is ook geen band die op deze manier onder een vast gesteld wurgcontract probeert uit te komen, door de markt te overspoelen met een overschot aan materiaal. Dit omdat ze alles netjes op hun eigen label min of meer in eigen beheer uitbrengen. Anderzijds hebben ze ook een punt om ervoor te kiezen om de creativiteit niet in te kapselen. Het bruisende begin van Warp and Woof weten ze ook niet over de hele linie vast te houden. Halverwege zakt het als een bierbuik van een veertiger wat meer in. Je kan jezelf wel strak presenteren, al snel zullen de gebreken voor de buitenwereld zichtbaar zijn. Toch krijgen bands als Guided by Voices het voordeel van de twijfel. Liever aan de lopende bank prima albums afleveren dan het eindeloze geploeter in een studio, om vervolgens met allerlei uitgekiende praatjes het niet behaalde niveau te verklaren. Hopelijk is het geen voorbode van Robert Pollard om ons nu nog even te trakteren op dit moois, om vervolgens als zestiger van zijn pensioen te gaan genieten, dat zou zonde zijn.
Guided by Voices - Warp and Woof | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Band of Skulls - Love Is All You Love (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:03 uur
Met hun vijfde langspeelplaat slaan de rockers uit Southampton nieuwe wegen in, wat ze zeker niet door iedereen in dank zal worden afgenomen. Love Is All You Love is een halfslachtige geslaagde poging van Band Of Skulls om af te wijken van hun retro seventies rocksound. Waarschijnlijk is men na het vertrek van drummer Matt Hayward verder gaan kijken naar de muzikale mogelijkheden. Dat men daarbij de elektronica niet schuwt is hedendaags minder verrassend te noemen. Maar met een stoere naam die meer past bij een gemiddelde motorclub verwacht je wel een harder geluid. Prima dat ze er voor kiezen om hun grenzen te verleggen, dit maakt het opnameproces een stuk aantrekkelijker. Bij opener Carnivorous krijg je een sterk Second Love reclame gevoel. Ik ben gelukkig getrouwd, maar toe aan wat meer uitdaging. Schaamteloos wordt er geëxperimenteerd met Industrial. Deze flirt met dance levert een heftige track op. De nieuwe van Eagles Of Death Metal overgenomen drummer Julian Dorio heeft er duidelijk veel zin in en hakt er aangenaam op los. Voor het eerst worden de deuren naar de gothic metal geopend, en daar past uiteraard ook de huilende wolf bij welke als gastzanger halverwege zijn zuiver klinkende rol mag vervullen. Hier wil het zeer aangenaam werken.
Al pakt die formule bij tracks als het catchy Cool Your Battles totaal anders uit. Door de tweestemmigheid en disco flow wanen we ons nog steeds in de jaren zeventig, al zitten ze hier eerder in het campy vaarwater van ABBA dan de soortgelijke artiesten als The Raconteurs en The Black Keys waar ze voorheen mee vergeleken werden. En dan is dit nou net de enige keer waarbij het positief uitvalt. Vanaf het dromerige trippende Sounds Of You vervallen ze in een toegankelijk dance geluid. Of het de juiste keuze is om met producer Richard X samen te werken roept vanaf hier de nodige vraagtekens op. Dat hij verantwoordelijk is voor de hit Freak Like Me van Sugababes is duidelijk hoorbaar. Perfect passend bij dit commerciële vrouwentrio, maar zijn bijdrage op Love Is All You Love valt duidelijk anders uit. De jaren tachtig synthpop van Thanks A Lot valt ook onder de categorie Top 40 meuk, en We’re Alive doet daar nog een schepje bovenop. Speed Of Light is ook een geslaagde poging om zich van de status rockband te verlossen. Die twijfel wordt nu helemaal weg genomen, ondanks de prima lang uitgerekte gitaarsound halverwege. Het funky Gold wil nog aardig wat goed maken, maar daar kiezen ze uiteindelijk ook voor een toegankelijke benadering.
En toch is de plaat niet helemaal verkeerd. Het vet aangezette That’s My Trouble wil meer aansluiten bij wat ze al vier albums lang laten horen, krachtig en met de precisie van een mitrailleur . De verborgen soul invloeden geven het net dat extra pit wat de song verdiend. Blijkbaar is het nog steeds helemaal hip om te croonen. Het duistere geluid van Love Is All You Love heeft meer het verhalende, waarmee vooral charmeur Russell Marsden de nodige indruk wil maken. Het gaat hem prima af, maar dit kunstje is al in een recent verleden door collega’s beter uitgevoerd. Met het punky Not the Kind of Nothing I Know laat rockdiva Emma Richardson aangenaam van zich horen. Wat wordt haar brutale stem gemist op de plaat. Lekker fel weet ze de song zich helemaal toe te eigenen. Haar onverschillige houding kickt heerlijk tegen de rest van het materiaal aan. Hierdoor weten ze met ongeveer de helft van de plaat voldoende te overtuigen, al liet het ijzersterke begin mij hopen op een prachtige voortzetting. De schedels klinken hier net wat minder gevuld met frisse ideeën die in hun hersenen meer vorm hadden moeten krijgen.
Band of Skulls - Love Is All You Love | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Staches - This Lake Is Pointless (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:02 uur
Wat is er mooier dan met een vriendengroep een band te beginnen. Lekker in de vrije tijd een beetje aanklooien. Gewoon voor de lol, zonder de druk van platenmaatschappijen die verlangen dat er op korte termijn een geweldig product aflevert wordt. Want je bent de nieuwe hype, en dat bezorgd veel geld in het laadje. Hoe vaak gaat dit fout, doordat artiesten bezwijken onder de hoge druk. In het positiefste geval maken ze een goede plaat, maar nog regelmatiger bereiken ze dit doel niet eens. Een minuscuul aantal krijgt de sterrenstatus toegedeeld, de rest is bij het ontwaken van een nieuwe dag alweer vergeten. Vriendschap is het sleutelwoord voor de uit Zwitserland afkomstige viertal, en daar promoten ze zichzelf mee. Ondertussen proberen ze hun publiek vanuit Leipzig te bereiken. This Lake is Pointless is het derde studio album. The Staches is net zo fout als het langharig kapsel van de gemiddelde Duitse retro schlageract. Met als groot verschil dat hier de overdosering aan invloeden wel zijn positieve werking kent.
Bij een eerste luisterbeurt is het allemaal lastig in te delen. Circus 01 beslaat een door amateurisme overgoten korte jamsessie. Als dan ook nog een van de bandleden het tempo opschroeft, blijft de rest verschrikt achter. Het moet haast wel de bedoeling zijn geweest om te misleiden. Great Depression heeft die geniale doordachte funkrock waar de gemiddelde cross-over band jaloers op zou zijn geweest. Maniakaal vervolgt Lise Sutter haar compromisloze jeugdige levendige zang. Op de momenten dat ze op adem probeert te komen, laat ze haar orgelpartijen de vrij gekomen ruimte invullen. Dit alles onder toeziend oog van het ritmisch begeleidend werk van bassist Charlotte Mermoud en drummer Martin Burger. Na het typerende eins zwei drei vier stopt gitarist Léo Marchand er nog een flinke dosis aan postpunk in. Het startsein is gegeven, nu proberen ze bij te benen.
Moeiteloos slaan ze een overkoepelende brug tussen korte snelheidsduiveltjes en studentikoze intellectuele nerveuze popjuweeltjes. Alsof er met een stopwatch aan de zijlijn geklokt wordt, trappen ze af met heftig gedrum. Savory Savoir eindigt netjes binnen de heilige twee minuten die garant staan voor een pittige punksong. Weirde synths proberen het nog bewust te ontregelen, passend in het chaotisch gestoorde geheel. Uitgekiende overwegingen of verbazende prettige gekte? Eigenlijk vatten ze precies samen waar de punk halverwege de jaren zeventig in New York zich bevond. Toevluchtsoord CBGB stond garant voor kwaliteit. Zou je die mix aan veelzijdige artiesten in een hedendaags product proberen te vangen, dan kom je een heel eind bij This Lake is Pointless uit. The Staches zijn overduidelijk schatplichtig aan deze grootheden, een groter compliment kunnen ze niet krijgen.
The Staches - This Lake Is Pointless | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Andrew Bird - My Finest Work Yet (2019) 4,5
Alternatieve titel: MFWY, 30 juli 2020, 21:02 uur
Met het gefluit op Sisyphus vervangt Andrew Bird in principe de mondharmonica door hiermee een soortgelijk folk gevoel neer te zetten. Het is te gemakkelijk om een opmerking over zijn achternaam te plaatsen, dus dat doe ik niet. Beschouw het als een vermogen vergelijkbaar met het geluk om een goede stem te bezitten; hij heeft beide. Toch ben ik hier over het algemeen zeker geen liefhebber van, en de in de jaren zeventig gedoopte opener heeft het ook niet zozeer nodig. Och, het zal een van de weinige personen zijn waarbij vrouwen dit tolereren, zonder hem hiervoor aan te klagen. De gemiddelde puisterige hipster zal smelten bij zijn zelfverzekerde donkere doordringende ogen. Het zou prima passen op een western soundtrack van een goed gehumeurde Ennio Morricone. Bij mij gaat het vooral om de songs op My Finest Work Yet, en die zijn zoals vanouds overtuigend goed. Het is wel een pretentieuze titel, welke zelfs een Tenacious D met hun zelfspot niet zou durven te gebruiken. Zo, nu zijn de twee grootste afknappers genoemd, en kan er stil gestaan worden bij het zestiende album van deze singer songwriter uit Illinois.
Andrew Bird probeert met de opnametechnieken aansluiting te vinden bij de hoog gewaardeerde bards uit halverwege vorige eeuw. Het warme geluid wordt gevangen in een decor van heimelijke nostalgie naar de eerste goed geproduceerde stereo platen. Een vergeeld door nicotine versierd gouden laagje die essentieel in de tijdsgebonden studio’s terug te vinden is. Het pianospel geeft het een trieste ondertoon die treffend de droefgeestige sound versterkt. Nog meer laat hij je wegdromen in de mellow psychedelische geluiden van Bloodless. Mooi hoe hij hier als vriendendienst ondersteund wordt door prachtige backing vocalen en een bijna tijdloos filmisch arrangement. Dit is zoals triphop hoort te klinken als deze niet uit een leeg geplunderde platenkast komt. Overtuigend neemt de soulvolle Andrew Bird vervolgens weer het heft in handen, om het krachtig een passend einde te verzorgen met zijn kenmerkend vioolspel. Het getokkel op Olympians komt door zijn klassieke veelzijdige geschooldheid tot zijn recht. Dat hij niet de hele tijd ingetogen wil klinken bewijst de hosanna achtige hoge uitroep halverwege. De weg naar de hemel wil hij verkorten in het sfeervolle Cracking Codes, waar het meer ingetogen gefluit wel wil binnen komen. Vol verwachting luister je naar de ontwikkeling van het meer gedurfde Fallorun; inclusief zijn mysterieuze kitscherige bijklanken. Het kleurt echter prima bij dit grootst opgezette project, net als de ritmische overgangen. Echt verdwalen doe je in het muzikale landschap Archipelago waar Bird melancholisch zijn viool het grotendeel van de arbeid laat verrichten.
Door slagwerk welke als het tikken van een aftellende tijdsklok Proxy War inluid ervaren we het ouder worden van geest en ervaring. De intimiteit van Tyler Chester achter de piano doordrenkt de vintage benadering. Het zowat vrolijke niemands dalletje Manifest probeert dicht bij de kern te blijven. Waar Madison Cunningham als mede vocalist laat horen dat haar aandeel meer is dan de vermelde naam in de lay-out van bijdragende muzikanten. De overgang naar het zwaardere tragiek van Don The Struggle geeft Bird de mogelijkheid om meer van zijn intensiteit te laten horen. Verrassend in de klinkslag naar het versnellende tussenstuk, wat meerdere luisterbeurten vraagt om hiervan de waardering te durven uitspreken. Deze manische uitspatting had ook zeker achterwege mogen blijven. Eindpassage Bellevue Bridge Club heeft de puurheid van dragende folk, met hierbij de gelukkig geprezen zalige meerstemmige achtergrondzang. Ondanks dat ik moeite blijf houden met de naam die Andrew Bird zijn laatste werkstuk mee geeft, kan er van deze zijde niet ontkend worden dat hij een van de beste platen van het jaar aflevert.
Andrew Bird - My Finest Work Yet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:02 uur
De Britse Frank Carter lijkt zich muzikaal steeds sterker van zijn hardcore punk verleden te distantiëren. De voormalige frontman van Gallows houdt zich ondanks zijn kleine gestalte en vrijwel volledige getatoeëerde lijf prima staande met dit meer toegankelijke geluid. De powerrock heeft eerder raakvlakken met Manic Street Preachers, zoals het snelle punk rockende Heartbreaker en het latere exploderende Supervillain. Uit de tijd dat die nog in hun provocerende slogans en idealen geloofden. Er is zelfs ruimte voor sfeervolle toetsenbegeleiding in het sterk door de postgrunge beïnvloedde titelstuk End of Suffering. Samen met zijn begeleidingsband The Rattlesnakes zet hij de op voorgangers Blossom en Modern Ruin ingezette lijn voort. Dat hij nog steeds zijn stembanden weet te smeren met een buitensporig volume laat hij minder vaak horen, verleerd is hij het zeker niet.
Natuurlijk houdt hij zichzelf in bij Why a Butterfly Can’t Love a Spider, zelfs als de gitaren de geluidsmuren trotseren blijft hij gecontroleerd achter. De fans van voorheen zijn al lang afgehaakt, tenzij ze de status van burgerlijke volwassenwording behaald hebben. Door het afspelen van deze plaat veroorzaak je geen burenruzie. Tyrant Lizard King is wel een stuk zwaarder maar dat Tom Morello van Rage Against The Machine hier zoveel aan toe weet te voegen, betwijfel ik. Als vaste gastgitarist bij Bruce Springsteens E Street Band zijn de scherpe kantjes er ondertussen wel afgeslepen. Op het einde mag hij de effectenpedalen flink indrukken, maar dit zal live niet zo’n aardbeving als op Pinkpop 1994 veroorzaken. Met Crowbar willen ze vriendjes worden met een band als Muse, al ontbreken hier gelukkig wel de hoge uithalen. Nog toegankelijker zetten ze een stap richting het grote publiek met het soulvolle Love Games.
De tienerproblematiek in het tekstueel erg zwakke Anxiety gaat niet verder dan puistendepressies, welke het beste met Clearasil bestreden kunnen worden. Heel herkenbaar voor emo pubers die zoekende zijn naar hun eigen ik. Soms komt het allemaal schrikbarend dicht bij Linkin Park zoals hoorbaar in Angel Wings. Van verre afstand zou Meneer Carter ook door kunnen gaan als vervanger van Chester Bennington. Niet alleen zijn uiterlijk maar zeker ook vocaal komt hij wel erg dicht in zijn eeuwige op de festivalvelden dolende aura. Als hij zijn verleden bezingt in Kitty Sucker, verliest hij de geloofwaardigheid. Punk wordt hier als lichtvoetige cyberdisco weg gezet. End of Suffering is een prima rockalbum. Al zal het bij zijn oude volgelingen eerder aanzetten om bij de plaatselijke drogist Loperamide of een andere diarreeremmer te gaan kopen.
Frank Carter & The Rattlesnakes - End of Suffering | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Barrie - Happy To Be Here (2019) 3,0
30 juli 2020, 21:01 uur
Dat de zomer niet meer zo lang op zich laat wachten is steeds meer op te merken in de aankomende releases. Het is duidelijk tijd voor de luchtigere albums. Barrie weet op een prettige manier hun dreampop te vermengen met een factor 50 aan zonsgevoeligheid. Doseer dit met mate om tot een aangenaam resultaat te komen. Happy To Be Here is meer dan een uit de hand gelopen soloproject van de uit Brooklyn afkomstige Barrie Lindsay. Dit jeugdig ogende vijfmans project verblijd de muziekliefhebber met popliedjes die overheerst worden door zweverige jaren tachtig invloeden, verpakt in een hedendaags kleurig zomerjasje. Hierin is tevens ruimte voor lichte funky gitaareffecten uit dezelfde periode, wat zich duidelijk laat terug horen in opener Darjeeling. Jazzy gepingel wil Clovers verfrissing toedienen. Het is allemaal behoorlijk snoezelig en pluche verpakt in toverballen songs. Met af en toe een muzikaal kleurtje welke je op dat moment niet verwacht; zoals de synthgitaar in Chinatown.
Hun softpop mixt prettig op de gemoedstoestand. Dat het allemaal flinterdun klinkt is niet storend. Het is nostalgie wat overheerst. Walkman aan, repeatfunctie, zonnebril op, met op de verre achtergrond kinderen spelend op het strand. Ogen dicht, en genieten maar. Een knipoog naar ouderwetse Italodisco. New Age dominantie in het ambient opgeleukte Casino Run. Radiovriendelijke nietszeggendheid waarbij de diepgang bewust lijkt geëlimineerd. En het werkt allemaal prima. Na een drukke werkdag wil je geen schreeuwerige diskjockeys horen die je door de files heen werken. Er is meer behoefte aan rust in je hoofd, om ontspannen thuis te komen. Fijn om dan die voordeur weer te openen; Happy To Be Here. Barrie heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. Nergens springt de plaat er bovenuit, waardoor het allemaal behoorlijk vlak blijft. Het is mij allemaal te blij. Vergelijkbaar met het ontwaken uit een prettige droom, en die na vijf minuten alweer vergeten zijn.
Barrie - Happy To Be Here | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Julia Kent - Temporal (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:01 uur
Met het hoge kenmerkende falset stemgeluid van Antony Hegarty zet de transgender Antony and the Johnsons op de kaart. Wat men vaak vergeet is dat deze veel besproken persoonlijkheid uiteraard niet alleen verantwoordelijk is voor de omlijstende sferische sound. Hij wordt bijgestaan door hoog gewaardeerde muzikanten welke de eigenzinnige muzikale visies en gedachtegang op een aangename manier vorm geven. In de begeleidingsband van het met gastartiesten ondersteunde groot opgezette I am a Bird Now is Julia Kent een van de smaakmakende drijvende krachten. Deze uit Vancouver afkomstige cellist wist eerder al naam te maken in de gothic band Rasputina. Als een van de kernleden van het vervolgens steeds van samenstelling wisselende cello ensemble maakten ze al indruk met het duistere Thanks For The Ether. Dat dit mijlenver verwijdert staat van haar negende plaat is niet eens zo verrassend te noemen. Hiertussen staan ook haar gecomponeerde soundtracks voor The Boxing Girls of Kabul, A Short History of Decay, Birthplace en Oasis. Vooral deze invloeden zijn terug te horen op het pas verschenen Temporal. Totaal onafhankelijk van anderen levert ze een indrukwekkend geheel af, waarmee ze zich prima staande houdt als neoklassiek gerichte artiest.
The Last Hour is een sterk uitgebouwd filmisch instrumentaal epos. Vanuit een mistig schemergebied betrekt Julia Kent je in een muzikale reis. De rust vormt de basis van dit dreigende drone achtig landschap. Deze liefkozing van het instrument vertaalt zich in tederheid en buitengewone hardere passages. Het verleden van Rasputina heeft haar getekende sporen na gelaten. Door meer te minimaliseren komt het net een stuk doeltreffender over. Waar artiesten er vaak voor kiezen om hiermee af te sluiten plaatst Julia Kent deze frontaal vooraan op haar album. Met deze gewaagde, gevaarlijke zet weet ze gelijk al het kamp der luisteraars te splitsen. Of je bent nieuwsgierig geraakt door haar spraakmakende vakkundigheid, of je bent ondertussen halverwege de track al afgehaakt.
Zo grootst presenteert ze zichzelf vervolgens niet meer. Het dromerige Imbalance heeft een sterk ritmische ondersteuning, welke zich als een pulserende hartspier gedreven en grimmig manifesteert in een nog donkerdere schuilwereld. Kwaadaardig als verontrustende openbarende donderwolken leid het tot een imponerende krachtexplosie, welke zich net staande houdt aan de toegankelijke zijde van de geluidsbarrières. De cellist laat daar horen dat ze ook prima zou functioneren als invaller bij het rockende Finse Apocalyptica. Er is bij Conditional Futures duidelijk gebruik wordt gemaakt van verloren gewaande postpunk invloeden. Hard confronterend met verdwalende prijstinten. Dat hier gekozen wordt voor een weg geplamuurde rol voor de cello is verrassend te noemen.
Deze is wel weer aanwezig in de met softpop elementen versierde Floating City, welke zich zelfs voorzichtig aan de ambient dance durft te wagen. Na het veerkrachtige begin van Sheared wil het zich steeds meer ontwikkelen met spookachtige solerende uithalen. De electrobeat leent zich prima als begeleidingsbron. Het meer georkestreerde Through the Window leunt op een aangename herhalende melodie. Mistroostend sleept ze je steeds dieper de melancholische kant op. Door regen beslaande ruiten die je beletten om door zelfgevormde tranen naar buiten te staren. De treurnis blijft op de achtergrond aanwezig in het prachtige Crepuscolo, waar meer klassieke klanken het tot een waardige afsluiter maken. Temporal is een mooi album voor ieder die wat verder wil kijken dan de populaire muziek.
Julia Kent - Temporal | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Greys - Age Hasn't Spoiled You (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:01 uur
Greys maakt met Age Hasn’t Spoiled You een kamikazesprong zonder parachute. De overstuurde explosie van A-440 zet je gelijk al op het verkeerde spoor. Waar hebben we hier in hemelsnaam mee te maken? Deze uit Toronto afkomstige rockers zoeken met gestrekt been hard de confrontatie op. Al piepend wordt de gehoorgang bloot gelegd aan nagalmende herrie, om vervolgens over te gaan in het trage tegen de Nu-Metal nieuwe stijl aanleunende laag gestemde basklanken van Arc Light. Ondanks het motorolievette industriële geluid willen ze verantwoord heerlijk log om zich heen slaan. Dat hun muzikale catalogus verder rijkt dan minder toegankelijke metal is al direct hoorbaar. Het wil allemaal net een tikkeltje meer grooven en funken in het potige, druggy Constant Pose. Op het moment dat je de band netjes denk in te delen tussen zompige, Amerikaanse metal bands, distantiëren ze zich van deze sound door met These Things Happen via big beat aansluiting te vinden bij harmonieuze meerstemmige Britpop.
Ego trippend laten ze vervolgens horen waartoe ze verder nog allemaal toe in staat blijken te zijn. Zit je als luisteraar nog beklemmend gevangen in de psychedelica, dan heeft Greys alweer een flinke stap gemaakt. Dit is als schaken met voorkennis. Onnavolgbaar wordt er een spelletje op het zintuigelijke gehoorvermogen uitgevoerd. Met vooruitziende blik wordt de waarneming bedrogen. Met gemak wordt het tempo opgevoerd tot een hoog beats per minute gehalte, zonder enige aarzeling in het slagtreffende drumwerk van Kill Appeal. Deze postpunk benadering wordt relaxed afgeremd door dromerige gitaarstukken, om vervolgens onverwachts helemaal los te gaan. Met het toegankelijke poppy dreampop Western Guilt lassen ze een verdiende rustpauze in.
Dat dit nodig is blijkt uit de ontlading in Aphantasia. Net zo gemakkelijk wordt er omgeschakeld tussen dansbare new wave en meer gewelddadige noise. Dat hier zelfs plotseling nog wat triphop en hoge vocalen aan toegevoegd wordt, lijkt voor de band vanzelfsprekend. De overdosering aan lome Madchester arrogantie verwoord in pretentieuze zang maakt van Tangerine weer een nieuw hoofdstuk op deze lastige, maar meesterlijke plaat. Met de nodige expressie gaat het met stevige gitaaruithalen Burning Chrome van start. De minimalistische coldwave van Shelley Duvall in 3 Women gaat met drammerige precisie over in vervreemdende exotische Oosterse new wave. Na zoveel verrassende wendingen valt Static Beach wat tegen. Dit drijfzandlied lijkt steeds dieper weg te zakken. Drumsticks als toereikende reddingsboeien willen het niet tot een waardige afsluiter naar boven trekken. Neemt niet weg dat de muziekwereld verrijkt wordt door dit soort eigenzinnige bands.
Greys - Age Hasn't Spoiled You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Steve Moore - Beloved Exile (2019) 3,5
30 juli 2020, 21:00 uur
Hoe dankbaar is de taak om beelden te voorzien van een soundtrack en daarmee bepaalde gevoelens bij de kijker op weet te roepen. Vreugde, liefde en verdriet zijn kernwoorden die versterkt worden door uitgebalanceerde muziek. Goed gewaardeerde films hebben meestal aansluitende songs en geluiden die hiervoor beloond worden. Ook minder bekend werk heeft baad bij passende composities. Steve Moore richt zich vooral op die laatste, en kiest hierbij ook nog voor een van de lastigste genres, de horrorverhalen. Schrikeffecten dienen versterkt te worden door onverwachte wentelingen. Die onvoorspelbaarheid hoor je terug in het solowerk van deze multi instrumentalist. Als bassist in de progressieve rockbanden Zombi en Titan heeft de nodige ervaring met lang gerekte sfeervolle stukken. Deze invloeden zijn allemaal terug te vinden op zijn nieuwste solo album Beloved Exile.
Achter de dromerige opbouw van Your Sentries Will Be Met with Force gaat een wereld schuil die inheemse culturen vermengt met klassieke klanken. Dit alles omgeven door een indringende bas en vluchtig gespeelde new age. De dramatische ontwikkeling brengt mysterie samen met realiteit in een mooi afsluitend klankenspel. Het oproepen van spanning en dreiging is de kwaliteit die zich maar niet laat losmaken van het duistere In the Shelter of the Dunes. Door het kiezen voor herhaling wordt telkens opnieuw stil gestaan bij een passage, waarbij het verlangen om dit het te doorbreken het verliest van het overheersende angstgevoel.
Dan wil het ritmische titelstuk Beloved Exile een meer meditatieve werking oproepen. Exotica lijkt zich te mengen met erotica in deze zwaartekracht loze slaapkamertrack. Dan moet er wel gezorgd worden voor waardig evenwicht. Met een rumoerig dronelandschap mag Throne Lane zich ontwikkelen tot kristallisering van het aanwezige geluid. De klanken cirkelen als een universeel samenzijn rondjes in het aanwezige luchtruim.
Dit alles lijkt in dienst te staan voor het beklemmende My Time Among the Snake Lords. Als een afgekeurd filmisch slotakkoord weerkaatst het al stuiterend rond. Te mooi om te laten liggen. Het lijkt zich uit het niks te ontwikkelen, maar hier is uiteraard de sturende hand van Moore verantwoordelijk voor. Met zijn muzikale achtergrond weet hij de dark ambient een sterk postrockrandje te geven. Zo geslaagd zelfs dat het bijna een vernietigende werking heeft. Als bij een waar slachtveld neemt de percussie het over en begeleid de track naar een mooi vorm gegeven episch einde, waar het wordt aangestuurd door hitgevoelige bas akkoorden en eighties percussie.
De actieve jaren als componist hebben onuitwisbare sporen nagelaten. Een verbintenis tot concrete songs is ver te zoeken. De mogelijkheden om de overgang tussen dag en nacht vast te leggen komt terug in de afwisseling tussen lichte en zware momenten. In deze schemerzone bevind zich Beloved Exile.
Steve Moore - Beloved Exile | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
She Keeps Bees - Kinship (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:00 uur
She Keeps Bees blijft met hun nieuwe vijfde plaat netjes in de veilige luisterfolk zone. Het Brooklynse duo verbreed haar ingeslagen pad wel door vaker de keyboard in hun geluid toe te laten. Ze kiezen nu in ieder geval voor een andere invalshoek om de sound te perfectioneren. Gedurende een langere stilte is er zorgvuldig nagedacht over welke benadering het beste bij ze past. Was hier daadwerkelijk vijf jaar voor nodig, en werpt het hun vruchten af? De verwachting is van wel, Kinship is een prachtige klein gehouden plaat geworden, die net het half uur voorzichtig aantikt. De vocalen van Jessica Larrabee weet nog steeds aangenaam te ontroeren.
Hawk is nog dreigend, met een gitaar in stemstand komt het direct binnen. Dat er hier gekozen is voor minimale begeleiding, geeft het een prettig groovend a capella sfeertje. Het meer unplugged opgeroepen Coyoye werd terecht opgedragen als paradepaardje, om triomfantelijk op de plaat vooruit te lopen. Door deze mooie single werden de verwachtingen alleen maar hoger. Verwacht echter geen album vol met passende strijkers, maar wel met de hier al aanwezige intimiteit. Bij Dominance mag de gitaar nog op de achtergrond soleren, maar de tendens ligt al veel meer bij de opkomende elektronica. Met de meer jazzy ritmische begeleiding maken ze hier hun eigen triphop song.
De overgang naar het sobere Breaking Weight is zowat perfect te noemen. In de afgelopen vijf jaar is de stem van de zangeres gerijpt en volwassen geworden. Ze wil al meer in de richting komen van de door haar zo bejubelde diva PJ Harvey, al ligt die met haar stemvermogen wel mijlen op haar voor. Jessica weet wel sensueel in je gehoorgang te krioelen als een verborgen gehouden geheime minnares. Queen Of Cubs zoekt in Coyote haar compagnon. Terug zijn de sprookjesachtige donkere klanken, en ook Jessica gaat veel meer de laagte in. Als de vertolkster van een veredeld slaapliedje wiegt ze je tot rust.
De futuristische begeleiding van het zwaarmoedige Longing versterkt het dwarse karakter van een op haar reserves zingende Mevrouw Larrabee. Hierdoor wil het uitgeblust over komen, wat schijnbaar de bedoeling moet zijn geweest. Veel minimalistische is het nachtclub uitje First Quarter Moon. Het warme donkerrood klanktapijt wil hier net als bij Dominance een sterk gemarkeerde triphop stempel op drukken. Door de hard inkomende drums van Andy LaPlant valt titelsong Kinship net buiten deze categorie. Verder is het kwalitatief vergelijkbaar, op een mooie gedreven wijze.
Dan is daar opeens weer de verloren gewaande gitaar. Loom akoestisch na een sabbatical van een paar tracks mag deze de golvende bewegingen van Ocean al ruisend vorm geven. Fijn om het instrument hier weer te mogen verwelkomen. Subtiel mogen aangename orgelklanken deze rol vervullen in het droomlandschap van het sobere nachtstilleven Sea Ice. Mooie geslaagde plaat, als deze bij het komende jaargetijde past, dan wordt het een druilerige, gure, koude zomer.
She Keeps Bees - Kinship | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Foxygen - Seeing Other People (2019) 4,0
30 juli 2020, 21:00 uur
Foxygen weet zichzelf al vijf albums te presenteren als een eigenzinnige band die schaamteloos shopt uit het repertoire van andere artiesten en dit weet te verwerken tot een eigen geheel vol aangename songs. Vergelijkbaar met een in de supermarkt gekochte groentemix waar thuis nog wat extra peper, zout en andere specerijen aan toegevoegd worden. Bij Seeing Other People hoort de getrainde luisteraar de invloed van Bruce Springsteen, Elvis Costello en Orange Juice terug. Maar wat dit zo’n leuke plaat maakt is het feestvierende party gevoel wat er als regenboog boven hangt. Sam France en Jonathan Rado zijn een vreemd duo. Al verschillende malen hebben ze aangegeven te stoppen met dit project, maar als ze dan de volgende dag ontwaken uit hun druggy roes, zijn ze dit alweer vergeten. De discussie of deze uit Californië afkomstige Would Be popsterren een gimmick zijn, of zichzelf als serieuze muzikanten beschouwen, wil ik hier niet aanzwengelen. Daarvoor is hun ontgrondbare karakter met speelse eigenschappen te amusant. Vergeet niet dat Seeing Other People gewoon weer een geweldige bloemlezing uit de popgeschiedenis is.
Al vanaf de kenmerkende ritmische jaren tachtig samplers van Work zit je al direct in het fluorescerende kleurige tijdperk van goedkope haarlak en ozonlaagaantasting. Inhoudelijk net zoveel te bieden als een luchtige zomerse aardbeientaart, maar wat wordt je hier vrolijk van. Geweldig hoe Sam hier in de tekst een sneer uitdeelt naar zijn collega Jonathan. Het conflict dat aanzet tot songwriting wordt hier volledig satirisch uitgewerkt. Met Mono begeven ze zich op het veld van afgekeurde retro soundtracks. Niemandalletjes die dienst doen om clichématige b-films op te leuken. Met de diepere vocalen imiteren ze de white soul uit vergaande glorie tijden. Sensueel werkt Sam zich door Seeing Other People heen, je gaat bijna geloven dat het een aangenaam liefdesliedje betreft. De humorvolle lyrics gaan in principe weer nergens over, heerlijk dat dit gewoon mogelijk is. De funkende discostamper Face The Facts laat weer een andere schizofrene uiting zien van deze vroegrijpe pubers, die als een Siamese tweeling met een vreemde hersenenkronkel aan elkaar verbonden lijken te zijn. Vaak heb je het gevoel dat er vooral naar woorden en zinsdelen gezocht worden die voor de vorm prima op elkaar aansluiten. Het quasi intellectueel klinkende Livin’ a Lie inclusief sentimenteel intermezzo is daar een duidelijk voorbeeld van.
Het potige The Thing Is laat de mouwen flink opstropen om de spierballen te laten zien. Deze arbeidersrocker wil chauvinistisch Amerika vol trots laten paraderen met hun Stars and Stripes. Met een lekkere flow bluft Sam France zich door de foute synthesizerbegeleiding van News heen, al kan ik niet ontkennen dat de vette bas en solerende gitaar er wel heel strak doorheen klinken. Met de gospel betuiging van Flag at Half-Mast raken ze de juiste snaar, al is die wel heel losjes aangespannen. Ergens tegen het einde lijken er onbewust nog wat vrijgekomen melodietjes tussen gestopt te worden, vanwege het ontbreken van een passend einde. Opgepompte funk mag op een Funkadelic wijze het stoere The Conclusion swingend laten afsluiten. Een gewaagd nummer om de te verwachten reünietournee over twee jaar mee te starten. Zoals te verwachten is Seeing Other People alles behalve origineel, maar slecht wordt het nergens. Foxygen is zo’n band waarvan men verwacht dat ze tot veel meer in staat horen te zijn. Volgens mij weten ze juist hun beperktheid te camoufleren door de komische invulling van de songs.
Foxygen - Seeing Other People | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Deadbeat & Camara - Trinity Thirty (2019) 2,5
30 juli 2020, 20:59 uur
Wil je als band zijnde de nodige aandacht op je richten, dan zal dit zeker lukken door een eigen draai aan een album van een andere artiest te geven. Beck deed dit in het verleden regelmatig met zijn Record Club. Klassiekers van Velvet Underground, Leonard Cohen en INXS kregen een oppoetsbeurt. Eerlijk gezegd heeft dit weinig indruk gemaakt. Fluct wist met het Zuid Amerikaans klinkende All the World Is Green de songs van Tom Waits tot een jazzy zomercarnaval om te dopen. Behoorlijk leuk, en soms ook nog serieus geslaagd. Nu probeert elektro producer Scot Monteith samen met Fatima Camara hun Canadese landgenoten van Cowboy Junkies te eren met hun benadering van het magische kerkgebouw product The Trinity Sessions. Margo Timmins heeft zo’n heerlijk lazy gevoelig stemgeluid, en het live gevoel wat deze charismatische meesterlijke plaat uitademt is lastig te evenaren. Want hoe verwoord je de kilte van een statisch koud opnamegebouw met de warmte en onzekerheid van deze persoonlijkheid? Voor dat eerste wordt de elektronische klanken van Deadbeat ingezet. Camara offert zichzelf op als vocalist.
Het aangename country sfeertje vervalt door de aanwezige beats. Mining For Gold wil positief van start gaan. Door de aangename ruis en de hemelse zang heeft het iets overstijgends. Feit is hierbij wel dat de vocalen soms op het randje zit, maar nog net wat vaker er net overheen duikelt. Hierbij is het prima om je kwetsbaar op te stellen, maar als gelijk al bij de openingstrack valse noten domineren, dan maak je het jezelf lastig om vervolgens te revengeren. Qua muzikale begeleiding is er niks mis mee. Misguided Angel krijgt een synthetisch souljasje aan, wat net nonchalant te ruim aanvoelt. Ook nu is Camara pijnlijk gezien een erg zwakke rammelende schakel. Zonde, dat hier overheersend de aandacht naar toe wordt getrokken. Met het aardedonkere Blue Moon Revisited (Song for Elvis) wanen we ons op het Graceland kerkhof, wenend naast de kenmerkende grafsteen van De King Of Rock. Te sentimenteel weerklinkt de roep van de vocalist die net zoveel indruk weet te maken als het gejammer van een oude vrijster.
De prachtige triphop van I Don’t Get It After Midnight (Medley) wekt je nieuwsgierigheid. Schijnbaar heeft Scot Monteith bij dezelfde slechthorende gepensioneerde zanglerares les gehad als zijn muzikale partner. Wat is dit zo jammer, de sfeerbepalende omlijsting is namelijk zo treffend gevormd. Zelfs Cowboy Junkies spitte met hun Hank Williams cover van I’m So Lonesome I Could Cry al erg diep in de heilige grond, maar wist daar op een wonderbaarlijke manier een schoonheid aan toe te voegen. Deadbeat schept recht door de vergaande botten heen, en beseft niet dat ze hiermee bijna aan heiligschennis doen. Pas met To Love Is to Bury valt het warempel aardig op zijn plek. De zangkwaliteiten zijn net enigszins acceptabel en vervullen voldoende diepgang. Of het gehoor is er ondertussen aan gewend geraakt. Met medelijden luister ik naar de geniale kwaliteiten van Scot Monteith. Hij weet een sprookjesachtig goed bedoeld landschap neer te zetten; waar Camara zinloos met te grote zevenmijlslaarzen doorheen zwalkt.
Welke strafrechtelijke boete staat op het onrecht wat ze Dreaming My Dreams with You aandoet. Voor drama kan ik hier de enige ruime voldoende toekennen. Want wat is dit een drama. De zang wil nergens goed uit de verf komen. Uit armoe wordt Monteith weer naar voren geschoven om 200 More Miles als een verschrikte nachtkaars uit te laten doven. De Oosterse triestheid van het mysterieuze Working on a Building past prima in een aangename spaghettiwestern, met in de hoofdrol een ladderzat cowboystel. Bij Postcard Blues komt voor de zoveelste keer de gedachte op dat dit een prachtig geheel zou zijn geweest als ze het instrumentaal hadden gehouden. Dan klopt het gewoon, en hiermee zou Deadbeat elke sollicitatie als soundtrackproducent met goed resultaat kunnen voltooien. Hier zit zoveel meer in. Om in de filmwereld vervolgens af te sluiten. Sweet Jane wist zoveel indruk te maken bij Natural Born Killers. Bij deze uitvoering zullen Woody Harrelson en Juliette Lewis zweren om hun leven als geheelonthouder te vervolgen. De kater dendert nog dagen door in hun zieke geesten. Ik kan niet echt een positieve switch aan het verhaal geven, ondanks dat hier de stemmen nog het meest evenwichtig klinken.
Deadbeat & Camara - Trinity Thirty | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Flamingods - Levitation (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:59 uur
Flamingods, een muzikaal gezelschap afkomstig uit het Verenigd Koninkrijk en Perzië, hield het heen en weer reizen drie albums lang vol, maar zijn dat nu schijnbaar helemaal zat. Als thuisbasis is bij de opnames en afronding van Levitation definitief gekozen voor Londen. Niet dat dit veel aan hun werkwijze veranderd. Nog steeds is het een fijne samenloop van psychedelische Britpop met een aardig vleugje Oosterse exotica. Paradise Drive wil nog flink wat Electro clash laten fuseren met vrij toegankelijke Britpop. De snelle jongens in maatpakken baslijnen geven het een yuppie flow. Dit is niet geschikt voor het bier drinkend arbeidersvolk, maar meer voor de trendy dure cocktails verorberende hogere klasse. Stijlvolle disco vermengt met hypnotiserende strak gewoven oriëntaalse klanktapijten, waarbij de kleuren zich als een drugtrip mengen tot een hemels geheel. Dan is de overgang naar het retro Madchester geluid van Koray een kleine stap. Wat was deze sound een verademing toen er na de deprimerende jaren tachtig werd overgedragen naar de snellere jaren negentig. Door het gebruik van inheemse instrumenten kan de wah-wah gitaar hier vervolgens een aangename draai aan maken. Dit had zo nog wel een paar minuten door mogen gaan, de totale staat van extase wordt net niet bereikt.
Het brutale Marigold met zijn coke achtige arrogantie doet net iets te zelfverzekerd aan. Energiek en lazy weten de rijk gevulde orgelpartijen een rusteloze stemming op te roepen. De junglepercussie maakt het identiek aan de experimentele vooruitstrevende bands uit de bloeiperiode. Ze maken hier onderscheid vanwege inmenging van eigen culturele waardes. Door het tempo op te schroeven in Astral Plane krijgt het meer een doorsnee beladenheid, waarbij de gitaarvervormer wordt ingezet als geheime wapen. Dat er hierdoor zelfs wat progrock invloeden kans maken om er de perfecte swing in te brengen lijkt wonderbaarlijk ogenschijnlijk, maar is tot in perfectie uitgevoerd. Peaches weet het mysterieuze gepingel te vermengen met een zwaar zoemende repeterende in herhaling terug komende bas, waar de nodige elektronische effecten aan toe zijn gevoegd. De trance veroorzakende climax weten te hier wel te behalen. De slidegitaar in Moonshine On Water geeft het een gospelinslag, met ruimte voor lang gerekte uithalen. Olympia weet de boel op een minder prettige storende manier te ontregelen. De overdosering aan bliepjes en huppelende beats maakt het te chaotisch. Ondanks dat het vlekkeloos gespeeld wordt, wil het niet overtuigen.
Met net zoveel vaart zet Club Coco in. Dat het hier wel wil werken komt hoofdzakelijk door de sixties orgeltoetsen en de relaxte, wat slome zang. Maar net als voorgaande track niet behorende tot de hoogtepunten van Levitation. Veel beter en stukken avontuurlijker is het gedragen Mantra East. Er is meer zorg besteed aan de trage, maar passende opbouw. Er lijkt weer flink gegraaid te zijn in de snoeptrommel van de plaatselijke apotheek. Vanaf stand twee wordt er halverwege probleemloos over geschakeld naar de vijfde versnelling. Deze natuurlijke roes racet aan het zichtveld voorbij, en is een regelrechte uitnodiging om je op de dansvloer te bevinden. Al wordt het geluksmoment door het vage einde al snel weer afgeremd. We vergeten bijna dat Flamingods ook een traditionele Perzische achtergrond heeft, maar die cultuur wil Nizwa sterk domineren. Met goed gebruik van echo’s en klappende percussie waan je jezelf in de sprookjeswereld van 1001 nachten. Als in een gebedsvoering worden we opgeroepen om in stilte te luisteren naar de mantra achtige woorden van titelstuk Levitation. We worden daadwerkelijk naar boven getrokken om ergens te zweven in een zwaartekracht loos schemergebied, waar er haast sprake lijkt te zijn van een samensmelting van alle bestaande geloofsovertuigingen, universeel samen gesmolten tot een ultiem geheel. Mooi om met deze gedachtegang af te sluiten.
Flamingods - Levitation | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Peter Wolff - Breath (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:59 uur
Bij de naam Peter Wolf ging hier wel een belletje rinkelen. Dat is de zanger van de J. Geils Band, welke na hun hit successen met een flinke ruzie vertrok. Daarmee kwam al een einde aan beide carrières. Tot een verzoening heeft het nooit mogen leiden. Twee jaar geleden overleed J. Geils. Maar hier hebben we te maken met een andere artiest, namelijk Peter Wolff met dubbel f. Dat deze sfeervolle keyboardspeler voorheen mede oprichter was van de Duitse black metalband Downfall of Gaia is misschien zelfs nog ongeloofwaardiger te noemen, maar feitelijk wel juist. Vanuit zijn basisplaats in Hamburg brengt hij een jaar na zijn debuut Repeat nu al zijn tweede eenmansproject Breath uit. Als je de gitaren, vocalen en overige woestenijen weg laat bij zijn vroegere collega’s dan blijft er een kale sfeervolle basis over waarvoor Peter Wolff verantwoordelijk was. Dit ligt niet geheel in het verlengde van Breath, maar de invloeden zijn wel terug te horen. Daarom is er belangrijk om voorgaande te vermelden.
Het broeierige Standing in the Sea wil nog probleemloos aansluiten bij de dreigende metal achtergrond van Wolff. Wel is er hier in het ritme al gekozen voor meer lichtere elementen. Na de onhoorbare overgang naar We Will Survive komen hier al softe dream house partijen bij, die als een zomerse regenbui de zwarte geluidswolken laten verdwijnen. Gedurende Breath zal dit samenspel regelmatig terugkeren. Een natuurverschijnsel tussen twee aardse krachten; Yin en Yang. Harde pianotonen reflecteren zichzelf tegen de terugkaatsende houten klankkast in het herhalende Shadows Crave to Drown. Een stuk avontuurlijker weerklinkt het sensuele Lust Suffer Starving Bane met de epische, bijna cineastische opbouw. Het gebruik van drones in Waves Carry You wil een meer weidse beleving oproepen. Sluimerend wikkelt de industriële percussie zich om het geheel, om vervolgens de track geheel open te scheuren.
Bij Swallow Black Despair wordt een geslaagde poging ondernomen om kleine natuurlijke elementen te laten samensmelten tot iets groots universeels. Dat hierbij de grens tussen ambient house en klassiek in het geding komt is alleen al een mooie waarneming. Nog dromeriger vervolgt Far from Cold Air. Ruimtelijk zweeft het als een sterk sfeervol tussenstuk als koppelende factor tussen de nummers. Wel is de behoefte steeds meer aanwezig om meer van de in het verleden gevormde kunsten van Wolff te horen. Aan die wens voldoet From Darkness You Breathe. Onverwachts wil het halverwege weer meer terug gaan naar de luchtige variant. Grimmig ontplooit I Will Swim zich beangstigend kwaadaardig om afwachtend als een roofdier toe te slaan. Hier komt eigenlijk al het goede samen. Dat er voor deze track gekozen is om Breath aan het publiek te presenteren, is een logische zet, maar laat niet geheel de juiste indruk achter van wat men van de plaat kan verwachten.
Dit ligt wel nog het meeste in het verlengde van Downfall of Gaia, en stijgt ver boven de rest uit. Forsake the Tearing Rage wil zich daar bij aansluiten, en laat nogmaals de kracht horen van deze alleskunner. De toegankelijke dansbare begeleiding wil het een prettige after party flow meegeven, om bijna traditioneel af te sluiten met heuse klassieke pianoklanken. Follow You, Hold You Love is een nachtmerrie die indrukwekkend laat ervaren hoe Wolff in het verleden zijn schetsen inleverde bij de rockende medemuzikanten. Niet onbegrijpelijk dat hieruit een prachtig stuk metal zich kan ontplooien. Dan is And We Chase the Light absoluut een prima rustige afsluiter. Mooi dat Peter Wolff de balans tussen hard en zacht weet op te zoeken. Al neigt de rustige kant wel heel erg naar soft erotica filmmuziek, en blijkt hij meer uit te blinken in de inspannende duistere uitwerkingen. Net niet helemaal geslaagd dus, maar zijn gedurfde opzet wordt gewaardeerd.
Peter Wolff - Breath | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Siskiyou - Not Somewhere (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:58 uur
Dat het Canadese Vancouver meer te bieden heeft dan schaatsen en omgeven is van een prachtig landschap weet lang niet iedereen. Maar degene die bekend zijn met de muziek van Great Lake Swimmers kunnen hiervan wel een voorstelling maken. Hun indiefolk ademt het lastig trotseerbare berglandschap uit, wat voor schilder en televisiepersoonlijkheid Bob Ross als inspiratiebron had kunnen dienen voor zijn kitscherige kunstwerken. Genoemde band heeft ook wat van dat oubollige wollige in zich. Als basis aan het daaruit voort komende Siskiyou staan hier oer leden Colin Huebert en Erik Arneson. Eerstgenoemde verliet na hun meest succesvolste periode de band, om zich te richten op dit nieuwe project.
Op de vierde plaat Not Somewhere blijkt dat er hier ondertussen sprake is van een soloproject. Colin Huebert speelt vrijwel alles zelf in. De folk is hier voornamelijk de basis, zeker niet het uitgangspunt. De groei is hoorbaar in de meer donker gekleurde indierock invloeden. Waar Great Lake Swimmers vooral breekbaar was, laat hij hier bewust wat rauwere elementen toe. Schoonheid zit niet alleen gevangen in perfectie, maar juist veel meer in het avontuurlijke en vooruitstrevende. Stop Trying zou muzikaal nog prima te plaatsen zijn op een Great Lake Swimmers album, maar de fluisterende zang maakt bij mij meer indruk dan de kenmerkende hoge vocalen. Bijna verhalend introduceert Huebert zichzelf, om vervolgens in volle rust de song af te ronden.
Hierna trekt hij ons de diepte in. Onheilspellend krijgen we duistere countryrock voorgeschoteld, waarbij de ruwe zang op What Ifs zelfs herinneringen aan de donkere cocaïne periode van David Bowie oproept. Not Somewhere is niet zomaar luisterpop. Om de meerdere lagen te doorgronden wordt er gevraagd om de aandacht er volledig bij te houden. Dit kost weinig extra inspanning, de onverwachte wendingen zijn zo overduidelijk aanwezig, dat het een natuurlijk proces vormt. The End II /// Song of Joy laat zich door de sensuele samenzang wegluisteren als een muzikaal eerbetoon aan de Canadese popdichter Leonard Cohen. Dat hier juist de viool voor het rockrandje zorgt en daardoor de gitaar vervangt is een van de geslaagde wentelingen die de plaat rijk is. De rammelende begeleiding maakt het een knus lo-fi project, waarbij je het gevoel krijgt dat het met een groep vrienden op een druilerige avond is opgenomen.
Het spookachtige Nothing Diseaseinclusief jengelende achtergrondzang wordt hier beschouwd als een van de hoogtepunten van de plaat. De vooruitziende blik van Huebert laat ook typerende Europese elementen toe, hoorbaar in het Britpop gitaarspel van Her Aim Is Tall. De treurnis van het vervolgens ontregelende instrumentale Unreal Erections /// Severed Heads [Alternate Outro] zou zeker niet passen op het veilige werk van Great Lake Swimmers, hier is het een verademing. Siskiyou verbreed zichzelf door meerdere invloeden en stijlen te omarmen, waardoor ze zichzelf verzekeren van groeimogelijkheden in de toekomst.
Siskiyou - Not Somewhere | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The National - I Am Easy to Find (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:58 uur
Lukt het een band als The National nog steeds om te verrassen? Getuigende de laatste single Hairpin Turns had ik wel heel sterk mijn twijfels. Natuurlijk ligt de nadruk altijd wel al bij het kenmerkende eigen stemgeluid van Matt Berninger. Hier duurde het wel een tijdje voordat het gewenningsproces werd omgezet tot de terechte waardering. De tegendraadse zang gaat haaks tegen de muzikale omlijsting in, maar weet bij meerdere luisterbeurten wel weer te overtuigen. Zou de band het op hun achtste studio album I Am Easy to Find dan toch weer flikken? Laten we hierin eerlijk zijn. De tot in perfectie afgeleverde popplaten als Boxer en High Violet werden niet meer geëvenaard. Trouble Will Find Me volgde na de definitieve doorbraak. De verwachte eis om in deze lijn door te gaan, werd niet gedurende de hele plaat bereikt. Het speelse elektronische EL VY uitstapje van de frontman, beschouw ik als zoekende bron voor het revancherende Sleep Well Beast. Daar zijn de postpunkinvloeden dominant aanwezig, terwijl ze op het oudere werk voornamelijk ingezet werden om de sfeer een mooi retro jaren tachtig gevoel te geven.
Het misleidende country-intro van You Had Your Soul With You hakt er op een vreemde manier in. De misdruk benadering doet je direct al flink transpireren. De verwachting is dat veel boze cd kopers met de kapotte nieuwe plaat verontwaardigd een ongepland versneld bezoek aan de platenzaak zullen brengen. Maar degene die verder luistert, hoort vervolgens dat het weer perfect past in het geheel. The National haalt hier vrijwel hetzelfde geintje uit als Low deed op Double Negative met openingstrack Quorum. De door David Bowie bekend geworden bassiste Gail Ann Dorsey mag hier vocaal een aangename bijdrage leveren. Van die ervaring maakte haar voormalige werkgever al gebruik in bloedstollende liveversies van Under Pressure, maar haar grootste kwaliteiten liggen toch wel in haar instrumentbeheersing. Het bezwaarlijke aan de prima opener is echter dat ze weinig origineel zijn met de te kenmerkende drums. Het klinkt als een mash-up van eigen oud werk vermengd met een gloednieuwe track. Toch misstaat het niet in deze opbeurende song, waarmee The National duidelijk de lente lijkt te aanbidden. Ook het benauwende is geheel afwezig bij Quiet Light met sfeervolle tegen ambient house leunend einde. Geheel tegen de verwachtingen in, weet The National de intimiteit achter zich te laten. Dat de elektronica hierbij een grote rol vervult, is de erfenis vanaf het EL VY project ingezette koerswisseling. Al mijmerend werkt Berninger zich door de song heen, waarbij er een kanttekening geplaatst kan worden of het afsluitende karakter in zijn voordeel werkt. Een beetje minder was passender geweest. Vanaf het dromerige Roman Holiday is hij juist verrassender meer geaard in het heden. Hier heeft zijn stem dan ook de prachtige dragende functie. Dat hij zich daadwerkelijk als rocker opvoert in Where Is Her Head is een van de vele cadeautjes die hij in petto heeft.
De afwisseling is voornamelijk te vinden in de meer georkestreerde passages die voor een open geluid zorgen of in de pianoklanken van het titelstuk I Am Easy to Find en het afsluitende Light Years. Maar de voornaamste toevoeging is absoluut het gebruik van de vele gastzangeressen. Hierdoor lijkt het alsof Berninger beter zijn best doet. Vrouwelijk schoon roept toch andere kwaliteiten in een man op. Het haantjesgedrag wil ook in deze business een inspirerende impuls geven. Dat hij zijn diepe zwaarmoedige geluid zo eenvoudig weet om te wisselen voor dit prachtig in hogere regionen te bevinden vocalen in het door sterk gitaarwerk stuwende The Pull Of You is een verademing. Sharon Van Etten hielp The National in het verleden al vaker op weg, maar nu overtreft ze alles wat ik eerder van haar gehoord heb. Lisa Hannigan was mede verantwoordelijk voor het succes van Damien Rice, al wordt die naam helaas te weinig in combinatie met deze singer songwriter genoemd. Ook hier mag ze een prominente rol vervullen op vier albumtracks. Folkzangeres Mina Tindle is als echtgenote van gitarist Bryce Dessner in het verleden al vaker in beeld geweest, hier krijgt ze in Oblivions de hoofdrol toegedeeld. Hoe bijzonder is het dat juist de perfectionistisch ingestelde Berninger zich kwetsbaar en onderschikkend durft op te stellen, door zichzelf veel minder prominent te presenteren. Het partnerschap is er een van compromissen afsluiten. De draagkracht wordt opgesplitst, en het siert hem dat hij juist aansluiting zoekt bij de dames en niet andersom. Op een legale #Me Too wijze worden ze volledig misbruikt. Dominerend zijn ze aanwezig op I Am Easy to Find. De ene keer meer leading als hoofdvocalist, dan weer in de backings of als krachtig koor in Dust Swirls in Strange Light.
Al tijden heeft The National niet zo ruimdenkend en inspirerend geklonken. Alleen het sentimentele Not In Kansas bevind zich op het randje van zoete kauwgomballenpop, maar weet zich wel passend staande te houden. Dit buitenbeentje is geen eigen productie, maar een bewerking van indie collega’s Thinking Fellers Union Local 282 die het onder de naam Noble Experiment al eerder op Strangers from the Universe zetten. The National blijft zoekende naar andere wegen om zichzelf te herdefiniëren. Deze gewaagde nieuwe stap maakt van I Am Easy to Find een van de hoogtepunten van dit jaar. Van een band van dit kaliber wordt verwacht dat ze altijd maar in staat zijn om te overtuigen, vernieuwingsdrang wordt vaak afgerekend, tevens het blijven hangen in het eigen geluid. De tussenweg die hier bewandeld wordt, pakt overtuigend verfrissend goed uit. De aan de plaat gekoppelde indrukwekkende korte film van Mike Mills is een bijkomstige overbodige luxe. The National laat horen dat het mogelijk is om na een aantal herfstalbums positief te verrassen met een heerlijk lentegeluid.
The National - I Am Easy to Find | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
SONS - Family Dinner (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:58 uur
Dit is zo’n plaat waarmee je het liefste met de auto de grens over gaat. Bij het gebrek aan lange uitzichtloze woestijnen je geluk beproeven op de Duitse snelwegen. Zompige gitaarrock in de hoogste versnelling die ondanks het geweld een aangename swing weet af te dwingen. Vol gas door de eindeloze nacht. Wel verantwoord uiteraard. Of dit een regelrechte sollicitatie is aan het adres van Josh Homme, lijkt mij sterk. De vuige rock & roll leent zich prima voor een nieuw hoofdstuk in The Desert Sessions. Het zal niemand ontgaan zijn dat hij in het verleden al gecharmeerd was van Belgische bands, waarbij er volledig los gegaan werd. De uit Melsele afkomstige band laat met hun eerste volwaardige album Family Dinner een aangenaam visitekaartje achter, waarmee ze zich direct lijken uit te nodigen voor de aankomende festivals. Met deze agressieve energie verwacht je niet dat ze ooit gevraagd worden bij het vrijwel gelijknamige televisieprogramma Het Familiediner van Bert van Leeuwen. Daar zal alles stuk gaan, een vriendelijke lijmactie zal het niet kunnen redden.
SONS vestigt zijn naam in de grijze zone tussen de opgefokte punkrock en primitieve garagerock. Door zich niet krampachtig vast te houden aan inrichtingsverkeer, leveren ze een bijzondere bijdrage af met hun jonge honden identiteit. In een sneltreinvaart passeert vrijwel alles de revue. De jeugdige leden weten conditioneel dit tempo probleemloos vast te houden zonder te vervallen in eindeloos gepiel. Up tempo country, fragmentarische harmonieuze samenzang of melodieuze metal, het is allemaal mogelijk. Dit is een explosie welke we na de industriële revolutie van de jaren negentig minimaal terug hebben gehoord. Door het strakke swingende drumwerk vermengt met psychedelisch gitaarvervormingen blijft het continu in beweging. De voortreffelijke gitaarsolo laten ze horen dat ook de hardrock uit de seventies van invloed is geweest op hun ontwikkeling. Het klotst alle kanten op, zonder enig verlies van daadkracht. Zo hoort oer postpunk te klinken, als een groepering die zich principieel afscheid van de kortzichtigheid van dit beperkte punk genre. Op het moment dat je ervan overtuigt bent SONS te doorgronden, gooien ze er op het laatst in de vorm van Sneaky Snake een heuse duistere gothic killer in. Juist hierdoor benadrukken ze dat ze een naam zijn die je in de toekomst zeker in de gaten moet houden. Family Dinner is veel meer als een aangenaam debuut.
SONS - Family Dinner | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cold Showers - Motionless (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:57 uur
Sinds de opkomst van bands als Bauhaus, Echo & the Bunnymen en The Sisters Of Mercy heeft de gothic zich ontwikkeld als een stevig op zichzelf staande subcultuur van de postpunk. Zo sterk zelfs dat de daaruit voort komende darkwave en coldwave in de jaren 90 meer aanzien hadden dan de basis leveranciers. Ondertussen is dat beeld sterk veranderd, maar blijven gothic acts stabiel actief op de achtergrond. Getuige het aanbod is er nog steeds vraag naar festivals voor deze doelgroep, en nemen gevestigde namen vaak meerdere support acts mee op tournee. Het vanuit Los Angeles voort komende Cold Showers heeft ondertussen de opnames van hun derde plaat Motionless afgerond, en laat tien nieuwe songs los op het alsmaar hongerige donker geklede publiek. Met hun nieuwe plaat blijven ze trouw aan de fans, en zetten ze de met shoegazer elementen ontwikkelde muziek door. Geen grote veranderingen dus, maar een mooi herkenbaar geluid.
Untitled overheerst met het luidruchtige benauwende van wereldstad Los Angeles. Door de politiesirenes en overvliegende helikopters krijgen we de indruk in een real life soap te zijn beland, met de metropool als hoofdpersoon. Communicatie met camera’s in de aanslag om alles op beeld vast te leggen. Het koude oorlog gevoel wordt op een treffende wijze gelinkt aan het net zo rumoerige heden. Met de donkere rondcirkelende bas van Tomorrow Will Come worden we onder gedompeld in de donkere wereld van Cold Showers. Zanger Jonathan Weinberg geeft een eigen invulling aan het geheel, zonder zijn leermeesters uit het oog te verliezen. Zijn stem mist wel de kenmerkende overtuigingskracht, welke de volgelingen emotioneel weten te raken. Dat het deprimerende nachtleven een parallel vormt met het bruisende dag gebeuren, horen we op het album Motionless terug. Los Angeles lijkt al decennia gevangen in een stagnerende ontwikkeling. Nog steeds overheerst een kansloos bestaan van werkeloze muzikanten en filmsterren. De decadentie en het zinloze vooruitzicht wordt treffend verwoord.
Of Cold Showers zich bewust is van het cynisme dat ze uitstralen met hun gedateerde sound, betwijfel ik. Maar het staat hierdoor symbool voor een conservatieve blik op de wereld. Daar veranderen de luchtige klanken van Shine weinig aan, ondanks het meer positieve karakter. Door de opzwepende drum en pianogepingel in Measured Man weten ze er hoopvolle twist aan te geven, maar na het dreampop getinte Motionless gaan we weer de ijzige diepte in. Voor de zanger een verademing, vocaal ligt de duistere grafstemming meer in zijn straatje. Bij de destructieve opbouw van de songs hoort een meer verontrustende voordrager, dit weten ze met vlagen over te brengen in het verstikkende Faith. De Sandy Rogers cover van Black Sidewalk wijkt door het popgehalte en vrouwelijke zang van Emily Rose Epstein erg af van de overige tracks. Wat Weinberg niet weet op te roepen, lukt haar dus wel. Voor de navelstaarders met ontplofte haardos en overdosering aan zwarte make-up zal het allemaal niet veel uitmaken. Muzikaal gezien zit er genoeg potentie in om de nachten al dansend door te brengen.
Cold Showers - Motionless | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Swimming Tapes - Morningside (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:57 uur
Je hebt moeilijke, doordringende muziek, en er bestaat ook zoiets als gemakzuchtige, saaie muziek. Swimming Tapes lijkt op dat laatste begrip patent te hebben, en er een super lichte variant daarvan op de markt gebracht te hebben. Morningside is een niks aan de hand plaat. Alsof de vijf leden in de ochtend genieten van de eerste opkomende zonnestralen, en bewegingloos op die plek blijven staren, totdat uren later de zon weer onder gaat. In de speeltijd van ruim een half uur gebeurt er vrijwel niets. Deze zinloze ervaring komt nog het dichtste in de richting van een filosofisch consulent van twee zwaar onder invloed zijnde studenten. De enige weg die deze jongeren lijken af te leggen is van de bank tot aan de koelkast, en weer terug. Met een biertje in de hand kijken of er iets gebeurd.
En toch luistert het allemaal prima weg. Natuurlijk is er in deze dreampop plaats voor zwevende gitaargolven die de ruimte aangenaam bevolken. Morningside ademt het gevoel uit van thuis komen. Na een drukke werkdag schoenen uit, en met de beentjes op de bank. Een warme kop thee, en verder tot rust komen. Niks avontuurlijks, maar eerder met een mediterende werking. Het uit Londen afkomstige vijftal laat hun geheimen de eerste paar luisterbeurten nog geconserveerd rond dwalen in vrolijk verpakte liedjes. Pas dan ontdek je de schoonheid van het sterk door de jaren tachtig new wave georiënteerde gitaarspel. Het suffe karakter maakt plaats voor innerlijke warmte. De eenvoud is meer schijn, en daaronder zitten genoeg lagen die zo perfect in elkaar over gaan, waardoor er een natuurlijke sound ontstaat. Morningside is de onschuld van een kleuter, die elke belevenis als iets nieuws ervaart. Waar een volwassene gejaagd door het leven gaat, wordt hier stil gestaan bij elke kleine subtiele verandering.
Eigenlijk zouden er meer bands als Swimming Tapes moeten zijn. Vergeet de haastige skip maatschappij, en wordt gedwongen om je meer te richten op het bezinnige tijdloze. Het is juist niet nostalgie waar hiervan sprake is, het is meer een vorm van stil blijven staan in het heden, de omgeving in je opnemen, een plek geven, en vol zekerheid de volgende stap durven zetten. Ondanks deze aangename bewustwording blijft het een plaat welke erg gemakkelijker verteerbaar is. Uiteindelijk verlang je naar het kauwen en proeven van voedzame stukken, niet in een fijn gepureerde hap slik weg maaltijd.
Swimming Tapes - Morningside | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Holy Moly & The Crackers - Take a Bite (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:57 uur
Met een flinke overdosering aan enthousiasme weten Holy Moly & the Crackers gelijk al uit de luidsprekers te knallen. De indierockers uit Newcastle lukt het met zes man sterk een unieke eigen sound neer te zetten. Take A Bite is ondertussen al hun derde plaat, waar ze hun powerrock aangenaam tentoonstellen met invloeden uit andere culturen. Om ze te presenteren als hedendaagse folkies is te kort door de bocht. Daarvoor zijn ze net te veelzijdig. Het boegbeeld Ruth Patterson heeft een brutaal stemgeluid, waarmee ze de songs helemaal naar zich toe weet te trekken. Met de hulp van producer Matt Terry wordt er vervolgens een sprankelende plaat afgeleverd.
Met een heerlijke luide sixties beat trappen ze oorverdovend hard af met het swingende All I Got Is You. Het zangplezier is nog het beste te vergelijken met gepromoveerde schoolbandjes die de stap naar een platenmaatschappij durven te maken. Maar Holy Moly & the Crackers is meer. Tegen de grondbeginselen van de indiepop ingaande, hoor je halverwege de opener een accordeon terug. Het retro vlammende Upside Down en Kiss Me Before You Go hebben de glamrock als basis, maar weten er een gedurfde originaliteit aan te geven. Het effect van een koud blikje frisdrank, waarbij tijdens het sissende openen de nodige koolzuur weet te ontsnappen. De exotische Balkische klanken en het vioolspel benadrukken het zomerse vakantiegevoel, en geven perfect weer waar de band voor staat. Een feestje voor de multiculturele samenleving, met een hoog spring gehalte.
Er wordt geflirt met jazzy soul en seventies filmmuziek inclusief trompet in Can’t Get Enough, gedweept met de Oosterse spiritualiteit van Take A Bite, die met de stuwende baspartijen binding met het Westen blijft houden. De samenzang tussen Ruth Patterson en Conrad Bird levert in Naked In Budapest een gezonde spanning op. Dat er zelfs nog ruimte overblijft voor een gevoelige ballad als I’d Give It All is verrassend, omdat hiermee de vreugdestemming wat wegebt. Neemt niet weg dat het een prachtig staaltje luisterplezier oplevert, waar het vioolspel van Ruth Patterson het grote verschil maakt. Met het dansbare Zuid Amerikaanse This Little Light neemt Patterson voor de laatste keer de zang op zich, en dan zit het er helaas alweer op. Take A Bite is niet hoogstaand, maar een geslaagd album om de zonnige uren mee door te brengen.
Holy Moly & the Crackers – Take A Bite | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Honeyblood - In Plain Sight (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:56 uur
De uit Glasgow afkomstige Stina Tweeddale heeft het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt met In Plain Sight. Nadat in eerder stadium al voordat de eerste plaat het licht ziet, mede oprichtster Shona McVicar de band Honeyblood verlaat, lukt het haar uiteindelijk om een prima doorstart te maken met Cat Myers als vaste kracht achter het drumstel. Op 7 februari jongstleden werd er een contract getekend met het onafhankelijke Marathon Artists label en de single The Third Degree gepresenteerd. Dat dit samen valt met de kennismaking van Myers om zich van de band los te koppelen, is een zeer pijnlijke aderlating. De kracht zit hem namelijk zeker ook in de mooie samenzang met de tweede stem. Hoe Tweeddale dit nu alleen op gaat lossen met de komende concerten is nog een groot vraagteken. Hopelijk vind ze snel een vrouwelijke compagnon die deze rol weet te vervullen. De derde langspeelplaat verdient het om door het grotere publiek gehoord te worden, en het perfecte platform daarvoor blijft toch absoluut het podium.
Wat is het heerlijk om gewoon een lekker popdeuntje te horen als het aanstekelijke garage uit surfende The Third Degree. De samenzang roept zeer prettige herinneringen op aan de tijd dat Phil Spector zijn sound nog wist te perfectioneren, en tot uiting liet komen in gevormde meidenbands met een autoritaire leadzangeres. Niet voor niks ligt de titel wel heel dicht tegen het Philly Sound van het in de jaren zestig mateloos populaire band The Three Degrees. Om vervolgens met gemak om te schakelen naar de retro glamrock van A Kiss from the Devil. Wat er vooral uitspringt is de heldere productie van John Congleton, zelfs in de gruizige passages. Of dit de contractverplichting is van Marathon Artists, of de ervaring van Tweeddale hier meespeelt, daar heb ik geen overtuigend oordeel over. Maar het komt wel zo verdomd lekker binnen.
Dat het beëindigen van de muzikale samenwerking niet pijnloos is gegaan loopt als een rode draad door de plaat heen. Thema’s als bedrog en verraad komen zeer nadrukkelijk terug. Een zin als I’m a dormouse and she’s the cat waarmee de opener She’s A Nightmare eindigt zegt al genoeg. Stina beschouwde haar rol onderschikkend aan die van Cat Myers, en zag zichzelf meer als speeltje. Vrouwen winden er minder doekjes om dan mannen, en wraakgevoelens worden directer uitgesproken. Het kwetsen is veel meer doelgericht en eerder een machtsmiddel. Geen gedraai, maar rechtstreeks op het doel af. Het blijft zwaar balen dat je samen een mooi product hebt afgeleverd, en je op het laatste moment in de steek wordt gelaten. Het zal mij niet verbazen dat de teksten vervolgens nog sterk aangedikt worden, voordat de buitenwereld er kennis mee mag maken.
Honeyblood weet het eigenzinnige van de Britpop te combineren met sterke zelfverzekerde Amerikaanse frontvrouwen die in de jaren negentig indierockbandjes naar een hoger level weten te tillen. Nadat ze naar het zelfde getitelde debuut met het tweede album Babes Never Die meer gingen richten op een ruigere gitaarsound, zoekt Stina Tweeddale hier onder meer met elektronica de eenvoudige puurheid op. De songs moeten als basis gewoon goed klinken, en al die andere geintjes er omheen worden minimaal toegepast. De zangeres verbergt een vibrerende kwaadheid in haar stem die net genoeg tegengas krijgt van de lieve backing vocalen. Wat is dit een lekkere feministische punkplaatje geworden, waarbij de aanval voor de afwisseling niet alleen aan de dominante mannenwereld gericht is; hebben we net nodig.
Honeyblood - In Plain Sight | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
White Denim - Side Effects (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:55 uur
Wat blijft het uit Austin, Teaxs afkomstige White Demin toch een energieke band. Tegen het therapeutische aan gaan deze hyperactieve jongens eindeloos door. Hun vette mix van funkrock, fusion, psychedelica en zelfs country openbaart zich alsof er nooit iets anders heeft bestaan. De onvoorspelbare breaks zetten je schaakmat voordat je over hun volgende zet hebt nagedacht. Nog steeds sluiten ze geen compromis om een meer toegankelijke sound neer te zetten. De dynamiek draaft onverschrokken door met het in precisie uitgevoerde slagwerk van Greg Clifford. Met zijn hypnotiserende percussie vormt hij een speelveld waar de overige muzikanten eindeloos op mogen improviseren. De invloed van deze meesterlijke drummer is net zo van belang als zijn ondertussen grotendeels naar de eeuwigheid verbannen voorgangers uit de rockende jaren zeventig.
Door de korte duur van Side Effects is het in principe een veredelde mini album. Neemt niet weg dat er genoeg spannends staat te gebeuren. Het retestrakke Small Talk (Feeling Control) is het rond slingerende visitekaartje en sluit feilloos aan op het vorig jaar verschenen Performance. Door de effecten op de pedalen van James Petralli ontstaat een gitaarsound welke in de seventies de benaming futuristisch zou mee krijgen. Anno 2019 kwalificeren we dit als een nostalgische retro geluid. Met Afrikaanse elementen weet Clifford er een aangename draai aan te geven. De opgestapelde en aangekoekte stofdeeltjes in de versterkers hebben hun weg naar de verstikkende buitenwereld al snel gevonden.
Het herhalende zompige fullspeed Hallelujah Strike Gold is een opzwepende woestijnrocker waar de funky lijnen een weg uitstippelen voor de te volgen smerige gitaarakkoorden. Shanala heeft een clichématiger weinig afwijkend verloop. Lomp en dreigend komt het frontaal op je af, om dwars door je heen te gaan. Is het vervolgens verwarring of nagenieten? Weinig tijd om hierbij stil te staan, de overspannen orgelklanken van NY Money dringen zich alweer op. Bijna zeven minuten lang krijgt de track de mogelijkheid om zich op te bouwen, en neemt hier een vertraagd tempo voor. Toch bijzonder dat het zonder een duidelijke climax de hele tijd blijft boeien. Natuurlijk krijgt de gitaar vrij spel, maar gooit er geen complexe solo’s tussendoor. Meer in de vorm van sfeerbepaling krijgen we de nodige jaren tachtig verwijzingen te horen.
Het country tussendoortje Out of Doors vormt de aanzet tot het bluesy Reversed Mirror. Dat de blues aan de basis staat van de rock wordt hier muzikaal benadrukt. Met de switch naar de dromerige softporn kitsch weten ze er net een onverwachte wending aan te geven om vervolgens in stijl af te sluiten. Dat er in James Petralli een groot zanger schuilt mag hij in het warme So Emotional nogmaals benadrukken. De song wentelt zich vooral om zijn zwoele zelfverzekerde vocalen die op een totaal andere wijze gebruikt worden in de garagepunk van het opgefokte Head Spinning. De soul van het met dub echo geplaatste Introduce Me laat de vervreemding met de muzikale tradities nogmaals aangeven. White Denim laat zich niet in hokjes plaatsen. Dat lieten ze al horen tijdens het voortreffelijke Corsican Lemonade en daarvan wijken ze ook nu geen seconde van af.
White Denim - Side Effects | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Alice Merton - Mint (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:55 uur
Beste lieve Alice Merton, wat vervelend dat je niet jaren eerder geboren bent, dan had je zeker jouw toptijd gehad in de vrouwvriendelijke jaren 90. Toen straalden de zelfverzekerde vrouwen nog heuse girl power uit, en was het nog niet noodzakelijk om je gelijk te halen in een juridische procedure. Het # Me Too gebeuren maakt de dames weer kwetsbaar, terwijl ze jaren geleden nog strijdbaar de Top 40 weten te domineren, en zoals Alanis Morrisette met wraakgevoelens haar ex bijna bijtend toe durft te zingen. Hedendaags sta je als brutaal zangeresje al direct met 1-0 achter. Probeer hier maar een gelijkspel uit te halen, of zelfs nog te winnen in deze harde mannenmaatschappij. Deze wereldreiziger heeft op jeugdige leeftijd al in verschillende landen gewoond, maar heeft al een hele tijd het Duitse Frankfurt als vaste verblijfsplaats. Mint is de geboorte van de eersteling van Alice Merton.
Mint staat voor frisheid, en is hierdoor ook een toepasselijke benaming voor het dansbare debuut van deze aangename zangeres met een groot bereik. Toch zit het allemaal net te veel aan de veilige talentenjacht kant. Met een inwisselbare begeleidingsband wordt rock en funky beats aan het swingende geluid toegevoegd. Een eigen identiteit wordt gemist op deze radiovriendelijke plaat. Het luistert allemaal lekker weg, en er zitten genoeg potentiele hit successen tussen. Het is stilletjes hopen dat er meer song als No Roots door het grote publiek opgepakt worden. Maar ondanks dat Alice Merton echt wel een goede vocalist is, mis ik een flinke dosis aan overredingskracht. Het springt alle kanten op, en ze kan zich net zo gemakkelijk presenteren als een would be punkmeisje als een jong mainstream huisvrouwtje. Dat dit een geslaagd commercieel product is geworden, kan niet ontkent worden.
Het advies is eenvoudig, laat je niet kneden door anderen. Wordt flink bedrogen, verwerk je verdriet met een flinke borrel, en zing, schreeuw desnoods de shit van je af. Want deze mooie stem heeft het in zich om alle kwaadheid naar buiten te gooien. Moet Mint dan simpelweg beoordeeld worden als een slecht album. Nee, natuurlijk niet. Er is zijn duidelijk spaarzame momenten waarop ze alles probeert los te laten, en wel heel dicht bij zichzelf staat. Het prachtige gedurfde I Don’t Hold a Grudge steekt met grote hoogte boven de rest uit. Door de emoties op te zoeken, en deze ook binnen te laten, lukt het haar om te overtuigen. Ook het daarop volgende Honeymoon Heartbreak weet ondanks de kleine onzuiverheid en het koorgedeelte genoeg los te maken. Hierdoor zal ze niet afgeschreven worden, maar zal de naam in de toekomst de nodige nieuwsgierigheid oproepen.
Alice Merton - Mint | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Death and Vanilla - Are You a Dreamer? (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:54 uur
Dat het steeds lastiger wordt om bij Zweden te denken aan donkere dreampop, waarbij de indruk gewekt wordt dat je verdwaalt in de woeste wouden aldaar, hebben we aan IKEA te danken. Tegenwoordig leg je de associatie bij Songesand, Bostrak en andere mysterieuze productnamen. Het bosrijke gebied wordt steeds meer uitgedund om onze steriele huiskamers stijlvol op te vrolijken. En toch is daar nog steeds ergens ruimte voor het vanuit Malmö afkomstige Death And Vanilla, die ons al verschillende keren trakteert op aangename sprookjesmuziek, welke zich leent voor de lugubere verhalen van Hans Christian Andersen. Marleen Nilsson verleid je met haar feeërieke vocalen en lokt je steeds dieper haar onheilspellende wereld in. Samen met Anders Hansson is ze mede verantwoordelijk voor de score van Roman Polanski’s The Tenant. Are You A Dreamer? is de opvolger van het tweede album To Where the Wild Things Are….. In de studio werd het duo bijgestaan door het sfeervolle slagwerk van drummer Måns Wikenmo.
Met een heerlijke triphop ruis op de achtergrond gaat A Flaw in the Iris van start. Door veel galm aan de zang van Marleen Nilsson toe te voegen en mooi snaarinstrument gepingel creëer je een warm ruimtelijk geluid. De luide duistere klanken gaan heerlijk samen met de hoge vogel tonen. Dat ze hiermee het koude, altijd in beweging zijnde landschap van het moederland verwoorden, lijkt een logische verklaring. Met het fabelachtige Let’s Never Leave Here weten ze de sages en legendes van het bosrijke omgeving op te roepen. Dat dit de inspiratiebron is voor de vele mooie geschiedenisvertellers die dit gebied rijk is. De invulling is zoet en speels met een hoog kosmisch jaren zeventig gehalte.
Een stuk avontuurlijker weerklinkt Mercier, waar de vocalen van Marleen Nilsson bijna verdrinken in het moeras van overweldigende stemeffecten. Hierbij hoor je overduidelijk de filmische achtergrond van Death And Vanilla terug. Een stukje aantrekkelijke sfeerbepaling met dromerige gitaarlijnen. Eye Bath overstijgt de triphop door niet van een sobere basis uit te gaan. De sprankelende uptempo beats geven het een aangename positieve dansbare vibe. Zelfs het gebruik van dubs en claps wordt toegepast om er een gave clubsound aan te geven. Door de uitgewerkte mix lijkt het net alsof je een obscure maxisingle uit de jaren tachtig in handen hebt.
Met het gothic werkstuk The Hum blijven we in hetzelfde tijdsbeeld hangen, maar begeven we ons op het volgroeide bospad ergens tussen Dead Can Dance en Cocteau Twins in. Met aan de ene kant onkruid, en aan de andere zijde verwilderde bloemen. Death and Vanilla weet er een eigen invulling aan te geven, waardoor ze niet het gevaar lopen van plagiaat te worden beschuldigd. Het toegankelijkere Nothing Is Real wordt begeleid door fraaie zuigende postpunk bas en holle drums, om vervolgens er een verlichtende helderheid aan te geven met new wave synthesizers eindigend met een mooie fade out.
Het dieper gezongen Vesperine laat een meer zwoelere Marleen Nilsson horen. Met de bijna tegen het hese aanleunende stemmige vocalen maakt ze er een regenboog dagdroom van, waarin alle wensen in vervulling kunnen gaan. Wallpaper weet zelfs nog fragmenten shoegazer te verwerken in een New Age achtige setting. De ijle wegzwevende keyboard akkoorden geven het een bijpassend klankbedje. Are You A Dreamer is een hedendaagse Scandinavische opvatting van waar dreampop daar voor staat. Door de groene natuurlijke omgeving heeft het een andere voedingsbodem dan de treurnis van de door zure regen aangetaste klassiekers in dit genre.
Death and Vanilla - Are You a Dreamer? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Frenship - Vacation (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:54 uur
Als je al een paar op muzikaal vlak wat aan het heen rommelen bent, en dan plotseling een aardige hit weet te scoren, dan liggen de verwachtingen opeens een stuk hoger. Dit overkwam drie jaar geleden het uit Los Angeles afkomstige Electro pop duo Frenship. James Sunderland en Brett Hite lukten het vrij onverwacht met de single Capsize alle aandacht op zich te richten. Deze song die mede geschreven is door singer songwriter Emily Warren bereikt via Spotify een miljoenen publiek. Blijkbaar is de behoefte groot naar deze warme zomerse klanken met een heus jaren tachtig ritmisch tintje. Het geeft de muzikanten in ieder geval de mogelijkheid om op hun debuut Vacation samen te werken met de popsensatie Bastille. Verder bieden ze op de plaat de nog onbekende Yoke Lore een platform om zich aan een groter publiek te presenteren.
Na de harde op zichzelf staande beat van Breathe Deeper, See Brighter, Feel Better, Hear Now openen ze groots met vocalen die de hele wereld lijken te omarmen. Je moet er een liefhebber van zijn, ik heb minder met dit pompeuze gebaar. Door je direct al zo te presenteren, moet deze ingeslagen weg gedurende de plaat geclaimd worden, anders werkt dit niet. Met het aangenaam swingende nieuwe single Remind You weten ze dus wel degelijk die aandacht vast te houden. Ik moet eerlijk toegeven dat dit totaal niet mijn ding is, maar het lukt ze wel degelijk om goed van start te gaan. Inhoudelijk gebeurd er niet bijzonder veel, maar ze maken hiermee wel gebruik van de vrij gekomen kansen.
Won’t Let You Down is een mooi samenspel met Bastille, die hiervan juist niet een eigen song weten te maken met een beat er onder. Knap hoe ze het niet naar zich toe weten te trekken, maar zich juist bescheiden in de gastrol opstellen. Het zal er mee te maken hebben dat er daadwerkelijk een soort van vriendschap is ontstaan in de periode dat Frenship mocht optreden als voorprogramma. Yoke Lore pakt hier wel zijn minute of fame, Wanted A Name heeft een meer dominantere invloed van de jonge artiest, en geef hem eens ongelijk.
Onderschat de muzikaliteit van dit tweetal niet. Productioneel zit het allemaal heel lekker in elkaar, en daar is James Sunderland zelf verantwoordelijk voor. Het zou niet vreemd zijn als hij in de toekomst met dit talent ook andere artiesten wil laten mee profiteren. Met de steriele sound haken ze in op de vraag van het publiek. De massale downloaders van Capsize kunnen probleemloos Vacation aanschaffen, en voelen zich zeker niet bekocht.
Frenship - Vacation | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Allusinlove - It's Okay to Talk (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:54 uur
Dat de naam Allusondrugs niet echt positief gedragen wordt, komen de rockers uit Leeds na twee albums ook achter. Om nou direct alles totaal te veranderen, en een vernieuwende doorstart te maken, gaat ze ook te ver. Door de cruciale beslissing wordt het met een kleine aanpassing omgedoopt tot Allusinlove. Muzikaal veranderd er bar weinig op It’s Okay to Talk. Nog steeds maken ze slepende songs met een duister emocore randje. Al is het net wat minder zwaar en schreeuwerig. Of we ze nu moeten benaderen als een nieuwe grote belofte, of als een groep muzikanten die al een tijdje in het circuit mee lopen; het maakt eigenlijk niks uit. Feit is dat ze mij wel weten te overdonderen en weg te blazen naar de andere hoek van de kamer, om het volume een standje hoger te zetten.
Denkbeeldig kun je de drummer een, twee, drie vier horen roepen, vervolgens wordt er gelijk bruut afgetrapt met het pittige Full Circle. De zelfverzekerde zang van Jason Moules dwingt gelijk al genoeg respect af. Er klinkt een verbitterdheid in door, waardoor je al kan aanvoelen dat hij nog gretiger toe zal slaan. De ingehouden boosheid wordt in toom gehouden door de achtergrondzang en het stevige doorhakkende akkoorden van gitarist Andrej Pavlovic. Met de nodige effectpedalen draaft deze als een dolle door de track. Met hard van zich af meppende heipaal drumslagen van Connor Fisher-Atack wordt het aan de grunge herinnerende All My Love ingeluid. De zang doet nog Amerikaanser aan, tegen het geforceerde aan zelfs. Door de psychedelica in Lucky You weerklinkt een hardere variant van de shoegazer die jaren geleden het Britse vasteland overheerste. De gitaar heeft zijn hoopvolle postpunk uithalen, die zorgen voor menthol frisheid en het niet allemaal te neerslachtig over laten komen.
De dreigende rol van de bas speler Jemal Beau Malki in Sunset Yellow laat de vocalist tot adem komen, zodat hij voorbereid de oerkreten uit zijn binnenste weet op te roepen. Wat moet dit verlossend werken. Gillend dringt de gitaarsolo zich aan het begin van All Good People op, om vervolgens plaats te maken voor zompige smerige moerasklanken. De vocalist werkt zich als een David Grohl met flinke keelontsteking door de ruige recht toe recht aan Foo Fighters achtige rocker heen. Niet vreemd als je weet dat Alan Moulder garant staat voor de productie van deze single. Wetende dat hij in het verleden al fraai werk heeft afgeleverd met Nine Inch Nails, The Smashing Pumpkins en Queens Of The Stone Age. Vocalist Jason Moules is dreigend als in een Industrial klassieker met het door herhalende riffs overdonderende Bad Girls. Het grote verschil met deze stroming is dat hier de instrumenten wel degelijk echt bespeeld worden, en niet eerder geprogrammeerd zijn.
Na perfect drumwerk met een hoog beats per minuut gehalte vervolgt het dromerige Lover I Need a Friend, die zelfs worden afgewisseld met boogiewoogie passages. Gelukkig wil ook hier de brutale gitarist nog heerlijk meesterlijk soleren, een meerwaarde in het al voortreffelijke It’s Okay to Talk. Het poppy I’m Your Man is het meest toegankelijke nummer van de plaat. Een compacte song met minimale uithalen, met een prachtig melodieus gitaarwerk met wat melancholische eighties folk invloeden. De gelaagdheid in de vocalen van Happy Eyes geven het een meer optimistische uitstraling in de overheersende duisternis. Het prachtige intieme woordeloze gezang in het tussenstuk maakt het helemaal af. Het hedendaagse It’s OK to Talk laat horen dat Allusinlove zich ook prima kan settelen tussen de postpunk beweging. De sentimentele zang ligt er misschien net te dik bovenop, maar ze komen er verder prima mee weg. Om zo stijlvol in alle rust af te sluiten met het hoog gezongen The Deepest laat de groeimogelijkheden van de band horen.
Blijkbaar hebben we hier nog maar een stukje Allusinlove mogen ervaren. It’s Okay to Talk is minder gericht op het Engelse publiek. Het is een recht toe recht aan album waar er in de Verenigde Staten meer liefhebbers voor te vinden zijn. Of ze daar een plek kunnen opeisen in het massale aanbod betwijfel ik. Kwalitatief gezien zit het zo sterk in elkaar dat ze tussen de vaandeldragers wel een vaste standplaats verdienen. Voor de Britse invulling zorgt verder indie producer Catherine Marks, ook niet de minste.
Allusinlove - It's Okay to Talk | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:53 uur
Wat levert het op als je een pure hardcore punker bij een folkie zet met een liefde voor stevige black metal. Dan krijg je een vreemde donkere gewaarwording; genaamd Droneflower. De uit Boston afkomstige Marissa Nadler laat haar muzikale talenten uitbuiten, en weet zelf ook misbruik te maken van andere muzikanten. Nou heeft ze ook een aparte, wat spookachtige verschijning; niet alleen vocaal, maar ook qua uiterlijk. Ze laat zich graag gebruiken door de duistere krachten in het wereldje. Collega’s staan ook in de rij om haar te voorzien van aangename bijdrages. Niet de minste namen als John Cale, Sharon van Etten en Father John Misty, hebben allen een samenwerkingsverband met haar op hun curriculum vitae staan. Hier kiest ze ervoor om met oud Cave In gitarist Stephen Brodsky aan de slag te gaan, wat resulteert in het avontuurlijke sprookjesachtige doemplaat Droneflower.
Space Ghost I heeft dat verwerpelijke gedesillusioneerd gevoel van leegte. Gelijk al maken we kennis met overheersende onbehagelijke verdriet. Zelfs Marissa Nadler durft zich vocaal hier niet aan te wagen. Met ingehouden adem bereid ze zich voor om na het aangename pianospel hard toe te slaan in het grillige For The Sun. Vanuit de krochten van ons bestaan, diep in het binnenste van de ziel wordt ze opgeroepen. Ruw verstoord door het zware industriële slagwerk op laag gestemde gitaren. De demonische triphop krijgt al gedurende de song zijn vernietigende vorm. Opeens ben je een metgezel in de opgeroepen nachtmerrie. De lieflijke zang van Watch The Time dwingt je om niet meegesleurd te worden in de als Sirene fluisterstem van een erotisch geladen Marissa Nadler, die hier figureert als verleidende halfgodin.
Space Ghost II blijkt nog slepender te zijn dan zijn eerste variant. De piano sterft een eenzame dood, omgeven door een klagende zangeres, die met haar griezelige stemgeluid weer alle aandacht opeist. Meer instrumenten gaan de strijd met haar aan, maar zijn niet bestand tegen de treurnis en het botte afwijzende gevoel. De Oosterse akoestische klanken laten je verstikken in de drooggelegde Fata Morgana van Dead West. Bijna opzwepend wordt je uitgenodigd door exotische buikdanseressen, die ingehuurd zijn om je met hun blikken te verslinden. Bij de eerste luisterbeurt valt gelijk de totaal naar zich toe getrokken cover van de Guns N’ Roses klassieker Estranged op. Er wordt ruim de tijd genomen om dit aangenaam stukje voor stukje op te bouwen. De vervreemding komt door de twijfel in de stem van Marissa Nadler. Open solliciteert ze hier naar de vrijgekomen vacature van ijskoningin, nu Siouxsie Sioux al een aantal jaren van haar pensioen aan het genieten is.
Hoe verwarrend is het dan om vervolgens meegezogen te worden in het country getinte lieve kampvuurliedje Shades Apart. Prominent staat hier de prachtige gitaar centraal, en zelfs voor een momentje de zangeres weet te temmen is magistraal. Met onderdrukte ruisgeluiden weerkaatst Buried In Love in een oceaan van diepe stem vervormers, gesmoord door de fade out. Met het filmische Morbid Mist werkt het duo zich naar het einde toe. Ook hier met noodzakelijke echo’s op het gitaarspel. Die afsluiting komt er uiteindelijk in het toegankelijke zuchtmeisje gebaseerde In Spite Of Me. Bijna kaal weet Marissa Nadler te benadrukken dat ze het op eigen kracht ook wel weet waar te maken. Hierdoor sluit ze zo persoonlijk mogelijk af in deze geslaagde aanwinst van 2019.
Marissa Nadler & Stephen Brodsky - Droneflower | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Ballet - Matchy Matchy (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:53 uur
The Ballet geeft ons een kijkje in het moderne hedendaagse homoseksuele leven in New York. De spanning van het uitgaansleven is totaal niet aanwezig. Eerder een vorm van truttige burgerlijkheid, alsof de emancipatie daar al eeuwen geleden zich voltrokken heeft. Schijn bedriegt uiteraard, de acceptatie is nog steeds geen gemeengoed. Op veel plekken in de wereld is de worsteling met de geaardheid waarschijnlijk een stuk lastiger, zelfs een dagelijkse strijd. Ondanks dat Matchy Matchy veel raakvlakken heeft met de homoseksuele synthbands uit de jaren tachtig, wordt hier veel minder een statement uitgedragen, en zijn ze ook niet uit om te provoceren. Het lijkt wel alsof het duo Greg Goldberg en Craig Willse op een roze wolk leven, ergens ver rijkend boven de rest van de wereld. Met hun muziek richten ze zich vooral tot “the incrowd”, hun eigen kleine groep volgelingen, die een soortgelijk leventje hebben opgebouwd. Al ligt de nadruk meer op het scheppen van een vrije maatschappij, waar geen onderscheid wordt gemaakt.
In principe veranderd er weinig in wat het duo hier laat horen, en borduren ze in handwerkpatronen voort op het knusse huis, tuin en keuken gevoel van hun vorige drie albums. En misschien is het juist wel goed zo. Door juist op deze manier de nadruk te leggen krijg je een totaal andere visie op hun leven. Met een hoog knuffelgehalte wordt de spanning bezongen van het eerste bezoek aan een ontmoetingsplaats in First Time in a Gay Bar. Het is voornamelijk een lieve plaat geworden, met een hoog speelse tederheid. Door de zangpartijen krijgt het ook iets zachts, nergens enige vorm van stemverheffing, om zichzelf krachtig te presenteren. De kilte van vroegere tijden ondergaat een verfrissende wasbeurt. Door een scala aan hedendaagse dance en trance bliepjes toe te voegen aan de degelijke gedateerde, maar oh zo herkenbare eighties basis, ontstaat een kindvriendelijke sound. Al moeten die toch regelmatig hun oren dicht houden, wat betreft de ontboezemingen van Greg Goldberg. Sporadisch weet hij er een mooi rauwer randje aan toe te voegen, zoals in het springerige But I’m A Top. Verder is het voornamelijk toegankelijke dreampop.
Als je goed luistert naar de verhalende voordracht, dan hoor je toch genoeg twijfel terug. Het is allemaal wat minder rooskleurig wat we hier voorgeschoteld krijgen. De verpakking is echter zo baby roze, waardoor je dit direct al vergeet. Ook wordt er genoeg stil gestaan bij de pioniers uit de New Wave periode in de heerlijke felle gitaarklanken die baden in het spetterende keyboard golfslagbad. Alles zo veilig mogelijk. Pas echt los gaan ze bij het afsluitende You’re Mine. Met flinke doorhakkende gitaren hoor je opeens een totaal andere sound. Eerlijk gezegd, had ik gehoopt op meer van dit soort aangename explosies. Dat de sympathieke zweverige vocalen hier ook aansluiting bij vinden, is verrassend en een verademing. Matchy Matchy is een slaapkamerplaat, maar dan eentje om rustig bij weg te dromen. Verwacht geen opgewonden nachten, maar vooral lekker met het duimpje in de mond vredig de oogjes sluitende onschuldigheid.
The Ballet - Matchy Matchy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Deer - There's No Future (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:53 uur
Deer is een dreigend toekomstperspectief gezien door de ogen van het Mexicaanse duo Adriana Martinez en Miguel Bastida. Het levert een statisch monument op, welke al direct het verval inluidt. Dat hiervoor uitgeweken wordt naar het overbevolkte Hong Kong is niet eens zo vreemd. Hoe dicht kan je bij de bron zijn. Een metropool welke door overbevolking zichzelf aan het muteren is. De omliggende eilandjes staan centraal als afbrokkelende stadsdeeltjes, die een scheuring symboliseren. Het omzetten van dit beangstigende vooruitzicht, zonder helemaal een deprimerend beeld neer te zetten, lijkt een onmogelijke opgave. Deer waagt zich aan deze zware klus, resulterend in het fraaie There’s No Future.
Alarmfase 1 wordt ingezet met het titelstuk There’s No Future. Het zware drumwerk ondersteund de duistere keyboardklanken. Een subliem klankdecor voor Adriana Martinez om haar teksten over te verspreiden. Hier wordt de rust toegepast om de zang krachtiger toe te laten. De dramatiek weet ze volledig uit te bouwen, door steeds fellere stemverheffing. Met retro beats vervolgen we de steeds harder wordende track om vervolgens af te sluiten met de wijzers van het mengpaneel in Code Rood. De toekomst is aan het balanceren, en houdt zich nog net staande. Deer zal er alles aan doen om deze te laten omvallen. De afwisseling tussen melodieuze stampende industriële geluiden met meer aardse vocalen laten in Deaf een ander geluid horen. De veelzijdigheid van Adriana Martinez openbaart zich in toegankelijke hogere uithalen, zonder zich enigszins aan te passen aan de gevestigde orde.
Dat ze met het uitbuiten van hun emoties geluisterd hebben naar Trent Reznor van Nine Inch Nails is voor iedereen duidelijk. Maar doordat de draagkracht hiervan bij een vrouw ligt, krijg je een totaal andere beleving. Waarbij er bij mannen meestal heen en weer geslingerd wordt tussen hard en zacht, bezit het andere geslacht meer laagtes en dieptes. Het is een kwestie van zich open durven te stellen, en de ongeremdheid daarin zorgt voor totaal andere kijk op de vernietigende wereldproblematiek. De beats krijgen kleur door de aanwezigheid van pianotoetsen, waardoor er een meer organisch geheel ontstaat. Met gemak wordt er geswitcht naar orkestrale filmische triphop passages, waar de vocalen de bindende factor zijn. De temperamentvolle Zuid Amerikaanse beleving wil door de achtergrond van de band daarbij wel helpen.
Toch wil het vervormen tot een computer gestuurd geheel van Biting A Spectrum in het voordeel werken. Het futuristische karakter schakelt probleemloos over in de angstige frustrerende vocalen, waardoor het gevecht met een digitale toekomst treffend wordt geprojecteerd. Dead Souls ademt nog het meeste de jaren tachtig spirit uit. Principieel is er weinig veranderd. Stond toen meer het dunner worden van de ozonlaag centraal door de vervuilende gassen en zure regen, op dezelfde plek zou je nu de plastic soep kunnen plaatsen die de oceanen verteerd, en dichter bij huis, de aardbevingen in Groningen door de jarenlange gaswinning. De invloed van wereldleiders met de dreiging van oorlogen is vrijwel identiek met vroeger, daarbij is er de afgelopen 35 jaar weinig veranderd. Al met al, een overdonderend debuut van deze nieuwe lichting doemdenkers.
Deer - There's No Future | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ideomotor - In and Out of Time (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:52 uur
In het Finse Helsinki vormen vijf jaar geleden twee jeugdvrienden, Erkka en Kimmo een synthpop duo, waar die goede ouwe tijd centraal staat. Niks eigen geluid, waarom niet dezelfde weg inslaan als de succesvolle voorgangers? Wat heb je er aan als hun baanbrekende werk totaal genegeerd wordt.Tegenwoordig is het normaal dat hedendaagse bands terug grijpen naar de donkere postpunkperiode. Alsof ze strak staan van de Prozac of een ander anti depressie middel. En dan vol blijven houden dat er genoeg eigenheid in de resultaten verwerkt zit. Om zich maar te distantiëren van de al jaren voortwoekerende nieuwe lichting navelstaarders. Ideomotor doet niet mee aan deze onzin. In and Out of Time is een album welke zich schaamteloos kan plaatsen tussen de meer populaire New Wave klassiekers. Kwalitatief wat minder, het gevoel is er wel degelijk.
Het wordt grootst aangepakt. Luchtige songs met een flink aangedikt accent, waardoor de Engelse taal een hoog aaibaarheidsgehalte bezit. Hold On veegt de vloer aan met alle negativiteit, hoopvol wordt er naar de toekomst gekeken, al is het wel vanuit een gedateerd jaren tachtig perspectief. Een retro gevalletje Back To The Future, al zaten in die film genoeg elementen verwerkt, die men jaren later wel in het straatbeeld terug ziet. Dan zijn de dromers van Ideomotor een stuk minder vernieuwend. Maar ik hou hiervan. Een verademing tussen de zware moeilijk te verteren versteende opgebouwde muren. Dit is een smakelijk chocolade pindarotsje, die je vroeger bij je oma op de druilerige zondagmiddag krijgt voorgeschoteld. Een heerlijk tussendoortje. Bij Seven Days wordt er openlijk geflirt met Kraftwerk, een statische track met krautrock invloeden.
Interference heeft genoeg experimenteerdrift en wijkt hierdoor af van de rest. Alsof hier met het cursusboek Synthesizer voor Beginners de handleiding uitgebreid tot een inspectie wordt onderworpen. Bijna mellow wordt het tempo omlaag gehaald, waardoor de song nog langdradiger wordt. Een verkapte versie had zich beter staande gehouden. Pas als de zang zich aandient komt er enigszins beweging in. Met het pluche zachte Hummer blijven we steken in nietszeggende toegankelijkheid. De gitaar wil hier toeslaan, maar komt met moeite boven het liefdadigheidskoortje uit. Gelukkig wordt hij daarin ondersteund door de dreigende stem, die als een stoorzender wel weet te overdonderen. Het wachten is het waard, want Do It Again is een momentje van hit vreugde. Hiermee hadden ze zich een paar decennia geleden standvastig een definitieve plek in de internationale Finse muziekgeschiedenis kunnen opeisen. In 2019 is het niet meer dan een lekker nummertje.
Dat ze zich zelfs twee keer aan een uitgerekt stuk wagen, is tactisch gezien een misstap. Drift, Pt. 2 krijgt nog door gastvocalist Hanna-Maaria Tuomela een reddingsboei toe geworpen, maar verdrinkt uiteindelijk in het overschot van onuitgewerkte ideeën. Gelukkig weten ze deze misstap te corrigeren met het daarop volgende Away from the Streetlights. De vintage grimmigheid laat zich door nieuwere beats de deuren van de jaren 90 openen. Op het moment dat je de club binnen stapt is het helaas afgelopen. Uit die periode stamt ook de coldwave, welke hier zijn invulling krijgt in Helsinki100. Echt neerslachtig wordt het niet, al zit het aardig op het randje. Makebeliever heeft alleen in het begin wat onverwachte stotterende wendingen. Ondanks dat de zang ruim boven gemiddeld klinkt, ontbreekt hier de echte emotie. Die zit wel weg gestopt in het verder vrolijke One Last Time. Helaas is het niet vloeiend genoeg, wat voor ingehouden geremdheid zorgt. In and Out of Time is net zo onvoorspelbaar als een gemiddelde weersverwachting, meer dan een leuk plaatje kan ik er niet van maken.
Ideomotor - In and Out of Time | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Cardigans - First Band on the Moon (1996) 4,0
30 juli 2020, 20:52 uur
Op de vinyluitgave van First Band On The Moon zat menigeen te wachten. De wazige live foto die de albumhoes siert, past perfect tussen de op rommelmarkten opgedoken klassiekers uit de jaren zeventig. Sommige albums lenen zich er meesterlijk voor om met de nodige precisie de naald op te plaatsen. Dit is zo’n treffend voorbeeld. Voor mij de meest geschikte plaat uit hun catalogus. Het grote internationale publiek maakt kennis met The Cardigans door Baz Luhrman. Deze Australische filmregisseur met roots in de theaterwereld weet ze te strikken voor de soundtrack van Romeo + Juliet. Deze moderne uitwerking van het klassieke Shakespeare verhaal laat zich op het doek presenteren als een meer gewelddadige variant van The West Side Story. Lovefool wordt als promotiemateriaal overal opgepakt, al lukt het ze niet om in de Benelux grootst te scoren. Dat Leonardo DiCaprio vervolgens wereldberoemd wordt door zijn rol in Titanic, zorgt voor de cultstatus die dit liefdesdrama met terug werkende kracht krijgt toegedeeld. Uiteraard profiteren The Cardigans daar ook optimaal van.
Op het derde studio album zijn de Burt Bacharach achtige melodieën nog wel aanwezig, maar ook de rockgitaar maakt zijn intrede. Your New Cuckoo leunt zeer sterk op de Amerikaanse jaren zeventig in opkomst zijnde Feel Good series. Uit het tijdperk dat rolschaatsen ook hier Rollerskates genoemd werden, en John Travolta bij gebrek aan kapstok zijn jasje maar aan de andere kant van de zaal gooit. Veel glitter en nog meer disco. Dit alles wordt nog sterker geaccentueerd met de aanwezigheid van fluitist David Wilczewski. Nina Persson weet zich steeds meer te ontwikkelen tot frontvrouw. Het onschuldige, speelse kinderlijke is ontgroeit tot een volwassen diva uitstraling. De bewustwording om de luisteraar te verleiden met een aangename mix van sensualiteit en jeugdigheid weet ze tot in perfectie uit te werken. Dat ze hierbij op een bewuste manier misbruik maakt van haar treffend passende kortgeknipte vintage coupe, is een slimme uitgekiende zet.
Het meer bubblegum Been It wil met het sterke ritmische gitaarspel aangenaam aansluiten bij de in opkomst zijnde rockchicks. Hoe lastig is het om je vast te houden aan een eigen geluid, en je toch door te ontwikkelen. First Band On The Moon is dan wel het doorbraakalbum. Muzikaal gezien is het een zoekend tussengeluid, welke pas op de volgende plaat de definitieve vorm zal krijgen. Het goed geoliede gezelschap weet ook probleemloos triphop elementen in het geluid te borduren. De originaliteit om daarbij niet gebruik te hoeven maken van samplers siert de uit Zweden afkomstige muzikanten, al zal de grote massa daar schijnbaar minimaal bij stil staan. Dat ze zich wel bewust zijn van op dit moment goed scorende acts, getuigt het aan Vanessa Paradis schatplichtige Step On Me. Een wat ondergewaardeerde naam, die net als Nina Persson moeilijk haar lolita verschijning van zich af kan schudden.
Het besef dat The Cardigans meer wereldse potentie hebben, wil hier een nadrukkelijke rol in spelen. Dat ze voor dit resultaat bijna een jaar lang in de studio bivakkeerden, is gelukkig in de frisheid die het uitstraalt niet terug te horen. Een half jaar na de release van Life sluiten ze zich voor een langere periode af van de buitenwereld, met een waanzinnig retro sound als resultaat. Vergeet niet dat ze al voor de derde keer jaarlijks een nieuw product afleveren, zonder te stagneren. Het vraagt een hoop discipline en zorgvuldigheid om dit vol te houden. Als tekstschrijver wisselen Peter Svensson, Magnus Svenningsson en Nina Persson elkaar af, maar het is de kwaliteit van de zangeres die de nummers op een eigen persoonlijke manier presenteert. De basis ligt wel heel erg in het verlengde van lift muziek, maar met een plaat als First Band On The Moon is het geen straf om met een storing een uurtje met Nina Persson op de achtergrond opgesloten te zitten. The Cardigans weten aan loungepop een nieuwe ruimdenkende dimensie toe te voegen.
The Cardigans - First Band On The Moon | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Cardigans - Gran Turismo (1998) 4,5
30 juli 2020, 20:52 uur
Nog veel meer dan op The First Band On The Moon wil de Zweedse band het onschuldige imago van zich afschudden. Het effect van de filmbeelden bij Lovefool maakt vanuit MTV veel indruk. Deze media wordt doelbewust ingeschakeld om Gran Turismo te promoten. De gewelddadige roadmovie clip van My Favorite Game laat een totaal andere Nina Persson zien. Gehavend met arm in verband staat ze symbool voor een meer stoerdere aanpak van The Cardigans. Gehuld in leer en met een vette tatoeage op haar arm heeft ze de heuse uitstraling van een rockchick. Haar rol als boegbeeld bereikt hiermee een definitieve status. Met het stukken zwaardere geluid trekken gitarist Peter Svensson en bassist Magnus Sveningsson een dikke lijn door vanuit hun heavy metal verleden naar deze bijzonder aangename vierde plaat van The Cardigans.
De sound op Gran Turismo is erg sterk door de elektronica beïnvloed. Al direct bij Paralyzed zijn het de industriële breakbeats die de dromerige trance stem van Nina Persson wat meer karakter geven. Erase/Rewind wil nog aardig aansluiten bij de vorige plaat, maar het mooie samenspel tussen drum en bas geeft het een lekkere dansbare sound. De lome verslavende zang van Persson leent zich hier prima voor net als de tegen het unplugged gebaseerde gitaarwerk van Peter Svensson. De sobere clip staat met het donkere decor centraal voor het meer strakke stijlvolle geluid waarmee The Cardigans zich presenteren. Die ingetogenheid is zeker terug te vinden op het door zuigende kerkorgel gevormde Explode, waar de titel wordt uitgebeeld in kleine lieve muziekdruppeltjes.
De inleidende drums van Starter geven Nina Persson de mogelijkheid om de song te introduceren. Steeds meer is zij de katalysator van de liedjes, en huppelt ze niet voornamelijk vrolijk mee op de door haar collega’s gelegde basis. De jaren zestig soft pop maakt steeds meer plaats voor broeierige triphop. Dat ook Peter Svensson hier volledig in zijn element zit, bewijst hij met zijn smerige gitaarakkoorden. Daarmee is hij ook van dienst in het tegen de Amerikaanse gitaarrock aan liggende Hanging Around. Deze derde single deed het alleen in de Britse hitlijsten redelijk goed. Dat ze hier wel heel erg de vloer leeg vegen voor het op hetzelfde moment populaire Garbage zou juridisch de nodige problemen kunnen opleveren. Maar die laten simpelweg niks van zich horen, al wetende dat ze zelf ook niet geheel origineel te noemen zijn.
Higher mag de B-kant openen. De zoete dreampop laat alle ruimte vrij voor de sensuele Nina Persson, die zelfverzekerd aardig de hoogte in gaat voor dit prachtige rustmomentje. De doem tonen van Marvel Hill geven het een mooi zwart randje waar de zangeres zich als een onbetrouwbare feeks bijna sprookjesachtig op lompe Dr. Martens door heen wandelt. Het hoogtepunt is toch absoluut het belachelijke goede My Favourite Game. Na het rustige intro gaat het volledig los. Op de achtergrond hoor je vreemde demonische geluidjes die het net wat extra geheimzinnigheid mee geven. De afwisseling van stevig rockwerk met trage passages werkt voortreffelijk. Met terug werkende kracht staat dit keerpunt centraal in de ontwikkeling van de band. Het smoezelige imago zal niet meer terug komen. Vanaf nu zal Nina Persson als een echte vamp betiteld worden; passende tussen de sterke frontvrouwen van de jaren negentig.
Do You Believe mixt retro disco stampende beats met uit 1998 komende provocerende dance. De kerkorgel van Explode wordt weer tevoorschijn getoverd. De pijpen zwellen aan om onder begeleiding van de vocalen van Nina Persson tot een muzikaal orgasme te komen. Het nadruppelen van de gitaar en bas verzorgt een passend eindspel. Er wordt vervolgens een prettige droomwereld gecreëerd in het zalvende Junk of the Hearts, al komt ook hierbij de explosiviteit heerlijk vrij in het rauwe gitaarspel. Mooi hoe het op een slide manier weet voort te zetten. De spookpiano van Nil lijkt ontsnapt te zijn uit de balzaal van het hotel, dat centraal staat in het toneel van The Shining, waar de alcoholistische Jack Nicholson bezoek krijgt van zijn innerlijke kwelgeesten. The Cardigans zullen vervolgens een langere rustperiode inlassen, waar ze voornamelijk samen met Tom Jones van zich laten horen in de geslaagde Talking Heads cover van Burning Down The House.
The Cardigans - Gran Turismo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kishi Bashi - Omoiyari (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:51 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Rome - Le Ceneri di Heliodoro (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:51 uur
Rome is een bijzonder muzikaal project dat zich eigenlijk nergens onder laat plaatsen. En dat benadrukt Jérôme Reuter nogmaals op het schitterende nieuwe vaandel dragende hoofdstuk Le Ceneri di Heliodoro, als een epos over alle vormen van heldhaftigheid, gezien vanuit het communisme, fascisme, maar ook de hedendaagse rechtse westerse maatschappij. Met een overschot aan middeleeuwse neofolk geluiden, stoere Viking rock, en verhalende minstreel zang, weet Rome weer adembenemend te overtuigen. Of je nu een liefhebber bent van het theatrale van Ghost, het confronterende van Type O Negative, meer houdt van het volkse New Model Army of verlangt naar de romantiek van The Mission, dan ligt dit in alle gevallen in je straatje. Met duidelijke linken naar het heden en verleden zet Rome een statisch monument neer. Alsof Nostradamus vanuit de middeleeuwen zijn voorspellende alles vernietigende kijk op de wereld los laat, gedomineerd door onheil en tragiek. De verhalen vertellende bard wordt muzikaal bij gestaan door Tom Gatti. Samen zijn ze verantwoordelijk voor het breed gearrangeerde speelveld.
Het is bijna beangstigend hoe Sacra Entrata wordt aangekondigd. Na de trieste kerkklokken echoot er een harde stem door de luidsprekers. Het doet bijna fascistisch aan, en je moet hierbij onbewust terug denken aan de wereldleiders ten tijden van De Tweede Wereldoorlog. Die indruk wekt ook de adelaar op de albumhoes, deze staat symbool voor een keizerrijk. Niet alleen het Romeinse Rijk, maar dus ook later bij het Duitse Rijk komt deze frontaal terug. Met de slang als tegenpool, die meer als aardse tegenstander het gevecht aangaat, kan het ook beoordeeld worden als het volk wat zich verzet tegen een maatschappij geheerst door dictators. Het provocerende karakter treft je wel direct vol in je gezicht. Over het hele concept is nagedacht. Er wordt gestoeid met Franse, Duitse, Italiaanse passages tussen het verder Engelstalige geheel. Vergeet hierbij niet dat in Luxemburg verschillende talen gesproken worden, dus erg vreemd is dit niet.
Wat overeind blijft staan is de muzikale veelzijdigheid. Het harde begin krijgt navolging van het meer sterfelijke A New Unfolding en Who Only Europe Know, de neo folk is terug te brengen tot het gewone arbeidersvolk, welke zich verzet tegen de dominante leiders. Het koor roept iets strijdbaars op. Tevens is het een aanklacht gericht op het monddood maken van het onderschikte gewone volk. Voorheen werd de propaganda verspreid via pamfletten, tegenwoordig speelt Social Media die rol. Nog meer is men hiervoor gevoelig, ook vanwege het misbruik door nepnieuws te verspreiden, waardoor er steeds meer twijfel ontstaat over wat de waarheid is. Min of meer letterlijk bezongen in het refrein van Feindberührung. Zo sterk weerklinkt I Don’t Believe A Word You Say – Alles Luege. Hierdoor zal de betrouwbaarheid in een eerlijke toekomst alleen maar afnemen, wat waarschijnlijk de uiteindelijke opzet is.
Het euforische gevoel overheerst in het positieve Fliegen Wie Vögel is met gemak te vertalen tot Free Like A Bird, vrijheid van meningsuiting in woord en daad. Het keerpunt op deze indrukwekkende plaat. One Lion’s Roar is een toegankelijk poëtisch popliedje, gevolgd door het krachtig akoestisch gespeelde Black Crane. Dan verwacht je niet dat door harde donderslagen het einde der tijden wordt aangekondigd in het La Fin d’Un Monde. Hierop volgend hoor je de verbitterende vocalen van Jérôme Reuter die zijn volgelingen te woord staat in het door tranen geraakte The Legion of Rome, waar de fado klaagzang zich er doorheen worstelt. Desinvolture rekent af als een nieuw universeel Europees volkslied, inclusief operastem. Le Ceneri di Heliodoro is vrij te vertalen naar de asresten van het geschenk van de zon; wat verder te herleiden is tot de afbreuk van een gouden periode. het einde van het kapitalistische Europa. Wantrouwen in elkaar, Brexit en de instortende economie. Reuter schetst geen rooskleurig realistisch beeld, maar weet wel te beroeren en ontroeren.
Rome - Le Ceneri di Heliodoro | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
CNJR - WSTLND (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:51 uur
CNJR staat voor conjure wat min of meer betoveren betekent. Achter dit project gaat de naam van Chris Richards schuil. Als platenbaas van het onafhankelijke label Future Archive Recordings geeft hij jonge kunstenaars de kans om zichzelf door te ontwikkelen. Met de nodige tijd en opname apparatuur tot beschikking is het maar een kleine stap om je hobby tot uiting te brengen; muziek maken. Uiteraard is het geweldig om voor anderen achter de knoppen te zitten, maar de beste inspiratie wordt gevormd in een muzikaal brein, met de mogelijkheid om zelf de buitenstaanders te verrassen met een eigen creatie. En die ziet het daglicht als het retro synthesizer album WSTLND verschijnt. Eigenlijk is het meer een plaat voor laat op de avond. Te duister en niet bestendigd tegen felle zonnestralen. WSTLND laat zich gemakkelijk lezen als Westland, een futuristische wereld gedomineerd door de zinspelen van programmeur en uitvoerende Chris Richards.
Gedeprimeerd geraakt door het kille leven om zich heen, besluit hij om zijn teleurstellingen een plek te geven. Dat WSTLND een bijna therapeutische werking heeft hoor je in het donkere eindresultaat zeker terug. Een muzikant die worstelt met zijn seksuele geaardheid, en zelf blijkbaar nog niet in de acceptatie fase beland is. Om jezelf ervoor te behoeden dat het geen ongrijpbare traumatische trip wordt, belicht hij de dagelijkse frustraties die moeten leiden tot erkenning van zijn homoseksualiteit. Jammer dat dit nog steeds zo zwaar weegt. Persoonlijk vind ik het ook wel een zwakte om het zo sterk te benadrukken. Een artiest die een heteroseksuele relatie heeft, zal dit ook niet de hele tijd als argument gebruiken. Uiteindelijk draait het allemaal om de muziek, en die is absoluut de moeite waard.
De liefde voor oude science fiction soundtracks komt thematisch sterk tot uiting in de tot drie letters terug gebrachte songs. De tracks komen het beste tot zijn recht door het gewoon te ervaren. Geen afleiding door teksten die je onbewust een bepaalde richting op duwen. Ook het ontbreken van duidelijke titels weerhoud je ervan om daardoor een mening te vormen. Hoe puur kun je het houden. Het dreigende intro wordt omgeven door verdrinkende soundscapes, een draaikolk van ingehouden gevoelens. Brommend diepe ruis krijgt ondersteuning door een futuristische robotstem gevormd door een vocoder. Bewust zo vlak en emotieloos mogelijk gehouden. De trance begeleiding zit fragmentarisch dicht tegen de darkwave en dreamhouse aan. Met synthesizers die proberen om pianoklanken te vormen, maar door de gevoelloosheid van het levenloze instrument juist afstandig en doods klinken. De zwaardere bastonen pompen er nog enigszins warmte in. Maar vervolgens stompt de drumcomputer het weer af.
De basis ligt overduidelijk in de jaren tachtig. Het beeld wat men toen van de toekomst schetst wordt gezien als startpunt. Doordat de ontwikkelde techniek hier als een bulldozer overheen walst ontstaat er een achterhaalde sound. Het blikkerige roept herinneringen op aan hoe de eerste robots zich onderontwikkeld voort bewegen. Juist dat grootse, ongecontroleerde komt nu meer als een dreiging over. Het zielloze tijdperk staat als basis voor de gevoelens van Chris Richard. Hoe beter kun je leegte verwoorden door juist de vocabulaire kennis te vermijden. WSTLND is een dagboek gevuld met lege pagina’s, afgesloten voor de buitenwereld, maar omgeven door indringende gedachtes.
CNJR - WSTLND | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Voka Gentle - Start Clanging Cymbals (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:50 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Com Truise - Persuasion System (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:50 uur
Com Truise is een fictief figuur. Een tijdsreiziger die zich ergens in het heelal bevind. Natuurlijk heeft hij die ontleent aan steracteur Tom Cruise. Alleen al zijn eigen naam Seth Haley is mooi genoeg om als hoofdpersoon in dit verhaal te dienen. De uit New York afkomstige diskjockey heeft vanuit de drum & bass de nodige ervaring in clubs opgebouwd, maar is de laatste periode meer actief in de futuristische dromerige synthesizer landschappen. De oorsprong hiervoor haalt hij uit zijn jeugdherinneringen, gevormd in de New Wave van de jaren tachtig. Het sluit allemaal goed aan bij zijn vorige werk. Net als op zijn debuut acht jaar geleden met Galactic Melt ziet het er naar uit dat hij nog steeds onderweg is naar verre sterrenstelsels. Tijdsbepaling is niet van belang. Blijkbaar is die jaren geleden stil blijven staan.
Persuasion System is een ruimtereis die begint in de jaren tachtig. Met kosmische klanken wil hij ons meenemen in de trip genaamd Worldline. Het roept herinneringen op aan de Japanse science fiction cartoon series zoals Captain Future en Strijd Der Planeten. Gelijk al haalt de componist knap dit stukje nostalgie uit het onbewuste omhoog. Met een doordringende bas in titelstuk Persuasion System zoekt hij aansluiting bij de exotische souldisco. Treffend weet hij uit de keyboard pianoklanken te produceren, die het gepast afsluiten. Meer dreigend en een stuk bombastischer is het kamer vullende synthpop geluid van Gaussian. Met Ultrafiche of You koppelt Haley zware drums aan Oosterse misvormde klanken.
Om te voorkomen dat je door de eentonigheid niet zelf wegzweeft in het grote zwarte gat wordt er met Kontex meer diepgang opgezocht. Klassiek toetsenwerk wordt aangenaam afgewisseld met vette doordrammende beats en freakende bliepjes. Existence Schematic zit met zijn door Prince beïnvloede drums ook overduidelijk in de jaren tachtig. Voorzichtig wordt er een eigen sausje over heen gegoten, waar hij wel wat meer mee uit had mogen schieten. Na de donkere inleiding van Laconism hoor je overduidelijk het drum & bass verleden terug. Dit soort spanning zit er net te weinig in de uitzichtloze tracks. Dat Haley zijn kwaliteiten wel degelijk bezit laat hij hier sporadisch aan de luisteraar horen.
Het eerste gedeelte van Privilege Escalation gehoord tot het betere werk. De combinatie tussen drumcomputer en synths roept de meer duistere kant op. Met dit als uitgangspunt zou het allemaal een stuk avontuurlijker en spannender hebben geklonken. Toch is het een kunst om het geheel in iets meer dan vijf minuten helemaal dood te laten bloeden. Dat hierin geslaagd wordt is niet te bevatten. Met het vervreemdende Departure, waar wel dromerige postpunk zit verweven is de reis alweer afgelopen. Je komt tot de ontdekking dat je de hele tijd in een afgekeurde ruimtesimulator hebt gezeten. Met een afgespeelde film en geschud van medewerkers aan de buitenkant van het kunstmatige vaartuig probeert men het effect van een ruimtetocht op te roepen. Er lijkt weinig progressie in de muzikale ontwikkeling te zitten. Het zit aan de veilige kant omringt door airbags die elke afwijkende beweging proberen op te vangen.
Com Truise - Persuasion System | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
SOAK - Grim Town (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:50 uur
De Noord-Ierse uit Derry afkomstige singer-songwriter Bridie Monds-Watson maakt onder haar alter ego SOAK een mooie tweede plaat, nadat Before We Forgot How to Dream vier jaar geleden het levenslicht zag. Grim Town belichaamt het hedendaagse maatschappelijke bestaan. Romantiek wordt naast het vreemdgaan op de weegschaal gelegd. Geluk en verdriet zijn kernbegrippen die evenwijdig aan elkaar terug komen. Het uitzichtloze leven van arme uitkeringsgerechtigden en gepensioneerden ouderen wordt een plek gegeven in de fictieve kleurloze stad Grim Town. In All Abourd verwelkomt een verhalende reisleider Fabien Monds, uitgevoerd door de grootvader van de zangeres, de kansloze toekomstzoekenden in een treinrit naar het uiteindelijke eindstation. Sfeervolle begeleidende orgelklanken moeten het monotone praatje bewust meer swing geven. Het roept herinneringen op aan arbeiders en gezinnen die in oorlogstijd verbannen worden naar werkkampen, maar ook aan originele bewoners die weg gestopt worden in reservaten. Ondanks de prachtige muzikale invulling is het toch een sobere plaat geworden, waarbij de storytelling van Bridie Monds-Watson nog meer diepgang krijgt.
Met Get Set Go Kid gaat de plaat daadwerkelijk van start. De hoge kinderlijke heliumstem van Bridie weet de songs prachtig te dragen. Deze dromerige invalshoek geeft het iets onschuldigs jeugdigs. De ingehuurde sessiedrummer Liam Hutton weet er een mooie opzwepende indie begeleiding aan toe te voegen. Door gebruik te maken van geschoolde muzikanten krijgen de songs door cello, viool en trompet een klassieke filmische aanpak, waarbij violiste Kirsty Mangan een prominente rol krijgt om het totaalstuk te orkestreren. Met het erg aan The Cure herinnerende new wave vrolijkheid van Knock Me Off My Feet kan ze zich distantiëren van de eentonigheid, en gaat ze de zwaarmoedigheid uit de weg. Het sferische Maybe weet hier moeiteloos op in te haken. De stevige gitaren bij I Was Blue, Technicolour Too weten SOAK uit de ingedutte huismusmodus te rukken, en genoeg karakter aan de song te geven.
Ondanks haar jonge leeftijd vermijd ze geen onderwerpen die in haar bestaan nog geen recht horen te hebben. De ontevredenheid en de lusteloosheid van een vrouw die al een langere relatie achter de rug heeft, wordt passend door haar verwoord. Uiteindelijk zal de hoofdpersoon gedesillusioneerd het plaatsje weer met de trein verlaten. Grim Town is een melodieus goed uitgevoerd scrapbook geworden, gevuld met te verwerken teleurstellingen en persoonlijke winstmomenten. De volwassenheid in de songs geeft Bridie Monds-Watson de mogelijkheid om aan te sluiten bij het sterke door vrouwelijke singer-songwriters gedomineerde jaar 2019. Knap om je zo als begin twintigjarige op de kaart te zetten.
SOAK - Grim Town | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Luis Francesco Arena - High Five (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:49 uur
De prachtige Italiaans klinkende naam Luis Francesco Arena is niet degene die zijn ouders aan Pierre-Louis François hebben meegegeven. Al maakt deze Fransman wel verschillende platen onder dit natuurlijk klinkend alter ego. Voor zijn vijfde plaat High Five heeft hij de hulp ingeroepen van Nicolas Cueille. Je kan daardoor niet meer spreken van een solo project, maar wel degelijk van een groepsverband. Het kenmerkende geniale gitaarspel van Cueille maakt hier plaats voor zijn plek achter het drumstel en synthesizer. Zijn wonderbaarlijke muzikale kwaliteiten komen daar ook goed tot zijn recht. Pierre-Louis François presenteert met trots zijn nieuwe speeltje, de Fender Bass VI. Dit klassieke rockinstrument komt stijlvol in alle songs in een prominente rol naar voren. De warmte in de nummers wordt voornamelijk gecreëerd door de donkere dragende sound die subtiel vanuit de dikkere snaren weet te ontsnappen.
High Five laat zich lezen als een muzikaal geboortekaartje, met op de achterkant in kleine letters de gebruiksaanwijzingen voor het ouderschap. De impact van het vernieuwde gezinsleven wordt in al zijn facetten toegelicht en zelfs verklaard. De pauze van zes jaar heeft de singer-songwriter nodig gehad om zich voor te bereiden en uitvoeren van een nieuwe fase in zijn leven, namelijk die van ouder. Uit eigen ervaring kan ik gerust zeggen dat er een leven voor het vaderschap is, en een totaal andere invulling als die kleine eenmaal geboren is. Alles waar je jezelf voorheen druk over maakte vervaagd. Daarvoor in de plaats komt een wereld van andere zorgen, problematiek en angsten. Het kind blijft over het algemeen altijd centraal staan.
De meerwaarde van vinyl is dat er daardoor sprake is van een a en b kant. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om aan beide zijdes een andere sfeer te creëren. Willen de eerste vrolijke songs nog vol staan met vreugdevol enthousiasme wat de gezinsuitbreiding van de frontman met zich mee brengt. In al zijn gelukzaligheid neemt hij de luisteraar mee in zijn bestaan. Een wervelwind aan weidse instrumentatie volgt elkaar in groot tempo op. Gedurende de plaat komen de slapeloze nachten vol vermoeidheid en onzekerheden ook aan bod. De drang om een nazaat in alle veiligheid op te laten groeien, en te behoeden voor het gevaar wat de grote wereld voort brengt.
High Five is een klein gehouden luisterplaat geworden. Na de zielsblije start lijkt het net alsof er in alle stilte in de avonduren aan de plaat is gewerkt, zich bewust wordend dat de jongeling rust nodig heeft, en niet hoort te ontwaken. Na tederheid en onschuld vervolgt breekbaarheid en kwetsbaarheid. De impact van de verandering verwoord in tekst en muziek. De duidelijk voelbare intieme kenteling maakt van High Five een bovengemiddelde droomplaat, en moet Luis Francesco Arena zich tevreden stellen met deze positie in de subtop.
Luis Francesco Arena - High Five | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hot Chip - A Bath Full of Ecstasy (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:49 uur
De elektronisch gerichte Londenaren zijn helemaal klaar om de discovloer te heroveren. Met hun zevende album A Bath Full of Ecstasy lijkt de doelstelling simpel en eenvoudig. Dansen totdat je er bij neervalt. Feit is dat de band meer tijd neemt voor het opnameproces en de uitwerking hiervan, tussen Why Make Sense? en de nieuweling zit vier jaar. Voorheen hadden ze aan twee jaar genoeg om hun muzikale ideeën vorm te geven. Zeker geen haastklus dus. Verwacht geen ander geluid, maar een aangename aanvulling op hun catalogus. Zou het een voorbede zijn voor een nieuwe Summer Of Love? Als het aan de gabbers van Hot Chip ligt zijn we daar wel weer eens aan toe.
Zoals te verwachten hoor je direct al de zomerse houseklanken terug in het kenmerkende Melody of Love. Dat er tevens de nodige energie is gestoken in de aangename zang blijft een mooi gegeven. De hoop op het voorrecht om weer getrakteerd te worden met drie kwartier aan heerlijke bliepjes en beats, die het in de clubs net zo goed gaan doen als in de oververhitte festivaltenten. Dat hier al gelijk een opzwepende ceremoniemeester in verwerkt wordt, benadrukt direct al het effect wat ze willen oproepen. Zweten, en in beweging blijven tot de benen het begeven. Het robotachtige Spell is meer statisch qua opbouw, en roept met het lagere tempo herinneringen op die aansluiten bij de herbeleving van de synthesizer hits uit de kleurrijke jaren tachtig. Gaaf hoe ze halverwege er meer dance invloeden van een decennia later doorheen weten te mixen.
De autotune van Bath Full of Ecstasy is even flink schrikken. Ik had gehoopt dat deze hedendaagse invloed mij bespaard zou blijven. Laat de eigenheid domineren, en je niet mee sleuren door een hype waar we op dit moment mee dood gegooid worden. Hot Chip is geen R&B act die dit nodig heeft. Inhoudelijk is het direct een flinke stap terug. Veel wordt er vervolgens wel goed gemaakt met Echo, maar het geeft nog niet de aansluiting bij de betere openingstracks. Dat ze het wel waar kunnen maken bewijzen ze vervolgens met de eerste single Hungry Child. Mooi sfeervolle opbouw met retro Madchester funky beats. En dan los gaan met het aanstekelijke ritme. Toch lijken ze steeds meer een knieval gemaakt te hebben voor de commercie, het is net te braafjes allemaal. Ze pakken sterk door met het intro van Positive. Vervolgens nog steeds geen vuurwerk, maar haperende rotjes die in de rebound geen vlam willen pakken. Is het rustmomentje tegen het einde dan toch een goed teken?
Met Why Does My Mind laten ze horen dat ze in staat zijn om mooie gevoelige popsongs te schrijven, waarbij de dansbaarheid in het belang van de track weg gecijferd wordt. De emotionele kant eist echter veel van de zang op, die daar net niet helemaal bij aan weet te sluiten. Dat randgevalletje onzuiverheid is ze vergeven. Sfeervolle ambient laten Clear Blue Skies toepasselijk openen, om baan te maken voor de wat zeurderige vocalen. Wil dat nou net het grootste minpunt zijn, al komt de uitgerektheid ook aardig in de buurt. Het groeiproces zit hem dan toch in het afleveren van compacte nummers. Iets waar ze zich bij No God ook aan wagen. Terug van weg geweest is het muzikale evenbeeld van de mellow ravende benadering waarmee ze treffend bij A Bath of Ecstasy van start gingen. Concluderend blijken ze vooral in conflict te zijn met de uitvoerende richting die ze op de plaat presenteren. Een te hoog safety first gehalte met weinig echte uitblinkers.
Hot Chip - A Bath Full of Ecstasy | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Into Orbit - Kinesis (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:49 uur
Nieuw Zeeland maakte bij ons koningspaar veel indruk door de boos uitziende culturele welkomstceremonie van de Maori. Flink geschrokken vervolgden ze hun bezoek. Deze energie en woestenij hoor je ook terug in Into Orbit. Hoe krijgen ze het voor elkaar om met twee man sterk zo’n geweldig geluid neer te zetten. Het uit hoofdstad Wellington afkomstige duo bestaat uit gitarist Paul Stewart die als een jonge tovenaarszoon van Gandalf de meest waanzinnige akkoorden tevoorschijn laat komen, en drummer Ian Moir met zijn bezetene slagvaardig vakmanschap. Het ontbreken van zang is geen gemis, en valt dan niet eens direct op. Kinesis is ondertussen hun derde instrumentale trashende postrock plaat. Ouderwetse melodieuze headbanger muziek voor gevaarlijk uitziend langharig tuig. Al weten ze zich duidelijk te onderscheiden door doordachte geschoolde onverwachte wendingen, welke de geniale unieke sound nogmaals benadrukken.
Het epische Shifter gaat gelijk voluit als een veldslag sage van start, al is er halverwege ruimte voor aangename melodieuze Metallica achtige riffs en soleerwerk die zich prima kunnen meten met Ride the Lightning. Plaats jezelf 35 jaar terug in de tijd, bedenk er wat krachtpatserig drumwerk bij, en je komt een heel eind bij Kinesis uit. Dat het vervolg nog een stuk steviger is blijft mij verbazen. Niet dat ik dit niet gewend ben, maar puur vanwege het onbegrip van hoe twee muzikanten in staat zijn om zoiets grootst neer te zetten. Steeds maar krijg je de indruk dat hier minstens een vierkoppige muzikale vuurspugende draak aan het werk is. Zo strak zijn ze op elkander ingespeeld. Met aangenaam inheems geroffel vestigen ze de aandacht op het door meerdere gitaren overgedubde Between Stars. Zo bijzonder dat ze door de hardere drone achtige passages steeds aan de rockzijde verblijven, en niet de industriële kant op gaan. Natuurlijk laat Paul Steward de effectenpedalen het nodige werk verrichten, maar de katalysator is wel zijn vingervlugge gitaarspel.
Toch is er meer dan genoeg ruimte voor afwisseling. Met het funkende Crystallise wordt er gekozen voor een fraai rustige uitbouwende geheel, halverwege kunnen ze het toch niet laten om volledig los te gaan. Die variatie is ook terug te horen in het zwaardere brokstuk Summoning, wat ergens in de krochten van de aarde lijkt open te scheuren. Het verlichtende soleerwerk zorgt voor de nodige tegengas. Het korte Nil ademt de opnamestudio uit, nog behoorlijk clean zonder veel toevoegingen heeft het de basis van een ongepolijste demoversie. Emergence wil zich traag opdringen tot een dynamische kernexplosie. Hoe gedurfd is het dan om met Burial Mask de postpunk kant op te gaan. Met typerend hoge gitaarsluiers en doffe slagen wanen we ons weer eventjes in de jaren tachtig. Dit alles onder toeziend oog van de metal goden. Het compactere symfonische Pale Sky heeft zelfs nog meer hit potentie. Ergens wordt er een aangename basliin tevoorschijn getoverd, die er nog meer swing aan geeft. Het theatrale gotische van Horus is een machtige eindstuk met hoofdzakelijk doommetal invloeden. Zwaar drukkend sluit Into Orbit hiermee hun voortreffelijke derde langspeelplaat af.
Into Orbit - Kinesis | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
VR Sex - Human Traffic Jam (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:48 uur
Het uit Los Angeles afkomstige Vr Sex is een donkere gevalletje vleermuizen gothic, tegen het ziekelijke hondsdolheidsvariant aan. Er wordt de luisteraar een negatief zelfbeeld aangepraat, waarbij de illustratieve doom het nog lekker zwart inkleurt. Het brein achter deze band is de duizendpoot Noel Skum, een pseudoniem voor Andrew Clinco, die buiten de zang ook voornamelijk zelf de overige muzikale bagage inbrengt. Volgende maand zal hij onder weer een ander alter ego, namelijk dat van Deb Demure actief zijn. Dan verschijnt Modern Mirror, de nieuwe plaat van moederschip Drab Majesty. Als een parasiet verplaatst hij zich van het ene project naar een ander. Op Human Traffic Jam krijgt hij hulp van Z. Oro op drums en Mico Frost die verantwoordelijk is voor de bas en keyboardpartijen. Namen die zo zouden passen bij duistere actiefiguren die van onder de toonbank aan de volwassen bezoeker van een gespecialiseerde speelgoedzaak worden verkocht. Human Traffic Jam is de eerste bloederige nageboorte.
Na de overwaaiende echo soundscapes van Surrender waan je jezelf al na een halve minuut in de kelders van een alternatieve club. Vergezeld door identiek donker geklede menselijke bloedzuigers wordt er stereotiep gedrag vertoont op de kapotte neon dansvloer. Met monotone bewegingen wordt je bedwelmd door de naargeestige postpunk. Vr Sex laat een hardere dromerige sound horen, met daarin ruimte voor ontregeld gitaarwerk en statische drums. Als een ontwaakte zoon van Dracula voegt Noel Skum daar de nodige diepe vocalen aan toe. Welkom in zijn persoonlijke nachtmerrie. De meer tot noise vermurwde industriële klanken en drumcomputer gevormde Downgrade haakt hier als bindend prikkeldraad prettig op in. Een pijnlijke geluidsexplosie vervolgt in het instrumentale vernietigende Epiphany in Gridlock, wat muteert in het dansbare door de bas gedragen Sacred Limousine. De cybertrash van het punkie Maiden China wil met de rockende begeleiding enige variatie toevoegen. Hier komt de boodschap van het beoogde concept nog het beste naar voren. De machine die het denkvermogen van de mens bepaald en beïnvloed.
De voice over in Psycho Cybernetiks is van de revolutionaire vooruitstrevende mindfulness aanhanger Maxwell Maltz. Deze naar hem genoemde therapeutische aanpak om met een positief zelfbeeld aan de slag te gaan, dateert al uit 1960, maar is pas de laatste tien jaar groter opgepakt. Blijkbaar komt Noel Skum tot de ontdekking dat hij de toehoorder moet behoeden voor een opkomende depressie. Hiermee benadrukt hij dat er altijd een uitweg te vinden is in een vastgelopen bestaan. Met een New Age getinte zwaar aangezette omlijsting wordt dit nogmaals benadrukt. Met gemak wordt hier de nodige dreiging aan toegevoegd, waardoor alle goede voornemens al snel zijn plat gewalst in het cyberpunk werkstuk Cheek Detritus. De kille synths van Facts Without Faces worden door de blikken percussie een stuk luchtiger opgeklopt tot een toegankelijke song. Al blijft de regenboog verscholen achter grijze donderwolken. Die breken langzaam doormidden om plaats te maken voor het hemelse lang uitgewerkte instrumentale Corridor (Epilogue). Al badend in het zweet ontwaak je, niet wetend of je deze trip daadwerkelijk hebt mee gemaakt of dat het een vervelende ervaring van gezichtsbedrog is geweest.
Human Traffic Jam belichaamt het vervreemdende nachtleven van praktijken die het daglicht niet kunnen verdragen. De keerzijde van de overdag zo bruisende metropool. Sinds actrice Peg Entwistle in 1932 zelfmoord pleegde door van de H van Hollywood Sign te springen, blijkt dat deze plaats ook een andere duistere kant heeft. Noel Scum vertaalt de achterkamer seks uit de jaren tachtig naar het dagelijkse eenzame internet gebeuren. Ondanks dat iedereen steeds individueler leeft, heeft men via de digitale netwerken juist steeds meer contact met de anonieme buitenwereld. De leefbaarheid van de scene, getuige de vele darkwave festivals, wil ook de bij Vr Sex aanwezige overheersende galmende brei niet in het voordeel werken. Gelukkig stoppen ze er halverwege genoeg variatie in, wat in het voordeel uitvalt. Een goede hedendaagse visie op het treurloze bestaan, maar dan wel gezien door het achterhaalde retro Big Brother Is Watching You van George Orwells 1984.
Vr Sex - Human Traffic Jam | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lungbutter - Honey (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:48 uur
Voor de liefhebbers van compromisloze manische gekte is het chaotische Lungbutter een verademing. Alsof Kim Gordon zichzelf na het opdoeken van Sonic Youth gekloond heeft en haar drie nazaten nu genoeg gerijpt vind om ze kennis te laten maken met The World Of Noise. De verhalende performance van punk poëet Ky Brooks wordt bijna gewelddadig begeleid door haar twee partners in crime. Kaity Zozula, die de gitaar in bedwang probeert te houden en haar berijd als een ontembare galopperende hengst. Drummer Joni Sadler, die met vakkenvullende precisie de ene na de andere stevige slagen op elkaar stapelt of het blikken voedingsmiddelen zijn. Met Honey lukt het om dit stoere rockchick trio afkomstig uit het Canadese Montréal hun hedendaagse kijk op de punkbeweging te etaleren. Het is absoluut geen vlekkeloze plaat geworden, maar wel eentje die een groot charme offensief weet op te roepen door de aantrekkingskracht van deze jeugdige onverschilligheid.
Titelstuk Honey trotseert zichzelf door de geluidsbarrières heen als een hoestende Vespa scooter waarbij het kickstartpedaal weigert. Na ruim een minuut ontstaat er pas voor Ky Brooks de mogelijkheid om haar teksten tot de luisteraar te richten. Gedurende het af te leggen slachtveld wordt het haar lastig gemaakt door de noise om zich verstaanbaar te maken. De bijna schizofrene emoties staan centraal op deze gedurfde plaat, waar woorden al schreeuwend en gevangen in druggy mistwolken zich openbaren. Sporadisch horen we een echt liedje terug, zoals in het lekker groovende Flat White. Het tegen de hysterie grenzende voordracht geeft je een kijk in het complexe gedachtekronkels van de niet altijd even zuivere vocalist. Is haar verhaal te volgen? Nee, dat belang mag achterwege gelaten worden. Daar ligt ook niet de kracht van Lungbutter. Voor een hedendaagse hipster zal het allemaal vernieuwend en artistiek verantwoord klinken.
Deze band gaat verder terug in de tijd, en zit meer in het verlengde van de opkomende No Wave artpunk die rond 1980 zich vanuit New York als tegenreactie van de New Wave zichzelf op de kaart zette. Minder origineel en provocerend als wat de eerste indruk oproept, wel een waardige ode aan deze vergeten shockerende subcultuur. Met iets meer dan een half uur weet Lungbutter na vijf jaar ploeteren een geslaagd energiek eindresultaat af te leveren. Zonder de experimenteerdrift van hun voorouders zou het muzikale klimaat er tegenwoordig totaal anders uitgezien hebben. De opkomst van eigenzinnige gitaarbands die vanaf de jaren negentig als een plaag zich verspreiden, toonden vrijwel allemaal hun respect voor deze explosieve stroming. Honey weet het weer allemaal terug te herleiden tot de kern, en deze zoetstof als rauw onverteerde bedrieglijke voedselbron op ons bordje te presenteren. Geen ruwe diamant, maar een brok graniet.
Lungbutter - Honey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ela Orleans - Movies for Ears (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:48 uur
Als artistiek kunstenaar wacht je op de mogelijkheid om je beste werk te exposeren in een galerie. Flink sorteren en vervolgens concluderen dat niet alles thematisch geschikt is. Wat doe je dan, kies je voor de indrukwekkendste werken, of voor een aantal sterk bij elkaar passende producties. Dat laatste heeft Ela Orleans willen bereiken met haar album die de prachtige titel Movies For Ears draagt. Al kiest een schilder er niet voor om zijn doeken voor de tentoonstelling over te verven, Ela doet dat dus wel. De Poolse in Auschwitz geboren multi instrumentalist is opnieuw aan de slag gegaan met viool, gitaar en piano. Ze voegt nieuwe dieptes toe, meerdere lagen over elkaar, en werkt de oneffenheden weg. Van oorsprong is het geen nieuw werk, maar is het een samenvatting van nummers die ze gedurende de periode van 2001 tot en met 2012 gemaakt heeft. In 2015 was er al sprake dat het project zou verschijnen, maar blijkbaar is de uitvoerende pas nu helemaal tevreden met het eindresultaat. Ze heeft in het verleden vooral credit weten op te bouwen met het muzikaal inkleuren van oude stomme films, door daar een nieuwe belevingsdimensie aan toe te voegen.
Het herfstachtige The Season mag zeer aangenaam het geheel openen. Door de sterke elektronische begeleiding, heerlijke orgelklanken en haar zwaardere zangstem roept het postpunk gevoelens op. Het is te kort door de bocht om haar daar onder te brengen, al weet ze dat sfeertje later nogmaals treffend op te roepen in I Know. Door de vocalen krijgt het vrolijk gestemde Walkingman een naargeestige invulling. Met een dronken weemoedig accent in haar voordracht laat ze horen dat de kwaliteiten niet op dat gebied gezocht moeten worden. Verrassend genoeg gaat ze flink de hoogte in het Franse chanson achtige Light At Dawn, welke zich prima kan nestelen in een Twin Peaks episode. Hierbij verraad ze overduidelijk dat het een collage aan songs betreft, gemaakt in een langere periode. Het hoogtepunt is absoluut het retro sixties gerichte In The Night, waar heerlijke psychedelische hoogstaande gitaarakkoorden er een prettige swing aan weten te geven. Ook het mysterieuze Planet Mars weet met de ondergedoopte zang gevolgd door grimmige ska flows aardig wat indruk te maken. Die invloed komt net een stuk minder tot zijn recht bij het daarop aansluitende Apparatus.
Gedurende het overige aanbod blijft ze met de goed gevonden drumsamplers te weinig overtuigen. Ondanks het vele geknutsel aan de tracks is de afronding met regelmaat slordig en wil het niet veel indruk maken. De werkwijze gericht op een coherent eindresultaat wordt niet behaald. De oorzaak hiervan is voornamelijk terug te herleiden tot het gebrekkige zangtalent wat Ela bezit. Movies For Ears is niet het toegankelijke geheel geworden, waar de artiest op gehoopt had. Te vaak wordt er gebruik gemaakt van bestaande composities, die in gesamplede vorm niet genoeg toevoegen. De kille keyboard klanken verraden haar Oost Europese afkomst, maar daar overheen ligt een afdekkende warme deken die ze gebreid heeft in haar nieuwe regenachtige basis, het Schotse Glasgow. Juist hierdoor krijgen de verstikkende tracks niet de mogelijkheid om te ademen. Je hoort overduidelijk de muzikaliteit terug van Ela Orleans, maar om een breed gerichte popplaat te produceren is ze niet in geslaagd.
Ela Orleans - Movies for Ears | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hand Habits - placeholder (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:47 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Mac DeMarco - Here Comes the Cowboy (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:47 uur
Mac DeMarco is het publieke vermakelijke indie lievelingetje. Met zijn koprollen en onderbroekenlol probeert hij vooral een glimlach op je gezicht te laten verschijnen. Een muzikale nar met een hoog amusementsgehalte. Was de rest van de wereld maar zo mooi en relaxt als hoe Mac DeMarco zichzelf presenteert, wat zou dat een genot zijn. Toch loopt de goedlachse Canadees een grote kans om ten onder te gaan aan zijn gespeelde maniertjes. Live blijft het een feestje, heerlijk in het zonnetje bijkomen met aangenaam vermaak op het podium. Genietend van het ingelaste pauzemoment, om vervolgens gevuld met vocht en voedsel verder te sjokken naar de volgende act. Zit ik te wachten op een hele plaat gevuld met easy listening slowrock? Na het ietwat serieuzere This Old Dog is Here Comes the Cowboy de vijfde plaat waarmee hij vooral op de festivals zieltjes hoopt te winnen.
De clips bij de plaat hebben iets griezeligs. De verlopen dierenmaskers met menselijke trekjes roepen een triest gevoel op. Iets wat totaal niet te plaatsen valt bij zijn uitbundige presentatie tijdens concerten. De track Here Comes the Cowboy is een echte country song waarbij de titel de enige tekst vormt. Een typisch geval van humor die afgekeken lijkt ze zijn van het op dit moment niet actieve Ween. Wat volgt is een mengeling aan stijlen met overheersend de mellow flow. Zonder het visuele spektakel blijft er een after party gevoel over, en dat kan ook lekker zijn. De toon is een stuk somberder, waarmee het een parallel vormt met de levenslustige uitstraling. Het is allemaal veel melancholischer dan wat we van Mac DeMarco gewend zijn. Zou hij dan eindelijk de puberteit ontgroeien, en is het een smeekbede om in de toekomst als een volwassen singer-songwriter behandeld te worden?
De sfeer is adembenemend prachtig weer gegeven. Het heimwee gevoel van Nobody wil zelfs bij iemand die de Engelse taal niet beheerst binnen komen. Een depressieve worsteling van de zanger die met zijn neus keihard op de feiten wordt gedrukt. De clown met de lach en de geschminkte traan. De cowboy staat centraal als de wereldreiziger die elke muzikant is, continu op doorreis, stad na stad. Een eenzaam bestaan in troosteloze hotelkamers. Het optimisme in de songs lijkt voornamelijk bedoeld om zichzelf op te beuren. De hoogtepunten zijn de schaarse momenten dat de instrumenten een belangrijkere rol krijgen toegedeeld zoals dat het geval is met de bluesy gitaarklanken in Preoccupied en de funkende denkbeeldige stoomlocomotief in Choo Choo, waar halverwege een gong het tussenstation vormt.
Here Comes The Cowboy is een heavy plaat geworden, bijna zelfs een conceptalbum waarbij het thema ouder worden een belangrijke rol speelt. Niet meer elke dag feesten, vastigheid zoeken in een relatie en onzekerheden openbaar stellen. Ook zijn vriendschap met de aan drugs bezweken rapper Mac Miller wordt verwerkt in de passende eerbetoon Skyless Moon, en het tevens aan hem opgedragen troostende Heart To Heart. Het zou niet vreemd zijn als die gebeurtenis het breekpunt is geweest, waar vanuit Here Comes The Cowboy uit voort is gekomen. Het incognito zichzelf verstoppen achter maskers in de video’s staat averechts op de eerlijke openheid in de songs. Mooi dat juist een artiest als Mac DeMarco zijn kwetsbaarheid op deze zelf reflecterende wijze deelt. Dan mag je jezelf oprecht een goede artiest noemen. Nu nog passend de grappen en grollen afbouwen, en meegroeien met het ouder wordende publiek.
Mac DeMarco - Here Comes the Cowboy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sadgirl - Water (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:47 uur
Misha Lindes is de zoon van Hal Lindes, een naam die weinigen bekend in de oren zal klinken. Deze gitarist heeft het begin van de grote doorbraak van Dire Straits mogen ervaren. Na een prominente rol vervuld te hebben op Love Over Gold verdwijnt hij vervolgens van het toneel en gaat zich richten op het maken van soundtracks. Inspiratie hiervoor ontstond tijdens de opnames van Local Hero, waar hij Mark Knopfler beroepsmatig mocht ondersteunen. Zijn zoon heeft net als zijn vader als gitarist ook voor het muzikale vak gekozen. Na het publiek voorzichtig kennis te laten maken met aangename singles brengt hij nu als lid van het surftrio Sadgirl uit Los Angeles het eerste volwaardige album Water uit. Sadgirl bestaat verder uit bassist Dakota Peterson en drummer David Ruiz.
Sadgirl opent met het The Honeydrippers achtige The Ocean, een aangename ode aan de surfmuziek uit de periode dat de bikini het badpak verving als blikvanger op de zomerse stranden. Verkoeling zoekende akkoorden voor na een inspannende dag met een hoog rustgevend amusementswaarde. Het tempo blijft vervolgens laag in het door kerkelijke pianoklanken gevormde Chlorine. De soulvolle toevoeging van blazers is een voortreffelijke meerwaarde, waardoor er meer warmte wordt gecreëerd. Bij het ultra light swingende instrumentale Hazelnut Coffee wordt er een xylofoon uit de kast gehaald die er als in een espresso koffie er een klein beetje verfijning aan toe voegt. Het croonende Miss You is een ouderwetse tearjerker, welke prima zou passen op de bubblegum soundtrack van het tienersucces Grease.
Met de rhythm-and-blues die bij Breakfast For 2 uit de slaggitaar getoverd worden, vertoeft Sadgirl zich op het denkbeeldige strand, omgeven door de kenmerkende palmbomen van LA. Het tokkelwerk dient als passerende geluidsgolven waarop de zang als standvastige surfer balanceert. Uiteraard is er een plek voor de retro ontstemde orgel, die het identieke jaren vijftig gevoel oproept. Dit instrument mag ook aangenaam de vrij gekomen ruimte invullen in de eerbiedige soul van Little Queenie, waar op de achtergrond de seventies funk verraad dat het een nieuwere track is. Met een vleugje aan psychedelica wil Muholland net wat avontuurlijker over komen, de coole bas en opzwepende drum zorgt net voor genoeg variatie, al had de subtiliteit wel minder op de voorgrond mogen staan. Het risico om als saai betiteld te worden dringt wel steeds meer op.
Daar brengt de volgroeide soul van Strange Love gelukkig genoeg verandering in. Sterker dan de overige nummers wil deze in de lijn van de jaren negentig Britpop zich presenteren. Door meer swing in de ritmische drums benadrukt de track nogmaals waarom deze stroming het jaren geleden zo goed deed. Het is net allemaal een stuk brutaler en nonchalanter, iets wat op het overwegende veilige Water teveel ontbreekt. Met de vrolijkheid van de jeukende Hawaii bloemenkrans oproepende Avalon heb ik minder. Om in slaap te vallen is blijkbaar geen wiegende hangmat nodig. Ook het afsluitende Water wil het zouttekort van de plaat niet aanvullen. Er wordt te krampachtig geprobeerd om een zomerse Lennon compositie te produceren. Al met al is Water geen slechte plaat, maar hopelijk wil het aankomende zomerklimaat meer verbazen.
Sadgirl - Water | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
JR JR - Invocations / Conversations (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:46 uur
Als band zijnde ben je verheugd als een grote platenmaatschappij jou al in vroeg stadium wil inpalmen. Dat zo’n contract tevens een grote druk met zich mee brengt door de verplichtingen en beperkingen ervaren ook zanger Joshua Epstein en gitarist Daniel Zott van het uit Detroit afkomstige Jr Jr. Deze band opereerde voorheen onder de naam Dale Earnhardt Jr. Jr. Genoemd naar een bekende Amerikaanse autocoureur. Door de hele rompslomp rond de switch naar het in eigen beheer uitbrengen van materiaal duurde het vier jaar voordat ze zich totaal onafhankelijk van Warner Bros konden opstellen, om met het kleinere meer bij de band passende eigen label Love Is EZ een doorstart te maken. Invocations / Conversations is gewoon op CD verkrijgbaar, maar moet gezien worden als een dubbel LP. Twee verschillende albums die beide een ander verhaal vertellen. Invocations is de afgekeurde plaat die oorspronkelijk nog bedoeld was om door Warner Bros op de markt gebracht te worden, maar werd waarschijnlijk door de aanwezige strubbelingen tussen beide partijen afgekeurd. Conversations is het eerste echte eigen resultaat waar ze vanaf track NYC vol trots mee naar buiten treden. Het tweetal wordt ondersteund door Mike Higgins op drum, keyboardspeler Jon Visger en Bryan Pope voor de overige muzikale invulling.
Invocations is een aangename verzameling songs geworden met de heerlijke ontspannen zang van Joshua Epstein. Vreemd dat er voor deze titel is gekozen, normaal wil je juist dat de aandacht gaat naar het in eigen beheer uitgebrachte eindproduct. Anderzijds is het zonde om niks te doen met de volwaardige songs, dus genoeg begrip op te brengen voor deze te vervolgen stap. Met Day In, Day Out wordt de liefde voor het ultieme popdeuntje bezongen, zo’n lied wat maar in je hoofd blijft hangen. Het aanstekelijke refrein vervuld prima deze functie, dus daarin zijn ze geslaagd. Ook in Pull You Close en het donkere basgitaar stuk Won’t Last Long zitten hints verwerkt die zich richten op het uitbrengen van een klassieker. In de vorm van prettige liefdesliedjes wordt stil gestaan bij de loskoppeling van het gigantische mediaconcern. All Around You verwijst naar het durven los laten en een nieuwe start maken. Een directe link naar de ingeslagen weg van JR JR. Wat de band hierin uniek maakt is dat er niet met bittere gevoelens allemaal verweten worden geuit. Een professionele afronding van de samenwerking met een werkgever. Schijn bedriegt. Conversations wil wel gelijk in de eerste twee tracks NYC en Low flinke sneren uitdelen naar het kapitalisme. Een maatschappij waarbij het voornamelijk om het geld draait, en minder om de eigen creativiteit. Blijkbaar zit diep van binnen de pijn er wel degelijk.
De toegankelijke popsongs zitten allemaal aan de gepolijste kant. Met de elektronica wordt wel variatie in de indie soul aangebracht, de uitspattingen ontbreken in de vlekkeloze presentatie. Daardoor is het nergens slecht, maar ook nergens memorabel genoeg. Wild Child heeft een lekkere zomer feeling met een Zuid Afrikaans tropisch Paul Simon sausje. Het springerige meerstemmige karakter draagt een jeugdige onbevangenheid uit, die dus in de lyrics wordt tegengesproken. De hoop is gevestigd op Conversations, waar dan de artistieke ontwikkeling in terug te horen moet zijn. De vocoder in NYC zorgt voor een verrassend warmer stemgeluid. Bijzonder, omdat dit apparaat over het algemeen een klinische kilte oproept. Was op Invocations de soul nog ondergeschikt aan het popliedje, hier is hij de genetische dominante factor. De groei is merkbaar, maar openbloeien wil het te sporadisch. Net iets te vaak is er gekozen voor de veilige omlijsting. Op het einde gooien ze er met volle overtuiging in de vorm van Rip RnR nog een hitgevoelige song tegenaan. Toch ervaar ik te weinig verschillen om te spreken van een gewaagde omschakeling. Neemt niet weg dat er in de toekomst genoeg kansen liggen voor deze indie poppers.
JR JR - Invocations / Conversations | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Mountain Goats - In League with Dragons (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:46 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Lady Lamb - Even in the Tremor (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:46 uur
Aly Spaltro is al een tijdje actief onder de artiestennaam Lady Lamb. Voorheen stond daar nog netjes the Beekeeper achter vermeld, maar op de laatste plaat heeft ze zich losgekoppeld van de bezige bijtjes. De uit het Amerikaanse Maine afkomstige singer-songwriter trakteert de muziekliefhebber op een elftal aan prima popliedjes. Ondanks dat Aly het merendeel van de muzikale omlijsting zelf verzorgd met gitaar, keyboard en percussie heeft ze de hulp ingeroepen van andere muzikanten. Met de veelzijdige Benjamin Lazar Davis op bas, piano en meletron, drummer Jeremy Gustin, Emily Hope Price op cello, Emily Jane Price op viool en de pedal steel gitaar van Ben Lester staat er een volwaardige band achter haar, welke wel degelijk veel weet toe te voegen. Even in the Tremor is haar vierde plaat, en laat weer een ander geluid horen dan op het smaakvolle als EP uitgebrachte Tender Warriors Club.
Lady Lamp is een verhalenverteller die je meeneemt het leven in. Dat ze al langer actief is merk je duidelijk in haar teksten. Deze gaan een stuk verder dan het puberale liefdesverdriet en de strijd met het ongewild volwassen worden. Liedjes die niet letterlijk zijn overgenomen uit een gesloten dagboek. De aangename kronkelende vocalen praten zich al half croonend door het eighties gerichte synthesizer klankbord Little Flaws dat een verslag opsomt van een gesetteld stel dat onbewust in de sleur van een standaard relatie is beland. Tussen de romantiek door is het een gepland leventje geworden. Met lichte paniek vervolg ik aarzelend de luisterbeurt. De teksten doorbladerend concludeer ik dat Aly Spaltro haar levensvreugde heeft gevonden in het geloof. Zou de Heer het toestaan dat de gitaar explosief gaat knallen, en dat hier overheen de hysterische zang van Lady Lamb weet te domineren?
Die toestemming lijkt ze te krijgen in het souluitstapje Untitled Soul. Deze openbaring is bijna hemels, het vertrouwen is gelukkig terug. Muzikaal wil ze nog steeds vlammen, met gemak gooit ze er een flinke dosis cyberpunk doorheen bij Strange Maneuvers. Die invloed hoor je tevens terug in de mix van soul en seventies retro kitsch van Oh My Violence. Hierin heeft ze nog steeds genoeg uitdaging gevonden. De luistersongs kunnen ook genoeg boeien. Het volume gaat fors omhoog in het orkestrale Without a Name, wat een soortgelijk krachtigheid oproept als in haar oudere gitaarliedjes. Ook als ze vocaal los gaat op het hardere Prayer of Love is een genot. Even in the Tremor getuigd weer volgens verwachtingen. Nu alleen nog in de toekomst wat gemeende drama inbrengen, dit beheerst ze namelijk wel, hoorbaar in de melancholische triphop van July Was Mundane.
Lady Lamb - Even in the Tremor | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Reptaliens - Valis (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:45 uur
Reptaliens wil ons een futuristische zomersound voorschotelen. Flitsende nummers in een fel schitterend ultraviolette plastiek verpakking. We accepteren de milieuproblematiek en dansen door alsof er niks aan de hand is. Het is toch geweldig dat het klimaat verstoord is. Alle dagen hoge temperaturen, altijd feest in de kunstmatige zonneschijn. Dit is het beeld dat Valis bij mij oproept. Och, het uit Portland afkomstige echtpaar Bambi en Cole Browning leven nog steeds op hun roze suikerspinnenwolk. Ver zwevend boven de aarde kleurt het allemaal heel anders. Hoe mooi zijn dan de verlichtingen van druk bezochte steden, waar de energie zoveel warmte oproept dat men gericht zorgen moet maken voor ons bestaan. De planeet waar Reptaliens op woont heeft dit vraagstuk geen rol. Samen met Julian Kowalski op gitaar en Tyler Verigin achter het drumstel stappen we de dreampop wereld van Valis binnen. Is er dan helemaal geen kritische noot te kraken bij dit vrolijke gezelschap?
De opvolger van FM-2030 is nog een stuk luchtiger dan het debuut. Daar waren de tracks een tikkeltje trager en meer vermengd met donkere postpunk invloeden. Sunset, Sunrise is alles wat de titel aangeeft. Ontwakende synthesizer zonneklanken met een zwoel surfend gitaarbriesje. Daardoorheen wandelt de zwaardere bas als logge voetstappen door het hete zand. Bambi is geen geweldige zangeres, maar haar gereserveerde stem leent zich prima voor de coole ontspannen sound. Het accent ligt op de dromerige New Wave uit de jaren tachtig; licht beïnvloed door de Italodisco uit dezelfde periode.
Sporadisch springt er een track boven uit. Na het al eerder genoemde Sunset, Sunrise is het pas met Baby Come Home dat ze door het prachtige intro indruk weten te maken. Deze zou zich ook thuis voelen op FM-2030, maar is hier de volgroeide zwaan tussen de kwetterende eendjes. Changing is overduidelijk een meer naar de jaren zeventig dromerige Franse zuchtmeisjes gehint nummer, wat qua opzet zich prima staande weet te houden. De herhalende knusse baspartijen van Bambi mogen hier de hoofdrol opeisen. Zelfs het zware verlies van een vriendin door zelfdoding wil in het opgewekte bewierookte Heather weinig indruk maken. Of de vocalist zit nog gevangen in de ontkenningsfase, wat zeker mogelijk kan zijn. Valis is een standaard zomer plaatje, welke net zo gemakkelijk wegsmelt uit je gedachtes als een lekker vanille-ijsje.
Reptaliens - Valis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Amazons - Future Dust (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:45 uur
De uit Reading afkomstige The Amazons zitten erg dicht bij het naar hun geboorteplaats genoemde festival. Via de daar neergezette Dixie toiletten zullen de afvalstoffen zich wel in het plaatselijke grondwater vermengd hebben. Deze heavy indieband ademt het rock & roll gevoel in, welke zich vanuit de poriën al zwetend weet te presenteren aan het geamuseerde publiek. Met frontman Matt Thomson op gitaar en zang, gitarist Chris Alderton, bassist Elliot Briggs en op drums Joe Emmett gaan ze terug naar de basisopstelling van een rockband. Net als op het debuut, welke de groepsnaam draagt, wordt er flink geshopt tussen de invloedrijke andere acts. Niet geheel origineel dus, maar dat maakt geen bal uit, als het maar goed gespeeld wordt. Future Dust is de lastige tweede plaat, die voor de definitieve sterrenstatus en doorbraak moet zorgen. Met producer Alan Moulder achter de mengtafel moet dit principieel eenvoudig haalbaar zijn.
Mother knalt er direct lekker in. Gevoed door Oosterse druggy invloeden gaat het al snel de stoffige zompige stoner kant op. Het is de wat nette zang die verraad dat het hier geen stoere woestijncowboys betreft, maar een Britse jonge groep gestylde muzikanten. Neemt niet weg dat het gitaarwerk een aangenaam visitekaartje achter laat met al direct doordringend te zuigen en te soleren. Het is de stem van Matt Thomson die er een te toegankelijke sound aan toevoegt. Waardoor ze in Nederland al snel ondergebracht zouden worden in de Serious Talent hoek. Een koosnaam waar je hedendaags niet trots meer op hoeft te zijn, vanwege het mainstream karakter. Fuzzy Tree ramt er tevens compromisloos hard op los, stevige gitaarakkoorden dragen krachtig de lekkere track. Helaas passeren hier ook de toegankelijke tussenstukken, die daardoor het tempo drastisch omlaag schroeven.
Vanaf het swingende 25 wordt het avontuurlijke ruwe geluid naar de achtergrond verdrongen. Daarvoor in de plaats komt een brok toegankelijkheid, die perfect in evenwicht is met de vocalen van Matt Thomson. De heerlijke uitbarstingen zijn minder dominant op de voorgrond, maar ontbreken gelukkig niet. Ondanks het verrassend sterk gespeelde startpunt van Future Dust, is dit wel de richting die ze hopelijk vervolgen. Niet alles is uiteraard even goed. De vrolijke juichende zang van Dark Vision is net een te commerciële overtreffende stap. Daar tegenover staat wel de duistere postpunk vermengt die zich met lichte Nu Metal in het aangename Warning Sign. Met het symfonische hoogtepunt Georgia willen The Amazons nogmaals hun veelzijdigheid tonen. Erg mooi, maar in het vervolg verwacht ik een eenduidige richting. The Amazons leveren een puike plaat af voor de muziekliefhebber die gezellig met het hele gezin een zomerfestival wil bezoeken.
The Amazons - Future Dust | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kae Tempest - The Book of Traps and Lessons (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:44 uur
Kate Tempest is een eigenzinnige muzikale first lady uit het kapitalistische centrum van Londen; Westminster. Ze dwingt met haar derde solo album The Book of Traps and Lessons weer veel respect af. In haar tracks weerklinkt het depressieve en kille terug van jaren tachtig poëet Anne Clark. Het heeft iets jeugdigs rebels wat deze dwarse brutale songdichter ons voor schotelt. De aanpak is een stuk somberder dan het sterk bejubelde Let Them Eat Chaos waar de felle beats domineren. Ze doet op dat gebied een flinke stap terug, maar weet wel al vanaf het begin van Thirsty te imponeren. Ze heeft de muzikale omlijsting niet nodig, al geeft deze wel het krachtige vlammende in de songs.
Productioneel is de keuze gevallen op Rick Rubin met zijn kalere aanpak. Hij slaagt erin om deze dertiger ook een stuk ouder te laten klinken. Met de bagage van een geleefde blueszangeres geeft ze de nodige levenslessen mee, gevuld met een flinke dosis aan drank en sex. Ze beleeft de zelfkant als een observator, maar ook als een uitgenodigde gast. Tussen de uitzichtloze toekomst die de Brexit voorschotelt, probeert ze kleine momenten van positiviteit te vangen en op te sluiten in haar gedachtes. Als zeldzame geraamtes van dode insecten, tentoon gesteld in collectorskasten. Die triestheid straalt het uit. De schoonheid van beklemmende persoonlijke teksten, omgeven door de teneurgang in spaarzame pianoklanken en zorgvuldig gesorteerde samplers. Vreemd genoeg moet ik regelmatig aan de Los Angeles Rodney King rellen uit de jaren negentig denken. Die het gevolg waren van een verhitte broeierige sfeer die daar tot een alles vernietigende explosie kwam.
Kate Tempest heeft wat simpele begeleiding nodig om warm te lopen. met sfeervolle pianotoetsen en vervreemdende trippende synthesizerklanken geeft Thirsty haar dat moment. Wil daar nog onschuldige twijfel doorklinken, al snel volgt een stormvloed aan verbaal geweld met een kwaadaardige flow. Genadeloos gaat het over in een onderdrukkende beat van Keep Moving Don’t Move die haar de mogelijkheid biedt om zichzelf te etaleren. Met de zorgvuldigheid van een stoere geconcentreerde bokser wacht ze in de hoek af om met haar moves in overtreffende trap toe te slaan. Halverwege deze waanzinnige track deelt ze verbaal al haar eerste knock out uit. BAM!! Eenmaal gevloerd laat ze je met een emotionele geladenheid even tot adem komen, om definitief haar mannetje te staan in het overrompelende Brown Eyed Man. Hoe confronterend is haar blik op het uitzichtloze bestaan van junkies, zwervers en ander uitschot.
De tripgoth van Three Sided Coin geeft perfect het streetlife gevoel weer. Engeland aan de rand van de afgrond. Zo centraal als Groot Brittannië op de albumhoes staat opgesteld als een afbrokkelende eilandgroep, verwoord het de tweescheiding. Wrang en bijna uitzichtloos, met haar vaderland in een denkbeeldige slachtofferrol. Op het moment dat je dreigt verzwolgen te worden in de negatieve vibes is daar plotseling het vrolijker gestemde I Trap You waar duidelijk gesmeekt wordt om iets nieuws en unieks op te bouwen. Het is echter maar van korte duur. Met All Humans Too Late staan we met beide voeten in de wereld waar racisme een steeds sterkere hatende rol speelt. De maatschappij waar oogkleppen dwingen tot egocentrische afsluiting. Continu mobiel online, whatsapp als vervanging van sociaal contact. Zichzelf vervreemdend van familiebanden. Het conflict wordt overstemd door diepe orgelmuziek in het deprimerende Hold Your Own gevolgd door de uitdragende smeekbede tot fysieke en psychische aanraking. De koude postpunk van Lessons wil dit herplaatsen in de armoede van de jaren tachtig. De angst om nu op eens soortgelijk vriespunt te zijn beland.
Firesmoke kondigt de terugkeer naar haar roots aan. Doordringende hiphop beats met oldschool samplers. Die kwaliteiten laat ze volledig tot de luisteraar komen in het heftige Holy Elixer, wat een regelrechte uitnodiging lijkt om de mannelijke collega’s rappend te overtroeven. Met het gevoelige People’s Faces maakt ze gebruik van haar vrouwelijkheid. Door de boosheid heen ademt in de woorden een liefdevolle hunkering naar hoop door. Met geladen trillingen in de stem roept ze nogmaals op tot samenhorigheid. Blijf hier maar eens ongevoelig voor. Kate Tempest stelt zich kwetsbaarder op dan in op de voorganger, en wil daardoor met The Book of Traps and Lessons weer een statig monument aan haar kunstzinnige uitspattingen toevoegen.
Kate Tempest - The Book of Traps and Lessons | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Julia Shapiro - Perfect Version (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:44 uur
Het uit Seattle afkomstige Chastity Belt liet op hun prachtige magnum opus I Used to Spend So Much Time Alone al een meer ingetogen geluid horen. Waarschijnlijk waren ze het gewoon zat om telkens weer in de Riot Grrrl hoek geplaatst te worden. De groei vanaf het debuut No Regerts is immens, het schreeuwerige karakter is totaal verdwenen. Ondanks de aanstekelijke gitaarliedjes besluit frontvrouw Julia Shapiro om een andere kant van haar te laten horen. Totaal uitgeput en gebroken kiest ze ervoor om halverwege de laatste tournee van Chastity Belt te kappen. De impact van het rondreizen vergt lichamelijk en psychisch teveel energie, wat gezondheidsklachten en een stuk gelopen relatie tot gevolg heeft. Op haar solo album Perfect Version horen we een herboren vrouw, die het verwerkingsproces op plaat heeft gezet, en dit openbaar deelt.
Met meer bescheiden songs zoekt ze de grenzen van de dreampop op, welke tot ontwikkeling komt in het broeinest van het 4AD label, en vanaf de jaren tachtig tot diep in de jaren negentig zoveel schitterende resultaten opleverde. Dat is het gevoel wat Perfect Version op weet te roepen. Gezang welke zich schuchter tussen de prominente shoegazer klanken voortbeweegt, omgeven door rustgevende ambachtelijke gitaarlijnen. Door de sobere benadering is het een door en door triest geheel geworden. Het uitgebluste gevoel komt indringend naar voren, maar weet zich perfect te binden aan de ruimtelijke klanken die de nummers opsieren. Zelf blijft ze trouw aan het Hardly Art label, welke ook het laatste bravourestuk van Chastity Belt onder hun hoede had.
De serene oase van rust die over Natural heen hangt roept de volgende vraag in mij op. Hoe zou Julia Shapiro zo’n eerste persoonlijke luisterbeurt ervaren. Zou ze breken? Alle opgekropte emoties de vrije loop laten? Of zou ze berustend het over zich heen laten komen? Een gemeende nieuwsgierig naar het verhaal achter het opnameproces. How can somebody be so blindly confident? I wanna know that trick. Die eerste zin weerspiegelt haar kwetsbaarheid en onzekerheden. Ze maakt zich zo klein mogelijk, waardoor direct de aandacht naar haar getrokken wordt. Met de gitaar en keyboard als enige remedie tegen haar troosteloosheid. De neerslachtigheid overmeesterd je en grijpt de strot dicht.
De zang van Julia Shapiro verdwijnt steeds meer naar de achtergrond. Het is bijna een geestverschijning welke haar beklag doet. Maar de puurheid hiervan is zo wonderschoon. Terwijl de begeleidende instrumenten zich als een ijzeren maliënkolder om haar heen vlechten. Het schild om zich te beschermen tegen de pijnlijke buitenwereld. Het is overduidelijk dat ze nog niet klaar is in het verwerkingsproces, maar het levert zo’n ontiegelijke mooie muziek op.
Sporadisch wel het nog heerlijk ontvlammen. Harder To Do is het tegenstrijdige antwoord op haar trieste bewoordingen. Hier zuigt de noise de vocalist leeg, die niet eens moeite lijkt te doen om het geluid te overstemmen. Al wil er vanaf Around The Block meer hoop in de voordracht weerklinken.
Bij de titelsong Perfect Version krijgt een aangenaam hoog stemgeluid de overmacht. Niet dat het hierdoor een positieve draai aan gegeven wordt, nog steeds beheerst depressiviteit de plaat. De klaagzang wil in ieder geval niet je adem ontnemen. I Lied ligt meer in het nu met langgerekte gitaargolven die in de hedendaagse indie scene een plek opeisen. Perfect Version is een ellendige kijk op het leven, waar je bijna beschamend van aan het genieten bent.
Julia Shapiro - Perfect Version | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Drab Majesty - Modern Mirror (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:44 uur
Andrew Clinco wist nog recentelijk indruk te maken met zijn sideproject Vr Sex. Nu al is er tijd vrij gemaakt voor het stukken toegankelijkere Drab Majesty. Er wordt minder geflirt met schimmige donkere achterkamer sekspartijen, en andere vreemde gekte en buitensporige fantasieën. Al verraad de hoesfoto met de albino inclusief zonnebril dat het hier ook een gimmick betreft. Dit is uiteraard te linken naar dat vampiers niet tegen daglicht kunnen. Feit is dat Deb Demure, zo noemt de veelzijdige gitarist en drummer Clinco zich op dit project, veel meer oog voor humor en zelfspot heeft dan verwacht. Tenzij hij zijn bands juist als diepe ernst beschouwt, maar dat betwijfel ik. Modern Mirror is de derde plaat van deze uit Los Angeles afkomstige gothic romantici, welke verder bestaat uit Mona D op keyboard en backing vocalen.
Modern Mirror laat in tegenstelling tot de frontfoto veel meer daglicht toe. De postpunk wordt afgewisseld met lichtere New Wave dreampop klanken en een ritmisch verfrissende sound. Geen kille doodslaande drumcomputer, maar juist een sfeervol organisch levendig geluid. Er lijkt bewust een keuze gemaakt voor de afwisseling op deze toegankelijke dansplaat. Het beklemmende gevoel in een metropool te leven vervaagd door een breed uitwaaiende muzikaal bloemenveld. Alsof je in een prachtig natuurschilderij binnen stapt, gevuld met prachtige beeldende kleuren, om maar niet oog in oog komt te staan met een stoffig in de kelder weggestopt kunstobject. Hier is een ander publiek voor aan te trekken dan bij Vr Sex. Dat smerige onderbuik gevoel wil het nu niet oproepen. Het is te voorzichtig en lijkt op de automatische piloot ingespeeld.
Had ik voorheen de indruk dat de volledige aandacht gericht zou zijn op Drab Majesty. Nu verbaast het mij niks als de energie zich in het vervolg meer zal richten op Vr Sex. Tracks als het Electric Body Music dansvloer uitje The Other Side, de laagtes van Out of Sequence en het diep gaande voortslepende Noise of the Void willen imponeren, maar daar houdt het bij op. De synthpop songs hebben zelfs een hoog toegankelijk postpunk boyband uitstraling. Een imago waarmee de frontman hopelijk niet geassocieerd wenst te worden. De sporadische uitbarstingen worden zelfstandig de mond gesnoerd. Van Modern Mirror ervaar ik een lager klanttevredenheidsgevoel terug te horen, neemt niet weg dat het voor wave begrippen een uitstekende plaat is. De krochten van de ziel worden echter vakgericht vermeden.
Drab Majesty - Modern Mirror | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Claim - The New Industrial Ballads (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:43 uur
De Brexit roept nostalgische herinneringen op naar het Thatcher tijdperk. Geen leuk beeld, gerund door kansloze werkeloze jongeren die maatschappelijk in benarrende leefomstandigheden verkeren. Blijkbaar is dit het geschikte tijdperk om je mening te verkondigen. Zo is er totaal onverwachts een nieuwe plaat genaamd The New Industrial Ballads van het Britse The Claim; afkomstig uit het in Kent gelegen Cliffe. Vanaf 1985 maakten de tot de Medway scene behorende melodieuze indierockers twee aangename platen, gevolgd door een handvol aan geslaagde singles. Tot een derde langspeelplaat leek het niet te komen, al werd vanaf 1993 de deur nooit definitief dicht gehouden. Het viertal bestaat hedendaags uit zanger en gitarist David Read, tweede gitarist David Arnold, drummer Martin Bishop en Stuart Ellis op bas. Terwijl collega’s de ene na de andere plaat op de markt brengen wacht The Claim geduldig op het juiste moment om toe te slaan.
Na het weeldig gespeelde instrumentale Johnny Kidd’s Right Hand Man komt het kritische Journey, waar tussen de wrange regels door het optimistische I will stand and fight for what I know is right klinkt. Deze zin wil zich zo in mijn hoofd printen, dat ik mij sterk afvraag of dit de boodschap is die ze ons mee willen geven. Sta op en verzet je tegen het geamputeerde Groot Brittannië, waar de bloedsomloop het hart niet meer dreigt te halen. Londen sterft af van de rest van de wereld. Nadat al eerder onder andere Test Dept en The Good, The Bad & The Queen zich met duidelijke standpunten opstelden, is het nu hier de beurt aan The Claim. Ondanks het chauvinistische rebelse karakter van deze song, klinkt The Claim hier zeker niet standaard Brits. De mooie melodieuze zang en sprankelende psychedelische gitaarakkoorden liggen meer in het verlengde van de Amerikaanse Paisley Underground scene. Het rammelt allemaal zo heerlijk waardoor het de indruk wekt dat er hier een jonge studentenband aan het spelen is.
Och, het is allemaal net zo lekker wat The Claim hier laat horen. Heerlijk onderuit hangen met het sixties georkestreerde Smoke And Screens op de achtergrond, meedeinen op het uptempo Motown swing van The Haunted Pub of je laat je ontroeren door de warme zang in de postpunk van Music / Pictures, allemaal net zo zalig. Het rauwere straatgevoel komt meer bovendrijven in de zang van David Read in het verhalende Working Class mentaliteit van Light Bending. Ook de Merseybeat van Just Too Far wil de innerlijke straatschoffie in de vocalist oproepen, vereenzelvigd met het arbeidsvolk. Hercules heeft zijn achtergrond in de dansbare beats van de Madchester scene, welke nog in volle bloei verkeerde rond de tijd dat The Claim tot het besluit kwam om geen muziek meer uit te brengen. Maar zo dicht als met deze track hebben ze nooit bij die stroming gestaan. De dreampop uit die periode staat tevens centraal in het korte zalvende Gamma Rays.
De pompende bas van When the Morning Comes roept herinneringen op naar het Franse discotijdperk, al vervagen die zodra de zanger zijn woordje doet. Nadat de piano zijn intrede doet bij Mrs. Jones breekt het helemaal open door de heldere mondharmonica waardoor het opeens een emotioneel beladen soulsong wordt. Estuary Greens and Blues blijkt waarschijnlijk wel de meest veelzijdige track van The New Industrial Ballads, waarmee ze veertig jaar popgeschiedenis in viereneenhalve minuut samenvatten, afrondend in een potig stukje gitaarspel. Het gedurfde 30 Years is een opsomming van wat Read toen allemaal uitvoerde op het moment dat ze enige naamsbekendheid kregen. Het gevoel voor humor overheerst hier, terwijl het ook een verlangen trip down to memory lane is. De gevoeligheid van het afsluitende Under Canvas is tevens een reële toekomstblik op het einde van een leven. Wat min of meer benadrukt dat The New Industrial Ballads een eenmalige uitspatting is.
The Claim - The New Industrial Ballads | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kyle Craft - Showboat Honey (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:43 uur
Dat Sub Pop het imago van leverancier van zompige en smerige gitaarrock is ontgroeid is een feit. Toch zullen velen het label blijven associëren met de in de jaren negentig opbloeiende grunge scene. Terecht, omdat er in die periode zoveel baanbrekend werk op het label is verschenen. De grote successen kwamen echter nadat de gitaarbands bij andere labels werden ondergebracht, al bleef de vraag naar de eerdere opnames natuurlijk groeien.
De uit Portland afkomstige Kyle Craft maakt heerlijke rockmuziek, maar zijn basis gaat net een stap verder terug dan die van de grunge pioniers. Verwacht geen jaren zeventig georiënteerde hardrock, de roots liggen net in de andere hoek. Met de nodige wat verwijfd gezongen glamrock en stevige soultracks die doordrenkt zijn met een vleugje psychedelica waagt hij zich in een niet totaal leeg geroofd werkveld. Met Showboat Honey zet hij een verfijnde lijn voort die nog steviger zijn positie als hedendaagse excentrieke singer songwriter bepaald. Geen radicale switch ten opzichte van voorgangers Dolls of Highland en Full Circle Nightmare. Die sound is zijn handelsmerk geworden, waar hij trouw aan blijft. Het is net een tikkeltje stoerder en gewaagder.
Showboat Honey is een compact muzikaal tijdverslag van de roerige jaren zeventig. De funky aftrap door bassist Billy Slater in Broken Mirror Pose belooft al veel goeds. Omgeven door een psychedelisch vliegend klanktapijt, laat je jezelf terugvoeren naar het India van omstreeks 1970. Het beeld van medicatie goeroes, Afghaanse jassen en heel veel LSD. Trippend neemt de reisleider je bij de hand in het al even geestverruimende O! Lucky Hand. Om vervolgens een flinke stap vooruit te maken naar het stevig rockende 2 Ugly 4 NY. Alsof gitarist Jeremy Kale samen met Keith Richard flink van de genotsmiddelen gesnoept heeft in de kelders van de Franse Nellcôte villa, tijdens het opnameproces van Exile on Main St. Waar al jammend als vriendendienst deze song als einderesultaat gevormd wordt. Dat Kyle Craft zich buiten de vete houdt wie er nu beter zijn, The Stones of The Beatles weerlegt hij nogmaals in het sterk naar de laatste neigende Johnny (Free & Easy).
Het folky pianospel in Blackhole / Joyride is de toegangspoort naar de retro glamrock die vervolgens prominent aanwezig zal zijn zoals in de afsluiter She’s Lily Riptide, waar Kevin Clark als een dolle tekeer gaat op de piano.. De opbouw is niet beschamend platvloers. Het laat horen dat dit genre meer inhoud dan het imago van dik gevreten Elvis imitators in te strakke glitterpakjes, die zichzelf voortbewegend op plateauzolen. Een soultempel opent zich om tot bezinning te komen met het hemelse Bed of Needles #2.
Kyle Craft durft de grenzen te overschrijden. Dit bewijst hij in de soul pastiche Deathwish Blue. Deze tegen het wansmaak aan leunende tranentrekker bevind zich net nog aan de acceptabele scheidingslijn tussen goed en heel fout. Wat dus absoluut kenmerkend is voor deze periode. Muziek die direct binnenkomt maar ook het sentimentele weet op te roepen. Het korte Blood in the Water geld als intro voor de compacte rockopera Buzzkill Caterwaul met de heerlijke solerende uithalen van Jeremy Kale. Die zijn rol vervolgens ook opeist in Sunday Driver. Waarbij Haven Mutlz zich niet laat opjagen, en ontspannen het ritme aangeeft.
Absoluut een zeer goede ambitieuze plaat van een vrijgevochten zanger, die op Showboat Honey wordt bijgestaan door gepassioneerde huurmuzikanten met een voorliefde voor de rocking seventies.
Kyle Craft - Showboat Honey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hoodna Orchestra - OFEL (2018) 4,5
30 juli 2020, 20:42 uur
Fela Kuti is net zo’n grootheid als Bob Marley, en net zo invloedrijk geweest. Wist Marley de Reggae op de kaart te zetten, Kuti deed hetzelfde voor de Afrobeat. Beiden waagden het leven door de aanhangende politieke ideeën strijdbaar tot uiting te brengen. Na het overlijden in andere omstandigheden, maar net zo indrukwekkend leeft hun gedachtengoed en muzikale erfenis voort. Het twaalfkoppige Hoodna Orchestra weet vanuit thuisbasis Tel Aviv in Israël zich te presenteren als een spannende variant op de Afrobeat, doordrenkt met een flinke dosis aan slepende funk. Om het geheel nog voller te laten klinken wordt de hulp ingeroepen van twee extra trompettisten, Arthur Krasnobaev en Sefi Zisling. Ofel is na het in 2015 verschenen Let Go het tweede volwaardige album. Om zo dicht mogelijk bij het beoogde geluid te komen, leent Hoodna Orchestra de productie en distributie uit aan het toonaangevende kleinere wereldmuziek label Agogo Records. Gitarist Ilan Smilan mag zich de rol van kopstuk toe eigenen, met naast hem een ensemble aan diversiteit in muzikanten, ieder in een bepalende positie.
Veel belovend gaat het spookachtige Intro over in een laidback aan zwoele blaasinstrumenten. De mellow klanken maken ruimte voor de drukkende bas van Amir Sadot die als dirigent het ritme aangeeft voor de volgende blazers en percussie. Al swingend wordt de Afrobeat naar Israëlische maatstaven gedefinieerd in Ofel I. Tomer Zuk weet er met zijn toetsenwerk een Hammond orgel achtig sausje overheen te gieten, die smeuïg geserveerd wordt met gillende saxofoon uithalen. De voedende krachtbron van elektrokillers The Prodigy wordt vastgelegd in de aangename cover van Breathe. Want wat is dat van oorsprong al een verdomd lekkere track. De baspartijen blijven dicht bij de basis, met de toevoeging van stevig blaaswerk als dansbare smaakmakers. Ondergedompeld in een mix aan hypnotiserende slangenbezweerders gefluit weet men de mysterieuze oosterse cultuur te mengen aan westerse harde beats.
De seventies luiden met het rockende orgelgeluid de vette funk van Rexico in. Door het zorgvuldig gebruik maken van exotische percussie gaat men terug naar de basis beginselen van de Afrobeat. Het lijkt een regelrechte aanbidding van oppergod Kuti, die daar in trance zeker zijn goedkeuring over zou uitspreken. Door het tempo als een tikkende klok aan te passen in het herhalende Power Ballad kan er in alle eenvoud toegewerkt worden naar een jazzy explosieve saxofoonsolo. Die mag jankend overgaan in weer een heerlijke garnering van het volgende hoofdgerecht Ofel II. De uptempo funk van Ef-M zou zo van dienst kunnen staan in een achtervolgingsscene van een remake van de filmklassieker Shaft.
De bandleider van The Dirty Dozen uit Tel Aviv heeft nog maar sporadisch van zich laten horen, maar laat als een charmeerde gangsterbaas zijn bekwaamheid tot ons richten in het lange sterke Beit Lechem. Waarin er een hedendaagse voorstelling wordt gegeven van de Palestijnse plaats Bethlehem. Vuile misvormde gitaarakkoorden voegen een vies slijmerig tintje toe aan het verder sterk georkestreerde hoogtepunt van deze geweldige plaat. Blues, geblazen treurnis en heuse hardrock weten in duizelingwekkend tempo in het tweede gedeelte de luisteraar nogmaals te overbluffen. Het dromerige Outro bevestigt dat kwalitatief goed geschoolde instrumentisten geen dure producers en een toonaangevend platenlabel nodig hebben om tot een goede plaat te komen. Deze eigen productie kan zich moeiteloos meten met hoog aangeschreven klassiekers.
Hoodna Orchestra - Ofel | World | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Normil Hawaiians - What's Going On? (1984) 3,0
30 juli 2020, 20:42 uur
What’s Going On? van Normil Hawaiians is eigenlijk totaal niet terug te leiden naar het heden. Niet vreemd als je nagaat dat dit een vergeten experimentele postpunk plaat is uit 1983. En dat hoor je absoluut terug. Niet zozeer een gemakkelijk album, maar wel een die gedoemd was om ten onder te gaan. Nadat het label Illuminated Records de opnames had afgerond, en het resultaat klaar was om gereleaset te worden, kwam naar buiten dat het label dreigde om te vallen vanwege financiële tekortkomingen. Hierdoor was het onmogelijk om aan de promotionele verplichtingen te voldoen, en de band werd opgescheept met iets meer dan een handvol platen, ongeveer 250 stuks aan exemplaren. Platenzaken waren bekend met de ondergang van Illuminated Records, en toonden wantrouwig gedrag naar de band. Met als gevolg dat What’s Going On? niet in de winkels terug te vinden was. Upset The Rhythm is in bezit gekomen van de mastertapes en besluit on ruim 35 jaar later de band een herkansing te gunnen. Met het nodige aan bonusmateriaal wordt de speellengte van een kleine drie kwartier opgerekt tot ruim zeventig minuten.
Normil Hawaiians wisselde regelmatig van bezetting. De enige constante factor is zanger en gitarist Guy Smith. Rond het opnameproces van de plaat was het een komen en gaan van bassisten. Wel bleven gitarist Simon Marchant, drummer Noel Blanden en Mark Tyler op synthesizer toen stabiel aanwezig. Wat hebben we dan de afgelopen 35 jaar gemist? What’s Going On? opent de plaat met het minimale Quiet Village, waar bezwerende woordloze klanken een onheilspellend vervolg aankondigen. Martin plaatst zichzelf direct terug in de postpunk van begin jaren tachtig. Dromerige geluidsgolven die bestuurd worden door de strakke monotone drum van en uitmonden in hysterisch gitaarspel. Alleen al om deze track is het prettig om met de band kennis te maken. De leegte, maar ook de onzekerheid van het Thatcher tijdperk komt hierin volledig tot bloei.
Toch wil het allemaal niet volledig tot ontwikkeling komen. De dwarsheid van de band staat hierin centraal. Een anarchistische bloemlezing waarbij er bewust flink gehakt wordt in de songs om maar te provoceren. Korte passages worden afgewisseld met langdradige vreemde geluidscollages. Wat enigszins nog doorgaat voor een track wil net teveel de avant-garde kant opgaan zoals het gesproken Louise Michel, welke ondersteund wordt door ongecontroleerd metaalslagwerk. Baanbrekend is het ook niet te noemen, daarvoor smeden bands als Public Image Ltd. en Wire al de bouwstenen. Nee, echt veel heb je hieraan niet gemist.
Van het bonusmateriaal weet de als single verschenen Outpost wel te overtuigen. Een prachtige donkere wave klaagzang waar de instrumentatie er een aangenaam zwart randje omheen weet te leggen. De bas stuwt het op het juiste moment nog extra op, om de aarzelende drums het vakkundig af te laten maken. Ook Oggere, waar weer die bas een prominente rol vervult mag er wezen. De live opnames van de afgelopen jaren waarmee afgesloten worden, laten wel een groei horen. Als het materiaal opnieuw onder handen wordt genomen door de kernleden, zou het waarschijnlijk verbazen met soepele lopende songstructuren. De spoken words van Louise Michel krijgen met de verbitterende voordracht meer daadkracht. Ook de meer rockende versie van Big Lies komt meer tot zijn recht. Feit is wel dat dit een mooie ontwikkeling is. De belangstelling naar oud werk van postpunk bands is blijkbaar erg groot. Dan liggen er in Nederland talrijke platen klaar die een kans verdienen om opnieuw openbaar gebracht te worden. Al is het alleen maar om het publiek kennis te laten maken met Nasmak, De Div of The Tapes.
Normil Hawaiians - What's Going On? | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fruit Bats - Gold Past Life (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:42 uur
Als je midden tussen het muzikale talent staat, en zelf ook aardig goed vocaal en met instrumenten uit de voeten kan, dan heb je uiteraard een groot voordeel. Eric D. Johnson hield als instructeur op de Old Town School of Folk Music in Chicago zijn ogen, en vooral zijn oren wijd open. Niet alleen voor de leerlingen ontstaat er een mogelijkheid om hun talent te ontwikkelen, ook hijzelf zal hier veel geleerd hebben. Via het experimentele Califone, bestaande uit folky rockers raakt hij bevriend met de indie band The Shins. Daar vervult hij een prominente rol op het elektrisch getinte popalbum Wincing the Night Away. Ondertussen is hij al een tijdje actief in het uit Califone voortkomende Fruit Bats. Dit project staat vanwege verplichtingen met The Shins even op een zijspoor, maar heeft dan in de scene al vier indrukwekkende albums afgeleverd. Na een stilte van drie jaar verschijnt net op tijd zijn soundtrack voor een voortreffelijke zomer, genaamd Gold Past Life. Een plaat die tevens zijn geschoolde achtergrond uitstraalt in elf eenvoudige, maar oh zo treffende popliedjes.
Na de soulbiecht The Bottom of It vervolgt de oprechtheid van de zanger, die de problematiek van een dreigende midlife crisis omzeilt. Het geluk om met weinig problemen schijnbaar terug te kijken op de eerste fase van zijn voltooide leven. Die opbeurendheid staat zoals de titel al aangeeft centraal op Gold Past Life. Een positieve beleving van het verleden, gewaardeerd met een gouden randje. De zorgeloosheid kan het positivisme oproepen, maar ook net zo gemakkelijk beschouwd worden als een tegenstaande eigenschap. Het is allemaal wel erg blij en vrolijk. Ikzelf sta er wat sceptisch tegenover, ben zelfs wat wantrouwig over de geloofwaardigheid hiervan. Het bekende schoolmusicalverhaal met een happy ending. Maar voor wie er gebrainwasht wil worden door de mooie woorden van Eric D. Johnson, is dit een heerlijke warme douche. De eerste tracks gaan terug naar het kind in de zanger, met hoge disco uithalen gevolgd door een glamrock koortje.
Wat ben ik blij dat het geluk verstoord wordt in Drawn Away. Hierbij wordt stil gestaan bij de afbraak van het ziekenhuis waar hij het levenslicht ziet. De basis is weg, waardoor er ruimte is voor het verwerken van een stukje verlies. Met op de achtergrond kenmerkende new wave keyboardklanken. Ook de gitaarsound plaatst zich meer in de jaren tachtig. Het kind staat aan de vooravond van de pubertijd en moet zich klaar maken om de volwassen wereld in te stappen. De daarbij horende twijfels vormen de voedingsbodem voor het licht gedirigeerde Cazadera. In het folky Ocean weerklinken de woorden van een man die pas rond zijn vierentwintigste levensjaar zijn beschermde geboortegrond vaarwel durft te zeggen. De oude man staat synoniem aan wijsheden en goede raad. Doordat zijn grootvader reeds is overleden ontstaan er hiaten in het bestaan, waarvan de oorzaak niet meer te achterhalen valt. Het uptempo Your Dead Grandfather wordt omringt door mistige droomklanken met een vleugje country. Wil dat nou net de stroming zijn die het beeld oproept van op leeftijd zijnde bebaarde opa’s met hun opgebouwde kennis. A Lingering Love is de uiteindelijke grote stap om het verleden te laten rusten.
Barely Living Room weerspiegelt de confronterende eenzaamheid. Zichzelf afsluiten en na het ontwaken beseffen dat de vervelende terugkerende nachtmerrie de realiteit is, de dagdroom het vluchtgedrag. Omgeven door treurigheid vormt dit muzikaal en tekstueel het hoogtepunt van Gold Past Life. Grappig dat de eerste echte liefde Mandy from Mohawk (Wherever You May Be) woonachtig is in Nederland. Een mooi excuus om deze vrolijke gitaarsong daar ooit tot uitvoering te brengen. De heavy metal muziek die ze in haar flatje draaide heeft helaas geen invloed gehad op Gold Past Life. Het is allemaal vrij rustig met de slide gitaar die deze track mag begeleiden. Eventjes een lichte irritatie; het is The Netherlands, niet The Nether lands, maar het is ze vergeven. Gesetteld met zijn uiteindelijke geliefde omzeilen ze alle passie in het vruchteloze Dream Would Breathe. Nee die Two Babies in Michigan zijn niet het prille kindergeluk, maar een gesetteld stelletje op ontdekkingsreis in hun nieuwe woonplaats. De uitvoering is net zo zoetsappig als de uitleg, al wil de soulgitaar het aardig tot een einde brengen. Uiteindelijk is Gold Past Life een typerend Amerikaanse feelgood story, met een paar prachtige uitstapjes.
Fruit Bats - Gold Past Life | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:41 uur
De Noorse uit Stavanger komende singer-songwriter Aurora Aksnes maakt een razendsnelle ontwikkeling door. Al direct met haar tweede single Running with the Wolves weet ze in 2015 de aandacht te op zich te richten. Snel volgt het onder haar voornaam uitgebrachte All My Demons Greeting Me as a Friend als volwaardig album. Vorig jaar liet ze het publiek kennis maken met de eerste plaat van een tweeluik; Infections of a Different Kind (Step 1). Ontwakend uit een cocon presenteert ze zichzelf als een kleurrijke vlinder. Niet alleen muzikaal, maar ook haar uiterlijk ondergaat een bijzondere verandering.
Met motorisch een hoge bewegingsvrijheid raast ze als een verdwaalt ADHD Efteling elfje over het podium. Live verraad ze met regelmaat dat ze is opgegroeid in het land van de duistere black metal. Met de zelfverzekerdheid van een ice queen beweegt ze mee op de zwaardere stukken. Het net verschenen A Different Kind of Human (Step 2) verschilt qua albumhoes minimaal met de voorganger. Muzikaal is het net weer een tikkeltje gekker en gedurfder met de toevoeging van de prominent aanwezige elektronica.
The River weet een eerlijk ambient gevoel op te roepen. Haar hoge stem leent zich prachtig voor deze verheugende uitingen van blijdschap. De new age beats zetten de folk invloeden om in een hedendaagse dreampop benadering. De koudheid van haar geboortegrond wordt omgeven door de mystiek van de vele legendes die Noorwegen rijk is. Het begin van een spirituele speurtocht door de bijzondere gedachtegang van deze excentrieke zangeres met een kinderlijke theatrale uitstraling. Animal bouwt zich op tot een in extase rakende dance.
Al na twee tracks bind ze een breder publiek aan haar exclusieve sound. Het alternatieve rockpubliek zal hiervan net zo genieten als de meer dance georiënteerde luisteraar. De lieve songs worden ondersteund door de dance uit de jaren negentig. Veel tribal invloeden die versneld worden tot standje drum and bass. Alsof je aanwezig bent op een illegale rave, met hippie achtige crusties waar AURORA als kleurrijk boegbeeld doorheen beweegt. De samensmelting van culturen is het terugkerende thema op A Different Kind of Human. De universele gemeenschappelijke wereld dient hiervoor als basis.
De hoogtepunten vormen de wat afwijkende songs. Zo is het geheimzinnige somber omlijste Soulless Creatures het eerste bijzondere moment op de plaat waarmee ze haar eigenzinnigheid tot buitenaards niveau weet op te werken. De gothic rock roots staan centraal in het verbale hoogstandje In Bottles, het bewijs dat ze alles met haar stem aandurft. Met de totale gekte in het begin van Apple Tree waagt ze zich op het pad van de sensuele rapmuziek, om er vervolgens weer haar eigen invulling aan te geven.
Het absolute climax komt tegen het einde met The Seed, waarbij alles wat je gehoord hebt samensmelt. De spookachtige vocalen roepen de hardere begeleiding tot rust om vervolgens tot een artistieke aardbeving te komen in het openbarstende slotakkoord. Bij Mothership gaat de hemelpoort wijd open en laat AURORA je binnen in haar avontuurlijke sterrenstelsel. Door de aanwezigheid van een aantal minder bijzondere songs blijkt A Different Kind of Human (Step 2) zich niet tot een meesterwerk te ontwikkelen. Dat er momenten zijn die wel deze kwalificatie verdienen mag duidelijk zijn.
AURORA - A Different Kind of Human (Step 2) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Imperial Teen - Now We Are Timeless (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:40 uur
Op het moment dat Faith No More hardnekkig aan het kwakkelen is, en het geloof in het voortbestaan steeds onzekerder aanvoelt, kijken de bandleden al voorzichtig verder naar een nieuw project. Keyboardspeler Roddy Bottum gaat zich verdiepen in het spelen van gitaar. Samen met gitarist Will Schwartz, de van Sister Double Happiness afkomstige Lynn Truell achter het drumstel en bassist Jone Stebbins start hij Imperial Teen op. Nog voordat Faith No More definitief de stekker er uit trekt komt in 1996 het debuut Seasick al uit. Als Faith No more vanaf 2009 weer actief is met tournee en een nieuwe plaat uitbrengt, verslapt de aandacht voor Imperial Teen. Zelfs zo erg dat men zich afvraagt op de groep nog steeds bestaat. Geheel onverwachts verschijnt er na een pauze van zeven jaar dan toch deze zomer Now We Are Timeless van het uit San Francisco afkomstige gezelschap.
Met I Think That’s Everything plaatst Imperial Teen zich direct tussen de synthpop van de jaren tachtig. Waar bands uit die periode krampachtig een comeback proberen op te eisen, haken deze indie rockers moeiteloos in op deze sound. Het is misschien net wat minimalistischer van opzet, maar het is stukken pakkender dan de probeersels van de helden uit vergaande tijden. Jammer dat Roddy bij Faith No More nooit de mogelijkheid kreeg om met zijn dromerige zang tegengas te geven bij het verbale geweld van Mike Patton. Ook bij Imperial Teen plaatst hij zichzelf vervolgens op de achtergrond om ruimte te maken voor de twee vrouwen. Sporadisch eist hij de hoofdrol nog op zoals in het sixties achtige Parade.
Toch laten ze zichzelf net als Faith No More niet in een hokje onderbrengen. De gekte is aanwezig vanaf We Do What We Do Best. Zware postpunk dreunen mengen zich met harmonieuze bubblegum zang en instrumentatie. Prachtig hoe hier de keyboard meer aanwezig is. Flink afgestoft heeft deze zijn dienst bewezen in de tour van Faith No More. Het voegt net genoeg veelzijdigheid toe om met kille klanken de strijd aan te gaan met de brutale meerstemmige vocalen, die dan weer stoer, dan weer liefdevol klinken. Ondanks de trutterige burgerlijke uitstraling van de bandleden wil het muzikaal onverwacht jong overkomen. De ingelaste pauze heeft zijn vruchten afgeworpen. Het is allemaal even energiek en overtuigend. Het spacende Timeless laat de akkoorden zweven in een zwaartekrachtloze ruimte. Het is een clichématige afsluiter, maar wel een die perfect past op het rustige Now We Are Timeless. Nu Faith No More schijnbaar weer ten ruste is maakt Roddy Bottum een voortreffelijke doorstart met zijn Imperial Teen.
Imperial Teen - Now We Are Timeless | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Billy Meier - Sounds from Erra (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:40 uur
De uit Zwitserland afkomstige schrijver Billy Meier is zijn hele leven al gefascineerd geraakt door het leven op andere planeten. Hij kwam regelmatig in het nieuws vanwege foto’s van UFO’s. Zijn visie raakte regelmatig in opspraak vanwege het gerommel met zijn bewijsstukken, waarvan bij vele waarnemingen achteraf bewezen werd dat het hier om trucage ging. De psychedelische Noorweegse band Billy Meier heeft zich genoemd naar deze schijnbare ziekelijke fantast.
Op Sounds from Erra staat de denkbeeldige planeet Erra centraal. Dit vreemde conceptalbum heeft raakvlakken met het baanbrekende werk van het zwaar door drugs beïnvloedde Gong van Daevid Allen. Billy Meier mengt traditionele instrumenten als viool en fluit met gitaar, drums en synthesizer. Hierdoor ontstaat er een toekomstig beeld van een leefgemeenschap in het verre sterrenstelsel, welke als basis terug gaat naar de sprookjesachtige Middeleeuwen, met zijn sages en legendes. Uiteraard zijn er ook raakvlakken met Tolkiens Midden-Aarde, welke centraal staat in de In De Ban Van De Ring verhalen.
Door de exotische New Age van het sterke Leaving Planet Earth waan je jezelf in een proefrit van een pas geopende Efteling attractie. Het wekt genoeg nieuwsgierigheid op om deze psychedelische trip te vervolgen. Met een yoga achtige voice-over wordt je tot rust gebracht om helemaal zen in de wereld van Billy Meier te stappen. Waarbij de traditionele westerse volkscultuur de basis lijkt te vormen voor de oosterse uitstapjes.
Woeste tribal percussie ontfermen zich over lieve knuffeldieren bliepjes in het bijzonder springerige Contact. Vervormde violen spannen samen met aangename gitaarecho’s onder een mantra beat van zwoele donkere drumpartijen in Semjase’s Cry (To Her Lost Lover Billy). Steeds als er iets dreigt te gebeuren gaat vervolgens de rem er op met ambient soundscapes. De introducerende reisleidster is leuk, maar mag vervolgens achterwege blijven. Dit geeft afbreuk aan het avontuurlijke, waardoor de ruimte om zelf de muziek te ontdekken wordt geminimaliseerd.
Het funky bas gefreak van Plejarens By The River is misschien wel minder futuristisch, en meer retro seventies gericht. Het wil wel de vertroebelde aandacht wegvagen. Direct is de focus terug naar deze Noorweegse muzikanten. Met gedurfde jazzy snapshots vervolgt een meer improviserende lijn. Een heerlijke lijn waarvan alle logica lijkt te ontbreken. Speels is daar het Casio klinkend electronisch orgeltje waar heel basic op gepield wordt in het zwaar bezopen Space Train. Helaas gaat dit te lang door tot een effectloos einde. Al snel zwakt het af tot een opgedroogde bron van inspiratie.
Het jengelende banjo gitaartje dat overgaat in aangenaam bas en fluit gejam maakt van Billy’s Night Out een overheersend hoogtepunt. Dit weten ze tot in alle finesse uit te bouwen, om volledig los te gaan met repeterende trompet spel. De gestoorde drones in Double Full Moon overschrijden de irritatie grens, zeker als daar amateuristisch synth geklooi aan toegevoegd wordt. Verschrikt gaan we op zoek naar andere levensvormen op Leaving Planet Erra, concluderend dat ze daar minder ontwikkeld zijn dan op onze Aarde.
Sounds from Erra wil teveel rondcirkelen. Verder dan de belevingswereld van twee dementerende goudvissen die rondjes zwemmen in een vissenkom komt het niet.
Billy Meier - Sounds from Erra | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ona - Full Moon, Heavy Light (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:39 uur
De uit het bergrijke West Virginia afkomstige Ona mag met hun tweede album Full Moon, Heavy Light zich voegen in de stal van het kleine onafhankelijke Hickman Holler label van Tyler Childers. Deze singer songwriter die de roots heeft in de folk en country weet hoe lastig het is om zonder platencontract je aan het publiek te presenteren. Ona is zijn eerste binnengehaalde aanwinst, die na het in eigen beheer verschenen American Fiction, heerlijk heeft kunnen sleutelen aan hun geluid. Wie droomt er nou niet van om samen met een groep jeugdvrienden een band te beginnen. In negen van de tien gevallen blijft het daarbij, maar Ona werkt zijn plannen daadwerkelijk uit. Er wordt natuurlijk een sterke basis gevormd als je elkaar al van kinds af aan kent. Je weet elkaars talenten te benutten, bent op de hoogte van de eigenaardigheden en karaktertrekken van de overige bandleden. Wat misschien wel het kenmerkendste is van Ona is het gevoel van rust wat ze uitstralen. Er is totaal geen spanning te bespeuren op het lazy Full Moon, Heavy Light.
En dat wil nu net de grootste valkuil zijn; het ontbreken van spanning. Gitarist Bradley Jenkins wil met zijn dunne vocalen een prima aangename sfeer creëren, waarbij mede gitarist Zack Owens, bassist Zach Johnston, keyboardspeler Brad Goodall en drummer Max Nolte het vijftal voltooien. Als de zachtheid van een pakje boter versmelten de songs zich tot een stabiel geheel. Met wat verdwaald saxofoon geblaas werken ze zich door de bewust voor de zomer uitgebrachte single Summer Candy heen. De gitaar die tegen het einde los barst bewijst dat er muzikaal gezien genoeg mogelijkheden zijn. De goed bedoelde soul van True Emotion zit ergens aan de oppervlakte, maar komt maar niet tot bloei. Zo blijft Full Moon, Heavy Light veilig aan de popkant. Het gevolg is dat het allemaal prima deuntjes zijn, zonder echte uitschieters naar boven, of naar beneden. Het lijkt wel alsof iedereen een gelijkwaardig aandeel opeist, waarbij teveel rekening met elkaar wordt gehouden.
Als sessiemuzikanten zouden ze een perfecte aanvulling kunnen vormen bij een artiest van naam, al moet deze ze dan wel de juiste kant op buigen. Vooral de kwaliteiten van een Zack Owens moeten hierbij niet onderschat worden. De momenten die hij zichzelf toegeëigend weet hij aangenaam te vervullen, maar in zijn totaliteit blijft hij geheel onzichtbaar op de achtergrond aanwezig. Het lijkt net alsof ze bang zijn om labelbaas Tyler Childers en producer Drew Vandenburg teleur te stellen. Het bezitten van een volwaardig platencontract is van meer belang dan om hun eigen sound volledig tot zijn recht te laten komen. De tracks die daarbij nog het beste in de buurt komt is het moderne Americana van Golden Highway Deserter , het bijna op een jam uitlopende Quito gevolgd door de psychedelica van With You All Along. Een luisterplaat voor een lui publiek, welke weinig energie wil stoppen om dit groepsverband te doorgronden. Eigenlijk zijn alle elementen aanwezig, maar wil het grootst opgezette kampvuur net nog niet vlammen.
Ona - Full Moon, Heavy Light | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Irina Nëstor - One Day You’ll Miss Today (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:38 uur
Het uit Rome afkomstige Irina Nëstor is nog maar twee jaar als eenheid actief. De aangename mix van postrock en donkere new wave doemgeluid wordt overgoten door sterke ritmische begeleiding. Met het ontbreken van zang en lyrics gaat de aandacht volledig uit naar de hoogstaande instrumentale nummers, die feilloos in elkaar overlopen. De sfeer is jaren tachtig verbitterend, kristalheldere gitaarpartijen openbaren zich in sprankjes hoop. Het spel klinkt geroutineerd en tevens geïnspireerd. Met het in eigen beheer uitgebrachte One Day You’ll Miss Today brengen de Italianen hun eerste album op de markt. Dat ze allemaal hun muzikale bagage meedragen, opgedaan in eerdere bands, mag duidelijk zijn. Gelukkig gaat deze professionaliteit niet ten koste gaan van de passie die ze tot uiting brengen. De veelal lange stukken verzanden niet in zwaar psychedelisch fröbelwerk, maar behouden een bewandelbare lijn.
Na zichzelf geïntroduceerd te hebben met kunstmatig aanvoelende blikkerige percussie gaat het vervolgens een heel stuk steviger van start. Prettige oriënterende geluidsvelden wisselen zich af met meer rockgericht gitaarspel. De ondertoon is die van de deprimerende jaren tachtig, waar synthesizers het gevoel van eigenwaarde nog dieper de afgrond in wisten te drukken. Dat hier overheen mistige, woest geperformde muziekstukken tot uiting komen is een fijne aanvulling. Het boek ‘Night Mr. Lenin van de Italiaanse schrijver Tiziano Terzani over het falen van het communistische Russische rechtssysteem staat centraal in het gelijk genoemde openingsnummer. Verbittering en hoop zijn tevens de grondbeginselen die deze track weet op te roepen. Niet altijd is zang noodzakelijk om het gevoel weer te geven; hier weet een duidelijke songtitel als deze het te versterken.
Bij het sterk improviserende Arpeggio Means Nothing eist de gitaar zijn hoofdrol op. Arpeggio betekent letterlijk gebroken akkoord; een speeltechniek met opeenvolgende noten, veelal toegepast in de jazz, klassiek en metal. Ook daar zit de triestheid in verscholen, verwoord in de mineurgang van het doordringende stemmige gitaarstuk. Allemaal erg doordacht en mooi, al komt de beleving pas echt op gang bij de explosieve eindpassage, waar grauwe donderwolken tevoorschijn getoverd worden. Het fris aanstekelijke Milgram wil met zijn drum and bass achtige beats weer een nieuwe laag toevoegen. De verschillende achtergronden van de muzikanten benadrukken nogmaals hun veelzijdigheid.
Door het opzoek gaan naar variaties ontstaat er een fascinerend geheel, waarbij de eigenzinnigheid het verdere verloop niet in de weg staat. Doordachte tempowisselingen en onverwachte climaxen, waarbij de droompop aansturing krijgt van kunstzinnige strakke percussie. Die drums klinken vervolgens weer aanstekelijk poppie in de electric body music begeleiding van Hawaii, halverwege veranderend in een ware oldschool clubtrack. Vanaf het swingende Now zakt de aandacht eventjes weg, om zich volledig te herpakken in het opbeurende Pride of Nations. Irina Nëstor weet te behagen met dit geslaagde debuut, waar de postrock dubieuze, maar treffende wendingen laat horen.
Irina Nëstor - One Day You’ll Miss Today | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Olympia - Flamingo (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:38 uur
De in de hoogtijdagen van de new wave geboren Olivia Jayne Bartley staat met beide voeten in deze vruchtbare voedingsgrond. Met punkie catchy liedjes brengt de Australische zangeres vanuit Melbourne haar tweede album Flamingo uit. Net als haar debuutplaat Self Talk onder de artiestennaam Olympia. De stekelige popdeuntjes worden met een handvol aan singles aan het publiek gepresenteerd, en piekte in het thuisland rond de 25e plek in de album charts. Het opgewekte vertrouwen bij mega platenconcern EMI is zo groot dat ze ook nu weer met haar aan de slag gaan. In de afgelopen drie jaar heeft de singer-songwriter gewapend met haar gitaar, piano en percussie de nodige speelervaring opgedaan in de festivalweides. Live mocht ze haar stem en gitaarspel warm houden tijdens de tour van de van Something for Kate afkomstige zanger Paul Dempsey.
Dynamische elektronica en statig gitaargeweld doet dienst om de overslaande stemgymnastiek van Olympia te onderscheppen. Met een hoog enthousiasme weet deze zangeres het stoere rockchick geluid van de vorige eeuw op te roepen. Natuurlijk past de stijlvolle coupe en zwoele uitstraling van Olivia Jayne Bartley perfect bij dit tijdsbeeld. Alles wijst er op dat de talentvolle muzikant smeekt om verder dan haar uiterlijk te kijken. Krachtig weet ze zichzelf in duizelingwekkend tempo te begeleiden op Flamingo. De verwachtingen zijn dan ook hoog door het in de zomer van vorig jaar uitgebrachte Star City, de single die de plaat mag openen.
Het zwaardere Easy Pleasure wordt gedragen door een bonkig postpunk ritme, en de bijna hese klaagzang van Bartley. Met de nodige grimmigheid wordt aansluiting gezocht bij de depressieve navelstaarders. Wel een absoluut hoogtepunt op Flamingo, zeker als ze ook nog de gitaar aardedonker laat janken. De in dit voorjaar uitgebrachte Hounds zou zich moeiteloos tussen de springerige Britpop kunnen plaatsen, en is net als Star City gericht op het rusteloze vakantiegevoel. Hier is nog het beste hoorbaar dat ze tijdens het opnameproces met producer Burke Reid in Manchester heeft vertoefd. Voor Two Hands zou Debbie Harry een moord willen doen. Een Blondie song gekneed in de creatieve handen van Olympia.
Flamingo is een volwassen verwerkingsplaat. De tragiek van verlies en de pijnlijke sporen die littekens in de ziel branden staan hierbij centraal. De evenwichtigheid van deze dame leert je in te zien hoe ze met haar verdriet weet om te gaan. Soms bijtend, dan juist hulpeloos emotioneel. Ze weet er genoeg luchtigheid in te stoppen, waardoor het geen zielige uiting van wanhoop is geworden. Olympia bewandelt een weg af die haar kaarsrecht over de scheidingslijn tussen alternatief en pop laat lopen. Top 40 muziek met een rafelend randje waar de ultraviolette jaren tachtig kleuren de beginselen vormen.
Olympia - Flamingo | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Stella Donnelly - Beware of the Dogs (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:37 uur
De tijd dat boze feministen van zich laten horen in luidruchtige confronterende demonstraties ligt al mijlenver achter ons. Pamfletten worden vervangen door sterke blogs en statements die zich via internet verspreiden. De macht om zich aan een grote groep te binden is alleen maar toegenomen. Al roept deze anonieme vorm wel de nodige breekbaarheid op. Via Social Media wordt je met gemak aangevallen en monddood gemaakt. Als je dan ook nog in de positie van kwetsbare vrouw verkeerd, kan het lastig verlopen. Door de hele #MeToo kwestie wordt er terecht aandacht besteed aan het machtsmisbruik van de man en de onderschikte rol van de vrouw in hun maatschappelijke posities. Een vruchtbare voedingsbodem voor artistieke kunstenaressen die hiermee de aandacht op deze beweging weten vast te houden, en met scherp gevijlde nagels verbaal de aanval in durven te zetten.
Ook de uit het Australische Perth afkomstige singer-songwriter Stella Donnelly haalt de inspiratie voor haar debuutalbum Beware of the Dogs uit de oprukkende terecht toegeëigende vrouwenrechten. De titel kan gemakkelijk staan voor de verslindende platenbazen en ander heersend onbetrouwbaar gespuis, die als hongerige honden neer kijken op de kansloze positie van een jong hulpeloos meisje, welke carrière wenst te maken. Dit thema werkt ze nog geheel uit in het daarop aansluitende met sfeervol gitaarwerk opgeleukte Tricks. Het naakte vrouwenlichaam op de albumhoes die door een mannenhand een stuk zeep krijgt aangereikt, is met gemak te herleiden tot een slachtoffer die zich na een ongewenste vrijpartij met haar partner schoon moet wassen.
Verder put ze veel uit persoonlijke ervaringen, waarmee ze de shockerende verkrachting van een vriendin weet te verwoorden in het heftige Boys Will Be Boys. Hier overheerst wel het kippenvel moment, door de trieste gedragen zang, welke zich passend als teleurgang in deze rol weet te mengen.
Your father told you that you’re innocent
Told ya, “Women rape themselves”
Would ya blame your little sister
If she cried to you for help?
Ja, dat wil wel direct scherp binnen komen.
Met de luchtig gestemde gitaar akkoorden en lieve stem wil het vervolgens helaas allemaal minder overtuigen. Bij Old Man vraagt ze aan de gerichte toehoorder of ze angstgevoelens bij hem oproept.
Oh, are you scared of me, old man?
Or are you scared of what I’ll do?.
Om heel eerlijk te zijn. Er zit geen gepassioneerde kwaadheid in haar voordracht. Geen geschreeuw, geen gegil, nergens een overslaande stem. De teksten weten wel degelijk te overtuigen, maar het is het dromerige in de uitvoering waarmee ze niet genoeg indruk maakt. Dat ze het vervolgt met een heus slaap wiegend liefdesliedje in de vorm van Mosquito wil ook niet mee werken. Met een overdosering van vriendelijk gezongen scheldwoorden en seksuele handelingen slaat ze dan ook finaal de plank mis. Alsof ze stiekem iets heel stouts doet, in de hoop dat niemand het ontdekt. Als boegbeeld voor de gekwetste doelgroep weet ze zich niet te presenteren.
Buiten dit gegeven heeft Stella Donnelly wel een heel prachtig stemgeluid. Zoals ze bijna klassiek de hoogte in weet te gaan bij Allergies is adembenemend mooi. Daar ligt het dan ook niet aan. Het is puur de wat gemaakte wijze waarmee ze de teksten aan de man (sorry, ik kan het niet laten) brengt. Soms wil het perfect werken om juist averechts de lyrics tot uiting te brengen. Dit is een duidelijk voorbeeld waarbij dit niet opgaat. Alleen bij het titelstuk Beware of the Dogs is het enigszins in evenwicht.
Stella Donnelly - Beware of the Dogs | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Thom Yorke - ANIMA (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:37 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Charly Bliss - Young Enough (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:37 uur
Charly Bliss is niet de naam van een enkele persoon, maar hier staat een volwaardige band die trots deze naam draagt. Goed gekozen, het zou zo een vooraanstaand kopstuk uit de New Romantic beweging kunnen zijn. Daar staat deze groep uit Brooklyn echter mijlenver van verwijderd. Wel hebben ze absoluut hun oorsprong gezocht in dezelfde periode, maar is deze eerder te vinden in het toegeëigende New Yorkse artiestenbolwerk CBGB. Rauwe punkie postpunk met sprankelende uptempo zangpartijen.
Gitarist en tevens vocalist Eva Hendriks en haar drummende broer Sam krijgen van hun muziek liefhebbende ouders al snel alle vrijheid om zich te ontwikkelen op dit inspirerende vlak. Met Spencer Fox op gitaar wordt in 2011 de vaste basis gevormd. Deze heeft al de nodige ervaring opgedaan in de film business als kind acteur met filmster Carey Fox als vader, maar besluit een totaal andere artistieke kant op te gaan. Dan Shure vervangt in 2014 Kevin Copeland op basgitaar, en is ook alweer vijf jaar een stabiele factor binnen deze indieband. Na het twee jaar geleden goed ontvangen debuut Guppy verschijnt dit jaar Young Enough.
Het is eventjes wennen, die smurfenstem op heliumgas van zangeres Eva Hendricks in Blown To Bits. Gelukkig gaat het vervolgens wel de goede kant op en wil de krachtige begeleidende powerpop het pakkend overnemen. Met ouderwets stampende drums en dromerige keyboards wanen we ons eventjes in de jaren zeventig, waar ze hard op de deur bonken van het komende decennia. Capacity is een stuk voorzichtiger en gaat de wat donkere pop kant op. Door de kinderlijke zang van Eva blijft het aan de veilige kant, al wordt er zorgvuldig geswitcht tussen krachtige statements en lieflijke wiegende liedjes.
De eigenzinnigheid zit hem wel in het karaktiserende van de frontvrouw. Zich presenterend als een jong zusje van de een of andere rockchick, die voor de spiegel thuis haar best doet om maar in de buurt van haar grote oudere voorbeeld te komen. Charly Bliss plaatst zich met een voet nog duidelijk in de New Wave, terwijl de andere een forse stap maakt richting de punkrock van de jaren negentig. Het is te hopen dat persoonlijkheid Eva Hendriks in de toekomst een meer volwassen geluid weet te ontwikkelen. De muziek is al springerig en jeugdig genoeg, daar past best een sterker stemgeluid bij. Young Enough? Old Enough!
Charly Bliss - Young Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Efrim Manuel Menuck & Kevin Doria - Are Sing Sinck, Sing (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:36 uur
Met Efrim Manuel Menuck als hoofduitvoerende artiest verwacht je uiteraard geen gemakkelijke plaat. Deze noise goeroe uit het Godspeed You! Black Emperor en Silver Mt. Zion kamp weet geluiden tevoorschijn te toveren waarvan het bestaan voorheen niet bekend is, of die het merendeel van de luisteraars niet op hun pad wenst tegen te komen. Vanuit het muziekhol van de leeuw; het Canadese Montreal zwemt hij haaks tegen alle stromingen in met zijn experimentele uitdagingen. Kevin Doria heeft zijn sporen verdiend bij het relatief onbekende Growing en Total Life. Zijn basis wordt gevormd in Washington, met zijn stadse invloeden. De samenwerking is niet helemaal nieuw, maar voortgekomen uit het elkaar vinden in het uitvoeren van de live ervaringen tijdens de tournee van Menucks solo uitstapje Pissing Stars.
Deze coöperatie levert een bijzonder project af, waarbij zelfs ruimte is voor toegankelijke stukken. Het is hoe dan ook een stuk minder duister en bewolkt dan wat Menuck normaal ten gehore brengt. Laat jezelf niet afschrikken door het gezoem en gebrom waarmee Do the Police Embrace? opent. Van een overbevolkt bijennest is de stap niet zo groot naar een kolkende metropool. Wat wil muziek anders binnen komen als er dus teksten aan toegevoegd worden. Doordat er afgeweken wordt van de normale instrumentale benadering krijgt de luisteraar vrijwel geen kans om het zelf in te vullen. Hoe duidelijk kun je de mening verkondigen tegen het harde optreden van de politie eenheid, welke al sinds de Rodney King rellen in Los Angeles; alweer daterend van 1992, plaats vinden. Nog steeds is er weinig veranderd, ergens moet er toch wel een humane ingang te vinden zijn. Een duidelijke protestsong gericht op het alsmaar falende rechtssysteem. Door aan de dramatische voordracht rustgevende klanken toe te voegen werkt het effectiever dan met volle agressie stuk te gaan op de problematiek. Steeds zwakker sterven de vocalen af tot een in twijfel trekkende hulpvraag. Een geweldige binnenkomer van deze bijzondere track die op het einde wordt bijgestaan door een overheersend achtergrondkoor van loeiende politiesirenes.
Juist de woorden verklaren de stiltes. In Fight The Good Fight wordt een trieste voorstelling gemaakt van een kapitaal loze maatschappij. De herrie is een voorbode tot een explosief einde, en wat volgt er dan? Helemaal niets. Hoe doeltreffend is het om iemand te raken met subtiel gebruikte korte zinnen. De meerwaarde hiervan is gevonden in de zoektocht van het gebruik van zware drones en andere donkere soundscapes. Door op zoek te gaan naar die grenzen, en er zelfs overheen te stappen, is het mogelijk om dit om te zetten tot rust en stabiliteit. Alsof er een hemels licht zijn intrede doet, zo mooi! Zonder deze aankondiging is het niet mogelijk om tot bezinning te komen in het hierop voortvloeiende A Humming Void an Emptied Place. De zelfontplooiing en berusting lijken kernbegrippen die in volle overgave gepresenteerd worden. Het overheersende gedreun is totaal niet meer vervelend, maar juist ontspannend te noemen.
And human words do not suffice
Precies, het belang van woorden zal uiteindelijk ook vervagen, zoals wordt aangekondigd in Joy Is on Her Mount and Death Is at Her Side. Er is meer nodig. Waarom schreeuwen en op pannen slaan als de doordringendheid zijn kracht vind in een gedoseerde combinatie van dit alles. De afstervende klaagzang van Robin Wattie werkt naar een climax toe om in zijn cocon terug te kruipen, wachtend om zich als een grauwe nachtvlinder tentoon te stellen. Dat de vernietigde bossen als inspiratiebron gelden komt goed naar voren, maar het mag gerust breder benaderd worden. De zure tranen van het vergiftigende milieu en de opwarming daarvan staat ook als statement overeind. We Will mag zelfs gezien worden als een postpunk song. Dezelfde deprimerende zwartgalligheid dringt zich op in dit adembenemend naar de strot grijpend slotakkoord.
Are Sing Sinck, Sing lijkt zich te presenteren als een conceptalbum, waarbij een geordende wereld centraal staat. Door het oude af te breken ontstaat er ruimte voor iets nieuws. Efrim Manuel Menuck weet een baanbrekend hoofdstuk toe te voegen in zijn omvangrijk oeuvre. Alsof er geheimschrift ontcijfert is, en er opeens een ontrafeling ontstaat van zijn eerdere werk. Prachtig, prachtig, prachtig.
Efrim Manuel Menuck & Kevin Doria - Are Sing Sinck, Sing | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Gus Dapperton - Where Polly People Go to Read (2019) 2,5
30 juli 2020, 20:36 uur
Dat Gus Dapperton zich ontwikkeld heeft tot het publiekslieveling van de indie dancescene komt mede door zijn totaal eigen manier van zich presenteren. Als een popiejopie hiphopper zonder ritme gevoel die zijn handicap misbruikt door er moderne dance invloeden te vermengen, brengt hij schaamteloos een ongeëvenaarde performance in zijn vrolijke clips. Of hij zich bewust is van zijn mankementen, betwijfel ik, maar de lef die hij hiermee uitstraalt werkt aanstekelijk op je in. De souplesse waarmee hij zich beweegt, getuigt van een kinderlijke liefdevolle aantrekkingskracht. Vreemd genoeg moet ik bij de goedaardige jongeman telkens terug denken aan de geblondeerde kort gewiekte Eminem lookalike in de Stan video. Al was zelfs die nog een stukje meer straight.
Dwars tegen alle verwachtingen in verschijnen de dansbare eerder uitgekomen prima singles My Favourite Fish en Fill Me Up Anthem niet op het nu verschenen debuut Where Polly People Go to Read. Qua tijdslimiet had het gemakkelijk gepast, wetende dat het album net het half uur weet aan te tikken. Brendan Rice is de naam waarmee hij zo’n 22 jaar geleden door zijn ouders op de wereld gezet werd, ondertussen omgezet in zijn als artiest werkzame alter ego Gus Dapperton. Vanuit thuisbasis New York is hij verantwoordelijk voor zijn eigen teksten waarbij hij zichzelf begeleid op gitaar en keyboard; op muzikaal vlak zit het dus allemaal wel goed.
Probeer maar bewegingloos te blijven zitten bij de heerlijke donkere herhalende baslijnen van Verdigris. Vrijwel een onmogelijke opgave, tenzij je stoïcijns de spieren in bedwang weet te houden, en chagrijnig je gedachtes kan afsluiten. Dat gevoel weet hij in deze openingsdans sterk vast te houden. Het is een tikkeltje gecontroleerder en rustiger dan zijn eerdere nummers, maar door de vooruit staande rol van bas en drum click clack beats weet hij het allemaal prettig in beweging te houden. Als er dan na drie clubtracks voor de serieuze kant gekozen wordt vanaf het met tempo spelende witte boorden soulvolle Eyes For Ellis, zwakt het direct een stuk af.
De uitgebalanceerde dreampop van Sockboy wil met zijn vlakke stemeffecten weinig toevoegen. Het is in het verleden allemaal vaak genoeg beter uitgewerkt. Wat hoopvoller klinkt Roadhead, waar het ritme en de bas de dienst uitmaken. Ook de eenvoudige op het randje liggende synthgolven weten hier goed op aan te sluiten. De waardering van de slowpop single My Favorite Fish kan hier maar niet binnen komen. Het middelbare school musical gedrocht I Ascend wil met de sentimentele aanpak geen goed einde aan het geheel breien. Gelukkig zijn we er na een minuut van verlost.
Where Polly People Go to Read zou kunnen doorgaan voor een artistieke slechte dag van een goede muzikant, waarbij het net iets te vaak niet dreigt te lukken. De maniertjes komen steeds in een vicieuze cirkel terug, waardoor je telkens denkt dat de track al eerder gepasseerd is. Reëel gezien weet hij de hoopvolle start met Verdigris niet vast te houden.
Gus Dapperton - Where Polly People Go to Read | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Gauche - A People's History of Gauche (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:35 uur
Het uit Washington afkomstige Gauche weet luchtige punkrock te vermengen met zenuwachtige postpunk. Bewust is hier een flinke ruimte bewaard gebleven voor Adrienne CN Berry. Die mag met haar heldere saxofoonpartijen en de nodige frisheid in blazen. Door de retro sound vallen ze hierdoor al snel in de onderkant van de in de jaren tachtig opbloeiende ska beweging te plaatsen. Dit alles aangevuld met een dosis aan studentikoze hoekige gitaar riffs en heerlijk rond dolende baspartijen. In de juiste banen geleid door de springerige vocale hoogstandjes van bassist Mary Jane Regalado.
Met A People’s History of Gauche weten ze zich voor de tweede keer aan het publiek te presenteren na het eerder verschenen Get Away with Gauche. Het is allemaal een stuk minder stevig en meer controleerbaar dan het vlambare hitsige Downtown Boys van Mary Jane Regalado en de disco noise van Priests, waar alleskunner Daniele Yandel haar eerder ingeslagen muzikale loopbaan opstartte. Net als voorheen mag ze ook nu weer als roffelaar optreden achter het drumstel. Downtown Boys en Priests zijn dus de twee bands die de bouwstenen vormen van dit prettig gestoorde kleurrijke gezelschap dat verder aangevuld wordt door stergitarist Jason P. Barnett en Pearie Sol voor het orgel en keyboard vakmanschap.
Mary Jane Regalado weet zich op een fijne hysterische manier te presenteren. Nonchalant geeft ze een eigen draai aan haar eigenzinnige stemgeluid. De vrouwelijke vocalen passen perfect in de new wave van vroeger. Iets wat Gauche ook wel weet op te roepen door de keuze van flitsende kleding en felle make-up, die bijna pijn aan de ogen doet. Typisch zo’n sprankelende groep die vroeger als huisband had kunnen dienen tussen de absurde humor van de Britse The Young Ones komedieserie. Een gevalletje van komische kraakpanden lol en regenboogkleuren geverfde Dr. Martens.
Eigenlijk is er bar weinig op aan te merken. Het is gericht aan een jonge doelgroep, waarbij het plezier maken in het leven standvastig op de eerste plek van de bucketlist staat. Vervolgens een hele lange tijd niks, met ergens onderaan het lijstje gekrabbeld “Ooit een opleiding afronden”. Feesten en dansen in het gevormde web van roze suikerspinnen ragdraden, waarbij No Future hetzelfde betekend als jezelf niet druk maken over de toekomst.
A People’s History of Gauche gaat verder op de onverschillige weg van The B-52’s. Waar het bij hun vanwege het grote succes steeds gemaakter vrolijk werd, ademt Gauche wel nog het jeugdige huis, tuin en keuken knutselen gevoel uit. Dat we hier niet te maken hebben met beginnende muzikanten komt in het veelzijdig beheersen van verschillende stijlen komt echter wel boven drijven. Door het veelvuldig gebruik van koortjes belichamen ze de stoere meidenbands van weleer met vamps die wel een instrument kunnen bespelen.
Gauche - A People's History of Gauche | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Faye Webster - Atlanta Millionaires Club (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:35 uur
Faye Webster maakt muziek om de opgelopen lichte kater bij weg te drinken. Lome schommelstoel songs om op de veranda bij weg te dromen, of juist in alle wazigheid te ontwaken. Voor de dagen dat je geniet van de warme ondergaande zon, en met een knippering van de ogen de eerste zonnestralen zich alweer aandienen. Met op de achtergrond dicht begroeide bossen en het overstijgende Appalachen gebergtes, en voor haar de skyline van blokkendoos Atlanta, de hoofdstad van Georgia. De folk georiënteerde singer-songwriter weet door haar fotografische verleden al gebeurtenissen vast te leggen. Deze eigenschap weet ze om te buigen tot volmaakte breekbare songs. Want in principe zijn ook dat gewoon momentopnames. Atlanta Millionaires Club laat zich lezen als een groot plaatjesboek met de liedjes als omgeslagen pagina’s. Met een breed arsenaal aan muzikanten brengt ze Atlanta een stap dichter naar je toe.
Met de nodige knipogen naar het stadsleven in het broeierige Come To Atlanta verraad ze haar straat gebonden hiphop roots. Niet dat ze er direct op los rapt, integendeel, maar de flow is wel degelijk aanwezig, dan wel in een Burt Bacharach vintage smoking. In Flowers wordt ze daadwerkelijk ondersteund door rasartiest Father, die zijn rhymes er op los laat gaan en enig spanningsveld weet te creëren. Verder weet ze zich vooral te binden aan de Country met een licht Americana accentje. Faye Webster weerspiegelt een conservatieve kijk op haar zorgeloze leven. Met een mentaliteit van een arrogante dame die verwacht dat alles haar komt aanwaaien. En misschien is dit ook wel zo. Als een souldiva weet ze Jonny te verleiden tot in haar slaapkamer, zonder er enige moeite voor te doen. De kracht ligt verborgen in haar trage sensuele stem, waar in de reprise nog eventjes een zwoele saxofoon wordt toegevoegd.
Het zijn kampvuur juweeltjes, songs die zo gemakkelijk je naar ze toe laten trekken. Gevangen in een droomwereld laten ze iemand hypnotiseren, terwijl de vlammen een heuse bosbrand veroorzaken. Ondertussen laat je jezelf in trance meevoeren, zonder enig besef van wat er rondom gaande is. Ondanks het persoonlijke karakter lijkt Faye het als een buitenstaander te ervaren. Veel meer dan vervaagde retro Polaroid kiekjes zijn het eigenlijk niet. Wonderbaarlijk dat haar iets wat verkouden dicht geknepen neus stem hier fier overeind blijft staan. Met haar derde soloplaat lijkt ze hierdoor te verzanden tot een ingestort zandkasteel, waarvan de eb de laatste resten wegspoelt en er de volgende dag niet eens meer een herinnering aan zal zijn.
Faye Webster - Atlanta Millionaires Club | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lucette - Deluxe Hotel Room (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:34 uur
Lucette is het alter ego van de beeldige jongedame Lauren Gillis, een veelbelovende zangeres uit Canada. Met Deluxe Hotel Room laat ze voor de tweede keer van zich horen, na vijf jaar geleden Black Is the Color als debuut uitgebracht te hebben. Lag daar nog nadrukkelijk het accent op wat steviger alt-country werk, dat heeft ze nu grotendeels achter zich gelaten. De muzikale omlijsting is een stuk soulvoller van toon wat alleen daarom al een totaal andere plaat oplevert. Hierdoor is het wel een stuk lastiger om Lucette te peilen, hopelijk heeft ze nu haar definitieve richting gevonden.
Het titelstuk Deluxe Hotel Room lijkt te verhalen over een dure escortdame die de eenzaamheid van haar bestaan bezingt. Wachtend op haar klant voor een nieuwe liefdeloze nacht. De trieste situatie wordt stijlvol opgevangen door prachtige pianospel en op de achtergrond gemixte vocalen. Je ruikt de hotelkamer en ervaart de pijn, en dat is precies wat de desperate zangeres hierbij hoopt op te roepen. Samen met Ben Stevenson weet ze de aandacht te trekken op het verhalende element wat een net zo treurig vervolg krijgt.
Met de broeierige slepende bastonen van Out Of The Rain wordt ze gedwongen om het tempo laag te houden. Soulvolle orgelklanken en de hemelse saxofoonpartijen van de uit jazz hoofdstad New Orleans afkomstige Brad Walker leiden haar stap voor stap verder naar een stukje persoonlijke verlichting. Die samenwerking is er ook in het nog ernstiger van toon klinkende Fly To Heaven. Toevallig net de twee sombere songs waaraan Charlie Pate mee geschreven heeft. Deze stemmige drie-eenheid wil het sterkste op de plaat domineren. Het zou niet verkeerd zijn als het trio zich zou concentreren op een verder vervolg. Hier halen ze het beste van elkaar naar boven.
Het is niet een en al ellende wat we voorgeschoteld krijgen. Soms wil de zon toch nog schijnen, wat dan brutale popliedjes oplevert in het ritmische naar de popkant gaande Full Moon Town en het door Motown beïnvloedde sixties oriënterende Angel waarbij Brad Walker fel uitblazend zich mag uitleven. Als Ben Stevenson alleen aan de slag mag gaan levert het een track als California op, waar de minimalistische vormgeving verder al het credit aan Lucette laat toe eigenen. Het weirde Crazy Bird heeft zelfs een heus postpunk ritme wat de zang en vreemde keyboardklanken meedraagt. Op deze basis legt Lucette een dragende soulsong neer. Hierbij mag Lucas Chaisson zijn songsmeedkracht laten gelden. Om haar vervolgens ook live bij te staan tijdens de concerten.
Lucette lijkt volledig in haar element met de gerust stellende soul aanpak van Deluxe Hotel Room. Afrondend gooit ze er met de gospelsoul van Talk To Myself en het warme Lover Don’t Give Up On Me nog twee prima in het gehoor liggende songs uit. Zou ze het solo niet redden, dan bied haar stem genoeg mogelijkheden om zich te verlenen aan een grotere band als zuivere achtergrondzangeres. Daar moet ze zich met deze kwaliteiten zich staande kunnen houden.
Lucette - Deluxe Hotel Room | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sarasara - Orgone (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:34 uur
Als je op de albumhoes jezelf neer zet als een in mist gehulde R&B zangeres, dan is de kans groot dat je hier niet snel wordt opgepakt. Dit beeld roept de mij zwoel toelachende Sarasara op. Zo’n plaat welke niet snel een luisterbeurt wordt gegund. Hoe spijtig is het dat Orgone pas vrij laat de kans krijgt om mijn gehoor te strelen. Je doet deze zangeres flink te kort om haar daarbij onder te verdelen. Het is beter om haar weg te zetten in de triphop hoek, al is ze zelfs nog een stuk veelzijdiger te noemen. De in Fourmies geboren Française Sarah Filleur wist met haar cover van David Bowies Heroes de nodige aandacht te trekken. Met als gevolg dat ze uit Frankrijk emigreerde om haar geluk te beproeven in het Verenigde Koninkrijk.
Dat geluk had ze wel nodig, haar leven bestaat uit de tragiek van trieste familieaangelegenheden. Sara’s ouders kwamen om toen ze veertien jaar oud was bij een dodelijk auto ongeluk . Opgevangen door haar grootouders bleef de ellende haar achtervolgen. Op achttienjarige leeftijd waren al haar dierbaren overleden. Via Björks One Little Indian platenlabel bracht ze haar debuut Amor Fati uit. Met vier goed ontvangen singles is ze klaar om nu tweeëneenhalf jaar later haar tweede plaat uit te brengen; Orgone, wat staat voor spirituele levensenergie.
Met deze pijnlijke achtergrondinformatie wil een titel als Flatline hard binnen komen. Toch heeft deze prachtig gezongen track met de inleidende hartmassage beats iets geruststellends en zalvends. Dat ze zo pakkend opent heeft als voordeel dat ze direct alle aandacht weet op te eisen. Het gevolg hiervan is wel dat ze een gigantisch verwachtingspatroon oproept. De vraag is dan als volgt, weet ze die gedurende Orgene waar te maken?
Blood Brothers knalt er nog harder in, en door haar vocalen ingehouden te vervolgen roept het een aangenaam mystiek gevoel op. De Franstalige achtergrond geeft het een prettig vervreemdend karakteriserend geluid mee. Nog meer zet ze haar handtekening neer. Hier staat ze voor, en daar moeten we mee dealen. Producer Liam Howe kan Sarasara volledig volgen, en stopt haar zwoele vocalen de nodige instrumentatie toe. Dan weer meer uptempo, met haar stem uitgesmeerd in meerdere echoënde lagen. Dan weer zo kaal mogelijk, om schijnbaar eenvoudig bij de kern van haar kunnen blijvend.
De enige smet die er valt op te merken is gevormd bij Tinkertoy. Sara zelf is hier niet verantwoordelijk voor. In de vorm van een duet durft ze het aan om met het enfant terrible Pete Doherty aan de slag te gaan. Gewaagde keuze, zijn wispelturigheid sijpelt hier ook doorheen. Het gebrek aan stemvastigheid wekt de indruk dat er een track is opgebouwd waar zijn onder invloed zijnde gemurmel het basisgegeven is. Hier omheen is met de nodige plakwerk iets van een net niet passende song gedrapeerd. Het wil net niet geheel schikken. Jammer, want verder valt er totaal niks op Orgone aan te merken. Misschien is er naast pionier Tricky nog een huis te koop, dan wel te huur. Beter dan met een verlopen gastzanger in zee te gaan.
Sarasara - Orgone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Minor Poet - The Good News (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:34 uur
In de jaren zestig waren muzikanten bijna koortsachtig op zoek naar het ultieme popgeluid. Phil Spector legde zijn sterke basis met de Wall of Sound. Deze vrijwel volledig georkestreerde aanpak maakte veel indruk, zo ook bij opkomende grootheden als The Beatles. Een latere samenwerking tussen beiden zou min of meer pijnlijk falen. Maar even een stap terug. The Beatles wisten in navolging van deze methodische aanpak The Beach Boys te inspireren tot hoogtepunten, met hierop volgend de creatieve teloorgangen van beide bands. Vervolgens werd het stil, en niemand waagde zich meer aan het tot in perfectie uitbouwen van albums.
Wat heeft dit alles te maken met het onbekende Minor Poet. De kristalheldere sound van de genoemde voorbeelden komt op kleinere schaal terug in de vorm van het gelaagde mini album The Good News. Achter dit project gaat maar een naam schuil, namelijk die van Andrew Carter. Deze uit Richmond afkomstige Amerikaan beademt in alles het jaren zestig gevoel. Gooi hier nog de hitgevoelige zomerse flow van The Mamas & the Papas bij, en dan krijg je een duidelijke indruk waar Minor Poet voor staat. Om de nodige strubbelingen tegen te gaan is Carter alleen verantwoordelijk voor het eindresultaat. Live heeft hij wel een volledige band op het podium staan. Net als zijn debuut And How! is het een relatieve korte plaat, waarmee je direct het grootste struikelblok benoemd. Dit talent hoort eigenlijk in staat te zijn om met een langer werkstuk het publiek te verblijden.
Hoe uitgedokterd weerklinken de donkere bongo’s in samen menging met de zomerse cleane gitaarakkoorden van het perfecte popliedje Tabula Rasa, wat eindigt in een ouderwetse Doo-Wop uitloop. Met de nodige radio airplay zou dit in de jaren tachtig revival van the sixties een gigantisch succes kunnen opleveren. In het tijdperk dat radiostations minder bepalend zijn, blijft het een lastige opgave. Mede doordat het vooral nostalgische gevoelens op wil roepen bij de conservatieve veertigers. In de vroeger was alles beter mentaliteit is weinig ruimte voor nieuwe artiesten. Voor het hippe jongere publiek is het te saai en traag. Als veredelde single inclusief bonustracks zou het nog een beter waardeoordeel opleveren.
Tropic Of Cancer klinkt door de bas, gitaarriff en elektronica net wat eigentijdser, maar is in zijn totaliteit het zwakkere broertje van de sterke opener. Met het licht psychedelische ritme van Museum District wordt gepoogd een wat avontuurlijke track te maken, maar komt nu wat oubollig over. Daar willen de soulblazers en clichématige einde weinig aan veranderen. Reverse Medusa vat samen wat de vorige nummers al lieten horen. Ondanks de goede productie van Adrian Olsen is deze veilige constatering wel de feitelijke waarheid. Nogmaals, had het uitgebracht als single, en bij drie songs gehouden. De wat donkere theatrale aanpak en surfkoortjes van Bit Your Tongue / All Alone Now en de dromerige door saxofoon geprikkelde Nude Descending Staircase moeten het afleggen tegen het betere eerste trio.
Minor Poet - The Good News | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:33 uur
Stanley Brinks and The Wave Pictures is een samenwerkingsverband tussen Stanley Brinks en de Britse rockband The Wave Pictures. Stanley Brinks die in een ver grijs verleden nog gewoon André Herman Düne heette en samen met zijn broer David-Ivar de naar de achternaam gelinkte popduo Herman Dune oprichtte. André besluit uiteindelijk de band te verlaten. Na vele rondzwervingen settelt hij zich uiteindelijk in Groot Brittannië. Verschillende solo albums rijker stuit hij in het burgerlijk dorpje Wymeswold op de veelzijdige muzikanten van The Wave Pictures. Uit die ontmoeting komen ondertussen al vijf platen uit voort, waarvan Tequila Island het laatste verschenen is.
Voor de inspiratie van Tequila Island lijkt het dat ze niet verder zijn gekomen dan een bezoek aan de plaatselijke drankhandel. De wazige teksten zijn doordrenkt door alcohol, en de frontman klinkt als een verlopen straatmuzikant. Zijn sjofele uitstraling werkt hierbij ook niet in het voordeel. Live gebeurt er altijd van alles op het podium. De drinkebroers en zusters verschijnen schaamteloos op het podium om al dansend en zingend de band bij te staan. Niemand die zich hier verder druk om maakt.
Met de vrolijke klanken van Song of Siggi in mijn achterhoofd moet ik denken aan Summer in Siam van The Pogues. Het roept memorabele herinneringen op aan uit de hand gelopen bloedhete vakanties met exotische cocktails. Toch is het allemaal niet zo negatief bedoeld. De romantiek van verlate terrassen alleen bevolkt door een verliefd stelletje wordt met datzelfde gemak uit de gitaar getoverd. Dan is het Bob Dylan achtige Living Without You een stuk zeurderiger. Wanneer laat men de invloeden van deze volksheld eens achterwege. Een aanklacht gericht op vele folkies. Ook het uptempo swingende Like a Fool ligt tevens teveel in het verlengde van deze grootheid.
Met het door mondharmonica versierde prairie tranentrekker Underwater laat meer de gevoelige country kant horen. Zo ook het klompen stampende farmerslied Like a Song. Zo gemakkelijk wordt de overstap gemaakt van de Britse afgelegen landweggetjes naar het werkende plattelandsleven in de Verenigde Staten. Het fluitende titelstuk Tequila Island leid als gehaaide propper in de vorm van de rattenvanger van Hamelen alcoholisten elke avond weer naar de plaatselijke kroeg. Na een paar nikszeggende composities is de aandacht gewekt door het banjo gepingel in het barfly lijflied Gin in Me. Mooi somber ervaar je de drang naar de verboden vruchten.
De samenwerking heeft iets magisch. De trieste verhalende singer-songwriting zang van Stanley Brinks krijgt door de veelzijdige verbitterende begeleiding een gouden randje. Dat is nog het beste hoorbaar in de uitgerekte weg mijmerende blues van Four Times We Kissed en het daarop volgende Little Irene. Waar in tranen doorweekte gitaarakkoorden ondersteuning krijgen van de in Mexicaans mineur gestemde blazers. Vertellingen die overduidelijk handelen over de zelfkant van het leven. Stanley Brinks heeft genoeg droefheid als zware bagage meegedragen in zijn bestaan.
Stanley Brinks and The Wave Pictures - Tequila Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Anthony Laguerre - Myotis (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:32 uur
Veel is er niet te melden over de Franse drummer Anthony Laguerre behalve dat hij van Nancy afkomstig is. Voorheen actief is geweest in de noiserock van FiliaMotsa, waar ook ene G.W. Sok een belangrijke rol in vervuld. Ja, hij is goed bevriend met de oude frontman van The Ex. Alleen daarom is het interessant om meer te weten te komen van de muzikale uitspattingen van deze excentrieke geweldenaar. Hij houdt het zelf het liefste zo eenvoudig mogelijk. Geen tracktitels, maar verfijnd tot de aanduiding van Romeinse cijfers. Zo telt Myotis in zeven totaal verschillende nummers. Als je een album naar het geslacht der vleermuizen noemt, dan verwacht je iets duisters wat het beste in het donker af te spelen is. Zo min mogelijk licht binnen latend en de totale concentratie liggend bij de zintuigen, met het gehoor als belangrijkste informatiebron.
Is Like It Is, de meest verse plaat van FiliaMotsa nog goed gearrangeerd tot een gemakkelijk verteerbaar product, bij Myotis is dit een stuk minder het geval. Het ondergrondse eerste hoofdstuk zou zich zo diep mogelijk in de voor publiek ontoegankelijke grotten kunnen afspelen. De schuilplaats van de gevleugelde familie, die vooral bekend staat als gevaarlijke ziektebron. Een minder vriendelijke uitstraling werkt ook niet in het voordeel. Dat is ook precies wat deze track oproept; onheilspellend en onbetrouwbaar. Luister je daar doorheen dan hoor je een sterk herhalend ritme en prachtige noise collages.
De geluidsstorm van het tweede gedeelte vergt al meer van het inlevingsvermogen van de luisteraar. Door een hoop gedraai aan knoppen waan je jezelf in het beklemmende gevoel wat totale weersverandering weet op te roepen. Was de eerste track nog gitzwart, deze is moerasgroen. Niet te doorgronden. Met de spaarzame slagen van het korte derde passage komen mijn gedachtes niet verder dan de glasbak naast de kerk, waar kwajongens op oudjaarsavond stiekem rotjes in gooien. Een hoop geknal, maar totaal stuurloos.
De vierde compositie is een terugkerende nachtmerrie. Meegesleurd worden de dieptes in. Door het minimale gebruik van industrieel geweld wordt juist nog meer op de innerlijke angst ingespeeld. De kunst van het weglaten met horribel effect. Door het volume op te voeren wordt het nog minder draaglijk. Dat lijkt mij precies de doelstelling van de kunstenaar. De schrikbare aanpak moet afschuw oproepen, waar hij treffend in slaagt. De passage die het meeste bijblijft. Dan is er onverwachts die explosieve overgang naar het zwaar industriële vijfde werkstuk. De roots van Laguerre mogen tot uiting komen in oorverdovend olievaten in herinnering roepend weerkaatsende krachtig drumwerk.
De totale stilte van de zesde track wordt omgezet door snel opeenvolgende percussie, geen rekening houdend met maten en ritme. Juist die dwarsheid roept het beeld van de free jazz op, waar ook zo min mogelijk vast wordt gehouden aan de geregelde structuur en vaste akkoordschema’s.
Die vrije invulling domineert ruim een kwartier lang in de door gongslagen introducerende finale. De hardheid staat synoniem aan de levensklok. Elke krachtige slag komt het definitieve einde dichterbij. Steeds doordringender en luider. Pas na ruim vijf minuten versuft de inleiding om plaats te maken voor gillende aanvallen op de geluidsbarrières. Met een hoop pijnlijk gepiep en klotsende drumpartijen worden de experimentele grenzen bijna strafbaar overtreden. In de laatste vijf minuten gebeurt er iets wonderbaarlijks. Onverwacht wordt ik helemaal meegesleurd door de meesterlijke veldslag van Laguerre achter zijn hoofdinstrument, het drumstel.
Anthony Laguerre kiest voor de minst gemakkelijke methode om zijn muziek tot de mens te brengen. En eigenlijk weet je na veertig minuten nog steeds niet concreet te benoemen waarvan je getuige van is geweest.
Anthony Laguerre - Myotis | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Patience - Dizzy Spells (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:32 uur
Het uit Londen afkomstige Veronica Falls zette zichzelf in 2011 op de kaart als veelbelovende nieuwe indie shoegazer act. De prachtige door de donkere jaren tachtig beïnvloedde sound leidde tot twee aangename albums. Na het verrasende gelijknamige debuut volgt al te snel de zwanenzang Waiting for Something to Happen In 2014 werd er ruimte gemaakt voor andere projecten en komt Veronica Falls op een laag pitje te staan. Nadat vier jaar later definitief de stekker er uit gaat wordt een maand later het trieste bericht naar buiten gebracht dat drummer Patrick Doyle onverwachts is overleden. Zangeres Roxanne Clifford gaat uiteindelijk voorzichtig verder met haar solocarrière. Het wachten wordt beloond, onder de treffende naam Patience brengt ze met het synthpop getinte Dizzy Spells haar eerste solo album uit.
Zou deze luchtigheid noodzakelijk zijn om totaal schoon aan een nieuwe fase in het leven te beginnen, of wil het rouwproces domineren. Ondanks dat er in de zang van Roxanne nog steeds wat dromerigs en neerslachtigs verborgen zit, zorgt de pompende elektronica voor een heerlijk ouderwets synthesizer gevoel. Lekker heen klooien met de herhalende Roland TR-505 drumbeats en de minimale mogelijkheden die de voorgeprogrammeerde discodeuntjes te bieden hebben. Veel meer was er vroeger niet nodig en ook nu stemt het tevreden. Het zijn allemaal compacte songs die de lengte hebben van een gemiddelde 45 toeren singeltje. Ze laat niet helemaal het verleden van Veronica Falls achter zich. Bassist Marion Herbain mag tevens plaats nemen achter de microfoon. Roxanne met haar hemelse hoge bereik gevolgd door Marion met de diepgaande rustige zware vocalen. De twee stemmen matchen prachtig met elkaar, waarbij Marion de frontvrouw weet te overtroeven in Aerosol, ondanks de onzekere zuiverheidsfoutjes.
Door haar zang distantieert Patience zich van haar mannelijke collega’s die met hun liefdesliedjes vooral de vrouwelijke fans tot zich wilden winnen. Want het was in de jaren tachtig veelal haantjesgedrag. Terwijl de boybands uitgroeiden tot serieus gewaardeerde artiesten, blijven de dames achter. Wilden ze iets bereiken dan was daar voornamelijk de Top 40 producer die de songs kant en klaar aanleverde. Dizzy Spells is helemaal uitgedacht door Roxanne Clifford. Ze straalt een brutale zelfverzekerdheid uit in The Girls Are Chewing Gum. Ooit was het stoer om meisjes die fel gekleurde hubba bubba kauwgom te zien kauwen. Het liefste inclusief de knappende bellen waarvan resten in de getoupeerde haren blijven zitten. Mierzoete tracks gezongen door een assertieve vrouw.
De onderdrukte twijfels laten Dizzy Spells zwaarder ademen. Nog steeds is het gemis van goede vriend Patrick Doyle hoorbaar in het sentimentele verloop. Zo’n impact bepaald je leven, het kost de nodige tijd om het verlies voor alle bandleden een plek te geven. Al is gitarist James Hoare de enige die zich nog wat afzijdig opstelt. Ondanks de verschillende kijk op de tracks laat ze pas bij de laatste track Silent House de elektronica meer los. Met de barokke pianobegeleiding verkent Patience de meer traditionele folk hoek. Zou dit de nieuwe richting worden? We wachten geduldig af. De opzet is dat Dizzy Spells de basis vormt van een allesomvattende live ervaring, waarbij de klinische sound vorm krijgt met de nodige gastmuzikanten. Ook de aankleding, belichting en een goede geluidsinstallatie krijgen de aandacht. Mooie idealen, hopelijk lukt het ze om ze waar te maken.
Patience - Dizzy Spells | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lettuce - Elevate (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:32 uur
Lettuce is niet zo maar een band die eventjes aan komt waaien, al brengen ze wel een verfrissende wind in het uitgebreide funk landschap. Dit broeinest bestaande uit de meest creatieve muzikanten brengt ook orgelspeler Jeff Bhasker voort. Hij is degene die Mark Ronson bij mag staan in het opleuken met zijn Uptown Funk, en productionele bijdrages levert bij de meest uiteenlopende artiesten als Fun., Kanye West en Jay-Z. Dat zijn bijdrage gemist kan worden in deze uit Boston afkomstige formatie zegt meer dan genoeg. Vrijwel alle bandleden klussen nog bij in het broederschap Soulive, al staat het werk daarbij al zo’n tien jaar op een laag pitje. Elevate is het zevende album van dit speelgenootschap, die nog steeds het uiterste weet te vragen van hun kunnen, en waarbij grenzen gemaakt zijn om open te breken.
Het meest opvallende is wel hun zwoele soulbenadering van de Tears For Fears klassieker Everybody Wants To Rule The World. Man, wat zullen de heren Orzabal en Smith zich vereerd voelen met deze prachtige ode aan een van hun grootste hits. Toch wel een andere benadering als hoe Gary Jules Mad World aanpakte. Nu zitten we alweer jaren opgescheept met zijn zaaddodende afbraak van wat van oorsprong een geweldige song is. Laat de wereld zich dan de versie van Lettuce omarmen in het collectieve geheugen. Het is te gemakkelijk om deze eenheid te beoordelen door middel van een enkele cover, dus laten we het daarbij. Elevate heeft zoveel meer te bieden.
De futuristische knuffeldieren bliepjes vormen de basis voor Trapezoid. Daar gooit de diepe funk bas er nog een extra laag overheen en zorgen salsablazers voor het pittige evenwicht. Een prima ontvangst, maar het is wachten voor het echte baanbrekende werk. Die komt er vervolgens in het lazy slapping bastechnieken van Mister Erick “E.D.” Coomes in Royal Highness. Zijn onnavolgbare breaks laten zich al swingend volgen door de sax van Ryan Zoidis, die niet zoveel nodig heeft om zich te laten gelden. Met zes sterspelers in de gelederen ontstaat er normaal al snel jaloezie, Eric “Benny” Bloom dwingt met zijn trompet in het Bill Cosby achtige eindstuk ook nog al het respect van zijn collega’s af.
Meer heb je eigenlijk niet nodig, maar het vlamt er vervolgens van af in het ritmisch hoogstandje Krewe. Alsof er buiten op het vuurtje verschillende pannen staan te pruttelen. Gevuld met hete brij en exotische kruiden en specerijen. Het Hammond orgeltje van Neal Evans is samen met de trompet het toegevoegde uitheemse element, die het smeuïg tot je laat komen. Het mysterieuze Shmink Dabby ontwikkelt zich met de nodige big beat breaks tot een heerlijke laidback track. Zo klinken big beats dus als deze niet uit een kastje komt. Puur en eerlijk. Wat zou het geweldig zijn als een formatie als Lettuce live zou aanschuiven als special guest bij een bekende dj-set. De festivalgrond zou schudden van genot.
De zomerjam van Gang Ten kabbelt heerlijk voort. De ritmische basis van drum en bas vormt de springplank naar de verfrissende duik in de soul en funk catalogus. Steeds komen er andere instrumenten boven drijven, om vervolgens weer onder te dompelen in de zee van geluid. Ready to Live transformeert zich in een dansvloerklassieker, waarop je zo hard op los gaat totdat de dof uitslaande retro weerspiegelende tegels in barsten en scheuren uiteen vallen. Het spelen met spektakel en rust beleeft in de laatste categorie met Larimar weer mooi kalm stukje psychedelische P-funk op. De blazers verstoren het uiteindelijk toch nog, maar dit wordt niet als vervelend ervaren.
Je zou verwachten dat de blues net een trede te hoog gegrepen is voor deze alleskunners, maar dan heb je het mis. Voor Love Is Too Strong roepen ze de krachten op van hulplijn Marcus King. Deze veelbelovende bluesgitarist met rauwe hese stem die ergens zweeft tussen de soul en blues trekt de track volledig naar zich toe. Bij iedere andere act zou het niet passend zijn, de veelzijdigheid op Elevate vraagt duidelijk wel om deze bonus.
De dromerige fusion klanken van het futuristische Purple Cabbage gaan vreemd wel terug in de tijd naar hun uit 2002 afkomstige debuutalbum Outta Here. Het moederschip heeft het basisstation bereikt. Met gemak wordt hier ook de duistere swingbeat toegevoegd, waarna het weer ouderwets episch los gaat. Met in de hoofdrol de waanzinnige dolende bas van Coomes. De afsluiting wordt gecreëerd met een dubversie van het huzarenstuk Trapezoid Dub waarmee ze ook het startpunt vormden. De cirkel is weer gedicht.
Lettuce - Elevate | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bleached - Don’t You Think You’ve Had Enough? (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:31 uur
Vanuit het zonnige Californië lachen de twee assertieve zusjes Clavin ons toe. Don’t You Think You’ve Had Enough? is de derde plaat van de brutale Jennifer en Jessica die hier het meer ruigere bestaan achter zich gelaten hebben. Geen ingehouden woede, of de gefrustreerdheid van een gebroken nagel. Zelfs voor zoiets kleins is geen plek meer. Die wordt met gemak gepolijst of vervangen door een kunstnagel.
De nadruk van Bleached, want daar hebben we het hier over, is steeds sterker op het vlak van rock georiënteerde songs komen te liggen dan op Welcome The Worms. Er is door het uit Los Angeles afkomstige duo behoorlijk wat gesleuteld aan het inhoudelijk facet van de tracks waardoor het net allemaal een tikkeltje volwassener en professioneler overkomt. Voor de een is dit een verademing, voor de ander een afbreuk aan hun jonge honden mentaliteit. Dat drummer Spencer Lere ook nog een rol in het geheel heeft, wordt zowat verzwegen. Op de bandfoto’s is hij nergens terug te vinden.
Zou je bij opener Heartbeat Away nog wat meer aandacht voor de drums besteden en er donkere keyboardklanken aan toevoegen, dan zit deze zowat in de gothic rock zone. Al direct is duidelijk dat ze steeds meer van het punkrock imago af willen. De nadruk bij Hard to Kill ligt veel meer op de gestructureerde gestileerde jaren tachtig, met de hoofdrol voor de funkende discosound omlijst met een heerlijk stukje synthpop.
De vrolijke skatonen van I Get What I Need roepen tevens herinneringen op aan Robert Smith van The Cure in een vrolijke bui. Ook de met koortjes gevulde Somebody Dail 911 kan je feilloos in dezelfde periode plaatsen. Steeds meer putten ze de inspiratie uit de rijkelijk gevulde Britse nostalgische popencyclopedie. Met Valley to LA laten ze horen in staat te zijn om kant en klare echte popsingles te kunnen schrijven. Vijfendertig jaar geleden zou dit garant staan voor succes.
De catchy punkpopliedjes zoals Rebound City zitten nog in de lekkere rockchick hoek met duidelijke Amerikaanse nineties gitaarband invloeden. Wat inhoudt dat ze het stoere karakter nog niet kwijt zijn, maar wel een stuk doordachter in het leven staan. Nog steeds staan er genoeg recht toe recht aan songs, maar zo frontaal face smashend is er niet meer bij.
Wat moet het dan geweldig zijn om op het einde terug te verwijzen naar het gemodder en geploeter van de beginperiode. Shitty Ballet zou gezien kunnen worden als de definitieve afsluiting van de puberale ongein. Geweldig toch om op het slotakkoord nog eventjes alles te geven. Toch hou ik mijn hart vast, alwetende hoe het in verleden verliep met acts als The Bangles en Belinda Carlisle. Niet de soort toekomst die ik ze toewens, al brengt het financieel veel meer in het laadje.
Bleached - Don’t You Think You’ve Had Enough? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bobby Oroza - This Love (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:31 uur
Er is helemaal niks mis met gelikte soul. Vaak wordt zo’n album uit de kast gehaald als men veel plezier in de slaapkamer wil beleven. Goed hard gedraaid, zodat de buren de dag erna wel flink klagen, maar dan gelukkig alleen maar over de muziek. Soul had zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig, het krijgt nog een periode van her-erkenning in de jaren tachtig, en verdwijnt vervolgens steeds meer naar de achtergrond. En dan is er nu vanuit Helsinki opeens Bobby Oroza. Deze Finse artiest is verantwoordelijk voor het verrassende debuut This Love. Welke voornamelijk gezien kan worden als zijn voorliefde voor de grote artiesten die er in het verleden succesvol weten te scoren met hun klassiekers. De swing is aanwezig, maar tot het minimum terug gebracht. Hierdoor is er vooral ruimte vrij gekomen voor de sensualiteit.
Met zijn intellectuele ogende looks en iets wat gladde uiterlijk lijkt alles in zijn voordeel te werken. Staande achter een grote aardbol maakt hij zijn doel al kenbaar; de wereld veroveren. Je moet ook iets van arrogantie uitstralen, wil je rol als verbale ladykiller overtuigend over komen. Ondanks dat het dus erg smooth gepresenteerd wordt, staat er wel een klasse product. Het is allemaal perfect tot in de puntjes getimed. Door de vintage seventies orkestratie maakt hij zeker indruk. Met gemak wordt er in intro’s tevens een basis gelegd voor een vette raptrack. Toch gaat de voorkeur uit naar de meer swingende songs met opzwepend slagwerk. Zijn bekwaamheid om zelf veel te arrangeren en uit te werken is een prachtig gegeven, zeker in het verleidende orgelspel.
Wel mis je een stuk variatie, zeker bij de drums van grote naam Jukka Sarapää vervalt deze regelmatig in hetzelfde ritme. Met zijn achtergrond en bagage had hij er meer uit moeten halen. Nu komt het niet veel verder dan bekende hiphop breaks. De van oorsprong Reggae artiest Seppo Salmi weet dit echter recht te zetten met zijn gitaarakkoorden, die stevig de blues oproepen, maar ook kinky funky kunnen klinken. De bekende saxofonist Jimi Tenor is afwezig met zijn geblaas, maar laten horen dat hij een prachtig staaltje vintage gefluit kan neerzetten. De zichzelf toegeëigende titel van Soul King past absoluut bij de coole basloopjes van Sami Kantelinen.
Muzikaal is het dus allemaal dik in orde, zijn zang is ver bovengemiddeld, maar net wat zeurderiger. Hierbij blijft hij toch in de schaduw staan van zijn talrijke grote voorbeelden. In de vocalen moet er diepere rust en zelfverzekerdheid uitgestraald worden. Als lustopwekkend middel voldoet This Love meer dan genoeg. Als je alleen oog hebt voor je partner en een romantische avond dan kan deze prima gedraaid worden. Wil je een bredere analyse, dan is het niet zo bijzonder.
Bobby Oroza - This Love | Soul / Hiphop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Angie McMahon - Salt (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:31 uur
Het lijkt wel alsof er afgelopen jaar bijna alleen maar albums zijn verschenen van vrouwelijke singer-songwriters. Het aanbod is immens, en bestaat ook nog uit een tig aantal geweldige eindresultaten. En ook de uit Melbourne afkomstige Angie McMahon kan er wat van. Met een dieper gelaagde donkere stem past ze perfect bij de ruwe schetsmatige begeleiding. Als ze hiermee de rokerigheid van kleine ouderwetse concertzaaltjes wil oproepen, dan is het haar treffend gelukt. Salt geeft het ultieme zaterdagavondgevoel neer. Op het laatste moment ergens in een barretje aanschuiven achter een tafeltje. Met het zicht op het podium, waar een zangeres met al haar hebben en houwen je probeert te raken.
Salt is een overheersende zachte plaat, die je dwingt tot luisteren. De begeleiding is zo intiem mogelijk gemaakt. Ondanks dat haar gitaar zo nu en dan aardig de nummers mag vergruizen met brekende uithalen, laat Angie McMahon standvastig ingetogen de songs beleven. Er staan alleen maar eigen fragiele composities op, de meer dan geslaagde cover versie van Neil Youngs Helpless ontbreekt, gelukkig maakt het overige aanbod alles goed. Het zijn allemaal tracks die ze solo live kan performen. Of ze krijgt hierbij hulp van bassist en tevens eindproducer Alex O’Gorman en drummer Lachlan O’Kane. Zo basic mogelijk zonder verdere maniertjes, om maar de aandacht bij de kern te houden, en dat blijft, ondanks haar aangename verschijning, toch de muziek.
Na de somberheid van Play The Game, krijgen we in Soon het eerste keermoment. Als het gitaarspel meer opent klinkt, past Angie McMahon direct haar vocale kunsten hier op aan. Het grote voordeel van jezelf begeleiden. Keeping Time heeft een heerlijk Americana vibe. Dit zijn de gelukzalige momenten waarbij alles perfect samen komt. Hierbij verheft ze haar stem tot kunstvorm, prachtig hoe diepte en hoogte elkaar afwisselen. Push is het volgende hoogtepunt, daar evenaart ze het soulgevoel van Greg Dulli van Afghan Whigs. Een groter compliment kan ik haar niet toedienen. Pasta krijgt een snelle retro postpunk behandeling door de fabuleuze straffe gitaarrock.
Het zijn de spaarzame momenten dat ze zich afkeert van de compactheid van Salt, die je vooral bij blijven. Neemt niet weg dat het een prachtig verzorgde plaat is. Het enige waar wat op aan te merken is, blijft de ongelukkige gekozen hoesfoto. Hierdoor zet ze zichzelf neer als een onverzorgde boerentrien, gekleed in tuinbroek. Dit staat zo ver af van het geluid waarvoor ze gekozen heeft. Weer eentje om in de gaten te houden.
Angie McMahon - Salt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Kift - Yverzucht (1989) 4,0
30 juli 2020, 20:31 uur
De Kift rammelt in eerste instantie voort met een sterk anarchopunkgeluid, dat beïnvloed is door de vaandeldragers The Ex, Balthasar Gerards Kommando en Svätsox. Die laatste band heeft tevens later boegbeeld Ferry Heijne in de gelederen. Vanuit de gekraakte voormalige directeurswoning van een papierfabriek in Wormer, Villa Zuid, broeien leden van The Ex en Svätsox op hun creatieve uitwerpselen waarmee ze het jonge anarchistische publiek hopen te besmetten tot uiting van onvrede tegen de kapitalistische maatschappij en hen toe zetten tot daden. Nadat The Ex zich steeds meer ging richten op de hoofdstad Amsterdam, blijft Ferry Heijne trouw aan zijn Zaanse geboortegrond. In 1987 richt hij De Kift op, waarvan twee jaar later het rauwe Yverzucht verschijnt.
Met de van Rondos en The Ex afkomstige creatief kunstenaar Wim ter Weele en zijn kenmerkende dravende drumspel, schreeuwlelijkerd Maarten Oudshoorn die zijn teksten over het publiek heen spuugt en de strak over de bassnaren heen wandelende Jacco Butter vormen ze de basiseenheid. Ferry richt zich voornamelijk nog op het gitaarspel. Sporadisch haalt hij de trompet te voorschijn en eist nog niet de rol van theatrale frontman op. Nog voordat het debuut het licht ziet brengen ze een jaar eerder een single uit die hun bandnaam draagt. Alleen Nat & Stinkend Stroo zal de release van Yverzucht halen. De Dag en Haat vallen uiteindelijk af. Nat & Stinkend Stroo is nog echt een klassieke punksong, met het schelle gitaargeluid en dreigende opzwepende drums. Maarten Oudshoorn bewijst een bovengemiddelde punkzanger te zijn, waarbij de logica in de voordracht duidelijk terug te horen is. De Kift wil verstaanbaar de boodschap overbrengen; iets waar ze gedurende hun carrière standvastig achter blijven staan. Al zal het in het vervolg een minder negatief beeld schetsen, de teksten op Yverzucht sluiten perfect aan op de idealen van de anarchistische beweging, gericht tegen de decadente teleurgang van het Westen, met licht communistische verwijzingen.
Code het alfabet ramt er hard op los. Hier wordt de ruimte al ingevuld door de later oh zo belangrijke blazers. Hier zijn ze actief als verlengstuk van de punk. Swingend weten ze net als bij de skabeweging een extra dimensie aan toe te voegen maar de band is nog een flinke stap verwijderd van het latere fanfaregeluid. Het zaadje is geplant, en het ontkiemingsproces wordt in gang gezet. De onstuitbare energie vormt het belangrijkste terugkerende basiselement. Het tegenstrijdige geklooi in Vlijt is de voorbode van wat er nog zal volgen. Met Staal op staal hoor je voor de eerste keer de latere richting duidelijk terug. Een herhalende groove van drum en bas met daaroverheen al de fanfareklanken en krassend gitaarspel van Ferry Heijne. Doordat hij zich nog niet op de zang hoeft te concentreren krijgt hij alle ruimte om zijn muzikale verleden te laten horen.
De vervolgens totaal uit het zicht verdwenen Jacco Butter mag met zijn trillende basloopje Blind naar zich toe trekken. Het enigszins ontstemde gitaargeweld mag hierbij tegengas geven. De gemeende boosheid van de zanger krijgt vorm in zijn krachtige uithalen. Sokke met gaten is vervreemdend, met op de achtergrond het krolse aanwezige blaaswerk als gapende, vervelende toeschouwers. De muzikale pamfletten die Dwars bewoorden gaan ondersteund door de psychobilly weer terug naar de oerkern van het punkverleden. Ook het rammelende snelle Ademnood ligt geheel in de verlenging van de voorganger, met vurige verlangens naar eerdere punkidealen waar zware legerkistjes in een-twee-drie tempo het ritme aangeven.
Bokke ze neer is waarschijnlijk wel de bekendste track van Yverzucht. Met duistere fanfareklanken van een orkest dat voor de duivel lijkt te spelen is dit de absolute voorbode van het latere zo kenmerkende geluid. Alsof er na de ochtendmis flink wordt doorgezakt in de plaatselijke kroeg om vervolgens grimmig aan de wekelijkse verplichtingen te voldoen. Een huilende trompet begeleidt het zootje ongeregeld naar de rand van de afgrond. Wat moet er door de hoofden van de bandleden heen zijn gegaan toen ze het nummer voltooid hadden? Hebben ze het besef gehad dat dit een bloeiende periode van alweer dertig jaar oplevert? De totale gekte van de Hollandsche salsa in Adrenaline overdosis laat de onverschillige schijt aan de wereld mentaliteit nogmaals horen. Hiermee laat De Kift horen dat in het koude Nederland ook exotische nummers gemaakt kunnen worden, lomp, snel en eerlijk.
Met (Hartstikke) gek wordt vanuit akoestische gejam naar overspannen gefreak toegewerkt. Opvallend zijn hier de geschoolde blazers die gearrangeerd een vet tussenstuk verzorgen. Met een heuse tornado aan percussie-instrumenten waait De passie van de slager tegen alle windrichtingen in. Boven deze oorverdovende explosies ratelt Maarten Oudshoorn in volle vertrouwen door met zijn gemeende voordracht terwijl slager Wim ter Weele hem alle hoeken van de studio laat zien. Het griezelige intro van (Hou je) oren (open) overstijgt het punkverleden. Doordreunende baspartijen krijgen ondersteuning van gitaar en blazers, werkend tot aan een spannende climax. Dit korte hoorspel is een treffend eindstuk van de plaat. Yverzucht is vanwege het zoekende karakter misschien wel de meest veelzijdigste plaat van De Kift, al klinkt deze ook het meest gedateerd. De noodgedwongen groei die ze ondergaan na het wegvallen van de leadzanger zal hun kenmerkende sound tot gevolg hebben.
De Kift - Yverzucht | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mega Bog - Dolphine (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:30 uur
Nadat Meg Duffy net haar persoonlijke shit van zich af gezongen heeft onder haar alter ego Hand Habits op Placeholder, verschijnt ze nu weer in haar begeleidende rol als gitarist op het vijfde Mega Bog album Dolphin. Haar aandeel is ook nu weer zo bepalend. Het lijkt wel dat de in mineur gestemde rol haar goed beviel, getuigende het meer ingetogen spel. Toch is Mega Bog nog steeds voornamelijk de band van de uit Seattle afkomstige singer-songwriter Erin Birgy, al zorgt haar exotische aanpak bijna voor het etiket chansonnière. De band bezit verder met bassist Matt Bachmann, James Krivchenia voor de sfeer makende percussie en Derek Baron op drums een sterke basis. Bijgestaan door een overschot van verschillende gastmuzikanten zijn ze verantwoordelijk voor het swingende geluid van Dolphin.
Al vanaf For the Old World gaat Erin Birdy er vol in met een opener, zeg maar gerust wereldser geluid. Na het postpunk begin shopt ze met gemak tussen verschillende invloeden en culturen waardoor het net wat lastiger te plaatsen valt. Het komt alles behalve rommelig over, de statische gotische uithalen halverwege laten haar vocale capaciteiten de eerste keer duidelijk gelden. Dit weet ze op Diary Of A Rose op dezelfde prachtige manier op te roepen. Dolphin is bedoeld om in weg te dromen, maar laat ook meer donkere kanten van zich horen. Met een basis van dreampop schakelen ze met gemak om naar funky luisterliedjes en meer steviger rockwerk, en dit allemaal feilloos verwerkt in de songs zoals in het hoogtepunt I Hear You Listening (To the Bug on My Wall). Ook de jazzy Bossanova klanken van Thruth in The Wild zorgen voor een aangenaam klanktapijt. Het beklemmende titelstuk Dolphin heeft zelfs new age als uitgangspunt. Prachtig dat ze juist door het gebruik van veelzijdige sessiemuzikanten het allemaal wat sfeervoller weet uit te drukken.
Met welke gedachtegang in haar achterhoofd lijkt Erin Birdy van start te zijn gegaan? Of zou ze zich volledig hebben weten te leiden door haar gevoel. Op dit soort momenten vraag ik mij af wat er eerder is geweest; de teksten of juist de muziek. Door sfeermakers als Aaron Otheim, Will Murdoch en Zach Burba krijgen de synthesizers een prominente rol. De tracks die zij mede mogen invullen dragen het eeuwige herfstgevoel van het koude oorlog tijdperk. Wordt de ruimte bewoont door blaasinstrumenten, dan roepen ze juist weer sterk het verfrissende voorjaar op. Dit openbaart zich nog het beste na de kakofonie halverwege Fwee Again, om vervolgens gesteund te worden door een overschot van vocale samplers. Het blijft afwegen of het klaagzang is of vreugde, laat ik het positief bij het laatste houden. Deze weten de plaat ook af te ronden in Waiting In The Story.
Met de dominante zang van Ash Rickli in het schijnbare niemendalletje Spit in the Eye of the Fire King zit ze weer op het terrein van de folky psychedelische protestzangers. Het luchtige lachje op het einde benadrukt nogmaals dat het allemaal niet te serieus opgepakt dient te worden. Hoe wrang is het dat Ash de uiteindelijke opnames nooit zal terug horen. Net de dertig jaar gepasseerd overlijd hij in november 2017 totaal onverwachts aan een hartaanval. Hoe bijzonder is het om hem hier nog met veel plezier te horen zingen. Ik ga er vanuit dat ook zijn nabestaanden hem op deze manier het liefste in memoriam eren. Alleen hierdoor al een indrukwekkende song die Dolphin gelukkig heeft mogen halen.
Mega Bog - Dolphine | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Local Store - Magpie and the Moon (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:30 uur
Dat het Noorse Local Store een aangenaam zijproject van Bjørn Klakegg is hoor je sporadisch terug. Veel minder ligt de nadruk op de progrock, iets wat bij zijn bekendste band Needlepoint wel het geval is. Wat wel sterk opvalt is dat de basis hier ook ergens in de jaren zeventig te vinden is. Dat deze frontman in een ver verleden samen met Harald Skullerud in 1999 het jazzalbum Gloria heeft uitgebracht is nog minder blijven hangen. We hebben hier te maken met een gelauwerde gitarist die ondertussen al de zestig jaar heeft aangetikt. Deze grootheid is nog steeds relatief onbekend, en de mooie klanken van Magpie and the Moon zullen daar schijnbaar helaas weinig veranderingen in brengen.
Klakegg stelt zich niet pretentieloos op, hij bewijst dit met het overbrengen van zijn bekwaamheden en vakmanschap. Het is niet vreemd dat Matthias Krohn Nielsen als tweede gitarist een mooie extra dimensie aan het geheel geeft. Wetende dat hij dit grotendeels als leerling van de frontman heeft geleerd. De inspiratie die Matthias Krohn Nielsen vervolgens heeft opgedaan in andere bands, zorgt ervoor dat hij ook bij Local Store voor de nodige invulling garant staat. Het tweetal wordt tot een kwartet gevormd door Magnus Tveten op bas en Tore Ljøkelsøy achter de drums.
Magpie and the Moon kent een bescheiden opbouw. Met het folky titelnummer krijg je rustig de kans om langzaam de aandacht op te bouwen. Met twee geschoolde gitaristen is het overduidelijk waar de gedachtes het meeste naar toe getrokken worden. Ondanks dat hun spel aardig in de Americana hoek liggen, weten ze er een eigen draai aan te geven. Het vlugge fingerpicking werk met hysterische rockuithalen gooit het al direct op een andere boeg. Als de song op het laatst zijn adem uitblaast heb je ook tijd om eventjes bij te komen. Helaas blijft de wat softe zang achter bij het goed gespeelde geheel, en soms wordt er net een fractie teveel bij de gitaren stil gestaan. Hierdoor lopen bepaalde eenzijdige nummers net iets te stroef. Bij het meer psychedelisch getinte Howling krijgt Tore de opdracht om het ritme wat meer op te voeren. Alleen daarom krijgt het veel meer impact. De samenzang blijft wat gezapig, maar muzikaal maakt het veel goed. Mede doordat de gitaar bijna vlam lijkt te pakken, en er de meest indrukwekkende akkoorden tevoorschijn worden getoverd.
Het hoogtepunt wordt gevormd met The Riverside. Deze donkere track verbergt de nodige mysterieuze postrock geheimen die door het zwaardere retro duisternis aan de buitenwereld worden getoond. Het lijkt wel alsof de instrumenten een stuk lager gestemd zijn. Hoe ze het ook klaar spelen, dit is de toevoegende waarde die een plaat als Magpie and the Moon net nodig heeft. En dit alles gestopt in een song die net de drie minuten haalt. Vote for the Dog laat de gitaar vervolgens janken als een mondharmonica. Dit foefje komt echter alleen maar in twee keer tot uiting. Wel mag er vervolgens nog eventjes flink gescheurd worden. Voor de gevorderde gitarist is het allemaal prachtig. Genoeg om volledig uit te pluizen en na te spelen. De gemiddelde luisteraar zal waarschijnlijk juist daarover struikelen. Al valt niet te ontkennen dat het allemaal zeer goed in elkaar steekt.
Local Store - Magpie and the Moon | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
B Boys - Dudu (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:30 uur
Wat is het gaaf om als buitenstaander een battle tussen twee b-boys groepen mee te mogen maken. Met wederzijds respect probeert de een de ander af te troeven. Wetende dat de band B Boys uit New York komt, nog steeds een van de hiphop hoofdsteden van de wereld, dan verwacht je een vette East Coast plaat gevuld met de nodige breaks. Hoe verrassend is het dan om rauwe funkende gitaarrock te horen, gesigneerd met een afgeragd punkrandje. De B staat hier voor Brooklyn, thuisbasis van het trio Andrew Kerr, Brendon Avalos en Britton Walker. Gewapend met de kerninstrumenten gitaar, bas en drums slaan ze hun slag in het geruïneerde postpunk slagveld.
Met Dudu gaan ze verder op de ingeslagen weg van het debuut Dada. Het zou niet eens zo vreemd zijn als ze het volgende album Dee Dee zouden noemen, naar de eerste Ramones bassist. De snelheid en compactheid van de songs heeft nog enigszins raakvlakken met deze baanbrekende culthelden uit New York. Toch staan de cartoonachtige figuren die allen hun Stairway To Heaven bewandeld hebben verder niet centraal, maar wagen de B Boys muzikaal de overtocht naar de bruisende jaren zeventig van het Verenigde Koninkrijk.
De kapot gezongen hese zang komt nergens te agressief en boos over, maar is een middel om overtollige energie kwijt te raken. Dat ze hiermee in staat zijn om iets moois te creëren lijkt het voornaamste belang. Goed doordacht voegen ze daar de rommelige goedkope gitaarsound aan toe. De kunst is om vervolgens niet met opgeheven vingertje het highschool gevoel op te roepen. Hiermee voorkomen ze dat ze ten onder gaan aan pretentieuze bullshit. Wijdbeens en geaard staan ze voor sympathie bij de ouderwetse hardcore scene, maar tevens respecteren de gitaar georiënteerde indiepop liefhebbers deze eerste klas punksprinters. Met het New Wave achtige On Repeat als duidelijk voorbeeld hoe ze ook een breder publiek kunnen overtuigen.
De oerknal die de punk halverwege de seventies veroorzaakte dendert nog steeds voort. Nog steeds schreeuwen raddraaiende jongeren hun onvrede van zich af in gemakkelijk mee te brullen slogans die als een mantra het straatbeeld bevuilen. Zo lang die behoefte sterk aanwezig is, weet je dat er nog steeds geen stabiliteit heerst in de wereld. De working class mentaliteit van B Boys is hier het zoveelste voorbeeld van. Wel is de verpakking een stuk aanstekelijker en klantvriendelijker dan vroeger.
Jongeren van nu hebben vaak geen geleerde psychologen nodig om de lastige overstap naar de hedendaagse maatschappij te maken. Ook daar domineren de regeltjes, waarden en normen. Eensgezindheid met gefrustreerde leeftijdsgenoten is regelmatig een betere therapeutische basis. Nog steeds staan er generaties op en boegbeelden die het verzet oproepen. Het grote nadeel blijft dat deze verfrissende jeugdigheid in vrijwel alle gevallen zal leiden tot het serieuze volwassenheid. Maar dan is er wel weer een nieuwe band die de barricades trotseert. Nu prijzen we onszelf gelukkig met deze veelbelovende gasten uit Brooklyn.
B Boys - Dudu | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Blanck Mass - Animated Violence Mild (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:29 uur
Onvrede is een creatieve voedingsbron voor veel kunstenaars. De frustraties die het oproept worden omgezet in een doelgericht proces. Zo vormt dit ook de katalysator voor het heftige nieuwe project van Benjamin John Power. Als Fuck Buttons maakte hij samen met Andrew Hung al een aantal geweldige platen voordat hij in 2011 Blanck Mass opzette. De wereld hoorde een jaar later tijdens de Olympische Spelen in Londen de track Sundowner waar The London Symphony Orchestra deze bijna onherkenbaar verwerkte in de openingsceremonie. Speciaal voor Record Store Day gooit hij Violence van Editors in de mix, invloeden die ook terug te horen zijn op het vierde Blanck Mass album Animated Violence Mild.
Na een rommelig Intro overweldigd Benjamin John Power met zware industriële aanslagen die ergens vanuit de progrock basis overgaan in demonische black metal achtige zang. Dead Drop overrompelt en gooit alle gefrustreerde energie er uit. Teleurgesteld in het persoonlijke leven en de alles verslindende consumptiemaatschappij spuugt Blanck Mass direct al zijn boosheid over ons heen.
Totaal verdoofd vervolgt hij zijn lijdensweg in het stuiterende en stukken toegankelijkere House vs. House. De duisternis barst open als de lichtere dance invloeden passeren. Door het universele karakter komt hij direct tot de kern van zijn boodschap. Een track die is opgesteld als een alles bereikend massaproduct. Het vermogen om een breder publiek te bereiken, iets waar de producer juist zo argwanend en met afschuw zijn onmin over uit. Hoe tegenstrijdig is dit als je weet dat hij zijn naam heeft geëtiketteerd aan de grootste sportgebeurtenis van de wereld. Het euforische karakter roept herinneringen op aan de hoogtijdagen van populaire dance acts die in de jaren negentig de festivalgronden domineerden.
Met de Eurohouse van Hush Money bevinden we ons op het vlak van foute Duitse jaren tachtig kitsch. Perfect passend in het thema door het beeld van zure regen, haarlak en fluoriderende producten die het milieu aantasten. In die lijn dendert Love Is a Parasite door, al is het juist door de ingehouden passages dynamischer. Op het moment dat de eenzijdigheid op de loer ligt wordt halverwege de dreampop opgezocht. Tegen het einde is daar gelukkig weer dat verziekende duiveltje die vocaal de nodige dreigende zinnen uitbraakt. Met het theatrale Creature / West Fuqua blijven de invloeden van de doemrock aanwezig. Verzachtende harpklanken geven het een aangenaam futuristisch sfeertje mee, waardoor er plotseling ruimte is vrijgekomen voor een meer new age benadering.
De meer experimentele tapeloops van No Dice zet Blanck Mass het project voort in de industriële hoek, al is het net wat luchtiger van toon. Met de heftige finale Wings of Hate sluit het af als een militante Electric Body Music track. De grimmigheid benadrukt nog eenmaal de gedachte achter Animated Violence Mild; een postmodernistische filosofie die zich als een aanklacht tegen de onrechtvaardige machtspositie van de megaconcerns richt. De vergiftigende appel op de hoes staat centraal voor al dat mooie wat de natuur bied, en de mensheid die deze vernietigd.
Blanck Mass - Animated Violence Mild | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fontaines D.C. - Dogrel (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:29 uur
Dat Dublin gevormd is door de harde levenslessen, werkt verder door op de nieuwe generatie jongeren die al loerend vanaf de zijlijn de wereld in de gaten houden. Een groepering die niet in U2 hun grote voorbeeld zien, maar wel net als deze invloedrijke band op dezelfde plek de inspiratie vandaan haalt; de punk, en het daarvan afgeleide postpunk. Fontaines D.C. weet de opgefokte vooruitstrevende jeugdigheid te mengen met het dromerige romantische toekomstbeeld waarbij escapisme de enige uitweg lijkt.
Het gaat bij frontman Grian Chatten meer om de overschreeuwende kracht in zijn uitspattingen, dan om het netjes afgerond binnen de lijntjes balanceren. Dogrel is een spannende bokswedstrijd, waarbij de sympathie uitgaat naar de underdog, en waarbij het niet van belang is of hij er als winnaar uit voort komt. De aandacht gaat naar het gehavende incasseren van klappen die recht in je gezicht belanden. Een toebijtende pitbull vechtersmentaliteit. Het bloed, het zweet en de tranen zijn terug te vinden in de puntige krachtexplosies waar Fontaines D.C. het publiek mee opscheept.
Een droomstart waarbij de Do It Yourself houding centraal staat. Er wordt niet met alle macht geforceerd geprobeerd om het beeld van grote inspirerende idolen op te roepen. Natuurlijk haakt het feitelijk van alle kanten in op het zware uitzichtloze tijdsbeeld van de wachtkamer van de jaren tachtig, waarbij het No Future gevoel genoeg inspiratie vormt om zich hier tegen te bewapenen. De wereld staat in brand en Fontaines D.C. gooit er nog een jerrycan aan benzine overheen om het vuur nog meer op te stoken. Maar het is wel hun wereld, en niet die van hun ouders.
Wat zou de punk er anders uit hebben gezien als er zoveel aandacht werd besteed aan een sterk ritme duo zoals bij Fontaines D.C. Zo strak als hoe bassist Conor Deegan III en drummer Tom Coll hier de basis afleveren aan Grian Chatten is wonderbaarlijk te noemen. Hij hoeft alleen maar in te stappen met het tekstueel sterk opende Big. Hoe hij hier de problematiek van het opgroeien in het godsdienstelijk verdeelde Ierland al direct bij de kern benoemd, is een statement waarmee je vol trots van je mag laten horen. Dit is de onvrede waarmee zijn familie jaren geleden mee dienden te leven. Nu die zich ondertussen maatschappelijk aangepast hebben, zijn het juist de jongeren die zich hier frontaal tegen verzetten, door gedocumenteerde idealen opnieuw af te stoffen.
Dogrel is veel meer dan een ogenschijnlijk goed debuut. Het is een waardevolle monument, waarbij de hang naar verandering centraal staat. Wel de historische waardes overeind laten, het niet meer presenteren als stabiele basis, maar als startpunt. De korte stampende punksongs beademen de realistische kijk op het heden uit, terwijl de zweverige new wave staat voor hoe de toekomst het meest leefbaar in te vullen is. Grain Chatten is niet zozeer een gebroken poëet, maar eerder een nachtelijke pamfletschrijver, die in het geniep werkt aan pakkende slogans. Deze blijven eenvoudig gezien, gewoon veel langer in het brein hangen.
Het onderscheid met het arbeidersklasse Londen van de jaren zeventig wordt gemaakt met het afsluitende Dublin City Sky. Hierbij staan de chauvinistische roots van Ierland centraal. Dit is een traditional in opbouw, waarbij ze herinneringen oproepen aan de rauwe folkrock, zonder daarbij teveel de nadruk te leggen op oeroude muziekinstrumenten. De jong doorleefde mannen van Fontaines D.C. staan met beide voeten wijdbeens in het nu van 2019. Of Dogrel zich zal ontwikkelen tot een klassieker moet nog blijken. Het is in ieder geval wel de plaat die noodzakelijk is om de jeugd in beweging te zetten. Gian Chatten is niet de nieuwe spreekbuis, hij is alleen het verwrongen geweten. Vertolkers verdwijnen namelijk, maar het binnenste van een ziel zal altijd overleven.
Fontaines D.C. - Dogrel | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Trash Kit - Horizon (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:29 uur
Het uit Londen afkomstige Trash Kit wil op hun vorige twee albums Trash Kit en Confidence nog erg gejaagd klinken. Met de snelheid van een gemiddelde punkband werken ze zich in hoog tempo door de nummers heen. Of deze met The Ex bevriende band tips heeft gekregen van deze ouwe rotten in het vak, of dat ze zelf het initiatief genomen hebben, is niet duidelijk. Wel hebben ze in het voorprogramma genoeg inspiratie op kunnen doen. Iets wat voor beide partijen zo goed is bevallen, dat The Ex ze ook nu weer heeft gevraagd als een van de support acts. Het gegeven dat het veertigjarige bestaan van deze van oorsprong oer punkers moet een gigantisch feest moet worden. Je hoort in alles op Horizon een bredere kijk op de wereldmuziek terug. Daarmee opereren ze op hetzelfde level als The Ex, die hedendaags ook verschillende culturele aspecten een plek in hun muziek geeft. De noise held Thurston Moore van Sonic Youth mogen ze ook tot hun bewonderaars rekenen.
Nog verder leiden de combinatie van Afrikaanse ritmes en ouderwetse postpunk invloeden tot songs met kop en staart. Niet dat Rachel Horwood nu stil achter haar drumstel zit. Ze is echter gegroeid in het structuur aanbrengen in haar experimentele slagwerk. De percussie wil steeds meer een sturende rol op zich nemen, waardoor Gill Partington met haar bas gemakkelijker aansluiting vind. Met deze basis komt het dromerige, hoekige gitaarspel van Rachel Aggs veel meer tot haar recht. De samenzang van de twee Rachels geeft het net wat extra’s, al is het de gitarist die de hoofdvocalen op zich neemt.
In openingssong Coasting hoor je dat direct al terug. Doordat het allemaal niet zo ingemetseld is, blijft er ruimte voor de sfeervolle cello van Coral Rose en het vioolspel van Emma Smith. Met het exotische werk van Rachel Aggs in Every Second ervaar je een meer geschoolde ontwikkeling. Als een traditionele zigeunerartiest werkt ze zich door het akoestische intro heen. Het grote verschil met de vrouwelijke bands van rond 1980 is dat Trash Kit niet feministisch en hysterisch klinkt. De zang ademt net wat meer liefde uit, en wil minder steken. Sterker nog, door minder tegenstrijdige beats, nodigt het daadwerkelijk uit om op te bewegen.
Prachtig om in een typisch Afrikaans nummer als Dislocate te ervaren dat Rachel Horwood waarschijnlijk in een grijs verleden verplicht piano lessen heeft moeten volgen. Een combinatie die minder vaak toegepast wordt, maar wel treffend in elkaar overloopt. Zo maakt Trash Kit een vluchtig uitstapje richting jazz, een genre die je ook terug hoort in het titelstuk Horizon. Ook door deze invulling krijgt het afsluitende Window dezelfde vrouwelijke toetsen massage.
Het meest verrassende blijft toch wel het instrumentale Disco. Ramt Trash Kit op hun debuut nog zeventien tracks in minder dan een half uur uit de speakers, hier wagen ze zich aan een song die ruim de zeven minuten aantikt. Vreemd genoeg wordt hier wel veel meer terug gegrepen naar het opgefokte karakter van de beginperiode. De saxofoon van Dan Leavers geeft net genoeg tegengas. Op het veel geprezen The Comet is Coming – Trust in the Lifeforce of the Deep Mystery is hij een van de grote smaakmakers achter de synthesizers en laat hij held Shabaka Hutchings de sax, als geen ander, bespelen maar hier laat hij zelf horen ook niet bepaald onverdienstelijk te spelen. Hij pompt Disco zowat tot ska bereikende hoogtes, om vervolgens bijna fluisterend meer de achtergrond in te duiken. Eerlijk is eerlijk, zonder Dan Leaves zou het allemaal een stuk minder overtuigen. Het trio heeft zich ontwikkeld tot een salsa van opzwepende en pittige ingrediënten. Live krijg je de komende tijd vijf keer de kans om dit in Nederland te ervaren.
Trash Kit - Horizon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dommengang - No Keys (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:28 uur
Sinds de blues en rock eind jaren zestig een collectief huwelijk afsluit, en uit dat geheime verbond de bastaardzoon hardrock voortkomt, blijven de volgelingen generatie op generatie de wereld bestieren. Altijd blijft de behoefte naar deze pure, rauwe zijtak aanwezig. Wel wordt er vaker gepoogd om meer strak naar de roots terug te keren. Met de nodige psychedelica ingrediënten en creatief soleren wordt de capaciteit van de versterkers verkent. Nu de aandacht zich voornamelijk richt op de groot geworden gesettelde namen, blijft de achterhoede veelal buiten beeld. Tijd om stil te staan bij een van de nieuwe zendelingen. Het Californische trio Dommengang levert met het sterke No Keys alweer hun derde volwaardige plaat af.
In het spacende Sunny Day Flooding wordt de effectenpedaal bijna vermorzeld tot een vuig jaren zestig garagerock niveau. Dan “Sig” Wilson laat zuigend de meest smerige geluiden op je los, alsof er een pact met de duivel is afgesloten. “Search and Destroy”. Om vervolgens de meest waanzinnige heldere postpunk klanken uit zijn gitaar tevoorschijn te toveren. Adam Bulgasem ruïneert met grof geweld alles tot verpulverd puin, terwijl Brian Markham zijn vingers open brand aan de dikke logge bassnaren. Hoe is het vervolgens mogelijk om hier nog acht nummers aan toe te voegen, als alles al totaal stuk gespeeld is.
In het rustig opbouwende Earth Blues wordt er een vangnet ingezet om de akkoorden een aangenaam spanningsweb te laten spinnen. Dit om te voorkomen dat de song verzuipt in eindeloos groovend gefreak. Deze structuur laat zich vermengen tot een duizelingwekkende opeenhoping van stijlen waar de blues er als uiteindelijke winnaar uit komt. Woest gaat Wilson voor de eerste keer ongetemd los in Wild Wash om vervolgens zijn onverschillige druggy zang er aan toe te voegen. Het zijn allemaal duidelijke invloeden van andere acts, de originaliteit is vooral te vinden om dit als een onmogelijke puzzel passend te maken. Waarschijnlijk nog een lastigere opgave.
Het hypnotiserende Stir The Sea smelt samen tot een gigantische brok aan druipende liquide mixtuur, waar de voedingsbodem getoxideerd wordt tot een langwerkend verslavend goedje. Je gaat helemaal op in hallucinerende werking van de track. Het spookachtige Blues Rot is enkel een aankondiging die leid tot Kudzu waar de bas een postpunk basis neerlegt. Daaroverheen volgt een ritmische trippende Madchester dekentje, waar de echtheid van de instrumenten reguleert dat het zich niet verstikkend en chaotisch ontwikkeld.
De serene rust van Arcularius: Burke krijgt kleur door het brede palet van de regenboogklanken die zich samensmelten tot muzikale vloeistofprojecties mengend tot de basisbeginselen van de hardrock. Het krachtige duo bestaande uit drum en bas stuwt het door de versnelde geluidsgolven om vervolgens te exploderen in vette solerende bluesrock. Nu de rem er helemaal af is kan Dommengang ontspannen methodisch te werk gaan zonder te verzuipen in het aansluitende Jerusalem Cricket. Geen nieuwe invalshoeken, maar eerder een hoorbare verfijning van het geluid.
Na dit spannende verloop valt Happy Death (Her Blues II) ondanks de jankende gitaar een beetje tegen. Meer nog wordt de basis opgezocht met een oud en geleefd klinkende Dan Wilson. Na zo’n aardverschuiving wil het allemaal te gewoontjes over komen. Neemt niet weg dat Dommengang gezegend is om zo veilig mogelijk af te ronden.
Dommengang - No Keys | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Kift - Koper (2001) 4,0
30 juli 2020, 20:28 uur
Als De Kift in september 2001 alweer 12,5 jaar actief is, willen ze dit feit memorabel vieren. Ze kiezen hierbij niet voor de gemakkelijkste weg door een verzamelaar uit te brengen. Het vijfde album Koper staat uiteraard voor het koperen huwelijk in groepsverband, maar kan ook gezien worden als een ode aan de koperen muziekinstrumenten. De blazers nemen een steeds prominentere rol op zich, en zijn min of meer hun handelskenmerk geworden.
Ook nu weten ze het publiek te verrassen met een ludieke actie. Aansluitend op de verzamelkoorts van voetbalplaatjes krijg je bij de cd een plaatjesboek met plakplaatjes. Om het boek compleet te krijgen kun je zakjes kopen met de overige afbeeldingen. Internet begint een steeds grotere rol te spelen, en online wordt er dan ook gehandeld in de afbeeldingen. De band met het punkverleden blijft sterk aanwezig. Jos Kley, die de zang verzorgt bij The Ex, is mede verantwoordelijk voor de illustraties. Ook keyboardspeler Frank van den Bos is na een afwezigheid van drie jaar weer terug bij het gezelschap.
Koper is een passend vervolg op Vlaskoorts. Met prachtige ontspannen dansbare songs die de plaat introduceren ontstaat de illusie dat het daadwerkelijk een feestplaat geworden is voor in de zwoele zomerzon. Dat publieksliefhebber Nauwe Mijter zo hoog in De Kift Top 30 is geëindigd is niet zo vreemd. Met lawaaierige blikken percussie word je enthousiast door elkaar geschud om het verslag van deze hechte vriendengroep te vervolgen.
Nog steeds heeft het verhalende iets sprookjesachtigs in zich, al ligt de nadruk steeds meer op kant en klare liedjes. Het hoorspelachtige karakter is meer verdrongen en heeft plaatsgemaakt voor meer traditionele volksmuziek. Door de mystiek doet het denken aan verloren gegane sages en legendes van een eeuw eerder die hier opnieuw worden uitgevoerd. Dit vat De Kift het beste samen; hoe muziek zich ook zal blijven ontwikkelen, ze weten het begrip tijdloze muziek een vernieuwende definitie te geven.
Werd de inspiratie op de vorige drie platen al meer gezocht in de Oost-Europese, en voornamelijk Russische literatuur, nu komt daar steeds meer ook de culturele omlijsting uit die landen bij kijken. Dit allemaal met volle overtuiging gebracht. Het warme De Molenaar roept niet voor niks beelden op van eindeloze stranden en doorzichtige blauwe zeeën. De basis hiervoor is een van oudsher Griekse compositie, in passend maatpak gesneden door de mannen van De Kift. Ook Tabee, wat een bewerking is van werk van reggae-artiest John Holt laat een breder georiënteerde band horen.
Er wordt geproost op het leven, genoten van de muzikale specerijen. Na het plechtige opgeleukte begin wordt er in de hoekjes van de zaal al op de achtergrond geroddeld. Hoe meer drank er vloeit, des te luidruchtiger de gedachtegang. Ferry Heijne deelt als observator zijn gemeende kronkelende gedachten. Zijn teksten lijken zich vooral in zijn hoofd af te spelen, om niet gemeenschappelijk geopenbaard te worden. De zwarte kant van het bestaan blijft aanwezig. Het is een trieste vrolijkheid, de lach en de traan, vooral veel tranen.
Bij het wrange Ceremoniemeester wordt de hoofdspreker aangemoedigd door veelal vrouwelijke gasten, die als een dameskoor tegengas geven. Steeds verder raakt hij van het pad, de voorbereide speech is vervaagd door gemorste drank, waardoor boosaardig improvisatie de sfeer omslaat van vriendelijk en gemoedelijk tot drukkend en sinister. Als buitenstaander maak je langzaamaan kennis met de karakters van Koper, en steeds meer verlang je om voortijdig deze op papier heugelijke avond te verlaten. De dreiging leid tot opgekropte waanzin, die zich in Vorstin tot een luguber hoogtepunt ontwikkelt.
De stiltes die volgen worden alleen maar onderbroken door dolgedraaide percussie. Blazers staan hun plaats af aan de terug kerende Frank van den Bos die met zijn pianospel nogmaals benadrukt dat deze kracht eigenlijk niet gemist kan worden. Door het contrast met het begin mag Koper overduidelijk gezien worden als de meest donkere plaat van De Kift. Wat een uitnodigende viering van het jubileum had moeten worden, ontaard in een gigantische puinhoop. Precies zoals deze band het gewild heeft.
De Kift - Koper | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jay Som - Anak Ko (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:28 uur
Als dochter van Filipijnse immigranten brengt Melina Mae Duterte onder de naam Jay Som heerlijke softpop platen uit. Het zonnige Los Angeles zorgt voor de persoonlijke twist, waardoor ze een stuk minder beklemmend en grijs klinkt dan haar grote voorbeelden die in de jaren daarvoor het fundament gevormd hebben voor de muzikale ideeën van Melina Mae. Anak So staat in het Tagalog voor “Mijn Kind”, en zo beschouwen veel artiesten een nieuwe plaat, als hun kindje. Na het opnameproces mag de releasedatum gezien worden als een zware bevalling. Na het buitenechtelijke met voornamelijk demo’s gevulde Turn Into weet ze de aandacht te trekken bij de platenmaatschappijen. Everybody Works is wettelijk erkend bij Polyvinyl Records, waar ze nu ook de geboorte viert van haar derde album Anak So.
Door de veelal lieve vriendelijke benadering begeeft deze indie singer-songwriter zich regelmatig op het randje van kinderlijke speelsheid. Het zoetlieve karakter van de nummers mag hierdoor soms wat saai en afwezig over komen. Jammer, want muzikaal gezien zit dit eenmansproject prima in elkaar. Met de nodige tijd en aandacht is er gewerkt aan genoeg variatie, die pas na meerdere luisterbeurten echt opvallen. Dit komt nog het beste tot uiting in het prachtige titelstuk Anak Ko. De wisselingen in de keyboardbegeleidingen zouden centraal kunnen staan voor de constante klimaatveranderingen van de Filipijnen. Na de trippende herhalende beats komt vooral het dreigende tussenstuk prachtig over, als een opkomende onweersbui die plotseling tot uiting komt, terwijl een paar secondes daarvoor nog de frisheid de overhand had. Door de minimale echo effecten op de vocalen wil het aangename mistige vertwijfeling oproepen.
Door de verstilde postpunk kan Jay Som het ene moment triest overkomen, terwijl vervolgens vreugdevol de zon op je gezicht schijnt. Anak Ko laat je een wandeltocht tussen de seizoenen maken waarin de vier basis elementen terug lijken te komen. Lucht staat centraal in zweverige songs zoals de huppelende dreampop van Superbike en de spirituele new age van Devotion. Vuur komt terug in de met postpunk gevormde If You Want It, dat vooral door de stugge donkere baslijnen en ontvlambare gitaarspel uitgroeit tot het tweede hoogtepunt van de plaat. Het dynamische Peace Out heeft met de dreigende serieuze zang het aardse en onzekere in zich van de grunge generatie. Water vind je in de kristalheldere met countryslide gitaar bewerkte afsluitende Get Well, wat rustig voort kabbelt op de bewegende rustgevende mediterende watergolven.
Jay Som komt met een verbintenis tussen de traditionele achtergrond en opvoeding en de Westerse invloeden van haar daadwerkelijke thuisland. Als Anak Ko staat voor haar kind, dan kan zijzelf beschouwd worden als universele moeder. Zou ze op een volgende plaat de vlakke luchtigheid vervangen door meer pittige brandbare tracks en een open visie, dan zou dat een spannender geheel opleveren.
Jay Som - Anak Ko | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
New Model Army - From Here (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:28 uur
Van de basis van anarcho rockers New Model Army uit Bradford is alleen frontman en doemdenker Justin Sullivan over. Na de glorietijden in de jaren tachtig krijgt de band een zware klap te verwerken als bij drummer Robert Heaton pancreaskanker wordt vastgesteld. In 2004 zal hij op de jonge leeftijd van 43 jaar bezwijken aan de oneerlijk gevoerde strijd. Deze impact heeft tot gevolg dat de band zich steeds wranger en slepender presenteert. New Model Army wisselt vervolgens regelmatig van bezetting, van de stabiele eenheid uit het begin is niets meer over. Het lijkt mij ook verdomd lastig om je opnieuw te binden aan bandleden, als zo’n bepalend lid is weg gevallen. Live staat het nog steeds als een huis, en ook de albums blijven van constant hoog niveau. Het bestaansrecht hebben ze nog steeds, getuige de trouwe volgelingen die ze concert na concert blijven volgen.
Na het optimistische Today Is A Good Day van tien jaar geleden volgt het lawaaierige Between Dog and Wolf met de dominante percussie. In 2016 komt het koude en kille Winter uit. Het veertiende volwaardige studioalbum From Here sluit daar nog het beste op aan. De krachtige stem van Justin Sullivan klinkt nog net zo sterk als 35 jaar geleden. Ondanks dat er wel wat van zijn rebelse houding is afgesleten, weet hij zich zoals altijd maatschappelijk kritisch op te stellen. Het milieu en de weersveranderingen door een opwarmende aarde blijven thematisch terug komen. Eigenlijk is er bar weinig veranderd sinds de angst voor de gevolgen van de zure regen, alleen wordt het gevaar tegenwoordig plasticsoep genoemd. Zijn gemeende oprechtheid treft je ook nu weer recht in je hart.
Het producersteam Lee Smith en Jamie Lockhart mag net als bij de vorige twee albums de omlijsting verzorgen van het schilderachtige From Here. Deze samenwerking heeft zijn bittere vruchten afgeworpen die treffend passen in de idealistische kijk van Sullivan op een betere wereld. Zo lang deze niet in evenwicht zijn, zal de protestzanger van zich laten horen. Terwijl er voorheen trouw werd gezworen aan de basisinstrumenten gitaar, drum en bas is er de laatste tijd veel meer een ommezwaai gemaakt naar een meer georkestreerde keyboardbegeleiding. Hierdoor druipen gitzwarte verterende klanken al vergiftigend druipend de zang tegenmoed. De wanhoop wordt hierdoor gesmoord, waardoor de scherpe dramatiek een bijna theatraal vervolg krijgt. De hulpeloze verbale uithalen in Passing Through worden keihard naar de achtergrond verdrongen. Na een prachtig akoestisch tussenstuk lanceren de drums en gitaren een mooi episch einde waar Sullivan zijn kenmerkende gevoeligheid een plek kan geven. Hoe mooi kan je een plaat openen.
From Here is een opgejaagd chaotisch geheel, waarmee nogmaals benadrukt wordt dat de tijd begint te dringen. Het is een apocalyptische race tegen de klok voordat de aarde uit zijn vernietigende voegen barst. De altijd welbespraakte frontman wil je met zijn lyrics tot denken aanzetten. In de kritische noten wordt de boodschap duidelijk verwerkt, zonder een te persoonlijke aanval op de wereldleiders en de gevolgen van de Brexit. Door de dynamische opbouw tussen harde en zachte passages ontstaat een harmonieus evenwicht in de songs. Met het verlopen crusty uiterlijk van het boegbeeld Sullivan roepen ze nog steeds genoeg strijdbaars op, al zal hij waarschijnlijk niet meer vooraan lopen in de demonstraties. Nog steeds durft hij de barricades te trotseren, gewapend met het woord.
Het grootste verschil met vroeger is dat er op From Here wel geloof is in een optimistischere toekomst. De dromen worden uitgesproken zonder met een beschuldigende vinger naar anderen te wijzen. De No Future slogan is verbrand, en de hoop is meer gericht op de nieuwe lichting jongeren, die met social media een veel grotere doelgroep weet te bereiken en het gesprek durft aan te gaan. Niet dat dit het moment is om het stokje over te dragen, daarvoor moet er nog veel te veel gebeuren in de spinsels die het hoofd en hersenen van de zanger als woonplaats hebben. Heb je geen zin in zijn gedachtegang, dan blijft er buiten dat gegeven gewoon een heerlijke rockplaat over.
New Model Army - From Here | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Joyero - Release the Dogs (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:27 uur
Nadat het muzikale duo Wye Oak uit Noord-Carolina in 2014 hun sfeervolle prachtige indiefolk gitaaralbums verruilen voor de hedendaagse scherpe elektronica van Shriek is dit eventjes flink wennen. Schijnbaar ook voor het tweetal. Vier jaar lang wordt er gesleuteld aan het meer overtuigende The Louder I Call, the Faster It Runs. Voorzichtig is daar de gitaar weer aanwezig, wat zorgt voor een coherent geslaagd experiment. In die tussenliggende periode heeft Andy Stack zeker niet stil gezeten. Zonder zijn lieftallige partner Jenn Wasner wordt hij ingehuurd door frontman Matt Beringer van The National. Om zijn geslaagde EL-VY project live te vertolken, mag de muzikant achter het drumstel plaats nemen.
Deze ervaringen vormen het geraamte voor het solo uitstapje Release The Dogs. Zichzelf de mooie naam Joyero aanmetend, wat in het Spaans juwelier betekent. Niet dat men hier direct goud in handen heeft, zeker niet. Daarvoor vallen er wel de nodige aantekeningen te plaatsen, maar bruikbaar koper is ook genoeg waard. Dwars tegen de verwachtingen in laat hij zijn drumsticks thuis en kiest voor de mogelijkheden van een computer gestuurd programma. De smaakvol voorgeprogrammeerde beats camoufleren zijn hogere meer fragiele androgene stemgeluid. Deze combinatie en de dreampop begeleiding zorgen ervoor dat het gemakshalve snel in de New Wave kant wordt onder verdeeld.
Hoe bewonderenswaardig probeert hij van zijn zwakte hierdoor juist zijn kracht te maken. Vocaal kan Andy echter niet tippen aan zijn vrouwelijke collega, en die gedachte lijkt ook in zijn hoofd niet te verdwijnen. De ervaring om de schoonheid van haar kenschetsende stem te benadrukken wordt niet misbruikt om nu juist zichzelf verbaal te onderdrukken. Het kwetsbaar opstellen krijgt een diepere lading in de rustgevende nummers. Al snel raak je gewend aan de bijna kerkelijk klinkende openbaringen. Want wat komt het allemaal aardig en vreugdevol over. De spannende opbouw van Alight gaat te snel over in een veilige modus, waarin vervolgens geopereerd wordt. Geen gewaagde toevoegingen of vervreemdende effecten die voor afwisseling zorgen. Zo steriel als met een desinfecterend schoonmaakmiddel worden alle oneffenheden weg gepoetst.
Joyero wil zichzelf uitnodigen. Als verlegen bescheiden gast trots zijn plaatje presenteren aan een oude bevriende kameraad. Diep in zichzelf verzonken en met gebogen hoofd laat hij de nummers passeren. Want wat voelt het eenzaam en geamputeerd zonder zijn zelfverzekerd evenbeeld. Het goedkeurend schouderklopje is de grootste beloning die gevraagd wordt, en die heeft hij absoluut verdiend. Release the Dogs is een poging om het alleen aan te pakken. Zijn kwaliteiten liggen duidelijk op het componerende vlak, met fraai uitgevoerde instrumentatie. Doordat de interactie met een metgezel ontbreekt, wordt hij net niet genoeg geprikkeld.
Joyero - Release the Dogs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Numb - Mortal Geometry (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:27 uur
Vancouver heeft jarenlang vanaf halverwege de jaren tachtig tot eind vorige eeuw een prominente rol vervuld in de electro industrial scene. Het confronterende Numb wist net als Skinny Puppy indruk te maken met harde dansbare beats die overkoepeld door de donkere schaduw van de duistere gothic een overdonderend gevoel mee geven. Deze pioniers liggen diep begraven in het collectieve geheugen van oude Electric Body Music liefhebbers. Sinds 2000 is er geen teken van leven meer waarneembaar van boegbeeld Numb. Maar nu zijn ze ontwaakt uit hun bijna twintig jarige winterslaap. Als een dokter Frankenstein weet het Metropolis Records ze te reanimeren en activeren. Dit resulteert in het gruwelijke vette Mortal Geometry, waarmee ze het daglicht aanschouwen om paniek en chaos te zaaien op de ingedutte dansvloeren. Ze zijn nu helemaal terug, klaar om te overheersen.
Uit de asresten van Numb weet de herboren Don Gordon als enige als een feniks te herrijzen uit de kern van deze donkere geprogrammeerde act. Door zich zelf volledig autonoom op de arrangementen en uitvoering te richten ontstaat een grimmig persoonlijk eindproduct. Er wordt totaal niet getracht om aansluiting te vinden bij de hedendaagse dancescene. Juist bij die eigenzinnigheid ligt Don Gordons kracht. Het valt direct op dat het accent van de provocerende knallende beats meer is verschoven naar de donkere sfeervolle elektronica. Neemt niet weg dat de sound nog steeds snoeihard dreigend vanuit de speakers op je af komt. In de basis hoor je ook een cyberpunk begeleiding terug waarover de meest beangstigende structuren zijn verwerkt. Door het evenwicht wil het ondanks het naargeestige karakter nergens te beklemmend over komen.
Mortal Geometry laat vooral het jaren tachtig tijdperk herleven. Met een afgestoft synthpop geluid laat Gordon zich van zijn meest vriendelijke kant horen. Lang uitgespeelde soundscapes wisselen af met korte statische synthesizergeluiden. Hierbij zoekt hij duidelijk de inspiratie bij het startschot van Numb in 1986. De band haakt hierdoor minder in op hun laatste album Language of Silence, maar lijkt meer juist de kernbeginselen opnieuw te definiëren. Het is onmogelijk om het verleden te veranderen, maar het is niet uitgesloten om vanuit die basis nieuwe ideeën te creëren. Dit kan zelfs verfrissender werken dan met grof geweld een doodlopende weg hardhandig open te breken.
Zelfs in het dravende tracks is er plaats voor rust. De doordachte afwisseling maakt hiervan een aangenaam spanningsveld, de veerkracht laat nieuwe noemenswaardige elementen in de ruimtes toe. Spookachtige effecten en subtiel gitaarspel zijn mede verantwoordelijk voor de diepgang in de gevarieerde songs. Zo sterk is er zelfs aan de plaat gesleuteld dat de ambient soundscapes zich er eenvoudig tussen laten plaatsen. Door deze tegen het einde op te stellen heeft het een decadente werking. De vernietigingsdrang van de vorige tracks heeft een spoor van leegte achter zich gelaten. Opgedrongen kalmte komt hiervoor terug. De afsluiter had hierdoor beter eerder al op de plaat gepast, maar kan ook gezien worden als de opbouw naar iets nieuws.
Door de pauze van bijna twintig jaar heeft het een volwassen karakter. Gordon verlangt echter wel terug naar de jeugdigheid, maar weet dit gelukkig niet om te zetten door opgekropte frustraties. Hierdoor ontstaat er dus meer openheid en variatie in de veelal militante precisie en strak gestructureerde sound. Numb bewijst dat er nog steeds groeimogelijkheden zijn. Met Mortal Geometry maken ze een plaat met een duidelijke opbouw, waardoor het allemaal niet zo inwisselbaar klinkt. Een sterke hang naar een gepasseerd tijdperk met een prachtige opbloeiende herwaardering. Missie geslaagd.
Numb - Mortal Geometry | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Legendary Pink Dots - Angel in the Detail (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:27 uur
Edward Ka-Spel wist twee jaar geleden het beste bij Amanda Palmer naar boven te halen in het prachtige maar oh zo slepende, duistere I Can Spin A Rainbow. Nu is de tijd rijp voor het zoveelste verrassende nieuwe hoofdstuk van The Legendary Pink Dots. Deze baanbrekende van oorsprong Brits Nederlandse band heeft jarenlang in de luwte van Nijmegen vrijwel anoniem ondergronds gebouwd aan een indrukwekkend repertoire. Net als tijdsgenoten Clan Of Xymox hebben ze de basis in deze Gelderlandse keizerstad. Beide nationaal relatief onbekend, maar in het buitenland een spraakmakende en hoog gewaardeerde naam. Als enige stabiele overgebleven lid brengt Ka-Spel op Metropolis Records de nieuwe plaat Angel In The Detail uit, een waardige opvolger van het tevens op het label verschenen Pages Of Aquarius uit 2016.
Happy Birthday Mr. President is een spannende opener, waar de experimentele jaren tachtig invloeden begeleid worden door een heerlijk uptempo nineties triphop beat. Door de verslavende storytelling voordracht wil het perfect aansluiten bij de jaren geleden neer gezette basis. Nog steeds zorgen vervreemding in de zang en fascinerend subtiel gitaargepiel voor een mooi spannend evenwicht. Samplers zwermen in flarden rond in de studio. Klaar om geplukt en vast gepind te worden in deze uitnodigende vernieuwde kennismaking. Redelijk toegankelijk voor een breder publiek uitgewerkte relatieve korte songs krijgen tegengas van de tegendraadse gekte die de band al jaren kenmerkt. En die is er nog steeds, al is de New Wave funk vervangen door meer abstracte klanken en voorgeprogrammeerde soundscapes.
Die momenten van compromisloze vrijheid leveren natuurlijk verre uit de meest interessante composities op. Het verstilde gebruik maken van de studio als verkennend nieuw speelveld geeft de songs meer diepte. De beats zijn trager, dreigender en een stuk minder dansbaar. Met filmische fragmenten wordt een sober bijna jazzy ambiance opgeroepen die de luisteraar voorzichtig stap na stap de indrukken tot zich laat vereenzelvigen van een nieuwe bondgenoot. Edward Ka-Spel is de betrouwbare gids die de geheimen van zijn wonderbaarlijke wereld tentoonstelt. Elk geluidje en veranderende beweging wordt opgemerkt. Dan is hij weer op de voorgrond, of in gelijkmakende pas langs de luisteraar, dan is hij plotseling weer verdwenen, en bespied hij op de achtergrond de reactie van de toeschouwer.
Op andere momenten krijgt het juist een geconstrueerde aanpak waarmee The Legendary Pink Dots zich zelfs op House gebied begeven. Diepe beats worden slopend toegelaten om je gevangen in overgevende trance mee de leegte in te laten zweven. Kinderlijke slaapliedjes krijgen een destructieve behandeling en worden weg gevaagd door blazers. De avantgardistische aanpak roept vaak argwanende reacties op, omdat het veelal een zoektocht is naar verborgen schoonheid. Hier is die direct voelbaar. De lijnen lopen niet kriskras door elkaar heen, maar hebben dezelfde verbondenheid als de Piet Mondriaan schilderijen, ingedeeld in duidelijk aansluitende rechte vlakken. Na deze aangename trip is daar uiteindelijk de hemelse vrouwenzang in Red Flag wordt gevolgd door meer abstracte herhalende zinnen, waarna toegewerkt wordt tot een sterk subliem einde.
In het veertig jarig bestaan wordt een evenredig aantal albums op de markt gebracht. Waar een band normaal dreigt te vervallen in verveling en herhaling lukt het The Legendary Pink Dots om vernieuwend en eerlijk te klinken. Ze blijven de herkenning en de eigenheid behouden. Ondanks dat het nergens conservatief over dreigt te komen, blijft de fragiele verweerde stempel die ze altijd als handelsmerk achter laten ook hier zichtbaar. Nog steeds net zo breekbaar als voorheen. Legendarisch is ondertussen de meest passende aankondiging van dit manschap.
The Legendary Pink Dots - Angel in the Detail | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Shannon Lay - August (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:26 uur
Met de reputatie die je als hoofdleverancier van de baanbrekende grunge generatie hebt opgebouwd, is het onmogelijk om elke veelbelovende act binnen te halen. Dan moet je als singer-songwriter daadwerkelijk wel iets te bieden hebben. Je mag van geluk spreken dat het vertrouwen in je gewekt is, en dat je uiteindelijk op jouw curriculum vitae het selectieve label Sub Pop kan vermelden. Dit zal niemand meer van je afnemen. Uiteraard liggen de verwachtingen hoog boven het gemiddelde. Dit overkwam ook Shannon Lay, die met haar opvallende felle wortelkleurige haardracht de nodige aandacht zal trekken. Met het zonnige Los Angeles als achtergrond zoekt ze beschutting in de deprimerende regenstad Seattle.
De druk is wat minder groot dan bij een beginnende zangeres, met All This Life Goin Down en Living Water maakte het publiek in 2017 al kennis met haar. Dat ze prompt met twee albums aan komt zetten getuigt dat ze al genoeg songs heeft geschreven. Het is echter zeer gewaagd om direct al het muzikale materiaal tentoon te stellen, waar ze jaren aan heeft mogen schaven. Des te verrassender is het dat ze na een pauze van nog geen twee jaar al een vervolg op de markt brengt. August is toch weer een stap vooruit in het opbouwende groeiproces. De liedjes zijn een stuk minder somber en niet zo zwaar. Wat is het alleen jammer dat de plaat de lengte heeft van een gemiddelde punkplaat.
De frisse dromerige aftrap Death Up Close zet met de van Ty Segall geleende Mikal Cronin al direct de joker in voor extra te innen bonuspunten. Zijn saxofoonspel is een prima aanvulling, maar is niet iets waar de track daadwerkelijk om vraagt. Maar als de met cultstatus gemarkeerde grootheid Segall zelf tekent voor de productie, dan zal hij alles uit de kast halen om August te laten slagen. Toch weet hij zijn kenmerkende retro noiserock buiten de deur te houden. Hoe minder toevoegingen, hoe krachtiger de folky gitaarliedjes van Shannon Lay zich laten genieten. Voor hem natuurlijk ook een gigantische uitdaging.
Met verder goed gekozen klein gehouden begeleidende effecten weet hij het aangenaam in te kleuren. De hoge uithalen in Nowhere krijgen tegengas door de donkere gitaarklanken die nog aan haar oudere werk herinneren. Segall gaat op het einde helemaal los met het sixties orgelspel welke hij uit zijn elektronica tevoorschijn weet te toveren. Ook de enthousiaste uptempo ritmische begeleiding en fraaie strijkers in het titelstuk signeren met zijn muzikale handtekening.
August is een mooi eerbetoon aan de gigantische grootheden die de folky singer-songwriter schap op de kaart hebben gezet. Met een duidelijke diepe buiging naar Nick Drake en Joni Mitchell. De invloeden zijn zeker hoorbaar, maar August is bovenal het geslaagde eindresultaat van Shannon Lay en Ty Segall. Laat dit een mooi begin zijn van een verdere samenwerking.
Shannon Lay - August | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
TOY - Happy In The Hollow (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:26 uur
Welkom in de kaleidoscope wereld van het shoegazende Toy waar alles in werking wordt gezet om de ultieme spacende trip op te roepen. Deze band uit Brighton probeert al vier albums lang het eindeloze genot vorm te geven op hun door stampende Krautrock doordrenkte psychedelica. Schemerige gitaar riffs in Last Warmth of the Day met een hoog cinematisch Tarantino gehalte worden afgewisseld met slangen bezwerende hypnotiserende orgelpatronen. Maar boven alles blijft het ritmisch terugkerende slagwerk de basis waarop met gemak retro disco vermengd wordt met starre monotone new wave. Waar andere bands ontiegelijk veel moeite ondernemen om aansluiting en acceptatie te vinden bij de populaire heersende stromingen, gaat Toy hier haaks tegen in.
De catchy gitaar riffs gaan terug naar de donkere beginselen van postpunk mouvement. De doodslaande beats van Happy in the Hollow vermorzelen het idee om er maar een enigszins gangbare geluid van te maken. Niet dat het alleen maar duisternis terug te horen is. Met fraaie repeterende synthesizers worden er lichte dromerige varianten aan toe gevoegd. Waar deze de overhand krijgen ontstaat juist een tegendraadse geheimzinnig naargeestig gevoel. Er zit iets dreigends in verborgen waardoor de onvoorspelligheid van het verloop je dwingt om de aandacht erbij te houden. Het is eigenlijk disco om de dansvloer mee leeg te krijgen.
Het geslaagdste hoogtepunt You Make Me Forget Myself worden weerspiegeld door spirituele soul, waarmee ze zich vasthechten aan de Britse scene van de jaren negentig. In plaats van in wijwater werd er toen flink gedoopt in lsd en andere genotsmiddelen. Het zijn vooral dit soort de momenten en het instrumentale Charlies House die met prachtig slide akkoorden het verschil weten te maken. Juist doordat de minder goed functionerende zanger geëlimineerd wordt ontstaat er ruimte voor geschikt sfeerwerk. Want daar zit dus de grootste zwakte. Met veel echo’s en vervaging wordt het mankement van het stemvermogen van Tom Dougall niet helemaal opgepoetst.
Toch hoort deze kenmerkende Britse onverschillige houding wel bij Toy. Ze belichamen de arrogantie die met een alles omver schoppende schijt aan de wereld houding wordt vorm gegeven. Dat hierdoor al meerdere grote muzikale voorbeelden ten onder zijn gegaan, mag de pret niet drukken. Een allegaartje van bij elkaar geraapte stijlen. Fraaie spooky old school keyboardaccenten, worden afgewisseld met de fucked up punkhouding van het bijna cyberpunk achtige Energy. Duivelse tempo verschillen waarbij op de achtergrond fragmentarische geluidseffecten de aandacht weten te trekken.
Het psychedelische avontuur hoort genoeg memorabele tracks op te leveren. Maar waar Phil Spector vroeger de bouwstenen afleverde voor The Wall Of Sound, lukt het een band als Toy om met datzelfde materiaal de boel vakkundig af te breken. Vaak levert deze aanpak de meest interessante albums op, waar later met veel plezier naar wordt terug gekeken. Het rammelt in ieder geval van alle kanten. Voor de schoonheidsprijs zullen ze zeker niet gaan, de oneffenheden maken juist de plaat af. Een eigenzinnige band met een gelikte sound die zichzelf scherp houdt door er mooie spanningsbogen aan toe te voegen.
TOY - Happy In The Hollow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Kift - Hoofdkaas (2008) 4,0
30 juli 2020, 20:26 uur
In 2008 verschijnt de opvolger van 7. De artistieke creativiteit van De Kift levert weer een prachtig boekwerk op bij hun achtste album Hoofdkaas. Voor de liefhebbers met ruimtegebrek is er een mooi rood velours exemplaar. Wil je er net als bij de vorige albums een kunstwerk aan toevoegen, dan is er als kookboek een prachtig uitgewerkte editie te verkrijgen. De Kift is al een hele tijd het rommelige punkidealisme ontgroeid, en besteden steeds meer aandacht aan alle bijzaken van de presentatie die nog verder reikt dan de steeds verrassende vormgeving.
Terecht dat de band de nodige subsidie mag ontvangen. Als we het hebben over Nationaal Cultuurgoed, dan horen deze heren daar met hun eigenzinnige muziek zeker bij. Het geeft ze de mogelijkheid om de ideeën mooier uit te werken. Werd er bij Rolfie al de nodige aandacht besteed bij de clip, de artistieke video van Beguine kwam zelfs tot de voorselectie van Het Gouden Kalf. Ook bij de Mexicaanse variant hiervan werd deze heugelijk ontvangen. Deze stijlvolle samenwerking met Festina Lente Media en Douwe Dijkstra is de moeite waard om te bekijken.
Zo onverstoord chaotisch ze van start gaan in het vrijwel niet te volgen Knoeck, zo toegankelijk en afgewerkt laten ze de rest van Hoofdkaas op je af komen. Er is geen duidelijke verbintenis tussen de nummers, waardoor ze gezien kunnen worden als los van elkaar staande poëtische hoofdstukken. Het is dus allemaal een stuk losser en ontspannen. Thematisch komt het eten en drinken wel aan bod, maar het vormt niet het hoofdgerecht. Nieuwe gerechten ontstaan door alles wat er in huis voor handen is te mixen tot een smakelijk allegaartje.
Door het ontbreken van de samenhang loopt het net iets minder soepel. We zijn verwend door de hoorspelachtige verhaallijnen, en hier wordt er duidelijk gekozen voor een vernieuwende benadering. De live ervaring is dat de tracks zich gemakkelijker tussen het oudere werk laten plaatsen, waar voorheen in het theater lastiger af te wijken was van het strakke patroon van de vorige platen. Wim ter Weele ontwikkelt zich door zijn cabareteske voordrachten steeds meer tot een belangrijk podiumdier. Op de momenten dat Ferry Heijne tot adem probeert te komen gaat de aandacht naar hem toe. Zijn drang om alles aan te kleden zal in het vervolg zich nog meer ontwikkelen tot een bijna ontembare allesverslindende creatie.
Net zoals op de overige albums ligt met regelmaat de basis in klassieke dan wel Zuid-Amerikaanse dansstijlen wat helemaal naar typerende De Kift maatstaven gearrangeerd wordt. Het vervreemdende Eeuwige Bewonderaars valt met de gejaagde raceautogeluiden wat buiten de overige tracks. Die jazzy benadering komt meer tot zijn recht bij het trieste trompetspel van Portiek. Het accent op het gitaargerichte Heisa-ho ligt sterker in de rock, en minder in de punk. De blazersongs zijn nog grootser van opzet, zoals in het prachtige afsluitende titelnummer. Ze bewegen zich voort als een processie waar Ferry als een soort van geestelijke voorganger ceremonieus wordt ingezet om de aandacht op te eisen. Het gemeenschappelijke dorpse gevoel krijgt zijn vorm in volkse liederen, die zo in het straatbeeld van een eeuw eerder thuis horen. Natuurlijk komt dat door de traditionals die op De Kift passende wijze bewerkt worden.
Hoofdkaas is een minder kenmerkende De Kift plaat, waar ze wat zoekende lijken te zijn naar een verbreding van het geluid. Bij hun twintigjarige bestaan wordt stil gestaan bij de mogelijkheden om niet in herhaling te vallen. De vreugde spettert er van af, waardoor blijkt dat ze nog lang niet op elkaar uitgekeken zijn.
De Kift - Hoofdkaas | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Slow Show - Lust and Learn (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:25 uur
Als de jonge van oorsprong Vlaamse producer Frederik ‘t Kindt ervaring opdoet in de Manchester Blueprint Studio ontmoet hij daar Rob Goodwin. De twee besluiten in 2010 hun samenwerking voort te zetten in The Slow Show. Met gitarist Joel Byrne-McCullough, bassist James Longden en drummer Chris Hough voltooien ze het sfeervolle White Water, wat vijf jaar later verschijnt. Al erg snel volgt daarna Dream Darling waarmee ze de sound nog meer naar eigen hand weten te zetten. De twee kernleden knutselen 18 maanden lang aan Lust and Learn. Door de naamsbekendheid die ze hebben opgebouwd zijn de verwachtingen hoog gespannen.
De toon wordt direct gezet met het grimmige instrumentale atmosferische Amend, welke categorisch zowat in de ambient house te plaatsen valt. Het vormt een prima voorbode voor wat zal volgen. Klassiek geschoolde pianoklanken weerspiegelen het muzikale landschap waarmee de basis gelegd wordt voor het nieuwe sobere melancholische hoofdstuk van The Slow Show. Na de ritmische omschakeling komt romanticus Rob Goodwin voor het eerst zelf aan het woord in Eye to Eye. Zijn stemgeluid is nog net zo gebroken en donker als voorheen, en het voelt vertrouwd, als een ontmoeting met een verre vriend, die onverwachts passeert om zijn pijnlijke verhaal te vertellen. De geleefdheid doet bijna jazzy aan, een oude geest gevangen in een jong lichaam.
Ondanks dat de instrumentatie zich niet eens zo zwaar laat inprenten, en zelfs met enige luchtigheid laat leiden, blijft het neerslachtige karakter van de zanger bepalende. Nog meer ligt het accent op de elektronische arrangementen waar de bandleden hun passie in het spel kunnen leggen. Zoals het gitaarspel van Joel Byrne-McCullough vanuit het niks lijkt op te bouwen om vervolgens alle registers open te gooien in Eye To Eye. Hier laat hij zich voor het eerst op de voorgrond horen. Prachtig hoe hij zich weet te bedwingen om op het juiste moment zijn intrede te doen.
Alsof er een stukje gewenning in de weg heeft gezeten, verdwijnen de aarzelingen in de zangpartijen van Low. Rob Goodwin ademt een zelfverzekerdheid uit waar je u tegen zegt. Met hemelse klanken van een kerkelijk koor wordt een universeel einde gecreëerd. Wanneer de hulp ingeroepen wordt van gastvocalist Kesha Ellis ontstaat er in Hard to Hide een meer toegankelijke song. De stemmen passen mooi bij elkaar, met het iets wat hese hoge geluid van de zangeres in een prachtige onderschikkende rol tegenover de diepere hoofdzang.
Doordat bij dit soort tracks de spirituele top wordt opgezocht is het onmogelijk om hier de hele tijd op dit niveau te functioneren. Gelukkig maar, de meer geaarde songs komen ook goed binnen. Het stukken toegankelijker St. Louise wil hierdoor bijna heidens klinken. Na de klassieke harpsnaren en sederende blazers in Loser’s Game is het tijd voor het moment van bezinning. Dit wordt versterkt in het woordeloze Breath Air.
Met dromerige orkestratie werkt Goodwin zich vervolgens ook in het tweede gedeelte door zijn persoonlijke kwellingen heen. Bij het gemoedelijke The Fall ligt het accent op de vrouwelijke tweede stem die als een liefkozende echtgenote invalt. Het trompetgeschal laat in Vagebond wat van de Britse roots terug horen in een verder voornamelijk Amerikaans klinkend geheel.
Na het klein gehouden met zonnestralen opwekkende juweeltje Sharp Scratch zijn daar de hedendaagse indie Americana invloeden in Exit Wounds. Door zich voorzichtig steeds verder van de donkere fragiliteit te distantiëren ontstaat er een opbloeiende sound met een adembenemende open benadering. Met het punctueel uitgewerkte tweestemmige Places You Go sluit The Slow Show hun derde weergaloze goede plaat Lust and Learn af, en voldoet de hiermee ruimschoots aan de gehoopte verwachtingen.
The Slow Show - Lust and Learn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sinkane - Dépaysé (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:25 uur
De in Londen geboren Ahmed Abdullahi Gallab heeft van oorsprong een Sudanese achtergrond. Zijn geest en hart bevinden zich op dit grondgebied. Hij staat met beide voeten in een andere cultuur en besluit onder zijn artiestennaam Sinkane deze samen te voegen. Om het nog ingewikkelder te maken brengt hij op jeugdige leeftijd een groot gedeelte door in de Verenigde Staten. Zijn roots blijft hij opzoeken in Afrika, is het niet in zijn dagelijks leven, dan wil het thematisch wel in zijn dromen terug komen. Dépaysé is zijn zevende aanstekelijke plaat waarmee hij tussen de vrolijke klanken het heimwee gevoel naar Afrika verwoord. De politieke onrust is voelbaar in de broeierige tracks, de inspiratie wordt tekstueel duidelijk gezocht in Sudan, een land die buiten deze problematiek ook nog de pech heeft dat ze met regelmaat getroffen wordt door verschrikkelijke natuurrampen.
Al vanaf Everybody lukt het hem al om een positieve vibe te openen. Een universele song voor een universele wereld waar iedereen gelijk hoort te zijn. Geaardheid, geslacht en huidskleur zijn onbelangrijk, het gevoel van eenheid heerst, wel wordt Afrika overduidelijk gezien als het beloofde heilige werelddeel. De boodschap zit dus overduidelijk verwerkt in de vrolijke overdracht. Hierdoor roept hij het retro hippiegevoel op, maar dan zonder de vervagende drugs. Toch heeft Dépaysé zijn psychedelische momenten. Doordat er flink geëxperimenteerd wordt met stijlen hoor je goed terug in de verslavende funky oldschool beats van On Being.
Een grote rol is weg gelegd voor de Chinese sfeermaker Jonny Lan, die met zijn gitaarspel voor flink wat opzwepende beroering zorgt. De twee hebben elkaar gevonden in het multi culturele Atomic Bomb! Band, waar ook artiesten als David Byrne, Damon Albarn en Jamie Lidell aanschuiven. Bij het titelstuk Dépaysé mag hij al op een lazy Santana achtige flow soleren, maar nog meer komt hij bij de dwarse reggae sound van Stranger en het zwaar psychedelische The Searching tot zijn recht. De funky beats worden weg geblazen door het aangename rockspel van deze meesterlijke gitarist. De donkere vormgeving wil nog wat inktzwarte postpunk oproepen. Een totaal nieuwe benadering van het cross-over begrip.
De westerse invloeden zijn vaker wel degelijk aanwezig. Of het allemaal bewust is betwijfel ik, maar Be Here Now heeft in zijn melodieuze voordracht wel verdacht veel raakvlakken met Shine On You Crazy Diamond van Pink Floyd. Waarom niet iets hergebruiken, als het in het verleden al mooi is uitgewerkt; we leven immers in een maatschappij waarbij recycling een hot item is.
De afwisseling met toegankelijke stukken als Ya Sudan zorgt ervoor dat de aandacht flink wat afzwakt. Het wil niet ver boven de Disney musical liedjes van The Lion King uitstijgen. Het is een geslaagde samensmelting van verschillende stijlen en melodieën, waarbij de basis net iets te strak en stabiel is. Met wat meer lossigheid zou het spontaner over komen. In de funky afrobeat klinkt hij als een bastaardneefje van Fela Kuti, maar gelukkig heeft Sinkane genoeg eigenheid in zijn werk gestopt. Wel wil het bruisende jaren zeventig tijdsbeeld zwaar domineren.
Ook door de afsluitende springerige reggae track Mango wordt al snel de link gelegd naar protestsongs, maar dat is een te snel gelegde redenering. Het roept eerder het reclamebeeld op van een tropische alcoholistische versnapering. Verwacht geen profetisch geheel, Sinkane is geen wereldverbeteraar, maar gaat de conflicten niet uit de weg. Hij mist het strijdbare in zijn voordracht, al is zijn aandacht wel volledig gericht op een vredig bestaan.
Sinkane - Dépaysé | World | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Gina Été - Oak Tree (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:25 uur
Met haar niet geheel vlekkeloze Duitse accent weet de uit het Zwitserse Zürich afkomstige Gina Été veel indruk te maken. Haar tongval maakt van de EP Oak Tree een aangename wat cabareteske belevenis. Zo sterk zelfs dat de hedendaagse klanken wat aan de vergaande glorie van Berlijn doet denken. Het meertalige thuisland zorgt ervoor dat ze met gemak switcht ze tussen het Engels, Duits en Frans. Elke track vraagt om een andere eigenzinnige benadering, waardoor het alle kanten op springt. Door de compacte lengte van de plaat komt dit niet irritant over. Sterker nog, de veelzijdigheid heeft hier een uitgebalanceerde toevoegende waarde.
Vanaf de bezongen onvrede van een kleine eikenboom in het titelstuk Oak Tree, die verlangt naar een zonnige, treurloze omgeving weet ze de aandacht op te vragen. Logge trage percussie begeleid de gewortelde stappen van dit natuurverschijnsel in gepast tempo naar het Zuiden. Steeds meer valt de kilte van de track af, om plaats te maken voor dromerige klanken. De zon wil langzaam schijnen, al laat de dramatiek horen dat oude bomen niet verplant moeten worden, en vaak in korte tijd afsterven.
Het genoemde cabaret gevoel komt sterk terug in Mauern, wat heel duidelijk aan Donald Trump gericht is. De geplande muur tussen Mexico en de Verenigde Staten ligt uiteraard erg gevoelig in Europa. Hoe toepasselijk is het dat deze in het Duits gezongen track herinneringen oproept van een bruisend Berlijn van voor het verval. De boosheid in Gina’s stem wordt ondersteund door een in jazz gedoopte basgitaar en industriële gitaarlijnen die de afbreuk van brokken steen benadrukt. Als een sensueel katje laat ze de mogelijkheden van haar verbale bereik op je af sturen. Puur als overredingskracht, waarna gitaargeweld en een ritmisch tikkend klokwerk aankondigt dat het tijd is om in te grijpen.
Dan is de overgang naar het rustgevende Windmill wat vervreemdend. Dat het verhaal nog niet volledig verteld is, bewijst de remix aan het einde. Was de windmolen eerder op de plaat nog bestendigd tegen de klimaatsveranderingen, hier dreigt hij zijn wieken af te moeten staan aan het dreigende onweer. Im Rhy laat Gina gewichtsloos rond dwarrelen in een dromerig toekomstperspectief, waarbij ze het contact met de aarde dreigt kwijt te raken. Een realistische concluderende verslaglegging van een gevoelig persoon die verlangt naar een mooier bestaan. De wanhoop haalt het beste in haar stem naar boven. Philip Klawitter weet met zijn bas haar hierin perfect lijkt aan te voelen.
De slepende Franse zang van Appart Vide heeft een mooie opbouw naar een climax die de boel laat exploderen. Vooral de momenten dat Gina de hoogte in gaat zijn hemels. Deze taal laat haar met gemak vervolgens een stuk zwaarder en gepassioneerd klinken. Met de gewaagde spokende triphop van Hazel’s Hope weet ze nog de meeste indruk te maken. Als een desperate geestverschijning wacht ze op de terugkeer van haar man. Hiermee zou ze met gemak kunnen aanschuiven bij de Bristol scene uit de jaren negentig.
Gina Été kiest ervoor om zich voorzichtig aan het publiek te presenteren. Dat ze hiervoor de tijd genomen heeft, dwingt respect af. Vanaf 2014 sleutelt ze al aan songs, en dit is haar eerste publiek getoonde resultaat. Hopelijk gaat ze in het vervolg wat sneller te werk, en duurt het geen tien jaar voordat ze een volwaardige plaat af heeft. Wat zet ze zichzelf hiermee al voortreffelijk op de kaart.
Gina Été - Oak Tree | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rob Burger - The Grid (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:25 uur
Wat is het prachtig om het absorptievermogen van de Amerikaan Rob Burger gade te slaan. Deze allesvreter heeft zijn muzikale bestaan opgebouwd met samenwerkingsverbanden met de grote der aarde. Namen als Norah Jones, Iron & Wine, Rufus Wainwright, Laurie Anderson en tig anderen maakten gebruik van zijn veelzijdige talent om met gepassioneerd pianospel prachtige collages en diepte toe voegt. Het vermogen tot verbijsterend te arrangeren en componeren, geeft hem ook de vrijheid om films van mooie soundtracks te voorzien. Als oprichtend lid van het jazzy Tin Hat Trio, gebruikt hij deze veelzijdige band als leerschool om zichzelf te ontwikkelen. Dit resulteert in het gevarieerde The Grid waar hij als pianist de grenzen tussen klassiek en pop probeert te vervagen.
Met een doordacht inlevingsvermogen koppelt hij filmische geluidsfragmenten aan geschoold toetsenwerk. De inspiratie haalt hij uit het speelveld dat zich tussen de krautrock en dreampop bevind. Zijn speelse benadering laat de psychedelische suspensies mengen tot een lichtgewichtig geheel. Uitzondering hierop vormen het korte donkere werkstuk Bent Moon en het griezelige verwarrende Ghost on a Wire. Het absolute hoogtepunt vormt de openingstrack. Een ieder zal het anders beleven, maar mij raakte het op de volgende wijze. Alternate Star is de stervensweg van een boomblaadje, welke op het moment dat de herfst invalt, vaarwel zegt tegen het leven. Al dwarrelend vervolgt hij zijn laatste reis. De wind poogt hem boven de grond te houden, en met alle kracht blaast deze hem weer omhoog. Na een oneerlijke strijd van bijna vier minuten valt hij met een doffe klap ten aarde. De tijd om in het eeuwige te verdwijnen is alles wat overblijft. Als muziek je zo weet te treffen, waardoor je gedachtes op hol slaan, dan is er iets bijzonders aan de hand.
Het is een onmogelijke opgave om hier alleen garant voor te staan. Met een flinke weggelegde rol voor de cellist Teddy Rankin-Parker, violist Eyvind Kang die op het drone achtige Love Light bijspringt en Doug Wieleman die bij twee tracks klarinet speelt is The Grid meer dan een soloplaat geworden. Ook de bijdrage van Laurie Anderson is een bijzondere aanvulling. Deze zangeres treed na het overlijden van haar overheersende partner Lou Reed veel minder in het openbaar. Rob Burger laat haar vrij in de opvulling van Soul of Winter. Haar typerende verhalende vocoder gebruik maakt er een echte eighties new wave track van, waar ze de verbale tweestrijd aangaat met haar eigen gesamplede stem. Nog meer gerijpt en gemerkt door haar geleefde bestaan weet ze hier te imponeren.
Toch bestaat The Grid uit te weinig magische momenten. Ondanks dat het publiek getrakteerd wordt op een geslaagd samengaan tussen verschillende genres, zijn het voornamelijk de totaal tegenstrijdige openingstrack Alternate Star en het afsluitende Ghost on a Wire die het meeste bijblijven. Maar met twee van zulke songs maak je nog geen meesterwerk.
Rob Burger - The Grid | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Inutili - New Sex Society (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:24 uur
Inutili is een typisch voorbeeld van een verrassende vooruitstrevende rockband die dwars tegen alle genres in hun eigen koers blijft varen. Of het de opzet is om zich af te zetten tegen een traditionele wijze van spelen, betwijfel ik. Deze Italianen uit het noordelijke Teramo weten een bijzondere wonderlijke mix van ruig uitgewerkte songs op een totaal eigen wijze neer te zetten. Hierbij wordt geïmproviseerd met lange brokken muziek, waarbij zoveel moois gebeurd, waardoor het niet onder de categorie eindeloos gefreak en gejam te plaatsen valt. Met het vooruitstrevende New Sex Society maken ze hun oorverdovende vierde plaat welke geen moment weet te vervelen. Met zeven nummers lukt het ze bijna om de speellengte van 75 minuten te halen.
De eerste hoofdrol is weg gelegd voor huurkracht Luca Di Giammarco. Deze saxofonist weet met zijn blazende voordracht de nadruk te leggen op de meer stemmige postpunkinvloeden die vanaf begin jaren tachtig deze scene een flinke vooruitstrevende boots geven. Hij weet het instrument dusdanig te pijnigen waardoor er al smekend de meest prachtige tonen weten te ontsnappen. Helaas is zijn voordracht maar beperkt tot de eerste twee tracks. Inutili voorkomt hiermee wel dat het een gimmick wordt, en blijft scherp in de vooruitstrevende ontwikkeling. Er gebeurd zoveel bijzonders in de songs waardoor het een genot is om dit te omschrijven. Elke luisterbeurt komen er weer nieuwe invalshoeken boven drijven.
Met Rooms maken ze een overrompelende aftrap. Een gemiddelde band zou het niet aandurven om je gelijk al met zo’n grootst uitgewerkt nummer te beginnen. Rooms geeft al direct alle kwaliteiten van de Italianen bloot. De doos van Pandora gaat open en met aangenaam dromerig gitaarwerk wordt er vervolgens al snel gewerkt naar de duisternis van een dreigende vulkaanuitbarsting. De herhalende postpunkklanken gaan over in de street jazz van artistiek kunstenaar Luca Di Giammarco. Verlaten en verdwaast duwt hij je onvoorbereid als passant de donkere steegjes van de alternatieve gitaarrock in. Als portier opent hij vriendelijk de deur naar een opgewonden pre grunge feestje, waar de rauwheid van afstraalt.
Er wordt aansluiting gezocht bij de desperate vernietingsdrang van de band. Met gemak wordt de vrijgevochten ruimte ingevuld door de oerschreeuw van Danilo Di Francesco. Alsof hij vanuit de dieptes van de Vesuvius omhoog laat stuwen met demonische zang die we sinds Nick Cave de romantiek opzoekt, niet meer gehoord hebben. Verstard wordt de tijd gedwongen tot stilstand. Al slopend en zwetend werken de brute muzikanten zich door het epische geheel heen.
Het is bewonderend te noemen dat de longen van Luca Di Giammarco niet totaal ontploft zijn. Met gemak voegt hij zich bij het onstuimige Seeds (Japanese) weer bij het gezelschap. Het niveau van de opener wordt niet gehaald, daarvoor klinkt de jazzy begeleiding net iets te snel en rommelig. De nadruk ligt ook veel meer bij de galopperende drumkwaliteiten van Alessandro Antinori. Verder ligt de aandacht nog sterker bij de godfathers van de grunge, waarbij het effectenpedalen van de gitaristen Danilo Di Francesco en Pietro Calvarese overuren maken en tot standje ontvlambaar buskruit wordt ingedrukt.
Danilo Di Francesco klinkt met zijn melodieuze new wave zang een stuk toegankelijker en geschoolder. De onstuimige psychedelische roadtrip berijd met zijn hobbelige Afrikaanse percussie en smerige noise een dynamisch vervolg op de oneffen wegen van het ingezette enerverend geluid. Luca Di Giammarco krijgt uitgebreid de mogelijkheid om zijn afscheid aan te kondigen om vervolgens het koperen pronkstuk in de koffer op te bergen. Met een chaotische eindsprint wordt de recordtijd van ruim 18 minuten aangetikt, welke op het slotstuk van New Sex Society nog overtroffen wordt.
Bij de deathpunk van Space Time Bubble eist Danilo Di Francesco met zijn shocking stuurloze voordracht de hoofdrol op. Nu de overschreeuwende saxofoon verdwenen is, moet hij alleen nog de strijd aangaan met zwaar rammelende vette gitaarriffs. Die schakelen moeiteloos tussendoor nog eventjes over op trage blues akkoorden om vervolgens in flexibele uitrekbare passages te soleren. Rauwe garage, hardrock en stoer potig haantjesgedrag domineren in het lompe spierballen krachtspel waar al swingend de nodige indruk wordt gemaakt.
De speedrock van Star Whores gaat nog een versnelling verder omhoog. Na het punkintro en de Pixies achtige indie surfklanken vervolgt het voorts hakkende slagwerk van het ritme eenheid Alessandro Antinori en Lorenzo Mazzaufo. Hun bas en drumpartijen geven de vocalist de mogelijkheid om zich heerlijk uit te leven over deze hypnotiserende groovende basis. Na een funkend tussenstuk wordt er gewerkt naar een tegendraadse exploderende eindspel, waarbij voor een paar fracties van secondes de opdringende ejaculatie wordt uitgesteld. Met klassieke jammerende gitaarklanken wordt de muziek van Inutili voor de zoveelste keer gedefinieerd.
Het korte Tiny Body voldoet aan alles waar de punk ooit voor staat. Gepassioneerde herrie met sloganachtige korte herhalende teksten. Dit alles in een afgeraagd krap leren jasje. Met Singing Dogs halen ze de lengte van een gemiddelde single. Omdat de ideeën zo samengetrokken zijn in een strak zittend korset, komt het net teveel over als een compacte samenvatting van wat we allemaal gehoord hebben. Dienst doende als een introductie van de plaat zou het nog meer tot zijn recht komen. Een concludering die voortkomt uit de verwenning die je hebt van de vorige voortreffelijke tracks.
Een mooi moment om met volle aandacht tot rust te komen. Met het afsluitende Too Late gaan alle registers weer open. Lawaaierige noise laat zich openbarsten tot een puistig mengsel van druiperige, nog goordere TNT explosiviteit. Wat zich allemaal door de geluidsbarrières van de versterkers naar buiten murwt is een substantie van vergiftigende rokerig opzwependheid. Tot bloedens toe wordt de grens tot vermogend componeren opgezocht, waarbij de vingers en het gehoor zich moeten ontgelden. Met standje keelontsteking gaat Danilo Di Francesco voor de laatste keer de strijd aan. Zijn opzwellende stembanden en kapot zingende keelamandelen hebben het zwaar te voorduren gehad.
Aangenaam trippend met herhalende breaks vervolgt Inutili onverschrokken de kruistocht tegen het opgelegde muziekregiem. New Sex Society heeft geen eindeloze doordachte songstructuren nodig, waar jaren lang op gebroed is, en de nadruk op elke toonwisseling gelegd wordt. Dit kan de spontaniteit ook doen opbreken, iets waarvan er bij deze Italianen absoluut geen sprake van is. De plaat verdiend een breed publiek waarbij liefhebbers van complexe postrock, vuig gitaargeweld en doomy postpunk gebroederlijk naast elkaar kunnen staan.
Inutili - New Sex Society | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
PoiL - Sus (2019) 2,5
30 juli 2020, 20:24 uur
Het tegendraadse Franse driemanschap Poil uit Lyon laat zich totaal niet leiden. Met hun absurde samenspel van wiskundige onmeetbare collages treden ze buiten elk traditionele muzikaal pad. De onsamenhangendheid is ondertussen het handelsmerk van deze vreemde band geworden. Niet eens zo’n gek idee van website Everything Is Noise om de plaat Sus als volledige albumstream publiekelijk uit te brengen. Blijkbaar is het vertrouwen in de verkoop van dit product niet gigantisch groot. Met verschrikte gigantische ogen kijkt het Sesamstraat achtige wezen je vanuit de albumhoes aan. Met de gedachte dat Poil in het Frans “haar” betekend, blijf ik met de klassieker van Grover en Koekiemonster in mijn hoofd rond lopen; Pluizig en Blauw.
Het is dan ook monsterlijke muziek, maar dan niet beangstigend. De onevenwichtige loops en schemaveranderingen doen mij aan baanbrekende grootheden als Frank Zappa, Gong en vooruit dan, Primus denken. Al lijkt hier de logica totaal te ontbreken. Bij de overige genoemde acts leidde de funkende jamsessie of jazzy gefreak tot iets wat nog enigszins de definitie song mag dragen. Hier is het een overdosering aan kunstzinnig en onzinnig geklooi, waarbij het trio waarschijnlijk ook niet weet waartoe het zal leiden. En dat compromisloos te werk gaan is eigenlijk best wel gewaagd en lekker.
Dit kunstmatig reanimeren van al lang afgestorven en verloren gegane fragmentarische passages heeft zijn charme. Poil klinkt als een groepje afgekeurde hulpverleners die de studio lijken te bezetten. De instrumenten worden goed bedoeld mishandeld tot er alleen een vaag testbeeld over blijft. Het verwarrende van dit alles blijft het feit dat onder al die ongein behoorlijk goed gespeeld werk doorsijpelt. Met allemaal lastige benamingen wordt er op hun Bandcamp pagina geprobeerd om Sus te definiëren. Meer dan een hectische puinhoop is het eigenlijk niet.
De twee lange nummers zijn door iemand met een forse diepte afwijking in vijf stukken verdeeld, waardoor er een onevenredige verdeling ontstaat. Luseta bestaat uit het repeterende Sus La Peira die doordrenkt door explosieve keyboardspel een prima lichte industriële basis vormt. Na de zelfs tot harmonieus betitelde samenzang gaat het helemaal los. Ontremde psychedelica waarbij fusion en jazz vechten voor een gelijkwaardige tegenreactie. Dat hier dan nog vlagen duistere metal bij wordt toegelaten getuigd van het volle vertrouwen in elkaars kunnen. Met blaren veroorzakend duimgedraai aan de effectenknop wordt een overspannen opgevoerde eindsprint ingezet.
Dan is het folky traditionele meerstemmige Lo Potz eventjes een minuutje bijkomen van alle waanzin. Donderende drumslagen kondigen Luses Fadas aan. Eventjes verwacht je na de vriendelijke pianotoetsen dat het helemaal goed gaat komen. Al snel is daar weer het vingervlugge gerommel en benevelde kwaadaardige gezang. De percussie laat niet zo gemakkelijk over zich heen lopen, en gaat tot het einde de strijd aan om staande te blijven. Ik weet niet welk goedje de heren van Poil geconsumeerd hebben, schijnbaar zijn ze nog steeds in staat om je te verblijden met nog een plaatkant van Sus.
Lou Libre De L ‘Amour is niet de zachte liefdevolle zijde van Sus. Alles wat nog staande was wordt met grof geweld bij Grèu Martire omver gekegeld. Meerdere pogingen worden ondernomen tot met duizelingwekkend disbalans niets meer in evenwicht is. De heilige muzikale poortjes worden hardhandig door elkaar gehusseld.
Geheel ontwricht waag ik mij aan het lange Chin Fou. De klaagzang van de heren heeft iets treurigs in zich. Maar veel tijd om na te jammeren is er niet. Krachtige gillende uitlopen en heerlijk psychedelisch spel laten de keyboard als een gitaar janken. Er valt niet te ontkennen dat het allemaal geniaal en meesterlijk in elkaar steekt. Ze zouden warempel nog in staat zijn om een begrijpbare plaat op te nemen. Zoals verwacht neemt de gekte het weer over. Het is bijna voorspelbaar te noemen, al zal dat absoluut niet de inzet zijn geweest van deze Fransozen.
Poil - Sus | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
KOKOKO! - Fongola (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:23 uur
Vanwege de ontwikkeling op internet lukt het steeds meer artiesten om volgens de Do It Yourself methode muziek aan de man te brengen. Lekker knutselen en heen rommelen op een zolderkamertje, en zonder hulp van platenmaatschappij het product presenteren. Ergens in een grijs verleden ligt daar ook de basis van de punk en lo-fi. Tegenwoordig maken ook goed scorende dance producers hiervan gebruik. Steeds minder krijgen machtige platenmaatschappijen de kans om zich als bepalende tussenpersoon op te dringen. Het vanuit de Democratische Republiek Congo opererende KOKOKO! Gaat hierin nog een stap verder. De elektronische basis wordt gevormd door de zelf in elkaar gezette instrumenten, waardoor er een unieke sound ontstaat. Meer DIY kan er niet gewerkt worden. Een doeltreffende vorm van recyclen van afgeschreven materiaal en ander afval.
Deze exotische punkhouding bezit door de eigenheid nog meer kracht dan de Afrikaanse postpunk uitstapjes waar de Westerse artiesten zich eind jaren zeventig aan waagde. Het is onmiskenbaar duidelijk dat de groovende afrobeat net zo sterk hierbij zijn sporen heeft achter gelaten. Het verschil zit hem in de overtuigende voordracht. Het is net wat energieker, bijna op een militaristische toon gezongen. Fela Kuti heeft met zijn visie en leven een historische stempel gedrukt op de denkwijze en leefstijl. Muziek is net zo ritmisch in vreugde en verdriet terug te horen.
Toch is Fongola een album geworden waarbij de cirkel gesloten lijkt te zijn. Er is zoveel terug te horen van het New Wave tijdperk. KOKOKO! is een symbolische overdracht van een geleend stuk cultuur, wat bewerkt is terug gegeven. De muzikanten geven daaraan weer een eigen invulling, en presenteren dit als debuutplaat nu aan het publiek. Nergens gaat het ten koste van de muziek. Het is een dansbare smeltkroes van stijlen. Met gemak gaat klassiek over in dub en bouwen traditionele binnenlandse ritmes op tot een uitzinnige ravende danceparty. Hoe verwarrend is dan het om de plaat Fongola te noemen, wat Mongolië betekent, nergens wordt er duidelijk gelinkt naar dat land.
Met het eigenzinnige freakende Likolo wordt ergens tussen de experimentele jazz en tegendraadse funk een startpunt opgezocht. Met gemak werken de donkere bastonen en krassende hoge gitaarakkoorden zich hier tussen. Deze benaming vat het nog niet perfect samen. Het is net een tikkeltje anders als wat je ooit eerder hebt gehoord. Debet hieraan blijft de zelfproductie van het speeltuig. Het einde gaat met gemak richting psychedelische ambient zang, en dat allemaal in een enkele track.
De hoofdrol op het album is weg gelegd voor de onderdompelende bas, welke er een duister bijna sinister tintje aan geeft. Telkens als het dreigt te ontploffen tot een gigantisch feestje is deze aanwezig om er een down to earth gevoel aan toe te voegen. Brommend en mokkend laat deze je meeslepen in een hypnotiserende trance. Het meest overtuigend zijn toch wel de typerende dromerige New Wave stukken.
Hoogtepunten zijn er zeker te vinden. L.O.V.E. springt er bovenuit vanwege de experimentele aanpak. Aparte inheemse geconstrueerde snaarinstrumenten worden door licht industrieel snijwerk ingeleid, waarna de erotische hese vrouwenzang het met de zuigende soundscapes op een mysterieuze wijze verder invullen. Echt uitblinken doet KOKOKO! met hun schreeuwerige opgepimpte synthpop variant Kitoko en het net zo eighties ingerichte strakke Caribische Tokoliana, waarbij de zonnestralen het als een broeierige zomerdouche opwarmen.
Het gevaar zit hem voornamelijk in de herkenbaarheid. Echt iets nieuws weten ze niet toe te voegen. Er is duidelijk geluisterd naar hoe Westerse dansmuziek zich vanaf de jaren zeventig ontwikkelde tot aan de eeuwwisseling. Alles wat daar tussendoor passeerde komt voorbij, tribal, house, wave, electroclash, zelfs de commerciële Italo disco en de nog foutere Eurodance passen in het totaalplaatje.
KOKOKO! blinkt uit vanwege de presentatie die ze vooral live weten waar te maken. Het podium is gevuld met gereedschap en ander materiaal die de meest wonderbaarlijke geluiden produceren. Het is zowat van een kinderlijke eenvoud en oogt armoedig. Juist door het muzikale eindresultaat overstijgt het in hun voordracht. Zonder deze beelden komt het een stuk minder bijzonder over.
KOKOKO! - Fongola | World | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lissie - When I'm Alone (2019) 3,5
Alternatieve titel: The Piano Retrospective, 30 juli 2020, 20:22 uur
Het uit Illinois afkomstige vocale natuurtalent Elisabeth Corrin Maurus, liefkozend Lissie genoemd, wist de wereld te verrassen met haar aangename debuut Catching a Tiger. Prachtige folky country songs met een vet aangezet rock randje, waarmee ze zelfs aansluiting lijkt te zoeken bij het grote publiek. Die popkant zal vervolgens steeds sterker op de voorgrond treden, waardoor het vermoeden wordt opgewekt dat Lissie zichzelf aan het kwijt raken is. De pianoballad Blood & Muscle op haar voorlaatste plaat Castles getuigd al van haar drang om het in de toekomst anders aan te pakken. Op When I’m Alone mag de piano zich tevens aandienen als haar compagnon. Samen nemen ze negen van haar composities onder handen, aangevuld met twee ijzersterke covers.
Martin Craft, die als gitarist Pulp frontman Jarvis Cocker assisteert mag bij een viertal songs de toetsen bedienen, bij de rest staat hij zijn plek af aan Jo Dudderidge van The Travelling Band, ook niet de minste. Op muzikaal vlak zitten de twee elkaar niet in de weg, waardoor het een mooi aansluitend geheel vormt. Lissie kiest er schijnbaar bewust voor om in ieder geval nu nog niet haar privé problemen op plaat te zetten. De afronding van Castles betekende ook het einde van een relatie. Door die pijnlijke ervaring weet ze wel zichzelf gevoeliger te presenteren. Schijnbaar hebben songs nu een andere betekenis. De worsteling van haar emoties vormt een leidraad in haar sobere uitvoering.
De tracks komen zo kaal over dat je sterk het gevoel krijgt dat Lissie hier haar meest persoonlijke werk aflevert. Hoe frappant is het dus dat het allemaal oude nummers zijn. Begrijpelijk dat ze niet kiest voor de Fleetwood Mac cover Go Your Own Way, nu deze zo dicht bij haar persoontje staat. Eigenlijk is er weinig toe te voegen aan de versie die haar mini album Covered Up with Flowers siert. Er wordt gekozen voor een ander hoogtepunt van Rumours, het stukken veiligere Dreams waarbij de scheiding meer cryptisch terug te vinden is. Hiermee maakt ze net wat minder indruk, het is zowat een blauwdruk van het origineel. Tot in perfectie uitgevoerd, maar verder erg vlak en zonder diepgang. Al maakt de regenbui door de aangeslagen toetsen het wel af. Die eigenheid weet ze wel toe te voegen in de Dixie Chicks cover Cowboy Take Me Away, waar ze het prachtige samenzang en vioolspel van de dames zelfs overtreft.
Regelmatig zorgt een dramatische wending in het leven voor een vervroegde volwassenwording. Nog steeds heeft Lissie het kinderlijke in haar voordracht, maar haar karakter heeft hoorbaar een flinke klap te verwerken gehad. Die serieuze ondertoon voelt geleefd en ouder aan. Elke song zet ze hoopvol in, om vervolgens te breken in de voordracht. Het komt in ieder geval gelukkig niet over als een kunstje, de oprechtheid overheerst. Paradepaardje Everywhere I Go is al adembenemend kippenvel mooi op haar debuut Catching a Tiger, ook deze totaal anders gespeelde versie doet hier niets aan af. Wat blaast ze hiermee haar concurrentie omver.
Samen met opener Don’t You Give Up on Me functioneert ze op eenzame hoogte. En dat die eenzaamheid centraal staat is terug te zien in de misleidende albumtitel When I’m Alone. Door de prachtige muzikale omlijsting is ze nooit alleen. Ze bewijst dat ze de country ontgroeid is en vocaal genoeg gerijpt is om zich in het vervolg zelfs aan de lastige blues en soul te wagen. Hoe ze hier al hoogtes en dieptes weet af te wisselen laat horen dat ze hiertoe in staat is.
Lissie - When I'm Alone: The Piano Retrospective | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Francesca De Fazi - Craft Songs (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:22 uur
Als vrouwen zich aan het typische mannelijke fenomeen de blues wagen, dan wordt er veelal over het verrotte bestaan gezongen. Doorleefd en vaak met de nodige huiselijke geweld dwingen ze respect af bij collega’s. In de rauwe imago schuilt nog ergens de gevoeligheid van een klein hartje wat verborgen zit achter het gecreëerde pantserschild. De uit Rome afkomstige Francesca De Fazi is zo’n stoer topwijf. Achter haar goedlachse glimlach verschuilt de nodige ellende. Deze zangeres is vooral boos op de onrechtvaardige wereld, heel boos zelfs. Met haar blonde lokken in vlechtjes gevlochten presenteert ze zichzelf als een jeugdige strijdster. Het stoere uiterlijk vind hiermee aansluiting bij die van de hedendaagse beoefenaars van vechtsporten. De twintig jaar aan ervaring in de muziekscene verbleken bij haar tijdloze verschijning.
Vanaf Craft Songs laat ze het achterste van de tong zien, zodat ook haar ruwe strot zichtbaar is, waar ze met de nodige heesheid het scheermes geluid uit tevoorschijn tovert. Making Miracles is een cadeautje van haar begeleidingsband. Gedoopt in een overvloed van funkende drumpartijen geeft Simone Pozzi de muzikanten genoeg ruimte om te volgen. Een grote rol hierin is weg gelegd voor bassist Manuel Volpe en saxofonist Simone Carino. Francesca De Fazi mag zich warm lopen om opgepompt de eerste ronde in te stappen met het bluesy Message in the Bottleneck. Gecoacht door de mondharmonica van Tom Newton begeleid ze zichzelf op slide gitaar.
Met de speelse dribbels in Emergency gooit ze een hoop kwetsbaarheid in de ring. Sensueel weet ze haar tegenstander in verwarring te brengen. De aandacht gaat volledig naar de gedragen slepende voordracht. De eerste klap wordt uitgedeeld door het drillende Pacific Trash Vortex. Met heerlijke dansbare klanken veranderd ze de boksring in een retro discovloer. De eerste time out volgt met het opladende Danubio Blues. Voor de eerste keer pakt ze de gitaar stevig vast om de jankende blues akkoorden eruit te persen. Door de opzwepende funk wil het net wat meer naar lucht happen.
In slow motion zijn de moves tot in de puntjes te volgen in het heerlijk voort tikkende pianospel van Post Partum Blues. Haar roots willen steeds sterker domineren in deze relaxte track. Totaal opgepept benut ze de vrijgekomen ruimtes in de typische blues song At Bottom Of A Glass. Met die lege fles weet ze weer de meest aangename slide sound op te roepen. Dat ze hier het uiterste van haar stemcapaciteiten opzoekt is een prachtige toevoeging. Heaven Pie gooit er een persoonlijk stuk sentiment tussen. Een beetje teveel misschien, maar deze openheid is voornamelijk vrouw eigen. Het donkere, schreeuwerige gitaarspel duid op meer volgende duisternis.
De vloer wordt aangeveegd met de funkende krachtpatserij van Heart In Mind. Ondanks dat ze duidelijk geen keuze tussen blues en funk weet te maken, wil dit nergens storen. Sterker nog, ze voegt een nieuwe dimensie toe aan de cross-over uit de jaren negentig. Blues weet zich net zo gemakkelijk als metal te koppelen aan funk. Na eventjes een stapje terug te doen in het soulvolle White Lies slaat ze definitief toe met Barbecue Blues. Als geheime wapen wordt het twistende boogie woogie pianospel van Dom Pinkin ingezet, om uiteindelijk een knock out uit te delen. Bam! 1-0 voor Francesca De Fazi.
Francesca De Fazi - Craft Songs | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Daniela Savoldi - Ragnatele (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:21 uur
Muziekinstrumenten beschouwend als verlengstuk van de ziel. Waar woorden tekort schieten wordt dit aangevuld met dynamiek en klanken die tevoorschijn komen bij het bespelen hiervan. Bij popmuziek gaat het vaak om opgekropte woede die zo verwoord kan worden, klassiek laat meer de gevoelige kant zien. Dan is er natuurlijk ook nog het verschil van stevige mannelijke werkershanden en kleinere tedere vrouwelijke vingers. Een cello wordt op een totaal andere manier behandeld door de rockers van Apocalyptica dan door de geschoolde Italiaanse Daniela Savoldi. Met haar Braziliaanse achtergrond laat deze dame vluchtige Zuid Amerikaanse invloeden toe die vooral terug te vinden zijn in het passievolle emotionele spel, met krachtige temperamentvolle accenten.
Bij Storia di un Attentato is dit het duidelijkste hoorbaar. Het strenge van de tango vermengt zich met de dromerigheid van klassiek. Alsof realiteit samen komt met idealisme in een evenwichtige wereld. Dit zijn de spaarzame momenten dat de celliste het verschil met haar compagnons weet op te roepen. Ragnatele staat voor spinnenweb. En juist als de draden een nieuwe structuur aanbrengen is het veel minder breekbaar en ontstaat een stevig fundament. Dit heeft ze nodig om het in haar hoofd afspelende tafereel van denkbeeldige impressie te voorzien.
Dada komt hier verder nog het dichtste in de buurt. Met het tempo van langzame danspassen openbaart de track zich om te ontwikkelen tot een voortslepend drama. Haar samenwerking met choreografe Marina Rossi is voelbaar in de uitvoering, welke een regelrechte uitnodiging is om er een prachtige vertolking van dans en muziek van te maken. De expressie en wanhoop zorgt voor meer dan genoeg inspiratie om tot iets moois en indrukwekkends te komen.
De rustige passage zijn wonderschoon gespeeld, maar willen niet of in ieder geval stukken minder dit effect oproepen. Hier lijkt meer de liefde voor de natuur en cultuur van Italië centraal te staan. Het is allemaal een stuk filmischer, met een traditioneel folk sfeertje. De liefde voor haar basisland wordt met een meisjesachtige onschuld vorm gegeven. Weg zijn de kritische aantekeningen die bij de twee genoemde nummers zo prominent naar voren komen. Haar aanpak blijft iets grimmigs en treurigs uitstralen, ondanks de warmte van de cello weet ze juist de kille kant op te roepen.
Was op haar debuut Transformazioni de drang om te experimenteren nog erg sterk aanwezig, hier is dat voornamelijk nog terug te horen op Improvviso. Door die sleutelrol kan het gezien worden als het overgangsnummer tussen de twee albums. Door deze omlijsting verder te beperken lijkt ze dichter bij de kern van haar innerlijk te komen, en deze publiekelijk open te stellen.
Daniela Savoldi - Ragnatele | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
KAZU - Adult Baby (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:21 uur
Wat blijft Blonde Redhead toch een aangename buitencategorie rockband. Het ultieme geluid werd voor mij bereikt met het hemelse 23, waar de gitaarrock een flinke injectie aan sfeervolle shoegazer soundscapes mee krijgt. Daar doorheen zit de iele stem van Kazu Makino gevangen als een angstige hulpeloze vlieg in een wiskundig berekend spinnenweb. Met breekbare vocalen die eindeloos verdwaalt lijken te zijn en eigenlijk eerder thuis horen op een rustgevende triphop plaat. Maar hiervoor staat juist het karakter van deze uit New York afkomstige onbuigzame indieband. Een stevig sterk fundament, waarbij alles tot in de puntjes lijkt te kloppen.
Wat is er nog hiervan over als je de doordachte muzikale omlijsting helemaal elimineert en vervangt door koele elektronica. Houdt het fragiel ogende tengere persoontje Kazu zich dan ook nog staande, of levert het daadwerkelijk de zoveelste spanningsloze elektro act op. Adult Baby is het volwassen geworden kindje van deze prachtige geheimzinnige verschijning. Zonder de broertjes Page is er genoeg muzikaliteit aanwezig om zich solo te presenteren. En hoe!
Salty is gewaagd te noemen, de sfeer is een stuk beklemmender en drukkender dan verwacht. Wel weet ze er direct veel meer kracht in te stoppen dan wat je van haar tot nu toe gehoord hebt. Mooi hoe de track zich ritmisch weet te ontwikkelen, wat weer perfect past bij de exotisch geladen uitingen van Kazu. Tegen mijn verwachtingen in openbaart ze zich als een volgroeide zangeres die de emotionele maniertjes achter zich heeft gelaten. Of zoals ze haar in de jaren negentig zouden noemen, als een heuse rockchick.
Die gedurfdheid overtreft ze met het door stemsamplers opbouwende Come Behind Me, So Good! Dat ze hierdoor vergelijkingen oproept met die kleine IJslandse fee is meer dan logisch, al weet ze er wel haar eigen draai aan te geven. Door de film noir treurnis die er orkestraal doorheen wandelt zit ze daadwerkelijk in de gehoopte triphop 2.0 hoek, en wat houdt ze zich machtig staande.
Bij elke track weet ze er weer iets sprookjesachtigs nieuws aan toe te voegen. Zoals het pastorale stilzwijgende en aardedonkere opbouwend in Meo en Disney dromerig in de titelsong Adult Baby. De basis blijft adembenemend theatraal waarbij het klein opbouwende Unsure in Waves positief opvalt. Spaarzaam wordt er gespeeld met een spookachtige regenval aan ritmes en repeterende gitaarakkoorden. Met een net zo indrukwekkende klankenraamwerk sluit ze het timide prachtig af met Coyote.
Adult Baby is een nachtkaars, die steeds maar blijft branden ondanks de onstuimige windvlagen die de plaat in disbalans proberen te brengen. Een geperfectioneerde doorstart van een vocalist waarbij steeds meer de vraag oprijst of ze de haardos van het al vijf jaar lang op non actief functionerende Blonde Redhead definitief gescalpeerd heeft en besloten heeft om solo verder te gaan. Ik zou daarmee prima kunnen leven, het bewijs dat ze dat aan kan heeft ze hierbij afgeleverd.
Kazu - Adult Baby | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Henrik Lindstrand - Nattresan (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:21 uur
De duisternis wordt vaak als iets negatiefs gezien. Ouderen zijn bang om in de ochtend niet meer te ontwaken, waardoor er angst op de voorgrond treedt. Henrik Lindstrand wil je de schoonheid van deze donkere kracht laten ervaren. Zijn reis door de nacht is gericht op de innerlijke rust die hierdoor ontstaat. Juist de leegte nodigt uit om dit creatief op te vullen. Zijn klassieke pianospel roept beelden op van slaapliedjes, flonkerende sterren en het universele gevoel om ergens bij te horen, wat een stuk groter is dan de wereld om je heen. Vanuit zijn studio in Kopenhagen vervuld de Zweed dit experiment, om te ervaren wat Nattresan met de luisteraar doet. De een zal het zien als een slaapverwekkende gebeuren, terwijl juist bij iemand anders de aangename klanken een prettige vredige belevenis van stilte teweer brengt.
Bij Vaggvisa (Lullaby) wordt de poort naar het schemergebied geopend. Er wordt een hevige strijd gevoerd om de ogen open te houden om vervolgens vol overgave aan deze nachtplaat te beginnen. De geluidsgolven laten het laatste kaarslicht dimmen tot een romantisch samenzijn. Daar staan de gevoelige toets aanrakingen ook voor, een liefdesspel, stilletjes en vol passie. Het contrast met de eenzaamheid is immens groot. De ingetogenheid bij het herhalende Havet verwoord de twijfel. Hoe verlaten heeft Henrik Lindstrand zich gevoeld. De zelfgebouwen studio is tevens een denkbeeldige muur die hem afwend van de buitenwereld.
Tiden is vluchtig en je hoort de klok tikken. Slapeloosheid en wakker de minuten voorbij zien gaan. Solvargen wil dreigender en onvoorspelbaarder beginnen, maar al snel is daar de onbevangenheid weer. Pas bij För den Goda Viljan komt het onbehagelijke boven drijven. Angstaanjagende nachtmerries die zich als een verraderlijke metgezel langzaam aan je opdringen. Toch wordt hier verder niet op ingehaakt, terwijl het wel een essentieel onderdeel is van het slaapproces. Ik mis het gedraai en transpirerende zweet. Hierdoor is het minder gedurfd en afwisselend. Het thema had nog mooier uitgediept kunnen worden.
For Absent Friends (Til Anne) lijkt gemaakt te zijn als een excuus voor een verwaarlozingsproces. Een boterbriefje voor alle verspilde momenten die Henrik spendeerde aan het voltooien van Nattresan. Een vreemde, maar wel begrijpelijke tussenvoeging. Søndermarken sluit wel weer perfect op Frost aan. De vrolijke tinten laten het licht toe. Zonnestralen die je laten ontwaken. Het getuigd dat de componist in staat is om ook een werkstuk kan maken waarbij juist de dag centraal staat.
Henrik Lindstrand - Nattresan | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jacco Wynia - Discomfort (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:20 uur
Dat de van oorsprong in het bescheiden Barneveld opgroeiende Jacco Wijnia, tegenwoordig omgedoopt tot Wynia, bij zijn aanmelding aan de Rockacademie beweerde dat hij nog nooit van de Stones en Beatles gehoord had werkte niet in zijn voordeel. In welke grot heb je geleefd als deze grootheden je niet bekend zijn, zeker bij een opleiding waar de popmuziek centraal staat. Anderzijds zal de muzikant genoeg klassieke componisten als voorbeeld hebben, die bij mij de nodige vraagtekens oproepen. Met zijn ietwat nerderige uitstraling zal hij tevens indruk maken bij de hipsters. Deze langharige dertiger behoort bij de nieuwe lichting artiesten die wellicht in staat zal zijn om een brug te bouwen tussen zijn klassieke en de meer popgerichte achtergrond. Melodia Melancholia zou prima als basis voor een top 40 song kunnen dienen.
Hoe gedurfd is het om zelf aan de slag te gaan met sfeervolle instrumentale prachtstukken, waarbij hij alle vrijheid van beleving bij de luisteraar legt. Het persoonlijk leed wordt hier niet versterkt door woorden. Het is prima om te weten dat hij de nodige shit in zijn omgeving heeft meegemaakt, maar is dat een meerwaarde? Natuurlijk zal het zijn naasten troost geven. Discomfort staat vooral voor de ongemakkelijke situatie waarin iedereen wel eens verkeerd. Al direct bij It’s Complicated and That’s Fine worden begrippen als onmacht, vergeving, rust, hoop en verdriet onbewust dan wel bewust opgeroepen. De aarzelingen in zijn pianospel geven de essentiële keuzes in het leven zin en uitleg. Met de nodige twijfel wordt zorgvuldig telkens weer een richting gekozen.
De minder statische houding zal een voortvloeisel zijn welke versterkt is op de Rockacademie. Juist de creativiteit staat hier meer centraal. Ook een conservatorium richt zich tegenwoordig steeds meer op een bredere benadering. Door zijn werkervaring als muziekdocent blijft hij scherp en jong van geest. Het speelse, luchtige spel krijgt accentveranderingen in de duistere onderlaag, zoals duidelijk voelbaar in de trieste tonen van Obscurite Illume. De passie zit weggestopt in de verborgen diepgang met zijn vluchtige uitwegen. Hoe bewonderenswaardig is het om er ook hier weer een positieve wending aan te geven met het vrolijke tussenspel. Zelfs technisch klinkende schoonheidsfouten worden niet weg gewerkt. De menselijke kracht verwerkt in kwetsbaarheid en sterfelijkheid.
Het is te simpel om zijn muziek te plaatsen onder new age, klassiek of mediterende heling. De complexiteit wordt niet opgezocht in lastig te plaatsen tracks, maar juist meer in kleine tempowisselingen die minuscule veranderingen verbergen. Door niet in bombastische passages de weg kwijt te raken blijft er continu binding met de luisteraar. Contact is waarschijnlijk het best gekozen kernwoord. Emoties mogen opgeroepen worden, en er is ruimte om deze te uiten. Het doel van Jacco Wynia is niet gericht om deze een definitieve plek te geven, hij wil juist dat je elke keer stil staat bij de momenten in het leven die daarbij passen. Discomfort is daar een mooi handboek voor.
Jacco Wynia - Discomfort | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Liam Gallagher - Why Me? Why Not. (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:20 uur
Het moet blijkbaar wel een feestje worden. Op zijn 46ste verjaardag brengt Liam Gallanger zijn tweede solo album uit. Net als zijn broer gewoon onder zijn eigen naam. De band tussen de blood brothers is ondertussen zo gruwelijk verslechterd dat ze elkaars bloed kunnen drinken. Noel heeft zelfs zijn vete met het Blur kamp allang bijgelegd en staat samen met Damon Albarn op het podium. De familieleden zijn waarschijnlijk nog steeds niet on speaking terms, en deze arrogante houding past dan ook perfect bij de jongste van de twee. De Beady Eye platen Different Gear, Still Speeding en BE werden niet slecht ontvangen, maar As You Are is niet bepaald de hemel ingeschreven. Wil Liam Gallanger zich misschien definitief met Why Me? Why Not revengeren?
Met het stevigere bluesy Shockwave gooit hij al een veelbelovende single de ether in. Met mooi begeleidend mondharmonicawerk laat de frontman horen dat hij het ook zonder het nasale geluid aardig weet te redden. In de loop der jaren klinkt zijn zang wel wat kortademiger, maar heeft hij wel zijn gevoel voor melodielijnen ontwikkeld. Het is een stuk compacter, de lange uitlopen zijn geheel verdwenen. Die zijn wel hoorbaar in One Of Us. Nam Noel voorheen bij Oasis de hoge uithalen voor zijn rekening, hier is Liam op zichzelf aangewezen en komt er prima mee weg. Hij legt meer soul in zijn voordracht en maakt het publiek terecht nieuwsgierig naar de plaat. Een gigantisch verschil met het rockende op single verschenen The River dat nog enigszins in de psychedelische lijn van Dig Out Your Soul ligt.
Ook het al eerder uitgelekte Once laat een volwassen ontwikkeling horen, waarbij hij zelfs fragmentarisch aan Bob Dylan doet denken. Het is als compositie een regelrechte aanval op de schrijverskwaliteiten van zijn oudere broer. Dat diezelfde personage als verborgen vrouwspersoon centraal staat in de tekst heeft veel weg van The Beatles perikelen tijdens de Let It Be opnames. Opgekropte frustraties onderling leiden daar tot prachtige resultaten. Het is een mooie milde vriendschappelijke uitnodiging om met zijn broer de battle aan te laten gaan.
Nou, de rest van dit album voldoet aardig aan de verwachtingen. Het is allemaal niet wereldschokkend, de eentonigheid van zijn beperkte vocalen weet hij een positieve wending te geven. Natuurlijk blijft het ontbreken van de gitaarcapriolen van Noel een groot gemis. Toch valt Liam niet vaak door dit vangnet heen, de kwetsbaarheid laat zijn ego voor het eerst niet helemaal boven zichzelf uit zweven. Met een hoog bubblegum gehalte blijft hij wel de veiligheid opzoeken. Door de toevoeging van piano, blokfluit (jawel!), en de eerder genoemde mondharmonica weet hij er de nodige variatie in te stoppen.
Dat hij in Halo het akkoordenschema van Let’s Spend The Night Together leent, is hem vergeven. The Verve kwam uiteindelijk ook prima weg met Bittersweet Symphony waar leentjebuur werd gespeeld met een compositie van Jagger en Richards. De oudjes van The Stones zijn zeker niet seniel, of ze de royalty’s opeisen durf ik niet te betwisten. Ik snap die hele ophef nooit, het is toch een geweldig compliment gericht aan de eeuwigheidswaarde van een nummer. Als je de ene grootheid aanhaalt, dan mag die andere ook niet ontbreken. Dat maakt hij direct goed in de Lennon-achtige zang van Why Me? Why Not..
Na de retro glamrock van Be Still is het stiekem toch hopen op die kenmerkende sneer waarmee hij Oasis op de kaart zette. Dat typerende blijkt ondanks een veel beter zingende Liam toch wel van grote invloed te zijn geweest bij het bandgeluid. Op Why Me? Why Not. is het vooral flink shoppen tussen de sixties en seventies albums in de platenkast. Het roept wel het vergeelde nicotinesfeertje van de hoes van Definitief Maybe op, maar verder zijn de raakvlakken minimaal. Het schemerige nachtclub achtige Gone sluit de plaat af op een donkere wijze af.
Wat volgt zijn de fraaie bonustracks. Zeker het experimentele met dreigend ritme opgepoetste Invisible Sun is zeer sterk. Hier is dat nasale, lang uitgerekte in de stem wel aanwezig. Wat een verademing om Liam weer zo te horen zingen. Good Old Britpop!, Back To The Nineties!! Misunderstood is een poging om een Noel Gallagher klassieker te schrijven. Het zit er net te dik op, gespeelde sentiment met een dicht geplamuurd veilig popdeuntje. Glimmer zou prima kunnen dienen voor een herkenningstune van een feel good serie over een groep vrienden die samen in een studentenflat wonen, of een stel veertigers die uit verveling op de zaterdagavond rondhangen in een plaatselijke stamkroeg. Een vrolijk huppelend nietszeggend Amerikaans melodietje.
Liam Gallagher weet zeker te overtuigen. De comfortzone wordt netjes opgeruimd, waarbij er voor hem genoeg nieuws te ontdekken valt. Toch durft hij vooral in de verschenen singles naar buiten te treden. Feit is dat hij positief in ontwikkeling is en zich minder egocentrisch lijkt op te stellen. Nu nog hopen op een mooi familiediner met een stevige kerstborrel die een geweldig vervolg oplevert, want daar ben ik nu echt wel aan toe.
Liam Gallagher - Why Me? Why Not. | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Paolo Spaccamonti - Volume Quattro (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:20 uur
Het probleem bij meesterlijke gitaristen is vaak dat ze hun uitdaging gaan zoeken in moeilijk te volgen muzikale hoogstandjes. Het is natuurlijk geweldig dat je gelukkig wordt van complexe jazz, lastige blues akkoorden, eindeloos gesoleer of uitmuntend klassiek werk. De gemiddelde luisteraar haakt dan al snel af, of deze moet daadwerkelijk geïnteresseerd zijn in de denkwijze van de artiest. De Italiaanse Paolo Spaccamonti wordt door zijn collega’s in het vak met veel lof gewaardeerd. Dit resulteerde in aangename aanvullingen op albums van landsgenoten welke ook door artiesten in het buitenland opgemerkt worden. Als je de aandacht trekt van Julia Temp en leden van baanbrekende bands als Can, Dirty Three en Einsturzende Neubaten, dan ben je wel ergens toe in staat.
Met de van laatst genoemde band afkomstige Jochen Arbeit maakte hij vorig jaar het sterke CLN. Duidelijk getriggerd door deze indrukwekkende samenwerking laat Volume Quattro zich vooral luisteren als het logische vervolg hierop. Zijn rol als veredelde sessiemuzikant wordt aan de kant geschoven. Op deze soloplaat hoor je ook veel van zijn abstracte uitgewerkte donkere soundtracks terug. Standvastig zijn eigen visie volgend levert dit een mooi verrassingspakket op.
Het eerste voorbeeld hiervan is de al eerder op verkenningstocht gestuurde single Ablazioni. Met wegvallend sfeerlicht wordt hij in de video juist bewust uit de schijnwerpers gehouden, en concentreert de aandacht zich vooral op het mysterieuze gitaarspel. Met de door postpunk gemerkte rinkelende akkoorden weet hij een indringend film noir gevoel op te roepen. Ondersteund door serieuze duistere begeleidende beats van Davide Tomat kan hij zich hiermee prima plaatsen in de tripgoth scene; het meest zwartgallige uitvloeisel van de triphop.
De aanpak van Paolo Spaccamonti doet mij nog het meeste denken aan die van sfeermaker Vini Reilly. Nu deze cultheld uit de jaren tachtig op een pijnlijke manier uitgerangeerd lijkt te zijn ten gevolge van een beroerte, blijkt de Italiaan deze vrij gekomen plaats op een waardige manier in te vullen. Of hij zich hiervan bewust is, durf ik niet te zeggen, maar zijn speelwijze sluit perfect hierop aan. Al is de muzikale zienswijze totaal anders. Spaccamonti durft het zelfs nog groter aan te pakken.
Met Nessun Codardo Tranne Voi blaast hij mij voor de tweede keer weg. Zo hoort een demonische spaghettiwestern te klinken. Een dikke middelvinger naar Hollywood, die deze van oorsprong Italiaanse country movies zich toegeëigend hebben. Hij pakt hier eventjes treffend een stuk cultuur terug van de Amerikanen die met dollartekens in hun ogen het gebeuren reorganiseerden. Met gemeende boosheid gaat hij totaal los op de snaren.
De met klankspel gevulde dromerige passages vormen een voedingsbodem voor de dreigende kunstwerken. Prachtig opbouwend tot aan de poort van de schemerwereld waarin deze juweeltjes hun vaste woonplaats hebben. Zwaar geaccentueerde holle ritmes geven de vrijheid van de geluidskunstenaar net wat meer diepte zoals in de huwelijksnacht in volle maan gemaakte liefdeskindje van de postpunk en dreampop, Fumo Negli Occhi genaamd. De derde gelukstreffer op Volume Quattro, gevolgd door het hierop naspartelende Tutto Bene Quel Che Finisce.
Herboren en het moeras van verslindende geluidsgolven ontvlucht volgt het excellente epische Luce. Doordat hier te lang gebruik wordt gemaakt met de invulling van stiltes, kan de track zich niet ontworstelen uit de schaduw van de eerder genoemde piekpunten. Ondanks een mooi uitgeschreven geheel blijft het een tikkeltje vlakker. Volume Quattro laat een ongelofelijk goed in vorm functionerende wereldgitarist horen. Wat een genot en voorrecht om hiermee kennis te maken.
Paolo Spaccamonti - Volume Quattro | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Shura - Forevher (2019) 2,5
30 juli 2020, 20:20 uur
Ze moeten gemaakt worden, liefdesliedjes die je door de puberteit heen helpen. Het is een fase in het leven welke je zo aangenaam mogelijk moet overleven. De onvolgroeide hersencellen zijn gevoelig voor de Top 40 troep die de wereld in geworpen worden. De blijvertjes krijgen een nostalgisch plekje in je brein, en zijn vaak te koppelen aan een indrukwekkend moment of belevenis. De rest mag gezien worden als onnodige tijdsverspilling, net als de nietszeggende uren die je doelloos op de bank doorbrengt. Je gedachtes komen niet veel verder dan bij het beeld van de perfecte klasgenoot, waarvan je weet dat deze jou toch niet ziet staan. En daar past een liefdesplaat met zoete love songs prima bij.
Alexandra Lilah Denton is een goede zangeres met absoluut een aangename stem. Onder het alter ego Shura brengt de uit Hammersmith afkomstige dame haar eerste plaat Nothing’s Real uit. De verkeerd gespelde fout in de titel Forevher van de deze zomer verschenen opvolger roept eigenlijk nog de meeste interesse op. Met de soft soul tracks past ze perfect tussen de plastic pop die er in de jaren tachtig gemaakt werden. Door een overdosering van haarlak worden de zintuigen tot in een roes verdoofd, waardoor de waarneming net wat schappelijker te noemen is. Oké, ritmisch zit er best wel een lekkere swing in, dus helemaal vlak is het niet.
Het klinkt allemaal behoorlijk Amerikaans, en dat is op zich logisch. De Britse vocaliste is ten tijden van het opnameproces verhuist naar Minneapolis. De ziel van het van daar afkomstige overleden kleine genie Prince dwaalt zeker rond op Forevher. Het sensuele geluid zou in zijn handen voorzien met wat pittigere ingrediënten, zeker kunnen scoren. Met net dat tikkeltje aan funk; een kreuntje hier en daar, droge blikkerige drums en een door Christine le Duc gesponsorde kledinglijn zou het wel goed komen. Nu is het op de uitbarsting van het afsluitende Skyline, Be Mine na te voorzichtig. Die gemixte gitaar en breakbeats hadden best wat vaker terug mogen komen. Haar achtergrond als multi instrumentalist komt nu te weinig naar voren.
Forevher is een typische Arbeidsvitamineplaat. Prima te draaien bij de afwas en wat strijkwerk. Zelfs de stofzuiger mag met standje zorgeloos aangezet worden. Helaas wil het mij verder minimaal boeien. Ze zal er zeker haar hebben en houden ingestopt hebben, daar ben ik heilig van overtuigd, het raakt mij verder niet.
Shura - Forevher | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
AVA - Waves (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:19 uur
Violiste Anna Phoebe heeft de nodige speelervaringen opgedaan in het meer toegankelijke popcircuit. Deze van oorsprong Duitse artiest is zich vervolgens gaan verdiepen in de metal scene. Haar tweede album Rise Of The Warrior maakte ze met leden van After Forever, en ligt in het verlengde van de rockende cello muzikanten van Apocalyptica. Aisling Brouwer is een pianiste met een Nederlandse achtergrond, die voornamelijk haar werkveld heeft verbreed op het gebied van sferische filmische composities. Samen vormen ze het duo AVA. De geschoolde dames van laten je met Waves kennis maken met hun visie op het hele dreigende Brexit gebeuren. Zonder teksten zal een ieder het anders ervaren. De interpretatie die volgt is er eentje op het gevoel inspelende.
De onrust in de Britse politiek blijft op dit moment een sterke inspiratiebron om je onvrede te uiten. In de popmuziek wordt er genoeg over dit hot item gesproken en bezongen. Artiesten durven zich te distantiëren tegen de aangekondigde veranderingen. London Bridge Is Falling Down. Steeds meer dreigt het Verenigde Koninkrijk een eiland te worden, welke zijn eigen Bermuda Driehoek creëert. Zichzelf afstompend tegen de rest van de wereld. Een ontwikkeling waarvan pas jaren later zijn daadwerkelijke sporen en gevolgen in de geschiedenisboeken zichtbaar zullen zijn. Nu mengt ook de klassieke muziek zich in dit fenomeen.
Het is een rollenspel, waarbij om beurten een wisselende positie wordt ingenomen. Gemakshalve kan het gezien worden als een wispelturige machtsstrijd tussen het standvastige trotse moederschip en de sterke onvoorspelbare alles vernietigende golven. Het titelstuk Waves begint vanuit een stabiele basis. De piano bespeelt een conservatief melodietje om zich door de viool mee te laten voeren naar een onbekend gebied. De tempowisselingen veroorzaken al de eerste roering en dreiging. Een duizelingwekkende draaikolk van pianoklanken veroorzaakt een stuurloos geheel en verliest het de grip met de realiteit. Het ontbreken van richtingsgevoelloosheid komt hierdoor perfect aan de oppervlakte.
Ongewild wordt er met vluchtige klassieke klanken ongewild afstand genomen van alle vastigheid. Doordat een sterk fundament ontbreekt is Groot Brittannië kwetsbaar. Geen hoge dijken die ze beschermen, omdat de bouwers hiervan nog niet het vertrouwen van de kiezers hebben opgewekt. De meer folk gerichte inslag van To Be Alone overwint door het chauvinistische uitdragende euforie van trots, terwijl juist deze zelfde inslag bij Ocean de kwetsbaarheid van het loslaten oproept. Donkere wolken gevuld met uitbarstende onmacht vormen in Resistance een zwarte schaduw over de onzekere toekomst.
De dreampop van Voyager wil wat vervelend bijten, maar verder vormt het een prachtig duidelijk verhaal. Zelfs de ambient house van Into The Deep wil niet storen, en vervuld een uitgerekende toegankelijke rol. Het onwaarschijnlijke lukt Ava op Waves. Om het nogmaals te onderlijnen weten ze het samenvattend uit te dragen op Mulholland. Alle getoonde facetten passeren nog voor de laatste keer de revue om vervolgens de diepte in gezogen te worden door Underwater.
Ava - Waves | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Like Lovers - Everything All the Time Forever (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:19 uur
Sinds de eeuwwisseling wordt computergestuurde elektronica steeds vaker ingezet om een warm geluid te creëren. Met de hedendaagse sample technieken ontstaat er een aangename geluidscollage met de nodige ruimte om te experimenteren. Een ommezwaai waarbij de kilte van voorheen steeds minder aanwezig is, en de uitgebreide mogelijkheden van de technologie steeds beter benut worden. Maar ook zelfs hierbij is het vooruitstrevende karakter ondertussen achterhaald en gedateerd. Door de snelle ontwikkelingen wil men telkens weer met iets nieuws komen, terwijl er nog zoveel moois in deze aanpak verborgen zit. Enerzijds is er de groeiende markt van dans georiënteerde dj’s die een miljoenenpubliek vermaken, aan de andere kant zijn er steeds meer producers en thuisknutselaars die aansluiting zoeken bij de alternatieve sector.
De Duitse producer Jan Kerscher richt zich vooral op die laatste doelgroep. Met Everything All The Time Forever maakt hij een kleurrijk debuut in de lijn van de revolutionaire muzikanten die het vooruitstrevende baanbrekende werk hebben verricht. Toegankelijk vervormde noise schept de basis voor het titelstuk Everything All the Time Forever. De meervoudig geschoolde muzikant bezit behalve een breed scala aan instrumentenbeheersing tevens een aangename zangstem. Met zijn zuivere hoge vocalen weet hij direct de nodige kracht in zijn composities te stoppen. Als inspiratiebron wordt een scala aan artiesten genoemd, Thom Yorke en zijn consorten hoorbaar als grootste invloed.
Abstracte klassieke pianoklanken laten zijn veelzijdigheid gelden in georkestreerde momenten die genoeg aanwezig zijn. Door deze licht verteerbare ambient aanpak ontstaat een insomnia achtig dagdroom gevoel welk tegengas krijgt van pulserende percussie. Deze roept het zelfde effect op als een kop sterke zwarte koffie, strijdend om wakker te blijven. De eigenheid zit hem in het primaire gedeelte vooral in de meer publiekelijke huiskamerpop. Er is genoeg kneedbare ruimte om ook de meer commerciële kanten van zijn kunnen te laten horen. Hierdoor is het een stuk toegankelijker en grijpbaarder. Duizelingwekkende in slaap wiegende harpsnaren worden met gemak afgewisseld met meer straight uitrekkende geluidsgolven.
Jan Kerscher weet vooral indruk te maken met zijn emotionele geladen zangpartijen. Die weet hij prachtig vorm te geven met ruwe schetsmatige vibrerende beats. De momenten waarbij het slopend en duister klinkt zoals in het met zeurende viool opgeleukte Something Else behoren tot de hoogtepunten. Daarbij laat hij ook de meeste variatie in zijn verbale voordracht horen. Hij gaat heerlijk buiten de lijntjes en gooit er nog een treffend gitaarspel tussendoor. Met deze industriële koerswijziging in het vizier laat hij zijn openheid gelden, en hoor je de door hem persoonlijk gewaardeerde hardere rock van eind vorig decennia overtuigend terug.
Het lawaaierige Health wil met zijn soulvolle benadering hier perfect op aansluiten. Nog steviger eist hij de aandacht op. Dit tweetal vormt met volle overtuiging het sterkste duo van de plaat. Staan er op het eerste helft nog voornamelijk tracks die het daglicht goed kunnen verdragen, het daarop volgende laatste stuk is tegen het aardedonker aan. Die richting is het meest interessante, en daarbij laat Like Lovers ook het beste van zijn eigen kunnen horen. Dat er gekozen is voor de afwisseling is begrijpen, hiermee weet hij een grotere doelgroep te bereiken.
Like Lovers - Everything All the Time Forever | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rev Rev Rev - Kykeon (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:18 uur
Italië eist steeds meer een vooruitstrevende rol op in het mondiale hedendaagse rockklimaat. Met prachtige, duistere gitaaralbums worden we in 2019 getrakteerd op een veelzeggende nieuwe stroming, die de een na de andere verbazend sterke plaat lanceert. De kettingreactie die in werking gesteld wordt motiveert om met overtreffende resultaten jezelf op deze arbeidsmarkt te presenteren. Het alles verwoestende Rev Rev Rev laat een wispelturige tornado aan omkerende geluidsgolven op je af komen. Deze noise dirigeert de windvlagen richting het hitsige zuiden, waar vanuit Modena het viertallige gezelschap van tegenstrijdige rockers hun derde plaat Kykeon presenteren.
Ze vormen een direct gevaar voor de aanwezige architectuur daar. Betwijfelend of de historische gebouwen bestendigt zijn tegen de nadreunende heerlijke herrie die geproduceerd wordt. Want dit is er eentje die een Play It Loud sticker verdiend. Dit is Shoegazer met gemanipuleerd stofzuigergeluid, waarbij alles in dienst lijkt te staan van de atmosferische fuzzsound die ze hiermee oproepen. Het effectenpedaal wordt ingezet als extra instrument, sterker nog, de rol van de geluidsvervormer is bepalend voor het wegblazend gevoel waarmee ze zich op de kaart zetten. Uitkijken dus op deze rotonde van onvoorspelbaarheid.
Met harde om zich heen meppende mokerslagen van Greta Benatti wordt de weg vrijgemaakt voor het opzuigende moeras van Waiting for Gödel. Ergens ver weg geschoven in het mengpaneel wil Laura Iacuzio met haar psychedelische zang als een hongerige aasgier rondcirculeren om vervolgens als nachtelijk testbeeld ruis in het niets te verdwijnen. Dit is allemaal al eerder en beter gedaan, maar Rev Rev Rev weet er wel hun eigen draai aan te geven. Tussen de explosies, die niet onderdoen aan knallende nieuwjaarsgroeten zit de eigenheid gevangen in een duidelijke basis van postpunk. Met de kristalheldere synthesizers wagen ze zich aan het duistere grensgebied.
De holbewoner drumpartijen en het dolend zielloos baswerk gaan de confrontatie aan met de gewaagde gitaar melodieën van Sebastian Lugli. Die speelsheid en jeugdigheid gaat dwars tegen de zelfverzekerde oer drang van de begeleiding in. Een mooi evenwicht om het lompe karakter wat in te dimmen. Als er zoiets als dreampop bestaat, dan mag dit gekwalificeerd worden als nightmarepop. Het heeft tevens een trippende werking, al wil het net wat avontuurlijker en gejaagder over komen. De knoppen van het opname apparatuur worden dol gedraaid om het vernietigende effect van windkracht 10 op te roepen in het lawaaierige Sealand.
Sporadisch wordt de noiserock nog onderbroken, bij Adrift in the Chaosmos is dat het ronddwalend spaghettiwestern deuntje wat eventjes als ongenodigde gast op bezoek komt. Rev Rev Rev krijgt een tikkeltje meer status als Laura Iacuzio zich als doempriesteres presenteert in het gotisch dicht gemetselde Summer Clouds. Hoe verrassend is het dat er afgesloten wordt met freakende funkrock in het met psychedelica gevoede Cyclopes. Kykeon heeft de onvoorspelbaarheid van een versleten stuk elastiek. Het is wachten op het moment dat de spanning en veerkracht het verliest van de druk die het roekeloos spelen ze oplegt. Hoe ver durven ze hierin te gaan. Die grens is nog niet gevonden.
Rev Rev Rev - Kykeon | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Borka Balogh - Borka Balogh (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:18 uur
We mogen er trots op zijn om een heerlijk stukje Hongaars cultureel erfgoed in bezit te hebben. Nee, ik heb het niet over een abstract kunstwerk of een stijlvol stilleven op doek. Borka Balogh heeft haar moederland verlaten en zich al een tijdje gevestigd in Amsterdam. Ondanks dat de nummers allemaal in het Engels gezongen worden, verraad de tongval wel haar roots. Het is triest dat zo’n groot talent door middel van crowdfunding haar debuutalbum gefinancierd krijgt. Anderzijds is dit voor artiesten vaak wel de beste mogelijkheid om zich aan het publiek te presenteren. Terecht dat ze voldaan de tracks op haar plaat presenteert als tien prachtige bloemen. Vergeten donker hardnekkig onkruid, welke net zoveel bestaansrecht hebben als de netjes gekochte aankopen.
Elk gewas staat symbool voor een emotie of een gevoel. De wanhopige paardenbloem, wachtend om uiteen geblazen te worden, een depressieve plantje met geknakte stengel, het vreemde geval met haar verschillende uitlopen, en ga zo maar door. Mooi dat ze zich op deze manier identificeert met de nummers, voor mij is het een doordachte bloemlezing die je meeneemt naar verschillende stromingen die van invloed zijn geweest op het geslaagde resultaat. Borka beschouwt het zelf als een donkere beleving, maar daarmee doet ze zichzelf tekort. Het is juist een veelkleurige doorzichtig transparant geheel geworden.
Dromerige hemelse postpunk van Gone wordt ondersteund door een klassiek vleugje krautrock. De folky traditionele zang van Balogh krijgt nog hulp van rockend gitaarwerk en door dreunende percussie. Door haar aangehaalde zwartgalligheid laat van zich horen op het melancholische Nostalgia. Met klagende treurzang weet ze een indrukwekkend beklemmend gevoel op te roepen. Mooi dat ze zich zo breekbaar en kwetsbaar opstelt. Hoe gewaagd is het om direct al je troefkaarten op tafel te leggen. Beter dan dit zal het niet worden, neemt niet weg dat het een zeer geslaagd debuut te noemen is.
Dat ze zich onderverdeeld in de singer-songwriter hoek hoor je terug in het verhalende wijze karakter van de rest van haar titelloze eersteling. Minimale akoestische akkoorden worden met gemak afgewisseld met krachtig gitaarwerk. Sombere elektronica krijgt evenwicht door statische pianotoetsen. Verdwaald in opgekropte emoties dwingt ze je af om mee te gaan in haar verlangen naar het afgesloten verleden. Heimwee is het kernwoord welke steeds maar zich in mijn gedachte opdringt.
Vol passie en overgave wordt over haar grootvader gezongen in het spookachtige Grandpa’s Song. Het gemis van zijn harde levenservaringen als een eenzame uitstervende klaproos die langzaamaan vervaagd. Ook in Hollow vraagt ze veel van haar openheid en laat ze haar zang met hoge tonen domineren.
Borka Balogh is talenvol genoeg, en verdient het niet om te bedelen voor een bijdrage om een volgende plaat te bekostigen. Hopelijk wordt er door een platenmaatschappij haar die kans gegund om met productieve steun en vertrouwen daar in het vervolg mee aan de slag te gaan. De liefde die ze in haar muziek legt betaald zich wel terug.
Borka Balogh - Borka Balogh | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hiss Golden Messenger - Terms of Surrender (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:18 uur
Nu Ryan Adams van het vizier is/lijkt verdwenen en het verschrikkelijke verlies van Neal Casal zijn wonden nalaat, schuiven andere prominente folkrock artiesten een plekje voorwaarts op. Zo werkt het nou eenmaal, en een artiest als M.C. Taylor kan daar het voordeel uit halen. Zijn hardcore verleden was duidelijk voorhanden op de rauwe ongepolijste sound van de eerste Hiss Golden Messenger albums. Die punk attitude was nog zeker aanwezig op het maatschappijkritische Heart Like A Levee, bij opvolger Hallelujah Anyhow lijkt hij het geluk in de liefde gevonden te hebben. De productieve muzikant heeft meer dan genoeg inspiratie, en plaatst zich met zijn achtste album opnieuw in de spotlights van de Amerikaanse indie scene.
Terms of Surrender opent met de verborgen protestsong I Need A Teacher. De uit Noord-Carolina afkomstige singer-songwriter lijkt hiermee tekstueel het vertrouwen in het geloof gevonden te hebben. Maar de stakingsbeelden in de video richten zich vooral op het dreigende leerlingentekort. Een probleem waarmee we ook in Nederland te maken hebben. Door de positieve muzikale omlijsting wil hij een krachtig statement neerzetten. Met alleen klagen kom je er niet, het probleem moet landelijk gedragen en erkent worden. Een goed strijdlied om de wereld mee wakker te schudden. Een stabiele toekomst begint bij een fundamentele basis, en die ligt in het onderwijs. Rumoerige gitaaruithalen roepen op tot een vredelievende opstand.
Bij de soberheid van Bright Direction (You’re a Dark Star Now) leent Taylor de eeuwigheid van de titel van David Bowies laatste album om zijn eigen verdriet uit te drukken. De witte kruizen in de tekst lijken symbool te staan voor weggevallen familieleden en vrienden. De eenzaamheid die het oproept als je daar niet meer om advies kan vragen bij de uitgestippelde keuzes in het leven. De familie en vooral het vaderschap is een terugkerend thema op Terms of Surrender. De tijdsdruk die opgelegd wordt om genoeg aandacht aan de nazaten te geven, maar dus ook tevens de hoop op een goede toekomst voor zijn twee kinderen. Het recht op goed onderwijs is niet alleen mondiaal gericht, maar wordt dicht bij de persoonlijke situatie gehouden.
Hierbij past uiteraard het beste een beheerste aanpak, logisch dat daar dan ook voor gekozen is. De vocalen zijn zelfverzekerd en warm, vaderlijk te noemen. Het accent is verschoven naar een meer toegankelijke geluid. Het is allemaal een stuk veiliger, met prachtige folky Americana invloeden welke het verlangen naar geborgenheid verbeelden. Met M.C. Taylor die als redenaar zijn volgelingen toespreekt, en aanmoedigt. Die soulvolle benadering is vooral terug te horen vanaf de ritmische begeleiding van Old Enough to Wonder Why (East Side—West Side). Hiss Golden Messenger lijkt klaar te zijn voor een volgende fase in hun muzikale carrière, waar ze meer de diepgang van de soul willen verkennen en toelaten.
Sporadisch zijn er nog de stevigere partijen te horen zoals in het rockende Katy (You Don’t Have to Be Good Yet) en het broeierige funkende met scheurende mondharmonica uithalende hoogtepunt Whip. Hierbij is de toon direct een stuk donkerder en grilliger. Die ruimte blijft niet onbenut, gelukkig maar! Terms of Surrender is een zorgvuldig uitgewerkte plaat geworden, misschien net ietsje te doordacht, maar er valt nog genoeg mooie spontaniteit op terug te vinden.
Hiss Golden Messenger - Terms of Surrender | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Stef Kamil Carlens - Making Sense of ∞ (2019) 4,0
Alternatieve titel: Making Sense of Infinity, 30 juli 2020, 20:17 uur
Er zijn een aantal muzikale momenten die je voor altijd bij zullen blijven. Jaren geleden dEUS live mogen aanschouwen in hun prille opstartperiode. Stef Kamil Carlens die als eerste het podium betrad, en met waanzinnige bas loops het publiek trakteerde op een aangenaam introducerend voorspel. Vervolgens de manische gekte van een overrompelende sterk spelende band. Het gevoelige Moondog Jr volgde, waarbij al duidelijk was dat hij zich meer op het hierop volgend project Zita Swoon zou richten. Het verlies van zijn vertrek bij dEUS weg dansen met de funkende dampende shows, waarbij hij helemaal in zijn element blijkt te zijn. Ik heb deze processen als terugkomend publiek mogen aanschouwen.
Nu ook voor Stef de jaren gaan tellen komt hij onder zijn eigen naam met de opvolger van Stuck Inside The Status Quo. Zijn wilde uitspattingen zijn in Making Sense of ∞ grotendeels verdwenen. Daarvoor in de plaats komt hij met een pure zelfreflecterende plaat, welke dichtbij de persoon Carlens staat.
Vreemd genoeg weet Stef Kamil herinneringen op te roepen naar de dEUS periode waarbij hij uit het gezichtsveld verschenen is. Met gemak zou het album te plaatsen zijn tussen het grimmige, dromerige van Pocket Revolution en het geflirt met donkere disco op het daarop volgende Vantage Point. Het meest verrassende is dat het vooral een gitaarplaat is geworden. Broeierige jaren tachtig gekleurde akkoorden geven het geheel meer glans. Het suffe geneuzel waar grootheden zich schuldig aan maakten, weet hij perfect te vermijden. Indrukwekkend dat juist een fenomenaal bassist kiest voor een totaal andere aanpak, waarbij hij zo sterk buiten zijn comfortzone treed. Hoe gewaagd is het om zijn kenmerkende baspartijen vaak tot het minimum weg te cijferen. Er is dan ook genoeg ruimte voor een breed scala aan instrumenten. Zo weet hij er effectief een saxofoon of hobo tussen te stoppen, maar ook voor sprankelend improviserend pianogepingel is er een plek.
Dat deze bijna vijftiger de machtsstrijd tussen de psychedelische progrock en funkende disco heeft meegemaakt, overschaduwt door de deprimerende postpunk is duidelijk terug te horen. Making Sense of ∞ is zo donker als het vluchtige nachtleven. Veel neonlichten in een verlaten desolate club. De kleurige zweverige New Age hoes met een jeugdig ogende Carlens staat in contrast met de duistere volgroeide sound die hij laat horen. Toch lukt het hem om genoeg warmte te verspreiden, nergens wil het koud of kil over komen.
Wat opvalt is dat zijn kenmerkende hoge stemgeluid nu een stuk trager en slepender voort beweegt, tegen het spoken word aan. Het speelse krolsheid waarmee hij zich bijna in dierlijk capriolen openbaarde is vervangen door een sterk zelfverzekerd volwassen aanpak. Smooth, zacht en mannelijk zijn nu de kernwoorden. Op het einde maakt hij dezelfde ommezwaai van pop naar een meer sferische soundscapes. Hierbij is een grote rol weg gelegd voor de aangenaam zeurende bas, die fretloos zijn arbeid verricht. Het filmische karakter wil hier het sterkste naar boven komen.
De keuze om op het debuut oude songs op te poetsen en te reproduceren staat averechts tegenover dit coherent geheel. Stef Kamil Carlens heeft zich ontwikkelt tot een voltooid componist. Nadat hij eerst het kunstje om te dirigeren heeft afgekeken van Barman, en deze toepaste in zijn band, heeft hij nu weer een flinke stap voorwaarts gezet. Making Sense of ∞ mag terecht op eigen naam bijgeschreven worden.
Stef Kamil Carlens - Making Sense of ∞ | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Josy & Pony - Eponyme (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:16 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Angel Olsen - All Mirrors (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:16 uur
Het blijft een mooi gegeven om in de ontwikkeling van een artiest te ervaren dat deze trouw blijft aan haar roots. Zo zal bij de voordracht van Angel Olsen altijd het folky country verleden hoorbaar blijven. Was op Burn Your Fire For No Witness al een flinke stap voorwaarts richting de indie rock, met het daarop My Woman mag gekwalificeerd worden als een regelrechte rauwe gitaaralbum. Ze lijkt hiermee haar definitieve vorm gevonden te hebben. Voordat ze aan de slag gaat met een volgende plaat verrast ze met het bij elkaar geraapte Phases. Een sterke verzamelaar bestaande uit eerder uitgebrachte bonustracks en ander interessant spul.
All Mirrors onderscheid zichzelf echter door het prachtige cineastische karakter. Donkere film noir nummers worden afgewisseld met klassiek georkestreerde big band soundtrack songs die zo op een versleten jaren zeventig plaat kunnen staan. David Lynch meets John Barry. Het is vooral de duisternis die overheerst. Stevig opgenomen strijkers en zware percussie geven de dynamische voordracht van Angel Olsen nog meer kracht. Met de omlijsting zit ze in dezelfde hoek als de souldiva’s, haar singer-songwriter achtergrond geeft er een eigen invulling aan. Het folky draadje is dun, maar nog steeds intact.
Met de magische betoverende opbouw van Lark schud ze direct al het indie verleden van zich af. De gitaar is vervangen door sfeervol versterkte viooluithalen. Hard en dreigend eisen deze alle aandacht op. Angel Olsen vraagt het uiterste van zichzelf om hier nog bovenuit te klinken. Zeker als het niet misselijke drumwerk ook nog frontaal op de voorgrond treed. Onbegrijpelijk dat ze voorheen de vocalen wat onzeker op de achtergrond parkeerde. Met kleine subtiele veranderingen wil het een gekleurd Oosters klankentapijt over de songs werpen. De gedurfde uitwerking vraagt om een live uitvoering met een breed scala aan opgeleide muzikanten. Wat moet dit gigantisch gaaf klinken met de stemvaste jammerende uithalen van de zangeres.
Dit in combinatie met de zweverige retro disco klanken zorgt voor nog meer veelzijdigheid. Legt ze met haar sensuele stem daar de nadruk op, dan ontstaat er een aangename dromerige sound. Blitse gedateerde orgeltoetsen laten je wegdromen, en nergens is er de binding aanwezig met haar oude geluid. De gitaar zit netjes opgesloten in de koffer, en ik betwijfel of deze ooit nog tevoorschijn komt. Een gewaagde keuze om de instrumenten zo ver in de mix naar voren te laten komen. En als er dan ook nog valse orgelklanken weerklinken betwijfel ik of dit bij haar oude aanhang in de smaak zal vallen.
Angel Olsen flirt met de muziekgeschiedenis. Uitdagend schud de femme fatale het ingeslapen pop etiquette van zich af. Totaal buiten de lijntjes tredend volgt ze haar gepassioneerde hart. Toch komt ze alleen met het warme ritmische Summer nog enigszins in de buurt van de openingstreffer en de daarop volgende titeltrack; de prijsnummers van All Mirrors. Om dan ook nog af te sluiten met de sentimentele fifties georiënteerde ballad Change is stiekem wel een genot.
Angel Olsen - All Mirrors | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Nick Cave & The Bad Seeds - Ghosteen (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:15 uur
3 oktober, 22:58 uur.....
Met een sfeervol ritmische inleiding worden we twee minuten voor aanvang naar de openbaring van de nieuwe Nick Cave getrokken. Al dagen roept het vragen op. Is het een sombere plaat geworden in de stijl van het sfeervolle Push the Sky Away en het daarop volgende Skeleton Tree, welke een wrange nasmaak krijgt vanwege het trieste overlijden van zijn zoon Arthur? Al was het merendeel van het materiaal al geschreven, en krijgen de nummers daar plotseling een totaal andere betekenis. Hoe groot zal de rol zijn van Warren Ellis, die ingehuurd werd als klassiek geschoold violist, inclusief zijn zwerverachtige uiterlijk. Steeds meer eist deze zijn rol op bij The Bad Seeds, nu Cave zich steeds meer bewust lijkt te worden van het feit dat Blixa Bargeld en Mick Harvey hem onvoorwaardelijk in de steek hebben gelaten. Natuurlijk zal er in zijn hoofd ook stil gestaan worden bij de dood van Conway Savage. Het slechte zaadje heeft zijn kleurige akker overwoekerd, en zit in een hoek verscholen om toe te slaan. Al loerend in de gedaantes van leeuw en luipaard staan ze opgesteld om toe te slaan. Het prille geluk in de vorm van een prominent aanwezig lammetje te verslinden.
Natuurlijk is de frontman gebroken. Hoe bijzonder is het dan dat hij zijn trouwe fans betrekt in het verwerkingsproces. Welke rol de inspirerende Conservation Tour hierbij gespeeld heeft is niet helemaal duidelijk, maar het is geloofwaardig dat hij daar moed uit verzameld heeft. Wel weerklinkt er in de soberheid een duidelijke drang naar het leven door. Juist nu verwacht je een duistere plaat die tegen het oude werk aanleunt. Maar het getatoeëerde E.V.I.L. op gebalde vuist is vervangen door hemelse liefde. Als beschermengel zingt Cave zijn overleden zoon toe, vliegt met hem mee naar een zorgeloze eeuwigheid.
Spinning Song gaat met zijn melodieuze opbouw verder waar Skeleton Tree eindigde. Pastorale klanken die Nick Cave laten verwijzen naar Elvis Presley. Werd in Tupelo op dreigende toon zijn geboorte bezongen, hier haakt hij in op zijn naderende einde. Al snel vervolgen de verwachte verwijzingen naar Arthur. De doodssmak vanuit het veilige nest dat zijn ouders voor hem gemaakt hebben. Vergeet niet dat ook Elvis met een tweelingbroer op de wereld gezet werd, al overleed deze al tijdens de geboorte. Hoe bijzonder is het dat Nick Cave met beschadigde kopstem durft af te sluiten. Peace Will Come In Time. De gehavende wonden liggen open als een afgerukte vleugel.
Het zwaarmoedige Bright Horses roept het beeld op van Cave, Warren Ellis en een piano. De vriendschap tussen beiden lijkt alleen maar groeiende door het persoonlijke leed waar mee geleefd dient te worden. Wisten ze op het podium altijd al elkaar te vinden, nu lijkt het er steeds meer op dat The Bad Seeds voornamelijk uit enkel deze persoon bestaat. Er is verder alleen maar ruimte voor de klagende hoge zangpartijen die je dwingen tot stilte. Op het moment dat Cave voor de eerste keer het woord Lord uitspreekt, hoor je hem breken.
Diepe logge percussie gaat Waiting For You voort om al snel ingewisseld te worden door de dominant aanwezige piano. Wat moet er door de hoofden van ouders heen gaan als ze geconfronteerd worden met de plek des onheils? De rit in stilzwijgen. Man, wat doet dit pijn. Elke gebeurtenis wordt aangegrepen om de liefde voor zijn zoon te benoemen. Stijltechnisch is het te plaatsen op No More Shall We Part. Dan weerklinkt er een sprankje hoop in Night Raid. Mooie momenten worden teruggehaald en op papier gedrukt als dierbare herinneringen. Cave kan het breekbare omzetten in de krachtigheid die je van hem gewend bent.
Wie kan er beter dan Warren Ellis het dromerige zwevende gevoel van Sun Forest uitwerken. Met zijn ervaringen in het scheppen van indrukwekkende soundtracks heeft hij zijn rol al lang verzilverd. Ook hier is hij de arrangeur die van zijn werkgever alle vrijheid krijgt om hiermee aan de slag te gaan. Met hedendaagse elektronica echoot er een vervormde stem doorheen. Nick Cave pakt alle rust om geconcentreerd achter zijn piano plaats te nemen. In volle overtuiging vertelt hij over hoe hij bijna therapeutisch gedwongen wordt om de volgende stap in het rouwproces te zetten. Met de vertrouwde bijbel als naslagwerk, om daarin de antwoorden op de vragen te vinden. Antwoorden die leiden tot meer vragen. De zoveelste verwijzing naar The Skeleton Tree volgt, de vervloekte stamboom met de afstervende tak, die zich treurend naar de aarde werpt. De prachtige falset die als tweede stem bemoedigend en bijna wiegend toezingt, hoe mooi kan verdriet gedragen worden.
Wat volgt is het lugubere intro van Galleon Ship. Alsof een spookschip gevuld met dolende zielen wacht om weg te varen. Met flinke vervorming in de vocalen word je melancholisch toegezongen. Dan zijn er dan onverwachts de zonnestralen in het prachtige geluidsveld, om vervolgens weer te vervagen in het geruis van vechtend water. Ghosteen Speaks haakt hier op in, en is net wat optimistischer van aard. Nick Cave heeft weer dat ouderwetse kenmerkende zelfverzekerde in zijn betoog, waarmee hij je meevoert in zijn verhaal. Dat die boodschap hoe dan ook al overkomt, mag duidelijk zijn. Hier komen The Bad Seeds het sterkste naar voren, als eenheid vervullen ze de achtergrondzang.
Zo donker als de nacht schuifelt Leviathan voorbij. De innerlijke band van vader tot zoon wordt verwoord. Verspilde weggegooide tijdsmomenten die anders ingevuld hadden kunnen worden. Eenzaamheid en verdriet. En weer is daar die flashback van de weg naar het strand. Ghosteen handelt over het loslaten, maar dat is een onmogelijke opgave.
Was het eerste gedeelte nog de lijdensweg naar het paradijs, op de tweede plaat lijkt het alsof de tocht is voltooid. Een sfeervolle introductie van het hiernamaals, prachtig instrumentaal ingeleid. De koffer in de hand lijkt ook te verwijzen naar een gearriveerde reiziger. Het zijn de minimale accentwisselingen die berusting oproepen.
De titelsong Ghosteen is daarbij het sleutelnummer, en tevens de sleutel van de poort van het paradijs, zo ervaar ik het. Was de eerste plaat nog vrij klein en intiem, hier start hij groter van opzet. Met Oosterse klanken wordt een beeld geschept welke nog het beste te plaatsen is in het mythische hangende tuinen van Babylon. Het weemoedige blijft rondcirkelen, maar dan zonder de lage zwaartekracht welke als smog een nevel vormde over het eerste gedeelte. Hoe wrang is het dat de gedachten hierbij gaan naar de sfeer van The Good Son. Hoe verkeerd kan die titel nu vallen. Nogmaals wordt het verlies benadrukt, nu in een tijdloos sprookje, welke te herleiden valt tot een verscheurd gezin waarbij het kindfiguur afscheid neemt. Het beeld van het hiernamaals wordt steeds minder rooskleurig. Vriendelijke wezens die uiteindelijk instinctief hun dierlijkheid laten gelden. Gevaar loert, er wordt bloed geroken. Het beeld dat geschetst wordt op de albumhoes. De onschuld als het vlekkeloze jonge lammetje.
Fireflies linkt tekstueel direct aan Night Raid. Ook hierbij wordt er geopend met Maria die Jezus in haar armen houdt. Hij laat in het midden of het de geboorte of het overlijden betreft. Dit is niet van belang, de moederliefde staat centraal. In spoken word vorm volgt de inleiding naar het geweldige eindstuk. De dreiging die hoorbaar is in de gesproken passages van The Mercy Seat en The Carny is te voelen. Zalvende stemmen op de achtergrond temperen de zanger. Vuurvliegjes die de duisternis kleur geven als eeuwige fonkelende sterren.
Zou Hollywood gezien worden als het kunstmatige paradijs, waarbij van de buitenkant alleen maar schoonheid te zien is? Als de avond invalt komt de schemerzijde als een ongenodigde gast op bezoek. De zelfkant belichaamd in het nachtleven, met alle verleidingen en gevaar die zich opdienen. Onheil en verlokkingen. Een slang die als duivel toesist om van de verboden vrucht te eten. Bewust van zijn eigen sterfelijkheid wacht de poëet op zijn eigen afscheid. And I’m just waiting now, for my time to come. Warren Ellis die zijn opdracht voltooit door het passend in te kleuren met een onverwachts drukkend einde.
Ghosteen is een lange intense trip, je wordt meegezogen in de wervelwind waar Cave zich in bevindt. Werd Skeleton Tree betiteld als zijn meest persoonlijke werk; Ghosteen is de overtreffende trap. Verwacht geen terugkeer naar zijn onstuimige leven en confronterende muzikale uitspattingen. Nick Cave is een oude wijze man geworden, getekend door het harde leven.
Nick Cave & The Bad Seeds - Ghosteen | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Amber Run - Philophobia (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:15 uur
Het lijkt nog allemaal zo kort geleden dat de dromerige Britpop in de jaren negentig daar de charts domineerden. Misschien is het wel de reden dat het als geheel vertrouwd en fris aanvoelt. Dat dit tevens de grote valkuil voor de uit Nottingham afkomstige Amber Run is, lijkt bijna vanzelfsprekend. Philophobia is de derde plaat van het drietal en sluit qua sound aan op de eerder verschenen 5am en For a Moment, I Was Lost. Philophobia is in geen een opzicht origineel of vooruitstrevend te noemen, dat neemt niet weg dat het een verdomd lekkere trip down memory lane is.
Hier in Nederland zou een soortgelijk binnenlands product geplugd worden bij de grotere radiostations om maar genoeg speeluren op te eisen. Als je maar vaak genoeg aangeeft dat dit de toekomst van de popmuziek is, dan gaat het publiek het vanzelf wel beloven. Dat lijkt ze dan ook prima te lukken door het publiek voor de release al kennis te laten maken met drie singels; Carousel, Affection en Neon Circus. Carousel is daarvan het meest aan de veilige kant opgesteld. Een zorgvuldig opgebouwde popsong met netjes ingecalculeerde gitaarexplosies.
Het op koorknaap hoogte gezongen Affection is een typische ballad; een rustig begin, wat toegevoegde percussie, maar dan zonder een krachtige voortzetting of einde. Hierdoor maakt het te weinig indruk en is het inwisselbaar voor het later geplaatste Worship. Amber Run heeft tijdens het opnameproces een periode in Utrecht gebivakkeerd, puur om inspiratie op te doen. Helaas hebben ze toen voornamelijk naar Kensington geluisterd, en van die band bij 3 Voor 12 een coverversie van What Lies Ahead uitgevoerd. Daar zijn ze nog het beste mee te vergelijken.
Dan wil het recentelijk uitgebrachte Neon Circus een stuk sterker overtuigen. Na een inleidend pianostuk wordt de tijd direct zo’n twintig jaar terug gedraaid. De missie van Amber Run is al direct duidelijk; de opgeëiste plek en roem in het thuisland veilig stellen. Na de wat verwijfde zang van Joshua Keogh overruled hij door diep de pedalen van zijn elektrische gitaar in te stampen. Ja, er wordt op meerdere manieren flink wat af gegild op het album. Op dat vlak valt dan ook totaal niks op af te dingen, hij bewijst met regelmaat een goede gitarist te zijn.
Misschien klinkt het allemaal wel heel erg kort door de bocht, ze beheersen het trucje wel. Het probleem is dat er naast elke track een prominente band te plaatsen is welke vrijwel dezelfde song heeft afgeleverd. Joshua Keogh heeft een prima bereik en rond zijn zanglijnen heerlijk af. Tom Sperring weet de snaren van zijn bas goed te raken, en geeft een stoere invulling aan zijn spel. Hij is de stabiele factor in de donkere postpunknummer What Could Be as Lonely as Love die tegenwicht krijgen van de catchy discodreunen die uit de keyboard van Henry Wyeth tevoorschijn komen. Overduidelijk de meest pakkende single van Philophobia en bewust rond de verschijningsdatum hiervan gereleaset. De grappige, maar tevens diep trieste dronken video is een vette knipoog naar Bittersweet Symphony van The Verve en Unfinished Sympathy van Massive Attack.
Dit soort uptempo nummers zijn gericht om als stadionkrakers te dienen. Inhoudelijk heeft het tekstueel weinig te melden, maar daar ligt ook niet zozeer het belang. Met de tienerromantiek en de daarbij horende problematiek richten ze zich op de puberende jong volwassenen. De schoolgaande meisjes die aansluiting proberen te zoeken bij de alternatieve indie vriendjes van de oudere broers. Het is een instapmodel naar de meer afwisselende grotere namen in de business die meer ontwikkeling en diepgang laten horen. Amber Run levert een kant en klaar product af, waarmee ze volledig aan de verwachtingen van de platenmaatschappij voldoen. Het ontbreekt alleen aan een eigen identiteit.
Amber Run - Philophobia | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The New Pornographers - In the Morse Code of Brake Lights (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:15 uur
Nadat ik de eerste donker roodfluwelen klanken van You’ll Need a New Backseat Driver voorbij hoor komen, komt niet de gedachte bij mij op dat we hier met de springerige groep uit het Canadese Vancouver te maken hebben. Maar zodra de drum en stem van Neko Case invalt, hoor je het kenmerkende geluid van The New Pornographers overduidelijk terug. Het is zeldzaam hoe ze deze duisternis na een paar secondes weten om te zetten tot een kermisachtige kitsch, en er zonder schaamte mee aan de loop te gaan.
Toch krijg ik sterk het gevoel dat ze het imago van leuk, aardig schattig indie bandje van zich af willen schudden. Al zeven albums weten ze tot in perfectie uitgewerkte popmelodietjes af te leveren. Nu mogen ze zichzelf wel eens definitief op de kaart zetten. Nergens klinkt de frustratie door dat dit nog steeds niet gelukt is, daarvoor is het net te lief allemaal. Wat zou ik een pleidooi kunnen geven voor deze geweldige band, die gekozen heeft voor de meest foute naam die je kan verzinnen. Je gaat tijdens een feestje niet snel vragen wie het laatste album van The New Pornographers heeft gehoord.
De groei ten opzichte van een plaat als Brill Bruisers zit hem voornamelijk in de meer uitgesproken zelfverzekerde zang en een stabieler geheel. Werd er voorheen nog vooral in de songs meer onderscheid gemaakt tussen dromerige synthesizers en hard dynamisch gitaar ramwerk, hier zijn de scherpe kantjes vervangen door een evenwichtigere sound. Natuurlijk mag het nog steeds knallen, en uiteraard is er de ruimte voor emotionele beladenheid. Het verschil zit hem voornamelijk in de afronding. Nog soepeler loopt het allemaal in elkaar over; kan dat? Ja, blijkbaar wel!
Het is al een uitdaging om de voltallige band een plek op het podium te geven. Hoe bijzonder is het dat ze ook speltechnisch elkaar ook niet voor de voeten lopen. Volledig in balans ademen ze een speelgenot uit waarmee ze met gemak zich een voortrekkersrol kunnen toerekenen. Nergens is maar een zuchtje zenuw oproepende gejaagdheid waar te nemen. A.C. Newman heeft nog steeds een overschot aan getalenteerde muzikanten achter zich staan. Dat geluk verwoord zich in het ontspannen eindresultaat.
The Magnificent Seven is met violiste Simi Stone uitgebreid tot een achttal, al wist deze zich de afgelopen vier jaar al in tourverband zich te presenteren. Geen vreemde ontwikkeling dus met een meer organisch geluid tot gevolg. Hoe ironisch is het dat ze vrijwel niet opvalt op In the Morse Code of Brake Lights. Maar als ze dan mag uitpakken doet ze dat wel gelijk goed. Dreamlike And On The Rush zou zonder haar aandeel een stuk zwakker uitvallen.
Over die plaat hebben we het dus, In the Morse Code of Brake Lights. Nog steeds lukt het ze niet om de onschuld van zich af te schudden. Maar de unieke chemie is veel sterker aanwezig. Joe Seiders roffelt met gemak zijn stevigere partijen door de sfeerbepalende keyboardtoetsen van Blaine Thurier heen. Noko Case mag met tegenstrijdige backingvocalen proberen de zanglijnen van A.C. Newman onderuit te halen, en de structuur blijft net zo gemakkelijk intact. Het klopt gewoon allemaal. Hoe chaotisch het dan toch verloopt, nergens wordt het echt rommelig.
De aanpak sluit nog het beste aan bij de verfrissende new wave uit de jaren tachtig, voordat deze samengevoegd werden onder het kopje postpunk. Ach, er zitten wel nieuwere invloeden in verwerkt, zoals bij het door ambient ingeleide Colossus of Rhodes met de hedendaagse dance. Het gebruik maken van disco en aanwezige koortjes is een directe aanval op de Canadese vaandeldragers van Arcade Fire. Waar deze benadering op hun laatste plaat niet begrepen werd, slagen The New Pornographers daar wel in. Het pijnlijke gemis van een grote achterban werkt dan wel in het nadeel.
Ondanks dat In The Morse Code Of Brake Lights meer dan een goede plaat is geworden, ontbreken de echte memorabele songs. Die zijn wel nodig om het product aan de man te brengen. Perfectie is niet synoniem aan gedenkwaardig, maar in zijn totaliteit blijft het absoluut staande.
The New Pornographers - In the Morse Code of Brake Lights | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mnemotechnic - Blinkers (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:15 uur
De beeldende voor zichzelf sprekende prachtig gekozen albumhoes van Blinkers geeft de verstikkende werking van Mnemotechnic overduidelijk weer. Buigend gaat de traditionele muzikant onzichtbaar ten onder, overwoekerd door draden die als verbindingsstuk voor de elektronica dienen. Een warboel aan aansluitingspunten, welke hem als een afdankertje vast ketenen. Het vertrouwen in een vredelievende muziekwereld wordt letterlijk en figuurlijk de mond gesnoerd. De industrial rockers uit het Franse Brest laten met hun derde album weer keihard van zich horen. De strategische ligging van hun broedplaats is in het verleden in oorlogen zeer bepalend geweest. Die militaristische houding is in de strakheid en het doeltreffende spel overduidelijk terug te horen.
Alsof het een Mission Impossible betreft worden de grove lijnen uitgezet. Om te voorkomen dat ze af geserveerd worden als de zoveelste nazaat van de industriële rockpioniers voegen ze er een flinke overdosis aan latere emocore en compromisloze avant garde aan toe. Deze gemuteerde variant dreigt weg te zinken in de onoverzichtelijke brei van vermorzelende onvoorspelbare futloze uitspattingen. In een half uur tijd lukt het ze om alle vastigheid en structuur in hun muziek te elimineren tot een nulpunt. Uit deze leegte kan weer zoveel moois ontstaan als een ingenieur het vakkundig weet op te vullen.
Mnemotechnic zaagt als een eindopdracht industriële vorming er genadeloos op los. Alarmfase Een galmt met hoge snelheid door de speakers, achtervolgt door totaal stuk gespeeld gitaargeweld. De gekwelde ziel van de zanger wordt geperforeerd door drillende drums die deze onderwerpen aan een sterk staaltje noise. De grote jongenspraat krijgt de een na andere mechanische spierballenklap te incasseren. Met een laag gestemde bas en krassende spooky gitaarakkoorden wordt er een log Nu Metal sausje overheen gegoten. Gloeiend heet als metaal welke het kookpunt heeft bereikt. Stroperig verspreiden deze vernietigende klanken zich over Blinkers heen.
En ondanks dat het allemaal erg vet en destructief zijn werking uitoefent wil het nergens tot een indrukwekkende climax komen. Het lijkt allemaal zo simpel maar er komt veel meer bij kijken dan alleen maar loeihard imponeren. Wil je echt wat toevoegen dan horen daar de tegendraadse breaks of andere interessante wendingen bij. Het ademt de sfeer uit van een slachtveld in het verkeer waar meerdere auto’s bij zijn betrokken. Hulpverleners worden overstemd door chaos en weten niet goed deze te bestrijden.
Thousands of Straws heeft met de overtuigende zang alles in zich om zich hiervan te distantiëren, maar op het moment dat het naar iets moois lijkt te werken, wordt er abrupt de stekker uit getrokken. De ramptoerist die nergens voor terugschrikt wil hier wel van genieten. Met de opbouw van de songs is weinig mis, alleen wordt het einde te vaak door een moersleutel dicht gedraaid. Blinkers is geen verkeerde plaat, en dient met de volume voluit opgediend te worden. Een zwaar op de maag liggend hoofdgerecht zonder een uitnodigend voorafje en licht verteerbaar toetje.
Mnemotechnic - Blinkers | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kim Gordon - No Home Record (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:14 uur
Begin jaren negentig gebeurde het. Vanuit de Verenigde Staten explodeerde de vastgeroeste muziekscene. Opeens waren daar de grote vernieuwende gitaarbands. Op de festivalvelden veroverden ze als een steeds grotere olievlek hun werkgebied. Ein Abend In Wien heeft het voorbereidende werk verricht, en de schrijvende pers staat bij Paradiso de nieuwe lichting Nirvana fans op te wachten. En daar was ook de opgewekte interesse voor Hüsker Dü, Pixies en Sonic Youth, welke genoemd werden als grote voorbeelden. Laatstgenoemde lieten zich nog met regelmaat in Nederland zien, de rest was ondertussen niet meer actief. Met The Ex als voorprogramma werd er als aftrap van de zomer in 1993 een geweldig concert vanuit het Utrechtse Tivoli gegeven.
Natuurlijk is het de chemie tussen het viertal wat Sonic Youth maakte tot wat het was. Baanbrekend gitaargeweld met een slopende Kim Gordon op bas. Het tijdperk waarbij vrouwen vooral van zich lieten horen op dit instrument. En wat waren het stuk voor stuk sterke persoonlijkheden. Kim Gordon was al een veertiger, en duidelijk een invloedrijk boegbeeld. Op en top vrouwelijk presenteerde ze zich in kort rokje en hoge hakken. Hoe indrukwekkend wist ze de avond naar zich toe te trekken.
Ondertussen is er al lang een einde gekomen aan het ultieme rock & roll huwelijk tussen Kim Gordon en Thurston Moore, nadat een paar jaar eerder al de versterkte stekker uit Sonic Youth is getrokken. Als de noise langzaam weg geëbd is weet Moore vorig jaar te imponeren met het sterke Rock N Roll Consciousness. Met regelmaat is Sister, Daydream Nation en vooral Washing Machine terug te horen. Hij bewijst nog volledig mee te tellen. Nu is daar het lang verwachtte antwoord van voormalige partner Kim Gordon met haar debuut No Home Record.
Waar Moore kiest voor een paar lange gitaartracks wil Gordon eigenwijs voor een compactere aanpak kiezen. Drukkende strijkers begeleiden een hoorbare ouder geworden zangeres met daaroverheen torpederende oversturende noisebeats in het experimentele Sketch Artist. Veel sterker wordt er afgeweken van de Sonic Youth sound met als resultaat een zwaar verteerbare, maar oh zo machtige hernieuwde kennismaking met de diva, die ervoor kiest om niet gepensioneerd achter de geraniums weg te kruipen. In plaats van te profiteren van haar naamsbekendheid besluit ze om geen nieuw hoofdstuk toe te voegen, maar om aan de slag te gaan met een ander verhaal.
Nog meer duikt ze op Air BnB de avantgardistische industriële richting op. Alsof ze met al haar kwaadheid alle op tape achtergelaten gitaaruitbarstingen van haar voormalige echtgenoot aan gort knipt. Zoals vaker in een scheiding de woede gestild wordt door het met precisie verwijderen van knopen op de achtergebleven overhemden, en deze kledingstukken met een sarcastisch bedankje opgestuurd worden. Daar is het nog het beste mee te vergelijken.
Nadat deze frustraties van zich af geschreeuwd zijn krijgt haar kenmerkende sensualiteit vrij spel. Meldingen van binnenkomende e-mails scheppen de basis om in samplevorm verwerkt te worden in Paprika Pony. Heel bewust wordt er hiermee ingespeeld op de Social Media maatschappij waarin wij leven. Sterker nog, het is zelfs zo ingeburgerd dat het niet eens echt opvalt. Zo herkenbaar vormen deze bliepjes een deel van het leven.
Murdered Out is stoer en pittig. Vocaal weet Gordon aansluiting te vinden met de oprechtheid en krachtpatserij van de hiphop. Haar stem lijkt door de dubmangel gehaald te zijn. Alle inspanningen worden tot de laatste druppel uitgeperst om het uiterste van de zangeres te vragen. Voor het eerste willen de bekwaamheden op basgitaar een duistere dominante rol vervullen. Wist ze voorheen een opgefokte hartslag uit het instrument op te roepen, nu hoor je eerder stroperige trombose veroorzakende bloedstollingen terug.
Het vervreemdende Don’t Play It haakt hier op in, en is zelfs dansbaar te noemen. Nog overtuigender weet ze hierin dub invloeden te mengen, al levert dat niet direct een betere track op. Ook de ritmische Jungle van Cookie Butter wil niet helemaal pakken. Prima dat ze uittest hoe deze stroming zich hecht aan haar vocale voordracht, al moet er geconcludeerd worden dat ze zich hier niet van haar beste kant laat zien. Dan is ruim zes minuten een behoorlijke lange zit. Blijkbaar ervaart ze dit zelf ook zo, halverwege gooit ze er als stoorzender de nodige noise tussen. Ze revancheert zich door het sterk tegen de rockabilly aanleunende gewelddadige Hungry Baby. Met smerige vuig herhalende basloopjes weet ze het helemaal dicht te metselen.
Het beklemmende Earthquake bevat een opbouw die nog het beste te plaatsen is op een monumentaal Michael Gira Swans werkstuk. Het is echter de zang welke op een negatieve manier de ziel dicht knijpt. Hier hoort een flink stukje afwijzend feminisme onder, en niet een wankelende onstabiele vrouwenstem. Het vormt een paradox met het afsluitende Get Yr Life Back. Hier fluistert ze zich met een zelfverzekerdheid de duisternis in. Haar bekende druggy voordracht is op een spookachtige manier weer teruggekeerd. Omringt door chaos houdt ze zich staande.
Dat Thurston Moore de architect van Sonic Youth was is duidelijk. No Home Record is niet het gehoopte antwoord op Rock N Roll Consciousness. Toch weet Kim Gordon zeker in het begin de nodige dreunen uit te delen. Ze vermijd het na schoppen door bewust inspirerende nieuwe wegen te bewandelen en hierdoor zo min mogelijk in zijn gezichtsveld te opereren. Voor een debuut als solo artieste voldoet ze zeker aan de verwachtingen.
Kim Gordon - No Home Record | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Beth Gibbons & Rustin Man - Out of Season (2002) 4,5
30 juli 2020, 20:14 uur
Beth Gibbons & Rustin Man wordt gepresenteerd als een samenwerking tussen Beth Gibbons en Paul Webb, maar mag met het flinke scala aan gastmuzikanten veel breder gezien worden. Gibbons introduceert de tevens van Portishead afkomstige stergitarist Adrian Utley op Out of Season, terwijl Webb zijn maatje Lee Harris uitnodigt, die bij Talk Talk verantwoordelijk was voor de drumpartijen. Ook hier is hij prominent aanwezig op het slagwerk. Op 11 oktober 2019 verschijnt uiteindelijk de plaat opnieuw op vinyl, waar deze seventies sound het beste tot zijn recht komt.
De breed door strijkers overvleugelde live registratie van Portishead in Roseland NYC staat duidelijk aan de basis van het daadwerkelijk grootst gebruik maken van klassiek geschoolde arrangementen. Het geluid heeft hierdoor de warmte die door samplers vaak net niet opgeroepen worden, en waarin Geoff Barrow wonderbaarlijk genoeg wel in geslaagd is op de baanbrekende platen van Portishead.
Zonder zijn aandeel moet er gezocht worden in een andere invalshoek, met het geluk dat Gibbons doorrookte jazzstem bijna overal tussen te plaatsen valt. Hier heeft ze het volste vertrouwen in Paul Webb, die zich vanuit de herkenbare strakke bas akkoorden bij Talk Talk ontwikkeld heeft tot een veelzijdig muzikant met een goed ontwikkeld oor voor sfeer en ruimtebeheersing. Dat Gibbons zich volledig in haar element voelt tussen de overige muzikanten, en de aandacht niet alleen op haar fragiele persoontje gericht wordt, staat ook op de voorgrond in de aanpak die ze afdwingt op Out Of Season.
Mysteries gaat door waar de tweede gelijknamige plaat van Portishead eindigde. Bombastisch geheimzinnig wordt deze aangekondigd, om over te gaan in de zalvende vocalen van de leadzangeres. Nadrukkelijk voor in de galmende mix gebracht weet ze die tussen de beperkte gedateerde opnametechniek op te roepen, welke juist passend aansluit bij haar emotionele gepassioneerde voordracht. Doordat de aandacht niet zozeer op de elektronica ligt blijft er voornamelijk puurheid over waarbij Paul Webb de vrijheid benut om die aan de zangkwaliteiten van Gibbons te verbinden.
Werd er bij Portishead nog voornamelijk geshopt in de film noir platencollectie van Geoff Barrow, dat accent is op Out Of Season verschoven naar de jaren zeventig John Barry achtige scores, waarbij stoerheid en romantiek centraal staan. Bombastisch georkestreerd wordt er verder afgewisseld met Disney getinte musical performances en de soberheid in kalm gezongen eerbetonen aan jazzgrootheden. Hierbij laat Gibbons een hoogte in haar nicotinefluwelen stembereik horen die we niet van haar gewend zijn.
Op andere momenten is ze bijna kinderlijk, met het opgezette stemmetje in Romance, fluisterend in Rustin Man of juist sensueel diep in Resolve. Toch blijft het vooral een genot om die kenmerkende dreigende dramatiek in Spider Monkey terug te horen waarmee ze zichzelf ooit op de speelkaart plaatste als onvoorspelbare schoppenvrouw van het uit Bristol afkomstige duistere triphop. Sporadisch wil dat schizofrene meerstemmigheid uit haar innerlijke ontsnappen, maar in Funny Time Of Year laat ze fragmentarisch die psychische gestoordheid de bovenhand voeren.
De rol van pianist John Baggott in het geheel is noemenswaardig genoeg. Doordat hij op passende wijze zijn stempel weet te drukken levert dit voor hem een aangenaam vervolg op als toevoegende muzikant op latere triphopalbums van Portishead en Massive Attack. Andere sfeermakers zijn conga speler Martyn Barker, die op Tom the Model net die extra rijkdom aan exotica weet toe te voegen. Ook Mark Feltham mag genoemd worden, die triest zijn spaarzame lucht via de mondharmonica uitademt in het verder zomerse Drake.
Ondanks dat de hoofdrol duidelijk is weggelegd voor Beth Gibbons is het Rustin Man die ervoor zorgt dat haar breekbaarheid niet kopje onder gaat in ruimdenkende ideeën. Gibbons hoeft zich niet krampachtig angstig vast te grijpen aan de microfoonstandaard, maar laat juist een stukje meer eigenheid horen die ze tot nu toe voor de buitenwereld verborgen hield.
Beth Gibbons & Rustin Man - Out of Season | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lunt - Phantom Solids (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:14 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Iggy Pop - Free (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:14 uur
Het is eigenlijk wonderbaarlijk te noemen dat een Iggy Pop zich vol energie nog steeds staande houdt. Het ruige leven heeft zijn littekens gevormd in gelaat en ziel, maar verder is er bar weinig veranderd. Hij klinkt met zijn donkere warme stem nog hetzelfde als toen hij met The Stooges 50 jaar geleden hun debuut afleverde.
De vitale godfather of punk gaat onverstoorbaar door, maar wel met wisselend succes. Zo waren daar de geslaagde samenwerkingen met Queens Of The Stone Age welke de stevige rockplaat Post Pop Depression opleverde en de sterke retro synth song Stray Dog op Music Complete van New Order en de met de house pioniers van Underworld voltooide Teatime Dub Encounters. Daar tegenover staat het op zoutloos dieet staande Préliminaires en het afgeraffelde coveralbum Après.
In een periode van een decennia vielen de afgelopen jaren belangrijke figuren in zijn leven weg, zoals de Asheton broers Ron en Scott, Lou Reed en David Bowie. Het gemis van Lou Reed komt memorabel sterk naar voren in het op een gedicht van deze grootheid gebaseerde We Are The People wat in spoken word versie wordt voorgedragen. De enige keer dat de 72 jarige leeftijd in zijn stem hoorbaar is. De voorliefde die Bowie voor de jazzmuziek en blazers had zweeft als een geest over de hele plaat heen, al wil Iggy Pop nergens uitgestreden en vol berusting klinken. Toch zou een Sonali zich prima staande gehouden hebben op Blackstar.
Met Free zet hij een forse stap in de goede richting. Als er iemand is die het leven met zijn ups-and-downs lichamelijk heeft ondervonden is het Iggy Pop wel. De zelfkant met het duistere stadsleven lijkt zich om zijn persoon omwikkeld te hebben. Dat hier een sfeervolle kale jazz begeleiding het beste bij past mag voor iedereen duidelijk zijn. Op Free wordt de rol als ondersteunende muzikant opgeëist door Leron Thomas. Deze veelbelovende jazztrompettist mag de treurnis van de straat verwoorden in zijn prachtige emotionele spel. Naamsbekendheid bouwde hij op als sfeermaker bij Erykah Badu en Kanye West. Verder wordt er op de plaat een elftal aan inwisselbare sterspelers ingezet om het geheel vorm te geven, al ontbreken echte grote namen.
Maar goed, de hoofdrol is natuurlijk weggelegd voor Iggy Pop. Nadat hij in het titelstuk eerst zichzelf mede deelt dat hij vrij wil zijn gaat na de verlossende bevestiging Leron Thomas al helemaal op in het donkere bestaan van de metropool bezoeker. Hierbij wordt er minimaal onderscheid gemaakt tussen de digitale en fysieke wereld. Hij geeft de heimelijke nachtbezoeker van het internet een naam in het fictieve Dirty Sanchez, waarbij een zin als This Online Porn Is Driving Me Nuts een stuk minder fictief en duidelijker is.
Een duistere samenleving, waar het deprimerende bestaan van de nachtclubstripper bezongen wordt in Love Missing om later als Femme Fatale op het podium te verschijnen in het seventies getinte James Bond. Met een Faith Verne van het toepasselijk genoemde damescollectief PINS die in de huid kruipt van het verleidelijke vrouwelijke personage. Iggy Pop is zich nog steeds maatschappelijk bewust, de centrale rol van de vrouw en de albumtitel zijn eenvoudig te herleiden naar het hele #MeToo gebeuren. De zanger plaatst ze niet zozeer in het zich als slachtoffer, maar geeft ze naam als een krachtig evenbeeld van de man.
Met een speelduur van net over het half uur is alles gezegd wat de zanger mede wil delen. Gedragen teksten worden afgewisseld met popsongs en een aardig staaltje sfeervolle jazz. Er wordt gespeeld met spanning en sfeer. Free is een avondplaat waarbij vanachter een gordijn de nacht toeloert om de luisteraar te verwelkomen.
Iggy Pop - Free | Jazz | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mark Lanegan Band - Somebody’s Knocking (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:13 uur
Dat Mister Mark Lanegan een goed gevoel voor humor heeft mag wel duidelijk zijn bij de beelden van de videoclip bij Stitch It Up. Hoe groot is ook het contrast met een live Lanegan en hoe hij zich na een optreden presenteert. De nors kijkende duistere blik inclusief donkere omlijsting vervaagd dan totaal en veranderd in een amicaal persoon die goedlachs met zijn even vriendelijke partner Shelley Brien alle tijd voor zijn fans neemt. Verdwenen zijn dan de bezorgde rimpels die hem aan zijn getekende leven doen denken. De nukkige sterrenstatus is vervangen door die van een toegankelijke oudere man, zichtbaar genietend van het aanwezige gezelschap.
De retro synthpop sound van voorganger Gargoyle komt live wat aarzelend en eenzijdig over. Met deze verder prima plaat gaat hij verder terug naar zijn jeugd, en krijg je enigszins een idee waar hij toen naar luisterde. Lanegan blijft vooral de ideale gastzanger, een rol die hij bij verschillende projecten van Greg Dulli vervulde. Ook past zijn doodgraversstem perfect bij baanbrekende albums van Queens Of The Stone Age en het geslaagde samenlevingsverband met Isobel Campbell . Het warmste geluid werd toch wel gecreëerd bij Soulsavers, waarbij It’s Not How Far You Fall, It’s The Way You Land nog veelbelovender klinkt dan opvolger Broken. De hemelse klanken worden ingevuld door gearrangeerde elektronica, en waarschijnlijk is Lanegan hierdoor genoeg getriggerd om een nieuwe kant van zich te laten horen.
Er is meer ruimte beschikbaar voor zijn rockende achtergrond, waardoor de balans meer in evenwicht is. Minder zwaar ligt de nadruk op de New Wave, al is Somebody’s Knocking een logisch vervolg op Gargoyle. Net als daar ligt het zwaartepunt in de jaren tachtig. Het accent heeft zich vanuit de melodieuze keyboards verschoven naar diepere gitaarakkoorden. De raakvlakken met de psychedelische grunge van The Screaming Trees en de rauwe blues van Bubblegum is hierin nergens terug te vinden. De slijtage aan de vocalen worden gecamoufleerd door het bepalende gitaarspel van Alain Johannes. Het viel vorig jaar tijdens het concert in De Pul in Uden al op dat zijn stem onderhevig was aan krachtverlies en uithoudingsvermogen. Maar met zo’n geweldenaar als Johannes naast zich, wordt dit prima opgevangen.
De link met de vintage disco is alleen met een vette knipoog terug te halen in de Giorgio Moroder achtige tussenstukken van Disbelief Suspension. Ondanks het gitzwarte geluid is Somebody’s Knocking geen deprimerend geheel geworden. Het ademt de dromerige verhalende vleermuizenromantiek uit waarmee prominente voorgangers zich illustreerden. Lanegans voorliefde voor de gothic levert een album op, waarvan het verlangen al aanwezig was vanaf Ode To Sad Disco van Blues Funeral. De eerste keer dat hij de new wave duidelijk in zijn werk introduceerde. Met drillende drumpatronen en de in sluier gevangen gitaarcapriolen van Dark Disco Jag laat de band rondom Lanegan hun waarde gelden. Alsof er een geoliede postpunkband aan het werk is, welke de bezieling hervonden heeft.
Met de stevige rocker Stitch It Up, de blues rap in War Horse en het sferische rete commerciële Playing Nero wijkt hij iets wat af van deze lijn, maar het zijn tracks die zich aangenaam passend clusteren tussen de overige songs. Juist deze afwisseling geeft een prachtige toevoegende waarde. Ook bij Penthouse High is dit het geval, maar deze heeft sterker het karakter een out take van Gargoyle te zijn. Met de hoge discolijnen levert het een luchtige song op. Lanegan verbreed zijn werkveld, maar mag op zijn volgende plaat de eighties associaties achter zich laten, tijd voor een mooi nieuw samenwerkingsverband.
Mark Lanegan Band - Somebody’s Knocking | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Foals - Everything Not Saved Will Be Lost - Part 2 (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:13 uur
Al vanaf de releasedatum van Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1 in maart jongsleden werd er uitgekeken naar het tweede deel. Hierbij zou een stuk minder het accent liggen op de new wave synthpop. Een stevige gitaarplaat werd beloofd aldus boegbeeld Yannis Philippakis. De prachtige al eerder vrijgegeven hoes schept de verwachtingen van een deprimerend, maar tevens kleurrijk geheel. Onbewust spelen die gedachtes in mijn achterhoofd bij de eerste luisterbeurt van Everything Not Saved Will Be Lost – Part 2. Foals is echter een allemansvriend geworden. Wie hoopt op een minder toegankelijk geluid zal flink teleurgesteld zijn. Met een echte tourmovie genaamd Rip Up the Road die samen met de plaat het licht zal zien, is het direct duidelijk. De band wil zo snel mogelijk de wereld veroveren en richt zich hierbij allang niet meer op het clubcircuit.
Na het verwachtingsvolle kerkelijke intro met als titel Red Desert wordt er ritmisch hard geopend met The Runner. Natuurlijk blijft Yannis een geweldige zanger, daar twijfelt niemand aan. Toch dreigen ze in de valkuil te stappen welke het grote Warner Records door zijn regime volgende werknemers heeft laten graven. Hiermee lopen ze sterk de kans om opgeslokt te worden door de menigte, die van het nieuwe album van Foals hun plaat maken. Wil je als band zijnde dat het publiek luidkeels alles meezingt, en zonder enige bezieling het iets eigens maakt? De zeggingskracht is genivelleerd tot een gemiddeld niveau.
Mag je ze het kwalijk nemen? Natuurlijk niet, de mainstream zal het allemaal geweldig vinden, en er vallen genoeg nieuwe zieltjes mee te winnen. Foals is altijd al een hardwerkende band geweest die de potentie heeft om groot te worden. Ze leveren een goed, maar risicoloos product af, waarmee ze geheel aan de verwachtingen van de platenmaatschappij voldoen. Respect dat ze gewoon in een jaar tijd twee platen op de markt brengen, en zich niks aantrekken van de moeilijkdoenerij van andere artiesten. Ook in deze periode is dat blijkbaar mogelijk.
Pas tegen het einde is daar het hoopvolle Into the Surf. Ze hebben het nog steeds in zich om prachtige hemelse songs te maken. Door de sfeervolle keyboardbegeleiding die de gitaren naar de achtergrond dwingen is er ruimte gecreëerd voor bezinning. Daarom kan ik mij waarschijnlijk veel beter vinden in het geluid van het eerder dit jaar verschenen Everything Not Saved Will Be Lost – Part 1. Hoe verwachtingsvol ik ook uitkeek naar het meer rockgerichte vervolg. Het lijkt dat ze zich met het slotakkoord gehergroepeerd hebben door het prima functionerende Neptune te presenteren. Zonder het koortje en echo’s zou deze zelfs nog beter tot zijn recht komen. Al zal de nieuwe lichting volgers het verder allemaal geweldig vinden, en de laatste track vanwege de lengte schaamteloos skippen.
» details » naar bericht » reageer
Doctors of Madness - Dark Times (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:13 uur
Hoe gestoord moet je als band zijn, om een gepaste pauze van veertig jaar in te lassen en om dan vervolgens keihard terug slaan. Met de toepasselijke bandnaam Doctors Of Madness weten deze uit de Britse hoofdstad afkomstige rockers een cultstatus op te bouwen. De inspiratie wordt gehaald uit de in opkomst zijnde glamrock en punk met een verrassend vleugje folk waarvoor het vioolspel van Urban Blitz verantwoordelijk is. Hierdoor zijn ze geheel te plaatsen in de rumoerige jaren zeventig, waarbij het een na ander heilige huisje afgebroken werd. Drie albums mochten het daglicht aanschouwen, om daarna in de vergetelheid te verdwijnen. Duizendpoot Richard Strange wordt vervolgens een veel gezien figuur in de kunstwereld, waarbij hij het cabaret meer onder de aandacht brengt en zijn medewerking verleende aan een diversiteit aan artiesten. Om financieel rond te komen richt hij zich op grote film en theaterproducties, welke hem veelzijdige rollen oplevert.
Nu slaat hij dus onverwachts terug met Dark Times. Reëel gezien is dit namelijk een verkapt soloproject, waarbij hij hulp krijgt van de ritmesessie van Sister Paul. Bassist Susumu Ukei en drummer Mackii Ukei weten in het thuisland Japan de Knack klassieker My Sharona al indrukwekkend totaal tot moes te slaan, en hiermee veel indruk te maken. Wat is het ook heerlijk om Sarah Jane Morris terug te horen, die na het scoren van wereldhit Don’t Leave Me This Way in de Communards uitvoering van de aarde verdwenen lijkt te zijn. Joe Elliott die bekend is als zanger van Def Leppard beunt alweer jaren bij in tributebands, waar glamrock kernleden centraal staan. Niet verwonderlijk dus dat hij zich prima in dit project kan voegen. Sessiegitarist Steve Bolton heeft Paul Young en The Who op zijn Curriculum Vitae staan, en mag het gezelschap aanvullen. Een rol die ook veelzijdig instrumentist Terry Edwards op zich neemt, na in het verleden al de zelfkant illustreerde te hebben bij onder andere Nick Cave, Siouxsie Sioux en Gallon Drunk. Hier mag hij vooral uitblinken in prachtig vioolspel. Deze samenstelling vormt min of meer de basis voor de vernieuwde kennismaking met Doctors Of Madness.
Het is niet het geval dat de tijd heeft stil gestaan, maar een gigantische stap vooruit is er niet gezet. Het accent ligt nu veel meer op de jaren tachtig. Sfeermaker Terry Edwards weet een duister nachtclub geluid op te roepen, welke de Japanners met een sterk gevoel voor swing weten te bewandelen. Behoorlijk met de rem erop laten ze alle ruimte vrij voor de overige muzikanten. Toch geeft hun behandeling van drums en bas een mooi primitief ietwat hol geluid. Dark Times levert een donkere tegen de gothic aan leunend geheel op, waarbij Richard Strange als herboren Dracula volgeling zijn afgestofte vocalen de vrije loop laat. Het decadente van de teloorgaande glamrock beweging welke van alle kanten ingehaald werd door de punk en disco wil sterk thematisch terug komen. De korte bloeiperiode heeft zoveel moois opgeleverd, waarna vervolgens met enige schaamte naar werd neer gekeken.
En toch is het Stange die overduidelijk domineert. Walk Of Shame is een zelfbewuste reflecterende track. Op cynische wijze durft hij een beoogd perspectief van een beginnende artiest te benoemen. Waarschijnlijk heeft hij er zelf zo in het verleden tegenaan gekeken. Vervuld door levenslessen en ervaring weet hij het te reduceren tot een arrogant mismaakt zelfbeeld. Dark Times is de plaat die nog gemaakt moest worden. Het is allemaal niet zo serieus bedoeld, en dat straalt het ook uit. Gewoon ontspannen met een vriendengroep aan de slag gaan, en dat dit een waardig product oplevert is alleen al mooi meegenomen. Zo zouden meer artiesten aan de slag moeten gaan. Alle clichés worden uit de kast gehaald bij Blood Brothers om vervolgens verrassend sterk uit te pakken in het psychedelische met dromerige orgels en stevig gitaarwerk vernevelende titelstuk Dark Times. Zoals Doctors Of Madness zich hier presenteren zouden The Sisters Of Mercy klinken als ze meer humor en minder diepe ernst zouden toelaten.
Doctors of Madness - Dark Times | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Starcrawler - Devour You (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:12 uur
Door de graatmagere, ongezond, ogende zangeres als boegbeeld wordt er al gemakkelijk gelinkt aan alles wat God verboden heeft. Met ouders die een verleden hebben als popfotograaf en rockdrummer, groeit ze op in de gevaarlijke rock & roll scene van California. Moeder Autumn De Wilde zorgt voor het prachtige artwerk, thematisch sterk gericht op de vrouwelijkheid. Het blijft lastig te oordelen of we bij Arrow De Wilde te maken hebben met een hysterische jongedame die zich helemaal bloot geeft op het podium, of een wispelturige gevormde gimmick die zich heeft laten inspireren door de Riot Grrl beweging, welke gelijk met de gitaarrock opkwam. Hoe triest is het dat vrouwenbands zich juist distantiëren van hun mannelijke collega’s. Deze feministische houding staat haaks tegenover hoe ze zich willen presenteren. Gelijkgestelden in het wereldje, dus laat ik deze benaming voor wat het is, en spreek ik gewoon verder over gitaarrock.
Maar goed, deze jonge band houdt zich nu al twee albums wankel staande en met Devour You wil de uit Los Angeles afkomstige Starcrawler zich opnieuw in de schijnwerpers plaatsen. Op zich valt er weinig af te rekenen aan de bandsound, want die heeft zich wel degelijk ontwikkeld ten opzichte van het debuut. Dat hier niet meer het gevoel heerst dat Austin Smith op meelzakken aan het meppen is kan natuurlijk ook het werk zijn van Nick Launay. Een geluk bij een ongeluk, nu Ryan Adams zich overduidelijk een tijdje uit de business heeft terug getrokken, en niet meer achter de knoppen plaats neemt. Al zou een song als Born Asleep zo van zijn hand kunnen zijn geweest. Waarschijnlijk waren de basisideeën gericht op een bredere Americana oriëntatie, een mooi gegeven waar Launay zich heerlijk kan uitleven. Spreekwoordelijk werd het stokje over gegeven bij Hollywood Ending, waarmee beide heren nog gezamenlijk mee aan de slag gingen.
Zijn ruige productie van was eerder al terug te horen op het Nick Cave project Grinderman, de Zweedse oerpunkers van Refused, en recentelijk dit jaar nog bij het comeback album Scatter the Rats van L7. Gelukkig laat hij wel een ander geluid horen op Devour You, en loopt Starcrawler minder het risico om aan die powerdames gelinkt te worden. Nu kiest hij er niet voor om te werken met pauzes en rust, maar laat hij het continu maar doordraven. Deze aanpak leent zich het beste voor de jeugdige energieke muzikanten, en past ook treffend bij de live presentatie.
Na het stoere tegen de cyberpunk aanleunende Lizzy gaat het helemaal los met een mengeling aan stijlen. Ouderwetse countryrock weerklinkt in het hoogtepunt No More Pennies, met een overtuigende Arrow De Wilde. Net zo seventies gericht wandelen ze met de glamrock invloeden door de overige tracks heen. Lichte retro disco accenten geven het allemaal net dat extra aan glans. Het is niet noodzakelijk om deze jonge honden af te remmen, maar het aanleren van nieuwe kunstjes is wel een pre. Nu is het te hopen dat een Courtney Love niet haar nagels scherpt om een catfight aan te gaan, omdat de gelijkenissen met Hole er wel heel erg dik bovenop liggen.
Starcrawler - Devour You | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Chastity Belt - Chastity Belt (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:12 uur
Persoonlijke relationele problemen en de impact van continu op tournee zijn, maakten van Julia Shapiro een verbitterd leeggezogen vrouw. Deze ellende deelde ze publiekelijk in het ogenschijnlijke prachtige beklag Perfect Version. Zo mooi zelfs, dat de gedachte in mij omging dat we hierna nooit meer iets van haar zouden vernemen, en er gekozen zou worden voor een onbedwongen kluizenaarsbestaan buiten de muziekwereld. Nog verwonderlijker is het dat I Used to Spend So Much Time Alone niet de zwanenzang van Chastity Belt blijkt te zijn, en ze op het naar de band genoemde vierde album weer gewoon van de partij is. Blijkt weer eens hoe hecht en vriendschappelijk deze muzikanten uit Washington alweer zo’n tien jaar geduldig en ongeforceerd met elkaar omgaan.
Een vrolijk viertal lacht ons op de bandfoto’s toe, wat gerust stemt. Blijkbaar staat de frontvrouw nu een stuk stabieler en positiever in haar leven. Chastity Belt is een gevoelsplaat geworden. Zoals we op de andere albums reeds gewend zijn, bepalen vooral de persoonlijkheden wie er per song welk instrument bespeeld. Het karakter legt de nadruk op het geheel. Bij Effort en Apart leent Gretchen Grimm de gitaar uit aan Julia Shapiro, om zelf plaats te nemen achter het drumstel. Dit zijn ook de momenten dat de andere gitarist Lydia Lund de leadzang op zich neemt. Verder wil bassist Annie Truscott het met haar dikke snaren foutloos aan elkaar breien.
Veranderd er hierdoor dan zoveel aan het geheel? Eigenlijk niet, Shapiro geeft met de drumsticks het vel een liefdevollere behandeling, en Grimm wil wat gruis en distortion effecten aan de gitaar toevoegen. Het onderscheid wordt gemaakt door het emotionele vioolspel van Truscott op Effort. Het verrassingselement op de plaat. Het totaal heeft net een sprankelender geluid dan op Perfect Version, maar daar heerste net een tikkeltje meer trieste geladenheid. Julia Shapiro bevindt zich overduidelijk nog in het verwerkingsproces, en trekt de overige dames mee in die neergaande sfeer.
Ergens in de verte is de noise van het debuut nog enigszins voelbaar in het ontkiemende Split, maar verder zijn het voornamelijk prima gitaarliedjes welke vooral in de jaren negentig goed zouden scoren. En als je ze dan langs platen uit die tijd legt, dan is er het gebrek aan variatie wat zich pijnlijk openbaard. Zonder het crisisverslag van Shapiro is Chastity Belt een middelmatige band geworden die de tracks met regelmaat onnodig oprekt. De overtuiging en het verdriet waarmee Shapiro mij eerder dit jaar zo stemming kon ontroeren, ontbreekt in deze veilige dreampop plaat. Door de saaiheid komt het allemaal te zorgeloos over.
Chastity Belt - Chastity Belt | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Marion - Down the Road of Mainstream I Saw You, Canzone (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:11 uur
Met een heerlijk gevoel van tegendraadsheid weet De Marion zich te onderscheiden van het suffige karakter van de nieuwe singer-songwriter generatie. Het veredelde solo project van Dario Serra schuurt en stuwt van alle kanten en gooit er de nodige experimenteerdrift tussen waarmee deze Italiaan een totaal eigen geluid laat horen. Nou ja, eigen? Door de inmenging van alleskunner Danilo Garro is het duidelijk een duo project. Hij volgt met zijn sferisch geklooi van afwijkende keyboardklanken en passende beats.
Hier staat een brok aan ervaring, beide muzikanten zijn al ruim twintig jaar actief in het wereldje. Vanuit Sicilië weet Danilo Garro met zijn collega rockers van Mashrooms al vier platen lang indruk te maken met een stevige instrumentale aanpak. Net zo chaotisch, maar met de volumeknop op een meer gangbare stand ingesteld laat Dario Serra van zich horen met zijn band Suzanne’Silver. Met dezelfde geboortegrond als basis, is het eenvoudig voor te stellen dat deze in elkaars vaarwater opererende groepen elkaar regelmatig treffen.
De Marion is wat minder dynamisch, het tweetal weet een ingetogener geluid neer te zetten. Met die afwijkende aanpak past Down the Road of Mainstream I Saw You, Canzone tussen de thuis knutsel projecten die zich vanaf de jaren negentig onder de noemer lo-fi rock aan de man gebracht werden. Zonder druk van buitenaf een beetje heen rommelen, waarbij kant en klaar songs worden afgewisseld met onaffe probeerseltjes. Er wordt hierdoor een ongedwongen sfeer geschept waarin alles mogelijk lijkt te zijn.
Er wordt soms zelfs te krampachtig geprobeerd om een anti-product te maken. Schijnbaar bewust zetten ze al vanaf het begin een rommelige sfeer neer. Het wekt de indruk dat ze in hoog tempo de studio aan het opruimen zijn, om er een nog onoverzichtelijke puinhoop van te maken. Als de druggy, slepende vocalen van Serra zijn werk hebben verricht worden er vervolgens freakende jams tussen gegooid om het energietempo weer omhoog te pushen.
Daarna volgen weer de nodige geluidscollages die op het ene moment verzachtend werken om vervolgens weer de irritatiegrens op te zoeken. Het eenvoudige pulserende ritme van Sun Distorted You krijgt een prima piano ondersteuning, maar blijft een evenwichtige voortkabbelend geheel. Pas als het overstuurd en vals gaat klinken gebeurd er wat, al werkt dit niet in zijn voordeel. Datzelfde lot ondergaan ook Gangbang Disco White waar de kinderachtige nekkende Fuck Me samplers horen te zijn om te shockeren, maar daar is in Anno 2019 wel wat meer voor nodig.
Niet alles werkt dus evengoed. Maar als het dan wel geslaagd is, dan is het wel verrekte lekker allemaal. Het in slow motion dans voortbewegende Sburramento Fulmineo in la Minore heeft krachtige blues als basis. Met fragmentarisch gitaarspel en gruizend, krakend jazzy slagwerk wordt hier een mooi uitgangspunt gevormd. De gestoordheid van deze verknipte muzikanten maakt het spannender en gedurfder, al wordt schijnbaar bewust ervoor gekozen om het niet af te ronden tot een nummer. De songopbouw is te complex en vervreemdend om van een echte track te spreken.
Het triphoppende Danny Boy is ritmisch beresterk, en ook hier is daar die blues weer welke ze als geen ander beheersen. Prachtige dromerige gitaar slaapliedjesakkoorden weten van Spoon een aangenaam soulvol hoogtepunt te maken. Toch lijkt de angst om iets moois neer te zetten te vaak leiden tot schrikbarende zelfvernedering. Grains roept met zijn door dreunende klankenerupties een migraine op. Waarom Wasted Time with Nonchalance met vals gitaarspel moet beginnen om vervolgens mooie orkestrale begeleiding te krijgen is mij niet duidelijk. Door dit breekbaar en zuiver op te bouwen zou het een prachtige afsluiter zijn.
Voor een beginnende band zou Down the Road of Mainstream I Saw You, Canzone een album zijn welke nog duidelijk in de oefenfase verkeerd. Deze ervaren teamspelers zouden meer in hun mars moeten hebben. Die overtuiging weten ze te weinig op te roepen, maar de momenten waarop ze dit doen, werken wel in het voordeel.
» details » naar bericht » reageer
Fink - Bloom Innocent (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:11 uur
Binnen de Britse popscene heeft Fin Greenall zijn naamsbekendheid al lang opgebouwd bij collega muzikanten. Als een van de eerste producers ging hij aan de slag met Amy Winehouse, gevolgd door soortgelijke acties met John Legend en Professor Green. Tevens verzorgde Fin bij verschillende televisieseries en filmsoundtracks de muziek. De lijst zou nog veel langer kunnen zijn, ware het niet dat er de nodige tijd en aandacht gestopt wordt in het soloproject Fink.
Deze creatieve uitbarsting staat mijlenver verwijderd van zijn samenwerkingsverbanden en laat juist een meer ingetogen geluid horen. Het is wonderbaarlijk dat hij hiervoor niet zelf plaats neemt achter de knoppen, maar die stoel uitbesteed aan Flood. De rauwe, met elektronica doordringende aanpak wierp zijn vruchten af bij Resurgam, begrijpelijk dus dat zijn plekje in de studio vrij wordt gehouden voor opvolger Bloom Innocent.
Werd er bij zijn vorige plaat nog enigszins afgeweken van zijn sobere aanpak, waardoor het allemaal een stuk luchtiger en springerig klinkt, zoekt het duo het nu weer dichter bij de behouden kern. Met lang gerekte sfeervolle passages wil Bloom Innocent nog sterker overtuigen. Het ligt allemaal meer in de lijn waarvoor je juist een persoonlijkheid als Flood zou inhuren.
Veel doeltreffender wordt er gespeeld met opbouw en instrumenten, en wat weten ze een aangenaam sound neer te zetten, zonder dat er doorgeslagen wordt naar deprimerende verstilling. Nog steeds is daar de ritmische wending, alleen wil het minder hard op de voorgrond treden. Duisternis en licht omarmen elkaar als gestrengelde yin yang symbolen.
Vanaf titelstuk Bloom Innocent laten ze hun persoonlijke ontwikkeling als duo weerklinken in de prachtige structuur welke vanuit subtiel kalm pianospel opgewerkt wordt tot jazzy hiphop beats. Daartussen zweeft de identieke kenmerkende soulstem van Fin Greenall met zijn ingehouden voordracht. Niet alleen voor Fink is dit een geweldig groeiproces, maar ook Flood laat zich van een kant horen die we niet van hem gewend zijn. Een subliem verbond waar beide iets nieuws bij elkaar naar boven halen.
Hoe geweldig is het als die twee aan de slag gaan met een identieke achtergrond. Het neerzetten van krachtige uitgekristalliseerde tracks met een eigen stempel. Dit gegeven laten ze totaal los om iets unieks te creëren; alsof studenten een coherent eindwerkstuk afleveren om hiermee indruk te maken. Hoe gewaagd is het om het risico te lopen om een anticlimax op te roepen door zich van de standaard popsong formule te distantiëren. En hoe treffend wordt dit in het resultaat vermeden.
Hierdoor weet Flood ook wanneer hij gepast meer afstand moet nemen en Fink zijn leidersrol laat opeisen. Juist die spookachtige minimalisme laat zijn kwaliteiten zo duidelijk horen. Alleen Rocking Chair heeft die kenmerkende zwaarheid waarvoor hij de laatste jaren door veelbelovende postpunkers voor gevraagd wordt. Wel vraagt het van de luisteraar een inlevingsvermogen om de trage songs op je in te laten werken. Met die openheid in je achterhoofd valt er telkens weer zoveel nieuws te ontdekken.
Bloom Innocent is een gepassioneerd stilleven, welke uit de verlaten duisternis tevoorschijn wordt gehaald. De weggestopte elementen krijgen een liefdevolle oppoetsbeurt, waarbij de schoonheid zich steeds duidelijker openbaart. Wat een genot om deze intensiteit te mogen ervaren en te beleven. Zoals de albumhoes al uitbeeld is Bloom Innocent een herfstplaat, waar de eenzaamheid verwarmd wordt door heldere luchtigheid.
Fink - Bloom Innocent | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cigarettes After Sex - Cry (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:11 uur
Voor de afwisseling hebben we bij de Texanen van Cigarettes After Sex eens niet te maken met een melancholische act waarbij de zanger klinkt alsof hij jaren lang werkzaam is geweest bij de plaatselijke uitvaartmaatschappij. Het is allemaal niet zo zwaar en deprimerend. In zanger Greg Gonzalez gaat een romanticus schuil, die op poëtische wijze met zijn naar de vrouwelijkheid neigend stemgeluid afdwingt om je in alle rust mee te laten slepen. Niet zozeer in weemoed en wanhoop, maar juist meer richting begeerte en hartstocht.
Na hun debuut dat dezelfde naam als de band draagt, verschijnt twee jaar later hun opvolger. De verwachtingen zijn hoog, omdat ze direct al de nodige indruk weten op te wekken. Cry is sprookjesachtig, het verlangen naar het ultieme samenzijn staat centraal. Een ideale wereld gevuld met een ongelofelijk hoog geluk saldo. Dromen die niet waar te maken zijn. Dit besef wordt vol liefde en met onschuldige tederheid bezongen in nummers met een groot inlevingsvermogen. De teksten zijn net wat meer confronterend en directer, maar verwoorden wijselijk het puberende liefdesverdriet, alleen dan op een volwassen manier. Publiekelijk worden iemands seksuele verlangens en geheimen onthuld. Pluche roze handboeien en een spanking zweepje verpakt in toegankelijk bol.com cadeaupapier.
Het is niet dromerig genoeg om onder de noemer dreampop te plaatsen, en te opbeurend om zich bij de postpunk te groeperen. Het galmende gitaarspel van Greg Gonzalez is hemels, al is het keyboardspeler Josh Marcus die de sleutel van de paradijspoort bezit. Hij weet net dat extra toe te voegen, waardoor het met warmte en inspiratie binnen komt. Het knellende struikelblok blijft echter de zang van Gonzalez. Eigenlijk wil hij elke track met dezelfde monotone eenzijdigheid risicoloos benaderen. Als je een groot liefhebber bent van zijn stem, dan kan het niet meer stuk. In alle andere gevallen roept het een soort van vermoeiende saaiheid op.
En dan is het lastig te beoordelen. Muzikaal gezien staat het als een huis, gevoelsmatig wil het door de stem niet imponeren. Ergens wringt het ook weer, weet de vocalist je mee te trekken in zijn verhaal. Ik betrap mij er op dat juist zijn triestheid met gemeende overtuiging gebracht wordt. Het is niet gespeeld, de vullende leegte is daadwerkelijk terug te horen. Het roept geen gewraakte boosheid op, maar eerder een beeld van iemand die gedesillusioneerd en vol vragen eenzaam in het leven staat. Hoe knap is het dan om zijn persoonlijke lyrics zo aan de man te brengen, want stiekem herkent iedereen zich hier wel in.
Cigarettes After Sex - Cry | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jerkcurb - Air Con Eden (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:10 uur
Jerkcurb is in principe het eenmansproject van Jacob Read. In 2016 brengt hij onder deze naam de EP Night On Earth uit, een jaar later gevolgd door Voodoo Saloon. Deze tracks hebben uiteindelijk zijn debuutalbum Air Con Eden gehaald. Op papier is het uitgegroeid tot een heuse band, waarbij de gebroeders Morrissey van Filthy Boy ook belangrijk aandeel afleveren. Michael op verschillende tracks als bassist, Paraic bij Night On Earth als synthesizer speler en bij Timelapse Tulip als sfeerbepalend extra op slidegitaar. Met een drummer die de achternaam Bass draagt, en gewoon aangesproken wordt met George en de van het damescollectief WOOM geleende achtergrondzangeressen Ella Rimmer en Lara Laeverenz is de groep compleet.
Jacob Read is een artiest, een illustrator die zelf verantwoordelijk is voor het artwork en als animator ook de kunstzinnige videoclips verzorgt. Het zijn allemaal prachtige eindproducten waarin de nodige tijd en aandacht gestopt is, en wat zich ook daadwerkelijk loont. Maar staat dit ook garant voor een goede plaat? Er is in ieder geval gekozen voor een pakkende opmaak. De dromerige klanken van Shadowshow willen met het luie zomerse gitaarspel je onderdompelen in een speelse beleving van Air Con Eden.
Met deze luchtigheid stappen we binnen in de wereld van een niets aan de hand cultuur. Vergelijkbaar met het tegengas wat ook in de jaren tachtig werd gegeven met eenvoudig van opzet gemaakte popliedjes om zich te distantiëren van maatschappij kritische postpunksongs. De schoonheid staat hierbij sterker op de voorgrond dan de boodschap. Niks verkeerd mee, al loop je hierdoor wel het risico dat het gezien wordt als kaal muzikaal behang zonder opvallende vormgevende accessoires. Toch zijn die er wel degelijk, al zitten ze wat beter verstopt in het geheel. De lagen verbergen prachtige tempowisselingen in het drumwerk en breed uitwaaiende gitaargolven. De toegankelijkheid mixt prima met de wat donkere omlijsting.
Er is bewust jaren lang aandacht besteed om de sound te perfectioneren met kleine subtiele aanpassingen. Zoals daar ook de achtergrondvocalen het voornamelijk versterken, laat Jacob Read zelf duidelijk horen over genoeg stemcapaciteit te beschikken. Met gemak schakelt hij over van lage naar hoge uithalen. Het is allemaal mooi filmisch vorm gegeven, er is genoeg energie verwerkt in het afleveren van een totaalpakketje. Het voorrecht van een breed oriënterende artiest.
Ik krijg er een sterk Indian Summer gevoel bij. De dagen worden korter en donkerder, maar onverwachts is daar soms nog ruimte voor zonnestralen. Somerton Beach ligt er net iets te dik bovenop. Ritmisch komt het aardig in de buurt van voort sjokkende paardenhoeven, waardoor er een country feeling aan toe gevoegd wordt. Dit had wat minder beeldend gemogen. Toch is een hele plaat met voortkabbelende melodietjes net teveel van het goede. Op een bepaald moment ken je het kunstje wel.
Het onderscheid zit hem in het tweede gedeelte van Air Con Eden. Hier hoeft het allemaal niet zo mooi te klinken, en gaat duidelijk de koude duistere wintertijd in. De hoogtepunten zijn toch de eerder vrijgegeven nummers. Het door slide gitaar opgebouwde Voodoo Saloon krijgt passende grimmige scary vocalen toegestopt en bij Night on Earth hapt Jacob Read zich met volle emotie door opgeklopte vrij gekomen stofwolken heen in het sprankelend gitaarspel. Het beginsignaal voor een meer nineties rockgerichte opvolger? Al betwijfel ik dat enigszins, omdat juist de oudere betere songs zich op het einde begeven.
Jerkcurb - Air Con Eden | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Iguana Death Cult - Nude Casino (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:10 uur
Iguana Death Cult slaagt er in om voor de tweede keer een album te vullen met catchy veelzijdige popdeuntjes. Met de opvolger van The First Stirrings of Hideous Insect Life bewandelen ze een minder rommelig pad. Nude Casino blinkt nog steeds uit in veelzijdigheid, maar mist het energieke urgente van het debuut. Werd er daar nog compromisloos geragd en geramd, nu komt het allemaal een stuk strakker en gestructureerd over. Het is niet echt muziek die vraagt om een glasheldere productie, maar het laat hierdoor wel een groei horen.
De frisse gejaagdheid is grotendeels vervangen door een lazy laidback uitstraling. Werd er op het debuut nog voornamelijk gevist in de Amerikaanse rockabilly surfgarage school, nu zit hier veel meer de nonchalante Britse houding in verwerkt, al dan wel met een vette knipoog. De verschuiving is een gedurfde evolutie, waardoor er in de breedte meer nieuwe mogelijkheden en variatie ontstaat. Een ding is in ieder geval duidelijk. De Rotterdammers weten er wederom in te slagen om een verdomd lekker internationale sound te presenteren, eigenlijk verraadt alleen de titel van Half Frysian dat het om een Nederlandse band gaat. Wel eentje die een contract bij het Amerikaanse Innovative Leisure label heeft binnen gehaald, en daar terecht trots op mag zijn.
Na het dromerige nonchalante gefloten Prelude wordt er vervolgens nog eventjes teruggeblikt naar de eerste plaat in het titelstuk Nude Casino, met scary psychobilly gitaaruitbarstingen. Die jammerende uithalen roepen beelden op van foute sixties horror movies gevuld met nepbloed en overdreven veel bloot. Jeroen Reek heeft een clichématig, enigszins voorspelbaar verhalend stemgeluid, waarmee gemakkelijk te identificeren valt. Geen arrogante pophouding, maar bereikbaar en begrijpbaar voor het publiek. Het siert hem dat hij deze gebrekkige eigenschap weet om te zetten tot iets krachtigs. De geloofwaardigheid van deze hardwerkende band betaald zich dubbel en dwars terug.
Het is de rol van de basgitaar van Justin Boer die hierbij langzaamaan al de nodige postpunk vervoegingen er tussen stopt, om vervolgens de gitaristen het duel aan te laten gaan met deze twee genres. Aan de ene kant nog dat hoge tegen de garage aanleunende hardheid, omgeven door de dromerige luchtige tegenpool van de postpunk. Het wordt allemaal wat potiger en gaat meer naar de skapunk en andere typische Britse gekte die zich eind jaren zeventig op het overzeese vasteland openbaarde. Met aanstekelijke hoekige funkriffs en zenuwachtig gitaargepiel wordt er juist een feestgevoel gecreëerd, waarmee ze enigszins afwijken van de serieuze aanpak.
Het is een schappelijke mengelmoes van klantvriendelijkheid, gericht op het grotere alternatieve publiek. Als hedendaagse fitnessgoeroes weten ze met beperkte middelen de meute in beweging te brengen. Niet voor niks zijn ze nu al veel geziene gasten in het buitenland, een status waar veel collega’s jaloers en minachtend op neer kijken. Dat er met gemak overgeschakeld wordt naar Krautrock getuigt ervan dat de bandleden het uiterste van zichzelf vragen, en niet kiezen voor de gemakkelijkste weg. De kunst is echter om het niet zo te laten over komen. De perfecte springerige popliedjes ademen zoveel variatie uit dat het allemaal zo vanzelfsprekend klinkt. Oké, je hoort in elk nummer wel de grote voorbeelden door, maar dan wel op een wijze gepresenteerd dat ze niet passen in het repertoire van de voorgangers.
De kunst van creatief shoppen, en laten we eerlijk zijn elke band haalt wel ergens de inspiratie vandaan. De mannen van Iguana Death Cult zijn overduidelijk muziekliefhebbers die zich niet beperken tot simpel eenrichtingsverkeer. Met alleen een zelfverzekerde houding red je het niet, en daar zijn de muzikanten zich absoluut van bewust. Nude Casino verbergt allemaal potentiële hitjes op de plaat, en als er een tussen zit die massaal wordt opgepakt, dan hebben ze genoeg bruikbaar materiaal om hier op voort te borduren. De gunfactor is in ieder geval groot. Na het luisteren van de plaat heb ik zin om vervolgens veel klassiekers uit de jaren tachtig op te zetten, en dat mag als een groot compliment beschouwd worden.
Iguana Death Cult - Nude Casino | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lankum - The Livelong Day (2019) 4,5
30 juli 2020, 20:10 uur
Doordat artiesten als The Dubliners en The Pogues traditionele Ierse folkmuziek aan de man brengen met als doelgroep de hossende whiskey drinkende feestvierders, bestaat al snel het idee dat het leven zich in Dublin voornamelijk in de kroeg afspeelt. De gebroeders Ian en Daragh Lynch bewijzen het tegendeel. Ze waren al eerder actief onder de naam Lynched, maar besloten deze te veranderen in Lankum, een wat vriendelijkere en niet luguber klinkende bandsnaam. Met Between The Earth And The Sky wisten ze al de nodige indruk te maken, maar de nieuwe plaat The Livelong Day overstijgt alle verwachtingen.
Hoe passend is het om de eeuwenoude instrumenten als de fluit, Ierse doedelzak en viool weer op te poetsen. Voor menigeen beginnen de eerste muzieklessen met het bespelen van de blokfluit. Na het beheersen van de beginselen verdwijnt deze al snel ergens achter in de kast. Natuurlijk zijn de basissongs gigantisch saai en vervelend, en maak je weinig sier met zo’n eenvoudig inspiratieloos stukje hout. Alleen met familiegelegenheden waarbij de gordijnen wijselijk gesloten zijn, wil het aanwezige publiek luidkeels meelallen. Het goed bespelen van een viool vergt zoveel tijd, dat het merendeel zich hier al helemaal niet aan waagt, ondanks de hoge algemene waardering van het instrument. Ook het kostenplaatje van de aanschaf werkt niet in het voordeel.
Deze twee Ieren weten aangevuld met Cormac MacDiarmada en Radie Peat wel de nodige passie op te wekken. In deze samenstelling klinken de nummers een stuk duisterder en onheilspellender. In de sfeer van een heuse Murder Ballad wordt er verbazend sterk afgetrapt met een lange uitgewerkte sensationele versie van het eeuwenoude The Wild Rover. Hierbij vervagen alle eerdere uitvoeringen, en voegen ze een nieuwe dimensie toe aan deze klassieker.
Het decadente verloop en levensgeschiedenis van deze eenzame zwerver wordt vanuit de zelfkant verhaalt. Een triest figuur die ten onder gaat aan de verlokkingen van alcohol, en tegen wil en dank als cultfiguur wordt neer gezet. Hoe treffend is het dat deze wanhoop bezongen wordt door Radie Peat, die hiermee onbewust in de positie van verdrietig vrouwelijke metgezel lijkt te kruipen. Vanuit de zijlijn doet ze verslag van deze hulpeloze persoon, die niet meer te redden is.
De prachtige klaagzang wordt ondersteund door rustig opbouwende Ierse instrumentatie. Het roept een eerlijk chauvinistische ontroering op, doordringt van gemeende trots op het vaderland. Vaak wordt dit in een negatief daglicht gezet, maar hierbij overheerst juist het thuiskomen en de sterke familiebanden. Het is allemaal grootser van opzet, met een denkbeeldige blik over het uitstrekkende landschap.
De wending komt als de hardheid van het stugge ruwe volk met de heftige geschiedenisachtergronden de blijvende littekens openbaart in het stevige eindstuk. Met deze filmische sfeer wordt het einde ingeluid van dit onovertrefbare hoogtepunt. Sterker nog, vanaf nu zijn alle andere uitvoeringen verbleekt tot kneuterig kinderspel.
Dan is de rust van The Young People een mooi eerbetoon aan de jeugd en kindertijd. Gepassioneerd wil de Ierse doedelzak alle generaties aan elkander verbinden. Dit is emotie welke jong en oud weet te raken. Zelfs al heb je niks met het Ierse land, dan nog komen vanzelf de tranen in de ogen. Zo mooi allemaal, en eigenlijk niet te verwoorden, dit moet je ondergaan.
Het beangstigende Ode To Lullaby is weggestopte bedroefdheid. Het slaapliedje voor de jonge onschuldige nazaat, die nog kennis moet maken met de ellende om zich heen. Zonder woorden maar met onrustige overdracht vecht de warmte een weg terug om te verzanden in starheid.
Moeiteloos gaat dit over in de kalmte van Bear Creek, waarbij het verlangen naar het Beloofde Land Amerika terug te horen is. Dansende arbeiders die onder het dek van het schip zichzelf vermaken, en alle ellende van zich afdrinken. Het is stoer en lomp, maar oh zo eigen.
Het benevelde mistige Katie Cruel is het derde hoogtepunt op The Livelong Day. Weer is daar de weemoedige zangeres die het moedergevoel weet op te roepen. De twijfel in haar vocalen krijgt verzachtende tegenspraak van de mannelijke tweede stem. De dieptes krijgen nog meer vorm door de treurnis welke zich verschuild het rijkelijk gevulde arsenaal aan instrumenten.
Ook bij The Dark Eyed Gypsy wordt er stil gestaan bij de Ierse collega’s. En ook hier is vrijwel niet het ontstaan van de song te achterhalen. Zoals veel muziek is het onbewust in de aderen gekropen om zich standvastig te nestelen in het bloed, om daar het nooit meer te verlaten. Voor eeuwig zullen de melodieën en lyrics een weg bewandelen, met steeds nieuwe volgelingen.
The Pride of Petravore wijkt sterk af van de ingezette formule. Met een duistere sound lijken we de wereld van sages en legendes binnen te stappen. Met donkere zagende strijkers stappen we de sprookjeswereld van Midden Aarde binnen. Deze tegen de rock aanleunende track vormt het lelijke eendje binnen het geheel, waardoor de plaat het net een stukje ontneemt van de totale perfectie. Het is donkere folklore die je eerder bij Scandinavische Metal freaks zou verwachten. Al laat de afwisseling wel een aanstekelijke drang tot vernieuwing horen.
Ook het open haard lied Hunting The Wren heeft met zijn droge percussie iets verrassends, al past de rest wel geheel in het totaalplaatje. Het einde is zo op en top Iers met het magnifieke kerstavond oproepende slotakkoord. De grote doorleefde oude eiken staan in statische buiging voor de winterse sneeuwval die de afronding verzorgen.
Lankum maakt een van de mooiste platen van het jaar. Eentje die de verbondenheid van het broederschap en de liefde voor het oude Ierland zo treffend weet te verwoorden. Een geschiedenisles met al zijn facetten. Laat al die hippe folky singer-songwriters maar lekker neuzelen achter hun gitaar, dit is het echte machtige werk.
Lankum - The Livelong Day | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Half Moon Run - A Blemish in the Great Light (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:10 uur
Het is natuurlijk prachtig als je als band zijnde een droomstart maakt, al blijft het je wel in het vervolg van de carrière achtervolgen. Half Moon Run wordt al direct overrompeld door het succes van hun kwetsbare debuutplaat Dark Eyes. De poging om van de single Full Circle ook in Nederland een hit te maken mislukte genadeloos. Het enthousiasme van de 3FM diskjockeys kon niet helemaal overgebracht worden op het publiek. Ondanks de status van Megahit wilde het maar niet opgepakt worden, en flopte deze gigantisch.
De Canadezen uit Montreal besluiten om de folk basis steeds meer los te laten, wat resulteerde in Sun Leads Me On. Een middelmatige plaat waarbij er ruimte is voor mainstream Beatlesque nummers. Groots van opbouw, maar met stukken minder overtuigingskracht. Het avontuur dat deze vriendengroep aanging heeft zich gesetteld rondom het vertrouwde kampvuur. Veiligheid en balans zijn de kernwoorden, ondanks dat er muzikaal gezien geen slechte songs op te vinden zijn. Dit was het beste meetbaar in de verkoopcijfers, want daaruit blijkt dat die niet ondergeschikt waren aan het debuut.
Nu is de brandende vraag welke richting ze op durven te gaan. De verwachtingen van het platen aanschaffende publiek zijn hoog gespannen en die willen meer van hetzelfde. Om creatieve armoede tegen te gaan zou het echter een forse stap vooruit zijn om te kiezen voor langdurige houdbaarheid. Een wenteling die meer aansluit bij de gevoeligheid die ze weten op te roepen met het debuut. Gerustgesteld kan ik al snel concluderen dat het weer een stuk kleiner van opzet is, al blijft de drang naar mondiale erkenning duidelijk aanwezig.
Wie hoopt op de folk sound van weleer zal teleurgesteld zijn. Zo af en toe weerklinkt op de achtergrond nog een verdwaald traditioneel instrument door. Met de samenzang van Yani’s Song willen ze nog wel het dromerige van The Beatles of de Australische Finn broertjes opzoeken, maar verder heeft A Blemish in the Great Light genoeg eigens te bieden. Die gedurfdheid is echter vooral bij de latere tracks terug te vinden.
Voordat er massaal afgehaakt wordt bij de commerciële knieval van de eerste nummers moet er gewacht worden tot het geweldige Razorblade, waarbij alles op zijn plek valt. Bijna sprookjesachtig wordt er een denkbeeldige wereld opgeroepen waarin alles in elkaar past. De eerste minuten zijn nog niet zo bijzonder, het verschil wordt gemaakt in de akoestische afronding met zware drumpartijen en de verandering in zangstijl. Waarna het vervolgens overgaat tot een zwaar hard geluid met allerlei toevoegingen en laagtes.
Die componerende meerwaarde hoor je vervolgens terug in het hemelse piano inleidende Undercurrents, wat de aankondigende rol vervuld voor het meer down to earth Jello on My Mind en de retro wavesynth in het donkere met lichte new age invloeden gevoede New Thruth. Niet dat het verder slecht is, integendeel, het klinkt allemaal wonderschoon. Zo wordt er gestoeid met heldere postpunk timbres in de gitaarakkoorden van Favourite Boy en de bas in Then Again welke een onheilspellende twist aankondigt.
Er staat een goed op elkaar ingespeelde band, wat misschien nog wel het treffendste hoorbaar is in de harmonieuze vocalen. Alle vier de kernleden bezitten zoveel muzikale kennis en ervaring, waardoor er geen selectie bestaat in de van de instrumenten en zangstukken. De rollen in Half Moon Run zijn zo verdeeld dat iedere bijdrage van even groot belang is. Ze revengeren zich absoluut ten opzichte van Sun Leads Me On, en bewijzen dat ze een mooie toekomst gegund wordt door aan alle verwachtingen te voldoen.
Half Moon Run - A Blemish in the Great Light | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Inadream - No Songs for Lovers (2019) 2,5
30 juli 2020, 20:09 uur
Halverwege de jaren negentig kon je jezelf elk weekend in de omgeving goed vermaken bij de een of andere plaatselijke jeugdsoos waar vrijwilligers met trots het bandje van de buurjongen introduceerden. De herwaardering voor de punkrock was opnieuw in opkomst, en de regionale acts overspoelden het afgebakende speelgebied.
Het had allemaal hun eenvoudige charme, lekker ergens achteraf repeteren in een oude vervallen boerenstal. Thuis werd er vervolgens met overgave geknutseld aan de eigen tracks, die zorgvuldig op tape werden geplaatst.
Sporadisch lukte het zelfs om het met liefdevolle hulp op een compact disc te zetten. Soms via een onafhankelijk platenlabel, meestal met het hoognodige Do It Yourself plakwerk. Achteraf werd er met regelmaat beschamend teruggekeken op deze mooie periode, meestal ook met een grote brede glimlach.
Och, natuurlijk waren de teksten vaak wat amateuristisch van opzet. Wat wil je, met hooguit wat MAVO Engels op zak, en dan duidelijk niet accentloos uitgesproken. Maar achteraf gezien was het een geweldige leerzame en boeiende tijd.
Het kleine Echozone Records bied een spontane groep als Inadream de mogelijkheid om een volwaardige plaat op te nemen. Hoe wonderbaarlijk is het om nu nog dat pretentieloze gevoel op te roepen. En om eerlijk te zijn, No Song For Lovers is niet eens zo’n beroerde plaat geworden. Het is echter wel erg simplistisch qua opzet.
Door het speeltempo redelijk laag te houden is het allemaal goed uit te voeren. Hiermee sluiten ze niet echt aan bij de gejaagde, puntige punksongs. Het is net wat aan de voorzichtige amateuristische kant, maar de trouwe vriendengroep zal de band bij elk concert op handen dragen, en er met volle overtuiging in blijven geloven.
Laat ik mij dus niet teveel laten beïnvloeden door het enthousiasme van deze uit het Duitse Bochum afkomstige groep jongelingen. Natuurlijk is de gunfactor erg groot, en bestaat er wel degelijk de mogelijkheid om vervolgens door te groeien tot een volwaardig geaccepteerde band.
Nu staan ze echter nog in de kinderschoenen, en ondanks dat deze flink beginnen te knellen, zullen ze het voorlopig nog met die status moeten doen. Hopelijk ontmoedigt het andere beginnende bands niet, maar een realistische, kritische kijk is ook van groot belang in het leerproces.
Inadream - No Songs for Lovers | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bruce Soord - All This Will Be Yours (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:08 uur
De muziekwereld is er eentje die bol staat vol pretentieuze verlokkingen en aantrekkelijke aanbiedingen om het solo pad te bewandelen. Waarbij veel frontzangers de mist in gaan door hun ego flink op te schroeven met een halfslachtige soloplaat, lukt het Bruce Soord simpelweg eenvoudig genoeg om het constante niveau vast te houden. De belevingswereld die hij opgezet heeft met zijn collega’s van The Pineapple Thief is vrijwel niet meer terug te horen. Deze progrockers nieuwe lichting gaan onverstoorbaar door met het creëren van mooie platen, waartussen Soord de vrijgekomen ruimte invult met verrassende sterke samenwerkingsverbanden als de heftige electronoise van Wisdom Of Crowds en zijn eenmansprojecten. Hij vermijdt hiermee de uitgezette lijn die is uitgestippeld is met het groeipareltje Magnolia.
Het is allemaal weer wat kaler van opzet dan zijn pop gerichte debuutalbum welke passend zijn naam als titel draagt. Met minder dominant aanwezige instrumentatie wordt er een totaal andere sfeer opgeroepen. Met het etiket luistermuziek laat hij de muziekliefhebber kennis maken met zijn eigen nachtelijke droomwereld. All This Will Be Yours is er eentje voor de late uurtjes, waarbij alle invloeden van buitenaf tot een minimum terug gebracht zijn. Beschouw zijn eerste plaat maar gerust als voorstudie voor het resultaat dat hij nu voorschotelt.
Wel wordt er de nodige elektronica ingezet om zijn folky singer-songwritergeluid een hedendaags karakter mee te geven. De overgangen verlopen hierdoor net een stuk vlekkelozer, waardoor het zich gemakkelijk als een geheel laat luisteren. Sterker nog, het mag zelfs gezien worden als een verbreding van het bandgeluid van The Pineapple Tree, maar dan zonder de complexe uitspattingen. Door zijn gevoeligheid openbaarlijk bloot te stellen, stelt hij zijn positie als clubmuzikant veilig. Hiermee kan hij op gemak een uitgebreide stedentrip ondernemen, waarbij hij als veredelde troubadour zijn geld bijverdient in de kleinere concertzalen.
Er zit een goede ingecalculeerde opbouw in, waarbij de basis sober en minimalistisch is. The Secret I Know wordt ingekleurd met stemmig akoestisch herhalend gitaarspel om hier met vervolgens fragmentarische samplers pulserende tegendruk aan te geven. Er hangt een aangename prettige dreiging overheen, die aast om op het juiste moment een opening te vinden om daadwerkelijk toe te slaan. Met muzikale speldenprikjes wordt je getriggerd, en stap voor stap verder meegenomen in het intrigerend samenspel.
Hoe wonderbaarlijk is het dat voor dit prachtige gegeven slechts een iemand verantwoordelijk is. De veelzijdigheid van Soord komt hier prominent naar voren, en worden niet ondersneeuwd door de overige vier sterspelers van The Pineapple Thief. Die persoonlijkheid hoor je erg sterk terug, zeker in de intieme opgebouwde passages. Wil in het eerste gedeelte vooral het heldere gitaarspel veel indruk maken, later is dat de verrassende switch naar het net zo mooie toetsenwerk. Die omschakeling is het beste hoorbaar in het sleutelnummer All This Will Be Yours, waar na het geweldige intro de beats invallen om het vervolgens met een ruig rockende slidegitaar sound af te ronden.
De dreampop ondergaat een indrukwekkende metamorfose en ontwikkelt zich tot een meer duistere coldwave variant. Hiermee zoekt hij enigszins aansluiting op het Wisdom Of Crowds gebeuren, al is nu de kracht meer ondergeschikt aan de schoonheid. De donkere uithoeken van zijn kunnen worden al bezocht in de futuristische ontdekkingsreis van You Hear the Voices, maar komen volledig tot ontplooiing in het volgroeide Cut the Flowers. Hier zijn de invloeden van deze gemuteerde synthpop benadering het beste hoorbaar. Nog meer dan bij The Pineapple Thief laat Bruce Soord zijn Duitse roots weerklinken, waar dit genre en verwanten nog bijna net zo groot is als in zijn hoogtijdagen. Een prachtige schemerlampplaat!
Bruce Soord - All This Will Be Yours | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Natacha Atlas - Strange Days (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:08 uur
Wat is het ondertussen alweer lang geleden dat de wereld kennis maakte met de oriëntale global sound van Transglobal Underground. Ondersteund door vette beats paste deze perfect in het beeld van de opkomende dance en trance. Waarbij tijdsgenoten kozen voor de meer ambient gerichte aftakkingen, besluiten deze baanbrekers een meer avontuurlijke weg te bewandelen. Wie zou het toen geloven dat de buikdansende zangeres Natacha Atlas zich zou ontwikkelen tot een veelzijdige diva, zich steeds verder verwijderend van de basis die ze heeft gelegd in het bijna hitje Templehead.
Haar Arabische oorsprong krijgt een flinke injectie aan hedendaagse jazz toegevoegd op Strange Days, welke terecht mag worden bijgeschreven als een nieuw hoogtepunt in haar toch al niet misselijke repertoire. Deze in ontwikkeling zijnde nachtclubzangeres heeft nog steeds niks van haar sensuele geluid verloren. En ook de medemuzikanten verschuilen zich nederig achter hun instrumenten als ze begint te zingen. Verstrooid en rommelig geven ze invulling aan de gedragen woorden van deze ondergewaardeerde grootheid.
Alcyona Mick die haar vingers niet meer onder controle lijkt te hebben als deze haastig als een vurig liefdesspel de piano beroeren. Andy Hamill die met gepaste coolheid zijn contrabas de nodige uitdagende spanking tikjes toedient en het duo Asaf Sirkis en Laurie Lowe die elkaar afwisselen in het vluchtige drumwerk. Alleskunner en mede componist Samy Bishai neemt zijn rol als bendeleider serieus en introduceert in zijn gevolg blazer Idris Rahman, trompettist Hayden Powell en trombonist Robinson Khoury.
Van deze groep medewerkers is vooral Alcyona Mick een naam die in het verleden al vaker aan die van Natacha Atlas gekoppeld werd. Door haar huidige samenwerking met Samy Bishai is het eenvoudig om ook nu hiervoor tijd vrij te maken. Deze spelers met een breed curriculum vitae gevuld met een ontiegelijk groot overschot aan werkervaring, halen met gemak de andere muzikanten binnen. Hierdoor staan er artiesten in de studio te dringen die zich gezamenlijk tig keer bewezen hebben, variërend van jazzensembles, klassiek orkesten tot de invulling bij veelzeggende bekende popartiesten.
Als gastzangeressen zijn Tanya Wells en Sofiane Saidi met haar aardedonkere voordracht uitgenodigd. Aangevuld met de verrassing het ondertussen al lang volwassen geworden soulmeisje Joss Stone. Dat haar reikwijdte ondertussen een stuk wereldser georiënteerd is hoor je terug in Words of a King. Natuurlijk was bekend dat ze op blues gebied haar mannetje staat, maar met meer dieptes en rauwheid in haar vocalen past ze met gemak op deze jazzplaat. Doordat zich in totaal 25 artiesten op Strange Days zich inmengen vergeet je bijna de ster waaromheen het allemaal draait; Natacha Atlas.
Deze Belgische zangers is een multi culturele samenleving in een. Met een Marokkaans-Egyptische vader en een Britse moeder is ze de missing link tussen de Oosterse en Westerse gemeenschap. Invloeden die ze vol trots weet te verwerken in haar albums. De identiteitscrisis die hierdoor op jonge leeftijd haar wegen vervelend doorkruist heeft ze omgezet tot haar handelswapen. Ze laat zich nergens onderbrengen en geeft haar eigen invulling aan het begrip wereldmuziek. Dat deze zangeres zich ooit staande hield tussen kunstmatige beats en voorgeprogrammeerde samplers is haast niet meer voor te stellen.
De exotische blaaspartijen in Out of Time trappen hiermee af, met een Atlas die er als een hypnotiserende Kaa als Jungle Book karakter verleidend doorheen kronkelt. Ze weet het meeste te overtuigen met haar eigen tracks, al past de kapot gecoverde James Brown klassieker It’s A Man’s World er verder prima tussen. Haar triphop benadering wijkt af van de overige zelfgeschreven composities die een stuk meer puurder van structuur zijn. Deze is in hetzelfde rijtje te plaatsen als de zomerzon Bossanova van Sunshine Day.
Maktoub zou perfect in een Bollywood movie passen, al zit er in de backings ook genoeg raakvlakken met de Franse chansons verborgen. Feitelijk houdt ze hiermee de deur open voor andere uitdagingen. Powell bespeelt zijn trompet zo dat deze met gemak in een Twotone ska klassieker te plaatsen valt. Dan laat het meer georkestreerde Arabische Min Baad en het dromerige Lost Revolutions op een andere wijze de culturele achtergrond in de jazz samensmelten. Bij die laatste zijn het de viool en cello die de universele straattaal verwoorden. Al is de dreiging van Sofiane Saidi natuurlijk net zo belangrijk. Tanya Wells is echter vrijwel onzichtbaar aanwezig op het aansluitende Inherent Rhythm.
De jazz hoor je ook terug in het uptempo All the Madness, waarbij Alcyona Mick al haar vrijheid krijgt om de zwart-witte toetsen aan te slaan. Dat Natacha Atlas ons op het einde nogmaals trakteert op een prachtig staaltje stembeheersing is alleen al een genot. Geweldig hoe ze beheerst de plaat afsluit met Moonchild. Nog eventjes op een ijskoningin manier spelen met haar bereik, zo gecontroleerd en zelfverzekerd. Steeds meer krijg ik de indruk dat deze dame ons nog lang niet alles van haar kunsten heeft laten zien. Een zegening!
Natacha Atlas - Strange Days | World | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Föllakzoid - I (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:07 uur
In een wereld waarin men overspoeld dreigt te worden met spirituele mindfullness ambient stukken om in reine te komen met het lichaam, gooien de Chilenen van Föllakzoid het over een andere boeg. Ook hier gaat men uit van een ambient basis, maar wordt het spirituele vervangen door de harde werkelijkheid. Dit resulteert in een stampend geheel. Is het hoofd helemaal leeg van de invloeden van buitenaf, dan is voor I er een unieke kans ontstaan om zich in het brein binnen te dringen. Deze Deep House is van hetzelfde kaliber als de fase dat de Krautrock zich ontwikkelde tot het meer agressievere Electric Body Music. Onwaarschijnlijke muziek met een onverwacht hoog dance gehalte. Met terugwerkende kracht gezien als een belangrijk evolutieproces welke te herleiden valt tot de hedendaagse techno en house.
Föllakzoid wil je in trance brengen, maar dan zonder de zweverige impact. Een bewuste keuze om juist met beide voeten geaard te blijven. De basis is de elektronica, maar daar binnen is er genoeg ruimte voor ware drumpartijen en serieus gitaarspel. Hiermee bewijzen ze telkens weer niet identiek te zijn aan andere dance pioniers. De kracht zit hem er in dat de gitaar niet gewelddadig dominant alles vermorzeld, maar samensmelt in het geluid. Voor een buitenstaander weerklinkt het als een eentonige dreun, waar geen einde aan lijkt te komen. Het luisterend oor verdiept zich in de lagen en hoort wel de veelzijdige dreigende toevoegingen.
En daarmee raak je de kern van het geheel. Een opbouwend spanningsveld met aparte psychedelische uitbarstingen die vreemd genoeg zich netjes binnen de lijntjes houden. Oververhit als nachtelijke illegale party’s met beats en drones die de ruimte als terugkerende nachtvlinders bewonen. Dit is zwemmen in het donker, met in het achterhoofd de angst om betrapt te worden. De frisse uithalen die op III nog aanwezig waren en er iets futuristisch aan toevoegden zijn geëlimineerd tot een minimum. Hier in het koninkrijk der duisternis heerst de monotonie. Sporadisch mag daar de eighties New Wave er wat ritmische begeleiding droppen om vervolgens weer een flinke stap terug te doen.
De dreigende gong waarmee het startsein gegeven wordt laat je onderdompelen in het intrigerende zwaar psychedelisch werkveld welke voortgebracht wordt door passerende geluidscollages. Deze trip is een gedurfde nieuwe stap voor Föllakzoid die zich blijkbaar helemaal niet meer bezig houdt met het begrip rockmuziek. In het universum van de Chilenen vervalt ook definitief het begrip songtitels, en beperken ze zich tot nummering.
Met het veelvuldig gebruik van weerkaatsende echo’s voegen ze een nieuwe kunstvorm in hun sound toe. Dat deze het beste tot zijn recht komt in een druggy omgeving is goed voor te stellen. In dienst staande van herhalende lichteffecten en hallucinerende diavoorstellingen zal het erg goed werken. Om dit gevoel zonder deze middelen op te roepen blijft een lastig gegeven. Het laatste gedeelte wijkt hier nog enigszins van af en roept beelden op van overbevolkt luchtverkeer, maar ook deze track zal het beste tot zijn recht komen bij clubbezoekers.
Föllakzoid - I | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
LOVATARAXX - Hébéphrénie (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:07 uur
Door op de albumhoes gebruik makend van groot lettertype, geplakte zwartwit fotografie en een enkele felle kleur ga je er vanuit dat Hébéphrénie een vergeten postpunk pareltje is die zijn oorsprong heeft in de beginperiode van dit genre van omstreeks begin jaren tachtig. Het uit het Franse Grenoble afkomstige Lovataraxx timmert met hun postpunk getinte synthwave pas zes jaar aan de weg. Na voorzichtig de wereld te verwelkomen met de EP Kairoshas verschijnt nu de eerste volbloed plaat Hébéphrénie.
Hélène Triboulet & Julien Hoes plaatsen zich dus inderdaad in de technische wereld van de Roland synthesizers en drumcomputers. Met dit vintage speelgoed en soortgelijk aangewand materiaal reanimeren ze de hit gevoeligheid van de jaren tachtig. Waarbij de instrumenten in die periode vanwege de dure aanschaf in het begin zelfs in bruikleen genomen werden door de uitvoerende artiesten.
Niet voor niets is Lovataraxx ondergebracht bij Unknown Pleasures, een label welke dezelfde naam draagt als het debuutalbum van Joy Division. Die zwartgallige invloed hoor je sporadisch terug, hoofdzakelijk ligt in de lijn van hun succesvolle nazaat New Order. Donkere deprimerende beats vormen als mechanische treurnis de perfecte basis op het merendeel van de songs.
De nostalgische retro waarde is soms een stuk hoger dan de kwalitatieve score. Bij Prostration klinkt een metaalmoeheid door welke gecreëerd lijkt in stoffige zolders en winst beluste antiquairs. Met alleen maar mooie aanschaffen red je het niet, het beestje moet ook nog getemd en gestemd worden. Met typerende Franse slag werken ze zich door de song heen.
Gelukkig is er verder geen sprake van grote misstappen en wil het duo verder meer dan genoeg overtuigen. Het is een spacend geheel geworden waarbij het gevoel opgewekt wordt dat de futuristische kijk op een beter leven op andere planeten centraal staat. In comic book achtige stijl worden korte verhaaltjes gepresenteerd met genoeg ruimte voor de eigen fantasie.
Niet voor niets is er gekozen voor Hebe, de symbolische Griekse godin van de jeugd als albumtitel. Het gothic publiek hecht veel waarde in deze mythologie, welke terug te vinden in bloedzuigende vampiers die het eeuwige leven adoreren. Doordat het muzikaal allemaal mooi conservatief perfect in elkaar steekt, vergeet je bijna de dromerige zangpartijen. Hierbij is er goed geluisterd naar de voorbeeldfuncties van de voorgangers, die ondertussen zijn opgenomen in het museum der vergaande glorie.
Met een heerlijke melancholische galm over zijn stem weet Julien Hoes te ontroeren om vervolgens afgewisseld te worden door de zacht sensuele vocalen van Hélène Triboulet. Dit zijn de momenten dat het allemaal een stuk swingender en toegankelijker over komt. Doordat de band sterk afwijkt van de nieuwe postpunk lichting, is de gemeende waardering voor dit geslaagde gebeuren weg te cijferen. Ze zitten te dicht bij het heilige vuur, en staan daarbij minder open voor vernieuwingsdrang. Echt iets toe voegen doen ze niet, het is hun eigen interpretatie van een muzikale geschiedenisles.
LOVATARAXX - Hébéphrénie | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Tempers - Private Life (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:06 uur
Het grote stads duo Tempers brengt vanuit metropool New York hun visie op dit menselijk mierennest wat continu draaiende is. Dag en nacht versmelten in elkaar waardoor alleen de invallende avondschemering het verschil maakt. Deze elektronische gerichte eenheid zoekt daar hun inspiratie, in de zelfkant van het opkomende nachtleven, waar realiteit en surrealisme bijna sprookjesachtig in elkaar overlopen. Een decadente wereld met heugelijk verlangen naar escapisme. Dat het verschillende stemmingen oproept is terug te horen in de veelzijdigheid van Private Life.
De hogeschool gothic invloeden van debuutplaat Services ontbreken waardoor Jasmine Golestaneh haar opgelegde strenge meesteres vocalen laat vervangen door feeërieke sprookjesachtige zangstaaltjes. De kwellende ijskoningin is ontdooit. Ook ligt het mijlenver verwijdert van de statische, wat lastiger te plaatsen mix van clubhouse, darkwave en spoken word fragmenten waarmee ze samen met architect Rem Koolhaas op Junkspace een conceptuele ode brengen aan de consumerende bouwkunst.
Tempers zoekt de basis in de postpunk, maar voegt daar een flinke scheut aan exotische dreampop aan toe. Dit allemaal samengebracht in een wat recentelijk dance fitness outfit waarbij de herhalende beats oproepen tot een stereotiepe-bewegingsstoornis. Deze is het beste te behandelen op een ruimtelijk ingerichte clubvloer. De koortsige drang om te dansen moet niet bestreden worden, maar juist aan toegegeven worden. Hierdoor komt het net een tikkeltje steviger en agressiever over. Het nodigt uit om te bewegen, en dat lijkt mij ook de voornaamste opzet van Private Life.
Eddie Cooper heeft als geluidskunstenaar zijn veilige thuisbasis gevonden in zijn werkplek wat zich op Private Life laag na laag om hem heen opstapelt. Met een hoeveelheid aan galm gekoppeld aan zijn gitaarakkoorden en keyboardklanken bouwt hij elke song tot een climax op. De wonderschone licht erotische verschijning van Jasmine vormt het adembenemende middelpunt. Veel meer hoeft ze er niet meer aan toe te voegen, maar gelukkig leent haar stem zich hier wel prima voor. Al heeft haar beperkte bereik natuurlijk zijn charme, artistieke uithalen hoef je niet te verwachten.
Capital Pains heeft met de vreemde afwijkende tempowisselingen in het begin iets van een valse start, maar als snel is daar het reddende effectenpedaal van Cooper die er een bruistablet aan verlichtende droomakkoorden aan toevoegt. Met stampende beats en indie drumwerk wordt er een actueler klankkleurtje aan toegevoegd. Het zweverige werk krijgt genoeg tegengas met industrial rock, maar echt uitblinken doen ze met de trance van discoknaller Guidance. Wat een verschil met de nooduitgang Exit, waar het groen belichte bordje langzaam aan weg dooft in de vredige droneroes.
Het is bijzonder dat Cooper alleen verantwoordelijk is voor de sound, al zou vooral in de rustige songs meer professionele ondersteuning een pluspunt zijn. Nu mis je net de warmte die het kan opleveren. Mooi om de thermostaat lekker te laten gloeien, nu nog zorgen dat elke aanwezige ruimte daar profijt van heeft.
Tempers - Private Life | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mikal Cronin - Seeker (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:06 uur
Terwijl Ty Segall in hoog tempo de een na de andere psychedelische retro glamrock plaat aflevert, is er voor zijn ondersteunende bandleden zelfs nog de nodige ruimte vrij gemaakt om zelf met eigen materiaal aan de slag te gaan. Bassist Mikal Cronin maakte op het debuut August van singer songwriter Shannon Lay al de nodige indruk op albumtrack Death Up Close. Hierbij laat hij zijn veelzijdigheid horen door voor de verandering te imponeren met een indrukwekkend staaltje saxofoonspel. Die veelzijdigheid is tevens sterk terug te vinden op zijn vierde solo kunststukje Seeker.
Vanuit het zonnige in Californië gelegen Laguna Beach is er vier jaar lang in alle rust gewerkt aan de opvolger van MCIII. Ook al ben je op muzikaal gebied een alleskunner, het blijft prettig als je op je muzikale collega’s kan terugvallen. Wat is het dan ideaal dat deze zich bevinden in de strak op elkaar ingespeelde begeleidingsband, en je het voorrecht hebt dat Ty en zijn vriendengroep zorgen voor de vormgevende omlijsting.
Meesterpercussionist Charles Moothart mag al direct van zich afslaan in het door strijkers gemodelleerde Oosterse sfeertje in Shelter. Een sterke inleidende track die zich ook geweldig zou lenen als openingsmoment bij concerten. Door het heldere ongedwongen geluid trekt Cronin direct de aandacht. Met psychedelisch gitaargepiel weet hij er een eigen draai aan te maken. Als goedmakertje voor zijn ondersteunende rol bij Shannon Lay, verzorgt zij hier samen met Heidi Alexander de gastrol als medevocalisten.
Zijn liefde voor Neil Young is sterk te horen in de goed opgebouwde sfeervolle countryrocker Show Me. Heerlijk om je eventjes ergens in de jaren zeventig te wanen. Prachtig sluit het saloon piano gepingel van Ben Boyle hierop aan. Na dit aangename uitstapje back in time gaan we nog verder terug naar het Beatlesque experimenteerdrift in Feel It All, waarbij de blazers de treurnis overstemmen. Nog melancholischer gaat het schitterende Fire hier overheen. Als het hart in brand staat door bitterende verterende tranen, dan hoort het voelbaar en hoorbaar te zijn. Och, wat worden we vervolgens aangenaam getrakteerd op het heerlijke gitaarspel van Emmett Kelly. Dit moet toch geweldig voelen met zo’n wereldband naast je in de studio.
Die muzikanten mogen even op adem komen als Cronin alleen achter de piano aanschuift, en zijn emotionele beladenheid in Sold over je heen laat stromen. Dat ze niet zijn ingehuurd om vanaf de zijlijn toe te kijken, laten ze gelden in het magistrale vervolg. Zo hoort een kort poppareltje te klinken. Van een totaal andere orde is het stevig rockende I’ve Got Reason. Wat knallen de gitaren lekker vol de speakers uit als deze zijn aangesloten op de versterkers. De sixties psychedelica zorgt voor het evenwicht waar overheen de frontman zijn vocalen bijna kapot schreeuwt.
Het lomp om zich heen springende Caravan walst als een opgevoerde oldtimer locomotief nonchalant door Seeker heen. Gewoon recht toe recht aan, zonder de nodige poespas. Met Cronin zelf die op saxofoon het fluitsignaal van het eindstation aankondigt. Zijn mondharmonica geblaas is vooral erg charmant, en wil de harde folky arbeiders mentaliteit oproepen in het mooie sterk verhalende Guardian Well. Totaal in zijn element gooit de zanger er nog een krachtige hoge uithaal uit.
Na een langdurige afwezigheid zijn daar de zangeressen Shannon en Heidi weer die nadat Mikal Cronin op Lost a Year zijn verslag heeft gedaan mogen invoegen. Met een kakofonie aan blazers gaat het vervolgens helemaal los in een prettig rockende chaotisch einde met een snerende vocalist. Waarna de rem er vervolgens strak opgaat in het rustpunt On the Shelf waarbij de enige metgezel zijn trouwe gitaar is. Als Mikal Cronin zich nu nog in de rol van Seeker plaats, dan ben ik benieuwd waar zijn zoektocht hem uiteindelijk heen brengt.
Mikal Cronin - Seeker | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
STAKE - Critical Method (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:06 uur
Dat een eervolle vermelding bij Humo’s Rock Rally leid tot eeuwige roem is in het verleden al met regelmaat bewezen. Sterker nog, het Belgische rockklimaat is opgebouwd rond deze baanbrekende wedstrijd. Dat hierbij geen onderscheid in stijl en genre wordt gemaakt is waarschijnlijk wel het belangrijkste element hiervan. Doordat de jury bestaat uit popjournalisten, radiomakers en andere pluggers, heeft het winnen hiervan een mooie opstart naar een platencontract tot gevolg. Steak Number Eight weet in 2008 deze trofee binnen te halen.
Met een oorverdovend geluid weten deze uit Wevelgem afkomstige geweldenaren op jeugdige leeftijd in dat jaar te debuteren met When The Candle Dies Out. De emoschreeuw van Brent Vanneste bezit dan al zoveel kracht, maar blijft nog wat achter is de mix van de vernietigende sound die hij met zijn drie compagnons neerzet. Wat een verdriet en ellende wordt er over je heen gestort, ongelofelijk dat er al zoveel zielenpijn heerst in deze jonge gasten. Met een gemiddelde leeftijd van zestien jaar klinken ze stukken volwassener dan de gemiddelde oudere Nu-metal jankers uit de Verenigde Staten. Er is dan al gekozen voor een uitgerekte opbouw van de tracks waarin heftige postrock invloeden prima samen weten te gaan met dromerige postpunk.
Een groei die zich met gemak voortzet in All Is Chaos, waar een steeds betere zingende Brent Vanneste er nog meer zijn uitlaadklep van maakt. Het is een tikkeltje minder zwaar en melodieuzer. Zonder zich te binden aan de commerciële aandacht bewandelen ze hun eigen weg. Na het meer psychedelische Kosmokoma is de band op, afgebrand door de intensiteit en energie welke het alles gevende opnameproces opeist. De vermoeidheid die het vele toeren met zich meebrengt. In 2018 wordt er na een productieve stilte van vijf jaar een punt achter gezet, alles gegeven, het is klaar.
Toch blijkt dit alleen voor de bandsnaam te gelden. Vanwege een trieste gebeurtenis in familiare sfeer bij de zanger ligt de naam daar te gevoelig. Brent koppelde Steak Number Eight om persoonlijke redenen aan zijn overleden broer, en besluit om dit los van elkaar te zien. Een verstandige en doordachte keuze om door te starten met STAKE, een verfrissende nieuwe naam, met lichte koerswijzigingen in het geluid.
Zompig gitaargeweld luid de gekwelde voordracht van Brent in. Volledig gebroken gooit hij al zijn hartzeer van zich af, om vervolgens een aangename zangstem in te zetten. Na het explosieve melodieuze titelnummer Critical Method met solerende gitaren worden halverwege de snaren een standje lager opgeschroefd tot meer gangbare waarde. Het logge stoere geluid krijgt een flinke gecoördineerde injectie in de goed georganiseerde ruige zangpartijen.
De snelle punkriffs en Zuid Amerikaanse percussie in Careless laten een veelzijdigheid horen waardoor blijkt dat STAKE nog steeds groeiende is en ruimte maakt voor nieuwe invloeden. Ze staan zelfs open voor een meer ballad gerichte benadering in Human Throne. Natuurlijk wordt halverwege het volume flink opgevoerd, ze zijn uiteraard niet veranderd in een lieve rockband.
De toegankelijkheid komt het beste naar voren in de verstaanbare donkere gothic doommetal van Devolution. Het herfstnummer bij uitstek van deze geslaagde plaat. Verder wagen ze zich steeds meer op het jaren negentig pad. Tussen de industriële noise sijpelt de op grunge en andere gitaarrock door. Tijdens de rustige passages komen zelfs de door de band voorheen veelal vermeden symfonische elementen toekijken. Geen extreme veranderingen dus, maar wel meer lucht en variatie. Het constante hoge niveau van de eerdere albums krijgt een gelijkwaardig indrukwekkend vervolg.
STAKE - Critical Method | Metal | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
FEET - What's Inside Is More Than Just Ham (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:05 uur
De Britten hebben een gevoel van humor waarin de nodige zelfspot verborgen zit. Vaak staat hierin het leven van de gewone man centraal, en weten ze het op een gentlemen achtige manier te verpakken. Veel minder plat dan hun Amerikaanse variant, met goed doordachte grappen. Zelfs bij de als maar voortdurende Brexit klucht is er in het parlement ruimte voor een lolletje. Juist de typische zelfspot getuigd van een hardheid die te relativeren is in het dagelijkse leven.
Ook in de muziek zijn er tig voorbeelden te vinden die dit op een aangename manier weten te combineren, zo waren de heren van The Kinks, Madness, Pulp, Kaizer Chiefs en Blur daar meester in. Het uit Coventry afkomstige FEET bezit die kwaliteit (nog) niet, ondanks de geslaagde parodie op het kenmerkende Engelse ontbijt, welke centraal staat op de albumhoes van What’s Inside Is More Than Just Ham. De hamvraag is (om maar in het flauwe thema te blijven) of FEET een goede plaat heeft afgeleverd?
Natuurlijk hebben ze dat! Al is deze op geen enkel vlak origineel te noemen. Zelf gun ik elke band de kans om hun eigenheid te bewijzen. Iedereen is beïnvloed door andere acts, het mooie is om hiermee aan de slag te gaan om te komen tot een eigen sound. FEET heeft op dat vlak totaal geen moeite genomen. Nogmaals, ik vermijd het liever, maar ik kan niet anders dan concluderen dat dit wel een behoorlijke rip-off van Blur is. We gaan terug naar 1995, en we draaien de albums Parklife en The Great Escape helemaal grijs.
Wat is het hilarisch om Blur niet te noemen bij de grote voorbeelden en interesses. Frontman Jeep ademt in alles Damon Albarn uit. Ik verwacht zelfs dat hun voeten hetzelfde zullen ruiken. Ook de achtergrondkoortjes zijn letterlijk en figuurlijk geknipt en geplakt. Met moeite kan ik dit gegeven los laten. En toch staat er dus geen slechte song op de plaat. Het is allemaal zo strak, catchy en punky, en het luistert heerlijk weg. Met net een tikkeltje steviger rockwerk wordt een poging ondernomen om er een eigen draai aan te geven, maar ze raken hierdoor alleen meer verstrikt in hun eigen camouflagenet.
Laten we reëel zijn, er is buiten de Britpop wel wat ruimte voor retro dansinvloeden in de discosong Ad Blue. De veelzijdigheid die op de plaat vrijwel ontbreekt, is er dus wel. Zo sterk zijn bassist Oli en drummer Hookings op elkaar ingespeeld. Die basis staat hier absoluut als een huis. English Weather heeft het dromerige van de Madchester rage, en bij Axe Man is ergens de funkende postpunk uit de jaren tachtig terug te vinden. Het zal in het thuisland met gemak de nieuwe hype kunnen worden, maar hier ligt What’s Inside Is More Than Just Ham wat zwaar en ongezouten op de maag. Geef de peper even door alstublieft.
FEET - What's Inside Is More Than Just Ham | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
L'Épée - Diabolique (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:05 uur
Marie en Lionel Limiñana vormen als The Limiñanas een Franse experimentele rockband die erg goed naar de sixties psychedelica en garage hebben geluisterd. Ze weten zich het sterkste te onderscheiden als ze in hun moerstaal zingen en niet direct gelinkt worden aan de Amerikaanse White Stripes, die met identieke werkverdeling hun arbeid verrichtte.
Dit nieuwe project is een logisch vervolg op het laatste The Limiñanas album Shadow People. Daar werd voor het titelnummer actrice Emmanuelle Seigner aan het duo gekoppeld. Wat is dat toch met die filmsterren die zo nodig moeten bijbeunen op een tweede artistiek vlak. Gewoon doen waar je goed in bent, en je daarbuiten zo ver mogelijk afzijdig houden van elke andere kunstvorm. Ondanks haar goed gespeelde filmrollen zal ze voornamelijk de geschiedenisboeken ingaan als de vrouw van Roman Polański.
Op het geslaagde Shadow People was ook al Anton Newcombe aanwezig. Het onvoorspelbare The Brian Jonestown Massacre opperhoofd welke bij het project L’Épée als vierde bandlid is binnen gehaald. Op Diabolique zal hij zijn veelzijdige instrumentenbeheersing combineren met de rol als producer. Samen met Lionel werkt hij de flarden teksten en andere probeerseltjes uit tot een stabiel sterk eindproduct. Met een hoes waarop het zwaard van Damocles symbolisch staat afgebeeld. De voorbede tot dreigend onheil, met in de hoek het Franse woord voor duivels weg gestopt.
L’Épée is The Limiñanas 2.0. Duister gitaarspel met Oosterse invalshoek weerklinkt in Une Lune Étrange om er vervolgens door de drums van Marie een heerlijke beat onder te droppen. De verwachtingen zijn hoog gespannen, maar worden vervolgens door de filmster wel degelijk waar gemaakt. Natuurlijk is ze niet een wereldzangeres, maar haar flinterdunne stemgeluid wordt wel perfect in de mix gestopt. Het zou de ultieme natte droom van Andy Warhol kunnen zijn. Een in het verlengde van Velvet Underground opererend groepsgeluid met een prachtige acterende femme fatale als frontvrouw.
Het mag overduidelijk zijn wie de inspiratiebron vormde voor Lou, maar volgens Emmanuelle Seigner staat hierbij een jeugdliefde van haar centraal. Het zal allemaal wel, mij houdt ze niet voor de gek. Als dan vervolgens het smerige gitaarwerk het afmaakt, gaan mijn gedachtes toch direct naar de roerige Coney Island periode van meneer Reed. Die heerlijke retro psychedelica komt ook terug in het zo in de sixties te plaatsen Dreams, waar die Franse tongval er een sensueel tintje aan toevoegt. Alsof stiekem door Warhol een kant en klaar song is geconserveerd in een van zijn Campbell’s Soup Cans blikken, welke ver over de datum geopend wordt.
Het accent wordt op La Brigade des Maléfices voorzichtig verlegd richting de Krautrock. De gejaagde duisternis vormt het ideale speelveld voor de overtuigende Emmanuelle Seigner, die zich verhalend door de track heen werkt. Bij het mysterieuze Oosterse On Dansait Avec Elle sjokken we op kamelendraf zwaar onder geestverruimende invloed op een Fata Morgana af. Zanger Bertrand Belin mag hierbij met zijn typerende stem een geslaagde gastrol vervullen en gaat een koortsig duet aan met Seigner.
De holle galmende postpunk van het krassende Ghost Rider laat je het rumoerige voorgerecht van de jaren tachtig herbeleven. De angst en paranoia van het komende decennia laat zich vanuit de schreeuwerige voordracht grimmig vol ironie toelachen. Dwars tegen de stromingen in vervolgt een gedesillusioneerd zwartkijker zijn weg. Samen met de perfect getimede blikken percussie die Grande inluid, zweef je weg op het vliegend klankentapijt van Aziatische mystiek om vervolgens down to earth te landen in de kerstbelletjes Wall of Sound van Springfield 61.
Un Rituel Inhabituel stapt binnen in het Britpop tijdperk, waar de chemical beats azen op een plek in de popgeschiedenis. Last Picture Show maakt daarentegen gebruik van een totaal ander ritme. Een stevige bubblegum song met een strenge Emmanuelle Seigner die haar definitieve vorm gevonden lijkt te hebben. Laat Diabolique een mooie start zijn van meerdere vruchtbare albums van dit kwartet.
L'Épée - Diabolique | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bonnie Prince Billy - I Have Made a Place (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:05 uur
Heeft de veelzijdige Will Oldham zich tegenwoordig bekeerd tot de country? Zijn kalende hoofd zit diep verborgen in een te grote cowboyhoed. Uiteraard was zijn rootsmuziek altijd al te linken aan deze stroming, maar lijkt hij er nu definitief voor gevallen te zijn. Is er dan geen plek meer voor onverdraagbare hartzeer en prachtig ingetogen klagend zangwerk? Zijn alter ego Bonnie ‘Prince’ Billy heeft al zijn zwaarmoedigheid van zich afgeschud, en wil eerder zelfs vrolijk uit de hoek komen.
Op I Made A Place is eindelijk weer ruimte voor eigen composities. Het is natuurlijk een mooi gegeven dat hij de laatste jaren de waardering voor andere gelijk gezinde artiesten laat zien. Dit door gehele albums te coveren of door zijn medewerking te verlenen op platen van bevriende muzikanten. Sterker nog, hij plaats zichzelf steeds verder op de achtergrond, en wekte de indruk dat hij het wel goed vind zo.
Als muziekliefhebber ben je al dik tevreden met zijn prachtige Palace platen die hij in een grijs verleden gemaakt heeft. Nadat hij met I See a Darkness de definitieve kroon op zijn werk heeft gezet, kan hij niks meer fout doen. Soepel gaat hij door met het afleveren van hoog gewaardeerde albums, al komt hij nergens meer in de buurt van dit magnum opus. Ook nu lukt het hem niet, al kan I Made A Place wel als aardige opvolger van het korte laatste meesterwerkje Bonnie ‘Prince’ Billy beschouwd worden, ondertussen alweer zes jaar oud.
Het is een typische huisje, boompje, beestje plaat geworden, maar dan wel een die getuigd van grote kracht. Geen luie in de schommelstoel ingespeeld geheel, al roept hij regelmatig wel dat relaxte gevoel op. Zo zou het gezien kunnen worden als voorbereidende fase van het aankomende vaderschap. Oldham openbaart zich als family man. En wie wil niet zijn nog ongeboren dochter kennis laten maken met goede muziek. Veilig diep geborgen in vrouwlief Elsa Hansen was ze stille getuige van het opnameproces.
New Memory Box is een gloednieuwe traditional in wording. De viool en het fingerpicking tokkelwerk op de banjo lijken zo uit de countrystad Louisville te komen, van ver voor de commerciële uitbuiting. Het onbevangen plattelandsleven lacht je toe. Mooi vormgegeven met prachtige toepasselijke koortjes. Oldham heeft een schitterende warme stem waarbij gelukkig de kenmerkende snik van het genre ontbreekt. Het uptempo The Devil’s Throat ligt qua benadering en speelplezier in het verlengde hiervan. Al willen de instrumenten ook de straatvoertaal van de blue-eyed soul oproepen. Het ligt allemaal zo dicht bij elkaar, ze komen dan ook allemaal vanuit hetzelfde hart voort.
De weemoedige dromerige ondertoon van het treurig Dream Awhile geeft het een eerlijke kijk op de jaren zeventig. Het alsmaar terugkerende gefluit op I Made A Place zorgt voor passend evenwicht en een nostalgische tendens. Bonnie ‘Prince’ Billy is nog altijd die adembenemende verhalenverteller, al stopt hij vocaal steeds minder emotionele geladenheid in zijn songs. Dat laat hij nu aan de instrumentatie over. Waarschijnlijk is het daardoor dat het vaak te gewoontjes overkomt. Met gemak te herplaatsen tussen de vergeelde door nicotine aangetaste albumhoezen uit je vaders platenkast, welke in verregaande staat van ontbinding op zolder wegkwijnen.
Ach, het is allemaal weer even prachtig. Hiermee voldoet hij weer aan de immens hoge verwachtingen. Helemaal niks op aan te merken. Als de naald van de draaitafel I Made A Place liefkozend beroert heeft, dan wil je hem vervolgens koesteren, en voorzichtig terug plaatsen tussen de verzameling van zijn werken. Echter de volgende keer zal de wijsvinger deze schaamteloos passeren om verder op zoek te gaan naar I See a Darkness.
Bonnie Prince Billy - I Made A Place | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Emily Jane White - Immanent Fire (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:04 uur
Zo rond eind september komen de herfstplaten in zicht. Gure, kille licht melancholische sfeerschilderijen die aansluiting zoeken bij de bontgekleurde vallende blaadjes. Veel geel, en nog meer bruin. Vaak zijn deze albums al eerder in een ander seizoen opgenomen. De toevlucht voor dit proces wordt gezocht in gebieden waarbij het door het kille, koude klimaat het hele jaar door herfst is. Het regenachtige Seattle is zo’n voorbeeld. Het vormt met zijn deprimerende grauwe wisselvallige weersomstandigheden een perfecte inspiratiebron. Het tegenovergestelde van het in Californië liggende Emeryville, een kustgebied, waar vrijwel altijd de felle zon zich laat zien.
Emily Jane White werkt echter in die omgeving twee jaar lang aan wat ze tot Immanent Fire gedoopt heeft. Het spirituele eeuwige vuur, maar ook de terugkomende dreiging vanwege de allesvernietigende bosbranden in haar woonomgeving. Door bij de vorm voor het gotische monnikenlettertype te kiezen en er donkere elementen aan toe te voegen, roept de hoes iets duisters op. Een bewuste keuze, welke direct al opvalt bij openingstrack Surrender.
Eigenlijk staat het niet eens zover af van het indie folk geluid waar ze in 2007 op Dark Undercoat haar publiek kennis mee laat maken. Het dromerige imago heeft ze op het Twin Peaks achtige Blood/Lines al lang definitief achter zich gelaten, al blijft het wat sprookjesachtigs hebben. Op vocaal gebied is het geen sterk resultaat. Haar stemvastigheid laat regelmatig te wensen over. Het excuus dat de plaat om deze benadering vraagt wil hier niet overtuigen. Met Immanent Fire heeft ze die stabiliteit hervonden. De oneffenheden die er op eerder werk nog pijnlijk in de voordracht terug te horen waren, zijn nu niet meer aanwezig.
Surrender is een storm in stilte, bereid om in rust af te wachten, voordat het natuurverschijnsel toeslaat. Emily Jane White heeft een heerlijke donkere galm over haar stem, welke getemd wordt door gespierd houthakkers slagwerk. Gewapend met haar zessnarige vriend ondermijnd de singer-songwriter haar overtuigende kracht. Op Immanent Fire wisselen vluchtig gespeelde strijkers het explosieve luide gitaarspel af. Met deze dynamiek als sterke basis krijgt de zangeres de ruimte om haar te ontplooien door de veelzeggende vrouwelijkheid die ze uitstraalt. Een Moeder Aarde die zich oprecht zorgen maakt over het voortbestaan van de blauwe planeet, welke zich steeds meer in gevaarlijk brandbaar rood en vernietigende asgrijze tinten onthuld.
De angst voor een dreigende Apocalyps en de definitieve overgave hieraan komt thematisch sterk naar voren. Het griezelige beeld dat het oproept vind zijn schepping in dit gegeven. Want eigenlijk zingt Emily Jane White juist hoopvol en liefelijk. Dat spirituele hoor je terug in de New Age van Drowned. De mens is verantwoordelijk voor dit verdorven toekomstperspectief. Ze is niet meer dan een spreekbuis die zich tekstueel inzet voor een beter leefbaar milieu, de confrontatie heeft de maatschappij zelf bewerkstelligt. Het is een noodzaak geweest om Immanent Fire te maken.
Emily Jane White - Immanent Fire | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Het Zesde Metaal - Skepsels (2019) 3,5
30 juli 2020, 20:04 uur
Dialectpop wordt landelijk nog steeds met regelmaat geassocieerd met recht toe recht aan boerenrock of veredelde nietszeggende carnavalsmuziek. Dit etiket met beperkte houdbaarheidsgarantie blijft een stempel drukken op de veelal hardwerkende bands, die met trots hun afkomst niet verloochenen en zich inzetten voor een brede maatschappelijke acceptatie.
Dit verschijnsel wordt bij het uit het Belgische Wevelgem afkomstige Het Zesde Metaal wel omarmt. Ondanks dat leden veelal hun werkzaamheden vanaf Antwerpen inplannen, blijven ze trouw aan hun roots. De regiopop ligt niet eens zo ver verwijderd van de Limburgse moerstaal die in het grensgebied gesproken wordt. Hiervoor verantwoordelijk is Wannes Cappelle, een uitmuntend verhalenverteller die het weemoedsgevoel weet op te roepen.
De gedragen voordracht van vocalist Wannes Cappelle ligt echter wel dicht bij de Limburgse regiopop. Het verbeeldende landleven wordt door de zingende tekstschrijver schetsend opgeroepen. Nog steeds overheersen de weemoedige prachtige vertellingen die door de sfeervolle begeleiding een mooi uniek landschapsomlijsting krijgen. Die dorpse beleving vind je hier overtuigend terug in de plattelandsvertelling Stempel.
Hier is vooral Tom Pintjes een veel geziene gast in de Nederlandse clubpodiums. Hij vervulde een belangrijke aangeversrol naast Stef Kamil Carlens ten tijden van Moondog Jr en Zita Swoon. Het speelgenot breid zich uit in de begeleidingsband van kleinkunstzangeres Roosbeef. Daar introduceerde hij Wannes Cappelle en drummer Tim van Oosten aan het publiek, die ook weer van de partij is bij het nieuwe hoofdstuk Skepsel, ondertussen alweer de vijfde plaat van Het Zesde Metaal.
Skepsel moet het niet hebben van moeilijkdoenerij, maar juist meer van de beeldende omlijsting. De troostende stem van de zanger bied in openingssong Kom Bie Mie geborgenheid aan bij slachtoffers van verscheurende zielenpijn en hartzeer. En dan kom je al snel bij de kern van de plaat. Skepsel is gericht aan die personen die het verstrengeld zijn geraakt in de nachtfase van het leven. Veel duisternis en onzekerheden over de juiste stappen zetten die leiden tot een zorgeloos bestaan. Om een lichtpuntje te ervaren moet je het eerst laten doven, om in het donker het opnieuw te laten ontbranden.
Het is het eeuwigdurende gevecht tegen het ouder worden. Het niet los kunnen laten van het verleden. En het blijven hangen in gemaakte keuzes en fouten. De zanger worstelt hiermee op het keerpunt van het leven; het magische getal 40, wat door velen gezien wordt als middelpunt van het menselijke bestaan, waarbij de balans wordt opgemaakt. Een crisisleeftijd, waarbij de stabiliteit gesetteld hoort te zijn.
De vakmensen die achter hem staan voegen er aangename opbeurende kleuren aan toe, waardoor het niet dreigt te vervallen in een uitzichtloze cirkel van grijze zwaarmoedigheid. Ze ondergaan gezamenlijk het proces om er herleven uit te komen. Voor ieder die twijfelt aan zijn handelen is het een aanrader om hier zich samen met Wannes Cappelle doorheen te slaan. En die taalbarrière? Daar lees je wel doorheen in het alles verduidelijkende tekstboekje.
Het Zesde Metaal - Skepsels | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dog in the Snow - Vanishing Lands (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:04 uur
De aan Kafka gelinkte bandnaam Dog in the Snow staat voor het veredelde eenmansproject van de uit Brighton afkomstige Helen Ganya Brown. Haar duistere dreampop hoort gewoon thuis op het Bella Union label. Het roept herinneringen op die je terug brengen naar de geheimzinnige postpunk uit de jaren tachtig. Tussen de denkbeeldige sages en legendes van touwtrekkers Cocteau Twins zou ze met gemak een plaats op kunnen eisen. Geen verkeerde keuze dus van voormalig lid Simon Raymonde om haar een plek te gunnen binnen zijn met oud collega Robin Guthrie opgezette platenmaatschappij.
Waar haar muzikale interesses liggen waren al hoorbaar op haar eersteling Consume Me. De dansbare postpunkinvloeden in een track als Magic zal zeker de aandacht van de veelzijdige producer getrokken hebben. Het zwartgallige doemdenken hoor je absoluut terug in Vanishing Lands, en je ziet het ook in de vormgeving van de albumhoes. Flarden mist en een mystieke in duisternis gehulde band, met een indrukwekkende klifkust op de achtergrond. Een op de voorgrond geplaatst boegbeeld, de overige muzikanten weg gestopt in schaduwen. Wat wel direct duidelijk de plaatsverdeling in Dog in the Snow aanduid.
Terugkerende dromen vormen de inspiratie voor de nieuwe plaat. Een visioen van een totaal vernietigende wereld waar alle kleuren verbleekt zijn tot zwart-witte grauwheid. Ze refereert hiermee ook aan de vluchtelingenproblematiek. Een foto van drenkelingen die dobberend op zee zoekende zijn naar een standvastige toekomst blijft maar de aandacht van Helen Ganya Brown opeisen. Het is geen vrolijk geheel geworden, al wil de adoratie naar hoop en geluk kernachtig boven drijven.
Met Light laat Dog in the Snow horen dat ze met gemak te plaatsen zijn tussen de voltooide verleden tijd van de gothic diva’s, die jaren geleden met de microfoon als scepter regeerden in het muzikale sprookjesland. Een stuk lichtvoetiger weet ze hier een eigen draai aan te geven. Nu is het een flashback naar navel starende zwartkijkers, die als vleugel geamputeerde raven over de dansvloer fladderen. Helen Ganya Brown is een ijskoningin met antidepressiva, zichzelf staande houdend in een decadent toekomstbeeld.
Dog in the Snow zoekt het grensgebied op, soms verdwijnen ze onzichtbaar in het nachtelijke schemergebied waar ook Bloom zich bevind. Dan ontwaken ze weer met de opkomende zonnestralen in het trippende Gold. Alsof je na een avondje stappen in een voort sluimerende afterparty bent beland. Het wordt nergens echt zwaar, zo is er zelfs een kinderlijk speeldoosje hoorbaar in Monochrome. De onschuld die tevens symboliseert naar de jeugd. Fall Empire zou jaren geleden zelfs zeker hit potentie hebben gehad.
Elektronica bepaald de richting van de tracks. Bombastische kitscherige uithalen worden afgewisseld met tegen de ruisende noise aanleunend drilwerk. Deze tweeslachtigheid deelt het veld in tweeën. Aan de ene kant de zwaarmoedige doemrock puristen, en aan de andere kant de romantische wavers. Het Lana Del Rey achtige Roses is wel wat misplaatst. Met Vanishing Lands zetten ze zichzelf goed op de schatkaart die leidt naar flonkerende edelstenen songs.
Dog in the Snow - Vanishing Lands | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Black Marble - Bigger Than Life (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:04 uur
Nadat eind jaren zeventig jonge gasten door de punk geïnspireerd raakten om de basisvaardigheden van het gitaarspel te ontdekken, kreeg deze meer diepgang toen de postpunk daar al snel de keyboard aan toe voegden. Hierdoor was het eenvoudiger om de kilte en onvrede stemmig te verwoorden, zonder daarvoor luidkeels de volgelingen toe te roepen. De mogelijkheden van dit instrument waren nog beperkt, maar met een luchtige inslag vormde het de basis voor de romantische, consumptie gerichte new wave. Plastic wegwerp popmuziek voor puberende puisterige jongeren.
Het eenmansproject Black Marble haakt in op dit fraai stukje jeugdsentiment. Chris Stewart voegt weinig nieuws toe aan deze tot aan het bot uitgeklede stroming, maar weet wel de nostalgische waarde hiervan treffend in te schatten. Nadat hij voor het eerst laat horen op het stukken donkere coldwave debuut A Different Arrangement, zoekt hij steeds meer het licht op. Bij It’s Immaterial blijkt daarvoor al meer ruimte te ontstaan, en nu is er dan de definitieve omarming van deze kleurrijke dansmuziek. Alle verwijzingen met het heden worden vakkundig vermeden, waardoor je het gevoel krijgt te ontwaken in de flitsende neon eighties.
Met uitzicht op het alsmaar in beweging zijnde New Yorkse Brooklyn zoekt Stewart zijn toevlucht in een gepasseerd wereldje. Met totale afsluiting van wat er om hem heen gaande is leeft hij muzikaal gezien in een andere tijd. Al domineerde en heerste de hip hop in die periode het straatbeeld in dit stadsbeeld, en was het meer de harde realistische techno welke overleefde, en veel minder de dromerige synthesizerklanken. Om zich beter in te leven, verhuist hij naar het zonnige Los Angeles, waar de omgeving veel minder grauw is, maar waarschijnlijk nog zelfs meer winst te behalen is.
Bigger Than Life is dus een stuk Europeser van toon. De inspiratie lijkt daar overduidelijk zijn oorsprong te hebben. De eentonige vlakke zang past hier goed tussen, maar levert ook een flinke beperking op. Stewart moet waakzaam zijn om deze niet de overhand te geven. Gelukkig gaat de aandacht voornamelijk naar de vluchtige springerige instrumentatie, want die steekt sterk genoeg in elkaar. Al bood het oudere werk meer mogelijkheden vanwege een gewaagdere en meer sombere stemming.
Chris Stewart is te jong om de jaren tachtig mee te maken. Ondanks het enthousiasme wat de artiesten toen uitstraalden waren ze zich bewust van de ellende om zich heen. Die diepgang ontbreekt hier. De maatschappij dreigt in te storten, maar uiteindelijk overwint de liefde voor elkaar. Een mooie boodschap, maar inhoudelijk te weinig vorm gegeven. Dat hij dit vermogen wel bezit, heeft hij in het verleden wel degelijk bewezen.
Black Marble - Bigger Than Life | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Coma - Voyage Voyage (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:03 uur
Het Duitse Coma zoekt als basis het keerpunt op waarbij de Berlijnse School voor elektronische muziek zich laat overrulen door de in opkomst zijnde toegankelijkere synthpop. Met de Neue Deutsche Welle in het vooruitzicht sterft deze inspirerende tak langzaam af, en worden de baanverbreders gezien als gewortelde oude eiken. Zo snel kan vernieuwing al gepasseerd en gedateerd aanvoelen. Nadat er in de jaren negentig door de ambient house stroming een herwaardering ontstaat, is het opeens weer hip om te pronken met deze wijze leermeesters, die veel hebben betekend voor de hedendaagse benadering van de elektronica.
Zoals er jaren geleden een futuristisch, bijna cartoonachtige wereld werd gecreëerd is duidelijk terug te horen in het daardoor beïnvloede Snurrebassen. Veel space geluiden die bewoont worden door denkbeeldige ruimteschepen die hun toevlucht zoeken op andere planeten. In comicstijl zweeft deze voorgeprogrammeerde droomtrack de wereld van Voyage Voyage binnen. De abstracte albumhoes gebruikt lichte kleuren om de zachtheid uit te drukken, welke overduidelijk op de plaat terug te horen is. Toch is Coma veel meer dan een retro flashback naar de jaren zeventig, al laten ze overduidelijk merken dat het een invloedrijke periode is geweest.
De mannen die verantwoordelijk zijn voor dit project zijn de computernerds Georg Conrad en Marius Bubat. In plaats om helemaal los te gaan op party’s, sluiten ze zich op in zolderkamertjes om van gepaste afstand hun waardering te uiten en te werken aan een prachtig dynamisch geheel. Een duo welke de inspiratie vind in de vooruitstrevende pionierende landgenoten van Kraftwerk en Tangerine Dream. Sterker nog, er zijn zelfs nog duidelijke verwijzingen naar Michael Cretu, die met zijn hitgevoelige new age van Enigma in de jaren negentig mondiaal flink weet te scoren. In de afsluiter is zelfs een mespuntje Propaganda te horen. Om de gemakzucht te vermijden door hier schaamteloos op aan te sluiten, past het tweetal genoeg gevarieerde elementen toe die ver buiten de grenzen van het moedergebied reiken.
Voorzichtig droppen ze er een heerlijke mellow track tussen. Man, wat werkt dit verademend! De experimentele ambient van A-Train krijgt een flinke turbo injectie doordat hier de arrogante zang er een mooie extra laag aan toevoegt. Een huwelijk tussen dance en de zich in de ronde snuivende Britpophelden die eerst netjes aankloppen, om vervolgens het totaal naar zich toe te trekken. Hoe passend wordt dit opgeroepen. Het belang van het meer op het massa gerichte dance movement welke in de jaren negentig de overstap van clubs naar festivalweides maakte staat hierbij centraal. Het momentje van cooling down na zichzelf in het zweet gewerkt te hebben sluit hierbij met een vette knipoog aan in het rustpuntje Dream Sequence.
Toch blijft het jammer dat er op het album teveel gebruik wordt gemaakt van vervormende effecten op de vocalen. Met lichte accenten is het prima te verteren, zodra het de overhand neemt werkt het irritatie op. Coma is er overigens ruimschoots in geslaagd om als volgelingen hun oude helden te vereren, zonder daar langdradig zich in vast te bijten.
Coma - Voyage Voyage | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
VvvV - The Wreck (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:03 uur
Wat is het toch heerlijk als een rockband buiten een maatschappelijk geaccepteerde comfortzone durft te treden. Neem nou het Franse VvvV als voorbeeld. De basis is hier overduidelijk de coldwave. Ze laten zich afpellen als een Russisch Matroesjka poppetje, waarbij je steeds dichter bij die innerlijke kern komt. Het scala aan invloeden is immens, maar wil nergens storen.
Met kerkelijke orgelklanken transformeren ze zich in het groots aangepakte Mirrors. Voordat je het in de gaten hebt is deze gemuteerd tot een stevige Electric Body Music stamper. Welkom in de wereld van VvvV waar hemel en hel gezamenlijk door dezelfde deur gaan. Het uit Bordeaux afkomstige gezelschap Bardou-Jacquet en Le Mage hebben hun oorsprong in de techno en de zwaardere psychedelische rock.
Deze veelzijdigheid komt in alle fronten terug op het tweede album van VvvV. Na het naar de band genoemde debuut uit 2016 presenteren ze hier nu The Wreck. Eigenlijk gaat het duo zonder grote veranderingen door met de muzikale formule die ze daar zijn opgestart. Op dat gebied is er weinig progressie te horen, maar geeft dat? Dit is het geluid waarmee ze zichzelf op de kaart hebben gezet, en die eigenzinnigheid hoeft verder niet gedetailleerd te worden. Het zou uiteindelijk ten koste gaan van hun eigen sound.
Geen aanpassingen dus. En die unieke uitwerking siert dit koppel. Met gemak gaan ze de symfonische hoek in, alsof dit de gewoonste zaak van de wereld is. De nadruk is verlegd naar het bombastische grote gebaar, en hierdoor ontstaan er tig mogelijkheden en laagtes om uit te diepen. Het is veel meer dan een bak aan stroopdikke herrie die over je heen wordt leeg gestort.
Elke track krijgt een voorkeursbehandeling om zich te ontwikkelen tot een in perfectie opgebouwd totaliteit. De wat ijzige bijtende zangpartijen lenen zich hier goed voor. Met het volume op standje burenruzie blijft het op en top genieten. Het is natuurlijk een duidelijk gegeven dat coldwave zich prima laat mengen met de net zo dansbare Krautrock. Maar er is een minimum aan voorbeelden te noemen waarbij dit zo treffend wordt uitgewerkt.
Het ongedwongen karakter leent zich hiervoor om dit toe te passen. Daardoor is het industrial titelstuk The Wreck veel minder onderhevig aan tijdsbeeldslijtage. Die onverschilligheid heeft veel raakvlakken met een rebelse cyberpunkhouding. Zich totaal loswringen van de heersende hypes en met zuigende krachtstaaltjes als Angels de muziekscene vergiftigen en hopelijk uiteindelijk ook veroveren.
Met The Wreck begeeft VvvV zich in een melodieuze achtbaan waarbij snelheid en volume worden afgewisseld met avontuurlijke loopings en dynamische hoogstandjes. Een abstract filmisch kunstwerk met een overdaad aan schroefjes en moertjes om het fundament te stabiliseren.
VvvV - The Wreck | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
VanWyck - Molten Rock (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:03 uur
Nadat Christine Oele de muziekwereld al aangenaam verraste met het opvallend goed ontvangen An Average Woman is er anderhalf jaar later al een opvolger met het net zo constante wonderschone Molton Rock. Dat de songs minder traag voortslepen komt mede doordat de zangeres en overige muzikanten nu veel meer op elkaar ingespeeld zijn. Nog passender spreken we van een groepsverband, welke de naam VanWyck draagt. Een collectief van artiesten die een berg aan muzikale bagage met zich meedragen.
Naast Christine Oele is het Reyer Zwart die haar bij elke track sfeervol ondersteund. Deze producer is begonnen als veelgevraagd bassist, en heeft zich in de loop der jaren verdiept in het bespelen van meerdere instrumenten. Hij is verantwoordelijk voor het geluid van alles wat zich tot de familie van de gitaar mag rekenen, maar wil net zo gemakkelijk achter de piano plaats nemen. Zijn vroegere maatje Rowan Tettero, waarmee hij bij de band Solo samen de ritmesectie vormde, vervuld hier als opvolger van Ben Bakker de drumpartijen.
De groei is vooral te horen in het ruimtelijke karakter, waarmee ze de soberheid van het debuut steeds vaker achter zich laten. Eigenlijk best bijzonder dat er meer in tracks als Rock Carver de country kant opgezocht wordt. Geen vernieuwde zoektocht naar een breder, warmer geluid, het aanbod van haar mogelijkheden is gefineerd. Kwalitatief is VanWyck sterk genoeg om dit te zien als een logische volgende stap. Niet dat ze de liefhebbers van de eerste plaat zal teleurstellen, daarvoor zijn er nog de nodige raakvlakken terug te horen. Het is echter een stuk zelfverzekerder en nog dichter bij haarzelf.
Het begint allemaal vrij luchtig met tegen het akoestisch aanleunend nummer als Supermarket Line. Direct al pakt Reyer Zwart zijn momenten met fenomenaal contrabasspel. Heerlijk hoe hij de snaren liefkozend weet te plukken en er een lekker zwaar geluid aan toevoegt. Vervolgens neemt hij een stapje terug, en kijkt toe naar Christine Oele die gedurende de plaat het geheel naar haar toe weet te trekken. De wat rauwe nicotinebruine vocalen geven als bonusinstrument de diepte die ze ook op het debuut liet horen. Het is een stuk minder zangerig, eerder kort, treffend en krachtig. Het onbezonnen gevoel waarmee geopend wordt komt minimaal terug op Molten Rock, gelukkig maar.
Als single is terecht gekozen voor Carolina’s Anatomy. Niet dat dit de beste track van de plaat is, wel degene met het meeste hitpotentie. Mijn persoonlijke voorkeur zou gaan naar Lead Me On. Marjolein Van Der Klauw is in een grijs verleden frontvrouw geweest bij Powderblue, dus weet hoe ze het evenwicht moet te brengen in dit duet. Toch is het Oele die dat moederlijke in haar vocalen heeft, vooral als ze de hoogte in gaat. Het troostende en ook dat beschermende. Een eigenschap waar ze zich zelf misschien nog niet eens bewust van is. Ze heeft een aangenaam stemgeluid waar je bij in slaap wil vallen, maar ook wil horen als je in de ochtend ontwaakt. Op en top vrouwelijk.
Hoe gewaagd is het om een kritische journalist toe te laten in het hol van de leeuw. Sander Donkers heeft echter een ruim verdiend verleden als zingende gitarist. Zo heel vreemd is het dus niet dat hij de backing vocalen verzorgt bij The Rock Steady Creeper. Het hoogtepunt is echter het afsluitende titelstuk Molten Rock. Bewust klein gehouden met alleen Reyer Zwart als haar compagnon. VanWyck doet voor de tweede keer internationaal klinkend van zich spreken.
VanWyck - Molten Rock | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
mokroïé - Machines & Soul (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:02 uur
Het Franse elektro collectief Mokroïé heeft zover ik weet geen connecties met die Russische plaats. Maar het bekt natuurlijk lekker, en met de harde industrial beats daaronder wil de band licht provoceren. Noem het gerust de boel flink wakker schudden.
Mokroïé wordt met een militair disciplinaire precisie al drie albums geleid door het meesterbrein Francesco Virgilio. Zijn ideeën worden niet alleen muzikaal uitgewerkt, tevens tekent hij voor de vormgeving en productie. Nadat zijn rechterhand Carol Aplogan hem na tien jaar vaarwel zegt, is Virgilio afhankelijk van een nieuwe zangstem. Deze wordt gevonden in Allonymous, die in Chicago bekendheid heeft opgebouwd met zijn door de hip hop straattaal geïnspireerde spoken word performances. Als bonus mag jazz zangeres Margeaux Lampley de remix van Put Your Hands in the Dirt verbaal inkleuren.
We leven in een onstuimige wereld welke gedomineerd wordt door discriminatie en haat. Bij de clip van eerste single We Can Make It Fit zien we hier genoeg voorbeelden in terug; de onderschikte rol van de vrouw, de culturele achtergrond en een minder toegankelijk uiterlijk staan centraal in een indrukwekkend resultaat. Het laat zien wat de unheimliche benadering in een slachtoffer los maakt, en deze aanzet tot ongecontroleerde doelrakende actie.
Machines & Soul bewandeld het duistere pad van de tripgoth. We Can Make It Fit roept het ongemakkelijke coldwave gevoel op, en speelt tekstueel sterk in op het twijfelende geweten. De vocalist weet dit perfect vorm te geven door er een indrukwekkende diepe basstem aan toe te voegen. Met dit gegeven vervolgen we de ingeslagen weg met het meer house georiënteerde With These Thoughts. De syths zijn kil en meedogenloos en sturen aan tot slagvaardige trippende Electric Body Music.
Het grimmige Guns Bless America sluit hier feilloos op aan, al laat de zang langzaamaan steeds meer de toegankelijke kant gelden. De samplers zijn minder dreigend dan wat de opzet is, en halen in combinatie met de geschoolde maar wankelende stem niet de beoogde krachtpatserijen naar boven. Het instrumentale Disoriented wil hier vreemd genoeg wel in slagen. Francesco Virgilio gaat helemaal los achter zijn apparatuur, om te soleren in een prachtig futuristisch soundveld.
Van een totaal andere orde is het bijna akoestisch ingezette Put Your Hands in the Dirt. Samen met de duellerende zangpartijen zoekt hij aansluiting bij een meer commercieel gerichte doelgroep. Een stuk overtuigender dan de remix die de plaat afsluit waarbij de soul van Margeaux Lampley wel heel erg bepalend is. Het is allemaal prima bewerkstelligd, maar Virgilio vervult iets teveel de rol van arrangeur, en vergeet dat hij prominenter moet optreden. Het is verdorie wel zijn plaat!
Bij Glistening Like Obsidian is het evenwicht tussen zang en begeleiding wel aanwezig. De beats zijn donkerder van kleur. Daarboven hapt de vocalist naar lucht, en laat zich niet verzwelgen in de mooie omringende sferische geluidsopnames. Het rotsvaste Mineral Landscapes mag de plaat afsluiten. Tenminste als je de misplaatste remix buiten beschouwing houdt. Een mooi opbouwend dromerig geheel, met een aangename lawaaierige climax. Nogmaals bewijst Virgilio dat hij het ook zonder vocalisten prima af zou kunnen.
Mokroïé - Machines & Soul | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Beck - Hyperspace (2019) 3,0
30 juli 2020, 20:01 uur
Nadat Beck Hansen in de nadagen van de grunge onverwacht in 1994 een wereldhit scoorde met Loser, gold voor hem maar één motto. Hij zou er alles aan doen om niet in herhaling te vallen, en zeker niet te teren op dit succes. Hierin slaagde hij de eerste jaren wonderbaarlijk sterk in. Steeds meer kwamen er funkende dansinvloeden bij, waardoor hij zich met gemak in deze periode wist te plaatsen naast Prince. Na het verschijnen van Odelay weet hij dit gevoel ook live te presenteren in dampende shows, waarvan het optreden op Pinkpop in 1997 misschien nog wel het beste bewijs is.
Vervolgens zoekt hij in de daarop volgende jaren steeds meer de singer-songwriter kant op. Een ontwikkeling welke nog het beste valt op te merken bij het drietal Mutations, Midnite Vultures en Sea Change. Na het meer dan prima Modern Guilt volgt een stilte van 6 jaar, waarbij hij voornamelijk van zich liet horen met zijn niet altijd geslaagde eerbetoon Record Club albums, en revancheert hij zichzelf in 2014 met het sterke Morning Phase. Het daarop volgende Colors laat een gesettelde gezinsman horen. Ondanks de harde beats straalt de plaat vooral rust en evenwicht uit, met duidelijke links naar het discotijdperk.
Nu deze alleskunner al 25 jaar succesvol van zich laat horen, en binnenkort de jubileumleeftijd van vijftig jaar bereikt brengt hij zijn nieuwste plaat Hyperspace uit. Met een albumhoes bestaande uit felle kleuren en een gedateerde auto uit het Back To The Future, Magnum, Miami Vice en Knight Rider periode verwacht je te maken te hebben met een typische jaren tachtigplaat. Het Aziatische lettertype is hierbij net zo gepast. Met Pharell Williams achter de knoppen ga je ervan uit dat Beck uit is op een door retro invloeden opgepimpt hit succes.
Die invloed van de producer hoor je absoluut niet overheersend terug. Het is in alle opzichten een echte Beck plaat geworden, maar dan wel de meest veilige die hij tot nu toe heeft gemaakt. Bij Saw Lightning zijn de kenmerkende oehoe koortje terug waarmee de wereld jaren geleden via N.E.R.D. kennis mee maakte, ook de stekende bliepjes willen niet ontbreken. De verrassingen komen van de bluesy gitaarsamplers en het swingende mondharmonicaspel, waarmee het wel tot een van de hoogtepunten van Beck geregeld mag worden. Ook Star is overduidelijk mede van de hand van Williams.
En verder? Je krijgt de indruk dat Beck op een druilerige middag zich afgesloten heeft met de synthpop van Howard Jones, en de meest melancholische tracks als uitvalsbasis heeft genomen. Het is allemaal zo tam en gezapig, bijna inspiratieloos gespeeld. Oké, hij laat wel een stem horen die behoorlijk in balans is, en die eigenlijk zelfs bijzonder warm klinkt. Het zijn de subtiele toevoegingen die er nog enigszins spanning in leggen. Zo heeft Uneventful Days een romantische van Michael Jacksons Stranger In Moscow geleende Latin flow en opent Die Waiting met een vintage dreampop gitaartje. Die laatste moet het vervolgens vooral hebben van een Zooropa achtige aanpak, inclusief de backing vocalen. Bono zal zich terecht achter zijn oren krabben. Everlasting Nothing heeft het niveau van een pijnlijk kerstnummer, wat hoop ik dat deze zo rond de feestdagen niet aan je opgedrongen wordt.
Beck blijft dus nog steeds vernieuwen, en hij levert met Hyperspace een verrassende plaat af. Dat deze niet tot zijn geweldige oeuvre geregeld wordt, mag duidelijk zijn. Ook Pharell Williams laat horen dat hij nog menselijk is, en steekjes kan laat vallen. Jammer dat Coldplay net heeft besloten om niet meer te touren; Beck zou de rol als voorprogramma prima kunnen vervullen.
Beck - Hyperspace | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Headland - What Rough Beast (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:01 uur
Headland is er op uit om je hoofd binnen te dringen en daar op zoek gaan naar een nieuwe vaste verblijfplaats. Met de oorsprong in de surfmuziek weten ze ook hier een filmisch landschapscreatie op te roepen. De geluidsgolven zijn bedwongen, voorzichtig kriebelen ze het strand om er vervolgens met vloed een prachtige weerkaatsing te laten zien in het spiegelende water; waarbij natuurlijk maanlicht er een zilveren gloed als doorzichtig dekentje over legt. Met dit beeld in gedachte stap je eenvoudig binnen in het muzikaal verwarmde badje gevuld met rustgevende zomerklanken.
Het Australische variërende gezelschap wordt aangestuurd door Murray Paterson, een veelzijdige artiest die het inzicht heeft om met de juiste personen om hem heen te bouwen aan prachtige geluidscollages. Want zo valt What Rough Beast nog het beste te omschrijven. De basis ligt wel degelijk in de popmuziek, maar door veelvoudig gebruik van minder gangbare instrumenten als orgel en accordeon wil het een stuk rekbaarder over komen. Met gemak gaat het door toevoeging van slide gitaar richting sfeerbepalende instrumentale lonely wolf countryrock naar emotionele rauwe vocale uitbarstingen met explosief gitaargeweld.
Toch blijft bij de toongeving kalmte overheersen. De stevige Motörhead song Deaf Forever wordt als soepbot afgekloven tot er heldere bouillon gemengd met toegankelijke zoutloze ingrediënten over blijft. Niet verkeerd gedaan, maar de kracht van het nummer is vrijwel terug gebracht naar een kindvriendelijk slaapliedje. De tekst over een strijdbare weg naar het Vikingparadijs blijft echter recht overeind staan, waardoor het juist een luguber nachtmerrie effect oproept, daarin zijn ze behoorlijk sterk geslaagd. Darlin’ Be Home Soon daarentegen ligt veel dichter bij de versie van Lovin’ Spoonful. Hier voegen ze feitelijk niks toe, maar laten ze juist veel weg om zo dicht mogelijk de kern te benaderen.
Verder zijn het allemaal eigen composities waarbij Paterson met regelmaat wordt bijgestaan door bassist Joel Silbersher. Deze muzikant is misschien nog wel meer geschoold dan de leider van Headland, behalve dat hij hem regelmatig afwisselt in zang wil hij ook nog aangename passages invullen met gitaarspel en percussie. Toch blijft hij netjes ondergeschikt aan de frontman, waardoor er geen gedring ontstaat om een vooruit staande rol op te eisen. Net als de muziek is die verdeling volledig in evenwicht.
De teksten zijn met regelmaat tegen de absurditeit aan, maar worden zonder enige hang naar ironie bezongen dat dit niet eens opvalt. Daarbij hoeft dus niet de nodige diepte opgezocht te worden. Het lijkt maar bijzaak te zijn, de aandacht gaat voornamelijk uit naar de schitterende vormgeving en opbouw van de songs. De oorsprong is dus klein gehouden waardoor het een folky inslag heeft, al zijn de nummers alles behalve kaal te noemen.
De effectenpedalen worden als een haperende versnellingsbak ingedrukt, zonder het overige muzikale gereedschap in de weg te zitten. Zang wordt alleen maar als noodzaak ingezet, waardoor er een evenwichtige afwisseling tussen instrumentale juweeltjes en kant en klare popliedjes ontstaat. Headland maakt een waardige opvolger van het twee jaar oude True Flowers From This Painted World. Het is een tikkeltje soberder allemaal, en wil daardoor nog harder raken.
Headland - What Rough Beast | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
IDLES - A Beautiful Thing (2019) 4,5
Alternatieve titel: Live at the Bataclan, 30 juli 2020, 20:00 uur
Met de productietechnieken uit de tegenwoordige tijd zijn er genoeg foefjes om een live opname op te schonen en te filteren. Hierdoor is het mogelijk om een band kristalhelder te laten klinken en elk instrument sterk in de mix te zetten. Het risico is wel dat dit ten koste gaat van de opgewekte live beleving. Je hoort verdoofd een zaal uit te lopen, en urenlang die nagalm te ervaren, dan pas komt een registratie enigszins in de buurt van de ultieme zeggingskracht van een optreden.
Bij het Britse Idles staat die dus sterk op de voorgrond. Om zo dicht mogelijk bij het rauwe geluid van hun studio albums te blijven. Op A Beautiful Thing: Idles Live At Le Bataclan is een oververmoeide Joe Talbot hoorbaar, die door het vele toeren enkel in staat is om zijn teksten het publiek in te schreeuwen. Kapot gestreden spreekt hij zijn volgelingen toe. Hierdoor klinkt hij zelfs nog een tikkeltje geleefder en puurder dan op het grensverleggende Joy as an Act of Resistance en hun overrompelende debuut Brutalism. Het is beestachtig instinctief dierlijk gebracht, met een intense interactie met het publiek.
Daarmee weten ze de hedendaagse punkrock een flinke impuls toe te dienen en de uitgehongerde verschoppelingen te bereiken, waardoor er verschillende kansarme jongeren aangezet worden om zich uit te spreken. Ook hiermee plaatsen ze zich in het klassieke punkwereldje. De kettingreactie die Sex Pistols in de jaren zeventig opriep is hiermee op kleinere schaal te vergelijken. Idles heeft live dezelfde onuitputbare energie en loeiharde attitude als die de hardcore beweging aanzette tot daden.
Het is de oerkracht die zover mogelijk tot de basis wordt terug gebracht. Hier druipt het beschimmelde van afgekeurde kraakpanden vanaf. Gedocumenteerd als fundamenteel uitschot welke uitgebraakt wordt door de maatschappij. Rijp voor de sloop. Als opgesloten ratten die koortsig ziektekiemen overbrengen als een besmettelijke vorm van hondsdolheid. Parasieten die zich staande houden in een door commercie verloederende business en het langzaamaan totaal overnemen. Een monument welke de verrotting van de kunstmatige streamingsites probeert tegen te gaan. Geen perfect schoon gepolijste sound, maar eentje doordrenkt van stinkend lichaamsvocht.
A Beautiful Thing: Idles Live At Le Bataclan is een plaat die je moet koesteren. Zelden wordt een band zo treffend geproduceerd. Dit ademt in alle opzichten de intensiteit uit, die je normaliteit alleen maar kan ervaren door er zelf bij aanwezig te zijn geweest. De Do It Yourself houding van deze publiekstrekker maakt van het album een veredelde bootleg. Zo’n eentje die vroeger stiekem onder de toonbank werd verhandeld. Getapet met amateuristisch opname apparatuur van de thuisklusser die bijbeunt en door het boze oog van een Big Brother platenlabel in de gaten wordt gehouden.
In een wereld die geregeerd wordt door selfmade filmpjes op YouTube is dit de nostalgische tegenbeweging. Met de lengte van bijna anderhalf uur wordt het concert geheel weergegeven. Nergens is er in geknipt of geschaafd. Joe Talbot is een stroeve locomotief die geolied steeds meer tot zijn recht komt. Gedurende het concert gaat hij steeds beter zingen, maar nergens komt het geschoold over. Om de avond af te sluiten met een eeuwigdurende drumsolo van Jon Beavis geven ze nog een overtreffende schop na. Waar haalt hij die krachtpatserij vandaan, na al ruim een uur lang het uiterste van zichzelf gevraagd te hebben.
Idles bewijst nogmaals de spreekbuis te zijn voor de arbeidersklasse. Nu er aan alle kanten aan ze getrokken wordt met het boven hun hoofd groeiende Brexit problematiek, worden ze getriggerd en aangezet tot een riot. Idles staat niet zozeer op de barricades, maar zijn duidelijk mede verantwoordelijk voor de bouwstenen hiervan. De onvrede en het uitzichtloze karakter wordt vanuit de krochten van de maatschappij verwoord. Dat strakheid en een vuige sound prima samen gaan wordt hier bewezen. Het enige gemis is het ontbreken van de beelden, want dan proef je niet alleen de sfeer, maar zie je tevens een band die zich voor de volle 100% geeft.
Idles - A Beautiful Thing: IDLES Live at the Bataclan | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rome - The Dublin Session (2019) 3,5
Alternatieve titel: Eire 2019, 30 juli 2020, 20:00 uur
Door gebruik te maken van extreme symboliek en zeer nationalistische teksten maakt Jérôme Reuter het zichzelf niet gemakkelijk. De toon is geregeld erg hard en confronterend, terwijl Rome zich op andere momenten romantisch en sprookjesachtig opstelt. Juist als deze prachtige neofolk kant zich openbaart, maak je kennis met een mooie gedragen voorstelling van de realistische droomwereld van Rome.
Als een naar zijn roots zoekende troubadour zwerft de Luxemburger Jérôme Reuter in Europa rond. Was zijn vorige standplaats nog Italië wat met zijn donkere politieke achtergrond de inspiratie vormde voor Le Ceneri di Heliodoro. De Ierse pubs en het woeste landschap vormen de basis voor The Dublin Session, waar hij samen met plaatselijke muzikanten op zoek gaat naar de verbintenis en raakvlakken tussen de verschillende achtergronden. Het sterke familiaire verlangen om samen met de gepassioneerde ruwe doorleefde inwoners muziek te maken staat hierbij op de voorgrond.
De Ierse traditie hoor je terug in de doorleefde sound. Door het gebruik van bouzouki, fluit, viool en Ierse doedelzak krijgen de songs van Rome juist de begeleiding die het beste bij de band past. De aandacht richt zich nu veel meer op de structuur van de nummers, en veel minder op de lyrics. Toch zijn deze ook weer overtuigend genoeg. Vaterland sluit perfect aan bij het onafhankelijks gevoel waarvoor jaren gestreden is. Dat eeuwige gevecht en het incasseren van het verlies en vol trots zich staande houden komt thematisch ook terug in Mann Für Mann.
Het is juist de kracht om de teleurstelling en somberheid niet om te buigen in haat en agressie. De verboden boodschap moet rijpen, en heeft dan wel meerdere luisterbeurten nodig voordat hij doel treft, maar dan blijft deze wel hangen. The Dublin Session komt in eerste instantie binnen als een veredelde unplugged plaat, maar is absoluut veel meer dan dat. Het vriendschappelijke karakter overheerst, want als eenmaal het vertrouwen gewonnen is, dan vloeit de drank, en is er tijd voor stoere verhalen.
Met de speeltijd van een klein half uurtje moet dit een tussenstation zijn in de zoektocht naar de geschiedenis van de Europese folklore. De tot koning gekroonde felle leeuw op de hoes wordt beschermd door de Shamrocks. Normaal gesymboliseerd in de vader, de zoon en de Heilige geest. Vreemd genoeg gebruikt Rome hier geen klavertje drie, maar juist een klavertje vier. Geluk zal hier wel gelijk staan aan positieve hoop.
Rome - The Dublin Session | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jacco Wynia - Climate Changes (2019) 4,0
30 juli 2020, 20:00 uur
Men is zich steeds bewuster van het feit dat de wereld aan het veranderen is. Niet alleen door wereldleiders die in eigen winstbelang handelen, waardoor er een verharding plaatsvindt. De weersomstandigheden worden hierdoor juist kwetsbaarder en weker. Met het onvoorspelbare toekomstbeeld wordt er krampachtig vastgehouden aan het conservatieve tijdsbeeld. Er wordt gevochten voor een betere toekomst; voor onze kinderen en de natuur. Deze strijd is hoorbaar in de nieuwe EP van Jacco Wynia; simpelweg Climate Changes geheten.
Toch is het te gemakkelijk om zich voornamelijk op deze problematiek te richten. Climate Changes staat ook voor de drang om muzikaal te vernieuwen. Jacco komt met dit vervolg op Discomfort weer een stap dichterbij om de samensmelting van klassiek en pop te voltooien. Het hokjesdenken is toe aan vervaging. Terwijl het Verenigd Koninkrijk de grenzen krampachtig dicht houdt wil dit alsmaar groeiende piano talent juist de boel open breken.
Durf breder te kijken, durf breder te denken. Hijzelf heeft de volgende stap gezet. Was zijn vorige plaat nog een troostvolle verwerkingsplaat, nu zet hij aan tot actie. De zwart-witte toetsen zijn voor hem een hulpmiddel geweest tot zelfontplooiing, nu is het aan de luisteraar om hiermee verder aan de slag te gaan. Probeer om niet zwart-wit in het leven te staan, maar omarm de kansen.
De beelden van animator Bram Knol brengen een vloeiend landschap tot leven in Storm Coming. Er staat een figuur centraal die de omgeving in controle lijkt te hebben, terwijl de componist zich wel bewust is van het dreigende allesvernietigende gevaar. Het is New Age voor gevorderden. Mooi om je een te voelen met de bomen om je heen, nu is de volgende stap om ze te blijven voeden en te beschermen. Spiritualiteit omgedoopt tot realiteitswaanzin.
De storm woedt vooral in de componist. De behoefte om te veranderen en te vernieuwen staat misschien nog wel meer centraal als de klimaatthematiek. Na de rust en het rond dwarrelende geluidsscala gaat het over in het gejaagdere titelstuk Climate Changes. Met het getik op de piano wordt een tijdbom in werking gesteld. Als een zwerm vogels met angstig vluchtgedrag zoeken rondvliegende klanken een uitweg.
No Way Round is de acceptatie en bezinning. Technisch gezien de meest boeiendste passage. De trieste sfeer die wordt ingezet is de overtreffende stap van de voorstudie Discomfort. Het ongemakkelijke is hem eigen geworden en mag afgesloten worden. Jacco Wynia zet een forse stap vooruit met deze sterk overtuigende EP. Het vooruitzicht is dat deze groei voorlopig nog meer tot bloei zal komen.
Jacco Wynia - Climate Changes | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Stephen Mallinder - Um Dada (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:59 uur
Het uit Sheffield afkomstige Cabaret Voltaire vervulde als sprintende haas een belangrijke functie bij een stroming welke zich uiteindelijk zou ontwikkelen tot de New Wave. Hun ontdekkingstocht begon al in 1974. Dat dit kunstenaarscollectief er ruim de tijd voor nam om nieuwe elektrische instrumenten te ontwikkelen, leidde ertoe dat ze ondertussen al ingehaald werden door jonge hippe muzikanten die er een licht romantische flow aan toevoegen. Met het grimmige Nag Nag Nag werd hun cultstatus veilig gesteld, en mag nog steeds beschouwd worden als een alternatieve dansklassieker, waarmee ze tevens aansluiting zochten en gewaardeerd werden in de Duitse Krautrock scene.
Halverwege de jaren tachtig ondergingen ze hetzelfde lot. Toen stonden ze vooraan als pioniers van de daaropvolgende house beweging, en wisten ze deze al te combineren met meer ambient gerichte klanken. Nadat ze in 1994 besloten om een einde aan het groepsverband te maken belanden ze al snel in het museum van afgedankte rolmodellen. Waar ze al snel ergens weg gestopt in het geheugen een status kregen als afgekeurde Madame Tussauds pronkstukken uit vergaande glorietijden. Alleen de puristen bleven ze volgen.
Chris Watson stelt zijn toekomst veilig door als geluidstechnicus zijn medewerking te verlenen aan televisiedocumentaires en radioprogramma’s. Zijn studie naar de effecten van muziek op kinderen die vanuit het ziekenhuis een operatie ondergaan, neemt een belangrijke maatschappelijke rol in. Kameleon Richard H. Kirk werkte met tig aliassen, en verschuilt zich anoniem achter al deze namen. Zijn liefde voor techno blijft de belangrijkste inspiratiebron.
Ook Stephen Mallinder blijft actief in de muziek. Na wat gestoei met bandleden van Ministry en Soft Cell verdwijnt hij steeds meer uit beeld, maar laat geheel onverwachts van zich horen met Um Dada. Op papier een opvolger van zijn eerste album Pow-Wow, maar na ruim 35 jaar zou dit los van elkaar gezien moeten worden. Um Dada is een tweede kans om solo van zich te laten horen. De drang om te vernieuwen is niet meer sterk aanwezig. Maar moet je dat nog verwachten bij iemand die binnenkort de pensioenleeftijd bereikt.
Working (You Are) heeft een computer gestuurde sound, waarmee er nogmaals benadrukt wordt dat robots onze arbeidsresultaten zullen over nemen. Met gedateerde funkende samplers worden machines aangeduid die aan vervanging toe zijn. Juist door de ontwikkeling van het creatieve brein blijft de mensheid de technologie voor, welke al snel ingehaald wordt door nieuwe snufjes en gadgets. Dat het hierdoor wat oubollig aanvoelt zal schijnbaar de gedachte achter het geheel zijn geweest, of is Mallinder ondertussen echt te oud en is de vernieuwingsdrang tot een nulpunt terug gebracht.
Met de nodige percussie en beats gaat de zanger verder waar Cabaret Voltaire jaren geleden de stekker er uit getrokken heeft. Je krijgt steeds meer de indruk dat hij jarenlang weg gestopt in een bunker leefde. Totaal wereldvreemd wordt er een poging ondernomen om terug te gaan naar de vorige eeuw. Misschien wil hij als boodschap overbrengen dat het muzikale klimaat gestagneerd is, bevroren geraakt.
Um Dada is een prima retro album, waarmee Mallinder nergens zijn verleden als vernieuwer laat gelden. Met opgepoetst koper presenteert een musicus zich die ooit goud in handen heeft gehad. Zou hij tijdens een grote schoonmaak op zolder nog een doos vol oude opnames ontdekt hebben? De uitrekbaarheid van de tracks camoufleert het gebrek aan inspiratie. Colour is bijvoorbeeld niks meer dan een uitgewerkte mix van de Lil Louis houseklassieker French Kiss.
Stephen Mallinder - Um Dada | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Le Grand Sbam - Vaisseau Monde (2019) 3,5
30 juli 2020, 19:58 uur
Le Grand Sbam is met Vaisseau Monde de gekte voorbij. Met een overschot aan geschoold talent gaat men over de grenzen van de gangbare muziekbeleving heen. Dit is totale wanorde in een structuurloze gedachtegang, waarbij elk muzikale laatje tot voorbij het schroevende keerpunt wordt open getrokken, en geforceerd terug geplaatst wordt. Desnoods met veel duw en wringwerk om het weer passend te krijgen, en lukt dat niet, dan is dat ook prima.
De band is in principe het kunstenaarscollectief Poil, gemuteerd met vrouwelijke aanhang in het nog vervreemdende Le Grand Sbam. De Yin Yang kant van de mensheid met zware schizofrene denk ideeën. Het gehele proces waardoor het uiteindelijk zelfs nog soms melodieus opgediend wordt. Waar elke poging tot iets wat op een song lijkt monddood gemaakt wordt tot kakofonische tegenspartelende collages. Met twee geschoolde vrouwelijke sopraanstemmen die wonderbaarlijk genoeg een soort van harmonische samenzang weten over te brengen en de neurotische vibrafoon speelster als spannende aanvulling.
Hierdoor is het allemaal wel heel interessant te noemen. Meer dan gewoon maar heen klooien, en kijken waar dit alles naar toe leidt. Compromisloos je mede bandleden gruwelijk in de weg zitten, en hun dwarse pogingen tot componeren vermoeilijken door onnavolgbare dwaasheid. Dit is het lang verwachtte antwoord van deze Fransen op de No Wave beweging, die eind jaren zeventig vanuit New York de boel op kleine schaal wist te ontwrichten. Maar dit is net zo goed een op free jazz gebaseerde anti reactie op de muzikale verloedering en eenzijdigheid. Met Zappa en Gong als logische inspiratiebronnen van deze avantgardistische smeltkroes.
Dins O Sbam gooit opera en punk in een pepermolen, waardoor er een pittig, lastig te verteren product uit rolt. Een resultaat wat niet verkoopt, maar waar wel van geproefd wordt. De omlijsting is wat stroever en zwaarder. Er wordt niet netjes aangeklopt bij de metal, die deur wordt keihard open gedreund. Het respect van deze stoere groepering wordt overruled en opgeëist. Ze zitten met hun totaal eigen sound in niemands werkveld, waardoor het wel geaccepteerd zal worden.
Les Lotus Ont Fleuris, Je Suis Assis à Côté D’un éléphant Aux Oreilles Usées heeft een psychedelische naam, waarbij er alleen maar aan een cocktail van geestverruimende middelen gedacht kan worden. Terwijl het ene bandlid heerlijk high mellow aan het worden is, zit de andere in een dreigende bad trip. En onderweg komen ze elkaar als toevallige passanten ergens tegen. De opbouw is sprookjesachtig, avontuurlijk en bevreemdend. Sneeuwwitje en de boze heks in een, beangstigend te noemen.
Kouïa is zo onwaarschijnlijk duister, dat ze zich zowat weten te presenteren als duivelse vrouwelijke aanhangers van de blackmetal. De in zwart geklede woeste heren zouden bij het luisteren hiervan bescherming zoeken in de schoot van moederlief. Als een waar slachtveld voor het gehoor worden demonische vocalen afgewisseld met logge harde klanken. Verboden voor tere zieltjes. De onvoorspelbaarheid maakt het allemaal ongelofelijk boeiend.
Met Woubit splijten ze de geluidsgolven uiteen. Als geraffelde gescheurde donderwolken overschrijden ze de volgende grens. Waar Poil nog ongecontroleerd klonk, weten ze nu wel de balans te vinden, en daadwerkelijk iets toe te voegen. Hoe minimalistischer de opbouw, hoe effectiever het wil uitpakken. Met het afrondende Vishnu Foutrôline stoppen ze er de nodige funkende fusion in, met als basis iets wat in de verte wat van een dromerig slaapliedje weg heeft. Poil is betiteld als lastig en moeilijk te behappen, het vervolg in Le Grand Sbam is een stuk kleurrijker en net zo apart vooruitstrevend. Rare mensen, die Fransen.
Le Grand Sbam - Vaisseau Monde | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Javva - Balance of Decay (2019) 4,0
30 juli 2020, 19:58 uur
Je hoeft weinig verstand van wiskunde te hebben om te begrijpen dat de kracht van een muziekgezelschap ligt in de som der delen. Als het allemaal op de juiste manier met elkaar match dan levert dit het juiste resultaat op. Zo is het eenvoudigweg mogelijk dat een Poolse band klinkt als een huwelijk tussen funkende Afrobeats met exotische latin blues rock. Dit kan echt allemaal, terwijl er niks hiervan in de genen terug te herleiden valt. Om het geheel ook nog aan elkaar te laten praten door een schreeuwerige hardcore punk ceremoniemeester zou normaal niet werken. Bij Javva is dit echter het uitgangspunt.
Het draait dus om de chemie, het samensmelten tot iets unieks waarvan het bestaan niet bekend is. En daar slaagt het gezelschap uit Szubin op wonderbaarlijke wijze perfect in. Balance of Decay brengt je nieuwsgierig in verwarring. Een prachtig geïllustreerde drie-ogige mandril aap kijkt je vanuit de albumhoes indringend aan. Hierachter schuilt een Poolse breed georganiseerde band, die hun veelzijdigheid tentoonstellen in een mix van koortsige paranoia welke je uitnodigt om in beweging te komen.
Ondanks dat het allemaal zeer complex overkomt, blijven de songs gewoon prima staande. Door de psychedelische invalshoek word het met een berekende levendigheid gebracht. Alsof Carlos Santana een goed verlopend sollicitatiegesprek heeft gehad bij Jane’s Addiction en ze gezamenlijk ondergebracht worden in een Nigeriaanse studio. Het overschrijd de Oost Europese grenzen met wereldmuziek avant la lettre. We leven immers in een maatschappij waarbij mondiale culturele samenvoeging een feit is en dit een groot onuitputbaar dwars muzikaal speelveld oplevert.
Pad Eye Remover is lawaaierig en opgefokt te noemen. Op een overstuurde manier passeert gillerige elektronica de belastende geluidsgolven. Het is de gedrevenheid die het als een geoliede machine draaiende houdt. De strakke ritme eenheid van drum en bas weerklinkt als een ronkende motor, die van zichzelf het uiterste vraagt. Dat deze basis er halverwege een passionele Zuid Amerikaanse draai aan geeft is allemaal zo natuurlijk mogelijk opgezet om het overtuigende vakmanschap van deze gasten een podium te geven, en dat verdienen ze ook.
Met gemak gooien ze vervolgens kerkelijke orgelklanken door de mangel die ze vermorzelen in de sterke gitaarpartijen van het meesterlijke gespeelde werk van Piotr Bukowski. Vol overgave soleert hij zich aangenaam naar het slotakkoord toe. Het licht dromerige indie Pan American ontaard in jaren tachtig bombast waarmee ze zich op het plat gewalste pad van Trevor Horn bevinden.
De woestenij van Ancaman gaat over in een therapeutische sessie van waar op bezwerende wijze een rituele uitdrijving van innerlijke demonen wordt bevochten. Zelf zetten ze de plaat ook neer als een verbitterende aanklacht tegen de oneerlijke strijd tegen de technische vooruitgang welke leidt tot zelfverminking van de aarde. Deze boosheid wordt verwoord in de waanzin en emotioneel beladen vocale uitbarstingen van Łukasz Jędrzejczak.
Het grimmige karakter wordt verstoord door de opdringerige conga’s en de seventies futuristische synthesizer klanken van Erebus. Met laag gestemde bassnaren droppen ze er nog eventjes een donker staaltje aan Nu Metal tussen. Het zijn die kleine subtiele toevoegingen die het af maken. Zolang de vernieuwingsdrang maar blijft overheersen en het spanningsveld verder bepaald mag je dik tevreden zijn met een band als Javva die daar gretig gebruik van maakt. Balance of Decay is een pijnlijke eindbalans van tien jaar mondiale ellende, maar bied tevens een positieve kijk op de toekomst.
Javva - Balance of Decay | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Tim Holehouse - Come (2019) 4,0
30 juli 2020, 19:58 uur
Gelukkig zijn de wegen van een artiest niet altijd voorspelbaar. Dat de beheerste singer-songwriter Tim Holehouse in een grijs verleden een belangrijke speler is geweest in de onnavolgbare doom drone band Naked Shit is totaal niet te rijmen met de heldere mierzoete songs die hij hedendaags maakt. De aangehouden contacten in dat donkere wereldje zorgen ervoor dat hij met producer Robert Hobson in zee gaat, die zich normaal meer bezig houdt met het stevige rockwerk. De snoeiharde jongens van metalband A Forest of Stars schuiven aan voor de zwaardere begeleiding en blijven trouw aan hun voordracht zonder de tedere strijkers in de weg te zitten.
De ondoorgrondbare Tim Holehouse lijkt zich nu evenwichtiger te presenteren. Voorheen switchte hij teveel tussen donkere uitgerekte songs en harde noise passages die hij afwisselde met Tom Waits achtige blues. Dit zal zeker meegespeeld hebben in de periode tussen de afronding in de zomer van 2017 en het uiteindelijk verschijnen twee jaar later. Voor de basis van de plaat gaat hij zelfs veel verder terug. Ruim vijf jaar lang heeft hij geschaafd en geschuurd aan nummers die lang in demo fase verkeerden en uiteindelijk op Come belanden.
Niet dat hij in deze periode stil gezeten heeft. Ruimschoots heeft hij gewerkt aan andere projecten en samenwerkingsverbanden. In een tijdsbestek van tien jaar zijn er zo’n 15 albums verschenen waar hij een grote stempel op drukte. Het heeft dus meer met een luxe probleem te maken dan met luiheid. Come is stukken toegankelijker dan wat hij voorheen liet horen. De uit het Britse Dorchester afkomstige muzikant klinkt nog steeds zo herkenbaar Amerikaans als het Stars and Stripes volkslied, en laat dan ook alleen in de titel van het slotakkoord London zijn Engelse roots doorsijpelen.
Normaal stelt een singer-songwriter zich bescheiden op, maar al gelijk op Numbers Game zorgen de krachtige slagen voor een harde regenval die neerklettert op het drumvel. Een cello schildert er een denkbeeldig geïllustreerd herfstlandschap bij en daaroverheen drapeert Tim Holehouse zijn passionele stem als warm zacht dekentje. De liefdevolle backing begeleidt hem trouw in dit proces. Nog meer zoekt hij de rootskant op, met een overschot aan traditionele instrumenten die het een compleet gevuld geluid mee geven.
De rauwe deprimerende afgerafelde randjes van zijn zangstijl zijn vervangen door een levendige invulling. Het is een ellenlange zoektocht geweest, waarbij Holehouse zichzelf hervonden heeft. Logisch dat dit eerst bij jezelf moet laten bezinken voordat je het aan de verwachtvolle wereld toont. Het laat een gevestigde artiest zien die oog heeft voor details, niet alleen in zijn slepende gitaarspel maar tevens belangstelling toont voor het aandeel van zijn bevriende muzikanten. Het amicale gebeuren zit zich voort in een plattelandsbeleving, waarbij inmenging met het natuurlijke element de boventoon voert.
Come is een ouderwets hoorspel. Met Holehouse als verteller die zich laat leiden door de sfeervolle entourage. Onbegrijpelijk dat hier zo lang aan gesleuteld is. Het heeft de bevlogenheid en het onbevangen gevoel van een etmaal in alle stilte aan een knus eindproduct werken. Alsof er maar een dag de mogelijkheid bestaat om gezamenlijk de studio te bezoeken. Er is duidelijk gekozen voor een folky country benadering, maar dan wel eentje waarbij flink wordt uitgepakt. In plaats voor subtiliteit wordt er gekozen voor een orkestrale aanpak, en waarom ook niet? Heel eventjes maar memoreert hij bij London naar zijn afgeschudde verleden met de overstuurde lawaai explosies.
Tim Holehouse heeft zich jarenlang gepresenteerd als een pessimistische gebroken nachtbraker, nu heeft hij zichzelf hervonden als een volwaardige aanwinst in het singer-songwriter gezelschap. Zou hij ervan geleerd hebben dat het vooral om kwaliteit in plaats van kwantiteit gaat. Geloof me, hij heeft nooit slecht werk afgeleverd, maar de rust nemen voor de uitwerking geeft zoveel meer moois. Een extra vermelding verdient zeker knoppenman Robert Hobson, want wat heeft hij er met al zijn geduld zoveel prachtige ervaringswijsheid in gestoken.
Tim Holehouse - Come | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Devendra Banhart - Ma (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:57 uur
Het is alweer een lange tijd geleden dat de toen nog jongeling Devendra Banhart de Young God studio van Michael Gira binnen stapte. Voor een buitenstaander is het onbegrijpelijk wat deze hippie met een Jezus uitstraling in het aardedonkere netwerk van deze Swans frontman te zoeken heeft. Nu Swans zijn zoveelste reïncarnatie beleeft, vergeet men dat hij zelfstandig deze in zwart druipend pek verhulde feniks in 1997 als een ontembaar monster tot as heeft laten afbranden. Vervolgens heeft zij zichzelf hervonden in de meer toegankelijke folk van Angels of Light, waar ook ruimte is voor artiesten als Devendra Banhart.
Ondertussen heeft Devendra Banhart alweer een tijdje onderdak gevonden in de dochtermaatschappij Nonesuch Records van moederschip Warner Bros, en brengt hij met Ma zijn tiende plaat uit. De vocalist trekt zich niks aan van de nieuwe lichting singer-songwriters en zoekt zijn inspiratie in de puurheid van oude muzikale helden. Door de gedempte drums van Greg Rogove en het fluitspel van Jeremy Harris in Is This Nice? is het zo terug te plaatsen in de jaren zeventig. Voeg daar nog wat sfeervolle strijkers aan toe, en je beland direct in de vintage sprookjeswereld van de zanger.
Die retro swing zit ook verborgen in Kantori Ongaku, al is het de pompende bas die er wel gelijk een andere wending aangeeft. Dat hierbij ook andere instrumentatie toehoort hoor je terug in het naar adem happende saxofoongeluid van David Ralicke. Toch is de hoofdrol weg gelegd voor het eigenzinnige huilende pielwerk wat Banhart op zijn gitaar verricht. Wel loopt de zanger het risico om te verzanden in zijn breekbare mierzoetigheid. In een zucht lijkt hij zich door de composities heen te werken.
Hij mist net dat stukje zeggingskracht om voor de volle 45 minuten indruk te maken. Na jaren ervaring in het livecircuit weet de beste man overduidelijk wat het publiek van hem verlangt. Ma is een risicoloze mooie sfeervolle plaat bestemd voor de lente. Een Moederdagscadeautje voor iemand die je normaal zou verblijden met een prachtige bos bloemen. Veel meer dan een kamer opvullend stilleven is het eigenlijk niet. De songs voeden zich veelal met spanningsloze diepgang, waar vooral de eentonige stem van Banhart de grote oorzaak van is.
Muzikaal zit het dus prima in elkaar, sporadisch laat hij het vuurtje nogmaals opbranden zoals in het Spaans gezongen exotische Abre las Manos en het jazzy October 12. Misschien moet hij er in het vervolg zijn uitdaging vinden. Daar zitten de gepeperde elementen in verwerkt die verder lastig te vinden zijn. Maar zelfs nu zoekt hij de veiligheid van het voorspelbare op. Taking A Page wijkt enigszins af van de formule. Het heeft een stevige beat en eighties synths als basis. De drang om te vernieuwen is er ergens dus wel.
Na het wegdromende The Lost Coast schuift Vashti Bunyan aan. Deze folky zangeres wist in 1970 veel indruk te maken met Just Another Diamond Day. Haar stem is in de loop der jaren niet onderworpen aan slijtage en op Will I See You Tonight? straalt ze nog dezelfde jeugdigheid uit als vijftig jaar geleden. Knap voor een artiest die volgend jaar de gezegende leeftijd van 75 jaar aantikt. Helaas is haar beperkte rol terug gebracht tot de zelfverzekerde tweede stem. Hier had zoveel meer winst in gezeten. Ma is totaal onder controle, het gebrek aan avontuur is echter wel de gemene deler.
Devendra Banhart - Ma | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Gotobeds - Debt Begins at 30 (2019) 4,0
30 juli 2020, 19:57 uur
Het is een groot voorrecht als je zo door collega’s gewaardeerd wordt als wat bij The Gotobeds het geval is. Een verbond waarbij gemoedwillig de medewerking wordt toegezegd. Met het inzetten van bevriende muzikanten loop je als band zijnde het risico dat het eigen geluid ondersneeuwt wordt. Een risicovolle onderneming die gelukkig ook positief kan uitvallen. Op het derde album Debt Begins at 30 wordt niet zozeer afgeweken van het ingezette bandsgeluid, maar voegen ze met volle overgave een vurigheid toe om de puntige rocksound in alle finesses te perfectioneren.
Vanuit Pittsburgh weten ze het koppige energieke Britse postpunk geluid te koppelen aan rammelende Amerikaanse noise explosies. Ze schrijven hiermee een nieuw hoofdstuk toe in de indie scene waarbij kameraadschap het sleutelwoord is. Want daar bevind zich de basis, het benutten van amicale talenten. Het is dus veel meer dan een groepsalbum geworden. Dit is een overtreffende samenwerkingsverband met ruimte voor invloedrijke inbreng van anderen, een enerverende springplank, klaar om gelanceerd de diepte in te duiken.
Hoe eenvoudig is het dan om als gastartiest je stempel te drukken en het geluid je toe te eigenen. Hoe lastig is de opgave om daadwerkelijk iets toe te voegen, zonder dat het gaat overheersen. In dat laatste zijn ze volledig in geslaagd. Het is een gedurfd concept geworden waarbij op een dromerige wijze de gitaarrock van eind vorige eeuw de juiste waardering toegediend krijgt. De van Positive No geleende Tracy Wilson weet met haar lieve schoolmeisjeszang op een mooie manier tegengas te geven in Twin Cities, verder is het voornamelijk stevig gitaargeweld wat overheerst.
Een prominente gastrol is net als op Blood Sugar Secs Traffic weg gelegd voor Joe Casey, die nu vergezeld wordt door zijn maatje Greg Ahee van het door de doemkant van de postpunk beïnvloedde Protomartyr. Joe Casey laat in Slang Words een meer gejaagde versie van zijn vocalen horen terwijl Greg Ahee met zijn gitaarakkoorden op On Loan wel heel dicht bij zichzelf blijft. Toch is de track in alle opzichten een working class song te noemen, waarmee ze bijna in de Dr. Martens voetsporen van The Clash treden.
Natuurlijk ben je vooral nieuwsgierig naar de krachtige klaagzang van Pavements Bob Nastanovich in Dross. Nou, die staat er als een stevig huis en laat zich niet omver blazen door de prachtige jankende gitaarakkoorden. Robert Weston van Shellac beperkt zijn aandeel tot het enthousiast bevrijdend meejoelen op titeltrack Debt Begins At 30, maar het bekt in ieder geval lekker tussen de overige namen. Of ze deze geleende muzikant daadwerkelijk nodig hebben betwijfel ik.
Eli Kasan weet met zijn emotionele blaffende zang alles te overschreeuwen en naar zich toe te trekken. Hij staat aan de oorsprong van het spanningsveld waar vanuit er geopereerd wordt. Het destructieve gitaarspel van Tom Payne (what is in a name) doet er nog een flinke schep bovenop. Ondanks het opgevoerde tempo wordt het nergens slordig, gehaast of afgeraffeld. Met de nodige zorg worden pakkende melodieuze popdeuntjes gepresenteerd.
Feit is wel dat The Gotobeds een verfrissende jeugdig klinkend plaat hebben afgeleverd. Dat het in de puntjes uitgewerkte Bleached Midnight tot het hoogtepunt gerekend mag worden, hebben ze toch voornamelijk aan zichzelf te danken. Debt Begins at 30 is pure rauwheid, ingekapseld in slepende ruwe juweeltjes. Een aanwinst op het vlak van alternatieve rock beleving.
The Gotobeds - Debt Begins at 30 | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Turnover - Altogether (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:57 uur
Het uit Virginia afkomstige drietal Turnover weet in 2013 al de boel flink wakker te schudden met een aangename mix van uptempo dreampunk en pakkende korte gitaarriffs. Magnolia laat een jeugdig eigen sound horen welke overstemd wordt door plezierig speelgenot. Ondanks dat ze vier jaar lang naar dit geluid toegewerkt hebben besluiten ze al snel om er een drastische draai aan te geven. De kunst van het weglaten, die hier nog een positieve wending oplevert.
Op Peripheral Vision is de punk helemaal geëlimineerd en blijft er alleen de dreampop over. Austin Getz richt zich veel meer op de zang en laat de enthousiaste drukte van het debuut ver achter zich. Die ietwat verlegen aandoenlijke intimiteit zet zich voort in het meer open zomerse Good Nature. Ze vervolgen hun weg door netjes om de twee jaar een album af te leveren, Altogether mag als vierde plaat bijgeschreven worden.
Het is weer een stuk gangbaarder geworden. Het rockelement is weg gefilterd en door de drab heen ontwikkelen zich flinterdunne cleane songs. Professioneel afgeschaafd voor de commerciële markt. Ze zoeken hiermee aansluiting bij de nietszeggende new wave uit de jaren tachtig. De Top 40 variant waarvan we blij en opgelucht afscheid namen in the nineties, en wegstoppen in een gesloten zolderkamertje in ons geheugen.
Blijkbaar vind Turnover het nodig om lekker te shoppen in deze veelkleurige snoepwinkel, en er een overdosering aan zoetigheid aan toe te voegen. Dat een te hoog suikergehalte ook slecht is voor de mentale gezondheid interesseert ze verder niks. Altogether is een muzikale milieu vervuilende plasticsoep, het doet allemaal te kunstmatig en veilig aan. Nergens wordt het echt slecht, maar het voelt allemaal zo inspiratieloos en leeg.
Turnover is een goede band, die steeds weer iets nieuws weet toe te voegen. Alleen leidt het hier tot vervlakking en stagnatie. Het is met name de mooie verpakking. Romantische liefdesstelletjes pop met een grote knalrode Valentijns strik er omheen. Te voorzichtig en met de veiligheidsriem te strak aangetrokken.
Valt er dan verder niks positiefs te melden? Natuurlijk wel! De baspartijen van Danny Dempsey zijn van een zeer hoog veelzijdig niveau. Zijn loopjes voegen een mooie gedempte funkende sfeer aan het gebeuren toe, en ook het weidse gitaarspel van Austin Getz laat een diepgaande groei horen. Als Casey Getz in Sending Me Right Back zijn drumstel inruilt voor de ritmische conga’s volgt er een tijdelijke opleving, die echter al snel als een vergeten echo ergens blijft hangen.
Turnover - Altogether | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Girl Ray - Girl (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:56 uur
Het Londense Girl Ray heeft dat sprankelende van een verkoelend blikje frisdrank dat je in de zomer open maakt. De vrijgekomen bubbels die al zwemmend een vrij gekomen weg naar het oppervlakte vervolgen, om zich op te dringen aan het smaakgenot. Het heeft echter ook een wrangere bittere kleurloze nasmaak van limonade die de hele dag in de brandende zon heeft gestaan. Waar de prik ondertussen al uit verdwenen is en de zuurgraad toeneemt.
Girl is het misleidende vervolg op het luchtige Earl Grey. Wilden ze daar nog de nadruk richten op prachtige gitaar edelsteentjes waarbij de niet altijd zuivere zang ze vergeven is. Het had gewoon iets liefs en bereikbaars. Dat charmante van een tegen de volwassenheid aanlopende vriendinnengroep. Iets wat schuchter, iets wat verlegen, maar wel oprecht gemeend. Tienermeisjes slaapkamer romantiek, waarbij onder het genot van een kopje thee de intiemste geheimen gedeeld worden.
Poppy Hankin heeft een lekkere diepe zwoele stem. De teksten blijven hier echter op het niveau van middelbare school romantiek steken, maar dat geeft verder niks. De muzikale omlijsting is verder prima, Sophie Moss beantwoordt met haar diepe baspartijen de sensuele voordracht van de zangeres. Iris McConell laat echter net te vaak de drummachine het werk doen, terwijl ze haar luiheid ook zou kunnen omzetten in transparante levendige percussie. Al past die lazy uitstraling wel perfect op Girl. Teveel op de automatische piloot gespeeld belanden ze in het eerste gedeelte in het dal der vergetelheid.
Het is wachten tot aan prijsnummer Takes Time, waar het rappende gedeelte van PSwuave wel degelijk iets toe weet te voegen. Het lijkt dat hierdoor de boel flink wakker geschud wordt. Met het heerlijke trippende Friend Like That lukt het ze om deze stuwende lijn door te zetten. Het samenspel van flitsende discobeats en lang gerekte orgelklanken geven de zang nou net die impuls die in de openingstracks zo gemist wordt.
Het door Biscuit A R Harris gefloten Go To The Top weet het accent te verleggen naar de leefkuil retro popsound uit de jaren zeventig. Een tijdelijke opleving die een vervolg krijgt in de Reggae tonen van Beautiful. Ook in het afsluitende Like The Stars is het de fluitist die met de prachtige toevoeging de boel nog enigszins kan redden.
Ze hebben er niet goed aan gedaan om op het tweede wapenfeit Girl het allemaal zo drastisch om te gooien. De kille elektronische aanpak wil vaak wel goed uitvallen, hier veroorzaakt het alleen in het tweede stuk van de plaat wat impulsieve levenstekenen. Een tekort aan kunst en een overschot aan vliegwerk.
Girl Ray - Girl | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mermaidens - Look Me in the Eye (2019) 4,0
30 juli 2020, 19:56 uur
Er is steeds minder sprake van muzikale hoofdsteden. Op dit moment is het muzikale landschap weer in volle bloei. Na een rustigere periode met korte oplevingen, richt de markt zich steeds mondialer. Door de blijvende ontwikkelingen op internet is het de consument die steeds meer aan de wieg staat van de succesmomenten. Al is het de noodzaak om als schrijvende pers in het overschot de goudklompjes er uit te pikken. Mermaidens is daar een duidelijk voorbeeld van.
Bij deze naam verwacht je iets sprookjesachtigs te horen, waarbij vrouwenstemmen als mythische Sirenes je proberen te verleiden en bedwelmen. Een lokroep die je mee de diepte in neemt, en de omgeving laat vervagen tot eindeloze wazigheid. Ben je eenmaal bewierookt door dit gegeven dan is de mentale toewijding van Look Me in the Eye een eenvoudig te nemen vervolgstap, want deze voldoet geheel aan deze omschrijving.
Dit uit het Nieuw-Zeelandse Wellington afkomstige trio mag dan wel hun oorsprong hebben in de meer spirituele aftakking van de postpunk, ze durven wel degelijk buiten deze grenzen op zoek te gaan naar andere inspiratiebronnen. Het wil echter nergens verzanden in fluisterende feeërieke dreampop. De vocalen zijn zo helder als het aanspoelende zeewater dat liefkozend de stranden van het Noordereiland bemind.
Mooi om de ontwikkeling van deze groep te volgen. Wilden ze op hun eerste kindje Undergrowth nog klinken als duistere gothic nichtjes van ijskoningin Siouxsie Sioux, bij Perfect Body werden al voorzichtig de uitgebreide mogelijkheden van de vocalen verkent. Look Me in the Eye is door het definitief afschudden van de kwelgeesten de logische volwassen voortzetting. De sprankelende gitaarakkoorden bedekken het met een positieve flow, en drukken de norsheid naar de achtergrond.
Gespeelde romantiek van de jaren tachtig variant is hier vervangen door historisch cultuurbesef. Door die inslag gaat de mystiek op een natuurlijke manier over in een meer avontuurlijke zelfbewustwording. Het is allemaal lang niet zo theatraal maar veel meer down to earth. Dat ook hier de prachtige omgeving een grote rol speelt in het karakter van de plaat mag duidelijk zijn.
Door de afwisselende krachtige vrouwenzang van gitarist Gussie Larkin en bassist Lily West draagt het iets feministisch uit. Een titel als Best To Hate The Man wil ook niet echt aansporen tot gelijke verdeeldheid tussen de geslachten. De rol van Abe Hollingsworth lijkt zich te beperken tot het ritmisch opvolgen van het door de dames afgesloten geheim verbond. De link naar de vrouwelijke indierock die met de nodige nineties girlpower rond dezelfde tijd tot bloei kwam als de grunge is er wel degelijk.
2019 is het jaar dat de vrouwen weer mogen overheersen. Ze beklimmen op eigen kracht de topposities met zorgvuldig uitgewerkte prachtplaten. Door de #MeToo beweging worden ze weer serieus genomen, en krijgen ze dezelfde rechten en mogelijkheden als hun mannelijke collega’s. Mermaidens levert het zoveelste bewijs af dat deze groei zich blijft voortzetten.
Mermaidens - Look Me in the Eye | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Gruff Rhys - Pang! (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:56 uur
Zeg je Gruff Rhys, dan gaat er waarschijnlijk niet snel een lichtje branden. Noem je Super Furry Animals, dan zal een verstokte Britpop liefhebber zeker opveren. De frontman heeft wel degelijk het besef dat deze periode reeds passé is, en reikt zijn blik veel verder dan het prachtige inspiratiegebied van Wales. Hij durft muzikaal de overstap te maken naar andere continenten, maar laat daarbij verrassend genoeg Europa links liggen. Deze muzikale wereldreiziger trekt direct door naar het ritmisch bruisende Zuid Amerika. Of die immigratiedrang het gevolg is door de dreigende Brexit, zou goed mogelijk kunnen zijn.
Pang! is ondertussen alweer zijn zesde soloplaat. Het titelnummer swingt als een folky backpacker die om in zijn toeristische voorzieningen te voldoen, bijbeunt als straatmuzikant, terwijl de hossende menigte rond hem heen geniet van een hitsige zomercarnaval. Het valt niet eens op dat de voerstaal Keltisch blijft. Door de twist in het presenteren zou je geloven dat je in een gebied beland bent, waar jaren geleden missionarissen behalve het geloof ook de Westerse spreektaal er doorheen probeerden te drukken. Het is allemaal net zo dansbaar als Spaanse flamencomuziek, al verraad de Europese tongval soms een andere achtergrond.
Na dit kleine feestje gaat het over in het net ze beweeglijke Bae Bae Bae, die met de exotische instrumenten het inheemse jungle gevoel nog meer benadrukt. Druk en broeierig getriggerd door de klanken van een zomerregen. De blazers gooien er nog een overschot aan Mexicaanse cultuur doorheen. Die muzikanten staan ook vooraan bij Digidigol, wat vervolgens een meer dromerige kant van de Welshman laat horen. Met behulp van een eenvoudig gedateerde keyboardje en een met weinig mogelijkheden bezittende drumcomputer vervolgt het vlotte Ara Deg (Ddaw’r Awen) zijn weg. Een nostalgische hunkering naar eighties New Wave die de mogelijkheden van de afrobeat ontdekten.
Het sterk verbeeldende Eli Haul sluit aan bij de achtergrond van de zanger. Een verhalenverteller in hart en nieren, die je terug meeneemt naar zijn roots. Met de repeterende versnelde beats en lazy trompetspel in Niwl O Anwiredd verlaat hij de geboortegrond alweer. De kerkelijke koortjes benadrukken eventjes nog de Christelijke geloofsovertuiging. Het is mooi om te ervaren dat dit niet afstoot, maar juist genoeg toevoegt.
De experimenteerdrift in Taranau Mai laat nog wat zien waar zijn doorbraak met Super Furry Animals het gevolg van was. Hypnotiserende Oosterse tinten bevolken de song, die eventjes aan het succes van voorheen laat ruiken. Dat Ôl Bys / Nodau Clust hier op aansluit is niet verrassend. Wel dat de oer instrumenten zijn vervangen door breaks en samplers. De zoemende elektronica overheerst maar laat genoeg ruimte over voor de meerstemmige zangpartijen. De blazers mogen het afmaken in Annedd I’m Danedd, al strijden de hiphopbeats ook voor dit voorrecht.
Alle exotica is aanwezig om hier een goede plaat van te maken. Al wordt er net voordat het geserveerd wordt snel eventjes de gepeperde kruiden uit gevist om het gerecht wat hapklaar te maken. Het mist dat stukje pittigheid, waardoor het geen topproduct op de menukaart zal worden.
Gruff Rhys - Pang! | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Little Scream - Speed Queen (2019) 3,5
30 juli 2020, 19:56 uur
Wat moet dat heerlijk aanvoelen om aan de slag te gaan met groepsleden van The National, Thee Silver Mt. Zion en Arcade Fire. Artiesten die hun sporen al ruimschoots verdiend hebben, en al jaren een gevestigde prominente naam zijn in het alternatieve folky rockcircuit.
De in Iowa geboren Laurel Sprengelmeyer verhuisde op jeugdige leeftijd naar Montreal. Daar beland ze midden in het muzikale hart van Canada, een betere uitvalsbasis kan je jezelf niet toewensen. De lessen die je hier op deze exclusieve leerschool opdoet kan geen Rock Academy tegenop. De melancholie van genoemde bands heeft ze overduidelijk meegekregen als extra cadeautje.
Als gastvocalist doet ze de nodige ervaring op bij het magnum opus High Violet van The National. Richard Reed Parry van Arcade Fire is niet alleen haar muzikale partner. De echtgenoot ontfermt zich als uitvoerend producer over het debuut The Golden Record, welke ze onder de naam Little Scream uitbrengt. Na het tevens erg goed ontvangen Cult Following verschijnt dit jaar haar derde plaat Speed Queen.
Waar ze dus haar inspiratie vandaan haalt ligt er erg overduidelijk bovenop, met als pluswaarde dat ze een stuk stem vaster klinkt als een Régine Chassagne van Arcade Fire. Maar die weet juist met haar mysterieuze, semi erotisch geladen geluid iets toe te voegen, wat hier duidelijk ontbreekt. Die hartstochtelijke passie komt hier veel minder sterk naar buiten toe, al heeft ze wel een prettig licht verkouden hijgerige voordracht.
Haar kracht ligt veel dieper verborgen in het tijdsbeeld dat ze weet te schetsen. Die bewustwording verwerkt ze in het bezongen hedendaagse leven, waar ze duidelijk aan de kant van de onderzijde van de maatschappij staat. Als observator verwoordt ze het decadente gevoel van een in armoe wegzakkende Verenigde Staten. Een problematiek welke zich niet zozeer oppervlakkig laat tonen, maar die steeds meer voelbaar is in de kleine subtiele veranderingen om haar heen.
Dear Leader wordt gedragen door dat half trieste donkere sfeertje. Het is een terechte smekende aanklacht tegen het politieke regiem. Tekstueel zit het prachtig confronterend in elkaar. Zelden wordt er op zo’n treffende wijze een open brief gedicteerd welke duidelijk gericht is aan president Trump. Een hedendaagse protestsong die helaas wat lijkt te wankelen door de sobere voordracht.
Het accent is op Speed Queen iets verschoven naar een wat opener retro disco sound. De nadruk ligt meer op de dominerende baslijnen en dromerige keyboardakkoorden. Door het passend gebruik maken van een saxofoon in Switchblade linkt ze naar de kritische jaren tachtig, waar de schijn werd opgehouden met het camoufleren van de grauwheid door fluorescerende spotlightkleuren die je vanuit de etalages toelachen. De Amerikaanse Droom die als een discobal uiteen spat in duizenden geknapte en gescheurde onlijmbare scherven.
Laurel Sprengelmeyer is een tikkeltje teveel The Girl Next Door; een muurbloemetje welke vanaf de zijlijn met een romantische blik de wereld toekijkt. Het schoolmeisje waarvan je jaren later op een klassenfoto de naam niet van weet te herinneren, alleen de verlegen vriendelijkheid is bijgebleven. Stilletjes en verlaten is ze als een schaduw aanwezig bij het eindejaarsbal. Wat verdient ze het om gehoord te worden. Een geboren poëet in hart en nieren, die zich net te Christelijk presenteert. Een stukje meer hardheid en wrok zou haar goed doen. Pas bij het afsluitende bevrijdende Privileged Child hoor je de opluchting terug, waardoor de rest vervlakt tot een moedwillige opdracht.
Little Scream - Speed Queen | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ciao Lucifer - Are We Even Growing Up? (2019) 3,5
30 juli 2020, 19:55 uur
Het blijft een mooie jongensdroom. Na een concert in de plaatselijke kroeg verdoofd door het euforische gevoel en een overschot aan alcohol met twee vrienden een collectief verbond af te sluiten. Laten we een rockband beginnen.
Daarna gaat ieder zijn eigen muzikale weg. Jelte Tuinstra krijgt als Jet Rebel een vrijblijvend abonnement aangeboden bij De Wereld Draait Door, en maakt met wisselend succes het clubcircuit onveilig. Marnix Dorrestein mag bij grootheid Herman van Veen wat hand en span diensten verrichten, om zich daar op te werken tot co-producent. Die waardering zet hij vervolgens om tot een veel gevraagde artiest die collega’s te hulp schiet. Dat hij door critici tevens gewaardeerd wordt, is zichtbaar in een gevulde prijzenkast voor zijn verrichte verdiensten in de popscene. De veelzijdige Willem Wits weet zijn geslaagde filmopleiding te combineren met zijn liefde voor muziek en richt zich hierbij ook op grote gewaagde projecten zoals het overrompelende GODCYCLUS, wat bestaat uit een boek, film en muziekalbum.
Tussen de bedrijven door werken Dorrestein en Wits stug door aan hun gezamenlijke project Ciao Lucifer. Zo’n tien jaar lang wordt er gesleuteld aan Are We Even Growing Up?, een plaat die bestaat uit twaalf compacte composities die garant staan voor de gemiddelde popsonglengte. Door hiervoor ruim de tijd te nemen vallen er in de ontdekkingsfase ook veel tracks af. Het doel is om een springerig, jeugdig geheel aan de man te brengen. Om het in eerste instantie alleen te presenteren aan een selectieve vriendengroep wordt de aanstekelijkheid van de songs op hun waarde getest.
Het zou goed mogelijk kunnen zijn dat die zich net wat minder kritisch opstellen. Door als duo aan de slag te gaan kan je veel persoonlijke ideeën kwijt, maar ben je ook weer beperkt in de presentatie. Het is de kunst om dit gemis om te zetten in overredingskracht. Een lastige opgave waar Ciao Lucifer grotendeels in is geslaagd. Het zijn echter geen White Stripes die met hun rammelende lo-fi sound indruk weten te maken met enkel gitaar en drums. Ondanks dezelfde basisinstrumenten blijft het hoorbaar een koppel uit De Lage Landen, en daar is niks mis mee.
Met Anywhere wordt gelijk de lat hoog gelegd. Een aanstekelijk gitaartje wat door de stuwende drums een heerlijke gelikte funksound mee krijgt. Het is een relaxt slacker zomerdeuntje, welke de weg naar het collectieve geheugen gemakkelijk weet vast te houden. Zo’n aangename song, die je bij de eerste tonen van een volgende luisterbeurt gelijk weer terug kan halen. Die aandacht weten ze niet de gehele tijd op te roepen, al zit er genoeg aangenaams tussen om van te genieten.
Zo weten ze bij Why Would I? de stoffige woestijn stonersound te koppelen aan stampende retro seventies glamrock. De contrast is te groot om dit te vervolgen in het dromerige Any Blink Now. Gelukkig is daar met de vette zuigende Pay Back What You Owe een geweldige dansbare afsluiter die onverwachts ook nog helemaal los gaat in het dynamische eindstuk.
Het ritmische gitaarspel van Marnix Dorrestein zoekt de aansluiting op bij het slagvaardige drumwerk van Willem Wits, en meestal weten ze elkaar ook treffend te vinden. Al remmen ze op andere momenten elkander juist af, maar die zijn er gelukkig in de minderheid. Ciao Lucifer heeft de charme van een geslaagd voorprogramma, maar dan wel eentje waarvan je na afloop van het optreden een door de jongens zelf persoonlijk gesigneerde plaat aanschaft. Want die goede indruk laten ze wel achter, ze verdienen die publieke waardering.
Heel netjes dat ze het opnameproces, de promotie en de distributie allemaal in eigen beheer doen. Door deze Do It Yourself houding laten ze zien dat het voor beginnende bands genoeg mogelijkheden biedt, en zeker in de beginfase geen grote maatschappij nodig hebben. Lekker heen klooien, daar leer je het meeste van, en je loopt minder het risico om vervolgens in de loze beloftes en kleine lettertjes te trappen. Ik hou hier van!
Ciao Lucifer - Are We Even Growing Up? | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Chantal Acda - PŪWAWAU (2019) 4,5
30 juli 2020, 19:55 uur
Nadat de wegen van het voormalige The Walkabouts koppel Chris Eckman en Carla Torgerson zich gemoedwillig na de geslaagde comeback plaat Travels in the Dustland definitief scheiden, kiest Eckman ervoor om zich op verschillende andere projecten te richten. Hij sluit zich aan bij het echtpaar Eric Thielemans en Chantal Acda, gedrieën brengen ze onder de naam Distance, Light & Sky twee sfeervolle platen uit.
Chris Eckman is de grote afwezige op PŪWAWAU, de vierde soloplaat van Chantal Acda. Deze Nederlandse zangeres uit Helmond heeft alweer jaren België als thuisbasis, en liet voor het eerst opvallend van zich horen als bassist bij het melancholische Isbells van Gaëtan Vandewoude. Naast de jazzdrummer Thielemans schuift er nog een elftal aan prominente muzikanten aan die juist het sobere kleine karakter van de lang gerekte songs tot iets groots weten uit te rekken.
Was er op de prachtige voorganger Bounce Back nog ruimte voor sfeervolle popsongs, is er nu niet meer echt sprake van compacte popliedjes. Chantal Acda is door gegroeid tot iets wat alles overstijgt, een adembenemende overkoepelende prachtplaat aflevert, waarbij ze aan de slag gaat met een drietal producers. Martijn Groeneveld, die zijn sporen verdiend heeft in de Nederlandse alternatieve popscene, Joris Caluwaerts van het baanbrekende door avant-garde jazz gevormde veelbelovende STUFF, en het ambitieuze sleutelfiguur Stef Kamil Carlens. Die altijd een overschot aan vernieuwingsdrang bezit om er genoeg sublieme lagen aan toe te voegen.
De kunst is om niet in elkaars gezichtsveld te zitten. Maar juist om er in deze overvolle grabbelton aan met ideeën gevulde persoonlijkheden er de juiste waardes uit te vissen en die bij elkaar te puzzelen. Dat er zelfs nog voor veel geprogrammeerde geluidskunstjes is gekozen is wonderbaarlijk te noemen. Met zoveel mogelijkheden aan professionele ervaring in de studio zou je verwachten dat daar genoeg inspiratie uit te halen is. Toch wil het allemaal harmonieus en geniaal in elkaar over lopen. Hierdoor put ze diep genoeg in andermans kwaliteiten, en weet ze te voorkomen dat ze het etiket minimalistische muziek krijgt opgeplakt.
Chantal Acda laat zich nergens onderbrengen. Dat ze zich hiermee vaak in hetzelfde vaarwater als Björk het organische opzoekt is niet zo vreemd. Valgeir Sigurdsson staat haar bij in de arrangementen, en hij heeft bij deze IJslandse artiest al zoveel moois mogen toevoegen. Een verbond welke ontstaan is tijdens het componeren van Selmasongs de score bij de film Dancer in the Dark. Dezelfde eigenzinnigheid bezit deze Helmondse zangeres, een prikkeling die voor deze duizendpoot de nodige stimulans weet op te wekken.
PŪWAWAU staat voor universele taalkoppeling. Terug naar het zwaartepunt waarbij klanken de oorsprong vormen tot de hedendaagse spraakontwikkeling. De kern ligt in de natuur waarbij geluiden uit de omgeving de basis vormen. Tuhinga weet klassiek geschoolde operazang te hechten aan de folkse zachtheid in de vocalen van Acda. Vergezeld door een in alle stilte opbouwende triphop beat laat de zangeres al direct haar meest pure hemelse kant horen. Zelfverzekerdheid en breekbaarheid omhelzen elkander in een gestrengelde krachtig liefdeskoppel. Nu al weet ze al haar vorige werk te overstijgen, en dit is nog maar de opening van de plaat.
Maakt ze het zichzelf hiermee lastig, of weet ze het niveau te continueren? Marama is een stuk aardser, toch weet ze je op vragende toon mee te trekken in haar overdracht, welke overheerst wordt door een schizofrene kakofonie aan zangstemmen om onverwachts grootst te eindigen met de tegendraadse drumpartijen van manlief Eric Thielemans en een overdonderend opera epiloog. Dat een stemvocoder niet tot vervlakking hoeft te leiden bewijst ze in het avant-gardistische Taranga. De gastvocalen zorgen voor het natuurlijke tegenwicht waar op subtiele wijze sfeermakers als het cellospel van Katelijne Van Kerckhoven en de marimba van Jeroen Stevens het mogen afmaken.
Bij het uitgebalanceerde kunstwerkje Waiata Tamariki is het de eenvoud in de verstillende emotioneel geladen voordracht van Acda die het zich totaal toe-eigent. Dat ze hiermee laat horen dat ze tot de grootste vocalisten van deze tijd behoord mag duidelijk zijn. Juist tussen al de drukte komt deze warmte het beste tot zijn recht. Met Puoro weet ze fragmentarische oosterse inheemse samplers te koppelen aan elektronica in het lichtere industriële genre. Een klein minpuntje is dat ze dit niet geheel vloeiend bij elkaar komt, waarbij het in de overgangen net wat minder wil overtuigen. Dit is het enige smetvlekje op de verder uiterst geraffineerde plaat.
Ook Tumanako bezit alle waardigheid om zich in perfectie bij de overige vijf tracks te voegen. Op dromerige wijze wordt alle rust terug gebracht tot de simpliciteit van compactheid. De zoektocht is volbracht, en ze beloont de luisteraar in dit adembenemend eindspel waar alles samen lijkt te vallen. PŪWAWAU is een volbrachte studie naar de mogelijkheden van de stem in samenhang met wereldse invloeden, waarmee ze behoorlijk dicht bij de problematiek blijft van het niet accepteren van andere culturen en gewoontes, en nog eventjes een verbindende brug aanlegt die de bouwsteen tot verbroedering vormt.
Chantal Acda - PŪWAWAU | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Oliver Spalding - Novemberism (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:55 uur
Oliver Spanding wil met moderne middelen en retro instrumentatie een brug slaan tussen het heden en het verleden. Al blijf ik de mogelijkheden van de autotune beschouwen als een stuk elektronica zonder ziel, welke op alle manieren de onzuiverheden en spanning uit de menselijke stem weg weet te filteren. Een gevoelloos hulpmiddel om voorgeprogrammeerde muziek klinisch dood te verklaren. Het voelt allemaal zo vlak en emotieloos aan. Als je al gezegend bent met een hoge kopstem, dan heb je die kunstjes helemaal niet nodig.
Toch wil het bij Oliver Spanding niet zo erg storen. Deze uit de Britse badplaats Brighton afkomstige singer-songwriter wil het gevoel van de maand november oproepen. Zichzelf presenterend als gastheer De Herfst. Een overkoepelende macht die op natuurlijke wijze het spel met dit seizoen aangaat. Hij controleert het jaargetijde en dirigeert hierbij de dreigende storm. Blaadjes vallen in speelse windvlagen van de bomen, en zoeken rust in de dempende synthesizerklanken, om voor eeuwig een te worden met de aarde.
Verzachtend gevormde sneeuwvlokjes die de computer voorzichtig verlaten bij het openende Athamé. Op de hielen gezeten door dreigende beats die als een opruiende storm het wispelturige onvoorspelbare van Novemberism verwoorden. Dwarrelende muziekpassages die in de ochtendmist de schemering laten doorbreken, gevolgd door de warmte die Oliver Spanding zo treffend in zijn werk weet te leggen. De liefde voor het componeren staat centraal in deze voorzichtige poging om het publiek kennis te laten maken met het debuut van dit multi talent. Door zijn hart te volgen komt hij met dit persoonlijke resultaat, waar voornamelijk zijn eigenheid in schuil gaat.
Juist die dynamische vintage drumsound geeft het hier iets levendigs, en herenigt het oude met het nieuwe. Zoals de herfst ook de afsluitende functie bezit, om zich langzaamaan voor te bereiden tot een kersverse lente. Overal willen die magische geluidsvelden het geheel overstemmen. Het zeeklimaat van Brighton benadrukt nog sterker de weersomstandigheden, het is duidelijk dat deze bewust of juist onbewust bepalend is geweest voor de klankkeuze.
Stilistisch gezien weet deze folkzanger aangename bijna klassiek geschoolde ambient te herenigen met meer eighties gerichte new wave. Bij Bow Creek komt deze combinatie het beste tot zijn recht. Hij bevind zich hier op het werkveld van de meer postrock gerichte artiesten uit dit tijdsbeeld, die de overstap waagden naar een meer verstild geluid. De openingen worden echter opgevuld met strakke hardere geluidscollages die het geheel al coherent tot leven brengen. Die prachtige verfrissing zit hem vooral in de staart van Novemberism, met het aansluitende Everglades als krachtig eindstatement.
Oliver Spalding - Novemberism | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery (2020) 4,5
30 juli 2020, 19:54 uur
Met zo’n albumhoes weet je natuurlijk wel direct de aandacht te pakken en vast te houden. Een eigenwijze kleuter die in Peaky Blinders tenue verscholen achter een grote pet je doordringend aankijkt. Gewapend met in de ene hand een zelfgemaakt houten kruis, en in de andere hand een zoetkleurende roze ballon. Kinderlijke onschuld, en het geloof wat later grotendeels het leven zal bepalen. Dit is Ierland!
Dublin is op dit moment de broeiplaats waar het nieuwe talent zich weet te ontwikkelen. Tussen deze hoofdstad en het net zo bekende Belfast ligt Dundalk verscholen, woonplaats van het veelbelovende jonge singer-songwriter talent David Keenan, die met A Beginner’s Guide To Bravery een verrassend sterk folk debuut aflevert. Met zijn vier eerder verschenen EP’s als handbagage trekt hij al een tijdje rond. Deze graag geziene gast weet de nodige aandacht te trekken bij verschillende festivals. Ook zijn positie als voorprogramma bij het grote voorbeeld Mick Flannery heeft zeker in het voordeel gewerkt.
Dan zijn de verwachtingen terecht erg hoog, maar dat kan deze zanger gemakkelijk aan. A Beginner’s Guide To Bravery voldoet hieraan op alle fronten. Met zijn muzikale familiare achtergrond als basis weet hij zijn vertellingen overtuigend in te pakken. Een folkzanger is van oorsprong een geleefde verhalenverteller, waarbij de traditionele instrumenten hem begeleiden. Tegenwoordig mag ieder die een banjo of viool oppakt zich zo noemen, maar de kern zit hem vooral in de verbale verslaglegging.
David Keenan weet zich te plaatsen in het druilerige zondagmiddag gevoel. De warmte wordt opgezocht in de plaatselijke pub, waar de kroeggasten stilzwijgend de kater van een dag eerder weg drinken. Hij klinkt ondanks zijn jonge leeftijd al doorleeft en overtuigend, en heeft de passionele hoge jankende snik in zijn stem die hier getolereerd wordt. Het is allemaal net mannelijk genoeg en passend bij zijn voordracht.
James Dean legt die puurheid direct stevig vast. Gewapend met spaarzame gitaarakkoorden ontroerd hij op een natuurlijke wijze. De kunst is om dit vervolgens vast te houden. Bij Unholy Ghost komen de zonnestralen voorzichtig door de donkere wolken heen kijken, en wiegen de norse regenveroorzakers eerbiedig aan de kant. Met overgave worden er strijkers aan het geheel toegevoegd, waardoor het een gezellige boel wordt. Gezellig ja, anders is het niet te verwoorden!
Het café is de ontmoetingsplek waar het leven gedeeld wordt. De bulkende lach is aanwezig, maar ook het verdriet en zelfs de tranen. Met deze basis wordt het vervolgens een stuk dieper en persoonlijker zoals het aan zijn demente grootmoeder gerichte Good Old Days waar de hoofdrol is weggelegd voor het fraaie stoere vioolspel. De ellende die voor een ieder herkenbaar is passeert ook in het vluchtende Altar Wine. En ik kan alleen maar goedkeurend knikken, elk huisje heeft zijn kruisje. De emotionele schreeuw op het einde laat je verdwaast en geraakt achter.
Na deze bijna therapeutische uiting is er in het hoofd meer ruimte gekomen voor relativering en rust. Nog verder wordt je meegezogen in het lange voortslepende Love In A Snug, en geloof me, er volgen nog meer van zo’n vergelijkbare prachtig opbouwende bijna eindeloze passages. Of hij zich op gitaar of net als bij Tin Pan Alley op piano laat begeleiden, maakt in principe niks uit. De kracht zit hem toch voornamelijk in zijn ziel verscholen, en die opent zich wel naar de buitenwereld toe.
Origin of the World heeft dat kenmerkende van Ierland. Als geen ander weten die muzikanten hun roots van het vaderland muzikaal een invulling te geven. Wat is dat toch, dat ze met gemak het met drank gevoede bloed laten doorstromen in de beleving van woeste rivieren, die door het landschap sijpelen. De Ieren staan er om bekend dat hun liefde voor het land onbeschrijflijk groot is, maar juist die Ieren kunnen dit dus wel in tekst en muziek omzetten. Netjes bewaart hij dit tot het einde om dit door te drukken in het sfeervolle Subliminal Dublinia.
Het is de kunst om klein te beginnen en om vervolgens groot uit te pakken, zonder dat het met je eigen identiteit aan de loop gaat en je een song niet meer onder controle hebt. Het al eerder verschenen Evidence of Living is een voorbeeld van hoe hij een wilde song weet te temperen tot een brok onder controle zijnde innerlijke spanning. Ook hoe hij de nacht weet te bezingen in het lichtschemerige Eastern Nights getuigt van zijn vakmanschap.
Er valt weinig op A Beginner’s Guide To Bravery aan te merken. Al is de ontwikkeling van het sentimentele beginstuk van The Healing naar het bijna rappende popsong verloop er eentje waarbij ik wel mijn vraagtekens heb. Je gunt iedereen een hit succes, en deze is duidelijk op die markt gericht.
David Keenan - A Beginner's Guide to Bravery | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Aoife Nessa Frances - Land of No Junction (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:54 uur
Het is al lang geen groot afgeschermd geheim meer dat Dublin op dit moment the place to be is in het veelzijdige muzieklandschap. Deze Ierse hoofdstad beleefde de afgelopen jaren een gigantische opleving met de een na de andere veelbelovende act die van zich liet horen. Aoife Nessa Frances is de volgende in de overspoelende rij. Deze singer-songwriter heeft haar basis gevonden in de dromerige folk, en levert met haar debuut Land of No Junction een buitengewone goede plaat af.
De kracht zit hem hierbij vooral in het feit dat het haar lukt om in alle opzichten de eigen roots door te laten klinken, zonder deze de overhand te geven. Als de violen het in Here In The Dark van haar overnemen, proef je weer een heerlijk stukje Ierse delicatesse. Toch is haar gezichtsveld een stuk breder georiënteerd dan ons alleen maar smakelijk te laten genieten van deze traditionele keuken. Je krijgt de indruk dat ze vooral aan het bladeren is geweest in een oud vintage receptenboek uit de jaren zeventig, en erg dicht bij deze basis ingrediënten blijft. Het is een vastgelegd tijdsmonument die het retro gevoel van vergeelde vakantiefoto’s weet op te roepen.
Met beperkte middelen als gitaar en drumcomputer geeft Geranium de rust van een lome hete zomerdag weer. Met kristalheldere akkoorden die in een samenspel tussen eb en vloed als muzikale golven je weten aan te raken om vervolgens met gepaste afstand dienst te doen. Daartussen zweven gewichtsloos de relaxte vocalen van Aoife Nessa Frances welke als een ontspannen liggende badhanddoek verkoeling bied tegen de overspelige warmte. Onbewust weet ze je mee te laten voeren in deze bedrieglijke valkuil waarbij de eenvoud van het lied overheerst. Want daarin schuilt ook het grote gevaar. Het komt net te gewoontjes over, waardoor de aandacht al snel zich verplaatst naar de dagelijkse gang van zaken.
Ondanks de kleine ingetogen liedjes lukt het ze wel om met haar karakteriserende zwoele vocalen genoeg diepgang over te brengen. De sobere strijkers in Blow Up illustreren schetsmatig een natuurlijke hang naar vergeten herinneringen, die hun nostalgische waarde blijven behouden. Het frisse Libra wijkt wat af van de rest en mag zich categoriseren onder de noemer sprankelende indie popsongs, die de herkenbare Velvet Underground gitaarsound als uitgangspunt nemen. Een aangename wending op Land of No Junction die ik alleen maar kan toejuichen. Zo ook die huilende gitaaruitloop die Heartbreak passend mag afronden. Aoife Nessa Frances betovert je niet, maar wiegt je wel als een lieve fee in slaap met vreugdevolle beminnende songs.
Aoife Nessa Frances - Land of No Junction | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Minimal Compact - Creation Is Perfect (2019) 3,0
30 juli 2020, 19:53 uur
Het is nu bijna niet meer voor te stellen hoe bloeiend ooit de postpunk beweging in Nederland was. Vanuit de kraakbeweging ontwikkelde zich een kunstenaarscollectief die hun eigen helden publiekelijk presenteerden. Bands als Nasmak, Minny Pops, Mekanik Kommando en Mecano verwoordden de verbitterdheid in kale elektrobeats, die door toevoeging van funk en mechanische danceritmes een opzwepend karakter kregen. De onvrede die zich als een parasiet over Europa verspreidde vestigde zich ook in de krochten van onze hoofdstad. Een van de boegbeelden was de uit Mecano afkomstige schilder Dirk Polak, die ook het vanuit Israël afkomstige Minimal Compact onder zijn producerhoede neemt. Het eerste volwaardige album One By One is het resultaat van deze samenwerking.
Vanaf 1987 dooft het vlammetje langzaam uit. Bassist Malka Spigel vind haar nieuwe metgezel in de van Wire afkomstige Colin Newman, waarmee ze ook in het huwelijksbootje stapt. De herstart van Wire geeft hem blijkbaar zoveel passie en speelvreugde, dat hij zich nu ook waagt aan Minimal Compact. Het verraderlijke is echter dat Creation Is Perfect gepresenteerd wordt als nieuwe plaat, terwijl het dus om opnieuw opgenomen oude stukken gaat. Het botst wel met de albumtitel, Recycle Will Save The Future zou toepasselijker zijn. Natuurlijk leg je beide opnames langs elkaar, waardoor je nieuwsgierig wordt of Colin Newman oudgediende Dirk Polak knock-out slaat, of dat deze zich prima staande houdt. Twee tracks van One By One mogen hier nu aftrappen.
Statik Dancin’ heeft een iets vollere bassound gekregen, maar voegt verder weinig toe. Het is net wat meer opgepoetst, waardoor het feller gaat glimmen. Dit neemt wel het gevoel weg van het gebruik maken van de beschikbare middelen. Muzikaal gezien zeker een verbetering, maar de charme van het origineel is hierdoor wel verstikt in de dikke drab van de boenwas. In de uitloop van de track komt eventjes het kenmerkende Wire gitaartje om de hoek kijken, waardoor Newman zijn stempel op de remake weet te drukken.
Gelukkig is de vernieuwde Take Me Away van andere orde. Hier heb je te maken met een totaal verschillend nummer. De wanhoop van het origineel is grotendeels verdwenen, daarvoor in de plaats is er een meer bijtende zang in de plaats gekomen. De angst voor de toekomst is verankerd in een kritische kijk op het verleden. Een terugblik welke teleurstelling en haat oproept. Het prachtige intro is helaas gesneuveld en maakt plaats voor een directere aanpak. Polak houdt zich prima staande, en is hier duidelijk de heerser.
Tuxedomoon ligt waarschijnlijk nog meer in de lijn van Wire dan Minimal Compact. Deze gelijkgestemde bands begonnen als artistieke punkband, waarbij Tuxedomoon steeds meer de exotische jazzkant opgaat, en Wire na die donkere gothic periode de oorsprong van hun geluid opzoekt. Peter Principle van Tuxedomoon mag zich over Deadly Weapons ontfermen, waarschijnlijk zitten ze dan zelf in de studio te werken aan In a Manner of Speaking, waarmee ze onverwachts een grote hit scoren.
Nada heeft een prachtige open dromerig geluid, waarbij de drum als grote olifantsvoeten de boel ontregelt. Het venijnige gitaarspel breekt het vervolgens open. De inheemse klanken zijn vervangen door een kerkelijke orgelsynths, en de drums zijn een aantal beats per minuut opgeschroefd. Met deze Krautrock invloeden wil Newman nog verder terug in de tijd gaan. De statische depressieve teleurgang heeft plaats gemaakt voor een verrijkende retro seventies futuristische sound.
Aan het klagende intro van Not Knowing is weinig geknutseld, al zijn de kille mannenvocalen vervangen door een sensuele vrouwenstem. De kracht van de desillusie is hierdoor vervaagd door de bijna liefkozende stuntelige eindkreuntjes van Malka Spigel. Meer dan een slaapkamergeintje van het echtpaar is het niet. The Well krijgt als zware postpunk klassieker een goede behandeling, waarbij Spigel zich mag uitleven in de basakkoorden. Al heeft het verder bar weinig toevoegende waarde.
Colin Newman werkte zelf in het verleden mee aan Raging Souls, dus waarschijnlijk ligt dit hem het beste. Al kan perfectionisme ook leiden tot het dwangmatig verbeteren van zijn aandeel. De kristalheldere klanken van het titelnummer blijven intact, en het is overduidelijk dat beide keren er gestreefd werd naar een memorabele terugblik naar het Wire geluid. Ook hier verknallen de koortjes op het einde het. Zonde, zonde, zonde. My Will is wat kitscheriger gemaakt; bijna Pet Shop Boys achtig. Maar de nieuwe versie past wel veel beter in het tijdsbeeld van 1985, dat hebben ze treffend weten over te brengen.
De enige splinternieuwe song is Holy Roller. Plaatsen ze zich hiermee opnieuw in the picture of is het een bekrachtiging van vergaande glorie? Wat opvalt is dat de hoekigheid helemaal verdwenen is, met een Nile Rodgers achtig funkend gitaartje gaan ze de hedendaagse veilige kant op. Nog steeds zijn er genoeg oude elementen aanwezig, maar er is wel een flinke laag suikerzoet beleg op gesmeerd, ten koste gaande van de intrigerende spanningsbogen. Eigenlijk kan je concluderen dat Minimal Compact hun eigenheid opoffert door zich over te geven aan de producers. Iets wat bij de losse albums minder sterk opvalt. Een duidelijk project van Colin Newman met Minimal Compact als begeleidingsband.
Minimal Compact - Creation Is Perfect | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jeffrey Lewis & The Voltage - Bad Wiring (2019) 3,5
30 juli 2020, 19:53 uur
Het is bijzonder te noemen dat de hele indie scene uit de jaren negentig van je bestaan afweet, en je als bevriende muzikant uitnodigen om als voorprogramma mee op tournee te gaan. En ondanks het constante niveau vrijwel verborgen blijft voor de buitenwereld. Dan moet je wel over een heel apart talent beschikken. De in New York wonende Jeffrey Lewis blijft de eeuwige slacker outsider, onzichtbaar als een weerloze luis. Een paar stappen gezellig meeliften, om zich vervolgens weer aan iemand anders te hechten.
Jeffrey Lewis heeft de puurheid van de hardcore punk. Zo compromisloos mogelijk te werk gaan en alle omliggende zaken in eigen hand houden. Zijn iets wat komische manier van zingen past perfect bij de absurde humor waarmee hij zich gortdroog in zijn stripverhalen weet te presenteren. Een antiheld, op handen gedragen door collega’s, terwijl het publiek het lastiger vind om hem te plaatsen. En dan toch, als je tussen de regels doorleest, zit er nog meer dan genoeg maatschappelijke betrokkenheid met de wereld in verscholen. Het is net wat doordachter als wat je in eerste instantie doet vermoeden.
De Do It Yourself houding levert mooie compacte liedjes uit. Een bandnaam is van minder belang, daarmee wisselt hij net zo gemakkelijk als iemand anders van schoeisel. Nu noemt hij zijn begeleiders maar voor het gemak The Voltage, maar dat kan morgen goed weer anders zijn. De laatste drie jaren zijn het drummer Brent Cole en bassist Mem Pahl die deze rol vervullen. Bad Wiring is alweer ruim de twintigste plaat die van deze eigenzinnige artiest is verschenen, en zal ook geruisloos de geschiedenisboeken net niet halen.
Bad Wiring heeft het studentikoze college achtige, waarmee we in de jaren negentig overspoeld werden. Een jeugdige onbezonnen frisheid die normaliteit lastig vast te houden is. Met gemak drenkt hij de punksongs in heerlijk soleerwerk, waarbij het effectenpedaal tot onderaan ingedrukt blijft. Met het dromerige Till Question Marks Are Told wijkt hij wat af van zijn formule, tenminste als je enigszins van een formule kan spreken.
Want dat is een beetje het probleem. Nergens wil het wegzakken, maar ook nergens weet hij echt uit te blinken. Die underdog positie is hem op het lijf geschreven. Het is ook heerlijk om je gewoon goed uit te leven met je hobby, wat sightseeing in bekendere steden, en vervolgens anoniem over straat te lopen. In de avond een concertje, en de volgende dag door reizen naar een andere plaats. Hij zal de druk zeker ervaren hebben bij andere artiesten die wel moeten dealen met naamsbekendheid. Gewoon een beetje heen klooien, wat tekenen, wat muziek opnemen; het zorgeloze bestaan.
Want zo komt het allemaal over. Voornamelijk genieten, maar ondertussen wel in hoog tempo werk afleveren. Zijn cultstatus verzilveren in catchy songs met ruimte voor een mondharmonica en een subtiel orgeltje in Not Supposed to Be Wise en een hoop gitaargerammel. Deze stadscowboy weet met de nodige zelfspot in zijn teksten perfect weer te geven waar hij in het leven staat. Zijn humoristische kijk getuigd van een overschot aan zelfkennis. Misschien dat hij daarom wel het lieverdje in de scene is.
Jeffrey Lewis & The Voltage - Bad Wiring | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Craven Faults - Erratics & Unconformities (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:53 uur
Ergens in Yorkshire staat een verlaten textielfabriek waar vanuit de schemerige nacht onheilspellende geluiden weten te ontsnappen, en zich opdringen aan de stille omgeving. Zo zou een spannende roman zich kunnen ontwikkelen. Hier gaat het echter om het ontstaan van Erratics & Unconformities, het duistere illustratieve synthesizerdebuut van het Britse Craven Faults.
Met het zuigende Vacca Wall weten ze het tegenovergestelde effect te bereiken als het ontslakken van je innerlijke gedachtes. Hoe gruwelijk effectief kan dit elektro gezelschap je op het verkeerde been zetten. Deze ambient klanken nodigen niet uit tot rust maar laten door de opbouw van geluidsgolven juist de dreiging in een complex werkstuk van ruim een kwartier toe. Onderhuids kruipt het steeds dieper je gevoelsgangen binnen.
Het ontwikkeld zich als een Titanic die nietsvermoedend zijn ondergang tegenmoed vaart. In een wereld waarbij het smelten van de ijskappen niet de dreiging is, maar het dieper vrijwel onzichtbare gelegen ijzigheid het grote gevaar vormt. Soundscapes die niet gebruikt worden om de mindfulness te ondersteunen, maar therapeutisch de verschrikking laten herbeleven. Hoe minimalistisch ze zich introduceren zo onheilspellend wordt er vervolgens de diepgang opgezocht.
Deipkier laat je als een sneltrein de reis vervolgen. Al direct wordt er in de gejaagdheid het startsein gegeven. Hier wandel je wel beschermend aan de hand van de componisten hun geschapen droombeeld binnen. Met een magische hypnotiserende opbouw wordt er gewerkt aan een breed scala van sferische, bijna gewichtsloze trance. Futuristische synthesizers uit de vorige eeuw vormen de basis in dit stukje classic minimal dance.
Nog sterker vanuit de dreamhouse ontwikkelt Cupola Smelt Mill zich naar een insomniatische slapeloosheid. De drang om wakker te blijven is een in wording zijnde proces met heerlijk lang uitgerekte drones. De donkere beats bepalen als wegwijzers de aangegeven richting en voorkomen hiermee dat het stuurloos ten onder gaat.
Meer experimenteel gericht verwelkomt de noise van het strakke Slack Sley & Temple de audiovisuele beleving. De muziek roept sterk hallucinerende beelden op en laten deze versmelten tot een ultiem verslavend tripgenot. Gemakshalve wordt er door gekoppeld naar zachte sirene stilte waar alleen plaats is voor de terugkerende dreun die het oorspronkelijke harde werkveld vormt.
Hangingstones gaat bijna sacraal verder. Een klassiek geschoolde kerkelijke orgelsound laat de componerende kwaliteiten van het gezelschap horen. Natuurlijk zijn we al lang overtuigd dat ambient meer is dan wat knoppen op het juiste moment indrukken, ook nu is het vakmanschap overduidelijk aanwezig. Er zit zoveel triestheid verscholen in de track, waarvan je pas bij meerdere luisterbeurten bewust van wordt.
Die somberheid domineert tevens zwaarmoedig in het benauwende Signal Post. Mokerslagen die als het luiden van de Big Ben een verstikkend gevoel oproepen. Een doods ritueel dat de kwetsbaarheid van de eeuwigheid aankondigt. Neurotische terugkerende drones als unheimisch evenwicht.
Erratics & Unconformities is een krachtig uitgebalanceerde tranceplaat, een gevaarlijke cooling-down na een vluchtige lange nacht stappen. De bewustwording in weerbaar elektroland.
Craven Faults - Erratics & Unconformities | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Unknown Known - Drain the Swamp (2019) 3,5
30 juli 2020, 19:53 uur
Het begrip oude rocker wordt vaak toegepast bij excentrieke figuren die er alles voor over hebben om in the picture te staan. Opvallende kledingstijl, heel veel leer, en nog veel meer ego. Joop Nolles is een artiest in hart en nieren, niet te beroerd om zich in te zetten voor andere culturele projecten. Deze amicale houding komt tot uiting in zijn bescheidenheid, waarbij hij het belang van zich achter de schermen presenteren hetzelfde waardeoordeel lijkt te geven als zijn rol op het podium. Zijn jarenlange ervaringen in het wereldje misbruikt hij niet in het eigenbelang, maar vormt de basis in het groepsproces.
De nodige ervaring absorbeert hij als een spons, en perst deze als dank in inspannende zweetdruppels eruit die de vorm krijgen van prettig in het gehoor liggende donkere popliedjes. The Unknown Known is een pure rockband met Nolles als zingende gitarist aan het roer. De duistere klanken zitten voornamelijk verscholen in de zwaardere effectvolle baspartijen van Ernst Cliné en Jan Westveen, die zijn ritmische begeleiding afwisselt met holle oerdrumslagen.
De titel Drain the Swamp vat het mooi samen. Stroperige licht onverteerbare uitwerpsels die het afvoerputje laten verstoppen. Smerige trage songs die gepassioneerd met een idealistische Do It Yourself houding zich weten te openbaren. Na het toegankelijke piano intro van Out Of Season wil al snel het zwaardere geluid het overnemen. Het stof wordt voorzichtig van de instrumenten geblazen door de pakkende gitaarsolo in Sunflower State om over te gaan in het psychedelische Remember Me.
Allemaal de moeite waard, maar ver in de schaduw staande van uitschieter Home on a Monday. Bedrieglijk als zinkend drijfzand die zich als een laat ontfermen door een schitterende Fata Morgana van helderblauw drinkwater in een zompige stoner woestijnsound. Onze eigen desert session die eerder het natuurmonument de Utrechtse Heuvelrug als oorsprong heeft en niet het Palm Desert van Josh Homme. De eigenzinnige weg die de muzikanten hier bewandelen heeft de charme van een heerlijke jamsessie. Maar dan wel eentje die het waard is om de studio te verlaten.
Rise And Fall is een eigen interpretatie van het dromerige gitaargeluid welke gelijk met de grunge in de jaren negentig in opkomst was. Niet bijster origineel, maar wel genoeg eigen om het keurmerk van een geslaagde rocksong toegediend te krijgen. Laat de smaakpolitie van de betere popmuziek de gitaar van Nolle maar gerust met een goedkeurende sticker etiketteren. Hij weet deze liefkozend genoeg te behandelen.
Vanuit het uptempo Lost My Hippie Dream met zijn afwijkende wisselingen en prima vrouwenzang van Mina Homma volgt de diepe echo op het drumstel van Jan Westveen. The Key The Soul is wanhopige treurnis, gevangen in terugkaatsende klanken die de muren van de opnameruimte proberen te ontvluchten. Nog even komt de nineties rock om de hoek kijken bij The Beginning of the End. De lengte camoufleert niet genoeg dat dit een van de mindere albumtracks is, al wil het zuidelijk klinkende gitaarspel aardig wat goed maken.
Het afsluitende Sleep with Angels wil veel meer verrassen. De basis leunt sterk tegen de elektropop aan uit de jaren tachtig. Mooi en gewaagd om dit element nog eventjes toe te voegen. En het werkt ook nog goed! The Unknown Known verdient het om met Drain the Swamp een plek in het landelijke clubcircuit op te eisen.
The Unknown Known - Drain the Swamp | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Deleyaman - Sentinel (2020) 4,5
30 juli 2020, 19:52 uur
Wat is Deleyaman toch een heerlijke compromisloze band. Met Sentinel plaatsen ze je frontaal weer terug in de kleurrijke jaren tachtig op een kleurloos zolderkamertje. Terwijl de zonnestralen de kou bestrijden krijg je dat weemoedige zwartgallige gevoel welke in die tijd domineerde. En wees eens eerlijk, wie verlangt er niet af en toe terug naar die openlijke kwetsbaarheid, waarbij de enige vertrouwde vriend de pen is, klaar om voor jou je gevoelens op papier te zetten.
De van oorsprong Griekse Aret Madilian mag er als multi instrumentalist de gefilterde warmte aan toevoegen. Dat zijn roots in dit muzikale tijdperk liggen is overduidelijk hoorbaar. Niet vreemd als je nagaat dat hij in 1981 al debuteerde in de synthpopband Vogue om vervolgens in 1983 een doorstart te maken in het veredelde postpunk solo project Wog.
Bij het Franstalige Exil introduceert Aret al direct zijn medecompagnon en tevens broer Gerard Madilian, die de adembenemende rouwende klanken uit de duduk tevoorschijn tovert. Met dit Armeens blaasinstrument komt een soortgelijke triestheid voort die ook uit de hobo opgeroepen kan worden. De mooie zachte stem van de Franse Beatrice Valantin vormt een ander belangrijk element van Deleyaman. Voor de overige subtiele invulling is Guillaume Leprevost met zijn fraaie dwalend sferisch gitaarwerk verantwoordelijk. Het is een avontuurlijke multiculturele ervaring, die je in alle rust moet ondergaan en ervaren.
De gitaar mag lekker glijden in het berustende Become, waarbij Aret met donkere vaderlijke vocalen zich voegt bij Beatrice. Alsof ze in duo zang voorzichtig de wereld toespreken in een berustend slaapliedje. Met het vioolspel van Mădălina Drouvin Obreja in Keep The Light wordt er een folk intro neergezet, waar al snel de ritmesectie in de vorm van drum en bas overheen walst. Dit vraagt veel van de zangeres, die er een donker evenwicht aan toe weet te voegen. Veel dieper zoekt ze naar haar sprookjesachtige vocale mogelijkheden. Is het zichzelf open stellen? Of is het simpelweg de aanpak die de songsmid van haar vraagt? Ik neig naar dat laatste, op deze achtste plaat zullen de muzikanten elkaar ondertussen als trouwe vrienden aanvoelen.
De combinatie van afwisselende zangpartijen tussen man en vrouw in combinatie met wereldse instrumenten doet sterk aan Dead Can Dance denken. Zeker als daar nog een duister gothic sfeertje aan gekoppeld wordt. Niet vreemd dat beide bands met elkaar bevriend zijn, en behalve de toetsenist Jules Maxwell ook frontman Brendan Perry hier een bijdrage vervult, al is het nu als veelzijdige instrumentist. Ondanks de kwetsbaarheid van Beatrice Valantin in het breekbare De Roses Vermeilles staat ze nog mijlenver verwijderd van de onaardse zangkunsten van Lisa Gerrard. De dromerige engelenstem van Beatrice wordt in alles overschaduwt door die goddelijke ervaring, welke met magie de denkbeeldige hemelpoort weet open te breken.
Het is mooi om te ervaren hoe beschavingsbelevingen zich weten te vinden in The Valley. Op treffende wijze stoppen Aret en Beatrice genoeg vaderlandse roots in hun voordracht. Juist deze diverse accent verschillen geven er een brede natuurlijke kijk op. De voertaal is dan wel Engels, je hoort overduidelijk dat er een andere tongval aan ten grondslag ligt. Het is een sensueel liefdesspel waarbij de passie nog extra opgezweept wordt door de exotische instrumentenkeuze van Perry die er als een opgewonden hartslag doorheen wandelt.
Met de nodige psychedelica laat Still Waters een ander retro geluid horen, al is de weg naar een mysterieuze woestijnsound niet eens zo heel ver weg. Deer on the Run doet vreemd genoeg muzikaal wat Frans aan, terwijl het hier vooral Arat is die die openbare chansonachtige triestheid weet te verpakken in een door treurnis omgeven poëtisch prachtspel.
Dan is de slide gitaar in Slaves zo vertrouwd als een moeder die voorzichtig haar kind ontwaakt voor een ontbijt. In alle andere gevallen zou je juist hierdoor verrast worden, hier is het zelfs wat gewoontjes. Sentinel wordt verder namelijk als een bloeddorstige vampier gevoed door een zorgvuldig gepland overschot aan verrassende wendingen, waardoor deze ultieme sfeerverandering niet eens meer opvalt. Ongelofelijk hoe dit album al zo snel zo’n vertrouwd gevoel weet op te roepen. Prachtplaat!
Deleyaman - Sentinel | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bombay Bicycle Club - Everything Else Has Gone Wrong (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:52 uur
Door het heerlijke voorjaarsgevoel wat Everything Else Has Gone Wrong oproept, krijg je in eerste instantie de indruk dat Bombay Bicycle Club de nieuwe plaat net een paar maanden te vroeg lanceert. Echter voor de band zelf is dit uiteraard het meest geschikte moment. Hoe passend is het om na een stilte van vijf jaar juist in januari jezelf met voltooid materiaal aan het publiek te openbaren. Een nieuwe start, een nieuwe lente.
Op eerder werk dreigden de Londenaren in hun enthousiasme ten onder te gaan in een dicht gemetseld bombastische geluid. Al is dit wel kenmerkend en typerend voor de band. Het heeft de drukte en opgewondenheid van een veel biedende Oosterse bazaar, waarbij de zintuigen overprikkeld raken door alle vele indrukken om je heen.
Get Up trapt af met een swingende inleiding. Alsof de band beland is in een rokerige jazzclub uit de jaren twintig, waar al dansend volop van het leven genoten wordt. Met buikdans ritmes wordt daar het kenmerkende stukje typerende Bombay Bicycle Club aan toegevoegd. Nog steeds worden je hersenen overladen met een breed scala aan ideeën, al wordt hier de dosering passend in gangbaarheid afgeremd. Helaas komt deze geslaagde combinatie verder niet meer terug.
Er is veel meer ruimte voor postpunk gitaren en baspartijen die het gejaagde van de snellere beats in de juiste banen leiden. Die retro jaren tachtig basis domineert op een prettige manier. Het commerciële aspect hoor je terug in de springerige discotracks. De indierockers willen als Twenty Four Hour Party People de dansvloer veroveren en de tijden van The Haçienda nachtclub herbeleven. Daar slagen ze op wonderbaarlijke wijze treffend in.
Toch krijg ik nog steeds de indruk dat de band aan een sprintwedstrijd is begonnen. Als ze de lengte van 42 minuten hadden uitgebreid naar ruim drie kwartier, had het net wat meer lucht gekregen. Nog steeds is het net zo flitsend als passerende neonreclame in een bruisende metropool, het tempo zit nog aan de hoge kant waardoor het lastiger is om volledig te genieten. Bij het dromerige titelstuk Everything Else Has Gone Wrong lijken ze wel het evenwicht te bewaken, al groeit ook dit uit tot een standje teveel.
Er gebeurd zoveel op de plaat, waardoor de tracks verzwolgen worden door goed bedoelde vrolijkheid. Heel gewaagd om de softe folky inslag in te ruilen voor die van energieke elektro hippies, toch komt het nog steeds niet in de buurt van persoonlijk hoogtepunt Flaws waarbij er een mooi intiem klein sfeertje werd neer gezet. Het is wachten tot het afsluitende Racing Stripes waar het besef van bezinning wel de overhand neemt.
De afwezigheid van vijf jaar heeft niet geleid tot verrassende nieuwe invalshoeken, maar stagneert bij het geluid van voorganger So Long, See You Tomorrow. Dat er nu gekozen is voor meer balans heeft wel tot gevolg dat dit avontuurlijke meer naar de achtergrond is verdwenen, daarvoor krijg je wel een portie aan gedoseerde frisheid voor terug. Geen verkeerde plaat, het is allemaal niet baanbrekend, wel lekker in het gehoor liggend.
Bombay Bicycle Club - Everything Else Has Gone Wrong | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:52 uur
Eric D. Johnson hielp ons afgelopen jaar de zomer door met de warme popplaat Gold Past Life van Fruit Bats. Nu zet hij zijn zinnen op de laatste maanden van deze vlakke winter. Hoe groot kan het contrast zijn. Bonny Light Horseman is een samenwerkingsverband met de folk zangeres Anaïs Mitchell en muzikale duizendpoot Josh Kaufman. Die laatste is vooral achter de schermen actief als toevoegende gitarist bij tig van bevriende indie folk collega’s. Ook nu is hij vooral in begeleidende en producerende rol te horen, en richt men de aandacht voornamelijk op het mooie stemgeluid van Anaïs Mitchell en de heldere zang van Eric D. Johnson.
Bonny Light Horseman is een mooi project geworden waarbij de artiesten tot in de puntjes laten horen waartoe ze in staan zijn. Het zit zelfs zo erg tegen de perfectie aan dat het te koste lijkt te gaan van het daadwerkelijke genot wat je onder de muzikanten graag terug hoort. Doordat je weet waar de artiesten toe in staat zijn, mis je een stukje puurheid en geloofwaardigheid. Het heeft echter wel nog genoeg eigenheid om te kunnen spreken van een waardig debuut.
Met het ingetogen titelstuk Bonny Light Horseman mag Anaïs Mitchell al direct binnen de uitgezette lijntjes haar vocale intensiviteit toepassen. Heerlijk hoe ze daarbij zelfs haar kleurrijke stem ook net buiten die sfeervolle schetsen laat gelden. Hierdoor heeft het net die eigen spontaniteit, en komt het een stuk eerlijker over. Heel even is daar de ruimte voor die bepalende saxofoon van Michael Lewis, om het vervolgens weer naar haar toe te trekken.
Omdat de basis drie-eenheid het gitaarspel zo goed beheerst verloopt de overgang naar Deep In Love erg soepel. Ook hierbij wordt daar vanuit de track opgebouwd. De microfoon wordt door geschoven naar Eric D. Johnson, waarna de zangeres hem op de achtergrond ondersteund. The Roving laat wat meer variatie toe, en wil met de stoffige drumpartijen en meer sprankelende akkoorden de helderheid in de stem van Anaïs Mitchell beter tot haar recht laten komen.
Toch is het net wat te vaak risicoloos en tegen het druilerige aan. Ook de country in Jane Jane wil ondanks de ritmische versnelling allemaal net te clean overkomen. Dat Eric D. Johnson in staat is om pakkende popliedjes te maken is bekend, maar zijn geschoolde achtergrond levert wel een te stabiele prettig voort wiegende song af.
De uitdaging hoor je veel sterker terug in het prachtige Blackwaterside, waar de twee hoofdzangers elkaar tot een bijna onevenaarbare hoogte opdrijven. Geweldig hoe het hier vocaal allemaal als een puzzel in elkaar valt. Dit zijn de momenten waarbij de magie alle mindere momenten doet vergeten.
Het dromerige ruis loze intro van Magpie’s Nest wil de hele song terugkeren, en ondanks de ontspannen ritmesectie wil het maar niet tot bloei komen. Die armoede wordt verder weg gemoffeld in prima eenzijdige gitaarpartijen. De climax waartoe gewerkt wordt eindigt in een terug getrokken fade out. Eric D. Johnson is ook een tikkeltje te voorzichtig met de mondharmonica in Lowlands, hij had hem best wel mogen laten huilen, of juist liefkozend beminnend aan het werk laten zetten.
Ook het hierop aansluitende Mountain Rain staat duidelijk op een zoutloos dieet. Over de samenzang in Bright Morning Stars is krampachtig teveel nagedacht. Dan maar weer de aandacht richten op Anaïs Mitchell, die overduidelijk de beste zangkwaliteiten bezit. Ze mag 10,000 Miles dragen, en laat ook Eric D. Johnson zijn partijen inzingen, netjes volgens het regel na regel uitgewerkte kladpapiertje.
Er is helemaal niks verkeerds op te merken aan Bonny Light Horseman. Geen schoonheidsfoutjes of andere kleine misstappen, waardoor het sterieler overkomt als de gemiddelde operatiekamer in een ziekenhuis. Iets meer gedurfdheid zou een interessantere plaat opleveren.
Bonny Light Horseman - Bonny Light Horseman | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy (2020) 4,5
30 juli 2020, 19:51 uur
Als je jezelf een beetje verdiept in de persoon Sarah Mary Chadwick is het niet zo lastig te verklaren waar ze haar trieste voordracht vandaan haalt. Als lievelingetje van de postgrunge doemband Batrider weet ze al de nodige indruk te maken met het negatief geschepte zelfbeeld. Nu ze de band niet meer naast zich heeft staan durft ze zichzelf al zes albums lang kwetsbaarder en naakter op te stellen. Het beschermende oorverdovende schild is als een last van haar afgevallen, en daaronder openbaart zich een mottige nachtvlinder die schuchter als het daglicht verdwenen is haar cocon verlaat.
Deze uit Melbourne afkomstige zangeres is een pessimist, maar wel eentje die de nodige ironie aan haar tragiek weet toe te voegen. Gehard door het leven verwoord ze zichzelf in zwartgallige smartlappen waar de innerlijke pijn van af druipt. Please Daddy laat zich luisteren als een persoonlijk dagboek waarbij de tranen de bladzijdes bedekken tot een inktzwarte waas. Haar verhalende betoog heeft iets van een sentimentele crooner in zich. Door deze slepende wijze weet ze je in haar pijn mee te trekken.
Het werkt therapeutisch en bevrijdend. De zangeres heeft zoveel breekbare lading in haar stem, waardoor ze de hele tijd het randje van draagbaarheid opzoekt. Hoe ver wil ze de luisteraar mee laten voeren in de diepte van haar verdriet. Als je het toe laat dan ben je getuige van een prachtig beklag van een gekwelde geest die adembenemend mooi haar woorden kracht bijzet. Ze gaat hiermee terug naar de oorsprong van een jammerend klaaglied. Zo rauw, oprecht en puur hoor je een vocaliste zelden.
Ook de muzikale begeleiding is zo klein mogelijk gehouden. Hank Clifton-Williamson weet sierlijk met zijn dwarsfluit de meest melodieuze tonen tevoorschijn te toveren in het melodramatische muziekstukken When Will Death Come en I’m Not Allowed in Heaven. Het is bijna uitvaart waardig wat zich hier afspeelt. Dat de keuze voor het instrument de tracks een vintage seventies gevoel meegeeft wordt versterkt door de emotionele snik in de galmende zang.
Het trompetgeschal van Joel Robertson in combinatie met de pianotoetsen in Please Daddy komen dan een stuk luchtiger over. Mevrouw Chadwick laat zich hierdoor niet afleiden en van de wijs brengen. Nog steeds laat ze geen sprankje hoop toe in haar bijna rouwende overgave. Het dromerige The Heart and Its Double komt wat surrealistisch over waardoor ze zich meer in de rol van observator lijkt te plaatsen.
Ook het shoegazer rockende Let’s Fight mag je gerust een stuk minder serieus nemen. Hierdoor ervaar je wel gelijk dat de zang wat op het randje balanceert. Make Hey is tevens onder deze categorie te plaatsen, al heeft deze veel meer pastorale soul in zich, wat wel weet te overtuigen. Nothing Sticks verraad haar roots, en is zelfs nog zwaarder dan het vergelijkbare werk met Batrider. De onversterkte gitaarakkoorden willen er een kaal stemmig nineties unplugged tintje aan toevoegen.
Bij If I Squint weet ze de soul van Make Hey als in een tranenval samen te smelten met het desolate oproepende gevoel van de eerste twee tracks. De trompet omarmt de treurnis van de dwarsfluit om er gezamenlijk de nodige dimensie aan te koppelen. En Sarah Mary Chadwick doet gewoon voor de zoveelste keer haar ding. Als een geloofsverkondiger wint ze ook nu weer genoeg tere zieltjes.
My Mouth My Cunt is tekstueel een stuk heftiger en shockerender. De begeleiding houdt zich bewust wat afzijdig, al blijft de toon grimmig en zwaarmoedig. Onopgemerkt gaat dit over in het door de trompet opgezette eindconclusie, toepasselijk All Lies genaamd, waar ook die fraaie dwarsfluit weer om de hoek komt kijken. Sarah Mary Chadwick legt met Please Daddy al vroeg in het jaar de lat hoog voor haar vrouwelijke collega’s. Kom hier nog maar eens overheen.
Sarah Mary Chadwick - Please Daddy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Black Lips - Sing... In a World That's Falling Apart (2020) 3,0
30 juli 2020, 19:51 uur
De garagepunkers van Black Lips weten zichzelf vanaf hun gelijknamige debuut uit 2003 steeds weer te overtreffen met een nog vager en groezeliger geluid. Het rammelde allemaal veel meer dan een gemiddeld vergeeld plastic geraamte wat in de hoek van een biologielokaal met brede kunstmatige grimas de beangstigende eerstejaars leerlingen aanstaart. Niet echt het spontane vriendengroepje waarmee je nog na puberende dochter in volste vertrouwen tot diep in de nacht mee laat stappen in een wildvreemde stad.
Met de alles moet kapot, en wel heel snel mentaliteit, sluit je ze het liefste ergens diep in een donkere vochtige grot tussen de hondsdolle vleermuizen op. Met toeziend oog van de gevestigde orde zijn ze met de nodige professionele zorgbegeleiding welkom in het clubcircuit, waar het publiek gewaarschuwd wordt voor plaatselijk oorsuizen en andere mentale verstorende langdurige gevolgen.
De hit gevoelige smooth boy Mark Ronson wordt als troefkaart ingezet om in 2011 van Arabia Mountain een meer toegankelijk geluid uit de jongens te trekken. Na deze mislukte poging, die productioneel wel een sterk album oplevert. Nog een rauwe plaat verder lijkt de rust nu eindelijk aanwezig te zijn op Sing In a World That’s Falling Apart; de negende plaat van dit chaotische gezelschap uit Atlanta. Door het volume en tempo wat omlaag te brengen zit het nog steeds in het verlengde van de ruige punkende rockabilly, maar valt het zowat in de country hoek te plaatsen.
En eigenlijk is het niet zo heel vreemd dat er een totaal ander geluid te horen is. Na de vele personeelswisselingen zijn alleen gitarist Cole Alexander en bassist Jared Swilley over. Doordat deze om beurten hun plek achter de microfoon afstaan, merk je de aanwezige wisselspelers niet eens zo sterk op. Drumbeest Oakley Munson was al op de uit 2017 afkomstige voorganger Satan’s Graffiti or God’s Art? aanwezig, de uit Demon’s Claws afkomstige Jeff Clarke mag vanaf het opnameproces van Sing In a World That’s Falling Apart die extra folky country vibe opbouwen. De eigenzinnige Zumi Rosow blaast sporadisch een deuntje mee op saxofoon, maar is in haar dagelijks leven vooral actief als juwelen ontwerper.
Het is verrassend genoeg geen hard geheel geworden, die aansluit bij het in de jaren zeventig oplevende retro countryrock. Ze gaan veel verder terug naar de pure basis, met voorspelbare saloonakkoorden en uitgewerkt slide pielwerk. Nog steeds zijn ze hierdoor moeilijk serieus te nemen, maar vermakelijk is het allemaal zeker. Ondanks de gezellige kroeguitstraling blijf je op je hoede. Ze zijn nu nog onbetrouwbaarder en onvoorspelbaarder dan in hun ruige jaren. Is dit gemeend hun nieuwe richting, of is het gewoon een tijdelijke gimmick die de lol in het spelen weer moet oproepen.
De sfeer is in ieder geval goed. Dat de zang soms wat Bob Dylan onzuiver over komt is bepalend voor het geheel, maar wil nergens storen. Het heeft die onverschillige onbevangenheid van artiesten die flink aan het bijbeunen zijn als door alcohol geoliede kroegtijgers. Sing In a World That’s Falling Apart is een drastische omschakeling die gemakzucht uitstraalt, en daar ligt de kracht van de huidige The Black Lips.
The Black Lips - Sing in a World That’s Falling Apart | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Wolf Parade - Thin Mind (2020) 4,5
30 juli 2020, 19:49 uur
Het kan raar lopen in de muziek business, zo wordt de ene band vrij snel publiekelijk grootst omarmd, en blijven anderen soortgelijke acts ver op de achtergrond voorzichtig hun fanbase opbouwen. Wolf Parade komt voort uit het culturele broeinest Montreal genaamd, waar Arcade Fire al snel te groot voor de stad wordt, en andere vergelijkbare acts hier sporadisch van mee mogen profiteren.
De Canadezen brengen vanaf debuut Apologies to the Queen Mary uit 2005 hun eerste drie albums telkens na een tussenpose van drie jaar uit. Na een pauze van 7 jaar verschijnt in 2017 gelukkig nieuw werk in de vorm van het meer new wave getinte Cry Cry Cry. Met Thin Mind gaan ze door in die lijn, al richt de nieuwe plaat zich nog sterker op het strakke gekleurde jaren tachtig geluid.
Spencer Krug schept een realistische kijk op een veilige utopische wereld, waar binnen alles in evenwicht lijkt te zijn, maar die in principe ook met een harde hand gecontroleerd wordt. Een soort van George Orwells 1984 2.0, waarbij toevallig ook net als in Julia Take Your Man Home een Julia een sleutelrol vervuld. Of is dit geen toeval, maar laat de tekstschrijver je doelbewust dieper graven in zijn lyrics. De tussentijdse uitstapjes met side project Handsome Furs laat vooral zijn voorliefde voor de electro en industrial horen, die hij steeds meer toe laat in de vernieuwde Wolf Parade.
Je proeft de innige verbondenheid in de songs, hij biedt je tevens de mogelijkheid om dit voor de luisteraar naar eigen beeldvorming verder in te vullen. Een persoonlijke kracht, die hij ook hier weer volledig weet uit te buiten. Under Glass linkt naar een afgeschermd leefgebied, waarbij vrijwel onzichtbaar een kunstmatig reservaat wordt geschept. Geen torenhoge muur, wel streng bewaakt door overkoepelde partijen.
Met dit gegeven in het achterhoofd kan ik ze eenvoudiger plaatsen tussen het onzekere toekomstperspectief die ook in het plastic sterk fluorescerende decennia van vorige eeuw speelde. Vreemd genoeg stond die toen centraal in een hunkering naar een meer welvarende maatschappij. Tegenwoordig staat de oceaan vullende plasticsoep symbool voor de totale vernietiging van het milieu.
Door de snerpende gitaaruitbarstingen van Dan Boeckner en de bonkende beats is de toon weer een stuk harder dan op het vorige werk. Toch willen ze weer niet teveel het confronterende wijzende vingertje opsteken, en met Thin Mind vooral een toegankelijk geluid neer zetten. Daar slagen ze met volle overgave in. Eigenlijk zitten ze hier niet eens zo ver verwijderd van hun startpositie, toen er vanwege het ontbreken van slagwerker Arlen Thompson nog gebruik werd gemaakt van drumcomputer.
Ondanks het grimmige karakter is het allemaal lekker dansbaar. De songs zijn hoekig genoeg om je te triggeren en in beweging te zetten. Al zal de achterliggende gedachte zijn om behalve je benen ook je hersenen te prikkelen. Bij mij werkt het in ieder geval heerlijk aanstekelijk. Het begint allemaal behoorlijk catchy en luchtig, gedurende de plaat komen er steeds meer serieuze lagen en prettig gevormde scheuren in de sound.
Dit is het beste hoorbaar in de verandering van puntige frisse gitaarakkoorden naar een stevigere meer slopende sound uit datzelfde instrument. Het is echter vooral Spencer Krug die steeds dieper graaft naar een overtuigende tegen de rock leunende zang. En wat hoor ik graag die duistere potige kant van de vocalist. Zo verandert het eenvoudig van de new wave disco deuntjes naar een loeizwaar absorberende postpunk beleving, waarbij vooral twijfel en dreigende wanhoop de kernwoorden vormen.
Wat ben ik toch dol op deze ontwikkeling. Wolf Parade laat overduidelijk horen dat ze nog lang niet uitgespeeld zijn, en toe zijn aan een grotere stap. Waar een zinvolle break van zeven jaar toe kan leiden. Wat het vanaf het waanzinnige The Statig Age al laat horen wordt een paar tracks later zelfs nog bijna overtroffen in het in het overweldigende maar oh zo gemoedelijke Wandering Son. Nergens wil het echt deprimeren de winnaarsmentaliteit blijft fier overheersen.
Wolf Parade - Thin Mind | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Isobel Campbell - There Is No Other... (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:49 uur
Het leven van een veelbelovend talent kan soms een onverwachte niet voorspelbare wending krijgen. Met een droomstart als lievelingetje van de Schotse indie scene krijg je vervolgens de mogelijkheid om met een van de mooiste gruizige stemmen van de wereld aan de slag te gaan. Sterker nog, een vruchtbare samenwerking die meerdere prachtige albums zal afleveren. En daarna is er dan die leegte; een hiaat van tien jaar, waarbij je totaal uit het gezichtsveld bent verdwenen.
Dit is kort samengevat de geschiedenis van Isobel Campbell. Als lid van Belle & Sebastian weet ze nadrukkelijk haar stempel te drukken op het zeer geprezen drietal Tigermilk, If You’re Feeling Sinister en The Boy with the Arab Strap. Als ze in 2002 dit gezelschap verlaat, wordt ze na een tweetal soloplaten opgemerkt door Mark Lanegan. Drie albums lang trakteren ze het publiek op de geweldige samensmelting van hun twee stemmen, met Hawk als slotakkoord. Lanegan vervolgt probleemloos zijn muzikale wegen, terwijl Isobel Campbell ten onder dreigt te gaan aan een juridische strijd met haar oude platenlabel.
Ondertussen heeft ze vanwege de liefde het regenachtige Glasgow definitief verruild voor het zonnige Los Angeles. In alle rust en stilte wordt er vanaf 2014 gewerkt aan een folky album dat uiteindelijk nu onder de naam There Is No Other het licht zal zien. Samen met haar partner Chris Szczech zoekt ze in een trektocht door de Verenigde Staten naar de nodige inspiratie. Onderweg sluiten vrienden uit bevriende bands als Teenage Fanclub, Soup Dragons en The Lemonheads en muzikanten/zangers als Father John Misty aan om daarbij hun eigen invulling te geven. There is No Other is hiermee een persoonlijk reisverslag geworden; een zoektocht naar een nieuwe sound.
Dat haar nieuwe woonplaats de inspiratie vormt voor City of Angels mag duidelijk zijn. In geen opzichte wordt hier gerefereerd aan de verlokkingen van het schimmige nachtleven. Campbell lijkt oud en wijs genoeg om niet in deze valkuilen te stappen. Met haar stem roept het eerder beelden op aan het bruisende Hollywood uit de jaren zeventig, met veelbelovende sterren die hun geluk daar opzoeken om een opbouwende carrière te beginnen. Alleen al op dat gebied zijn er meer dan genoeg raakvlakken met deze Schotse zangeres.
There Is No Other is een soort van vintage kampvuurplaat. Dit is nog het meeste voelbaar in het verlaten zonsondergangsfeertje welke tegen het einde geschetst worden in de country getinte afsluiters Counting Fireflies en het meer orkestrale Below Zero. De inspiratie wordt gezocht bij de liedjesschrijvers uit het pre compact disc tijdperk.
Het zijn pure verhalende klein gehouden fladderende songs, waarbij de zangeres nog meer tot haar recht komt dan bij het meesterlijke duo Lanegan & Campbell. Ze bezit nu het vermogen om alleen het geheel te dragen. Natuurlijk krijgt ze voldoende ondersteunende hulp, maar de aandacht wordt voornamelijk door haar eigen geluid opgeëist.
Vrijwel nergens zijn er de raakvlakken met de grijze trieste arbeidersstad Glasgow terug te horen, met als enige uitzondering Runnin’ Down A Dream. De track is net een tikkeltje woester dan de rest. Het gitaarspel leunt tegen de shoegazer sound aan is heeft hierdoor een stoere recht in je gezicht houding. Ondanks het afwijkende karakter blijft het stevig overeind staan en verdient terecht een plekje op de plaat.
Het is allemaal veel groener en ingekleurd. De beleving van de natuur en de inmenging daarvan in het leven staat centraal. Het is net zo open en uitnodigend. Ze schept hiermee wel een perfect vormgegeven wereld neer, en misschien moeten we ook meer op zoek gaan naar de schoonheid daarvan. Het swingende Ant Life en het Oosters ritmische The National Bird of India hebben dat extra vleugje aan sixties psychedelica. Bij Rainbow laten de dromerige xylofoonklanken als een zomerregen het geheel opfrissen.
De meeste magie zit hem in de geweldige vocale uithaal van Campbell bij het slotakkoord van het zwoele soulvolle Twin Peaks achtige Hey World, waar de zangeres je totaal van de stoel blaast. Het lange wachten is de moeite waard geweest met There Is No Other laat deze dame horen dat ze eenvoudig genoeg aansluiting vindt bij haar hedendaagse vrouwelijke collega’s.
Isobel Campbell - There Is No Other | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Barely Autumn - Day Trip to the Petting Zoo (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:49 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Gengahr - Sanctuary (2020) 3,0
30 juli 2020, 19:48 uur
Ergens in de schoolbanken van de Stoke Newington School in de wijk Hackney te Londen moet in 2013 het idee ontstaan zijn om een band te beginnen. Om je dan naar het paars opgezwollen Pokomon karakter Gengahr te vernoemen getuigd van het gegeven dat ze het allemaal niet zo serieus nemen.
Plezier is nog steeds de hoofdmoot, al heeft frontman Felix Bushe de nodige persoonlijke shit een passende plek in zijn leven moeten geven, die wrange nasmaak hoor je minimaal terug in Sanctuary. De kunst om een verwerkingsplaat vooral persoonlijk te houden, en de buitenwereld niet tot bemoeienis te dwingen.
Feit is dat ze met het funkende soulvolle A Dream Outside aardig wat indruk weten te maken en ook opvolger Where Wildness Grows gaat onverstoord door op die dromerige lijn. Sanctuary opent geen nieuwe deuren maar laat net iets meer lichte psychedelica toe, en heeft hierdoor meer raakvlakken met de Britpop uit de jaren negentig. Uiteraard vervangt het niet de disco invloeden, maar kan het voornamelijk gezien worden als een prettige voltooiing en glad strijken van het groepsgeluid.
Everything & More heeft een heerlijk zweverig new wave synthesizer intro welke opgezweept wordt door die pushende beat. Felix Bush laat met zijn hoge kopstemgeluid weer eens horen dat hij met gemak te plaatsen is in de sound van de laatste twee decennia‘s van de vorige eeuw. Dit in combinatie met de scherpe gitaaruithalen vat perfect samen waar Gengahr anno 2020 voor staat. Een betere introductie hadden ze niet kunnen maken.
Dat de band geen Nile Rodgers nodig heeft om een swingende baspartij te produceren bewijzen ze wel met Heavenly Maybe. Blijkbaar heeft de van Bombay Bicycle Club afkomstige Jack Steadman tijdens de afronding van hun laatste plaat Everything Else Has Gone Wrong genoeg tijd over om die geslaagde rol op zich te nemen. Heel passend weet hij te vermijden om er teveel zijn eigen stempel op te drukken, maar leidt hij het opnameproces in de juiste banen. Het is hem in ieder geval goed gelukt om dezelfde bruisende coolness over te brengen.
Het tempo wordt flink opgevoerd in het cyberpunk getinte You’re No Fun waar ook de studentikoze puntigheid van collegebands in verweven zit. Ze verloochenen gelukkig niet de dansbaarheid waarvoor ze ook op de vorige albums garant staan, al is er op Sanctuary meer plek gecreëerd voor stabiliteit en rust. Iets wat de zanger ook duidelijk opzoekt in zijn persoonlijke leven. Helaas lukt het ze simpelweg niet om de aandacht de hele tijd op te eisen.
Gengahr - Sanctuary | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Destroyer - Have We Met (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:48 uur
Dat de uit Vancouver afkomstige Dan Bejar een overactieve workaholic was ligt alweer een periode achter hem. Zijn creatieve vermogen verspreidt hij jaren lang over acts als Swan Lake, Hello, Blue Roses, The New Pornographers en zijn geesteskindje Destroyer. Ondertussen heeft hij een aardige platenkast opgebouwd met releases waar hij aan heeft meegewerkt en doet de artiest het de laatste jaren heel wat rustiger aan. Kwaliteit staat nog steeds ver verheven boven kwantiteit, en met Have Me Met laat hij nogmaals horen dat zijn aandacht ondertussen uitgaat naar het veredelde soloproject Destroyer.
Op Kaputt liet hij zich al duidelijk beïnvloeden door sfeervolle in zichzelf gekeerde white soul uit the eighties, terwijl Poison Season juist een volhardend loyaal georkestreerde ritmische aanpak verdiende. Twee totaal verschillende albums, maar beide oh zo wonderschoon. Zo weet hij zichzelf steeds opnieuw uit te vinden, en neemt het opnameproces ook meer tijd in beslag, na Ken verschijnt nu drie jaar later opvolger Have We Met.
Daarop is duidelijk gekozen om de concentratie vooral op de heldere productie te richten. Hoe Dan Bejar al direct bij Crimson Tide de bas zo vet naar voren in de mix plaatst is heerlijk. Het stroperige slappende baswerk roept herinneringen op naar het strakke new wave tijdperk. De trieste synthesizerklanken hebben dezelfde weemoed als de betere geschoolde Italodisco sound en daar doorheen maakt de gitaar circulerende capriolen als een ware Joint Strike Fighter. Dat het zonder die toevoeging minder klinkt komt bitter naar boven in het stukken kleurlozere It Just Doesn’t Happen. Inderdaad, It Just Doesn’t Happen.
Het avondduistere Kinda Dark laat na het terughoudende begin vervolgens de instrumenten meer ademen en een eigen leven leiden. De vocalen worden verdrongen door het muzikaal Oosters landschap waarop de gitaar stoer paradeert in typerende Keltisch getinte uitbarstingen waar de drums als zoute regendruppels neerploffen. Die ontbreken weer bij het nachtelijke The Television Music Supervisor waarbij de rust van een slaapverwekkend sneeuwbeeld van een overspannen televisiescherm opgeroepen wordt, versierd met spannende geluidscollages.
Niet alles is even sterk, zo valt de kerstballenpop van The Raven als een gesuikerde zoete appel wat zwaar op de maag. Op het softe Cue Synthesizer plagen exotische ritmes de gitaar om gered te worden door de overtuigende bas. De stijgende lijn wordt pas na het saaie zaad dodende University Hill met het titelstuk voortgezet.
Het sfeervolle Have We Met is niet voor niets gekozen als instrumentaal intrigerende sleutelsong. Nog beter dan op de overige tracks komt het weidse gitaarspel tot zijn recht. Dat hij hiermee zich vereenzelvigt met de smaakmakers uit de jaren tachtig mag duidelijk zijn. Zoveel herkenning, maar ook juist net zoveel eigenheid weet het natuurtalent uit de geladen snaren te halen.
Gelukkig laat hij zich niet van de wijs brengen en zoekt hij met The Man in Black’s Blues de kracht van zijn soulplaat Kaputt op. Hier weet hij de geliktheid wel om te smeden tot een perfecte popsong. Zelfs het gerapte tussengedeelte wil niet storen. Met Foolssong wordt er op safe gespeeld, zonder de reddende gitaar zou er weinig van over blijven. Het spannende zoemende einde is er abrupt achter geplakt en voegt ondanks het mysterieuze karakter totaal niks toe.
Zoals verwacht zitten er verschillende pareltjes verborgen in deze gepantserde oester, die zich helaas te weinig opent. Het niveau van de vorige albums wordt zeker bereikt, maar er staan net teveel misstappen op Have We Met.
Destroyer - Have We Met | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
En Attendant Ana - Juillet (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:48 uur
Dat de omgeving ook een grote rol speelt bij een opnameproces is uiteraard een feit, al staat men daar lang niet altijd bij stil. Een studio in een druk bevolkte metropool zal vaak een gejaagder geluid opleveren dan in een afgelegen groot kasteel waar vooral de historische sfeer heel bepalend is. Zo heeft het Franse En Attendant Ana ervoor gekozen om de hoofdstad te verlaten en verder te kijken dan thuisbasis Parijs. Totaal vrij van invloeden van buitenaf wordt de rust opgezocht in Studio Claudio. Landelijk liggend buiten het centrum in het aansluitende platteland wordt er gewerkt aan wat zich zal ontplooien tot Juillet.
De opgefokte vrolijke noisy sound van het uit 2018 afkomstige debuut Lost and Found heeft plaats gemaakt voor een in balans zijnde evenwichtig geluid. Het sprankelende gepolijste Juillet is nog wel behoorlijk uptempo, maar straalt wel een totaal ander soort frisheid uit. En Attendant Ana zit op het grijze grensgebied tussen de punk en new wave. Dat laatste accentueren ze door de aanwezigheid van Camille Fréchou, die de gitaar regelmatig in de hoek plaatst om helemaal los te gaan op de trompet. Het charmante en beleefde van de Franse modecultuur zit er in de vintage zang verweven, al blijft Margaux Bouchaudon zich presenteren als een zelfverzekerde vamp en niet als naïef zuchtmeisje.
De rauwheid is vervangen door een meer opgepoetst geheel, maar de basis blijft nog steeds de rock, al leunt het nu meer tegen de artistieke CBGB scene uit New York aan en heeft veel minder raakvlakken met de potige Britse arbeidersklasse. Het uitgangspunt blijft in ieder geval de jaren zeventig. Ze blijven hiermee erg dicht bij de kern indiepop, een definitie die tegenwoordig te pas en te onpas aan elk beginnend bandje geëtiketteerd wordt. Juillet is een voortreffelijke benaming voor het zomerse gevoel dat deze maand weet op te roepen.
De onbevangen dromerigheid van zonnekoningin Margaux Bouchaudon is hier veel meer op zijn plek en geeft het een flinke shot aan jeugdige onschuld mee. Het is nog steeds zo opwekkend als een met cafeïne gevulde energydrank, maar zeker niet zo zoet dat het glazuur van de tanden springt. De plaat lijkt opgebouwd te zijn rond een terugkerend melodietje, When It Burns is in principe een melancholische versie van Down The Hill met het trompetspel van Camille Fréchou in de hoofdrol. Alleen jammer dat ze net dat tikkeltje zuiverheid mist.
De kans dat Juillet onopgemerkt zal blijven, heeft meer te maken met het tijdstip waarop En Attendant Ana hun nieuwste album lanceert dan met de vruchtbare liedjesbodem waarop ze de songs tot bloei laten komen. Nergens sluit het namelijk aan bij de wispelturige winter waar we ons in bevinden. Anderzijds bereiken ze hiermee al vroeg in het jaar het publiek, en kunnen deze als het festivalseizoen begonnen is de plaat wel woord na woord meezingen.
En Attendant Ana - Juillet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dan Deacon - Mystic Familiar (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:47 uur
Electronica wizzkid Dan Deacon maakt na verschillende artistieke uitstapjes nu een behoorlijke toegankelijke plaat. Mystic Familiar is voor zijn begrippen een publieksvriendelijk geheel geworden, die voldoet aan zijn aan persoonlijke maatstaven met daarin voldoende gewaagdheid. Na het speelse Gliss Riffer van vijf jaar geleden is er een ontwikkeling gaande waarbij hij meer de diepgang lijkt op te zoeken.
Vanuit zijn thuishaven in Baltimore laat hij zijn opdrachten om aangename soundtracks bij films te voltooien eventjes links liggen. Bij de movie soundscapes van het klassiek ambient Rat Film en het duistere licht industriële Time Trial is gekozen voor een fragmentarische spannende aanpak, waar hij zijn zangpartijen thuis heeft gelaten. Waarschijnlijk heeft het een stimulerende wisselwerking, waarbij juist die afwisseling zorgt tot een veelzijdigere kijk op zijn definitieve afrondingen van zijn persoonlijke projecten.
Met een wervelwind aan klassiek geschoolde klanken verwelkomt Dan Deacon je op Mystic Familiar met Become a Mountain. Een voorbij jagende liefdevolle kakofonische geluidsstorm met daaroverheen zwevend de hoge ijle zang van de componist. Met deze single weet hij een paar weken geleden al op indrukwekkende wijze de aandacht op zich te richten. Weer durft hij verder te kijken op zijn elektronische werkveld om ruimte te maken voor nieuwe interessante invalshoeken.
Hypnagogic kenmerkt zich door zijn eigenzinnigheid. Vervormde bliepjes geven als een kunstmatige Schotse doedelzak een aanvulling bij de ruimtelijke atmosfeer die hierbij een meditatieve rust oproept. Gelukkig is de geluidskunstenaar niet helemaal zen met zichzelf, en zit ook Mystic Familair vol met buitengewone wendingen. De waanzinnige overgang naar het voort hakkende Sat by a Tree is geweldig. Ondanks de contrast met het inleidende vorige nummer wil dit op een vitale wijze een heerlijk euforisch gevoel oproepen.
Het vierdelige pittig gevarieerde Arp werkstuk bevat tracks die zich ook los van elkaar staande houden. Met de bombastische elektro noise van Arp I: Wide Eyed gooit hij er een stukje retro bombast doorheen die zo te herleiden valt naar het rond Trevor Horn werkende gezelschap die in de jaren tachtig voor aardig wat opschudding zorgden.
Met gemak schakelt hij over naar robot Krautrock invloeden in Arp II: Float Away. Sporadische klassieke klanken zijn hier het verrassingselement terwijl Arp III: Far from Shore het vooral van de overspannen geknepen saxofoonpartijen en spacende dreamhouse moet hebben. De climax zit hem zoals verwacht in het oorverdovende Arp IV: Any Moment, waar de grens van de geluidsbarrières bijna wordt overtreden.
Vreemd dat Dan Deacon er niet voor gekozen heeft om hiermee af te sluiten en de reis vervolgens voort te zetten met het zwaar overstuurde Weeping Birch wat als een prikkelende Paracetamol reclame een migraine aanval op roept. Veel overtuigende werken de diepe ritmes van Fell Into the Ocean waar zijn nasale psychedelische indiezang de vrije ruimtes perfect opvult.
Het vermogen om kant en klaar popliedjes te schrijven vervolgt hij in het prachtig door stemeffecten versierde My Friend. Zo kun je een vocoder dus ook gebruiken! Bumble Bee Crown King rijdt als een sneltrein over het kaleidoscope Krautrock kleurenpallet netwerk, waar hij in hoog tempo de Autobahn van Kraftwerk voorbij raast. Op Mystic Familiar ontleed Dan Deacon met biologische precisie de elektronica om er iets unieks mee te scheppen.
Dan Deacon - Mystic Familiar | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Homesick - The Big Exercise (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:47 uur
Het is alweer ruim vijf jaar geleden dat ik het Friese The Homesick live beleefd heb als voorprogramma van de grote belofte van dat moment, Rats On Rafts. Het drietal uit Dokkum roept nostalgische herinneringen op naar het VPRO televisieprogramma Jonge Helden, waar ruimte was voor eigenzinnige beginnende artiesten. Nog niet gekneed en gevormd door hongerige platenmaatschappijen die koortsig opzoek waren om de laatste vroegrijpe puist volledig uit te knijpen.
De nieuwe lichting postpunkers gooien er nog de nodige shoegazer en sleazy knipogen naar de Amerikaanse gitaarrock doorheen, en al snel is de release van EP Twst Yr Wrsts in 2014 een feit. Tijdens de weg naar The Big Exercise wordt er nog flink gestoeid met een steviger in galm verdrinkende donkere sound in Youth Hunt, waarmee ze de aandacht weten te trekken van het legendarische Sub Pop. Met een vetgedrukt platencontract in bezit presenteren ze vol trots nu eindelijk het hooggespannen eindresultaat The Big Exercise.
De spontane jeugdigheid is vervangen door een meer volwassen klinkende artistieke creativiteit. Met de zweverige vriendelijke songs presenteren ze zich als het in de schaduw spelende kleinere broertje van de sterk in ontwikkeling zijnde tijdsgenoten die krachtige aardverschuivingen weten te veroorzaken. Het zal die nukkige Friese schuchtere koppigheid zijn, standvastig aan het eigen getrokken plan, waarbij ze zich niks aantrekken van wat er in de wereld gaande is. Eigenschappen die ze mogen koesteren, want het levert een bijzonder geheel op.
Er wordt niet alleen flink gegluurd in de platenkast van een ander. Soms worden er zelfs letterlijk rifjes en melodietjes overgenomen. Alles ten goede komend van het resultaat. Waarom niet met trots de waardering van invloedrijke artiesten verwerken in je plaat, dan er een flinke laag plamuur overheen te gooien waardoor het minder herkenbaar is. Het wiel hoeft niet opnieuw uitgevonden te worden, het belangrijkste is om dit draaiende te houden.
De sixties psychedelica doorweekt in het uptempo Leap Year en in het dromerige troebele What’s in Store waarbij zo simplistisch mogelijk een echt popliedje wordt ingezet. De band bevind zich met het in draf opgenomen Children’s Day op het breekpunt tussen de postpunk en Madchester, waarbij gekozen wordt voor een stevigere noisy variant. Eigenlijk is het best apart dat ze juist op een typisch Amerikaans label deze op en top Europese sound laten horen. Het vertrouwen is in ieder geval groot genoeg om The Homesick deze vrijheid te gunnen.
De funkende vol militaire precisie gespeelde staccato gitaarakkoorden in I Celebrate My Fantasy en het schreeuwerige Male Bonding zorgen voor een gouden opleving van de agressie van seventies postpunk, waar een toegankelijke injecterende swing aan gegeven wordt in het dansbare The Big Exercise. Juist in dit soort tracks komt de strakheid van het zenuwachtige gitaarspel van Jaap van der Velde in combinatie met de galopperende drumpartijen van Erik Woudwijk en de drammende bas van Elias Elgersma het beste tot uiting.
Nu maar hopen dat de hippe Amerikaanse toeristen hierdoor in de toekomst op zoek gaan naar dat kleine koude Friesland in het noorden van Nederland. The Homesick is klaar om voor hun heimwee in therapie te gaan. Ze kunnen zich gerust gaan richten op het buitenland.
The Homesick - The Big Exercise | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
HMLTD - West of Eden (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:47 uur
Nu Groot Brittannië als een roekeloze spookrijder tegen de vastgelegde Europese verdragen in racet laat de een na de andere band hun onvrede over dit besluit horen. Het uit Londen afkomstige HMLTD is het zoveelste treffende voorbeeld. De wereld is aan het afsterven, kapitalisme is het nieuwe modewoord. The West Is Dead.
Na de zware inleidende zinnen gaat het stuur totaal om en wordt er keihard tegen de gevestigde orde in gereden. Met een sfeer die nog het beste te vergelijken is met het naargeestige gevoel wat de cult movie Lost Highway weet op te roepen. Hypnotiserende industrial dansbeats met een overdosering aan verbale onmacht roepen een duisternis op, die vervolgens de sfeer van West of Eden bepaalt.
Op de momenten dat de waanzin lijkt te overheersen wordt er met gemak omgeschakeld naar een soulvolle boyband aanpak. Die schizofrenie zit tekstueel ook verborgen in Loaded, waarbij de meerdere stemmen in het hoofd zich laten weerspiegelen in de muzikale veelzijdigheid. Het is beangstigend hoe Henry Spychalski je laat inmengen in het generatieconflict met zijn ouders over de toekomst van het Verenigde Koninkrijk.
De overwinningsdans in het triomfantelijke instrumentale The Ballad of Calamity James pakt stevig uit in To the Door. Het staat echter verborgen in het schemerige silhouet van het donkere Satan, Luella & I. Een sterk staaltje nachtclub cabaret waarbij je bij de ingang vriendelijk verwelkomt wordt door de rode flikkerende neonletters Adults Only. Dit is het rariteitenkabinet wat de sado machistische elektro acts uit de jaren tachtig met veel moeite wisten te ontvluchten.
Hoe fout wil je het hebben? Met de Top 40 persiflage Mikey’s Song laten ze je op ironische wijze kennis maken met de disco hit machines die in the eighties de een na de andere veelbelovende artiesten vakkundig om zeep helpen. Zo eenvoudig is het om alle bezieling te elimineren tot er alleen maar goedkoop leedvermaak over blijft. De verborgen hulpvraag echoot nog ergens op de achtergrond na, maar is verder nergens meer van belang.
Why wordt begeleid door harde klokslagen die de laatste hartslagen van de Big Ben inluiden. Een mechanische Casio variant staat al klaar om deze te vervangen. De Oosterse zang gaat over in zachtere toegankelijkere strijkers. Alles wordt in werking gesteld om de trots van Londen af te breken tot er alleen maar die simpele vraag over blijft. Waarom?
De gekte neemt het vervolgens definitief over in 149. Tot waanzin gedreven liften we mee met de psychotische gedachtegangen van de woordvoerder. Nog haastiger wordt er geshopt tussen muzikale stijlen en bombast, waardoor je de indruk krijgt dan Henry Spychalski elk deurtje naar zijn hersenen gelijktijdig geopend heeft.
Daarna gaat de zanger in het controlerende vertrouwende Joanna op zoek naar dat stemmetje uit zijn jeugd wat hem weer in balans hoort te brengen. Het ontwikkelt zich tot een spannend hoorspel in het theatrale Where’s Joanna? Met overslaande stem wordt elk stukje houvast gegrepen om te ontaarden in de beangstigende realiteit dat het verleden volledig afgestompt wordt. Duke en James ontladen hun gitaren in catchy funkakkoorden die net dat stukje geliktheid meegeven waardoor het niet te dramatisch eindigt.
Met Death Drive begeven ze zich op gevaarlijk terrein. Ze komen hiermee wel erg dicht in de buurt van de beklemmende Suicide klassieker Frankie Teardrop. Gelukkig explodeert het net op tijd in vette geluidscollages waarmee ze op totaal eigen wijze de Amerikaanse Droom aanvallen. Alsof zich aan de andere kant van de oceaan de oorzaak van al het kwaad bevind.
Met datzelfde gemak worden er elektronische nu-metal invloeden tussen gevoegd in het redelijk toegankelijke Nobody Stays in Love, wat wel het eerste zwaktepunt van West of Eden is. Echt revengeren doen ze niet in het grootst klinkende Blank Slate, wat zeker wel zijn momenten kent in de twistende huiverige begeleiding.
De akoestische klanken van het apocalyptische War Is Looming werken enigszins bevrijdend, ondanks de prachtige tekstlijnen wil het net niet aansluiten bij het krachtige basiselftal. De laatste drie volwaardige nummers zijn prima reserve spelers, maar halen het niveau wel naar beneden. West of Eden bevat verder dus meer dan genoeg uitmuntend materiaal om van een sterk debuut van HMLTD te spreken.
HMLTD - West of Eden | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bambara - Stray (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:46 uur
Al vier albums lang pijnigt het zwaarmoedige illustratieve donkere drietal ons als anti helden uit het hedendaagse Gotham City, New York genaamd. Bambara openbaart zich vanuit de krochten van de zielenpijn, en die zit heel diep verborgen. Veel verder weg gestopt waar een geschoolde therapeut binnen kan dringen. De litteken gevormde wonden die na het duistere postpunk gothic tijdperk zijn geheeld worden vakkundig opnieuw open gereten.
De spaarzame glimpjes zonnestralen die op het twee jaar geleden verschenen Shadow On Everything met veel moeite sporadisch door de modderige brei de oppervlakte nog enigszins weten te verwarmen, ketteren nu hard in het ontstoken hellevuur. Het blijft lastig om dit soort duistere figuren serieus te beoordelen, omdat ze zo overduidelijk gevoed worden door theatrale zwartgalligheid.
Met een sound die zo smerig als stroperige substanties de bloedrode aderen van het zuurstofrijke gedeelte van het verbindingskanaal naar de hersenen laten stagneren hergroepeert Bambara oude vervloekte periodes. Opeens is daar die koortsige hang naar dood en vernietiging weer. Met treurende verhalende songs die zich als suïcidale zelfverminking opdringen.
Ze gaan hierin veel verder dan de oneven wegen die de romantische vleermuismannen bewandelen. Door de verwijzingen naar snelle auto’s in een desolate vervreemdende omgeving mag Stray gezien worden als een keiharde lompe vluchtplaat. Met wanhoop die zich ziekelijk tot escapisme laat leiden.
We leven in een post David Lynch apocalyptische illusierijke wereld waar het kapitalisme als een overkoepelende poppenspeler aan de touwtjes trekt. Steeds strakker wordt deze als een beklemmende strop aangetrokken. Als uitgerangeerde marionetten worden we geprogrammeerd de duisternis in gezogen. De aarde staat in vuur en vlam en Stray nodigt niet echt uit om troost uit te halen. Het zijn vertellingen uit een afgebladderd sprookjesboek, aangetast door het verterende pek wat een verrottingsproces in werking heeft gesteld.
Wat wil je anders verwachten als een kwelgeest zich zo gemakkelijk weet te vermenigvuldigen door de aanwezigheid van de tweeling Bateh met dezelfde morbide hersenspinsels. Bassist William Brookshire helpt drumbeest Blaze in het creëren in een fundamentele ondergrond, waar flarden verdwalende gitaarakkoorden van Reid zijn rauwe ondergrondse zang een spreekveld geven.
De grafstemming wordt al direct ingezet met het klagende Miracle. Het prachtig gevormde muzikale landschap veranderd al snel in een geruïneerd slagveld, waar Brookshire zijn instrument als een gepantserde tank al ronkend op een kale rokende vlakte achter laat. Viool en trompet weerkaatsen tegen de opgebouwde geluidsmuur om het nog een luguber onderbuik gevoel mee te geven.
Dan pas kan het gas er op in het rockende snelheidsmonster Heat Lightning en vanaf dan scheurt het van alle kanten open. Waanzin wekkende teksten worden afgewisseld met engelachtige backing vocalen, verstikkende gitaarecho’s en verketterende duivelse ritme aandrijvingen. Met Stray laat Bambara de van het daglicht afgesloten ingeslapen demonen uit de jaren tachtig ontwaken. Het shockeffect is dan minder hevig als voorheen, de intentie is net zo verrot en zwaarmoedig als een aantal decennia geleden. Een prachtige plaat om je geliefde op Valentijnsdag cadeau te geven.
Bambara - Stray | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lola Marsh - Someday Tomorrow Maybe (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:46 uur
Met een naam als Lola Marsh verwacht je dat er enkel sprake is van een adembenemende mooie singer songwriter, die zich mag voegen aan de vele vrouwelijke namen die de laatste jaren de revue passeren. Dat hierachter van oorsprong een uit het Israëlische Tel Aviv muzikaal partnerschap schuil gaat, verwacht je dan niet direct. Al weet de beeldige zangeres het geheel wel helemaal naar haar hand te zetten. Gitarist Gil Landau ontdekt tijdens een spontaan optreden op een verjaardagsfeestje in 2011 dat goede vriendin Yael Shoshana Cohen in het bezit is van een prachtig stemgeluid. Er ontstaat het vruchtbare idee om hun krachten te bundelen.
Gezeten achter zijn keyboard werkt hij probeersels uit tot heuse songs, waarmee ze zich in 2013 als duo onder de naam Lola Marsh publiekelijk presenteren. Aangevuld met bassist Mati Gilad, gitarist Rami Osservaser en drummer Dekel Dvir wordt vijf jaar lang gewerkt aan Remember Roses. Een prima eerste popplaat, waarbij het eigen geluid nog mijlenver te zoeken is. Feit is wel dat ze hiermee massaal opgepakt werden.
In een hoger tempo wordt er gewerkt aan de opvolger Someday Tomorrow Maybe waarbij er gekozen is voor een sterker country en western gerichte sound. Om in het vervolg wat minder vergeleken te worden met melancholische traag zwoel klinkende zangeressen, gooit Yael Shoshana Cohen haar prettige vocalen op speed, waardoor te toch enigszins onderscheid probeert te maken.
Het is allemaal een stuk minder sober met een opener muzikale omlijsting. Voor de rust wordt er terug gegrepen naar knapperende kale kampvuurliedjes, waarbij het beperkte vocale vermogen van Yael wel opvallen. Als die stem totaal genegeerd wordt blijft er in het kleinere In The Morning een instrumentaal sfeerjuweeltje over.
Echoes is een moedige aftrap waarbij de zangeres opgezweept wordt door heerlijk film noir gitaarspel. De toon is zo Amerikaans, echt nergens meerzijn de moederlijke roots terug te horen. Zelfs aan de gedetailleerde uitspraak is de nodige aandacht besteed. Het is allemaal zo uitgekiend pakkend desert stoffig. Een hele slimme zet omdat ze al vrij snel in de Verenigde Staten opgepakt worden. De naam Lola Marsh wordt al direct gekoppeld aan soundtracks en reclame commercials en hebben ze het geluk om op het geschikte moment de juiste radiostations binnen te wandelen.
Met het swingende Only for a Moment houden ze ook dat opbeurende goede gevoel aan, waarmee ze een natuurlijke switch aan het geluid lijken op te dringen. Toch zijn het vooral de dramatisch voortslepende songs als Give Me Some Time en de prachtige geheimzinnige diepgang van Darkest Hour waar hun kracht ligt.
Dan maar schaamteloos aansluiten bij de verwachtingen van de grote platenmaatschappijen die massaal op zoek zijn naar een nieuwe Lana Del Rey, die met het overdonderend succes de wereld aan haar voeten dwingt. Want dat brengt genoeg geld in het laadje. Het zou niet eerlijk zijn om haar in dit verhaal totaal te negeren als ze als een invloedrijke overkoepelde schaduw een overduidelijke inspiratiebron vormt.
Het zal voor Lola Marsh een hele weg zijn om zich zorgeloos te ontkoppelen van dit stigma. Dit soort ontwikkelingen in de muziekscene hebben we in het verleden ook ervaren in de voortrekkersrollen van tig muzikanten. Hoe mooi is het als collega’s op deze manier de waardering zo voelbaar durven uit te spreken. Someday Tomorrow Maybe is sprankelend en fris, ondanks de gepoogde vernieuwingsdrang schudden ze het imago van de eerste plaat niet van zich af, maar houden ze zich kwalitatief zeker staande.
Lola Marsh - Someday Tomorrow Maybe | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Tame Impala - The Slow Rush (2020) 3,5
30 juli 2020, 19:46 uur
Tame Impala wist iedereen van de wijs te brengen toen ze na het goed ontvangen Lonerism hun psychedelische gitaarsound vervingen door een elektronisch gerichte aanpak. Al was die omschakeling reëel gezien niet eens zo gigantisch groot. De nadruk ligt nog steeds op het hallucinerende effect, alleen is de instrumentatie op Currents totaal veranderd.
De benadering is een stuk toegankelijker, en dat er een hitsingle in de geestverruimende lucht hing was overduidelijk. Die cultklassieker werd geschreven met Let It Happen, welke niet terug te vinden is in de commerciële lijstjes, maar wel door het alternatieve publiek de terechte waardering krijgt.
Voordat je het weet ben je alweer zo’n kleine vijf jaar verder als daar opeens het catchy clubdier Lost in Yesterday verschijnt. Met de heerlijke hoge zang van Kevin Parker en de funky elektronische beats passen ze perfect in die eighties revival die op dit moment heerst. Feitelijk is de aanpassing veel minder groot, maar na de stilte vergeet men al snel dat ze een aantal jaar geleden al verantwoordelijk waren voor dit geluid. Alleen toen was het een stuk vernieuwender, terwijl het nu voornamelijk mainstream is geworden.
Hierdoor wordt er veel verwacht van het nieuwe werk. Er is zelfs een driedeling waarneembaar bij de luisteraars. De die hards die stiekem hopen op de sixties druggy gitaarklanken van het debuut, de hedendaagse ravers die geheel los willen gaan op de meer dansbare Currents periode, en de net verworven luisteraars die vooral nieuwsgierig zijn geworden naar de band achter het lekker groovende Lost in Yesterday. Alle aandacht gaat in ieder geval uit naar The Slow Rush, waarmee al vrij snel in het begin van het jaar een van de grotere releases gepland staat.
De stotterende opstart problemen van One More Year krijgt een aangenaam mellow deephouse behandeling en wordt hier juichend ontvangen. Het onverwachte speelse element is gelukkig nog overduidelijk aanwezig. Die wordt echter bruut verstoord door de retro kopstem in Instant Destiny. Vanaf hier is het wel duidelijk dat Tame Impala niet meer gedistantieerd wil worden met hun eerste platen. Daarvoor in de plaats krijgen we de trage baggy begeleiding in Posthumous Forgiveness. Ook prima, maar zit ik hier echt op te wachten, nee dat niet.
Het is een feest der herkenning, want alles is al eerder gedaan. Helaas ook stukken beter. De veelzijdige kameleon is getransformeerd tot een hitmachine, waarbij de nadruk ligt op de kleurrijke discosound uit de vorige eeuw. Hier wordt duidelijk naar een rendabel pensioen toe gewerkt. De uitspattingen zijn te verwaarlozen, maar met The Slow Rush maken ze hoe dan ook wel een memorabele plaat, waar ieder een mening over heeft.
Wat valt er verder over te zeggen? Een Radler is lekker verfrissend in de zwoele zomerdagen, maar is zeker geen pittig biertje. Die saaie voorspelbaarheid domineert hier ook. Met enkel een paar swingende oplevingen als Is It True en het licht symfonische It Might Be Time red je het niet. Voorzichtig durf ik toch wel te concluderen dat Tame Impala mij aardig teleurgesteld heeft.
Tame Impala - The Slow Rush | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Men - Mercy (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:46 uur
Het New Yorkse The Men is zo’n band die het nodig vind om eerst al hun boosheid van zich af te schreeuwen, om vervolgens zich meer te verdiepen in songs die wel voor de hele familie draagbaar zijn. Hun mix van hardcore industrial met de nodige punkuitspattingen is mooi samengevat op Hated: 2008-2011. Een aangenaam kerstpakket voor gefrustreerde vastgeroeste kantoormedewerkers die opgeslokt worden in de dagelijkse sleur. Thuis de stropdas in een hoek smijtend, en je opladen voor de volgende werkdag.
Ondertussen heeft de band zich al een tijdje ontwikkeld tot een dansbare eigenzinnige electroband, waarbij ze de experimenteerdrift niet uit de weg gaan. Op Drift zijn subtiele verwijzingen naar de funkende postpunk uit begin jaren tachtig verwerkt, welke nog het duidelijkste hoorbaar zijn in de jankende saxofoonpartijen. Vervolgens schakelen ze probleemloos over naar alternatieve country en sfeervolle slowcore waarin zelfs ruimte is vrij gemaakt voor soul. Het energieke is vervangen tot een tegen het saaiheid aanleunende degelijkheid. Toch ben je bij deze onvoorspelbare band reuze nieuwsgierig waarmee ze je nu weer weten te verbazen.
Mercy is hun achtste volwaardige plaat, en laat zich lezen als een nieuw hoofdstuk in hun indrukwekkende catalogus. Het sentimentele Cool Water mag op fragiele wijze de plaat openen. Nog steeds zijn daar die country invloeden, al hebben ze hier een meer weg gemoffelde ondersteunende rol. Dit is de meest pure kwetsbare kant van The Men, waarmee ze bij mij veel meer indruk maken dan met hun vuurspugende punksongs.
Met het in puntjes verwerkte opbouwende Wading In Dirty Water stoppen ze er de nodige seventies rock invloeden in. Langdradige herhalende psychedelische orgelpartijen en huilerige gitaarsolo’s waarmee vroeger bands hun positie veilig stelden in de Top Zoveel Aller Tijden lijstjes. Er wordt ruim tien minuten lang toegewerkt naar die uitbarstende climaxen, die elkaar heerlijk weten op te volgen. Ik sta er toch wel behoorlijk van te kijken dat The Men deze kant in zich heeft. Wat is het een genot om ze zo explosief aan het werk te horen.
Onderuitgezakt kan je hiervan bijkomen in de aarzelende vervelende pianotrack Fallin’ Thru. Het spel klinkt net te veel op beginnersniveau, waardoor het niet echt indruk wil maken. Wat een contrast met het magische gebeuren wat ze bij Wading In Dirty Water produceren. Ze herpakken zichzelf gelukkig in het dromerige gitaargeweld van het breed uitgewerkte Children All Over the World. De foute gitaarsynthesizer uitspattingen roepen een retro hair band rocksound op, inclusief smerig vervormd gitaarspel. Wel allemaal netjes binnen de lijntjes, waardoor je de indruk krijgt dat de mannen van The Men zichzelf niet al te serieus nemen.
De psychedelische surfeffecten in Call the Dr. Laten hun waardering voor de jaren zestig terug horen. Het kenmerkende iets wat duistere spooky gitaarspel trekt hierbij alle aandacht. Een stuk steviger nog hakken ze er op in met de powerpop van Breeze. De jaren negentig waren nog niet gepasseerd, en dat weten ze nu gelijk recht te trekken. Het dromerige Mercy wordt ingekleurd met de doorleefde grafstem van Mark Perro, en mag het geheel weer in evenwicht brengen.
Mercy is vooral een bijzondere plaat, waarbij vooral de veelzijdige geschooldheid van The Men erg opvalt. Met gemak kunnen ze de hele popgeschiedenis aan, en herschrijven deze naar de door de band opgestelde regeltjes. Nergens gaan ze meer volledig buiten hun padje, en dat is misschien wel het meest bijzondere van dit alles. Geen geniale gekte, gewoon geniaal. Toch is het juist die onvoorspelbaarheid die het zo mooi maakt. Dat dit niet altijd even sterke songs oplevert is ze vergeven. Het blijft een bijzondere band.
The Men - Mercy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Somnambulist - Hypermnesiac (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:45 uur
Het in Berlijn gelegerde The Somnambulist weet de duistere kracht van de postpunk, het eigenzinnige wispelturigheid van de jazz en het ritmische freakende van de funk te bundelen in het spannende samenhangende Hypermnesiac. De nachtmerrie achtige omlijsting van het veelbelovende debuut Moda Borderline uit 2010 heeft zich in de loop van tijd ontwikkeld tot een zwaarder veelzijdig geluid. Doordat ze de platen in eigen beheer uitbrengen, en zelf ook verantwoordelijk zijn voor de eindproductie is de inbreng van buitenaf nihil wat absoluut terug te horen is.
De ontvlambare manische gekte heeft baan gemaakt voor controleerbare harmonieën, waarbij het karakteriserende eigen geluid volledig behouden is gebleven. Het is een gemis dat het deze muzikanten niet eerder lukten om zich in the picture te spelen. Ook hier op Written in Music is Hypermnesiac een eerste indrukwekkende kennismaking met het breed georiënteerde drietal, en zijn de vorige drie albums helaas onopgemerkt gepasseerd.
Welkom in de cinematische wereld van The Somnambulist. Als een dagdromende slaapwandelaar wordt je als luisteraar toegelaten in een universum gevuld met onheil en verdoemenis. Het sfeervolle Film balanceert met het theatrale pianospel van Leon Griese op de rand van bombastische melancholie. De dreigende elektronische programmering en de opdringerige gitaar erupties stuwt het langzaamaan steeds dieper de sinistere kant op, waar deze opgevangen worden door jazzy drumgeweld.
Voor dat laatste is ook alleskunner Leon Griese verantwoordelijk. Ondanks dat The Somnambulist met regelmaat in de industriële hoek te vinden is, wordt er bewust gekozen voor levendige pure percussie. Zo weet hij in het strak militair ritmische Doubleflower met gemak om te schakelen naar funkende retro seventies slagwerk. Een aanpak die zijn geschoolde achtergrond verraad, niet vreemd dus dat hij als geluidstechnicus ook grotendeels verantwoordelijk is voor het eindgeluid.
De diversiteit in het bereik van het vocale vermogen van Marco Bianciardi zorgt ervoor dat ook hij zich scherp blijft houden. Zo gooit hij er eenvoudig meer grafstemming in bij het tegen de gothic rock aanleunende industriële dancetrack No Sleep Until Heaven. Het brengt hem niet uit de concentratie om de overige ruimte op te vullen met gillend gitaar gejank. Ondanks zijn neiging om zich al grommend de diepte in te verdwijnen houdt hij zich als een uitgekiende charmeur staande in de songs.
De rol van Thomas Kolarczyk lijkt minder groot, maar zijn moddervette strakke baspartijen zorgen voor een onverwoestbaar fundament waarop heerlijk uitgeleefd kan worden. Juist die combinatie tussen echte basisinstrumenten en de nodige elektronica wil hier zo verbazend goed werken. Het is daardoor een kleine stap om vanuit jazz het werkveld uit te breiden naar de dreampop in No Use For More.
De hysterie van het prettig rommelende At Least One Point at Which It Is Unfathomable wordt voor een moment onderbroken door de spaarzame emotionele voordracht van Marco Bianciardi. Het ontaard in hypnotiserende klanken waarvoor het druk repeterende spel van Thomas Kolarczyk de hoofddader is. Het dromerige Tom’s Still Waiting wordt bruut verstoord door de krachtige uitbarstingen van de slaggitaar en dient als voorstudie van Ten Thousand Miles Longer.
In dat instrumentale huzarenstukje komen alle krachten samen in een universele muziekbeleving. Alsof drie breed geïnteresseerde conservatoriumstudenten de opdracht krijgen om in een overdonderende jamsessie elkaars kwaliteiten te ontdekken. Het meespelende blazerscombo gevormd door saxofonist Marc Doffey en trombonist Jan Landowski vervullen hierin een fraaie gastrol.
Hypermnesiac verdient het niet om onopgemerkt te blijven. The Somnambulist is een verrijking in het onnavolgbare muziek landschap. Doordat ze zich niet laten kortwieken door uitgekiende platenmaatschappijen krijgen ze de mogelijkheid om hun vleugels breed uit te slaan en in zichzelf te blijven geloven.
The Somnambulist - Hypermnesiac | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
G. Love & Special Sauce - The Juice (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:45 uur
G. Love & Special Sauce worden al direct vanaf hun start in 1992 omarmd door de scene uit Philadelphia, en het is dus niet zo verrassend dat ze na het uitbrengen van hun gelijknamige debuut G. Love & Special Sauce ook de mondiale erkenning krijgen. Frontman Garrett Dutton definieert het begrip coolness naar vernieuwende maatstaven en vindt de verwachte aansluiting bij de cross-over acts die de wereld veroverden. De mix van lazy slang hiphop met relaxte new school blues doet het vooral goed op de festivals, en wordt al snel opgevolgd door het nog constantere Coast to Coast Motel.
Ondanks het veelvuldig gebruik maken van andere invloeden wordt het steeds stiller rond het drietal, zo stil zelfs dat er vanaf Love Saves the Day niks meer van het trio vernomen wordt. Nu verschijnt er na vijf jaar uiteindelijk The Juice. G. Love & Special Sauce is terug, en krijgt daarbij hulp van niet misselijke gastmuzikanten. Een aanvulling die in alle opzichten in het voordeel uitvalt. De studio is weer veranderd in een muzikale speeltuin waarbij verschillende vrienden verwelkomd worden. G. Love & Special Sauce heeft dat heerlijke nonchalante behouden waarmee ze naam gemaakt hebben.
Nog steeds is daar Jeffrey Clemens die met zijn slacky drumstijl het ritme aanduidt, en Jim Prescott die lui achter zijn staande bas beheerst zijn spel te gehore brengt. Al direct in het titelstuk The Juice wordt bluesgitarist Marcus King geïntroduceerd, die het duel aan gaat met het alias van Garrett Dutton; G. Love. Deze richt zich vooral op de razendsnelle zangpartijen om tegengas te krijgen door de aangename vrouwelijke backing vocalen.
De indrukwekkende reusachtige verschijning van Roosevelt Collier overtroeft G. Love in zijn coole uitstraling. Hij neemt zittend plaats achter zijn speciaal voor hem ontworpen lap steel gitaar om tegen het einde van SoulBQue die indrukwekkende smerige schurende klanken tevoorschijn te toveren. G. Love laat ondertussen horen dat hij nog steeds een meester is in het blazen en gaat heerlijk los op zijn mondharmonica.
De hoofdrol wordt echter vervuld door Grammy winnaar Keb’ Mo’ , die samen met de band het muzikale fundament bij elkaar schrijft en de productie onder zijn hoede neemt. Daarbuiten zet hij zich bij drie tracks duidelijk in beeld met diepe bluesakkoorden met een funkstaartje. Die rol vervult hij al vrij snel funkend in het soulvolle Go Crazy waarmee hij de hedendaagse gitaarhelden gemakkelijk voorbij streeft. Als stand-in zou hij probleemloos ingezet kunnen worden bij elke van belang zijnde gelikte cross-over band. Een totaal andere geluid weet hij uit zijn gitaar tevoorschijn te halen bij de pure blues van Shine on Moon.
Door zijn samenwerking met de meer in de soulhoek functionerende lap steel gitarist Robert Randolph op Oklahoma is het maar een kleine moeite om deze vriendschap voort te zetten in Birmingham. Voor G. Love is dat uiteraard helemaal genieten als deze twee elkaar vinden, en hij geeft het duo dan ook alle ruimte in deze op de country gebaseerde stevige track.
De smeltkroes aan diversiteit is voornamelijk een feest der herkenning. Overheersend is daar die relaxte beleving van het bruisende stadse avondleven. G. Love eist zijn positie als straatkoning van Philadelphia op indrukwekkende wijze opnieuw op, en is nog steeds groeiende in zijn voordracht. Shake Your Hair is opgepoetste retro swingfunk in een nieuw passend glitterjasje en ook Diggin’ Roots mag niet onvermeld blijven. Ron Artis II is gespecialiseerd in het klein houden van gitaarliedjes, en hier is hij degene die Garrett Dutton op gepaste wijze afremt in deze steady Southern rock song. The Juice zou een mooie voorbede zijn voor een zalige festivalzomer. Helaas verloopt het allemaal anders dan gepland.
G. Love & Special Sauce - The Juice | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lyenn - Adrift (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:45 uur
Nog steeds heeft men de neiging om te veel in hokjes te denken. Hoe lastig blijft het dan om bands die daar zelfverzekerd van afwijken ergens onder te plaatsen. Juist die eigenzinnigheid welke artiesten onderscheiden van de gezamenlijke vastgestelde normen en waarden wordt terug gedrongen tot gemakkelijk te etiketteren genres en sub genres.
In België leeft dat veel minder. De schijt aan de wereld houding leverde T.C. Matic en dEUS al naamsbekendheid op, waar de daarop aansluitende artiesten van profiteerden. De basis wordt, om het toch maar een naam te geven, gevonden in de free jazz. Niet zozeer muzikaal, maar voornamelijk de denkwijze om juist buiten die hokjes te treden staat op de voorgrond.
Dit wordt zeker begrepen in de scene rondom de Queens Of The Stone Age frontman Josh Homme. De Desert Sessions platen zijn veredelde hobby projecten waarbij geobserveerd wordt hoe muzikanten vervolgens een onderschikte rol in zijn imperium kunnen verrichten.
Veelal wordt er gebruik gemaakt van die unieke onbuigzaamheid van de Antwerpse en Brusselse kunstenaarsbolwerken, waar nog steeds genoeg talent te vinden is. Zo is het niet onlogisch dat Mark Lanegan de van Dans Dans bekende bassist Frederic Lyenn Jacques inlijft voor Gargoyle, en hem goedkeurend met extra bagage terug stuurt om te werken aan zijn derde soloplaat.
Adrift is een logisch vervolg op de ingeslagen weg van Slow Healer. De nadruk ligt nog steeds bij de melancholische folksongs, die omgeven worden door een breed scala aan natuurlijke eenvoud in de sobere sfeervolle begeleiding. Hoe bewust is Lyenn of zoek gegaan naar die innerlijke kwetsbaarheid, om deze te vinden in de aardse sirene schoonheid van het mysterieuze IJsland.
De bassist wil niet de geheimen van dit schitterende land verklaren, maar ze wel deel laten nemen in zijn waarneming, als inspirerende reisgids. Het is een mooi schetsboek geworden, waarbij het niet van belang is of de stukken tot in de puntjes uitgewerkt zijn. Vaak is de voorstudie veel interessanter dan het eindresultaat.
Morning Sun laat je als een toeristische indringer ontwaken in een vreemd land. De klemtoon ligt nadrukkelijk op het pianospel en de herhalende drumslagen die als dreigende ijsschotsen steeds dichterbij komen. Wat voor de inheemse bevolking voelt als herkenbaar ritueel krijgt voor buitenstaander een andere dimensie. Gewapend met alleen zijn vertrouwde basgitaar zoekt Lyenn de confrontatie op.
Hoe verwoord je stilte eigenlijk? De aarzeling die Deliverance uitstraalt is nog het beste te vergelijken met wezens die vervroegd ontwaken uit een winterslaap. De sneeuwwitte omgeving wordt voorzichtig in je opgenomen, door middel van instrumenten wordt er gezocht naar een plek om zich te settelen.
Bij Until We Blend is het vertrouwen gewonnen en volgt een weerkaatsing van een lichte vorm van vreugde. Deze vervroegde single mag beschouwd worden als sleuteltrack van Adrift, waarbij de krachtige zang dominant de ruimte opeist.
De ingetogen kilte smelt beetje bij beetje weg vanaf het rondcirkelende Night, waarbij de jazz achtergrond van Frederic Lyenn Jacques overduidelijk terug te horen zijn. De dreiging neemt het over van de song die zich als wispelturige milieu omstandigheden als een verraderlijk schouwspel ontwikkeld. Onheilspellend samenspel tussen de muzikanten kondigt een ontvlambaar dreampop eindakkoord aan.
Met Give In wordt de trombone van Aaron Roche geïntroduceerd, die er als een gevaarlijke sneeuwschuiver doorheen walst. Staggering Heights zal zeker de goedkeuring verdienen van de prominente autochtone muzikanten die succesvol buiten IJsland naam gemaakt hebben. Op indrukwekkende wijze worden de diepste emoties geraakt en ademen ze de koude sprookjeswereld uit die zo kenmerkend is voor het land.
Een sensitiviteit die zijn vervolg krijgt in het vanuit het oer gevoel opbouwende Pedestal waar Frederic zijn volwassen stemkunsten een passende sensuele dromerige laagte mee geeft, die perfect aansluit bij de ingehouden gepassioneerde geïmproviseerde jazzbegeleiding. Wat moet het heerlijk zijn om voor de afwisseling de basgitaar links te laten liggen om je volledig op de piano te concentreren.
Hissing Fire kondigt de terugreis aan naar het bekende thuisfront. De maniakale gekte in de basakkoorden zijn weer aanwezig. Vluchtig werpen ze een dansbare schaduw over het lugubere orgelspel heen van een ruim acht minuten durende passage die in een laatste ademhaling tot stilstand komt.
Een verplichte vakantie naar een onbekende bestemming zou een goede remedie zijn voor vastgelopen muzikanten. De inspiratie die Lyenn weet om te zetten tot wat uiteindelijk Adrift heeft gevormd is daar een treffend voorbeeld van.
Lyenn - Adrift | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
God Damn - God Damn (2020) 3,0
30 juli 2020, 19:44 uur
Het uit Wolverhampton afkomstige God Damn produceert als trio een vuilnisbak gevuld aan teringherrie waar de gemiddelde rockband jaloers op zal zijn. De allesverwoestende wervelwind kondigt gezamenlijk met de volumewijzer code rood aan. Een onvoorspelbare verkeerschaos in het hart van de studio waar de blikschade zich voornamelijk richt op het gehoor.
Gewapend met hard metaal veroorzaken ze een kettingbotsing van geluidsgeweld waarbij ze stuurloos met regelmaat de snelheidsbegrenzers overschrijden. Provocerend plaatsen ze op de albumhoes van God Damn het duivelse Petruskruis gebroederlijk naast het Christelijke Latijnse kruis. Als een religieus Yin Yang teken wordt de link gelegd naar goed en kwaad.
De zuur bijtende dreiging van het zwaarder aangezette werk op de vorige drie albums is een heel stuk terug gedrongen waardoor het allemaal net een tikkeltje toegankelijker is geworden. Nog steeds klinkt Thom Edward als een gekwelde stadscowboy, al onderneemt hij tegenwoordig ook serieuze pogingen om zich als ware vocalist te gedragen. De agressieve grunge baspartijen in Dreamers worden afgewisseld door de passionele emozang van Edwards die er zelfs nog een paar crooner lines tussen stopt.
Het radiovriendelijke High Frequency Words en het daarop aansluitende Hi Ho Zero gaan zelfs nog een stapje verder. Er is ruimte voor de harmonieuze samenzang met James Brown (what’s in a name?), wat wel ten koste gaat van de geloofwaardigheid van de band. Met het indrukwekkende krullend permanent van drummer Ash Weaver passen ze dan ook muzikaal gezien meer tussen de jaren tachtig hairbands. Een verschuiving waarbij de nadruk op dat specifieke tijdsbeeld wordt gelegd. De seventies getinte glamrock van Whip Goes the Crack wil daar prima op aansluiten.
Gelukkig hebben ze het nog steeds niet verleerd. Bovenal overheerst de explosieve TNT mentaliteit waarmee het te korte lontje van God Damn ontstoken is. De oerschreeuw van Thom Edward wil als een wild gevangen beest ontsnappen in de uitloop van We Are One. Gevolgd door de strak functionerende Ash Weaver die zich als een geoliede vleesverwerkersmachine in de ronde slaat op het korte Palm of Sand.
Het wil vervolgens behoorlijk instorten in een paar kunstmatige anabole spierballenrock tracks om uiteindelijk pas bij het laatste nummer doeltreffend wraak te nemen. Alle ingehouden woede en frustraties worden therapeutisch verwerkt in het maar doorzagende Satellite Prongs. Totaal ontremd gaat het drietal los in een epische smeekbede die zelfs na het eindsignaal nog minutenlang blijft nadreunen. De instrumenten zijn tot bloedens toe kapot gespeeld, waardoor het logisch is dat er vervolgens geen song meer uit te persen valt.
God Damn - God Damn | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Real Estate - The Main Thing (2020) 3,0
30 juli 2020, 19:44 uur
Eigenlijk weet je al lang wat je bij een nieuwe plaat van Real Estate kan verwachten. Ze staan al vanaf hun tweede album Days garant voor zomerse brandende Factor 50 indie toppertjes, en die formule is bij lange na nog niet uitgewerkt. Zo weet ook The Main Thing weer die hunkering naar een overschot aan zonnestralen op te roepen.
Het verschil tussen de nieuwe koers en de oude richting is dat het accent van gitaar verschoven is naar het totale sfeerplaatje. Vreemd eigenlijk, want nadat Matt Mondanile de groep verliet na de succesvolle doorbraak periode met Atlas werd er een voortreffelijke vervanger gevonden in Julian Lynch. Zijn stijl heeft veel meer zijn oorsprong in de dromerige New Wave van de jaren tachtig.
Sterker nog is de zang van Martin Courtney naar voren gebracht in de mix, een rol die ook bassist Alex Bleeker krijgt toegedeeld. Hierdoor staan ze echt naast de gitaarpartijen die als muzikale watergolven zich veel meer in hun element voelen. Het brengt een nieuw soort verfrissing aan, waardoor het allemaal net wat strakker in elkaar geweven zit.
Daarmee weten ze vooral in het begin van Friday veel indruk te maken. Toch is The Main Thing voornamelijk een luie plaat geworden, een tikkeltje te relaxed allemaal. Een overschot aan ultraviolette straling kan schade aanrichten voor de mentale gezondheid, en misschien zelfs de drang om te inspireren uitschakelen.
Hoe meer je het ultieme harmonische gevoel weet te bereiken, hoe groter het risico is dat het te veilig over komt. De zang is zo totaal in balans, waardoor er geen spanning meer in terug te vinden is. Real Estate maakt met The Main Thing strandmuziek voor surfers die liggend aan de kuststrook uitrusten. Dagdromend aan het genieten van de omgeving, waarbij de wijzers van de tijd door de zandkorrels vast gelopen zijn.
Soms is daar nog die sepia glans aanwezig zoals in het sixties psychedelische Also A But of de retro postpunk in het dromerige Gone, die doet terug verlangen naar het drie jaar geleden verschenen In Mind. Dat er nu meer elementen white soul in verwerkt zitten, maakt het geheel veel gladder en uitgekiender.
Het is dus moeilijk te beoordelen of Real Estate nu het punt van perfectie heeft bereikt, of dat ze juist aan het indutten zijn. Er valt niks negatiefs op te merken, maar ergens wil het ook niet meer pakken. Het is een lange zomervakantie waar geen einde aan lijkt te komen. En wat ben je dan stiekem blij als die sleur voorbij is, en je weer gewoon aan de dagelijkse gang van zaken kan beginnen.
Het begint er steeds meer op te lijken dat inspiratiebron Brooklyn een saaie omgeving is geworden. Laat de band voor de afwisseling een hitteseizoen in Los Angeles doorbrengen, en daar ook het nachtleven induiken. De lichtere toon wordt hier in ieder geval minder goed ontvangen.
Real Estate - The Main Thing | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Peggy Sue - Vices (2020) 3,0
30 juli 2020, 19:43 uur
Met het onverwachte overlijden van gitaarheld Buddy Holly op 3 februari 1959 ging ook de muziek een beetje dood. Ook Richie Valens en J.P. “The Big Bopper” Richardson overleefden het fatale vliegtuigongeluk niet. Vrouwpersoon Peggy Sue groeit al snel uit tot mythische waarde. Deze hit van Buddy Holly vormt genoeg inspiratiebronnen voor andere artiesten en er is zelfs een cultmovie naar haar genoemd. Bovenal is het vooral een ode aan de rockmuziek, zoals wij deze nu kennen.
Rosa Slade en Katy Young lenen de naam van deze legendarische figuur, die hier symbool staat voor pure meisjesrock. Hoe mooi en krachtig is het om je te presenteren als een muzikale nazaat van deze bezongen geliefde. Vanuit Brighton is het duo al sinds 2009 actief, en leveren ze in een korte tijd vier voor elkander inruilbare albums af. Vanaf 2014 is het stil rondom twee deze dames en verschijnt nu dan eindelijk de lang verwachte opvolger van Choir of Echoes.
Op Vice duiken ze nog dieper in de gevulde inspiratiebronnen die de alternatieve pop uit de jaren negentig te bieden heeft. Het dromerige onverschillige aspect heeft plaats gemaakt voor helder geproduceerde kristalletjes waarmee ze het randje van de gouden gitaarrock eeuw opzoeken. Want eigenlijk ligt daar ook de roots van de hedendaagse indie beweging. Terwijl de stoerdere emotioneel geladen rockers de zalen onveilig maakten en dagelijks hun werkveld uitbreiden, zaten de studentikoze softe outsiders op hun zolderkamertjes in stilte te broeien op een veilig weerwoord.
Peggy Sue heeft iets liefs en vredigs in zich. Prachtig harmonieus geven de dames antwoord op elkaars samenspel. Want in die samenzang schuilt hun innerlijke kracht. Het is een bevestigend vraaggesprek tussen twee gelijk gestemde zielen, en door die charmante luchtigheid zit er ook iets puberaals in. Nergens wil het echt diepzinnig worden, al is er van speelse kneuterigheid ook geen sprake. Het wil allemaal best wel overtuigen, waarbij een pakkend hoge aaibaarheidsfactor een grote belangrijke rol speelt.
Niet altijd hoeft muziek diepzinnig te zijn. Soms is het al prima als er een soort van charmante luchtigheid in de songs zit, en mag het allemaal verder wat publieksvriendelijk over komen. Peggy Sue brengt relaxte zomerpop met een klein donker randje. Ergens blijf je op de hoede voor die opslokkende zonsverduistering en onvoorspelbare regenbuien.
Buiten de vocalen vallen vooral de slaapliedjes achtige akkoorden op die berustend uit de standje psychedelische Velvet Underground gestemde gitaren tevoorschijn komen. In combinatie met de soms tegen het kinderlijke aanleunende zang geeft het een echt jaren tachtig postpunk tintje. Al staan er ook genoeg verbeeldende tracks op die zich prima uitlenen als ondersteuningsmateriaal voor een road movie soundtrack.
De toon is zo Amerikaans waardoor de indruk gewekt wordt dat men totaal niet gelinkt wil worden aan het Britse thuisland. De overstap naar de Verenigde Staten ligt als een vijandig landsverraad op de loer. En heel eerlijk gezegd, daar zouden ze veel meer tot hun recht komen. Vice is een geoorloofde zonde, een gemeende hunkering naar de eerste rokjesdag.
Peggy Sue - Vices | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cornershop - England Is a Garden (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:43 uur
Als je groot geworden bent in het Verenigd Koninkrijk, betekent dit niet direct dat je daarmee een Europese doorbraak kan forceren en opeisen. Er zijn tal van voorbeelden te noemen van bands die daar de een na de andere Britse chart hit scoren, maar verder onopgemerkt blijven. Anderzijds is het vaak ook het geval dat men gelooft dat je door een catchy hitsingle in het thuisland omarmd wordt, en dat alles wat je daar aanraakt in goud verandert. Wat in de praktijk regelmatig niet zo uitvalt.
Dat Cornershop bestaat uit leden waarvan de ouders een directe Indiase link hebben is goed terug te horen in de sound. Als liefhebbers van het retro sixties geluid lijkt het al snel dat ze beïnvloed zijn door de White Album periode van The Beatles, ook de keuze om Norwegian Wood te coveren, versterkt deze indruk. De band ploetert ondertussen al een paar jaar met minimaal succes door en ook hun derde plaat When I Was Born for the 7th Time wordt min of meer genegeerd.
Alleen thuisklusser Fatboy Slim gelooft er wel in. Terwijl hij in de studio flink zijn platenverzameling aan het uitpluizen is voor inspiratie voor doorbraakalbum You Come A Long Way, Baby, hoort hij schijnbaar de single Brimful of Asha op de radio. Blijkbaar mist hij iets in de uitvoering, maar wil het wel voldoende boeien en inspireren. De track wordt niet ontleed, en als samplers verwerkt op de nieuwe plaat. Het verdient een andere aanpak, de remix is daarmee een feit.
Hier begint het kortstondige succesverhaal van deze uit Wolverhampton afkomstige indierockers. Hun Indiase roots worden er heerlijk in verwerkt, waardoor het een jaar later dat sprankelend zomers vervolg krijgt. De clubs in veel door Britten bezochte vakantiegebieden nemen het op in de setlist, waarna het laat in de avond ladderzat meegebruld wordt. Vervolgens wordt het na Handcream for a Generation met daarop de prima single Lessons Learned From Rocky I to Rocky III heel stil rondom Cornershop. De band geloofde er wel nog in, en brengt nog vier aanstekelijke platen uit, al is het vuurtje ondertussen gedoofd tot een klein vlammetje. Geruisloos verdwijnen ze in 2015 van het toneel.
En dan is er toch wel totaal onverwachts opeens de achtste langspeelplaat England Is A Garden. De retro sixties sound is weer helemaal terug. Wilden ze voorheen de Indiase achtergrond nog mengen met psychedelica, nu ligt de nadruk veel sterker op wat zich in die periode in de Verenigde Staten rondom Lou Reed en zijn inruilbare vriendengroep afspeelt. Veel smerig gitaarspel met onverwachte wendingen dus. De luie aanpak verbergt wel regelmatig muziekfragmenten waarbij je in gedachte nagaat waar je dit stuk eerder gehoord hebt. Niet bijster origineel dus, maar het ligt er allemaal zo dik bovenop, waardoor het schaamteloos jatwerk ze vergeven wordt.
Om niet teveel vergelijkingen te treffen met de oplevende Britpop beweging die rond 1990 in opkomst is, voegen ze er met het veelvoudig gebruik van de dwarsfluit genoeg eigens in. Hiermee zetten ze ook een grote stap in de jaren zeventig, welke nog sterker tot zijn recht komt in de Marc Bolan-achtige glamrockers No Rock Save in Roll en I’m a Wooden Soldier. Meer dan terecht dus dat ze die eerste track als single droppen. Ook de reggae beleefde toen de grote doorbraak, en zit passend verwerkt in Everywhere That Wog Army Roam.
Ze zullen wel altijd die eendagsvlieg blijven welke Norman Cook netjes aan punaises door de vleugeltjes heen ingelijst heeft op zijn studiomuur. England Is a Garden is een lekkere plaat, maar bevat niet die gedroomde opvolger van Brimful of Asha.
Cornershop - England Is a Garden | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rebecca Foon - Waxing Moon (2020) 4,0
30 juli 2020, 19:42 uur
Bij de naam Rebecca Foon ging er nou niet direct een lichtje bij mij branden, al is haar werk wel bij een groot alternatief publiek bekend. Ze is namelijk een van de smaakmakers binnen het A Silver Mt. Zion collectief, waarbij ze de alles verwoestende postpunk tegengas geeft met haar dreigende liefkozende cello begeleiding. Het is natuurlijk magisch om je zo op de kaart te zetten. Net als de mede bandleden heeft ze meer dan genoeg kwaliteiten in huis die er om vragen om juist ook die andere zachtere kant van haar te presenteren.
Dat doet ze dan ook in het met Bruce Cawdron opgezette Esmerine. Klassiek filmisch van vormgeving met hier en daar nog die breed uitweidende postrock beleving. De toon is klassiek filmisch met de nadruk op de duistere cineastische kant. De verstilde avant-garde is een stuk lichter op A Common Truth, die als Saltland het daglicht mag aanschouwen. Hier zijn het de vocalen die ze uitgebreid het woord laat voeren, en kan gerust gezien worden als een veredelde solo plaat.
Bij het onder haar eigen naam uitgebrachte Waxing Moon is weer veel meer sprake van een groepsalbum. Gebruik makende van vrienden uit de bruisende Montreal scene die allang naam hebben gemaakt bij Arcade Fire, Godspeed You! Black Emperor en The Besnard Lakes. Patrick Watson laat hun stemmen passend samensmelten in het herfstkleurende duet Vessels. Dit zegt zoveel meer over Rebecca Foon, die blijkbaar net zo geliefd is bij collega’s om haar muzikale bijdrages als om haar sterke persoonlijkheid.
Waxing Moon is een liefdesverklaring aan de stervende aarde. Rebecca Foon, gaat op zoek naar de kern van de wereld om deze te helen. Hoe dichter ze bij de basis komt, hoe wranger haar maatschappijkritische voordracht. De instrumentale passages laten al direct vanaf New World in de vorm van gekwetste natuur de eeuwig beschadigde leegte horen als de mensheid er niet meer is.
De vanzelfsprekende kalmte in de sensueel hese vocalen van Rebecca Foon presenteren zich als de ziel van Moeder Aarde. Als observator plaatst ze zichzelf als verlengstuk tussen de organische muziek en diepgaande teksten. Steeds vaker vervult de strijkstok van de cello de rol van een belerende aanwijsstok.
De momenten dat de zangkwaliteiten omarmt worden door de fraaie begeleidende muziek hebben de mooiste klankkleuren. De opbeurende drive van het betere Arcade Fire werk is terug te horen in de gitaar akkoorden van het statige Wide Open Eyes. Met de ambient new age passages zoekt ze haar leermeesters in grootheden als David Sylvian en Mark Hollis. Personen die zich als kluizenaars uit de popmuziek terug trokken, om ruimte te maken voor een meer spirituele inslag. Waar ze uiteindelijk het bandsgeluid voor opofferden.
De rust in de vrouwelijke vocalen geeft het geheel een Keltisch dreampop randje mee. De treurende violen in This Is Our Lives passen hier wonderbaarlijk goed tussen. Het verlangen naar mythes en legendes die zich diep in het groen afspelen wordt hiermee opgeroepen. De donkere schaduw van de alles vernietigende mensheid die door middel van machines het woongebied der sprookjes opslokt en uitspuwt in versnipperend zaagsel. Klaar om door de wind meegenomen te worden en te verdwijnen in het niets.
Waxing Moon gaat veel verder als wollige uitgetreden hippies die als kapitalistische New Agers het woud intrekken om tegen bomen te praten. Waxing Moon is juist een aanklacht tegen deze milieu beweging, die toelaten dat de door hun zo geliefde bebossing zo drastisch aan het verdwijnen is.
Rebecca Foon - Waxing Moon | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Saxophones - Eternity Bay (2020) 3,5
30 juli 2020, 18:10 uur
The Saxophones is geen ruig jazzcombo, dat vanuit de zelfkant van het bestaan overleeft door hun geld bij elkaar te scharrelen in duistere clubs en dit vervolgens direct consumeert. Het is een uit Oakland afkomstig echtpaar dat folky melancholica weet op te frissen met bruisende oldschool surfklanken. Regelmaat staat centraal in hun leven, waarbij ze het maken van muziek combineren met het opvoeden van twee jonge kinderen. Diep in de nacht doorfeesten is er niet bij.
Jazzstudent Alexi Erenkov raakt zwaar teleurgesteld door de beperkte mogelijkheden die de studie hem oplevert. Juist dat vrijgevochten karakter waar de scene om bekend staat vind hij niet terug in de voorgeprogrammeerde lessen. Zo tegendraads als een goede muzikant hoort te zijn, kiest hij voor zijn eigen pad. Zelfs bij doodlopende wegen is het een uitdaging om toch een doorgang te vinden en je verder te ontwikkelen.
Tijdens deze individuele verkenningstocht krijgt hij vertrouwd bekend gezelschap van zijn vrouw Alison Alderdice, die aardig met de drumstokken overweg kan. Songs of the Saxophones verschijnt in rond de geboorte van hun eerste afstammeling in 2018, en nu de opvolger Eternity Bay uitkomt, loopt Alison Alderdice alweer hoogzwanger rond, en verwacht het duo opnieuw een baby. Hoe lang dit patroon zich zal doorzetten is niet duidelijk. Het grappige hieraan is dat artiesten een nieuw album vaak beschouwen als een eigen kindje. Hier valt het samen.
Eternity Bay is heel wat sprankelender dan het veelbelovende debuut. De weemoedige jazzy klaagzang van Alexi Erenkov krijgt voldoende tegengas door de lichtere orkestrale instrumentatie. Al direct bij de aftrap van Lamplighter zijn daar die warme saxofoonklanken. Geheel in eighties soulstijl vervullen ze hun rol in de dromerige door de jaren vijftig geïnspireerde donkere filmmuziek. Ondanks het zomerse karakter van de plaat staat het kustgebied Oakland niet echt bekend als de meest zonnige omgeving van Californië die hier wel domineert.
De zwaarmoedig zingende Alexi Erenkov is misplaatst in deze zwoele softere omgeving, al heeft het ook iets therapeutisch. Alsof hij gedwongen wordt om de veilige eenzaamheid te verlaten en naar buiten te treden om verplicht de nodige zonnestralen op te vangen. Het is een prachtig tijdsbeeld voor neerslachtige binnenvetters die de winter zat zijn en verlangen naar het voorjaar. De nostalgie van die heimwee naar vroeger wordt ook opgeroepen door de symboliserende albumhoes. De onschuld van de afsluitende badpakken voordat deze vervangen werden door ondeugende weinig verhullende bikini’s.
Daar vanuit verplaatst het retrogevoel zich naar de vergeelde jaren zeventig polaroid fotoboeken. Waar in de loop der jaren alle glans en kleur uit verdwenen is, en vervangen is door een sepia nicotinebruine gelaagdheid. Licht ritmisch wordt er wat Zuid-Amerikaanse broeierigheid tussen gevoegd in het lome Anymore en het sterk inheemse Flower Spirit, dat opgesierd wordt met een rustgevend gefloten Oosters intro.
Eternity Bay laat een vertrouwde groei horen, waarbij het ouderschap onbewust jeugdherinneringen lijkt op te roepen. Die kern vormt de basis. De wenteling van het vaderschap zit hem in de beleving. Doordat er bij een geboorte een totaal nieuwe wereld wordt verkend, probeer je als ouder je in te leven in die wonderbaarlijke nieuwe zintuigelijke waarneming.
The Saxophones - Eternity Bay | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Coddiwomple - The Walk & Other Stories (2020) 4,0
30 juli 2020, 18:10 uur
Na dertig jaar lang het podium onveilig gemaakt te hebben als zanger van The Ex, besluit G.W. Sok om zich vanaf 2009 definitief te richten op andere artistieke overspelige kunstuitspattingen. Hij heeft het allemaal wel mee gemaakt. De onvrede vanuit de krakersbeweging tot aan de steeds maar doorgroeiende progressieve ontwikkeling tot een breed maatschappelijk gerichte band, die samenwerkingsverbanden aangaat met unieke muzikanten uit de culturele Afrikaanse wereldmuziek.
Gitarist Olivier Mellano is ook geen misselijke artiest welke tig samenwerkingsverbanden op zijn naam heeft staan, al zal bij menigeen vooral de naam van de van Dead Can Dance afkomstige Brendan Perry bekend in de oren klinken. Het tweetal wordt aangevuld met Nicolas Lafourest, die zich tevens op het gitaarwerk richt. Toch is Coddiwomple; want daar hebben we het hier over, veel meer dan een gewone gitaarband. Sterker nog, het is juist in geen enkel opzicht een gitaarband.
The Walk & Other Stories is voornamelijk gebaseerd op het in 1917 verschenen verhaal Der Spaziergang van de Zwitserse schrijver Robert Walser. Tijdens zijn lange wandeltochten dacht deze spirituele verhalendeler na over de zin van het leven, wat de basis vormt voor veel van zijn vertellingen. De mannen van Coddiwomple bewonderen het werk van deze in 1956 overleden auteur zo sterk, dat ze hem zelfs de rol als vierde bandlid toekennen.
Logisch dus dat er verschillende spoken word passages zijn ingevlochten tussen de begeleidende gitaarakkoorden. G.W. Sok heeft de opgekropte woede uit het verleden al jaren terug een passende plek gegeven en laat zich hier meer van een beheerste kant zien. Zijn voordracht heeft meer weg van een verslaglegging van uitgesproken gebroken woorden van een oude wijze man. En eigenlijk is deze zestiger dat ondertussen ook; een oude wijze man. Al zal zijn status van radicale vooruitstrevende volksheld nooit verloren gaan.
Het eindresultaat heeft een zwaarduistere gloed over zich, die de plaat bewaakt als een evoluerende donderwolk. De geest van cellist Tom Cora dwaalt rond in de verdwaasde door vluchtige strijkers aangevoerde gedocumenteerde prachtstukken. De rauwheid van de straatpunk laat zich prima mengen met de onvoorspelbare psychedelica in een voortdurend vurige klankenpalet. Chaotisch samenzang wordt afgewisseld met klassiek geschoolde arrangementen. Daardoorheen wandelt de eigenwijze puntige gitaar gesymboliseerd als Robert Walser er dwars doorheen.
The Walk & Other Stories laat zich lezen als een op de volwassen luisteraar gericht muzikaal hoorspel en graaft diep in de punkbasis. In verval rakende aftakelende songs. Spookachtige nachtmerries gevoed door decadentie en innerlijke wanhoop. Hoe passend wordt het slotakkoord bereikt door afstervende morsecodes die hulpeloos een stil einde aankondigen. Hoogst waarschijnlijk is dit het trieste toekomstbeeld wat Walser wenste op te roepen. Ja, er is leven na The Ex, maar echt rooskleurig is het niet. Gelukkig maar!
Coddiwomple - The Walk & Other Stories | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Riki - Riki (2020) 4,0
30 juli 2020, 18:09 uur
Wat zal Niff Nawor tevreden zijn geweest toen ze het eerste vinyl exemplaar van Riki in handen had. De hoes staat namelijk zo symbool voor de jaren tachtig sound die er op de plaat terug te horen is. Het gothic lettertype, de bijna versluierde haardracht, het accent op de felle make-up, echt aan alles is er gedacht. Met dit romantiserende postpunk beeld wordt er gelinkt naar de glansjaren uit the eighties, waarbij het mythische verhalende het zwart accentueerde met opvallende paarse pasteltinten.
Dat er ondergronds een levendige postpunk scene in Los Angeles in opmars is, was vorig jaar al duidelijk merkbaar toen Andrew Clinco vrij snel achter elkaar twee belangrijke platen lanceerde. Het duistere Vr Sex werd een paar weken later gevolgd door het lichtvoetige Drab Majesty. Het tevens onder de hoede van platenlabel Dais staande Riki gaat nog meer die commerciële kant op. Niff Nawor schud hardhandig het luide deathrock verleden van Crimson Scarlet van zich af en verruilt de stevige synthesizer begeleiding voor een meer dromerige sound.
Het is verbazingwekkend hoe gemakkelijk donkere dreampop te mixen is met bombastische discoklanken, en dat dit huwelijk zelfs stand houdt. Strohmann is de stap uit het duister, het felle licht omarmend. Dorothy Gale en de vogelverschrikker als de onschuld, terwijl de tovenaar van Oz er alles aan doet om vanachter zijn elektronische toetsenbord er voldoende mechanische onheil in te stoppen.
Het kinderlijke Napoleon wordt vorm gegeven door introbliepjes die zo uit een Japanse retro animatiefilm gestolen kunnen zijn. Wat is het heerlijk dat er door die beperkte mogelijkheden van een oude keyboard voornamelijk treurnis te produceren is, gemotoriseerd door kille drumbeats. Het is stiekem allemaal behoorlijk fout, maar wat hou ik hiervan.
Wel is het jammer dat de maxi singles hun marktaandeel verloren hebben, en de overheersende streaming media zich niet meer richten op uitgewerkte langere versies. Dan is alleen maar de toevoeging Body Mix bij Böse Lügen een rebelse daad. Het verlangen naar het jeugdsentiment van de 12-inch.
De stevige roots zitten oppervlakkig verborgen in het bewegelijke Earth Song, welke door de lieve zanglijnen aansluiting zoeken tot de deugdelijke New Wave en die ook terug te vinden zijn in het Electric Body Music onderdompelende Monumental. Deze diverse uitspattingen ontbreken verder, waardoor het avontuurlijke, want dat is er zeker, ondersneeuwt raakt door voorzichtige windvlagen die helaas niet tot een muzikale lawine leiden.
Riki is een beknopte boeklezing uit de jaren tachtig. Een voltooide studie die een buitenstaander inzicht geeft in een verloren gaande generatie die door middel van een gecreëerde sprookjeswereld zich staande hield in de verhardende maatschappij. Dansen totdat je er bij neervalt.
Riki - Riki | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Driftwood - Only Fighters Left Behind (2020) 4,5
30 juli 2020, 18:09 uur
Stel je eens voor dat je een architect de mogelijkheid biedt om de songstructuur opnieuw te arrangeren volgens zijn eigen inzicht. Dat zijn bouwkundige denkwijze los gelaten wordt op een brokstuk muziek, welke gekneed wordt tot een eigen hoekige compositie. Hoe zou dat proces in zijn werk gaan, en wat zou het resultaat hiervan zijn?
Sam De Bock volgde zijn architectuurstudie in de Sint Lucas Hogeschool te Gent, waarbij de nadruk ligt op het kunstzinnige karakter. Midden in de nacht ervoer hij dat zijn ruimtelijke inzicht zich niet laat intomen tot het enkel gebruik maken van vaste materialen. Sfeer wordt tevens gecreëerd door de invulling van ruimtes, waarbij het muzikale klankenspel ook een overheersende rol kan spelen. Voorzichtig gaat hij met dit gegeven ergens in 2016 aan het werk, wat uiteindelijk resulteert in Driftwood.
Driftwood is ondertussen uitgegroeid tot een driemansproject, een visualisatie waarbij de ideeën van De Bock met hulp van Patricia Vanneste en Sam Pieter Janssens tot uitvoering worden gebracht. Patricia Vanneste heeft als violiste aan de basis gestaan van Balthazar, en mede door haar toedracht de band groot zien worden. Sam Pieter Janssens ontdekte zijn multitalent tijdens zijn klassieke gitaar en drum scholing en vulde deze door middel van zelfstudie aan met basgitaar en toetsen. Via het veelzijdige And Then Came Fall laat hij in de nawinter van 2018 van zich horen.
Only Fighters Left Behind is een spannend hoorspel welke zich laat ontkiemen vanuit de triphop. De eigenzinnige typerende Belgische aanpak voegt er tevens genoeg elementen van de vanuit daar altijd in ontwikkeling zijnde jazz gemeenschap doorheen. Dit resulteert in nachtelijke clubduisternis, gemarkeerd met tegendraadse zwaar pulserende ritmesectie in het gitzwarte Red Line Love. De neurotische bas ergert zich lichtelijk aan de schelle blikken percussie, en gooit er nukkig zijn lage noten doorheen. De zang van Sam De Bock zit op het randje ochtendhumeur, en heeft behoefte aan een flinke kop zwarte koffie, met heel veel suiker.
De ingehuurde strijkers van het Cordette Quartet mogen zich uitleven op het instrumentale Prologue. Met het opeisen van de lazy vocalen door Patricia Vanneste in The Raven, werpt ze er direct een diepe laag sensualiteit overheen. Voor de instrumentatie voelt dit aan als een ontspannen voortgang. De benauwende verstikkende deklaag wordt opgeschud tot een warme luchtige deken. Geschoolde klassieke achtergrond van Sam Pieter Janssens komt sterk tot ontwikkeling in het door hitsige percussie aangestuurde No Shadowplay. De coldwave die De Bock al fluisterend in zijn lyrics en voordracht stopt, worden wijselijk ondersteund door de moederlijke backings van Patricia Vanneste.
Bij het krachtige ingetogen Avalon beperkt De Bock zich tot het pianospel en mag Vanneste het verbaal alleen oplossen. Iets wat ze trouwens met gemak aankan. De triphop wordt eventjes verlaten om een kijkje te nemen bij de ambient structuur van het prachtige Lavaland, al loert ze goedkeurend toe als De Bock weer emotioneel geladen toeslaat. Framework laat verdwaalde klanken horen die Vanneste niet tot woorden weet om te buigen, maar waarmee de treurnis van het Cordette Quartet wel raad mee weet.
Ridge Fight gaat helemaal terug naar de opkomst van de Belgische scene van rond het begin van de jaren tachtig. Catchy gitaarrock met funky begeleiding. Driftwood weet dit gehaaid samen te laten smelten met de nog succesvollere tweede lichting die vanaf halverwege de jaren negentig tot bloei komt. Toch is het voornamelijk de souplesse in de herhalende zang van De Bock en Vanneste die het tot een song maakt. Tegendraadse roffels vormen de onregelmatige hartslag van het positief stemmige Lovers of a Different Kind, waarbij de zang overgaat in een meer commercieel geluid.
De jazzy trompetspeler wordt ontkooid in Whiplash, wat ontaard in een zwaar georkestreerde passage welke met de nodige middelen terug gedrongen wordt tot een overzichtelijk geheel. Sweet Messiah zoekt haar oorsprong in de psychedelische elektronische dreampop. Vervolgens wandelt deze verder in een speelveld vol met rustgevende soundscapes. Na een korte stilte word je verrast door het instrumentale slotakkoord. In perfectie sluit Only Fighters Left Behind het ademloos af. Beter kan je jezelf niet introduceren; prachtplaat!
Driftwood - Only Fighters Left Behind | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mint Julep - Stray Fantasies (2020) 3,0
30 juli 2020, 18:09 uur
Wat is het lekker genieten op een terrasje met achter je de rode brandende avondgloed, en voor je op tafel een heerlijk geserveerde Mint Julep cocktail. De overheersende pepermuntsmaak geeft die bourbon net dat pittige karakter en vervaagt de alcohol in je hoofd. Een teveel kan nooit goed zijn, want voordat je het in de gaten hebt zit je de dag daarna opgescheept met een fikse kater. Niet zozeer het prettigste gezelschap om de dag te beginnen, zeker niet als deze ook nog een fikse dreun uitdeelt die de hele tijd na zal galmen.
Het uit Portland afkomstige duo Mint Julep loopt ook het risico om in herhaling te vervallen. Het liefdesstel leefde de vorige drie albums te lang op een roze wolk, en zweeft daardoor ver boven de realiteit uit. De kwetsbaarheid op het persoonlijke Stray Fantasies wordt gekenmerkt door lichte scheurtjes in de relatie, en is niet meer eenvoudig te camoufleren in de lieve dromerige voordracht van Hollie Kennif.
Het is een pijnlijk maar mooi gegeven dat dit soort crisissen over het algemeen vaak goede platen oplevert. Zeker als de partner in crime tevens in het dagelijkse leven de rol van echtgenoot uitvoert. De good feel van weleer heeft een flinke verdovende klap gekregen. De vet kickende beat stompt wat meer van zich af, en ook Hollie lijkt zich wat vaker op deze planeet te bevinden, en niet tien centimeter daar boven.
De ambient omlijsting van Keith Kenniff is verdwenen en opgegaan in een meer eighties onderdompelende new wave georiënteerde sound. De onderliggende wanhoop laat zich het beste stileren naar het beeld van wat men jaren geleden al had. De dreiging van de Koude Oorlog, en het stilaan verzuren van het milieu geeft die verbittering het beste weer. Rotzooi die opgeruimd moet worden, om het allemaal overzichtelijker te presenteren.
Het zijn de tempoversnellingen en subtiele gitaarflarden die het verschil maken. Mint Julep is net te voorzichtig hierin, en had best wat minder ingetogen mogen uitpakken. Het werkt namelijk prima, de avontuurlijke jungle bigbeats van het prettige afwijkende Escape en het gelijkwaardige Vakaras bewijzen dat wel.
Stray Fantasies is hunkering naar onderliggend verraad. Blinded gaat vanuit de fel schijnende zonnestralen richting het in gedachten blind staren in een relatie. De tekortkomingen worden pas opgemerkt als de ondergaande zon een verduisterende schaduw over het leven werpt. Het zijn net die kleine speldenprikken die van binnenuit zeer doen. De wanorde in titelstuk Stray Fantasies drijft met in echo’s vervagende vocalen steeds verder af van die houvast.
Toch wordt die twijfel weg genomen door hoop, die de opverende gemoedstoestand mag metgezellen in deze wedloop van het leven. Links haalt het positivisme de neerslachtigheid in, om al strevend als winnaar de eindlijn te passeren. Wat is het fijn om te weten dat er uit een keyboard niet alleen maar kille klanken tevoorschijn komen. Het ruimtelijke beminnende geluidsschilderij White Noise laat de gekleurde sound ademen om zich in te mengen met de harde diepgang die sensueel ritmisch de toon aangeeft. Er is zicht op een harmonieuze toekomst, al mag die best wat minder licht verteerbaar zijn.
Met dit op het netvlies is het eenvoudig in te haken op het sterke Iteration. De gemiste elementen laten zich nu wel aan het oppervlak vertonen, nogmaals een bevestiging dat er veel meer in heeft gezeten.
Mint Julep - Stray Fantasies | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Alex Ebert - I Vs I (2020) 3,0
30 juli 2020, 18:08 uur
Een goede reclamecampagne met een sterke ondersteunende track levert met regelmaat ook een hitsucces op voor de uitvoerende artiest. Het pakkende deuntje is herkenbaar genoeg, en blijft wel hangen. Toch gaat er bij de naam Edward Sharpe and the Magnetic Zeros niet snel een belletje rinkelen.
Home weet iedereen wel te plaatsen, maar waar deze de oorsprong heeft, blijft een lastiger gegeven. De melodie heeft een plek verworven in ons collectieve geheugen, en ikzelf ben verbaasd dat het alweer ruim acht jaar geleden is, dat deze geïntroduceerd werd. Het folky Edward Sharpe and the Magnetic Zeros komt voort uit de explosieve powerrock van Ima Robot. Orpheo McCord en Alex Ebert besluiten om die manische energie op een zijspoor te zetten, en zich te richten op het meer evenwichtige vervolg.
Gelukkig blijf je in de vocalen van Alex Ebert dat licht gestoorde psychedelische randje door horen. Na in een grijs verleden onder de naam Alexander een meer sixties bubblegum getinte popplaat en een spannende retroseventies soundtrack voor All Is Lost uitgebracht te hebben, komt de uit Los Angeles afkomstige duizendpoot nu met een gloednieuw album, die hij voor het gemak onder zijn eigen naam laat verschijnen.
Geef een doorgeflipte neohippie een vintage synthesizer met een overschot aan effectenmogelijkheden, en je komt aardig in de buurt van I Vs I. Kitscherige kerstbaldeuntjes worden afgewisseld door met kopstem gezongen soulfunk, retro glitterdisco en kinderlijke hiphopgekte. Verbaal gezien vallen zijn beperkingen sterk op, al is het ook wel passend op de plaat. Hoe meer er vanuit de kern van een kale popsong gewerkt wordt, hoe beter het tot uiting komt.
Het catchy Stronger heeft alles in zich om grootschalig publiekelijk omarmd te worden. Een oorwurm met een eenvoudig refreintje, vorm gegeven door een open muzikaal raamwerk. Kwaliteiten die hij ook weet te gebruiken in het droog door funkende Fluid en de swingbeat van Her Love. Al komen die vooral vanwege de pure geïmproviseerde saxofoonpartijen prima tot hun recht. De zomerse dub in Press Play heeft iets strijdlustigs in zich, waarmee hij op relaxte wijze I Vs I uitluidt.
Al fluitend, stuntelend en rappend werkt hij zich door het overige songmateriaal heen, al gaat het hem zeker niet gemakkelijk af. Alex Ebert bewandelt hierdoor een lastige weg omgeven door hindernissen. Het is hem zeker gelukt om zich te onderscheiden van andere artiesten, maar moet daar nog de juiste balans in vinden.
De eigenzinnigheid werkt nog niet in zijn voordeel. De onnavolgbare uitspattingen verdoezelen net te vaak het talent van Alex Ebert. Hij functioneert in een onduidelijke schemerwereld waarvan hij alleen de passende sleutel blijkt te bezitten. I Vs I bezit dat speelse van een blije puppy, met gebrek aan discipline. Dat moet nog bijgebracht worden. Apport!
Alex Ebert - I Vs I | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kjellvander Tonbruket - Doom Country (2020) 4,5
30 juli 2020, 18:08 uur
Christian Kjellvander is geen onbekende naam bij Written in Music. Deze Zweedse singer songwriter heeft zijn oorsprong in de alt country en folk scene. Na samen met de lo-fi rockers van Loosegoats vanaf 1995 een handvol aan albums uitgebracht te hebben, start hij samen met zijn broer Gustaf in 2000 een nieuw project op, Songs of Soil genaamd. De band heeft een kort bestaan, en na het enige wapenfeit The Painted Trees of Ghostwood gaat Christian Kjellvander definitief alleen verder.
Het duurt eventjes, maar begin 2011 wordt zijn vierde soloplaat The Rough And Rynge ook in Nederland opgepikt. De instrumentatie is al donkerder, maar de vocalen doen nog wat dromerig aan. Met nog meer warmte en illustratieve strijkers zoekt hij de toegankelijke hoek op, al blijft de aandacht van het doorleefde platteland op de voorgrond staan. Het beklemmende The Pitcher gaat nog een stap verder, en onthult nog sterker de mystieke kant van de zanger.
Ondertussen wordt deze Scandinavische bard in het thuisland op handen gedragen, en zet hij de kwalitatief hoogstaande productie voort met de herfstplaat A Village: Natural Light. Opvolger Wild Hxmans laat een indrukwekkende omschakeling in het geluid horen. De sfeer is diepzwart duister en de voordracht bezwerend angstig. Christian Kjellvander lijkt zijn definitieve vorm gevonden te hebben, en zoekt aansluiting bij de melancholische grootheden die de aarde bevolken, maar dan komt plotseling het Tonbruket jazzkwartet op zijn pad…
Deze sfeermakers weten dezelfde dreigende kilte neer te zetten met instrumenten die voornamelijk in de country gegrond zijn. Met piano, contrabas, pedal steel gitaar, viool en heftige explosieve psychedelica zetten ze een soort van duivel uitdrijvende basis neer, die perfect aansluit bij de steeds dieper klinkende vocalen van Christian Kjellvander.
De zanger sluit zich in de zomer van 2019 twee dagen lang van de buitenwereld af om schetsmatig te werk te gaan. Met kant en klaar songs, en verder wat teksten en flarden akkoorden nodigt hij eind augustus de muzikanten van Tonbruket bij hem thuis uit, om nogmaals twee dagen lang intensief te werken aan wat zich uiteindelijk zal ontwikkelen tot Doom Country. Welke voor het gemak onder de naam van Kjellvandertonbruket nu het licht zal zien.
Het trieste Yacht In The Fog handelt over een schimmige boottocht tussen vader en zoon. Deze ontmoeting zet zich voort in alles verhullende dichte mist. Tonbruket zet al hun muzikale kwaliteiten in om de rol van het spookschip uit de dragen. De trage bas van Dan Berglund vormt de basis als stroef voortbewegende golven, die zich verraderlijk om het gezelschap ontfermen. De gedragen treurige voordracht van de spreker plaatst zich in de desperate jazzuithoek, waar vanuit de drums van Andreas Werliin al kletterend het water laten weerspiegelen in het dovende avondlicht. In de rol van dolende geesten neemt de klaagzang het uiteindelijk over, om in stilte weg te sterven.
De hoofdrol in Tidal Wave is ondanks de prachtige zang van Christian Kjellvander toch echt weggelegd voor Martin Hederos. Hij laat zijn viool huilen en neemt de positie van het bezongen grafschrift over van de vocalist, die zich in eeuwige rust hierbij neer lijkt te leggen. Het gemis, de eenzaamheid en het vrijlaten staat centraal in het tranendal Loneliest Woman In The World. Een neerslachtig vermoeid klinkende Christian Kjellvander laat het sentiment de vrije loop gaan, met alleen die repeterende instrumentatie die hem hierin vergezelt. Stevig slaan de gitaarakkoorden van Johan Lindström ongecontroleerd om zich heen, om er een tikkeltje chaos in te stoppen.
De tracks blijken alle drie voorstudies te zijn geweest voor het magistrale Normal Behaviour In A Cutting Garden – Parts I, II, III. Sterk verhalend zoekt Christian Kjellvander de rand van het duistere bestaan op in het epische muziekstuk welke ruim twintig minuten lang weet te intrigeren. Een nachtelijke autorit met aan de bestuurderskant het onbedwongen verlangen en op de bijzitterskant de verstikkende wanhoop. De ingehouden stilte in deze lugubere roadsong wordt ruw verstoord door de gedachtegang van de spreker die steeds harder een uitweg zoekt om zich maniakaal te ontplooien. Het is namelijk onduidelijk of de verteller zijn fantasieën over de liftster de vrije loop laat, of dat er daadwerkelijk sprake is van een gepassioneerde liefdesrelatie. En dat maakt het ook zo indrukwekkend en duister. Dit alles omlijst met het klagen van slepende instrumenten die er strak doorheen zagen als getuigende moordwerktuigen.
Kjellvandertonbruket is een droom van een samenwerking die op Doom Country toewerkt naar een verdwaasd nachtmerrieachtig einde, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat de plaat al smekend verlangt naar een vervolg. Nu de lente voorlopig nog op zich laat wachten en men noodgedwongen de tijd binnenshuis doorbrengt, is er meer dan genoeg uren beschikbaar voor deze indrukwekkende soundtrack der onvoorspelbaarheid.
Kjellvandertonbruket – Doom Country | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
New Primals - Horse Girl Energy (2020) 3,5
30 juli 2020, 18:07 uur
De tijd dat de eerste lichting hardcore punkband weet te provoceren ligt alweer mijlenver van het huidige muziekklimaat verwijderd. Wil je hier nog iets eigens aan toevoegen, dan moet je diep in je onvermogen graven en alle daarbij behorende belangen om hiermee daadwerkelijk te scoren opzij zetten. Vanuit deze basis kan er toegewerkt worden tot een pezig stukje muziekchaos, welke zich als een vlezige rottende substantie niet weg laat reinigen.
De baanbrekende voorgangers mogen opgelucht adem halen. Nergens vormt het opeisen van deze geoxideerde plek een gevaar, al aast het uit Minneapolis afkomstige ontvlambare branddriehoek New Primals wel op die toppositie, en laten ze zich niet eenvoudig uit de hardcore boksring slaan. Met een titel die veel weg heeft van een door een overschot aan suiker gevoede energydrink, welke vanwege het overschrijdende gehalte aan cafeïne onder de toonbank verhandeld wordt, presenteren ze hun debuutalbum. Zoals het bij een heuse punkplaat hoort, tikt ook deze plaat netjes binnen de limiet van een half uur af. Met tien verschroeiende puntige tracks als smullend eindresultaat.
Met het pittige Horse Girl Energy gooien ze werkelijk alles in de strijd om je omver te blazen. Met de indrukwekkende felrode albumhoes bewijzen ze al dat ze op oorlogspad zijn, en als een opgehitste stier bloed ruiken. En waar bloed is, is ook pijn voelbaar. New Primals is een allesvernietigende bulldozer die het conflict opzoekt en aanvecht. De blinde woede wordt uitgekermd door een getergde Sam Frederick die zijn vocalen in geen enkel opzicht lijkt te sparen. Het resultaat is een tornado van voorbij vliegende stijlen, waarbij buiten de hardcore de nadruk ligt op standje gehoorbeschadiging noise rock en doordachte versnellingswisselingen van de hoge school mathcore beweging.
Al vanaf het indrukwekkende opbouwende Blood & Water raakt de band verstrikt in een gesponnen web van onvoorspelbare maatwisselingen en onheilspellende krijsende zang, en is het een wonder dat ze hier naar ruim vier minuten uit weet te ontsnappen. Log wordt er roekeloos om zich heen geslagen tot een bijna funk metal dansbaar geheel. Zo ingewikkeld als hier wordt het vervolgens niet meer en met het zichzelf pijnigen met deze voor punkbegrippen lange tracklengte zijn we verder ook van verlost.
Horse Girl Energy is een oververhitte licht aangebrande ovenschotel waarin stukken gedreven ritmische hoekige postpunk vermengd worden met strak gestructureerde beats, smerige grungeriffs en waar zelfs met de titeltrack een vleugje blues als verzachtende kruidenmengsel aan de ingrediënten wordt toegevoegd. Zonder een snelheidslimiet wordt er door de korte songs heen gejaagd met hier en daar een verloren gegane geluidscollage die opgefrist nog prima tot dienst is.
New Primals - Horse Girl Energy | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dave Simonett - Red Tail (2020) 3,5
30 juli 2020, 18:07 uur
Och, was het leven elke dag maar zo mooi en rustgevend als Red Tail van Dave Simonett. In deze onzekere tijden is de behoefte groot om in al het gemak je gedachten te laten vervagen door die heerlijke klanken die hij op zijn soloplaat weet te produceren. Terwijl de wereld rondom je heen dreigt te exploderen, heb jij je persoonlijke moment van stilte. Heel eventjes onthaasten. Revoked is dat warme kopje muntthee, waardoorheen de zalige stroperige stem van Dave Simonett de verfrissende zoete honing vormt.
Zes jaar nadat Razor Pony het licht heeft mogen aanschouwen komt er van deze Trampled By Turtles voorman eindelijk een volwaardige solo album. De Minnesota roots worden sfeervol omgezet in acht tracks die heel sterk het country gevoel uitdragen van het door de Mississippi gevoede natuurgebied. Doordat zijn collega’s van Trampled By Turtles veelal afwezig zijn, ontbreken ook de typerende instrumenten als banjo, viool en mandoline.
Hiervoor in de plaats krijg je een aangename puurheid cadeau, die omgezet wordt in klein gehouden songs, waarbij de nadruk veel sterker op de piano en gitaar gelegd wordt. Al zou It Comes and Goes eenvoudigweg omgezet kunnen worden in een bij die band passende song. Maar het is overduidelijk dat Dave Simonett gekozen heeft voor een persoonlijke aanpak, waarbij hij het dichtste bij de ideeën kan blijven die zich in zijn hoofd gevormd hebben. Petje af voor de verbluffende klanken die hij uit zijn akoestische gitaar weet te toveren.
Nadat hij het verdriet van zijn scheiding al van zich af gezongen heeft op Furnace van zijn andere sideproject Dead Man Winter, is er nu een tijd van luchtigheid aangebroken. De gebroken liefde voor zijn voormalige echtgenoot is omgezet in een universele liefde voor zijn geboortegrond. Vanuit die kern neemt hij de luisteraar mee de bosrijke omgeving van Minnesota in waar ook de studio zich bevind, waar de basis uitgewerkt wordt tot een volwaardige plaat.
Red Tail is een heerlijke folkrock plaat, waar de nodige Americana en country invloeden doorheen sijpelen. Hoe sterk kun je het Amerikaanse plattelandsbestaan samen vatten in melodieuze songs. De mooie behouden vocalen van Dave Simonett geven het net dat extra dromerige laagje sentiment mee, wat zich prima tussen de sfeervolle begeleiding laat nestelen.
Als in een illustratief Bob Ross landschapschilderij voegt Dave Simonett in elk nummer een nieuw element toe, waardoor Red Tail steeds voller klinkt. Zo is het in Pisces, Queen of Hearts de prachtige open pedal steelgitaar die wat lichte getinte lente kleuren in het geheel geeft en de donkere lagen komen onder andere door het regenachtige pianospel in In the Western Wind and the Sunrise. Een slepend hoogtepunt wat je ruim zes minuten lang laat genieten.
Het niemendalletje By the Light of the Moon is hem vergeven en voordat Silhouette ontaard in een vrolijk voorthuppelend deuntje, is daar toch die sterk bepalende karakteriserende typische eighties gitaarsound van Simonett die er zwaar versterkt een rockende wending aan toevoegt. Een soortgelijke twist is tevens voelbaar in de stevige akkoorden die You Belong Right Here versieren.
Met het opgeluchte applaus en gelach bij There’s a Lifeline Deep in the Night Sky bedankt hij zijn vriendengroep, welke het mede mogelijk hebben gemaakt om Red Tail in de juiste banen te leiden. De onbevangen sfeer die met samenzang nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om je samen als eenheid ergens met volle overgave in te storten.
Dave Simonett - Red Tail | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Moaning - Uneasy Laughter (2020) 4,0
30 juli 2020, 18:06 uur
Er heersen onzekere zware tijden in de wereld. Het milieuvraagstuk met de plastiksoep en hevige natuurbranden, escalerende relaties tussen machtige landen en de steeds verdere differentiatie van culturen, en men kan daar nu het vernietigende om zich heen slaande Corona virus aan toevoegen. Een voedingsbodem voor de verontrustende postpunk, die zich openbaart als een oude opengereten wond en al snel nieuwe dolende zieltjes wint.
Zo is deze opleving in broeinest Los Angeles allang ondergronds gaande, en krijgen ze publiekelijk alleen maar steeds meer navolging. Moaning liet die bewuste scene al twee jaar geleden kennis maken met het oorverdovende gelijknamige doemdebuut. Bij Uneasy Laughter verleggen ze het agressieve krassende gitaargeluid naar een lichtere synthesizersound. Met een muzikale omlijsting welke een stuk luchtiger over komt dan de gure herfstlawine die op het eerste album heerst.
Hierdoor kan Sean Solomon zich meer richten op de tekstuele overdracht, en vult Pascal Stevenson de ruimte op met zijn toegankelijke elektronica, nu de frontman zijn gitaarspel een minder prominente rol toedeelt. Het neigt allemaal veel sterker naar de pop gerichte new wave. De romantische hunkering naar een beter leven voert de boventoon.
De galmende zang van Sean Solomon verlaat zijn claustrofobische inlevingsgevoel en staat nog meer oog in oog met de in verval rakende aarde. Het egocentrische karakter heeft plaats gemaakt voor een meer maatschappelijk kritische inkijk. “Narcissism is not empathy”, zoals hij het zelf treffend weet te verwoorden in openingstrack Ego. Een immens contrast met de gedachtegang van twee jaar geleden.
De stoffige gruis die Andrew MacKelvie over zijn opzwepende drumspel weet op te roepen, vormt hierbij de basis voor de mistige klanken die Pascal Stevenson uit de toetsen tevoorschijn weet te toveren. Om niet direct frontaal in het daglicht te verschijnen voegt hij daar de nodige zorgelijke donkere baspartijen aan toe. Nog eventjes is daar die volle klap in het gezicht met het smerige huiveringwekkende gitaarspel van Sean Solomon. De alarmerende onvrede fase kan niet beter geaccentueerd worden.
Doordrenkt in shoegazer en dreampop is het broedgebied nog steeds gitzwart en deprimerend, maar volgt er stapsgewijs wel een voelbare wending die alles aanpakt om het positivisme een kans te geven. Een luchtigheid die dwars tegen het eerdere rauwe pessimistische werk ingaat met zwevend wollig breiwerk en vluchtige verdwalende gitaarakkoorden.
Met militaristische drillende precisie dendert Fall in Love door de speakers. Een evenwichtig sleutelnummer welke de tweedeling van Uneasy Laughter aankondigt. Vanaf nu lijkt de new wave zich met een overduidelijk vaarwel af te splitsen van de postpunk. Het is allemaal stukken aanstekelijker, met heerlijk pompende tracks die de sprankeling opzoeken waar men ook in het Koude Oorlog tijdperk naar verlangde. Veel meer eighties gebonden en dus minder late seventies, zonder afbreuk te doen aan de principiële kernbeginselen.
Het bezwaar op Uneasy Laughter is dat de band zich teveel laat leiden door invloedrijke bands uit de eerste postpunkgolf van rond de introductie in de jaren tachtig, en de herwaardering die zich vooral rond het startpunt van deze eeuw aankondigde. Messcherp wordt de balans tussen beide periodes halverwege de plaat iets te duidelijk benadrukt. Hierdoor missen ze net dat tikkeltje eigenzinnigheid wat ze uniek zou kunnen maken. Buiten dit gegeven leveren ze op muzikaal vlak geen missers af, al is het niet zo overrompelend en urgent als het naar de band genoemde eersteling Moaning.
Moaning - Uneasy Laughter | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Seafret - Most of Us Are Strangers (2020) 3,0
30 juli 2020, 18:06 uur
Gelukkig bestaan ze nog, de kleinschalige talentenjachten die met een gehuurde karaoke set in de plaatselijke kroeg gehouden worden. Gewoon lekker knus allemaal, en spelend voor eigen publiek. Bridlington is een gemiddelde kustplaats, en vormt de basis van waar zanger Jack Sedman en gitarist Harry Draper elkaar ontmoeten. Inderdaad, bij toeval op een geïmproviseerde podium ergens in een achteraf zaaltje op een mooie inspiratierijke avond.
Het is voor de jonge gasten een gedurfde stap om zich al in een vroeg stadium een ingecalculeerde blik te werpen op muziekstad Londen. Daar krijgen ze al vrij snel de kans om op het Sweet Jane label hun debuut Tell Me It’s Real uit te brengen. De plaat blijft echter steken in de onderste regionen van de albumlijsten.
Na een handvol aan minimaal opgepakte singles is de tijd nu rijp om met het tweede volwaardige wapenfeit een prominente plek op die markt te veroveren. Most Of Us Are Strangers richt zich namelijk nog meer op het jonge tienerpubliek. Noodgedwongen brengen ze deze in eigen beheer uit, nu de aandacht van platenmaatschappijen sterk is afgenomen.
Het is allemaal netjes ingekleurd in de uitgestippelde lijntjes, die als een ouderwets retro Margriet breipatroon moeten leiden tot een passend toegankelijk resultaat. Ondanks dat de tracks inruilbaar voor elkaar zijn, klinkt het allemaal wel pakkend genoeg. De sound is kristalhelderder dan de aangrenzende Noordzee van Bridlington, en veroorzaakt nergens veel roering.
Het is als een steen die ver het water ingekeild wordt, en eventjes als cirkels de doelgroep weet uit te breiden, maar al snel weer verstild. Mijn verwachting is dat het hitgevoelige Be My Queen nog naar voren wordt geschoven om mee te scoren. De zoveelste belofte die zich eventjes boven het maaiveld uit plaatst, en vervolgens kort gewiekt wordt.
Aan de kwaliteiten van het duo ligt het niet. Jack Sadman heeft een lekker rauw randje in zijn uithalen, en schakelt met gemak over naar de kopstem. Harry Draper beheerst zijn spel ook ruim voldoende, maar durft het niet aan om flink uit te pakken. Het geluid sluit aan bij de grote namen in de hedendaagse poplijsten, al wordt de bezieling gezocht in hun meest futloze, zeg maar gerust saaie brave periodes.
Het uiterlijk verkoopt, dat is iets waar ook bij Seafret van uit mag worden gegaan. De tracks houden zich prima staande met sprekende tiener romantiek en problematiek in de teksten. Folky pop voor een druilerige zondagochtend, wanneer er besloten wordt om toch maar aanstalten te maken voor de toets die de volgende schooldag op je te wachten staat.
Most Of Us Are Strangers helpt mee om de puberteit te verlichten, maar is nog niet klaar voor het volwassen publiek. Lang leven de Clearasil generatie.
Seafret - Most of Us Are Strangers | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dana Gavanski - Yesterday Is Gone (2020) 3,0
30 juli 2020, 18:06 uur
Taalaccenten leven generatie na generatie voort, dialecten zitten nu eenmaal in de genen opgeslagen. Het strenge Oostblok geluid is verbonden aan de persoon Dana Gavanski. Ondanks dat op haar paspoort het Canadese Vancouver als geboorteplaats staat vermeld kan ze haar Servische roots niet verbergen. Haar stem is rauwer, hoekiger zelfs dan de gemiddelde singer-songwriter, waardoor ze waarschijnlijk onbewust alle aandacht naar zich toe weet te trekken.
Yesterday Is Gone is een bovengemiddelde debuutplaat, die door de vocalen een decadent eighties wave randje meekrijgt, wat hier mooi in het voordeel uitvalt. De geharde achtergrond laten het dromerige aspect overgaan in een bewust realiteitsgevoel.
Door op zoek te gaan naar inspiratie in Servië herontdekte ze haar basis, welke zelfs ruim zestig jaar terug in de tijd gaat. Zwaar onder de indruk van de in het geheugen opgenomen traditionele kroegsongs, besluit ze om door middel van zanglessen die culturele achtergrond op te roepen, te begrijpen en te plaatsen.
Nog sterker komt de drang naar boven om hiermee bij thuiskomst aan de slag te gaan, waarbij ook de presentatie van hedendaagse Westerse artiesten een prominente rol vervullen. Helden die haar mede gevormd hebben en die ze op eigen wijze eert, zonder over te gaan in imitatiegedrag.
Mike Lindsay heeft in zijn producersrol uitgebreid nagedacht over hoe de vertellingen het beste vorm kunnen krijgen. Een mooi gegeven dat hij een jonge artiest zo netjes begeleidt, wetende dat er dit jaar nog nieuwe albums van Tunng en zijn andere project Lump gereleased worden en in de afrondfase verkeren.
De elektronische lagen die hij in het folk geluid van zijn bands weet te plaatsen, verwerkt hij ook nu op een plaat die verder ingekleurd wordt door de organische piano begeleiding van Aaron Hoffman, de soepelheid van het drumspel van Evan Cartwright en de losjes gespeelde baspartijen van Charles James.
Eigenlijk staat het in sterk contrast met de natuurlijke strakheid die Dana bezit. Vaak wil de fragiliteit van een zangeres gevoed worden door de directheid van de instrumentatie, hier werkt het juist andersom. Het grote voordeel daarvan is dat er nergens gepoogd wordt om oneffenheden weg te poetsen, waardoor het dichter bij de kern blijft. En toch als ze dit concept geheel los laat levert het interessante songs op.
Bij het in duisternis gedoopte Everything That Bleeds staat ze zelfverzekerd en fier overeind. Het meer door Velvet Underground geïnspireerde stevig rockende Trouble weerspiegelt de aarzeling in haar vocalen. Het is net wat onwennig en buiten haar comfortzone tredend. De versterkte experimenteerdrift van Lindsay wordt aangevuld met bevreemdende bliepjes en andere eigenaardigheden, maar maken het net te onzeker.
Het is duidelijk dat Dana zich meer op haar gemak voelt bij het daarop volgende seventies filmische titelnummer Yesterday Is Gone. De ontspannen studiohouding beademt een prettige ongedwongenheid die in elke track terug te horen is.
Toch moet ze het uiteindelijk wel hebben van de momenten dat de ervaring van de producer er een verrassende draai aan geeft. Voor hem is het een geslaagde missie, al onderschat hij net op een paar momenten de capaciteit van Dana Gavanski. Het is dat tikkeltje aan ervaring wat er aan schort, al hebben de nummers alles in zich om live nog verder door te ontwikkelen.
Dana Gavanski - Yesterday Is Gone | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
hubris. - Metempsychosis (2020) 4,0
30 juli 2020, 17:59 uur
De wereld is in een versneld afspelende film aan het veranderen, en de Goden kijken van boven verontrustend toe. Metempsychosis is het overgangsmodel van de natuur welke in vernieuwde vorm op zoek gaat naar een veilige zone om te overleven. De bovenste aangetaste laag verbergt een veranderingsproces dat het van de oude schors moet overnemen, gesymboliseerd in oude mythische grootheden. Het geloof in Griekse oerkrachten staat op de voorgrond bij Metempsychosis, de derde plaat van de Zwitserse postrockers Hubris uit Fribourg. Een prachtig concept, zeker in deze onzekere tijden.
Hepius is een goed gekozen openingstrack. Met het dromerige mild spirituele verloop heeft het een verzachtende helende werking. Frisse tintelende gitaarakkoorden introduceren de God van de geneeskunde, maar zijn ook te herleiden naar de prachtige poedersuikerachtige bergtoppen die het Zwitserse landschap illustreren. Bewustwording van de sterfelijkheid, en tevens het vastklampen aan dit langzame herstel. Er is daarom goed gekeken naar de lengte van het nummer. De overgang naar de stevige passage verwoorden het ingaande genezingsproces, waarbij harde klappen vallen.
Het popgerichte toegankelijke geluid van Dionysus is niet voor niks een stuk commerciëler. De link met plezier, maar ook het nieuwe leven staat centraal. Het dankbare oogstfeest en het onbevreesd gebruik maken van de geschonken natuurlijke genotsmiddelen. Saamhorigheid, liefde en vrede. De rust naar het einde toe is de beloning van een onzeker verleden, welke positief afgerond wordt.
Adonis, de God van de liefde, staat wankelend op zijn onzekere positie. In deze haastige maatschappij is er steeds minder tijd voor elkaar. De sound is grimmig, terwijl deze juist liefdevol en romantisch hoort te zijn. De treurnis neemt het vertrouwen in elkaar over. De toon is vragend, zoekende zelfs. Een waterval aan luidruchtige tranen overspoelt het geheel, tot een modderige draaikolk aan explosief gitaargeweld. De stilte die volgt is te herleiden tot de amputatie van deze bijzondere energiebron.
Het escapisme in Icarus komt hard binnen. Wegvluchten van problemen en tot de conclusie komen dat je gedwongen wordt om terug te keren, of het leven hiervoor op te offeren. De reis naar de onsterfelijkheid en tot het besef komen dat je juist aan het afbrokkelen bent. Geen eeuwig leven, maar juist de verraderlijke omarming van de dood. Zweverige klanken en een vervagende stem op de achtergrond van een hogere universele God die uitnodigt om te volgen.
Dedalus is volgens de verhalen de vader van Icarus en sluit alleen daarom al prachtig hier op aan. Een aardedonker nummer waarin verdriet, maar ook boosheid centraal lijkt te staan. Beide factoren die prominent in een rouwproces naar voren komen. Een architect die zijn belangrijkste bouwwerk vernietigd ziet worden. Zijn alles omvattende kennis en wijsheid laat de kwetsbaarheid zien. In deze tijd te herleiden tot de technologie die klaargestoomd wordt om de mensheid te verdringen en de belangrijkste voortrekkersrol in de wereld op te eisen. Hoorbaar is dat traditionele instrumenten verdrongen worden door verwoestende elektrische uithalen.
Zo goed als Hepius weet te openen, is er ook terecht gekozen voor de sterke afsluiter Heracles. Een epische heldentocht langs de andere tracks en Goden, die overkoepeld te werk gaat. Een dankwoord in vitaliteit en geluid.
Hoe geweldig is het om woorden achterwege te laten en toch met volle overgave de boodschap uit te kunnen dragen. Teksten laten je instinctmatig beïnvloeden, en hebben een illusierijke werking in het onderbewuste. Door hier niet mee te spelen is er genoeg ruimte om een eigen invulling aan een plaat te geven. Met de eenheid van twee gitaristen, een bassist en een drummer is Hubris met Metempsychosis hier ruimschoots in geslaagd.
Hubris - Metempsychosis | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Nap Eyes - Snapshot of a Beginner (2020) 3,5
30 juli 2020, 17:58 uur
Het Canadese, uit Halifax afkomstige, Nap Eyes werd tot nu toe neer gezet als een prima band, maar zonder een duidelijk eigen geluid. Een meer dan terechte constatering, welke zeker van invloed is geweest in het proces voorafgaande van hun vierde plaat Snapshot of a Beginner. Het ziet er daadwerkelijk naar uit dat Nigel Chapmans zijn eigen vocale communicatiemiddel heeft gevonden, en niet meer geforceerd te werk gaat om zich nog langer te richten op zijn grote voorbeelden.
Het is natuurlijk prachtig dat de muzikale idolen overduidelijk geëerd worden op het tikkeltje ontregelde Whine Of The Mystic en het meer rustig in balans zijnde Thought Rock Fish Scale. Bij I’m Bad Now wijkt Nap Eyes al iets van die formule af, al lijkt het er op dat ze nog steeds alleen de beroemde bananenelpee in de platenkast hebben staan. Ze wagen zich voorzichtig aan wat countryrock, maar verder overheerst de lichte psychedelica. Nu is er dan netjes na een terugkomende termijn van twee jaar Snapshot of a Beginner. Nigel Chapmans concentreert zich een stuk beter op zijn vocalen, en wil nog sporadisch omschakelen naar de praatzang van weleer.
De muzikale landschaprijke gitaarpartijen op So Tired waaien door de luidsprekers heen en laten een minder hoekig geluid horen. Prachtig psychedelisch vervolgd door het hemelse sixties gehuil uit datzelfde instrument. Niet alleen op muzikaal vlak een zoektocht, ook lijkt de zanger zichzelf in de spiritualiteit hervonden te hebben. Alleen al met deze mooie opener zetten ze al het vorige werk ver weg in een donkere schaduw. Zo vol in het zonlicht laten ze horen waartoe ze in staat zijn. Dit niveau hebben we eerder niet bij Nap Eyes gezien.
Het zomerse karakter straalt een en al luiheid uit, waardoor het allemaal best gemakkelijk over dreigt te komen. Waarom onnodig werk verrichten en de basis verloochenen tot een nulpunt. Dit is hoe Nap Eyes nu in het leven staat, en dat voelt verdomd lekker aan. Onderschat Brad Loughead niet, die de ruimte volledig benut. Hij heeft zoveel prachtige spanningsbogen ontdekt, welke hij aangenaam op zijn gitaar weet te herproduceren. Op volle kracht laat hij je wegglijden in het lang uitgerekte Real Thoughts. Het nineties gekleurde If You Were in Prison is een pakkende voltreffer, waarbij het volume flink omhoog geschroefd wordt.
En daarmee laat de band direct hun veranderingsproces gelden. De aandacht ligt veel meer op de dromerige gitaaraccenten die er een soepeler vervolg aan geven. De zang voelt zich hier prima op het gemak, wat nog het beste te ervaren is door het ontspannen sfeertje. Er hangt een vleugje saaiheid omheen die niet verveelt, maar juist goed bevalt. Alsof de band in relaxmodus liggende op sofa’s op zoek is gegaan naar inspiratie. In plaats van dit volledig uit te bouwen, brengen ze de tracks juist in die puurheid op de plaat.
Nap Eyes - Snapshot Of A Beginner | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Baron - BenBiri (2020) 3,5
30 juli 2020, 17:57 uur
Nederland is toe aan een nieuw eigenzinnig geluid, en het Utrechtse De Baron doet een gewaagde eerste gooi naar deze positie. Heerlijk als een band het aandurft om in de moerstaal te zingen, zeker als muzikaal juist de landelijke afbakening wordt getrotseerd. De Baron is net als de attractie in De Efteling een avontuurlijke trip, alleen hoef je hiervoor niet zo lang in de rij te staan, en is het moment van genieten mooi over twee plaatlengtes uitgesmeerd.
Het vinyl is alleen al een reden om Ben Biri aan te schaffen. Een prachtige door Douwe Dijksta geïllustreerde zeemeermin kijkt je als een betoverende serene aan. Gevalletje stoere zeemanstatoeage, om indruk mee te maken; geschetst in de ruwe branding. Vreemd genoeg heeft de band geen directe betrokkenheid met de zee, terwijl dit wel de eerste indruk is als je het artwork naast de tracks legt.
Deze Utrechtenaren kijken een stuk verder dan hun ankerplaats, met ruige verhalen over inheemse plekken, mythische figuren en veroorloofde ontdekkingsreizen. Geprikkelde specerijen en andere snuisterijen vormen de voedingsbodem waarin een tikkeltje Klezmer, een uitgeschoten dosis Balkan en een mespuntje Ska is toegevoegd, en die smeltkroes aan ingrediënten een pruttelende salsasoep vormt.
Rauw moet het klinken, zo puur mogelijk. Alle stadse elementen zijn tot een minimum teruggebracht. Ondanks de jeugdige leeftijd weerklinkt er voornamelijk ervarenheid. Niet vreemd overigens, deze jonge gasten werken al een paar jaar aan hun debuutplaat. Door flink wat werkplezier op te doen in het landelijke clubcircuit hebben ze mondjesmaat een positie opgebouwd waarmee nu genadeloos wordt toegeslagen.
De Baron laat van zich horen, en spreekt zijn volgelingen luidkeels toe. Door de blaasinstrumenten zo duister en bezwerend mogelijk te laten weerklinken wagen ze zich over de landsgrenzen. Zeker als daar de Oosterse percussie van gastmuzikant Steven Brezet een buikdans opwekkende swingende saus overheen giet.
Nacht is de aankondiging van een sprookje van Duizend-en-een-nacht, een volwassen slaapkamervertelling welke niet gericht is aan de jonge luisteraars. Een aangename kennismaking, al sturen de vocalisten Niek-Jan Lathouwers en Pascal van Hulst hiermee het vlaggenschip De Baron wel roekeloos hetzelfde vaarwater in als de grootmeesters van de Zaanse fanfarepunk. Het is ze vergeven, vat het gerust op als een mooi compliment en respectvol eerbetoon.
Koortsig wordt je op reis meegenomen in het met praatrap opgehitste Zee. De ultieme tocht naar het exotische oord van de vintage Bounty reclame. Prachtige dreigende exotica waarbij tekstueel speels geflirt wordt met licht erotische gedachtes. Het gezelschap laat de benauwende diepgang ademen door af te wisselen met feestende liederen, gebracht alsof ze al jaren tot het culturele erfgoed behoren.
Zo spoelen ze met Maar Jij als absorberend wrakhout aan in het bloeiende jaren twintig vintage Charleston tijdperk wat toen domineerde in de Verenigde Staten. Door er een stevige rockversnelling aan toe te voegen, heeft het net die eigenheid die het verdiend. Aangenaam hoe de zanger je hier als een leidende gastheer door de dans heen manoeuvreert, en daarin helemaal zichzelf durft te zijn.
De Amerikaanse invloeden zijn ook te herleiden bij het verstillende mondharmonicapartijen in het broeierige Botten en Haren, welke met zijn warme opbouw en mooi gedempte vocalen het hoogtepunt van Ben Biri vormt. Door zich zo openlijk in de wereldmuziek te plaatsen, drukken ze meer dan genoeg een eigen stempel op de songs. Een perfecte basis om verder vanuit op hongerig stropers pad te gaan. Hijs de zeilen, De Baron is in aantocht!
De Baron - BenBiri | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cable Ties - Far Enough (2020) 4,0
30 juli 2020, 17:56 uur
Het Australische Cable Ties was drie jaar geleden al een van de grote verrassingen uit Melbourne. Een nieuwe lichting gitaarbands plavuiste eerder wegen gangbaar voor deze brok aan onbestuurbare energie die er al snel een waardige eersteling uitperste. Zo heet gloeiend als ze zich presenteerden vervolgen ze strak het uitgezette pad met Far Enough. De onmogelijke opgave om nog doeltreffender te werk te gaan wordt met beide werkhanden aangegrepen. Nog meer dan op het debuut schalt de rauwheid van de postpunk hierin door.
Jenny McKechnie heeft dat pittige van de powervrouwen uit de jaren negentig vermengt met het opgefokte van de verfrissende punkbeweging van ruim tien jaar eerder. Een jeugdige rockchick 2.0, klaar om verbaal eens flink van zich te laten horen. Veel meer heeft ze niet nodig, maar met het ritmische tweetal Nick Brown en Shauna Boyle krijgt haar smerige gitaarspel en ophitsend stemgeluid nog extra volume. Nick Brown heeft het vermogen om zijn bas laag gestemd duister te laten klinken, terwijl Shauna Boyle slagvaardig met haar gedempte stokken te werk gaat.
Och wat is Jenny nog lief en zoet als ze als een in twijfel verkerende singer-songwriter Hope introduceert. De dromerige inleiding spat al snel uiteen als die opgekropte sneer het overneemt. Als ze dan vervolgens in het refrein haar scheur wijd open zet is het definitief voorbij met de rust. De volumeknop is ondertussen al gelijkwaardig opgevoerd tot standje noise en gaat samen met haar de uitgetekende strijd aan. And It Might Be Hopeless But I Lose Hope But I Bring On That Ending weerklinkt er krachtig. Precies, het moet maar eens afgelopen zijn met die wanhoop! De start is gemaakt. Man, wat kan ik hiervan genieten!
Waarom korte schetsen produceren als je de mogelijkheid hebt om het geheel helemaal vol te kalken. Qua tracklengte wordt er nergens rekening gemaakt met het opgelegde punkprincipe. Er wordt uitgebreid aandacht besteed aan de opmaak van de nummers, die zich langzaamaan ontwikkelen tot potige spierbundels; venijnig en doeltreffend. Voedingsrijk krachtvoer om te overleven in deze onzekere maatschappij.
De feministische houding van Jenny McKechnie wordt gesteund door de overige twee bandleden, die haar begrijpende boodschap mede uitdragen. Het is tijd voor een verandering; niet zeuren, maar aanpakken. Far Enough heeft net die afwisseling in zich waardoor het niet dreigt te verzanden in een onoverzichtelijke brei. Er wordt gespeeld met snelheidswisselingen, al zit er geen terugkoppelende versnelling op de vocalen van Jenny. Laat haar maar heerlijk doordraven, de rest van de band volgt wel.
Het tegen de hardrock aanleunende Lani is loeizwaar, bijna een duivelsuitdrijving. Het escapisme van een jong adolescent die ten onder gaat van de psychische spanning die het leven met zich meebrengt. Zwaar gebukt gaande onder de druk van buitenaf en tegen een burn-out aanlopend wordt de smeekbede niet beantwoord. Een teenage riot waarbij de enige vijand haar spiegelbeeld is.
Anger’s Not Enough is heerlijk opgebouwd met die holle prehistorische drumpartijen van Shauna Boyle. Het is mooi dat Cable Ties het verleden eert zonder over te schakelen naar vervlakking. Far Enough is by far een waardige opvolger van het naar de band genoemde debuut.
Cable Ties - Far Enough | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Ex & Tom Cora - And the Weathermen Shrug Their Shoulders (1993) 4,0
30 juli 2020, 17:35 uur
Met het prachtige illustratieve werk van kunstenaar Alexander van Zanten, die later ook verantwoordelijk is voor het artwork van Bidonville van De Kift zetten The Ex en Tom Cora hun vruchtbare samenwerking voort in And The Weathermen Shrug Their Shoulders. Was bij Scrabbling At The Lock de doelstelling nog gericht op het ontwrichten van de maatschappij, hier wordt er vooral vanuit de rustige basis van Tom Cora opgewerkt naar een gevulde olievaten zwartduister geheel.
Als een overkoepelende dirigent weet hij de drijfkracht van The Ex te temperen tot gestructureerde donkere passages. Zorgvuldig wordt met fluwelen handschoenen het Turks Europese traditionele lied Dere Geliyor Dere bewerkt tot een waardig nummer over de eeuwige liefde; gesymboliseerd in het huwelijksverbond. Hierbij blijft Cora dicht bij de basis zoals hij dit nummer jaren daarvoor al met een bevriende Turkse muzikant regelmatig speelde. Een waardig eerbetoon aan een vruchtbare periode die bepalende is geweest in de ontwikkeling van de muzikant. En daarmee wordt de samenwerking en het wederzijdse respect tussen de oerpunkers en de avant-garde cellist nogmaals bekrachtigd. Het voelt aan als een goedgekeurd samenlevingscontract tussen beide partijen met And The Weathermen Shrug Their Shoulders als tweede bastaardkindje.
Er wordt publiekelijk vreemd gegaan en geflirt met andere tradities en culturen. Okinawa Mon Amour wordt omlijst door diepholle Oosterse percussie en Aziatisch snarenspel. De titel verwijst naar de heftige liefdesfilm Hiroshima Mon Amour, waarbij de door de atoombom getroffen Japanse havenstad centraal staat. Na de Tweede Wereldoorlog eist de Verenigde Staten vanwege de strategische ligging Okinawa als grondbezit op. De oorspronkelijke inwoners zien hun woonplaats veramerikaniseren en worden gedwongen om zich aan te passen. De ondergeschikte rol en het misbruik maken van de machtspositie is van alle tijden, passende in de rechtvaardigheid die het #MeToo vraagstuk ook nu opeist. Het zoveelste bewijs dat The Ex zich in elke sociale vraagstuk durft te mengen.
De militante houding van voorheen heeft plaats gemaakt voor een net zo effectieve benadering met een pittige vorm van humor. Het cynisme waarmee ze de draak steken met het materialisme in het psychedelische Everything & Me is noemenswaardig genoeg. Gedreven door een pakkende funkende beat proberen ze het tegendeel te bereiken met deze verheerlijking van het kapitalisme.
De vertaling van Luceberts The Big Black krijgt vorm in het waanzinnige samenspel tussen beide partijen. Tom Cora plaatst zich met kwetsbaar in de rol van een grote donkere man, terwijl The Ex indrukwekkend de blanke onderdrukker verwoordt. Als een alles vermorzelende bulldozer walsen ze over de breekbare cellist heen. Het geweten van Nederland werd toen al niet verloochend, waarmee ze een grote stap gezet hebben in de nu steeds meer vragen oproepende slavernijkwestie. Vol gif spuwt G.W. Sok zijn woordenbrij over je heen.
Een onvrede die nog verbitterder verwoord wordt in het opschudding veroorzakende War O.D. Een smeekbede om te stoppen met elke vorm van oorlogsgeweld. Tom Cora als liefdevolle hippie, omgeven door de directe anarchistische aanpak van The Ex. Het is prachtig hoe ze zoveel culturele erfgoed weten te verpakken in deze explosie die ruim zes minuten aanhoudt. Hard en meedogenloos beantwoorden ze de vredelievende slogans die in het verleden niet altijd het gewenste effect behaalden. De muzikanten schuren, provoceren en dwingen respect af met het samenspel. Een verbitterende G.W. Sok slaat als een verbale scherpschutter genadeloos toe om het werk af te maken.
And The Weathermen Shrug Their Shoulders is het gehoopte evenwichtige vervolg op het baanbrekende Scrabbling At The Lock geworden. Het gezelschap verkeert in bloedvorm en dribbelt opgepept de boksring binnen om in volle concentratie het muzikale gevecht aan te gaan. Helaas blijft een vervolg uit, als Tom Cora vijf jaar later wel als verliezer uit de strijd komt. De wedstrijd die aangegaan wordt met lymfeklierkanker weet hij niet te overwinnen.
The Ex & Tom Cora - And the Weathermen Shrug Their Shoulders | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Ex & Tom Cora - Scrabbling at the Lock (1991) 4,5
30 juli 2020, 17:34 uur
Op 22 oktober 1895 ontspoorde halverwege de middag in Montparnasse een trein toen de machinist de snelheidslimiet overtrad om op tijd op de plaats van bestemming te zijn. Dit gecombineerd met het te laat remmen leverde een verschrikkelijke ravage op. Wonder boven wonder overleefden alle 130 passagiers het, maar voor Marie-Augustine Aguilard was het ongeval wel fataal. Ze werd getroffen door vallende brokken puin toen ze voor haar man die krantenbezorger was zijn bagage kwam ophalen. De machinist kreeg een gevangenisstraf van 2 maanden opgelegd.
De iconische albumhoes verwijst naar het ontwrichten van de maatschappij. Toevallig gebruikte de Amerikaanse rockband Mr. Big de foto van dit ongeval net een paar maanden eerder dan The Ex voor hun plaat Lean Into It in maart 1991. Vijf maanden later verschijnt Scrabbling At The Lock, een samenwerkingsverband met de geschoolde cellist Tom Cora. Deze muzikant maakt eerder al naam in het experimentele jazzgezelschap Skeleton Crew, waar hij meerdere instrumenten onder zijn hoede neemt.
De klassieke klanken weten de rauwe, gerafelde randjes van The Ex af te schuren tot een gangbaarder geluid, en is te vergelijken met de rol die John Cale jaren eerder met zijn vioolspel bij Velvet Underground vervult. De tegendraadsheid levert ook nu magische momenten op. Om het geluid voller te maken verleent de van Dog Faced Hermans afkomstige gitarist Andy Moor een vriendendienst door zijn geluid beschikbaar te stellen.
Zelfs op de radio is er volop interesse in deze vruchtbare samenwerking. Het stuwende State Of Shock zal vervolgens uitgroeien tot een ware culthit. De geschoolde geladenheid die Tom Cora tevoorschijn haalt wordt overstemd door een stortvloed aan gitaargeweld. Catherine Jauniaux, echtgenote van Tom Cora, verzorgt de emotionele klaagzang. Door de aanwezigheid van Cora kan zijn spel toegepast worden in de meer traditionele songs zoals in het Hongaarse ode aan de vrijheid Hidegen Fujnak A Szelek. Ook hier is het zijn vrouw die vocaal voor prachtig tegenspel zorgt.
Crusoe weet wereldmuziek op een fijne manier te mengen met een flinke portie aan krassende noise. Radeloze zanglijnen van G.W. Sok geven het een filmisch karakter mee. De vocalist laat trouwens op 1993 horen dat hij zich ook goed staande houdt met de accordeon, wat hierdoor net die link naar de traditionele volksmuziek legt.
De krachten van alle partijen komen perfect samen in A Door. De militante gejaagdheid van The Ex, de exotische percussie van Katherina Bornefeld, en daar doorheen Tom Cora die onverstoorbaar de rust probeert te bewaren, al vliegt zelfs hij regelmatig goed uit de bocht. Hetzelfde is er gaande in Total Preparation, maar wil het hierbij ook regelmatig overkomen als een ingehouden ejaculatie, en heeft een minder effectieve werking.
De punkdichter Nico van Apeldoorn, die ook verantwoordelijk is voor de huiveringwekkende woorden bij Wie Vermoordde Hans K.?, levert de lyrics bij Fire and Ice, en wijkt hiermee sterk af van zijn veelal Nederlandstalige teksten. Ondanks dat Tom Cora hier in topvorm verkeert is het Luc Ex die met zijn doordringende dreigende baspartijen de hoofdrol opeist.
De VPRO pakt in het jaar dat de gitaarrock in opkomst is de track State Of Shock goed op. The Ex wordt beloond met een mooie 7e plaats in de Song van het Jaar eindlijst. Begin 1992 mogen ze daar de Popprijs ’91 aan toevoegen. Zo dwars als The Ex is, weigeren ze in eerste instantie om op het Noorderslag festival op te treden en daar de prijs in ontvangst te nemen. Dit heeft als gevolg dat het hele competitie idee geschrapt wordt door Pop BV, en er geen nominaties meer zijn van drie kandidaten, maar dat er alleen een winnaar vermeld wordt. Door deze begrijpelijke aanpassing staat The Ex alleen op het podium, en nemen ze terecht de bekroning in ontvangst.
The Ex & Tom Cora - Scrabbling at the Lock | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Laura Marling - Song for Our Daughter (2020) 4,5
30 juli 2020, 17:28 uur
Nu de wereld dreigt stil te staan, schuiven artiesten hun releases ver vooruit naar een veiligere periode, waarbij er meer zekerheid is en weer mogelijkheden bestaan om het publiek te ontmoeten. Het is een doordachte keuze van Laura Marling om hier bewust niet aan mee te doen, nu is er behoefte aan platen waar gedacht wordt aan het belang van een stabiele thuissituatie. De waardering voor het gezinsleven vormt de rode draad op Song for Our Daughter. Juist in deze periode is het verlangen naar intieme luisterliedjes zo groot. Als je dan toch aan huis gebonden bent, kun je de tijd beter zo goed mogelijk invullen.
De nog minderjarige Laura Marling stond aan de basis van de folkband Noah and the Whale die debuteerde met het fraaie Peaceful, The World Lays Me Down. Nadat ze haar vriendje zanger Charlie Fink met een overdosis aan hartzeer verlaat slaat zijn band sterk terug met het prachtige melancholische The First Days of Spring. Een adembenemende sobere doorstart welke live ook weet te ontroeren.
Het blijft een gemis dat de samenwerking niet doorgezet wordt, maar het levert ook nieuwe mogelijkheden op. Het groeiende talent van Marling komt volledig tot wasdom en start een indrukwekkende solocarrière op. Haar achtste album Song for Our Daughter is gericht aan een fictief kind persoon, maar is nog meer het gevoel van thuiskomen.
Nadat Laura Marling de het zuidkustgebied van de Verenigde Staten vaarwel heeft gezegd, vestigt ze zich weer in het vertrouwde Londen. Gewoon vlak bij haar familie, met dagelijks contact met haar zussen en nichtje. Door zich in een moederrol te plaatsen kiest ze nog voor een veilige verpakking van de songs. Het staat symbool voor een krachtige vrouw, maar is door haar kijk op de wereldproblematiek ook gemakkelijk te herleiden tot Moeder Aarde.
Zo kaal als ze genoodzaakt is om zich zonder platenlabel te presenteren zet ze ook haar nummers neer. Ze filosofeert en debatteert voornamelijk met haarzelf over de zin van het bestaan om haar eigen verantwoordelijkheden en onzekerheden af te vlakken. De tussenliggende ruimte benut ze om samen met Mike Lindsay te werken aan een tweede album van Lump. Deze afwisseling is nodig om rust en balans te creëren.
Het observatievermogen van deze zangeres rijkt weer tot ongekende hoogtes. Het is verbazingwekkend hoe ze zich in het ouderschap weet te plaatsen en dit om zet tot verbeeldende verhaaltjes. Het pittige meisjesachtige van eerder werk is vervangen door de warmte in een nog voller geluid. Vol overgave laat ze die volwassen kant toe, en beschouwt ze deze als een bloedverwant, en niet als een ongewenste vreemdeling.
De muzikale omlijsting op Song for Our Daughter is misschien wel wat stabieler en kleiner, maar de meerstemmige begeleiding weet dat prima in te vullen. Ook daarin zit genoeg veerkracht en liefde gestopt, en benadrukt nogmaals het verlangen naar een gesetteld leven. Een country getinte erfenis welke ze meegesmokkeld heeft uit de Verenigde Staten. Ze kan het kennelijk nog niet helemaal van zich afschudden. Het gitaarwonder Rob Moose is op zijn best in Hope That We Meet Again waar hij het akoestische werk afwisselt met het prairie slide akkoorden.
Nogmaals, het is een goede keuze geweest om de release 4 maanden naar voren te schuiven. Song for Our Daughter kan risicoloos nu al gepresenteerd worden. Sterker nog, hij komt meer tot zijn recht in deze onzekere verwarrende tijd.
Laura Marling - Song for Our Daughter | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Poliça - When We Stay Alive (2020) 3,5
30 juli 2020, 17:27 uur
Met een voet staande in de synthpop uit de jaren tachtig en de andere in de triphop en jungle uit de jaren negentig presenteert de uit Minneapolis afkomstige indiepopband Poliça in 2012 hun debuut Give You the Ghost. Bij de opvolger Shulamith ligt de klemtoon nadrukkelijk op het hitgevoeligere eighties geluid, terwijl op de derde plaat United Crushers weer meer ruimte vrij komt voor de typische nineties breaks. Om niet vast te lopen gaan ze nieuwe uitdagingen aan met het Berlijnse orkestcollectief Stargaze, wat resulteert in het sfeervolle Music for the Long Emergency.
Rond de releasetijd in 2018 slaat het noodlot toe, waardoor het voortbestaan van de band onzeker wordt. Zangeres Channy Leaneagh komt lelijk ten val als ze sneeuw van haar dak aan het scheppen is. Haar wervels krijgen een flinke klap te verduren, en ze is noodgedwongen voor een herstelperiode aan huis gekluisterd. De belasting en nasleep die het ongeval met zich meebrengt schrijft ze van zich af in wat de basis vormt voor When We Stay Alive. Een therapeutische vorm van verwerking en revalidatie, waarbij ze aangemoedigd wordt door de arts die haar in dit proces bijstaat.
Het is ongelofelijk hoe sterk ze uit deze strijd is gekomen. De plaat is een persoonlijk dagboek waarbij de pulserende beats van Driving dat klinische van het steriele ziekenhuis uitstralen. Pompend als een reanimatie apparaat duwen ze de vocalen van Leaneagh door het proces heen. Verlamd kijkt ze in de teksten toe hoe ze als prooi bewegingloos in bed ligt. Afhankelijk van de aasgieren om zich heen, en vervolgens onderworpen aan de medici.
TATA gaat nog een stap verder. Totaal aan zichzelf onderworpen herontdekt ze haar lichaam en mogelijkheden. De bevreemdende schokkende geluiden passen niet bij het beeld dat ze heeft van haar eigen handelen en functioneren, maar plaatsen Leaneagh wel in de harde realiteit. Langzaamaan wordt er naar een evenwicht toe gewerkt. Een moeilijk nummer wat zich perfect in een lastig proces plaatst. Fold Up is het duistere toekomstbeeld. De getraumatiseerde hel die bevochten dient te worden met stroperige ritmes die als kwelgeesten verwarring veroorzaken.
De gehoopte terugkeer in het maatschappelijke leven wordt gevormd in euforie en toegankelijke liefdesliedjes, alleen het sobere Be Again sluit aan op die eerdere aansprekende donkere tracks. Een hergeboorte van een vernieuwde zangeres, die haar somberheid omzet tot overwinningskracht. Helaas zorgt de luchtigheid die volgt ook voor zwakte. De synthpop past hier dan prima bij, al is de afvlakking wel een minpunt. In het eerste gedeelte van When We Stay Alive betrekt ze de luisteraar op een prachtige manier in haar pijnlijke verhaal. Helaas weet de voltooide reis minder te boeien.
Poliça - When We Stay Alive | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Encore - Autobahn (2020) 3,0
30 juli 2020, 17:26 uur
Het blijft onmogelijk om een titel als Autobahn los te zien van de krautrock en electro pioniers van Kraftwerk. Een keuze die ook nog eens verdachte vraagtekens oproept, als er verder nergens op de EP een nummer staat die aan deze naam gelinkt wordt. Zou het een zorgvuldig gekozen eerbetoon zijn aan de eerder dit jaar overleden Florian Schneider, of is het juist een uitgekiende promotiestunt.
Feit is dat Frankrijk tevens een niet te onderschatte achtergrond heeft op het synthesizer gebied, die na de sfeervolle future sound van Jean Michel Jarre uit de jaren zeventig een mooi vervolg krijgt in de jaren negentig, met de meer op dance gerichte volgelingen van Daft Punk en Air. Het uit Straatsburg afkomstige Encore combineert dit alles in vijf pakkende totaal verschillende energieke tracks.
Doordat de buren van de aan de Rijn liggende stad op Duits grondgebied wonen is het verklaarbaar dat die invloed van groot belang is op de ontwikkeling van de sound. Het duo bestaande uit Maria Laurent en Clément Chanaud-Ferrenq mixen in Bleu Polo strakke techno en dromerige trance met harde beats en slaan hierbij de zweverige new wave uit de jaren tachtig ook niet over.
Het is een trip van vijftien minuten waarbij er gestopt wordt bij verschillende tussenstations. Door de stevige drumpartijen komt de dansbaarheid meer tot zijn recht en ontwikkelt een song als Glue zich verder door. Zonder deze toevoeging zou het niet veel meer zijn geweest dan een after party dreamhouse cooling down ervaring.
Manger Techno leunt volledig op de robot achtige donkere retro geluiden die halverwege de jaren negentig hun eerste ware revival beleefden. Met de hoge klanken van Illusion zoekt het aansluiting bij de ouderwetse synthpop, al wil door de beperkte lengte die connectie net niet gemaakt worden.
Zo veelbelovend wordt er gestoeid met industrial noise in Laser Blitzer met vervolgens ook het toewerken tot een climax. Hier laten ze horen dat het hoogtepunt in drie minuten tijd zeker haalbaar is. Toch krijg je nergens dat echte club gevoel, het zijn allemaal opwarmertjes om uiteindelijk het echte werk aan de ware grootheden over te laten.
Encore - Autobahn | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fink - Bloom Innocent - Accoustic (2020) 4,0
30 juli 2020, 17:15 uur
Soms zijn platen van opzet al zo mooi kaal, dat er vrijwel niks meer van het geluid af te snoepen is. Zo verraste Fin Greenall ons vorig jaar al met het adembenemende prachtige Bloom Innocent. Nu de eenzaamheid op hoog tempo ons leven binnen holt is er een gezamenlijke behoefte aan een soundtrack welke dit gevoel versterkt, zonder het te laten verzanden in kille depressiviteit. Juist als het gebrek aan warmte een grote rol speelt, mag dit opgeroepen worden in deze mooie geïllustreerde concertregistratie. Op het podium wordt hij bijgestaan door de jazzmuzikant Tim Thornton en multi talent Guy Whittaker, zijn vaste begeleiders bij Fink.
Door het zo eenvoudig mogelijk te maken met alleen een akoestische gitaar klinkt het een stuk gevulder. Het titelstuk Bloom Innocent is compacter gehouden, en heeft in deze setting maar de helft van de originele tijd nodig om te overtuigen. De krachtige stem wordt gelijkwaardig met het instrument naar voren gebracht, waardoor het volle soulgeluid van Fin Greenall nog meer opvalt. Ook de lange opbouw van We Watch The Stars wordt volledig geschrapt om direct frontaal bij de kern te belanden. Waar hij op That’s How I See You Now nog vocaal op de achtergrond geplaatst werd, eist hij hier in de uitgewerkte nieuwe versie voortreffelijk alle aandacht op.
Met I Just Want A Yes overtroeft hij zichzelf. Kan dit wel mooier gebracht worden zonder die strijkers in het begin? Die alles vervullende sferische uitloop naar de song heeft plaats gemaakt voor de gejaagdheid waarmee hij al direct een andere sfeer neerzet. Zelfs zonder die spanning wil dit getuigen van een onverwachte doeltreffendheid. De kern is onherkenbaar weg gezet in een vluchtig duister geheel.
De hoofdrol bij Rocking Chair is echter weggelegd voor de holle percussie die net dat opzwepende toevoegt wat bij de studioversie ontbreekt. Zo heeft het afsluitende My Love’s Already There een heerlijk ondersteunend ritmisch gitaarspel, welke er een swingend tintje aan geeft. Out Loud is nog het meeste met rust gelaten, de versies zijn totaal inwisselbaar voor elkaar.
Het gevoel overheerst dat Fink geprobeerd heeft om zich te herplaatsen in het basisproces. Met dit achttal aan tracks is hij de studio ingegaan, waarna Flood het zo bewerkt heeft dat het gelaagde Bloom Innocent is ontstaan. Hierdoor is het duidelijk een resultaat geworden van de zanger en de producer. De consequenties zijn dat er weinig overblijft van het idee waarmee de singer-songwriter in zijn hoofd heeft rondgelopen. De innoverende aanpak is geen afrekening, of een ontevreden aanval op het werk van Flood. Fink buit alleen de kennis en zijn eigen producerend verleden uit om zichzelf te herontdekken.
Ondanks de hartige open benadering heeft het ook iets donkers. Fin Greenall is ook opgegroeid met de bekende Unplugged sessies die in eerste instantie het muziekklimaat in de jaren negentig kleurden. Door het grote succes van deze formule en de daarop volgende massale overdosering vervuilden ze al snel het televisiescherm. Als de grote namen zich aandienen wordt akoestisch al snel vervangen door minimaal versterkt. Juist in deze lastige tijd overheerst het verlangen naar nostalgie, en probeert men al stapsgewijs te wennen aan de intieme setting.
Een aanschaf waard, zelfs als je toe bent aan een heel andere plaat als Bloom Innocent. Het is een verschil van dag en nacht, wat perfect terug te vinden is in beide albumhoezen.
Fink - Bloom Innocent Acoustic | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Ex - Starters Alternators (1998) 4,0
30 juli 2020, 17:15 uur
Op het moment dat in de natste maand juni van de eeuw Nederland te maken heeft met hevige regenbuien, zitten de leden van The Ex in de Electrical Audio studio van Steve Albini. Drie jaar na het in 1995 verschenen Mudbird Shivers wordt de overtocht naar Chicago gemaakt om aan de slag te gaan met de frontman van het pionierende Big Black en de overdonderende hardcore band Shellac. Na zijn megaklus bij Nirvana, wat In Utero oplevert, besluit hij om zich meer te richten op acts waar de punkrocker voor de volle honderd procent achterstaat, en meer aansluit bij zijn muzikale oorsprong en interesses.
Trouw aan zijn roots gaat Steve Albini weer aan de slag met Touch & Go, het label dat aan de basis staat voor zijn muzikale carrière. In 1989 had hij The Ex als groot liefhebber al live zien optreden in het New Yorkse CBGB’s. Door het wederzijdse uitgesproken respect is er altijd een lijntje geweest met de Nederlandse band. Deze platenmaatschappij weten de artiesten aan elkaar te koppelen. Een week lang wordt er met volle overgave gewerkt aan de tiende plaat welke het licht zal aanschouwen als Starters Alternators. De kracht om alle instrumenten even prominent aanwezig te laten zijn is mede het vakmanschap van de producer, die hiermee al feilloos aanvoelt wat The Ex wil uitstralen.
Starters Alternators is een kritische kijk op de steeds sneller in beweging zijnde wereld waarbij het alleen maar draait om groot geld te maken. Het onderscheid tussen rijk en arm wordt steeds groter nu multinationals zoveel invloed uitoefenen op de economie en politiek. Het monopolistische straatbeeld werkt zich driedimensionaal de hoogte in. De aarde is zichzelf aan het opeten, waarbij giftige afvalstoffen gebruikt worden om de veestapel te consumeren. McDonald’s en Coca Cola bepalen het koersbeleid en breiden zich als parasieten uit over de onderdrukte derde wereldlanden. Opnieuw worden kansarme volkeren onderworpen aan het dominante regiem dat in De Gouden Eeuw al hun cultuur en historie had verorberd.
Als het de doelstelling is om de live energie op plaat over te dragen, dan is hij hier met deze hoekige opener Frenzy al optimaal in geslaagd. De track wordt geïntroduceerd door een stevige, stabiele baslijn, waaroverheen rauwe garage punkgitaren worden gedropt. G.W. Sok is evenwichtig in de energieke mix naar voren geschoven om het geheel naar een explosieve climax te leiden. Met verwijzingen naar het door Karl Marx opgestelde Manifest van de Communistische Partij wordt al direct ingehaakt op de linkse denkwijze van de band. Het is een frontale aanval op de kapitalistische maatschappij, die zeker eind jaren negentig het overneemt van de idealistische gedachtegang. Met een cynische ondertoon wordt hij gelinkt aan The Marx Brothers. Het is wrang dat deze vooruitstrevende filosoof tegenwoordig vaak verward wordt met de beroemde broertjes en weggezet wordt als een belangrijke komiek.
Het felle Art of Losing is gebaseerd op een gedicht van feministisch boegbeeld Elizabeth Bishop dat te herleiden is tot het verliezen van grip op het leven. Het afscheid nemen van een overleden geliefde, en het daarbij aansluitende rouwproces. Al kan het ook gezien worden als het beginstadium van dementie. De warboel in het hoofd wordt verwoord in het chaotische verloop van de instrumentatie. Fragmentarisch wordt er nog terug gegrepen naar het oergeluid, zoals bij het puntige voorgedragen Lump Sum Insomnia. Het schelle intro van Let’s Panic Later sluit aan bij het heersende crossover geluid, waarmee duidelijk wordt dat ze zich met de boodschap vooral richten op de Amerikaanse markt. Die funkende sound is ook aanwezig bij de rechttoe rechtaan oldschool postpunk van Two Struck by the Moon.
Naast deze typerende The Ex nummers is er genoeg ruimte in te vullen voor dromerige psychedelica in I.O.U. (Nought), het creepy Bee Coz, en het enthousiast door Katrin gezongen ritmisch sterke Mother. Starters Alternators is minder exotischer dan de voorgangers. Een stabiel rockend geheel, maar daardoor niet minder avontuurlijk. Steve Albini heeft in een kort tijdsbestek het uiterste uit de band gehaald wat hij terug betaald krijgt in het gedroomde en gewenste eindresultaat. Een plaat om van te houden.
The Ex - Starters Alternators | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Eva van Manen - Politiek & Liefde (2018) 3,5
30 juli 2020, 17:14 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Antwerp Gipsy-Ska Orkestra - Duivelsblauw (2020) 3,0
30 juli 2020, 17:13 uur
Antwerp Gipsy-Ska Orkestra heeft net als de rond 1980 opkomende Britse Two Tone ska beweging connecties met de punk. Zanger Gregor Engelen maakte als Gregor Terror naam in de Antwerpse krakersbeweging en de hardcore scene. Als na vier opzwepende albums een kerndrietal afhaakt en Gregor Engelen samen met bassist Filip Vandebril als enige vaste waarde van het collectief overblijft, worden veel van de inheemse instrumenten grotendeels vervangen door een sterk blazers combo. Lag er op vorig wapenfeit Black Panther de nadruk vooral op de Reggae en Dub, de noodzakelijke veranderde impuls zorgt voor meer variatie. Een nieuwe doorstart waarbij ruimte is voor frisse ideeën.
Jamileh is een ode aan de Iraanse buikdanseres Fatimah Sadiqi die onder deze artiestennaam naam haar optredens verzorgde. Door het bloedzuigende intro wanen we ons eventjes in het Roemeense Transsylvanië van Dracula, totdat de retro Nile Rodgers beïnvloedde seventies klanken zich kronkelen aan de slangen bezwerende Perzische cultuurdans. Nadat ze haar vaderland ontvlucht zet ze eind jaren zeventig haar carrière voort in het bruisende Los Angeles, welke gedomineerd wordt door de disco die juist dan in opmars is. Met de grafstem van Gregor Engelen in de bijrol van opgepimpte dansvloer koning.
Duivelsblauw is de vijfde plaat van deze smeltkroes aan invloeden. Vanuit de Jamaicaanse ska wordt er gewerkt met Turkse traditionals, bewierookte Libanese psychedelica en Nederlandse teksten. Nog steeds zijn er meer dan genoeg doorgroeimogelijkheden wat hier resulteert in een kort multicultureel feestje van een klein half uurtje. Het zigeunergevoel zit hem voornamelijk in het gepassioneerde samenspel, waarbij de duistere zware bloedzuigende vocalen in het spookachtige Take My Wrist voor een extra dosis mystiek zorgt.
Het wordt een stuk minder interessant als de zanger het tempo opvoert en in een soort van Vlaams dialect door de tracks heen werkt. Het nodigt dan wel meer uit om te bewegen, het eigenzinnige karakter is verdwenen. Titelnummer Duivelsblauw heeft een strakke orkestrale bigband swing met een vleugje surf waardoor je jezelf in de fifties clubs waant waar foxtrot en charleston domineren. Bhangra Love is net te toegankelijk, al zorgen gastzanger Clement ‘Nerlock’ Jahwed en de zwoele soulvolle vrouwenvocalen van Lady Linn en Slongs Dievanongs voor een mooi evenwicht.
Antwerp Gipsy Ska Orkestra - Duivelsblauw | World | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Ex - Turn (2004) 4,0
30 juli 2020, 17:06 uur
Voor de derde achtereenvolgende keer duikt The Ex samen met Steve Albini de studio in. Na Starters Alternators en Dizzy Spells wordt in september 2003 een basis gevormd voor Turn. Terug in Nederland werkt producer Mikel Le Roy dit verder uit. Zijn verleden in de commerciële house scene zorgt voor een verfrissende inkijk, en geeft de rauwe sound een verkwikkende helderheid mee. Eind februari 2004 staat er meer dan genoeg materiaal op tape om een dubbelalbum te vullen.
Niet voor niks is het onderverdeeld in twee albums. Turn staat symbool voor de keerzijde. Een dualistische visie van de wereldleiders splitst de aarde nog verder in het egocentrische materialistisch kapitalisme en het meer op samenwerking gerichte communisme. Bij de eerste plaat staat vooral de onvrede gericht op de Westerse maatschappij centraal, terwijl het tweede gedeelte zich meer richt op de problematiek in de Derde Wereld landen. Taartgooiers (The Pie) tegenover het zelf voorzien van voedselproductie en bestaansrecht.
De hand met de kleine draagbare transistor radio op de hoes is een verwijzing naar het werk van Wallace Berman. Deze kunstenaar raakte in de jaren vijftig al snel betrokken bij de tegendraadse Beat Generation, waar veel artiesten ook later zich door laten inspireren. De berg aan afgedankte televisietoestellen is een felle reactie op de steeds toenemende massaproductie van goederen, en een voorbode van de plastic soep die hedendaags de wereld overspoelt. Doeltreffend door drumster Katherina Bornefeld bezongen in de ziekelijke koopdrang die het kernbegrip vormt in het stevig funkende Prism Song.
De politieke rechtse koers en de daarbij horende bezuinigingen in de cultuursector roept veel onrust op. Listen To The Painters is een wanhopige smeekbede waarbij kort en duidelijk het belang van vooruitstrevende kunstenaars wordt verwoord. Al direct wordt de nieuwe teamspeler Rozemarie geïntroduceerd, die met haar contrabas Luc vervangt die na twintig jaar trouwe dienst de band verlaat. Haar spel heeft tevens raakvlakken met het geschoolde geluid dat cellist Tom Cora twee albums lang toevoegt. Helaas komt die pas echt goed tot uiting in het slepende In The Event, waar ze samen met saxofonist John Butcher zorgt voor het treurige gepassioneerde slotakkoord.
Het tot in lengte oplopende agressief gespeelde IP Man is de verontruste kijk op de toekomst waarbij social media als een hedendaagse Big Brother parasiet binnen dringt in het sociale leven. Nog steeds staan ze met hun linkse idealisme strijdbaar op de barricades, al gebruiken ze daarvoor zelf ironisch gezien steeds meer het gevreesde internet. Ook voor The Ex is het een hedendaags middel om een grotere groep volgelingen te bereiken, maar wordt het in een propaganda-achtige context gebruikt.
Het donkere krassende Getatchew is een instrumentaal stuk dat geïnspireerd is door de Ethiopische saxofonist Getatchew Mekurya. Het levert The Ex nog een mooi staartje op, als deze muzikant ze vraagt als begeleidingsband op Moa Anbessa. Een samenwerking die in 2006 een vervolg krijgt in twee tournees; de eerste alleen in Europa, en twee jaar later met het op dans gerichte muziekgezelschap Fendika.
Met het sterk ritmische Theme From Konono wordt de tweede plaat luidruchtig opgestart. Deze epische revolutionaire beats herplaatsen je in de Derde Wereld waar muziek en zang als machtsmiddel gebruikt wordt om zich te verzetten tegen onderdrukking, racisme en alle andere vormen van onrecht. Het daarop volgende Eritrese vrijheidslied Huriyet over verbroedering tussen verschillende volken in een land zonder rassenstrijd en haat haakt hier perfect op in.
Soldaten die machteloos toekijken bij het misbruik van een jong slachtoffer staat confronterend centraal in Sister. De rumoerige noise verplaatst zich in de opgekropte woede van de observator waarbij de krachtige woorden van G.W. Sok een versterkende rol hebben. Confusion Errorist en Henry K staan centraal voor de grootschalige handel in wapens waar ook het Westen zijn hand in heeft, en wat later nog een pijnlijke navolging krijgt in de gewelddadige aanslagen en schietpartijen op scholen.
Turn is een wilde voortzetting van het altijd kritische The Ex. Zelfs na 25 jaar hebben ze nog niks ingeboet van het energieke geluid waarmee ze vanaf de jaren tachtig hun onvrede bekrachtigen.
The Ex - Turn | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
I Break Horses - Warnings (2020) 3,5
30 juli 2020, 17:06 uur
stem geplaatst
» details
Car Seat Headrest - Making a Door Less Open (2020) 4,0
30 juli 2020, 17:05 uur
Het vanuit Seattle opererende Car Seat Headrest is zo onnavolgbaar als een gemiddelde verkiezingspartij. Hun handbagage bestaat uit probeersels die min of meer als albums door het leven gaan, een paar volgens verwachting voltooide platen en een remake. Vanwege ontevredenheid over het uiteindelijke eindresultaat wordt Twin Fantasy (Face to Face) zeven jaar na verschijnsdatum in 2018 opnieuw onder handen genomen.
Making a Door Less Open is daar weer het vervolg op. Het is dus overduidelijk dat Car Seat Headrest niet voor de gemakkelijkste weg kiest, waardoor ze scherp getriggerd blijven. Zolang het genoeg moois oplevert, en Will Toledo niet eindigt als een wereldvreemde Brian Wilson, is er niks verkeerds aan deze bijzondere werkwijze. Maar wat is het een apart stelletje muzikanten.
Meesterbrein Will Toledo gaat samen met drummer Andrew Katz aan de slag met een nieuw project 1 Trait Danger genaamd. Een op de elektronica gerichte samenwerking, waarbij het fictieve Trait een gecreëerd alter-ego is die zich verschuilt achter een masker om zijn creatie zo goed mogelijk verborgen te houden, aldus frontman Will Toledo. Feitelijk benoemd hij hiermee gewoon zichzelf. Een kameleon met een minderwaardigheidscomplex die als een gespleten persoonlijkheid met een sterk gevoel voor perfectie zich juist opener durft op te stellen in deze bewonderenswaardige zoektocht naar de ultieme sound.
Making a Door Less Open is een plaat die volgens het 1 Trait Danger concept principe in twee verschillende gedaantes is opgenomen. Een versie waarbij de synthesizers en mechanische geluiden de basis vormen, en eentje waarbij het live gevoel overheerst door de versterkte gitaren. Vervolgens wordt er door de band flink geklust om dit te mixen tot een geheel, en daar zijn ze verdomd goed in geslaagd!
Weightlifters galmt onweerstaanbaar strak de speakers uit. Heerlijke geluidsgolven die al snel overstemd raken door een hard rakende beat. Het huwelijk van de twee totaal verschillende invalshoeken treft elkander al gelijk precies in het midden. Zachte elektronica wordt gevoed door een fikse dosis aan militair slaggeweld en ruisende noise. Met een geweldig goed in vorm zijnde Will Toledo achter de microfoon leggen ze hier een overtuigend ondertekend visitekaartje neer. Een fikse knock-out in de eerste vijf minuten.
De nadruk ligt vervolgens sterk op dat eighties geluid. Hymn heeft in de wanhopige klaagzang een Oosters klinkende metgezel, die voortgezet wordt door de kilte in Deadlines. Standaard voorgeprogrammeerde drumcomputers worden vervolgd door goedkope retro speelgoedsynthesizers, die wisselend effectief de onschuld van de kindertijd aanduiden. Harde stampende disco wordt eenvoudigweg onderbroken door grimmige keyboards en desperate zang.
De ouderwets heerlijk klinkende puntige gitaarsong Martin krijgt professionele hulp van blazers die het accent nog dikker op de new wave leggen. In het sfeervolle hierop aansluitende What’s with You Lately zijn het dezelfde typerende gitaarakkoorden die het vintage open haard gevoel weten op te roepen.
Hollywood hakt er frontaal in, een industriële aanpak met een rauwe benadering van de door glitter en glamour onderdompelende drugstad. De track heeft het allemaal; de roemruchtige gitaren van de jaren negentig, maar ook de huidige ondergrondse steeds groter groeiende retro postpunk beweging, samengevat in deze City of Angels adoratie.
Met het euforische Life Worth Missing en ironische Famous richten ze zich verrassend sterk op de massale concertbezoekers, al zijn de uitspattingen bij laatstgenoemde song een stuk minder toegankelijk. Making a Door Less Open is ondanks de doordachte opnametechnieken minder vernieuwend dan verwacht, maar de gedurfde aanpak werpt wel degelijk zijn vruchten af.
Car Seat Headrest - Making a Door Less Open | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Peaky Blinders (2019) 4,5
30 juli 2020, 17:05 uur
De duistere op waarheid beruste Britse serie Peaky Blinders speelt zich in de vorige eeuw af. Keihard wordt het wel en wee gevolgd van de iconische zigeunerfamilie Shelby, die zich tussen de twee wereldoorlogen vanuit het ondergrondse riool van de maatschappij opwerkt tot de hogere sociale klasse. Verrassend genoeg wordt er hierbij niet gekozen voor een muzikale omlijsting uit deze periode, maar is er zorgvuldig gezocht naar hedendaagse artiesten die aan de opnames de juiste dynamiek toevoegen. Ondersteund door de geschikte belichting krijgen de confronterende scenes nog meer diepgang.
De muziek is van zo’n hoogstaand niveau dat zij met gemak los van Peaky Blinders te beluisteren is, al grijpt ze je helemaal bij de strot met de daarbij behorende beelden van de maffiose scheermessenbende. De gitzwarte mysterieuze sound plaatst zich in de donkere achtergrond van arbeidersstad Birmingham. Een rokerige verharde metaalindustrie vormt met zijn reusachtige fabrieksschoorstenen en oververhitte metaalovens als decor het stervende hart van Black Country.
Door muzikanten die zich het liefste voortbewegen in zwart begrafenistenue, worden we welkom geheten in een van de indrukwekkendste filmscore van de afgelopen jaren. Het rauwe destructieve sfeertje past met zijn nachtleven romantiek perfect in de asgrauwe criminele wereld van Tommy Shelby en zijn bloedverwanten. Want bloed vloeit er in overvloed. Dood en verderf druipen als stroperige onafgewerkte olie door de tracks heen.
Eigenlijk draait het allemaal om Nick Cave, waarvan Red Right Hand gebruikt wordt als openingstune. Het is begrijpelijk dat de heersende nachtkoning hier domineert. Zijn albums Henry’s Dream, Let Love In en Murder Ballads zijn duidelijk als inspiratiebron gekozen om te functioneren als basis. Met een drietal nummers is hij ook prominent aanwezig op deze geniale soundtrack.
Eigenlijk zelfs vier, als je de trage slepende cover bewerking van Red Right Hand meetelt. De voormalige minnares PJ Harvey zet als een valse zwarte kat haar scherpe nagels in deze klassieker. Een in rouwkleuren gehulde ex-geliefde, die het fictieve figuur Henry Lee nog eventjes een genadeschot toebrengt. Ook deze vamp is met een evenredig aantal songs betrokken bij het duistere verbond wat er met de producers van Peaky Blinders is afgesloten.
De zangkwaliteiten van Anna Calvi komen nog het meeste in de buurt van deze diva. Een zwoele triphop track Papi Pacify van FKA twigs is vervormd tot een meedogenloze killer song. Vervolgens slaat ze ook nog toe met het spookachtige You’re Not God. De andere ijskoningin die als huurling mag functioneren is Jehnny Beth van Savages. Adore is de liefkozende opener van het tweede schijfje.
Het valt door de ingenieuze samenstelling pas op hoe goed het zalvende sterfakkoord Lazarus van David Bowie qua sfeer gelijkwaardig aansluit bij het monumentale Atmosphere van Joy Division. Zo weet ook Jack White van U2’s echtscheidingslied Love Is Blindness een verstikkende versie neer te zetten, die als een onzichtbare hand je keel langzaamaan steeds verder dicht knijpt. Dezelfde triestheid zit er verborgen in de altijd tegen de frustratie aanleunende emotionele smeekbede van Radioheads frontman Thom Yorke.
Het tegenwicht wordt gegeven door potige arbeidersklasse songs. Met stevig rockende grootheden als Queens of the Stone Age, Royal Blood en Arctic Monkeys wordt er ingespeeld op de hardwerkende lagere klasse. Al worden die nog meer door de doorleefde straatschoffies van Black Rebel Motorcycle Club, Frank Cartner & the Rattlesnakes en Idles verwoord. Vooral die laatste heeft zich in korte tijd ontwikkeld als boegbeeld voor de kansarme jongeren waarbij baangarantie geen voorrecht meer is.
En hiermee is Peaky Blinders eenvoudig te schikken in een land welke zich in het heden staande probeert te houden. De No Future mentaliteit overheerst. Wil de Brexit het toekomstperspectief al in een onzekere context plaatsen, die laatste strohalm van vastigheid wordt nu hard weggerukt door de coronacrisis. Ondanks dat het verhaal zich honderd jaar geleden afspeelt, weerspiegelt het wel het uitzichtloze karakter van 2020.
Various Artist - Peaky Blinders (The Original Soundtrack) | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
White Owl Red - Afterglow (2020) 3,0
30 juli 2020, 17:04 uur
Als je blijft boenen op nummers dan glanst het misschien wel mooier, maar verdwijnt tevens de ruwheid die er net dat gekartelde randje aan meegeeft. Al gauw komt de dofheid weer aan de oppervlakte en blijkt dat de puurheid niet meer te reproduceren valt. Bij Afterglow is dat ook een beetje het geval.
Lukt het de uit San Francisco afkomstige alt country rockers van White Owl Red op Existential Frontiers nog om wat stekelige uitbarstingen aan toe te voegen, een jaar later komen ze al met een nieuwe plaat aanzetten. Waarschijnlijk net iets te snel op elkaar volgend, waardoor het overkomt als een veilige haastklus. Een tikkeltje te slap en te zoutloos.
Op het debuut Americana Ash waren de zwaarmoedige grunge invloeden nog sterk aanwezig, die prachtige druilerige sound is ondertussen vervaagd tot een gepasseerd verleden. De levendige inbeeldende prairie ervaring van de country moet daarvoor in de plaats komen, en dat blijkt uiteindelijk een behoorlijk lastige opgave.
Het titelstuk Afterglow heeft een swingend retro eighties geluid, en is inderdaad het nagloeien van de ooit aanwezige vurigheid waarmee White Owl Red zich eerder op de kaart zette. Dat het wel degelijk op deze manier kan werken, wordt wel bewezen in het tevens in dit tijdsbeeld te plaatsen Tip Top Bobs. Als Gawain Mathews de nodige vuiligheid uit zijn gitaar tevoorschijn haalt, pakt ook Josef McManus gelijk een stuk smeriger en doorleefder uit.
Dit soort interacties met gespeelde heerlijke felheid zijn er sporadisch aanwezig. Al tegenpruttelend gooit Gawain Mathews er op het einde van Working Class Heroes nog een aangename jankende solo overheen, die feitelijk lijkt te ontsnappen aan zijn ingeboete frustraties.
De rustgevende slidegitaar die als een rond dobberend bootje over de muziekgolven van Hold On heen vaart in kondigt de overheersende stabiele gemoedstoestand aan. Die onderscheidende accenten zijn er absoluut, maar ook het aangename mondharmonica spel van Hell and the Blues staat zo op de achtergrond opgesteld, waardoor je de indruk krijgt dat deze een studioruimte verderop is opgenomen.
Het ligt er net te dik bovenop dat I Walk the Line (For You) een eerbetoon is aan Johnny Cash, maar mist wel degelijk de magie van de altijd in zwart geklede meester. Hier murmelt Josef McManus zich wat ongemakkelijk met een aangeleerd accent door de song heen. Dat is ook de valkuil in Out on the Waters, waar krampachtig gepoogd wordt om een weinig stemvaste met nog minder aanwezig maatgevoel Would Be Bob Dylan te presenteren.
Het verhalende gedeelte wordt boeiend voorgedragen in het vol overtuiging gebrachte Wake Up. Hierbij functioneren de illustrerende instrumenten als vriendschappelijke schaduwen die gebroederlijk de eenzaamheid bestrijden. Het opbrekende gebrek bij Afterglow is dat dit soort prachtige momenten vaak gemist worden.
White Owl Red - Afterglow | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
ADULT. - Perception is/as/of Deception (2020) 3,0
30 juli 2020, 17:03 uur
Het vanuit Detroit afkomstige ADULT. maakt al vanaf eind vorige eeuw de clubs onveilig met hun mix van Electric Body Music en synthwave. Niet geheel onbegrijpelijk als je thuisbasis gevestigd is in de Amerikaanse techno hoofdstad.
Nicola Kuperus deelt met haar venijnige zang forse klappen uit. De donkere uitstraling van dominante meesteres sluit perfect aan bij de retro ijskoningin look waarmee deze in zwart geklede kunstenares zich presenteert. Haar echtgenoot Adam Lee Miller mag de onweerstaanbare geluiden samenvoegen tot een huiveringwekkende dansbare sound. De grafische achtergrond van het paar is tastbaar in de abstracte ingecalculeerde muzikale uitwerking van de tracks.
De waardering van hun bevriende collega’s is het beste meetbaar op het zesde album Detroit House Guests waar ze als gastmuzikanten een grote rol vervullen. Ondertussen zijn we met Perception is/as/of Deception alweer twee platen verder, en verwoord het duo Adam Lee Miller en Nicola Kuperus als eenheid de kilte en egocentrische eenzaamheid van de hedendaagse maatschappij. Het is net wat minder springerig dan op voorganger This Behavior waardoor de slepende trage zang meer tot haar recht komt.
Zichzelf geheel uitsluitende van de buitenwereld wordt er vanuit een zwartgeverfde geïsoleerde kelder gewerkt aan een negental songs die de triestheid van de wereld en de onoverzichtelijke toekomst moeten uitstralen. Schemerige achterkamer passie welke eigenlijk niet geschikt is voor het verblindende daglicht.
Hiermee sluiten ze passend aan bij de hedendaagse zwartgalligheid waarin we leven, al moet daarbij wel de notitie gemaakt worden dat dit thema’s zijn die al jaren terug komen in het industriële harde postpunk geluid. Leegte, wanhoop en teleurstelling vormt de voedingsbodem waaruit een zwartgeblakerd zaadje zich laat ontkiemen. Hierin weet ook ADULT. zich niet in te onderscheiden.
Disregard, Look away
Voiceless stares, in dead air
Say one thing, say another
It’s so hard, not so hard… to erase
We appear/disappear
Look between each other
Merge as one, we become, invisible together
It’s so hard / not so hard …to erase
We appear/disappear (We) Look between each other
De onvrede tot uitdrukking gebracht in een enkele track, We Look Between Each Other vat het precies samen. ADULT. is er niet op uit om een boodschap achter te laten. Dit is hoe we er als individu voor staan, en daar heb je maar mee te dealen. Perception is/as/of Deception is overduidelijk gericht op het escapisme. Weekenden ontvluchten om anoniem alle frustraties van zich af te dansen. De auto industrie met de metaalverwerking vormt het kloppende hart van Motor City.
Bikkelharde beats slaan met ferme mokerslagen in op het fabriekslawaai wat gereproduceerd wordt. Een geoliede machine in topvorm draaiende. Veel moordende vintage jaren tachtig galm dus, ingeleid door destructieve noise. En daar ligt het gevaar. Het is allemaal te vanzelfsprekend. De verveling maakt ook van Nicola Kuperus een monotone robot, die gevoelloos haar teksten opdreunt.
Ondanks dat deze onverschilligheid masochistische houding een belangrijk element vormt in de gefrustreerde zenuwachtige muziek, lijkt het er steeds meer op dat ADULT. het gevaar loopt om op een dood spoor te belanden. Perception is/as/of Deception balanceert op een spanningsveld met weinig elastische veerkracht. Of zijn we in het verleden net te vaak verwend geraakt?
ADULT. - Perception is/as/of Deception | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
JoosTVD - Doesn't Ring a Bell (2020) 3,0
30 juli 2020, 16:48 uur
Te vaak wordt de Do It Yourself houding gekoppeld aan krakkemikkige lo-fi opnames, waarbij erg goed hoorbaar is dat deze ergens op een zolderkamertje zijn opgenomen. De albums van JoosTVD klinken professioneel genoeg om zich hiervan te distantiëren. Joost van Dinther is alweer 40 jaar actief in de muziekwereld en brengt vanaf 2005 vrijwel elk jaar een nieuwe plaat uit. Geen poespas, maar gewoon lekkere uptempo songs. Dat deed hij al op zijn debuut Gift Shot, en ook op het gloednieuwe Doesn’t Ring A Bell is dit het geval.
Het is overduidelijk merkbaar dat deze Vanished Dutchman zijn muzikale roots in de jaren tachtig heeft. Zijn gelikte funky sound heeft dat gentlemen achtige van de zoete white soul welke zich vanuit het Britse continent ging richten op de Europese markt. De jazzy ondertoon is hierbij een meerwaarde, en laat goed horen waar deze rasartiest toe in staat is. Als multi-instrument en singer songwriter houdt hij alles in eigen hand. Zijn eigen studio in IJsselstein is nog steeds de thuisbasis, waar vanuit hij de muzikale kindjes het levenslicht laat zien.
Juist die relaxte, humorvolle sfeer is een pre. Er wordt niet aan moeilijkdoenerij gedaan, en zo hou je jezelf ook het beste staande in deze bikkelharde business. Het is een heerlijk homemade werkproces om de eigen voortduwende baspartijen, sprankelende percussie, sturende slaggitaar en springerige keyboardakkoorden aan elkaar te mixen. Het heeft wel iets knus, zeker nu je in de zonovergoten dagen dicht bij huis aan het doorbrengen bent, past het perfect bij een klein swingend intiem gezinsfeestje.
Het dansbare zomerse Zuid Amerikaanse getinte snoepje The Heavy Donut Discount Blues, bezorgt je een zorgeloze glimlach op je gezicht. En dit gevoel houdt hij de hele plaat vast, daar wijkt hij geen milimeter van af. Bij Smart weet Joost eventjes de effectenpedaal goed te raken, maar verder valt vooral het coole slappende baswerk van deze van oorsprong drummende muzikant op. Hij maakt het verschil met het dromerige in lichte fusionklanken badende instrumentale Midnight Cowgirl en het met schemerige rookdampen omgeven ballad Cold.
De warme stem van Joost voelt aan als een vertrouwde warme oude deken, waar je heerlijk in wegkruipt. Maar ook net dat vertrouwde is een struikelblok, hierdoor dreigt het net een tikkeltje te veilig over komt. Een muzikant die zich zo bewust is van zijn eigen kwaliteiten mag best wel eens geprikkeld worden door bevriende muzikanten. Een toekomstig samenwerkingsproject kan zijn horizon verbreden.
JoosTVD - Doesn't Ring a Bell | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mark Lanegan - Straight Songs of Sorrow (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:47 uur
Met zijn bewegingsloze woest strak voor zich uit starende podiumpresentatie kenmerkt Mark Lanegan zijn schijnbare gesloten houding. Wat gaat er nou precies schuil achter de donkere ogen die zoveel zielenpijn en innerlijke leed verraden. Een groot contrast met de open persoonlijkheid die vervolgens goedlachs na afloop van een concert aan tafel aanschuift om er in alle rust zijn fans geruststellend te woord te staan.
Met wroeging in zijn hart openbaart hij nu de gitzwart geblakerde bladzijdes van zijn volgeschreven muzikale dagboek. Klonk hij anderhalf jaar geleden live nog uitgeput, geleefd, moe en minder strijdbaar, met het stevige Somebody’s Knocking herpakte hij zichzelf om nu meedogenloos toe te slaan met het overtreffende Straight Songs of Sorrow.
Straight Songs of Sorrow is een therapeutische reis van een uur door het verleden van deze uitgesproken rockzanger. Het zelfdestructieve gedrag wordt omgezet in gemeend berouw. De dramatiek in Bleed All Over geeft al zijn kwetsbaarheid bloot. Wanhopig wordt er mis gegrepen naar elke pakkende vorm van houvast. Stilistisch sluit het allemaal aan bij de breekbaarheid die Soulsavers twee albums lang samen met hem weten op te roepen. Ondanks zijn ruime ervaringen als gastzanger lukt het die twee elektro nerds om het dichtst in die kern te komen. Churchbells, Ghosts ligt met zijn prachtige sfeervolle thee time pianogepingel en de zware orgelpartijen het meest aangrenzende in deze pastorale lijn. Begrijpelijk dat Mark Lanegan vervolgens steeds meer het muzikale geluid van de duistere jaren tachtig postpunk opzoekt waarmee hij als kind is opgegroeid en waar hij zich blijkbaar het duidelijkste weet te verwoorden.
De nadruk ligt veel sterker op de overheersende drumloops en de experimenteerdrift van de door Nick Cave uitgeleende werknemer en tegenwoordig tevens orkestleider Warren Ellis. Deze geschoolde violist richt zich al jaren bij The Bad Seeds meer op het arrangeren en de sfeerbepaling van de tracks. Zijn muzikale handtekening versiert al direct het onrustige maar ook meesterlijke I Wouldn’t Want to Say. Een oppepper voor de doorrookte zanger waarbij de longen net zo donker gekleurd zijn als zijn bezongen ziel. Opzichtig duwt hij Lanegan de richting van zijn leermeester op, maar de standvastige zanger laat zich niet van de wijs brengen en eigent uiteindelijk de song zelf op. Een soortgelijke samenwerking met Rob Marchall resulteerde een krappe drie maanden geleden nog in het voortreffelijke Humanist.
De beroerde familie omstandigheden waarin hij als kind opgroeit staan centraal in het onschuldig ogende kampvuur niemendalletje Apples from a Tree, waarbij hij zichzelf als een verrotte verboden vrucht neerzet. Mark Lanegan opent als een oester zijn verhalenschrift, gevuld met onverwerkte jeugdtrauma’s die als doffe parels opgepoetst dienen te worden als kleine momenten van gelukzaligheid.
Dat rouwrandje vreet ook aan Daylight In The Nocturnal House’s, gevormd door de vriendschappelijke verdienste van triphop gitarist Adrian Utley waarmee hij in het verleden ook als gepassioneerde smaakmaker bij Portishead opereerde. Oudgediende John Paul Jones van Led Zeppelin laat de zuigende klanken van de mellotron als een zwerm winter ontvluchtende zwaluwen rondcirkelen in het opgejaagde Ballad Of A Dying Rover.
Die geslotenheid vormt ook het thema van het van zelfkennis getuigende Skeleton Key. De kilte van de koude emotionele winters die menig doemdenker in de jaren tachtig het hart laten bevriezen vormt hierbij de verbitterende begeleiding. Het is gelukkig niet allemaal ellende, als het getatoeëerde evenbeeld en levenspartner Shelley Brien zich bij hem voegt in This Game of Love en als een gulzig slangenmeisje hem opeist is de romantiek en de rust in zijn leven duidelijk voelbaar.
Toch is het wachten op de schijnbare onaantastbare samenwerking met Greg Dulli die als The Gutter Twins en met Lanegan in de gastrol op The Twilight Singers albums zoveel moois opleverde. Warren Ellis mengt zich met zijn vioolspel nog tussen de twee grootheden op At Zero Below maar wordt terecht totaal overtroeft door het samenspel van de blood brothers. De gebroken soul kwellingen van Dulli krijgen door het aanmoedigende duiveltje Lanegan nog een verse trap na, al had er meer uit dit magische verbond gehaald kunnen worden.
De kerkorgel in het afsluitende Eden Lost and Found wil niet het gehoopte gospelgevoel oproepen, maar daar valt prima mee te leven. Neemt niet weg dat het Mark Lanegan weer eens lukt om een memorabele plaat af te leveren.
Mark Lanegan - Straight Songs of Sorrow | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Porches - Ricky Music (2020) 2,5
30 juli 2020, 16:47 uur
Op papier is Porches een band, maar reëel gezien is het net iets meer dan een eenmansproject van Aaron Maine. Deze uit New York afkomstige muzikant debuteerde in 2013 met de heerlijke indie popplaat Slow Dance in the Cosmos waarbij de nadruk nog behoorlijk op het licht noisy gitaargeluid gevestigd is en de elektronica nog een prima aanvullende rol heeft.
Veel prominenter zijn de synthesizers aanwezig bij opvolger Pool en wordt er aardig gestoeid met de mogelijkheden om de stem te vervormen. Het is allemaal wat blikkeriger, met valse geluidscollages en standaard beats maakt de muzikant het zichzelf een heel stuk lastiger. De toegankelijkheid wordt min of meer vernietigd door de bevreemdende effecten op de sound. The House brengt hierin weinig verandering, en steeds vaker rijst de vraag op of er sprake is van creativiteit moeheid. Is het de inspiratie die maar niet tot ontplooiing wil komen, waardoor de stroefheid enigszins te verklaren is.
Alle hoop is nu gevestigd op Ricky Music. Patience is mooi klein gehouden, en wil absoluut overtuigen. Een pure song, waarbij de vocalen zo min mogelijk aangetast worden door misleidende auto-tunes en andere mechanische speeltjes. Dat hij halverwege toch nog groots uitpakt, is een prima gegeven, al is de ontstemde elektronica een gewaagde misstap.
De minimale percussie inclusief koebel in Do You Wanna komt veel overtuigender over, al zakt het door de praatzang wel steeds verder weg. Het lijkt er sterk op dat Aaron Maine met zijn gedachtes in een totaal andere wereld verkeerd. En dat is toch wel de rode draad van Ricky Music. Er hangt een neerslachtige lusteloze sfeer over het geheel heen. De zang is vlak en monotoon, met weinig echte uitschieters.
Het niemendalletje PFB is bijna zelfkastijding. Opnames die via een kier vanuit de achterdeur de studio zijn binnen gedrongen en pardoes op de plaat zijn verschenen. De clubrave van Madonna is een verademing, helaas voegen de vervormde vocalen niks toe. Instrumentaal staat het wel als een huis, een kaartenhuis weliswaar, fragiel en breekbaar.
I Can’t Even Think weet de spanning aardig op te bouwen, maar ook hier is het zinloos gedraai aan de knoppen wat zo irritant over komt. De emotie die op Ricky Music overgebracht moet worden blijft hangen in het schetsproces en wil maar niet die gehoopte diepgang oproepen.
Wat een saaie bedoeling! Porches had hier best wat meer van kunnen maken. Met heel veel moeite proppen ze tien nummers in een schamele vijfentwintig minuten, waarvan een vijfde deel enigszins weet te boeien. Zure opgeklopte slagroom met een misselijkmakende nasmaak.
Porches - Ricky Music | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Spinning Coin - Hyacinth (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:46 uur
Waarom gemakkelijk doen als het ook moeilijk kan. Het Schotse viertal van Spinning Coin weet in 2017 met Permo een prima springerige popplaat af te leveren. Het is lekker kneuterig en schattig. Een prettig in het gehoor liggend debuut met genoeg aandachtspunten voor de band uit Glasgow om verder mee aan de slag te gaan.
Dan is het drie jaar later toch wel eventjes flink slikken. Spinning Coin is in staat om een totaal andere moeilijke plaat te maken, met slecht stuurloze gitaren en huilerige belabberde zang. Alles wat tegenwoordig hip is, mag zich indie noemen. Als het maar rammelt, en het liefste lo fi is opgenomen. Hyacinth is een geval apart. Dit is daarvan de overtreffende trap. Ze zetten zo totaal af tegen alles wat je van een band verlangd, en dan verstaan ze ook nog de kunst om hier goed mee weg te komen.
Vergeet het rauwe van de eersteling, Hyacinth is verdwaalde hippie muziek van suf geblowde gasten die door een tijdmachine vanuit een landelijke commune uit de sixties zijn ondergebracht in de donkere stedelijke jaren tachtig. Het is dezelfde soort psychedelica waarmee de Madchester beweging rond 1990 van zich liet horen, al ligt nu het accent niet zozeer op de beats.
Het trage opstartende orgeltje in Avenues of Spring krijgt een heerlijke strandgloed over zich door het vintage gitaarspel en toch wel overtuigende samenzang. Tot hier toe is er helemaal niks mis, de zang is nog redelijk zuiver en laat je snakken naar een bloedhete zomer. Vervolgens wordt er een blik aan vrijheid, blijheid en broederschap opengetrokken in het door de Merseybeat beïnvloedde Feel You More Than World Right Now.
Dan neemt de waterpijp het over in Get High en volgt er een bevreemdende trip door Luilekkerland. De inkleuring is retro hallucinerend met duidelijke flitsende new wave invloeden. Juist dat laatste zorgt ervoor dat het net niet te geestverruimend wordt. De dromerige postpunk klanken sluiten wonderbaarlijk goed aan bij de zweverige basis. Zeker als daar die heerlijk opzwepende punkdrums van Ghosting nog eens fel overheen gaan.
Het is eigenlijk zonde dat nieuweling Rachel Taylor alleen op Black Cat vocaal de mogelijkheid krijgt om uit te blinken. Jammer dat ze niet op de hele plaat de leadzang verzorgt, deze verse aanwinst heeft genoeg kwaliteiten om alleen al Spinning Coin met gemak naar een hoger level te tillen. Het stevige met mankracht gezongen It’s Alright vormt hierbij een uitzondering, en mag zich ook tot de hoogtepunten rekenen. Hyacinth moet eventjes landen, en wil dan wel overtuigen. Een gedurfde voortzetting van een bijzondere band.
Spinning Coin - Hyacinth | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Eve Owen - Don't Let the Ink Dry (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:46 uur
Je zal maar geboren worden met een stem waarmee je de luisteraar zo betoverend kan ontroeren dat de tijd eventjes stil lijkt te staan. Na alle hectiek is daar die rust en zwoelheid welke een muzikaal overspel lijkt af te dwingen. Eve Owen bezit dat vermogen. Een onwaarschijnlijke puurheid waarmee ze op een licht geforceerde manier alle aandacht opeist. Eigenlijk is ze juist heel fragiel in haar overdracht, de kinderlijke onschuld wordt verpakt in een zwoele omlijsting, en daar komt ze heel goed mee weg. Vanuit hartje Londen presenteert deze jonge Britse singer-songwriter haar verrassende sterke debuut Don’t Let The Ink Dry. Ze zoekt veel meer de aansluiting bij de vorige generatie power vrouwen die in de jaren negentig met hun gevoeligheid speelden en waarbij de sensualiteit in de vocalen als kracht wordt gebruikt.
Tussen de standaard liefdesliedjes zitten een aantal beeldschone parels verborgen. Tudor begint klein, met opdringerige lawaaierige percussie, een beetje onwennig wandelen de vocalen door de schreeuwende broeierige instrumentatie, waar met gemak de hoge uithalen afgewisseld worden met een diepere overgang. Eve Owen verwoordt de leegte van het leven maar ook de leegte van de omgeving om haar heen. Met deze openingstrack als smeekbede geeft ze zichzelf al volledig bloot, de open kwetsbaarheid is hierbij haar wapen. Eenzaamheid, bedrog en verdriet zijn de thema’s waarop het merendeel van de songs zijn opgebouwd.
Zorgvuldig wordt er met ingewikkelde structuren een spanningsveld opgewekt die kenmerkend is voor een band als The National. Eve Owen was een van de vele gastzangeressen die ingezet werden om de vrouwenplaat I Am Easy To Find in te vullen. Als vriendschappelijk tegengebaar neemt Aaron Dessner hier plaats achter de knoppen. Het melancholische For Redemption lijkt zelfs voor Matt Berninger geschreven te zijn, dan ben je wel een hele goede zangeres, als je dit volledig naar je eigen hand kan zetten.
Wat moet het een geweldig gevoel geven als er al een sterke pianobasis staat in het gevoelige She Said, waarbij Eve Owen alle vrijheid krijgt om hier haar verlies in het menselijke vertrouwen te uiten. Een groot contract met de pastorale zware orgelklanken in het diep trieste 29 Daisy Sweetheart. Een verschil van dag en nacht, waarbij de klankkleur voornamelijk uit de zwarte toetsen gehaald wordt.
Verrassend genoeg heeft Aaron Dessner voor de stijl van het zwaarmoedige Sleep Well Beast gekozen, omdat daar de vocalen van de zangeres veel mooier bij kleuren. Kostte het bij het publiek meer moeite om die plaat in waarde in te schatten. Hier lijken de puzzelstukjes veel sterker op hun plek te vallen. Zijn hoogtepunt ligt in het beklemmende, duistere After The Love waarbij hard naar de climax toegewerkt wordt en Eve Owen er de nodige Oosterse mysterieuze accenten doorheen gooit.
De elektronische hartslag van het prachtige met Krautrock geaccentueerde Love Not Today geeft er een rauw randje omheen, overmand door de dromerige stembeheersing en een heerlijke razende uitloop van de licht vervormende noise. Met gemak wordt er in Mother vanuit de jaren tachtig synthpop uitgeweken naar de uitgebalanceerde hedendaagse indie rock. Terwijl in Blue Moon de rauwheid van de jaren negentig vanuit het krachtige gitaarspel weerklinkt.
Eve Owen is een onberekenbare verleidster, die om je heen kronkelt om uiteindelijk keihard toe te slaan. Ze confronteert je met het leven, en de schaduwzijde daarvan. Was ze op I Am Easy To Find nog een onopvallende gastzangeres, haar naam heeft ze absoluut verzilverd op het adembenemende debuut Don’t Let The Ink Dry.
Eve Owen - Don't Let the Ink Dry | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
De Kift - Hoogriet (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:45 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Perfume Genius - Set My Heart on Fire Immediately (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:45 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
De Niemanders - De Niemanders (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:44 uur
Op 13 Januari 1968 vindt er op muzikaal gebied een bijzondere gebeurtenis plaats. Johnny Cash bezoekt de Folsom State Prison in Californië en treedt daar op voor de gedetineerden. Een indrukwekkende registratie volgt, die nog steeds gezien mag worden als een van de mooiste live concerten ooit.
De van Shaking Godspeed en Donnerwetter afkomstige gitarist Rocco Ostermann is een groot bewonderaar van The Man In Black, en maakt in binnen- en buitenland veel indruk door zijn vertolkingen van het American Recordings repertoire van Johnny Cash. Samen met medebandlid Wout Kemkens vervolgt hij vijftig jaar later in 2019 een soortgelijke weg, waarbij hij in de Nederlandse gevangenissen op zoek gaat naar de verhalen achter De Niemanders. Mensen die door verkeerde keuzes en handelingen zijn weggestopt, en afgesloten van de maatschappij zich tekstueel en instrumentaal verwoorden.
Doordat ze in het dankwoord met voornaam genoemd worden zijn de inspirators al gelijk meer dan een anoniem nummer in de samenleving. Om privacy redenen wordt er begrijpelijk geen achternaam genoemd, maar staan ze wel als volwaardige muzikanten geregistreerd. Juist op het moment nu de vrijheid zo ter discussie staat lanceert De Niemanders een paar dagen voor Bevrijdingsdag dit bijzondere project. Er wordt uitgegaan van een uitzichtloze leegte en opgekropte frustraties die versterkt worden tussen de vier muren. Als omlijsting is er gekozen voor een agressieve swingende funkbeat. Juist door aan de rand van de rocksound te opereren voorkomen ze dat het te zwaar en verstikkend wordt.
Het is een bruisend, verbroederend geheel geworden, waarbij het vertrouwen in elkaar en het samen tot iets moois komen de centrale ijkpunten vormen. Na de chaotische introductie in het gejaagde fastlife Skycrasher is er ruimte voor de harde realiteit. Geen romantisch beeld, maar confronterende woorden. Ik viel als kind in een ketel pep weerklinkt er in Van Niets naar Iets, later gevolgd door Dit is mijn leven, dit is mijn pijn, ben in de bajes, dat is de realiteit. Wegvluchten in drugs om jezelf staande te houden in de keiharde wereld. Duidelijke taal, prachtig verwoord door taalgeweldenaars die ongestraft de inkt gebruiken als het bloed, de zweet en de tranen die in het verleden gevloeid hebben. Verhalen die verteld en gedeeld moeten worden.
Hiermee bewijzen ze dat ze nog weldegelijk meetellen in de maatschappij. De sfeer is overheersend duister en grimmig, en als buitenstaander volg je onbevooroordeeld deze prachtige geslaagde verslaglegging. Het is geen berouwvolle vrijspraak om zichzelf beter op de kaart te plaatsen, en dat maakt het juist zo goed en treffend. Hoe bijzonder de verschillende achtergronden gesmeed worden tot een soepel in elkaar overlopende smeltkroes aan verschillende stijlen is uniek. Ondanks dat er geen onderscheid is gemaakt tussen Nederlandse en Engelstalige teksten, zijn het wel de eigen straattaalsongs die door de begrijpbare directheid het hardste binnen komen. Tevens een meer dan geslaagde uitdaging voor Rocco en Wout, die mijlenver verwijderd blijven van het smerige ruige geluid van het overdonderende Shaking Godspeed, maar wel de donkere invloeden van Donnerwetter laten domineren. Dit vraagt om een vervolg!
De Niemanders - De Niemanders | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Trace Mountains - Lost in the Country (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:44 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Bitter Moon - The World Above (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:44 uur
Dat de belangstelling naar The World Above van het uit Zwitserland afkomstige duo Bitter Moon in Nederland bovengemiddeld is, komt voornamelijk door het feit dat Jacco Gardner verantwoordelijk is voor de productie. Dit muzikaal wonderkind weet zelfs buiten de landsgrenzen indruk te maken met zijn psychedelische sixties sound op het droomdebuut Cabinet of Curiousities. Vervolgens vervaagt hier stilletjes de aandacht, en na het minder goed ontvangen instrumentale Somnium is daar zijn ontdekking Bitter Moon, die als voorprogramma met hem op stap gaat.
Het is de kunst om het unieke geluid van Bitter Moon groots neer te zetten. Met deze lastige opdracht gaat het schuchtere studiodier aan de slag. Een onmogelijke opgave waarbij hulplijn Simon Heyworth ingezet wordt. Zijn ervaringen met de krautrock pioniers van Tangerine Dream en een indrukwekkende bijrol in het opnameproces van Mike Oldfields Tubular Bells maakt van hem een veelgevraagde producer die het alternatieve geluid kan vercommercialiseren. Hierbij blijft hij dicht bij de kern die de artiesten willen overbrengen. De leerling en de meester aan het werk, met The World Above als wonderbaarlijk eindproduct.
Zenos Paradox is een tochtende open deur die je verwelkomt in de kille wereld van Bitter Moon. De dromerige elektronica wordt ingeleid door de stampende percussie van Nic Mauskovic om over te gaan in de bombastische geluidsexplosies en tempowisselingen vanaf Images die ergens tussen de blikken jaren tachtig avant-garde en de new age ambient sound van de negentiger jaren zweven. Gedurfd, en geslaagd. Titeltrack The World Above heeft dat typerende seventies futuristische, wat vaak als omlijsting gebruikt wordt bij de Japanse science fiction tekenfilmseries uit die periode.
De meerwaarde zit hem in de praatzang die helaas minimaal aanwezig is. Zo weet Reka Csiszer in Formlos al een bepalende leegte toe te voegen die zich perfect kan hechten aan de sobere kleurklanken van Simon Bernardoni. Bij Gloria is het tegenovergestelde gaande, hier geeft haar lazy zang juist meer diepgang aan de heersende exotica. Het gesproken mysterieuze Kontakteinseit zou zeker mede door de Duitse taal prima passen op een donkere Wim Wenders soundtrack. Een bijzondere afsluiter waarbij de vocalist met haar verdiepende treurnis vocalen in topvorm verkeert. De lugubere sfeer geurt naar de zijstegen van de grote stad, waar randfiguren een worden met de schaduw om in de duisternis te shinen.
Een geslaagde samenwerking, waarbij weer eens het belang van de juiste personen achter de knoppen benadrukt wordt. Gardner houdt zich al een tijdje minder gericht bezig met de retro hippie sound, en laat ruimte toe voor jaren zeventig synths. Precies op dat punt treffen ze elkander. Vanwege de huidige onzekere toekomst van de muzikanten is de release bewust een maand naar achteren geschoven.
Bitter Moon - The World Above | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sufjan Stevens & Lowell Brams - Aporia (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:43 uur
Laat ik er direct maar geen doekjes om winden. De kans dat Aporis opgepakt wordt is veel groter vanwege die naam die daar met sierlijke letters aan de zijkant staat aangegeven; Sufjan Stevens. De man die vriend en vijand weet te verassen met het alle kanten op stuiterende hoogtepunt Illinois. Normaal zou het dan wel klaar zijn geweest, al weet de gevoelige singer-songwriter zichzelf zowat te overtreffen met het persoonlijke, zachtere Carrie & Lowell.
Een familiare haat- liefdesplaat, die zich richt op het leven van stiefvader Lowell Brams en moeder Carrie. Gebukt gaande onder psychische stoornissen zoekt die laatste haar heil in drugs om het voor haarzelf allemaal draagbaarder te maken. Een zwaar bestaan waar ze zichzelf steeds verder de vernieling in helpt. Uiteindelijk overlijdt Carrie aan de gevolgen van maagkanker.
De droefenis die je als hulpeloze nabestaande te verwerken krijgt, brengt Sufjan steeds dichter bij Lowell Brams. Ondanks dat het huwelijk al strandde toen Sufjan nog een schoolkind was, blijft hij Brams zien als de katalysator die hem aanspoort om zich te verdiepen in de muziek. Heel bijzonder, omdat er geen biologische verwantschap is, en Brams vooral in zijn vroege jeugd een prominente rol in het gezin vervult.
Soms zit de emotie zo diep dat deze niet door teksten op te roepen is. Het is te gevoelig, en de getraumatiseerde, blijvende wonden hechten zich beter aan een instrumentale aanpak. De behoefte om hier een vervolg aan te geven wringt ook bij Brams. Als sfeermaker lijkt het erop dat zijn muzikale bagage het uitgangspunt is waar vanuit er gewerkt wordt. Aporis is voornamelijk een volgende stap in het rouwverwerkingsproces, gebundeld in fragmentarische ambient passages.
Als labelbaas van Asthmatic Kitty heeft Brams alle vrijheid om de opnames wel of niet openbaar te delen. Uiteindelijk is er voor gekozen om het vervolg op Music for insomnia toch uit te brengen. Aporis bestaat uit dierbare persoonlijke stukken die in een periode van 10 jaar werden opgenomen. De sfeer is overheersend dromerig en duister, waardoor overduidelijk voelbaar is dat de geest van Carrie er als een onrustige dolende ziel verloren ronddwaalt.
Door de mediterende spirituele werkwijze is het een zoektocht naar het moment dat innerlijke rust en zelfreflectie in elkaar overgaan, het punt van verlossing. Slopende percussie is te herleiden tot het gevecht maar is tevens de lichtere tint in het geheel. De sobere toon wordt gevoed door duistere hallucinerende triphopeffecten en psychedelische new age soundscapes. Het biedt troost maar roept ook vragen op. Om zo onbevooroordeeld te blijven wordt de leegte niet ingevuld met confronterende woorden.
Aporis is niet gemakkelijk, niet toegankelijk en zeker niet commercieel. Een meesterwerk? Dat niet, al mag het wel beschouwd worden als een cruciaal keerpunt, waarbij de waarde pas op langere termijn in te schatten valt. Aporis is zo’n album welke vroeger door teleurgestelde boze kopers werd terug gebracht naar de platenzaak om vervolgens jaren later spijt te krijgen van deze impulsieve actie.
Sufjan Stevens & Lowell Brams - Aporia | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Thao & The Get Down Stay Down - Temple (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:42 uur
Thao & The Get Down Stay Down is de naam van het gezelschap waarmee de pure folkzangeres Thao Nguyen vanaf 2003 samenwerkt. Solo heeft deze dame al indruk gemaakt met Like the Linen waardoor ze uitgenodigd wordt door Laura Veirs om het publiek alvast warm te maken, voordat die als hoofdact het podium betreed. Ook is ze in 2009 actief met Mirah Zeitlyn, wat een spannende indie popplaat oplevert. Ondertussen heeft ze er nu de afronding van de vijfde Thao & The Get Down Stay Down album er op zitten, die nog meer waanzin laat horen dan voorganger A Man Alive.
Temple gaat verder waar de documentaire Nobody Dies: A Film About a Musician Her Mom and Vietnam eindigt. Todd Krolczyk volgt moeder en dochter, die opzoek gaan naar de roots in het ontvluchte land met het heftige oorlogsverleden. Het titelnummer is een beangstigende verslaglegging van de gruwelijke verhalen die in het hoofd van haar moeder afspelen. Na een typisch Amerikaans country intro projecteert Thao de verschrikkingen op een onschuldig discodeuntje, toepasselijk omdat het einde van de oorlog samenvalt met het escapisme van het opkomende discotijdperk.
Androgyne hoge uithalen maken je nog nieuwsgieriger naar de persoon achter Thao Nguyen, die zich sterk met het potige Phenom op het nachtelijke uitgaansleven lijkt te richten. Een kick-ass tegen de zelfbewuste jongelingen die aan het schrijversfront melden. Deze dertiger houdt zich in topvorm prima staande tegenover de nieuwe hiphop generatie. Na het voortreffelijke skankende Lion on the Hunt en het met noisy synths opgeleukte Pure Cinema werkt Thao zich door het minder sterke Marauders heen. De stemkunstjes komen hier over als Pavlov achtige aangeleerde maniertjes. De discostamper How Could I is een voorzichtige stap terug.
Het experimentele Disclaim heeft ondanks de kinderlijke keyboardklanken een duister zwart postpunk randje welke ook aangenaam zit te vervelen bij het diep funkende Rational Animal. I’ve Got Something knettert van de herhalende geluidseffecten om vervolgens toe te slaan met gesampelde samenzang. Telefoonbliepjes kondigen Marrow aan, waarmee het duidelijk is dat de hoogtepunten zich niet in de kronkelende staart bevinden waar Thao zich al mauwend doorheen lijkt te wringen.
Temple is een stoere rockchickplaat geworden waarbij de folk duidelijk op een zijspoor is geplaatst. Het accent ligt op de verschillende achtergronden. Het gejaagde Westerse van de Verenigde Staten krijgt navolging van de Oosterse culturen en spiritualiteit. Al haar opgespaarde credit gooit ze overboord om vocaal bankroet vanuit de bodem de tracks opnieuw op te bouwen. Een herboren Thao laat haar muzikale verleden helemaal los, daarvoor in de plaats komt een experimentele donkere kant, waarbij ze op zoek gaat naar haar verborgen stemmogelijkheden.
Thao & The Get Down Stay Down - Temple | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Elder - Omens (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:42 uur
Omens is een nieuw hoofdstuk in het steeds dikker wordende massieve songbook van het uit Boston afkomstige Elder. Nog steeds maken ze lang uitgerekte tracks vanuit het stoner rock principe. Alleen zijn ze dit hallucinerende genre ruimschoots ontgroeid, en zoeken ze naar andere opvallende elementen om zichzelf te vernieuwen. Een meer dan logisch vervolg dus op hun vierde volwaardige plaat Reflections of a Floating World.
Dat er hiervoor steeds vaker uitgeweken wordt naar Europa was al duidelijk merkbaar op het in Berlijn opgenomen The Gold & Silver Sessions. Voor Omens zitten ze in het aangrenzende Frankrijk in de Black Box studio van Peter Deimel, die al eerder samenwerkte met dEUS, Shellac en het meer in de lijn van Elder opererende grote muzikale broer Motorpsycho.
Met de diep trieste doom metal invloeden en verbitterende emo zang is Omens van Elder een buitenbeentje in de psychedelische progrock scene. De profetische decadentie die de plaat uitstraalt is te herleiden tot de totale zelfvernietiging en landschapsvervuiling waar de mensheid de aarde naar toe dwingt. Een geliefd thema bij bands om op terug te vallen, wat in de nabije toekomst zeker nog vaker zal gebeuren. De luchtigheid die op de voorganger nog voor enige houvast zorgde is hier vrijwel geheel verdwenen.
Door sprookjesachtig af te trappen in Omens zuigen ze je direct al mee in het deprimerende verhaal. Het titelstuk grijpt terug naar een onevenwichtige natuur. Herinneringen die overschaduwt worden door een stervende planeet. De pijn zit oppervlakkig verborgen in de getergde vocalen van hoofdpessimist Nick DiSalvo, die tevens de verantwoording opeist voor de vette dromerige gitaarriffs en schreeuwende hardrock explosies. De toon is confronterend direct en hard. Grove schetsmatige gitaarpartijen worden overwoekerd door vernietigende drumslagen van nieuweling Georg Edert, die soms wat moeite lijkt te hebben om het juiste ritme te kanaliseren.
Gastmuzikant Fabio Cuomo is mede aansprakelijk voor de prachtige retro synthesizerpartijen. Samen met Nick DiSalvo en Mike Risberg laat hij ze onderdrukt op de achtergrond rondcirculeren, om er vervolgens een likje duister postpunk pastel aan toe te mengen. Net zo donker gekleurd zijn de logge basakkoorden van Jack Donovan die zelfs terug grijpen naar de zware jaren negentig grunge. Verder is er gekozen voor opvallende veel eighties metal melodielijnen en new wave keyboards en een scherpe mespunt aan in Duitsland opgepikte futuristische krautrock klanken.
Het veelvoud aan stijlveranderingen laat horen dat de band nog steeds open staat voor verruiming van de sound. Er wordt gebouwd aan een avontuurlijk fundament waarbij de basis diep gegrond blijft staan. Niet altijd pakt het even sterk uit, waardoor de ongedwongenheid overgaat in overbodig experimenteerdrang. Al past die schetsmatige veelvoud ook wel weer perfect bij het bewust ruw uitgewerkte onderwerp. Met twee nieuwe ingespeelde muzikanten in de gelederen en een bredere interesse voor groeimogelijkheden lijkt Elders in een fase te verkeren die in de toekomst alleen maar mooier kan uitpakken.
Elder - Omens | Metal | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Darlyn - Was It a Dream (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:41 uur
Nadat het in Amsterdam gevestigde zestal van Darlyn het mini album Fallow Land in 2015 uitbrengt gaat het heel snel met de band, misschien wel iets te snel. Een geslaagde aanstekelijke vierde single Stepping Stone volgt, die de rauwheid weet te mengen met het juiste gevoel voor laidback hit potentie. Hun interpretatie van het heavy bluesy geluid wordt veelvoudig op de radio gedraaid, en ze worden even een veelgevraagde studio act. En terecht, die plek ligt Darlyn perfect, lekker klein intiem en met direct contact. Deze kracht zouden ze juist nu met veredelde huiskamersessies volledig kunnen uitbuiten.
Het blijft lastig om in deze onthaaste vreemde wereld die opgeëiste aandacht vast te houden. Dat lukt door op korte termijn nog de nodige goede nummers te droppen, of om al snel met een waardige eerste echte plaat te komen. Dat eerste gaat ze zeker goed af, het duurt echter nog een paar jaar voordat Was It A Dream verschijnt. Vreemd genoeg zonder Stepping Stone, wel met de prima Tommy James and the Shondells cover van I Think We’re Alone Now die men vooral kent in de Tiffany uitvoering, en de gloednieuwe single 10 Dollar Smile. Het is te hopen dat Wessel Herbschleb weer die kenmerkende harde slidegitaar sound tevoorschijn weet te toveren. Wees maar gerust, bij Make It Mine gaat hij heerlijk los.
Met de pompende bas van Guido Nederstigt op Love Me (Come Here) begeven ze zich op het terrein van de jaren negentig rockdames. Gevuld met nachtclub romantiek, sfeervol gitaarspel en mistige keyboardpartijen. De vocale krachtpatserij van diva Diwa Meijman is de sterkste troef op het al eerder uitgebrachte 10 Dollar Smile. Nadine Dekker, de andere vrouw in de band maakt het onderscheid door het donkere treurende vioolspel, hierdoor klinken ze net wat eigenzinniger dan hun collega’s.
Het is muziek die vraagt om een flinke dosis smerigheid, maar die ruwheid blijft wat achter. Door de voorzichtigheid spelen ze duidelijk in op de behoefte van de FM luisteraars. Darlyn is zo’n typische Top 40 band, waar verder niks mis mee is. Diwa Meijman zet een prachtige basis neer, die in de toekomst alleen maar overtroffen kan worden. Als zij maar duidelijk blijft aangeven welke richting ze op wil gaan, dan volgt de rest wel. Darlyn bezit genoeg kwaliteiten en groeimogelijkheden. Hoe verder de plaat vordert des te mooier komt de desolate achtergrond naar voren. Het orkestrale Wasteland zou de perfecte afsluiter zijn geweest.
De opzet was om Was It A Dream vorig jaar in september te lanceren, maar de datum werd uitgesteld tot 28 februari, de vooravond van de Corona crisis. Dat de muzikanten een flinke zak aan ervaringen meedragen zorgt voor de doordachte strakheid, maar levert wel een stukje spontaniteit mee in. Het zou nog wat losser mogen zijn. In ieder geval een waardige voortzetting van de droomstart. Achteraf begrijpelijk dat Stepping Stone de plaat niet gehaald heeft, deze luchtige popsong is ondanks het stevige geluid niet zo donker dan de uiteindelijk geplaatste tracks.
Darlyn - Was It a Dream | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Katie Von Schleicher - Consummation (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:41 uur
Vanuit Brooklyn laat Katie Von Schleicher drie jaar geleden al van zich horen met het uitgebalanceerde debuut Shitty Hits. Een donkere plaat waar ze zich bescheiden lo-fi opstelt met haar vocalen lekker veilig diep weggestopt in de mix. Die zangpartijen komen ook niet volledig tot het recht in Wilder Maker, het project waar ze deze deelt met Gabriel Birnbaum. Maar het levert wel het geslaagde Zion op. Gabriel Birnbaum bewandelt solo vervolgens een totaal ander pad met het experimentele instrumentale Nightwater en geeft Katie Von Schleicher daardoor de mogelijkheid om haar tweede album af te ronden.
Op Consummation kiest ze ervoor om haar stem volledig helder op de voorgrond te plaatsen. Dat deze zangeres een groot bewonderaar is van de dromerige sound die haar vrouwelijke collega’s de laatste twee decennia van de vorige eeuw ons voorschotelen mag duidelijk zijn. Hier komt ze openlijk voor uit, zonder er vaag en moeilijk over te doen. Dat is ook niet nodig, zeker niet als dat een lekkere plaat oplevert, en dat is Consummation absoluut. Ze herintroduceert zichzelf hier als een volgroeide vocalist met een licht erotisch berustend stemgeluid.
Het filmische karakter domineert in de schetsmatige songs waarvoor ze haar toevlucht gezocht heeft in oude jaren vijftig movie klassiekers. De beelden die toen op het doek geprojecteerd werden vormen genoeg lesmateriaal om haar inspiratie uit te halen. Het korte Strangest Things met het kitscherige engelenkoor is hiervan het beste voorbeeld te noemen.
Maar goed dat daar nog steeds genoeg stevige rocknummers tegenover staan. Bij het rauwe punky Can You Help? wil ze flink de gitaarpedalen instampen. Een groot contrast met de droompop van het eighties gekleurde Brutality en het door hemelse orgelklanken opgesierde Nowhere. Met de rommelige sixties georiënteerde garagerock akkoorden en een soepel vriendelijk bubblegum refrein laat ze een luchtige kant doorademen in het springerige Wheel. En dat geeft perfect weer waar ze toe in staat is. Dat medeschrijver en producer Adam Brisbin aardig gitaar kan spelen en het talent ook benut is dan een groot voordeel.
De dramatische ruwheid waarmee ze het krachtige You Remind Me omhoog pusht wordt ondersteund door vervreemde elektronica en een hakkende beat die sporadisch terug komt. Hiermee poseert ze zich in een desperate donker werkveld met veel verwijzingen naar de uitzichtloze wanhoop waarmee de zwaar gedrogeerde gitaarscene in de jaren negentig de wereld glazig tegemoet staarde.
Met gemak had ze kunnen kiezen voor een duistere sound, maar juist net die afwisseling met luchtige nummers met retro sentimentele ABBA samenzang werkt in het voordeel. De hoge uithalen en pianobegeleiding plaatst haar tussen Tori Amos en Kate Bush, maar net als bij deze grootheden is het de spannende eigenzinnigheid die het wel afmaakt. Klassieke bewerkte tinten worden probleemloos afgewisseld door de stevigere voort drummende nachtleven electroclash en krassende postpunk duisternis.
Consummation is een allegaartje aan stijlen, die zich reflecteert aan het turbulente leven van Katie Von Schleicher. Een onvoorspelbare indiepop album met verrassende wendingen. Het is bijzonder hoe ze zich vocaal zo sterk heeft ontwikkeld, al vormt het kinderlijk gezongen Power hierbij een uitzondering. Daar tegenover staan genoeg schitterende opgebouwde diamantjes.
Katie Von Schleicher - Consummation | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Muzz - Muzz (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:33 uur
Paul Banks heeft eigenlijk geen introductie meer nodig. Als frontman van het beklemmende donkere Interpol verraste hij de wereld al met drie opeenvolgende meesterwerken. Dat het experimentele latere materiaal deze status niet behaalt is ze vergeven. Met het luchtigere Julian Plenti Is…Skyscraper plaatst Paul Banks zijn donkere deprimerende kant in de ijskast. Bij Banks is er weer een plek voor zijn kenmerkende treurende grafstem. Met een warmere instrumentatie lijkt het erop dat hij zich nog verder van de stigmatisering van het als een zwaar kruis meedragende Interpol wil verwijderen.
Voor zijn nieuwe project Muzz heeft hij contact opgenomen met jeugdvriend Josh Kaufman. Deze producer verraste eerder dit jaar al met het steriele tot in perfectie uitgewerkte Bonny Light Horseman, waarbij hij ook de verantwoording over de gezamenlijke gitaarpartijen opeist. Met verder nog de van The Walkman afkomstige drummer Matt Barrick in de geleden vormt zich hier een ouderwetse superband. Dat de verwachtingen bij het powertrio zeer hoog liggen is begrijpelijk en meer dan terecht.
Het is prachtig hoe mooi verhalend Paul Banks de mogelijkheid krijgt om met Bad Feelings af te trappen. Qua sfeer ligt het in het verlengde van Bonny Light Horseman, maar het is die geweldige praatstem die hier de warmte weet op te roepen welke vaak bij het latere Interpol werk ontbreekt. Het schitterende open geluidsveld waarmee geëindigd wordt bewijst al direct dat er hier iets bijzonders gaande is. Die magie is vooral ook voelbaar in de stevige nieuwe single Knuckleduster, waarbij de indruk gewekt wordt dat de band al jaren samen actief bezig is.
Het speelse geflirt met de elektronica maakt van Evergreen een heerlijke opbeurende song, waarbij de grijze wereld van het Interpol verleden een gouden zonnegloed glans krijgt. De uitlopende Americana accenten geven het een country avondsfeer tintje, waarbij nogmaals benadrukt wordt dat de drie-eenheid strak op elkander ingespeeld is. Dat stukje aan zomergeluk zit ook in het onbevangen eightiespop van Chubby Checker.
Het met treurende uitademende blazers gevormde Patchouli getuigt van het feit hoe eenvoudig een croonende Paul Banks de afstand tussen folky country en postpunk kan laten verslinken tot een minimum. Deze New Yorkenaar laat het Europese geluid van Interpol los, door meer zijn eigen roots op te zoeken, die hoorbaar in de Verenigde Staten liggen. Het nicotine bruine rokerige stemgeluid is wel aanwezig op Red Western Sky, maar het is die desperate piano omlijsting waarmee ze zich weten te onderscheiden. Het rockt net een tikkeltje steviger door de subtiel toegevoegde roffels van Matt Barrick, waardoor het een prettig weergaloos indie pop randje krijgt.
Het emotionele Everything Like It Used to Be zou met een andere instrumentenkeuze zich prima thuis voelen op een van de betere Interpol albums. Het is juist die onafhankelijke vooruitziende blik van Josh Kaufman die er een echte Muzz track van maakt. Hij pakt hier toch wel eventjes de hoofdrol van Banks over door af te sluiten met in mineur gestemde huilende gitaarakkoorden. Vanuit verstilde pianopartijen ontwikkelt Broken Tambourine zich tot een opzwepende ballade, waarbij Matt Barrick het jazzy ritme bepaald. Juist die grimmige verschillen in tempo geven het die donkere zonverduisterende keerzijde waarmee gitzwart het uiterste wordt opgezocht.
Het is niet zo moeilijk te verklaren dat er in het drukkende How Many Days duidelijke The National invloeden verwerkt zitten. Ook dat gezelschap behoort tot de vriendengroep van Josh Kaufman. Als extra gitarist bivakkeerde hij met de band in de studio tijdens het opnameproces van Sleep Well Beast. Zijn smerige schurende gitaaruitbarstingen geven het een scherp rafelrandje mee wat prima aansluit bij de donkere lagen in de op zijn toppen functionerende Paul Banks. Het lawaaierige slachtwerk van Matt Barrick bewijst nogmaals de universele kracht van het meesterlijke trio.
Hoe groot kan het contrast zijn met het in alle rust voort sjokkende Summer Love, waardoor weer eens benadrukt wordt dat Banks de pessimistische fases in zijn leven definitief in de vuilverwerker heeft gegooid. Als een herboren gelukszoeker zwerft hij dromerig rond tussen zijn gemoedelijke teksten. Deze kant openbaart zich zelden zo mooi aan de buitenwereld. Deze lijn zet hij niet voort in het sfeervolle All Is Dead to Me, waar de lyrics als donkere donderwolken verwarring in het hoofd van de vocalist veroorzaken. Breed georkestreerd volgt er een sentimentele wenteling die overgaat in het klein gehouden Trinidad, waar de blazers er een jammerlijk Zuid Amerikaans verfijning aan toe voegen. Muzz nodigt uit om het zwarte pak in de kast te hangen, en kleurrijk naar buiten te treden. Niet te vergelijken met Interpol, maar wat speelt hier toch een band in topvorm!
Muzz - Muzz | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Maserati - Enter the Mirror (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:32 uur
Het is 2007 als Maserati met hun tweede album Inventions for the New Season opeens door een groter publiek wordt opgepakt. Vanuit het muzikale hart van Georgië, en thuisbasis van The B-52’s en REM in Athens bouwt de band aan hun dromerige psychedelische rocksound. De waardering van collega’s uit het werkgebied is enorm, het is dan ook veelzeggend dat Bill Berry de voormalige drummer van REM, zijn medewerking verleent aan de zevende studioplaat Enter the Mirror. Een vrijwel instrumentaal hoogtepunt, als je de voorgeprogrammeerde computerstemmen tenminste uitsluit.
De stilte van vijf jaar heeft de band goed gedaan. Er was altijd al een ontwikkeling hoorbaar in het geluid van Maserati. Na het noodlottige overlijden van eerste drummer Jerry Fuchs in 2009, werd er vervolgens nog standvastig niet afgeweken van de sound waarmee de band een plekje in de harten van hun fans opeist. Nu staan ze voor een nieuwe uitdaging, namelijk het presenteren van een ander veel breder georiënteerde klanksoort.
Het statige 2020 heeft iets futuristisch, maar dan gezien door de ogen van de Krautrock scene zoals deze rond 1970 voor opschudding zorgde. Hoe zou de wereld er vijftig jaar later uit zien. Nou, behoorlijk beroerd! Het zijn dus niet de zachte robotstemmen in het aansluitende A Warning in the Dark die een organiserende rol vervullen en de maatschappij onder controle houden. We weten ondertussen wel anders. Maserati manoeuvreert zich met de nodige synthesizer technologie en mechanische beats door de eerste twee tracks heen om pas met de stevige gitaar interrupties het rockverleden toe te laten.
De sfeer is destructief grimmig, wat eigenlijk ook al terug te lezen is in de tracktitels. Nadat de bas zijn intrede doet wordt je meegesleurd in een indrukwekkende reis door het muzikale geweten, waarbij jaren tachtig postpunk soundscapes hand in hand gaan met harde techno aanvallen. Het is duizelingwekkend dromerig met prachtige vergeten interpretaties uit het verleden, waarbij de nadruk ligt op de laatste drie decennia van de vorige eeuw.
Aan de bombastische new wave klanken van het energieke Killing Time wordt hard metal slagwerk gekoppeld met daaroverheen fabuleuze dreunende donkere baslijnen van Chris McNeal die zo heftig binnenkomen. Wat gitaarwonder Matt Cherry vervolgens uit zijn gitaar tovert is niet zozeer de vraag, maar juist waar hij het tevoorschijn van haalt. Ondanks het indrukwekkende begin komt de geoliede machine pas echt tot gang in het met progrockorgeltje en krijsend gitaarspel door de seventies beïnvloede retro-gevalletje Der Honig.
Verwacht niet dat je de band dan eindelijk volledig begrijpt, integendeel! Met Welcome to the Other Side wordt je vol verwarring door disco baspartijen, postpunk slagwerk en ijzige robotzang en psychedelisch gitaarspel een andere richting in geduwd. En voordat je het in de gaten hebt neemt die metalkant het zonder enige aankondiging weer over. Het strakke Empty is tevens een gewelddadig onbegrijpelijk huwelijk tussen zware hardrock uitspattingen en springerige new wave synthpop. Met Pink Floyd-achtige psychedelische opbouw zorgt het overtuigende Wallwalker voor de afsluitende klapper van het geheel.
Het mag duidelijk zijn dat de veelzijdige producer John Congleton zoals altijd in topvorm verkeerd, en meer nog dan het maximale uit Maserati weet te halen. Het zal de heren zelf ook verbazen om terug te horen waar ze toe in staat zijn. Enter the Mirror en stap binnen in de ongelofelijke wereld van het vernieuwde Maserati.
» details » naar bericht » reageer
Choir Boy - Gathering Swans (2020) 3,0
30 juli 2020, 16:32 uur
Dat de vocalist van het uit Salt Lake City afkomstige Choir Boy een voorliefde heeft voor bloederige B-films horror elementen en duistere gothic is voornamelijk zichtbaar op de albumhoezen en de met bloed doordrenkte teksten. Er zit in kopstuk Adam Klopp overduidelijk een dromerige rusteloos persoon verscholen. Het heeft aan de ene kant iets lachwekkends terwijl er ook diepe ernst schuilt in deze dolende ziel. Een buitenstaander die het trieste van een pierrot clown weet te verwerken in zijn angstaanjagende uitstraling, maar die daar net niet helemaal in slaagt.
Gathering Swans is het logische vervolg op het vier jaar eerder verschenen debuut Passive with Desire. De donkere randjes zijn ondertussen met de opkomst van het zonlicht verdwenen, het punkverleden van Adam Klopp is als een oude geest achtergebleven in een afgesloten doodskist. Gewekt door de kerkklokken in St. Angela Merici laat Choir Boy een half dronken slaperige indruk achter. Met in gedachte nog conservatief in het verleden, gevangen in de toegankelijke synthpop uit de jaren tachtig.
Met zijn hoge stemgeluid en androgene verschijning past de zanger precies tussen de lustige New Romantics die eind jaren zeventig hun extravagante uiterlijk tentoon stelden in de Londense nachtclubs. Oudgediende Chaz Costello haalt uit zijn basgitaar die kenmerkende drukkende sound tevoorschijn, waardoor het wel degelijk blijkt dat ze meer zijn dan de zoveelste keyboard georiënteerde act. Ook de strakke saxofoonpartijen van nieuweling en tevens op toetsen actieve Jeff Kleinman zijn te herleiden tot de cleane New Wave variant. Michael Paulsen voltooit het viertal, al is zijn rol beperkt gebleven tot sfeervolle gitaarakkoorden.
Toch lijkt het net alsof alle emoties eruit gefilterd zijn. Ondanks de wanhopige voordracht komt het allemaal wat doods over. Je veert op als de huppelende Complainer single voorbij komt, en dat is dan ook voornamelijk vanwege de kracht van Chaz Costello. Deze muzikant is de rest van Choir Boy duidelijk ontgroeid. Misschien ben ik te verwend door de kleurrijke flamboyante muzikanten die vroeger mijn muziekkeuzes bepaalden, waardoor er een te kritische kijk plaatsvindt op het hedendaagse op vintage pop leunende Choir Boy.
Valt er verder dan niks positiefs over te melden. Zeker wel! Voor de nostalgische zwartkijker is dit een mooie aanvulling op zijn platenverzameling, en kan deze prima tussen oude klassiekers op een clubavond gedraaid worden. Er zal onder de navelstaarders niemand zijn die het verschil opmerkt. Als het afsluitende titelstuk Gathering Swans met een zware grafstem gezongen werd, zou ik het waarschijnlijk prachtig en indrukwekkend hebben gevonden. De diepgaande tekst past daar verder prima bij.
Choir Boy - Gathering Swans | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jess Williamson - Sorceress (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:31 uur
Dat de Amerikaanse Jess Williams afkomstig is uit Mexico laat ze al duidelijk merken door de aanwezige Tex-Mex invloeden, die ze op prachtige wijze verpakt in haar veelbelovende debuut Native State. Door haar sombere met snik gevoede klaagzang weet ze country te mengen met traditionele folk.
Bij opvolger Heart Song overheerst de donkere verbitterdheid en eist ze om vocaal al meerdere persoonlijkheden van zichzelf te laten zien. Het is de opmars naar het volmaakte Cosmic Wink, waarmee ze zich als volgroeide singer-songwriter op de kaart zet. In een korte tijd is Jess Williamson van onschuldig tienermeisje uitgegroeid tot een volwassen gevormde vamp.
Door die zelfverzekerdheid pakt ze Sorceress totaal anders aan. Het is een minder donker geheel geworden dan de indrukwekkende voorganger. Er lijkt een flinke last van haar ranke schouders te zijn afgevallen, waardoor ze zich als het lieve wereldwijze zangeresje neerzet. Met de hemelse, dromerige ballads als As the Birds Are en Ponies in Town wil ze een meer toegankelijk publiek aan zich binden. De creativiteit zit dan wel in de mainstream hoek en is hierdoor minder spannend, maar blijft kwalitatief continu van hoog niveau.
Toch zijn het die nummers als de verstillende country titeltrack Sorceress en het retro dramatische How Ya Lonesome met die heerlijke jaren zestig melancholiek, die er door die prachtige avondschemer begeleiding sterk bovenuit steken. Het zoete Wind on Tin moet het vooral van de prachtige zachte breekbare zang hebben, een kwetsbaarheid die Jess Williams perfect weet uit te spelen, en waarmee ze tig mannenharten kan laten smelten. Iets waar ze zich ook met het kampvuur vlammetje in het meerstemmige Rosaries at the Border mee op de been houdt.
Het vrij standaard klinkende Smoke wordt gered door de licht psychedelische uitbarsting die op het einde nog eventjes van het strakke pad afwijkt, en net nog die onverwachte afslag neemt. Dat ze daarbij ook net voor de verkeerde kant kan kiezen bewijst ze met het weinigzeggende door synthesizers afgewerkte Infinite Scroll en het slaperige Americana gevalletje Love’s Not Hard to Find.
Zelfs het kale Harm None blijft te voorzichtig, haar stem kan best wel tegen een stootje, maar dit verzand in lichtgevoelige gospel. Bij het verhalende Gulf of Mexico kom je op de tweede bladzijde tot de conclusie dat je het boek al eens eerder gelezen hebt, en ontdek je waarom er zo weinig van is blijven hangen. Ondanks de veelbelovende ontwikkeling in haar stembeheersing weet Jess Williamson uiteindelijk op Sorceress toch minder te overtuigen dan met het zwaardere Cosmic Wink.
Jess Williamson - Sorceress | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Thomas Azier - Love, Disorderly (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:30 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 5,0 sterren
» details
Jehnny Beth - To Love Is to Live (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:30 uur
Toen het Londense Savages in 2014 hun overdonderende postpunk debuut lanceerde, was het al direct duidelijk dat deze band een prominente rol zou opeisen in de reeds sterk oplevende new wave revival golf. Jehnny Beth klinkt op Silence Yourself als een reïncarnatie van Siouxsie Sioux in haar opstandige punkjaren, maar dat is ze vergeven.
Dit agressieve duistere vrouwenkwartet doet niks onder aan de krachtpatserij van de mannelijke collega’s wat ze al snel een gerespecteerde rol in de scene oplevert. Met gescherpte nagels zetten ze zich af in de bijna gelijkwaardige opvolger Adore Life, welke hevig confronterend en lomp van zich afbijt.
Vervolgens wordt het stil rondom de band. Adore verschijnt wel nog eind vorig jaar op de gitzwarte soundtrack van Peaky Blinders. De fans zijn vooral verrast door de gloednieuwe track I’m the Man, die volledig op naam van Jehnny Beth staat. Met het zware zuigende industriële geluid slaat ze duidelijk een andere richting in, die nu navolging krijgt in het elektronische To Love Is to Live. Het is dus niet zo verwonderend dat Cillian Murphy, de hoofdrolspeler van de scheermessenbende, zijn kenmerkende treurige verhalende stem uitleent voor het intermezzo van A Place Above.
Het is een mooi gegeven dat Jehnny Beth haar muzikale verleden niet verloochend. Voordat ze aan de slag gaat als boegbeeld bij Savages vormt ze samen met Johnny Hostile het dromerige postpunk duo John & Jehn. Een voorrecht dat haar voormalige muzikale partner als producer hulp krijgt van de twee grootheden Flood en de van Nine Inch Nails bekende Atticus Ross. Als geen ander weten die te spelen met tempoverschillen en explosief dynamiet om het beste in elkander op te roepen.
Er wordt voor verwarring gezorgd met de meditatieve mindfulness waarmee Jehnny Beth zichzelf voorstelt in het toepasselijke I Am. De onderhuidse spanning wordt hier nog onderbroken door subtiel pianospel en een duidelijk in ontwikkeling zijnde zangeres. Die opgekropte woede openbaart zich in een hervonden stemgeluid, waarmee ze zich verder distantieert van haar statige ijskoningin rolmodel. Het wanhopige uitgeroepen I’m Burning Inside staat synoniem voor de herboren ontdooide feniks die zich uit de asresten openbaart. Een wedergeboorte van een in haar volle kracht verkerende vocalist.
Een rauwheid die ook terug te horen is in het gefrustreerde woordenvloed die ze al rappend in het met retro jaren tachtig stemsampler effecten gevormde Innocence achterlaat. Harde beats geven haar boosheid net die extra glans om vervolgens afgewisseld te worden met lichtere elfenzang. De switch naar deze huiveringwekkende synthpop pakt verbazend goed uit. Juist die stroperige stroeve begeleiding laat het toe om een onbekende soulkant van Jehnny Beth te laten zien, waarmee ze in de voetstappen van de mysterieuze Kate Bush treed. Het zijn dus niet de minste grand ladies waar ze zich aan memoreert.
Het sfeervolle The Rooms ontwikkeld zich vanuit de grimmige stadsjazz tot een adembenemend rustpunt. Ook bij het verstillende pianospel van de sentimentele ballad French Countryside openbaren zich kwaliteiten die Jehnny Beth tot nu toe voor de buitenwereld verborgen wist te houden. Zang technisch heeft ze nooit eerder zo overtuigend en gevoelig geklonken.
Dit staat in groot contrast tegenover het zenuwachtige How Could You waarbij de van het alles wegvagende IDLES afkomstige brulboei Joe Talbot mag bewijzen dat hij zich ook staande houdt in een gemene tegen de Electric Body Music aanleunende brok energie. Die geestkracht komt op een andere manier vrij in het spookachtige orkestrale Human, waarbij de producers ouderwets los mogen gaan met schurende elektronische ritmes en tegenstrijdige effectencollages.
Dat solo uitstapjes niet altijd slappe aftreksels hoeven te zijn, wordt hier nogmaals bewezen. Sterker nog, Jehnny Beth weet hier zelfs nog meer te overtuigen dan op het ook niet misselijke Adore Life van haar damesclubje Savages.
Jehnny Beth - To Love Is to Live | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The 1975 - Notes on a Conditional Form (2020) 3,0
30 juli 2020, 16:29 uur
Op 23 september 2019 maakt de jonge Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg veel indruk met haar harde woorden tijdens de klimaattop in New York. Haar anarchistische voordracht roept herinneringen op aan de new wave poëten en punkdichters die in de jaren tachtig van zich afbeten door hun kritische kijk op de onzeker toekomst van de maatschappij te betuigen. The 1975 boetseert haar voordracht zalvend en berustend in de openingstrack van Notes On A Conditional Form.
Vanuit de omgeving van Manchester lukt het deze schoolvrienden om al vier albums lang een strakke mix aan toegankelijk tienerpop met een aanstekelijk rockrandje voor te schotelen. Het is verrassend dat de albums in het thuisland zoveel beter worden opgepakt dan de singles.
Met de rauwheid van het overstuurde punkrocker People houden ze de aandacht vast en laten ze op compromisloze wijze de opgekropte energie vrij, die diep van binnen tot het kookpunt borrelt. Deze opgefokte houding dendert helaas niet verder door. Ze vervolgen met dromerige geluidslandschappen de moeilijke ontoegankelijke weg. Want laten we eerlijk zijn, om 80 minuten lang met 22 tracks de aandacht vast te houden is een lastige opgave.
Ritmische jungle begeleiding wordt afgewisseld met zomerregen verfrissing in het pop getinte Frail State of Mind, waarmee ze nogmaals duidelijk bewijzen dat hun muziek een universeel karakter heeft, waarmee ze elke liefhebber willen bereiken. Nog steeds lopen ze hiermee het risico om te vervlakken in de prachtige composities, waarbij elke vorm van zeggenschap is weggefilterd. Met een hoop passen en meten kom je tot de conclusie dat het wel een heel gewaagde stap is om je met zo’n lange plaatlengte op de markt te presenteren.
Met een hoop elektronisch gefröbel en tandenknarsende boyband zoetigheid redden ze het niet. Gelukkig staan daar nog tracks als het fraaie zweverige Then Because She Goes tegenover. Ook de evangelische folk melodieën van Jesus Christ 2005 God Bless America weet met de kampvuur onschuld diep te raken. Dat hierbij Phoebe Bridgers een glansrol vervult valt te verklaren omdat van haar juist nu het adembenemende overbluffende Punisher verschijnt, en dat dit een goed uitgekozen promotiestunt betreft.
Het soulvolle Nothing Revealed / Everything Denied blinkt uit vanwege de zwoele gitaarklanken die er tegen het einde een lekkere funky lick aan geeft. Uitgekiende meesterlijke momenten die verder veelal gemist worden. Tonight (I Wish I Was Your Boy) sluit hier hoopvol op aan, al walst daar al snel die hit formule aan teenpop maniertjes overheen. Het Raggamuffin geintje in Shiny Collarbone is vermakelijk, maar daar blijft het wel bij.
In diezelfde categorie valt de jaren tachtig synthpop If You’re Too Shy (Let Me Know). Lekker retro, inclusief saxofoonuithalen en met een hoge nostalgische waarde, maar verder niet echt indrukwekkend genoeg. Having No Head laat horen waar de jongens toe in staat zijn. Met minimale ambient slaapmuziek wordt er opgewerkt naar heerlijke door robotgeluiden geprogrammeerde electroclash.
Bij Notes On A Conditional Form is het duidelijk dat het accent weer eens verschoven is, minder rock en veel meer elektronica. Deze pretentieuze aanpak is net een stap te ver. Door de plaat te halveren en het overschot aan songs als bonusmateriaal op singles te gebruiken, hadden ze het de luisteraar een stuk minder lastig gemaakt. Het is tijd om keuzes te maken, en blijkbaar past het commerciële jasje ze echt beter. Jammerlijk genoeg een gemiste kans te noemen, juist dat avontuurlijke spreekt mij namelijk aan.
The 1975 - Notes on a Conditional Form | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Byenow - Byenow (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:25 uur
De nieuwe lichting folk artiesten laat steeds meer die verstillende basis achter zich om de verbreding op te zoeken. Het gewenningsproces waarbij de nadruk sterker gelegd wordt op elektronica en stekelige ritmes is ondertussen alweer zo sterk ingeburgerd, dat ook die voedingsbodem volledig uitgeput lijkt geraakt. Toch lukt het de uit Piedmont afkomstige duo Byenow om de meest pure vorm van folk centraal te stellen, en er genoeg avontuurlijke wendingen aan toe te voegen.
Het roept herinneringen op die nog het dichtste in de buurt komen van de indrukwekkende singer-songwriters die jaren eerder al hun melancholische zielenpijn deelden. Deze beeldende dromerigheid geeft het een open landschappelijk muzikale karakter. Er wordt treffend gebruik gemaakt van de hedendaagse ontwikkelingen in het genre door de vrijgekomen ruimte in op te vullen met tapes en in tempo wisselend slagwerk. Door de onverwachte kale wendingen roept het een lo-fi thuisstudio gevoel op, iets wat Manuel Volpe en Simone Pozzi treffend weten over te brengen. De schoonheid van het lied staat hierbij centraal, minimaal ondersteunt door akoestische gitaar, drukkende drums, en hier en daar wat hulp van producer Manuel Volpe, een multi instrumentist die Andrea Pisano inschakelt om het elektronische klankenbord te bespelen.
Wat lukt de Italianen al direct goed om met de eerste tonen van Window zoveel indruk te maken. Juist die verstilde basis weten ze heerlijk uit te breiden met knetterende kampvuur akkoorden en een licht dreigende roffelbedje van Nicholas Remondino die je laat meevoeren met de breed uitweidende zangpartijen van Andrea Dellapiana. Ze weten te verrassen met Stay Away waarbij Manuel Volpe zijn funkende bas een stuwende dubsound laat oproepen die zorgeloos aansluit bij de droge drum en gelikte samenzang. Ondanks het soulvolle begin van Float is daar ook de slapping funk terug te horen in de zwaardere stadszang die het overnemen van de onbezorgde zachtheid. Die schoonheid ontwikkelt zich in het breekbare herhalende pianoriedeltje Crackling Leaves tot een kindvriendelijk slaapliedje.
Het eerste hoogtepunt vormt het adembenemende akoestische voort ruisende Deny The Sun. Het is zelfs zo indrukwekkend dat Andrea Dellapiana hiermee de geest van de te vroeg overleden Jason Molina oproept. Het bezit dezelfde spirit en unieke zeggenschap. Het is de kunst om die schreeuwerige uithalen af te wisselen met de bijna geruisloze twijfel. Vanuit de toegankelijke poppy pannenpercussie van Rooted wordt er toegewerkt naar het experimentele Playground. Tapes en mysterieuze loops voegen er een onheilspellende psychedelische spanningsboog aan toe, waarbij de kracht in de voordracht van de vocalist nog meer tot zijn recht komt.
Vanuit dat grondbeginsel bouwen ze het prachtige I Don’t Miss You At All uit tot het ultieme hoogtepunt van de plaat. De slepende eerste klanken staan synoniem voor een sterk gevoel van eenzaamheid en verdriet, waarna de elektronica er als een ophitsende wervelwind doorheen waait. Maar het blijft de smekende Andrea Dellapiana die je afdwingt om mee te gaan in zijn neergaande gemoedstoestand, waarbij zijn stem passend in de schaduw verdwijnt.
Na het inleidende korte EYEsUN is het The Omnivore’s Dilemma welke voor de laatste keer mag overtuigen. Een stevigere dreampop rocker met marcherende drums en een treurende trombone die als orkestleider het gezelschap naar het einde toe paradeert. Byenow weet elke seconde te boeien, en doet voor geen moment denken aan het suffige geitenwollen hipster imago van de hedendaagse folk. Een regelrechte aanrader!
Byenow - Byenow | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Hermetic Delight - F.A. Cult (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:25 uur
Je moet wel heel veel geduld en tijd opbrengen om tien jaar lang toe te werken tot een volwaardige eerste plaat. Oké, Hermetic Delight heeft in de tussenliggende periode wel een drietal ep’s uitgebracht, waarbij eigen songs afgewisseld werden met covers van The Cure en Mark Lanegan, het blijft heerlijk dat F.A. Cult nu uiteindelijk het daglicht mag aanschouwen. De Franse band klinkt nergens origineel en vernieuwend, maar brengt zoveel genot en herkenning op de markt dat dit ze al snel vergeven is. Er hangt zo’n positieve vibe omheen waarmee ze zich grotendeels in het kleurrijke ultra felle aura van de jaren tachtig New Wave bevinden.
Het strategische belangrijke Straatsburg heeft datzelfde culturele desolate gevoel als het nachtleven van Berlijn. Beide steden die van groot Europees belang zijn, en waarbij de inwoners in het verleden met gemak onder een ander land verdeeld worden. De vertakkende centrale functie hoor je terug in de veelzijdigheid, waarbij ook nog eens een boegbeeld van Turkse afkomst het culturele aspect weet te vergroten. De zwoele Zeynep Kaya karakteriseert vol dominante overtuiging de zelfkant, waarbij ze vocaal een prettig euforisch overwinningsgevoel uitstraalt.
Zeker op momenten als de opera uithalen in het kosmische Unravel roepen filmische beelden op die zich voeden door de cabaret achtige achtergrond van het straatbeeld. Ook de broeierigheid in de dromerige postpunk disco van het escapistische Le Parfum de la Nuit en het intrigerende pluche roodglanzende nachtclub sfeertje van het duistere Holy Sister zijn daaronder te catalogiseren.
Een groot contrast met het speelse Glassdancers welke hakkende gitaarakkoorden combineert met blikkerige drums en een laag funkende bas. De futuristische beats en zweverige dance accenten geven een aangename koelheid mee die haarscherp als een blockhead coupe er de nodige verfrissing aan toevoegt. En als dan Atef Aouadhi adembenemend zijn gitaar op Robert Fripp achtige wijze laat huilen, ben ik verkocht.
Wat volgt is een nostalgische trip waarbij de gejaagde shoegazer in het energieke voorbij flitsende Rockstarları wordt ondermijnd door galmende dreampop, welke een tempostandje lager een aangenaam vervolg krijgt in het lichtere These Quantic Feelings. De grauwe elektrische artpunk van A Void wordt onderschept door voorbij razende Krautrock die deze psychedelische trip vervolgt tot een dynamisch einde.
Na het in effectenpedalen verdrinkende Common Love Square is daar het orkestrale How High Is Your High? waarbij luid voort dreunende riffs met de nodige feedback een folklorisch woest geluidslandschap neerzetten waarbij Zeynep Kaya zich als een schattig moerasfeetje doorheen murmelt. F.A. Cult is een feest van herkenning, driedimensionaal in diepte, hoogte en breedte uitgewerkt.
Hermetic Delight - F.A. Cult | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kaitlyn Aurelia Smith - The Mosaic of Transformation (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:20 uur
De uit Los Angeles afkomstige componist Kaitlyn Aurelia Smith maakt het voor zichzelf behoorlijk lastig door op een onorthodoxe wijze met muziek te stoeien. De kunst om te ontleden en vervolgens opnieuw op te bouwen lijkt hierbij het grondbeginsel. Met de treffende titel The Mosaic of Transformation wordt je meegezogen in de Hindoeïstische wereld van yoga, waarbij new age en meditatie de eerste begrippen zijn die mij te binnen schieten. De balans tussen lichaam, ziel en omgevingservaringen staan hierbij centraal.
Met als functioneel doel om de innerlijke rust te vinden, waarbij je gedachtes genoeg getriggerd worden door dansbare klanken, wordt er gepoogd om niet weg te zweven in een slaapverwekkende relaxstand. Juist die bewustwording blijft aanwezig, waardoor het universele een worden met de aarde intact blijft. Kaitlyn Aurelia Smith verkent het ambient landschap en gaat in de uiterste uithoeken op zoek naar nieuwe uitnodigende dimensies.
Door dieper in de muziek te duiken ontdek je illustrerende filmische opbeurende lagen waarbij groots uitgezette strijkers de basis vormen waaruit de muzikant te werk is gegaan. De vocalen hebben dat zalvende Oosterse in zich, waarmee ze buiten de traditionele zang treden, en de stem meer als instrument gebruikt en minder om een boodschap mee over te brengen.
De psychedelische aanpak zorgt voor een retro glanslaagje welke zich als een nieuwe jonge huid nestelt aan de elektronische tracks. Daaronder broeien ritmische beats die zich een weg naar het oppervlakte toe worstelen. Met een vleugje aan dreamhouse wordt het avontuurlijke gevoel verder belichaamt, en ademen de songs net wat organisch en levendiger. Ook wat zich ooit in een ver verleden als futuristische Krautrock aandiende wordt fragmentarisch toegepast om een breder scala aan muzikaal glinsterend mozaïek te creëren.
Echt nergens wordt je volledig in trance gebracht. Steeds blijft die binding met het standvastige aardse beleven aanwezig. Het zelfbewuste nodigt uit om je nog meer in het eigen ego te verdiepen. Met dierlijke klanken wordt de link gelegd met de volmaakte natuur. Een mooi gegeven om nu juist uit te gaan van de schoonheid van het millieu en niet de menselijke vernietigingsdrang.
De muziek wordt pas echt gekristalliseerd bij het indrukwekkende eindstuk Expanding Electricity. Door het zwaartepunt te verleggen naar diepere bastonen en trippende geluidsgolven ontstaat er een sprookjesachtig harmonieus sfeertje waarbinnen de samensmelting van culturele invloeden pas volledig tot zijn transformerende voltooiing komt. The Mosaic of Transformation is een bijzondere ervaring die een andere kijk op de definitie van muziek oproept, die vooral overkomt als je in de juiste stemming verkeerd, anders is het een moeilijk te plaatsen stuk gefröbel.
Kaitlyn Aurelia Smith - The Mosaic of Transformation | Eigentijds | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
My Morning Jacket - The Waterfall II (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:15 uur
Het was eventjes wachten op nieuw werk van My Morning Jacket. Nou ja even? Na een stilte van vijf jaar is daar dan totaal onverwachts de aankondiging van The Waterfall II. Materiaal waarvan bekend is dat dit overblijfsels zijn van de sessies die de eerste Waterfall plaat vormden. Zelf ben ik wat huiverig en extra kritisch als men met regelmaat vanwege inspiratievermoeidheid terug grijpt naar eerdere opnames. Al kan dit bij een band als My Morning Jacket net zo goed positief uitvallen. Door de verplichte opsluiting vanwege het corona gebeuren werkt het uit Kentucky afkomstige indierock vijftal in alle rust de nummers verder uit. De basis ligt er nu eenmaal, daarvoor is het niet nodig om de studio in te duiken.
De eenzaamheid en het verlangen naar hoop die bezongen wordt staat los van de in stilstand gekomen wereld, en ligt meer in de relationele sfeer. Jim James verkeert nog steeds in het verwerkingsproces, waarbij acceptatie de weg vormt naar een draagbaar leven. Waarschijnlijk heeft de pijn zo diep gezeten dat het hem belemmerde om eerder al naar een nieuwe plaat toe te werken. Hij was ook de ontbrekende factor op Timothy Showalters project Strand of Oaks, waarbij de overige bandleden als sfeervolle smaakmakers verantwoordelijk zijn voor het filmische landschapsgevoel van Eraserland.
Met de Bob Ross-achtige albumhoes sluiten ze aan bij het jaren zeventig afrokapsel van de schilder. Ook deze kunstenaar had duidelijk heimwee naar het polaroidtijdperk van voor de disco. Soul en countryrock domineerden, en van een haastige maatschappij was nog geen sprake. De sfeer was relaxt en dromerig, met hier en daar nog de achtergelaten psychedelische zaadsporen van de bevrijdende jaren zestig. Waterfall II komt nergens over als een lastige verplichting om een eerder gestarte klus noodgedwongen af te maken. De eigenzinnigheid hoor je vooral terug in het funkende heerlijk dansbare Magic Bullet waarbij het gesoleer van Carl Broemel bevestigt dat hij nog steeds die waanzinnige experimenteerdrift van voorheen bezit.
Al gelijk word je door het kale dromerige toetsenspel van Spinning My Wheels gedwongen om Waterfall II in alle rust over je heen te laten komen. De warmte wordt goedkeurend gevolgd door de zelfverzekerde baspartijen van oudgediende Thomas Blankenship. Het is een groot vraagteken waarom zo’n prachtige track zo lang in de kast heeft liggen te verstoffen. Juist in dit langeafstandstijdperk straalt het zo’n overtuigend eenheidsgevoel uit.
Ook de kristalheldere productie van het ritmische sixties bubblegum werkstuk Still Thinking getuigt ervan dat de band helemaal klaar is om opnieuw toe te slaan. Uiteraard is daar op het einde het voortreffende terugpakken op de druipende psychedelica. De opgewektheid, die zeker zelfs bij Jim James terug te horen is, geeft overduidelijk aan waarom de songs het nodig hebben gehad om verder te rijpen. Zijn blik is een stuk realistischer en hoopvol. Hoe verder je in de plaat getrokken wordt, hoe minder de neerslachtigheid aanwezig is.
De jaren van afwezigheid zijn gebruikt om te observeren, absorberen en uiteindelijk te reproduceren. Er is een groot wezenlijk verschil met de gelijknamige voorganger. De psychedelische Britpopinvloeden hebben plaats gemaakt voor een luchtigere jaren zeventig sound, met hier en daar ruimte voor een soulpreek van Jim James in het overtuigende Run It, met het gospelachtige Wasted als een overbluffende meesterzet. Wat een opbouw, en wat een op zijn toppen spelende band horen we hier aan het werk. Heerlijk hoe die groovende psychedelische gitaar met terugkomende seventies riffs zo zwaar en slopend toeslaat.
Het is allemaal net niet perfect. Climbing the Ladder is voor My Morning Jacket te eenvoudig, al wordt er wel leuk met tempoversnellingen gespeeld, en doordat de zang in Feel You iets te ver staat afgestemd zakt het te diep weg. Het verbazende geploeter van Carl Broemer maakt wel veel goed, al verzandt het verder wel in een veredelde jamsessie. Het blijft hoe dan ook restmateriaal, en hier is dat nog enigszins merkbaar. De armoede ligt duidelijk in het midden van de plaat, ook de Beatles invloeden in het softe Beautiful Love (Wasn’t Enough) missen die sprankeling, welke verder wel terug te horen is.
Er wordt op het einde nog sterk gerevancheerd met het breekbare folky Welcome Home, een warme knisperende country kampvuurbeleving en het dromerige, tevens in hetzelfde polaroid decennia te herplaatsen The First Time. Dat My Morning Jacket nog steeds open staat voor alle stromingen die de muziekgeschiedenis te bieden heeft blijkt in de country- en soulinvloeden waarmee ze een openbare sollicitatiebrief schrijven om gerespecteerd te worden bij een nieuwe groep liefhebbers, die met terugwerkende kracht zich hoogstwaarschijnlijk ook in platen als Z, It Still Moves en Circuital gaan verdiepen.
My Morning Jacket - The Waterfall II | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
JARV IS... - Beyond the Pale (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:15 uur
De charismatische verhalenverteller Jarvis Cocker is voornamelijk bekend vanwege zijn rol als studentikoze antiheld. Het wispelturige gedrag van de Pulp zanger leverde hem in het verleden met regelmaat problemen op, waardoor de aandacht zich steeds meer op dat gebied verlegt. Als hij in topvorm verkeert, snoeit hij alle critici de mond, en zijn het voornamelijk lovende woorden die de revue passeren. Met Jarv Is… functioneert hij weer als op zijn hoogtijdagen, mede doordat hij bewust gekozen heeft voor een ouderwetse bandsamenstelling. De karakters achter die persoonlijkheden moeten op de plaat duidelijk terug te horen zijn, met dit uitgangspunt is hij op zoek gegaan naar geschikte kandidaten.
Zo is het verhaal achter de inlijving van drummer Adam Betts terug te voeren tot het BBC Proms concert in de Royall Albert Hall waar de toen nog levende legende Scott Walker geëerd werd. Als prominente gastzanger legde Jarvis Cocker een vriendschappelijk contact met de bij Heritage Orchestra spelende muzikant. Een vruchtbare verstandhouding volgt en de kern wordt al snel uitgebreid met de veelzijdige harpiste Serafina Steer, die hij beter leerde kennen toen hij, van als hij al van haar was geworden, de productie van haar album The Moths Are Real op zich nam. Ook de getalenteerde violiste Emma Smith, die op jeugdige leeftijd al het London Schools Symphony Orkest mocht leiden voegt zich bij het gezelschap. Met de jazzklanken van de van het James Taylor Quartet bekende jazzbassist Andrew McKinney en het virtuoze synthesizerwerk van de uit het experimentele synthpopduo All Seeing I afkomstige Jason Buckle maakt hij zijn band compleet. Een stabiele muzikale basis voor de fragiel ogende, maar oh zo zelfverzekerde Jarvis Cocker.
De meer orkestrale aanpak Beyond the Pale past heerlijk bij de steeds ouder en doorleefder wordende vocalen van de frontman, die hiermee definitief het Britpopverleden van zich af heeft geschud. Door de meisjesachtige helder frisse backings wordt er gezorgd voor een mooi evenwichtig contrast met zijn zwaardere stroperige voordracht. Meer dan ooit zoekt hij het experiment op, maar hij doet dit wel zo daadwerkelijk verdomd goed, dat het niet eens opvalt. Het opzwepende ritme in Save The Whale wordt onderbroken door elektronische triphopuitspattingen die zich moeiteloos aan de track hechten. Nu grote voorbeelden als Scott Walker en Leonard Cohen zijn weggevallen voelt het vrijwel aan als een verplichte roeping om hun geest rond te laten dwalen.
Jarvis geeft de vrouwenzang wel een gevaarlijke belangrijke rol in het geheel, waarmee hij het risico loopt dat ze met hem aan de wandel gaan. Werd er in het verre verleden nog de inspiratie gezocht bij de gewone, gemiddelde Britse gentleman, tegenwoordig gaat het veel sterker de donkere lugubere kant op. Jarvis Cocker heeft op het randje geleefd, waardoor er een doorrookte, bijna duistere jazzy verstikkend gevoel opspeelt bij het beangstigende Must I Evolve? Ik sta er niet vreemd van te kijken als de song ooit nog als opening van een gruwelijke Britse serie gebruikt zal worden. Het typerende sfeertje met psychedelische orgelpartijen zou zich hier meesterlijk voor lenen.
De luchtigheid in Am I Missing Something is maar schijn. Onder de stampende eightiesklanken krijgt het de mogelijkheid om zich onzichtbaar te ontwikkelen tot een broeierige ingehouden vertroebelende treurnis waarbij Jarvis zijn twijfel uiteindelijk overgeeft aan die prachtige explosieve climax waardoorheen nog een glimpje kenmerkend sentiment smekend vragend de aandacht opeist. Jason Buckle geeft al direct die dansbare swing aan House Music All Night Long, en gaat hierin zelfs nog eventjes een stap verder door met futuristische elektronica groots uit te pakken. Er wordt hierbij openlijk geflirt met nineties soul en meer recentelijke dance.
De doodse, bijna emotieloze zang in Sometimes I Am Pharoah komt er zo geweldig goed uit. Juist die kilte vormt een prachtige ondergrond voor het met clubhouse vermengde levendige vervolg, waarbij Jarvis stevig weet te rocken. Het is hierbij de kracht van de vocalist om juist met zijn vocalen te spelen, de rek op het juiste moment toe te laten, en om er vervolgens weer de rem op te gooien. Hierdoor laat je zien dat je stembeheersing bezit en het niet nodig is om continu voluit te gaan.
Het croonende soulbeleving waarmee hij zich voorheen onderscheidde van zijn zeurende egocentrische collega’s komt nog boven drijven in het heerlijk vertellende Swanky Modes. Juist hij weet er een sensuele geruststelling in te stoppen waarmee hij zich boven andere zangers weet te plaatsen. Zonder het risico van gespeeld en gemaakt over te komen, laat hij nogmaals merken dat die binding met het publiek, welke hij tijdens concerten bijna theatraal weet uit te buiten, nog steeds sterk aanwezig is. En wat is de drang om dit in de toekomst weer te mogen beleven opeens zo overheersend. Het zijn toch wel de iconische figuren die dit over weten te brengen, en daar is Jarvis er nog steeds een van.
Wat is het dan heerlijk om af te mogen sluiten met een zuiver likje stemmig seventies gitaarhypnose in Children Of The Echo, waar al bijna dubbend de vocalen doorheen geweven worden tot een psychedelisch schouwspel voor het gehoor. Natuurlijk is Beyond the Pale geen meesterwerk, al zou Jarvis wel in staat zijn om die af te leveren. Het past gewoon niet bij de persoon om alles tot in perfectie uit te werken, juist bij hem zou dat ten koste gaan aan zijn geloofwaardigheid. Zijn gedurfdheid stelt hem in staat om de plaat te maken die hij voor ogen had, en daarin is hij vol overtuiging geslaagd.
JARV IS... - Beyond the Pale | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Silverbacks - Fad (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:14 uur
Met een schoolse ongedwongen manier van spelen weet de zoveelste postpunk sensatie uit Dublin zichzelf aangenaam te presenteren. Ze noemen zichzelf Silverbacks en staan garant voor een flinke portie aan aanstekelijke catchy popdeuntjes met een hoog melodieus indiepop gehalte. Gelukkig stoppen ze genoeg eigenzinnigheid in het geluid, waardoor ze zich niet teveel op het uitgehouwen muzikale pad van de hardwerkende voorgangers bevinden.
Er wordt met regelmaat schaamteloos uitgeweken naar de stevige gitaarrock die in de jaren negentig vanuit de Verenigde Staten de wereld domineerde. Ook aan de psychedelica die daar bij de punk in de jaren zeventig insluipt wordt gememoreerd. Silverbacks geeft hiermee een vernieuwende draai aan het heersende geluid, waarbij er met gemak zelfs geflirt wordt met dancebeats.
Als dan ook bassist Emma Hanlon een deuntje mag zingen in Klub Silberrücken, wat een Duitse vrije vertaling van de bandnaam is, zorgt ook eventjes dat zelfverzekerde nostalgische nineties gevoel. Toen werden ook vrouwelijk bassisten naar voren geschoven om sporadisch de zangpartijen te verzorgen. Toch valt het hier positief goed op, zeker omdat Daniel O’Kelly, de echte zanger van de band, al snel met haar duelleert, en er die emotionele diepgang weet toe te voegen om Emma’s droomzang te verdringen.
Je krijgt de indruk dat de drummer zich heerlijk uitleeft op flinke zoutzakken, zo lomp en energiek weet hij de basis van Dunkirk te presenteren. De dempende bas krijgt al direct ondersteuning door smerige herhalende lawaaierige gitaarriffs met daar overheen de iets wat verhalende vocalen van O’Kelly. Het levert gelijk al een groot spanningsveld af, waar doorheen zijn tweelingbroer zorgt voor passende zweverige oldschool akkoorden. Er wordt beheerst gespeeld met haastige dansbare ritmes en helder betoverend klankspel van sfeervolle gitarist Kilian O’Kelly.
Dunkirk is het verdwaasde verslag van een middeljarige man die krampachtig probeert om op een historische gevoelige plaats een luxe vakantiepark op te starten. De waanzin in deze tegen de overspannenheid aanlopende fictieve figuur vormt de muzikale leidraad op Fad. Het zijn zenuwachtige prachtjuweeltjes die zich vanuit het onvoorspelbare brein van Daniel navolging krijgen in gewaagde nonchalante vreemde dwarse kronkelingen.
Ze zoeken hiermee de onderkant van de postpunk movement op, waardoor er tevens ruimte is voor subtiele noise uitspattingen en de ruwe punkers vechters mentaliteit. Dit komt zeer sterk naar voren in het heerlijke overstuurde Just In The Band. Met deze single wisten ze al eerder de aandacht op zich te richten.
Doordat ze de kracht halen om verder juist bijna nergens opgefokt te klinken, is dit een heerlijke uitzondering op deze regel. Het verdere gebrek aan schreeuwerige uitingen levert wel de beperking op dat ze over de gehele linie keihard aan de slag moeten om met goed uitgewerkte tracks te overtuigen. Dat ze hier moeiteloos in slagen getuigd genoeg van de kwaliteiten van deze jonge Ieren.
Gelukkig wordt er in Dublin genoeg inspiratie losgewrikt om zelf creatief aan de slag te gaan, zonder te nadrukkelijk uit te wijken naar succesvolle plaatsgenoten. De stad leeft en bloeit meer dan ooit, en heeft op dit moment zoveel te bieden dat ze met gemak kan concurreren met de Britse scene. Sterker nog, langzaamaan die toppositie overneemt.
Silverbacks - Fad | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Protomartyr - Ultimate Success Today (2020) 4,5
30 juli 2020, 16:14 uur
De wankelende wereld staat op het punt van instorten, waarom er niet glimlachend een brok dynamiet onder plaatsen. Het korte lontje van voorganger Joe Casey is al bijna uitgebrand, het is eenvoudig wachten tot hij dat explosieve duwtje krijgt. Het zijn serieuze knapen, die mannen van Protomartyr. Bloedserieus zelfs.
Och wat zijn de andere postpunk bandjes romantische lieverdjes vergeleken met dit uit Detroit afkomstige duister rockende gezelschap. De diepgallige zang wordt zwaar onderschept door treurige blaasinstrumenten, die hun laatste adem als een nevelige jazzwolk over het geheel heen monteren.
De sterk improviserende Jemeel Moondoc gooit er de nodige dwarse altsax partijen doorheen, terwijl Izaak Mills onwaarschijnlijke noten uit zijn klarinet tevoorschijn haalt die het toch al niet misselijke Processed By The Boys dreigend van een klaagmuur aan mysterieuze galmende misthoorn achtige geluiden voorziet. Ook de indrukwekkende gestalte Fred Lonberg-Holm neemt plaats achter zijn cello om op Ultimate Success Today te imponeren.
Want daar hebben we het hier over; Ultimate Success Today, het vijfde plaatwerk van dit onheilspellende Protomartyr. Met hun derde album The Agent Intellect lieten ze mij al verschrikt maar voldaan kennis maken met hun ruwe variant op de postpunk. Een geluid die veel dieper terug gaat naar de kern van de innerlijke aangetaste ziel.
Zeker nu Joe Casey het gevecht met de niet af te remmen ouderdom aangaat, en hier zelfs bijna aan ten onder dreigt te gaan. Want zo staat hij op dit moment in het leven, met een in verval rakend lichaam wat zich vervreemd van zijn ik persoon, en het gestreden lege omhulsel verlammend achter laat. Het burn-out gevoel van een veertiger, die de balans van zijn bestaan opmaakt. Dat beklemmende uit zich in stress gerelativeerde fysieke kwalen met een psychische grondslag, versterkt door een realistisch onzeker toekomstbeeld.
Het is weer allemaal loeizwaar. Nadat de bas er subtiel een strakke basis heeft neergelegd, mogen de blazers er voorzichtig in Day Without End al hun sierlijke kunsten doorheen weven. Een mooie toevoeging, maar het zijn toch zeker wel die typerende lawaaierige gitaarsalvo’s die destructief te werk gaan. Ze zaaien onrust, een verdervende rottende sfeer die perfect aansluit bij de moordende gedachtenspinsels van de in wanhoop badende verhalende vocalist.
Hoe moeilijk en lastig kan je het jezelf maken, als de jaren als een herhalende vervelende trip down memory lane voorbij gaan, en een nieuwe zomer als een straf ervaren wordt. Het vluchtgedrag wordt geadoreerd in het verlangen naar rust in Tranquilizer, zichzelf bewust in quarantaine plaatsend in het ontmoedigende Modern Business Hymns. Zelfs de enigszins opbeurende dromerige zang van Nandi Rose in June 21 wordt hardhandig de kop ingedrukt door explosieve oorverdovende gitaaruithalen die het onmogelijke van de versterkers verlangen. Een mooie warme zonnige dag, dermate geschikt om je testament zorgvuldig samen te stellen.
Ondanks dat Joe Casey oververmoeid de pessimistische woorden eruit perst, is Ultimate Success Today een verademing om naar te luisteren. De diepgang en slopende omlijsting delft de reeds lang overleden ronkende stroeve doodgravers sound opnieuw op, om deze in vergaande staat van ontbinding tentoon te stellen naast de zalvende hoopvolle collega’s. De pijn van het uitkermende Ultimate Success Today laat onuitwisbare sporen achter. Alleen Worm in Heaven kan de opkomende zonnestralen verdragen op deze aardedonkere prachtige plaat.
Protomartyr - Ultimate Success Today | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
PJ Harvey - Dry - Demos (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:13 uur
Wat komt PJ Harvey op Pinkpop 1992 nog onschuldig over. Daar tussen al het stevige gitaargeweld en grote klinkende namen in de popgeschiedenis staat dat verlegen, ietwat schuchtere zangeresje met haar twee handenvol aan alternatieve rocknummers. Gewoontjes gekleed in een eenvoudige leren jasje, haren in een staart en grote opvallende gouden oorringen. Een gigantisch, enorm contrast met de uitdagende vamp die drie jaar later op Torhout de volle aandacht volledig weet op te eisen. Toch was in 1992 hiervan weinig aan haar presentatie van terug te zien. Het toekomstige podiumdier is hier nog gekooid en getemd.
Haar bewuste vrouwelijkheid viel echter wel al eerder op. Dry is een verrassend sterk debuut waarbij men vooral valt over de gewaagde hoesfoto met ontbloot bovenlichaam, en de dominante, quasi meesteres/feministische teksten. Zonde dat hier voornamelijk over gesproken wordt en men zich inhoudelijk minder over haar sterke plaat uitlaat. Pas later zal dit ruimschoots goed gemaakt worden, en ontwikkelt ze zich als prominent rolmodel voor de nieuwe lichting seksueel bewuste vrouwelijke singer-songwriters.
Dry is een typische bovengemiddelde indieplaat. De sensualiteit is nog ver op de achtergrond weggestopt, en ondanks dat de plaat regelmatig wat lo-fi aandoet, is men reuze nieuwsgierig naar de basis van de tracks. Zeker nadat een aantal songs al in een kalere uitvoering in 2006 op The Peel Sessions 1991-2004 verschijnen. Nu komen al haar albums op vinyl uit met de demo’s als mooi bonus materiaal. Een geschikte reden om stil te staan bij haar prachtige eersteling en vooral daar de aandacht op te richten. De kern waarmee het verhaal rond dat kleine dametje PJ Harvey als het ware start.
Zoals verwacht ligt de nadruk hier vooral op het ruwe, schetsmatige gitaarspel van PJ Harvey. Hier hoor je wel al enigszins de herkenning in terug, al is die vooral op haar eigen conto te schrijven. Van haar toekomstige band is alleen Mike Paine van de partij, en die beperkt zijn gitaarakkoorden tot Fountain en Water. De overige sporadische hulp is beperkt tot een gastrol van cellist Tom Rickman op Dress en vocalist Stephen Allen die meezingt op Victory.
Ik kan niet ontkennen dat mijn persoonlijke aandacht direct naar het trio Oh My Lover, Dress en Sheela-Na-Gig wordt getrokken. Toch wel de drie-eenheid die gedurende de jaren zijn uitgegroeid tot de krachtigste tracks van Dry, en waarmee live ook de nodige spanning wordt opgeroepen.
De volkomen onbekende Lisa Comer verzorgt de tweede stem op Oh My Lover, waardoor het nummer een totaal andere impact heeft. Kreeg je voorheen nog de indruk dat een mannelijke minnaar werd toegezongen, nu ga je het toch op een totaal andere manier naar luisteren. Het mysterie rondom de geheimzinnige Polly Jean Harvey wordt hierdoor alleen maar groter.
De wanhoop van de uiteindelijke versie is misschien nog wel primitiever van opzet te noemen. Zonder de akkoorden uitbrakende krassende gitaar blijft er een zwaar dromerig geheel over, veel sneller en vrouwelijker. De samenzang is een verademing, zeker zoals de stemmen als verleidende slangen uit het hof van Eden over elkaar heen kronkelen. Polly komt stukken feller over, als het bedrieglijke verleden, terwijl Lisa Comer de kinderlijke onschuld uitademt.
Dress is nou het perfecte voorbeeld van hoe een nummer zich uiteindelijk door de vele tourervaringen zich live alleen maar verder weet te ontwikkelen. De smerige rocksound die zich op Dry manifesteert is niet te vergelijken met de intimiteit waaruit deze is uitgewerkt. Feit is dat de stem van Polly Jean al genoeg overtuiging brengt. Het is geweldig om te horen hoe klein het allemaal begint, door met het einde op het startpunt van Dry te belanden. De te bewandelen weg is hoekig en hobbelig, maar het geeft hierdoor zoveel extra. Helaas heeft de ondersteunende cello de uiteindelijke finishlijn niet gehaald.
Het sterke opzwepende drumwerk op Sheela-Na-Gig ontbreekt nog op de demoversie, maar is vreemd genoeg niet eens zo groot gemis. Wel is de zang hier nog te schel en onvolwassen. Dat het een ruwe diamant is waaraan flink geschaafd moet worden is geen vervelende conclusie. Het blijven uiteraard beginsels waarmee Polly Jean zichzelf probeert te vinden en te verkopen.
Wat heel erg opvalt is dat de opnames van verrassend hoog niveau zijn. Het afsluitende viertal Joe, Plants and Rags, Fountain en Water verschilt niet bijzonder veel van de uiteindelijke versies. Eigenlijk is dit min of meer een bevestiging dat het soms niet nodig is om in de studio nog veel te veranderen, herschrijven of te camoufleren.
Kwalitatief is er dus weinig op aan te merken, ook de helderheid zorgt ervoor dat het nergens echt rommelig overkomt. Het is erg gaaf om te ontdekken dat de rockende songs vaak van oorsprong country roots hebben. Daar ligt de ziel van Dry in verborgen. Deze componerende eigenschappen wordt vervolgens een beetje overschreeuwd door het harde snijdende rammelende gitaarspel en de overstuurde vocale uithalen. Man, als deze eerste demo al zoveel moois oplevert, dan kan je niet wachten totdat die schatkist volledig geopend wordt. Wordt vervolgd.
PJ Harvey - Dry - Demos | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Paper Fishes - Instant Happiness (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:12 uur
In een maatschappij die het via internet mogelijk maakt om snel achtergrondinformatie op te zoeken en jezelf op allerlei manieren te promoten vormt Paper Fishes een uitzonderlijke positie. Zanger Andre Levy heeft een duidelijke aversie tegen alles wat met social media te maken heeft en gruwelt van het tijdsbeeld waarbij men zich gewapend met smartphone voortbeweegt. Hij heeft natuurlijk een punt dat het een veelvoud aan beperkingen oplevert op het gebied van fysiek contact. Een mooie idealistische anarchistische denkwijze waarmee hij een laatste der Mohikanen romantiek oproept. Maar om je product aan de man te brengen zijn die netwerken onmisbaar, al denkt Andre Levy daar duidelijk anders over.
Het Britse gezelschap heeft met Simon Edwards een veelzeggende bassist in de gelederen die in de vorige eeuw al daadwerkelijk aan het succes heeft mogen proeven. Binnen de band Fairground Attraction was hij medeverantwoordelijk voor de sound van hitsingle Perfect. Het drietal wordt gecompileerd met drummer Aram Zarikian, een veelgevraagd sessiemuzikant met de nodige ervaring.
Het voelt voor de klassiek geschoolde pianist Andre Levy wat inspiratieloos aan om zich te beperken tot dit genre en hij besluit om zijn gezichtsveld een stuk te verbreden. Zijn uitgewerkte ideeën worden opgepakt door de bevriende producer Leo Abrahams, die in een grijs verleden al heeft samengewerkt met veelzijdige verschillende muzikanten als Paolo Nutini, Editors en Brian Eno. Juist door het hokjes denken te vermijden wordt de band niet stuurloos het eenrichtingsverkeer in geduwd. Instant Happiness doet totaal niet Brits aan, maar is een redelijk geslaagde mengelmoes aan stijlen en invloeden.
Want eigenlijk heeft de plaat van alles te bieden. Rammelende college achtige lo-fi gitaarrock, uptempo funk, duivel uitdrijvende soul, zigeuner cabaret, dromerige psychedelische country punk of door slide-gitaar gedreven Americana. Op de vreemdste plekken duikt een zuiver hemels kerkkoor op of zijn het heerlijke zingende dames die extra souplesse en veerkracht geven. Allemaal heel erg gericht op de Amerikaanse markt, maar dan net zo onvoorspelbaar als een deprimerende donkere David Lynch film. Alleen het flauwe, zenuwachtige afsluitende Talking Blues Boogie American Dream had achterwege mogen blijven.
De ondergang van de Amerikaanse Droom en het verraad van de ontgoochelende illusies door de Brexit komen thematisch in cryptische vormgeving sterk terug in de teksten. Het is een wantrouwen tegen de hele kapitalistische maatschappij, met de grote machten die het als multinationals en wereldleiders voor het zeggen hebben. Het persoonlijke tintje zit hem in de relationele hoek, een leeg onbeslapen bed, het verlangen naar geborgenheid en de schaduw als enige metgezel bij de zonsondergang.
De opvallende uitschieters zijn de sfeervolle sombere op pianospel gebaseerde All Your Lives Are Dreams Played Inside My Head. Nadat deze zich ontplooit als een prachtige powerballad, is het de meerwaarde van Simon Edwards die op het einde overduidelijk merkbaar is. De grimmigheid in zijn basakkoorden gooit er net die dosis duisternis overheen die de vocalen van Andre Levy nodig hebben.
Eating Instant Happiness heeft het verfrissende, geweldige new wave gevoel. De verhalende folkzang wordt mooi omlijst door die ouderwetse pakkende huilende gitaar-uithalen en het licht thrashende old school punk geluid. Deze somberheid past ook weer perfect bij de daarop aansluitende postpunk beweging. Hier wordt vijf jaar popgeschiedenis eventjes compact samengepakt in vierenenhalve minuut muziek. En dat vreet ook wel een beetje aan Instant Happiness. Het is een samen geprakte stamppot waarbij sommige ingrediënten wat bitter smaken tussen de heerlijke andere gepeperde toevoegsels.
Paper Fishes - Instant Happiness | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jack Garratt - Love, Death & Dancing (2020) 4,0
30 juli 2020, 16:12 uur
Een aantal jaar geleden vertelde een goede vriendin mij vol enthousiasme over het waanzinnige concert wat ze gezien had van de nieuwste grote belofte uit Groot Brittannië. Zelf ben ik wat huiverig als artiesten zo gehypet en de hemel in geschreven worden. De intensiteit van deze veelvoudige instrumentalist Jack Garratt moet op het podium al veel heftiger zijn geweest dan op zijn hoog gewaardeerde debuut Phase. Toen hij al direct in 2016 de Brit Award voor nieuw talent binnen haalde werd de druk op de artiest erg hoog. Gigantisch hoog zelfs. De veerkracht van die lat staat op het punt om te knakken, en schijnbaar gebeurde dat daadwerkelijk bij deze ongekende veelzijdige muzikant.
Het leverde zoveel spanning op dat de spontaniteit en onbevangenheid plaats maakt voor een onmogelijk waar te maken drang tot perfectionisme. Het wordt beangstigend stil rondom de persoon Jack Garratt. Ik hou dan ook mijn hart vast als bij het eerste teken van leven gesproken wordt over de neerwaartse spiraal waarin hij beland is. Zijn zelfbeeld is gevormd door het verwachtingspatroon en de beklemmende onnatuurlijke inspiratiedrift die hij zich oplegt. Het is vooral een persoonlijke plaat geworden. Een bijna fatale fase waar Jack Garratt zich doorheen vecht. Wat doet het pijn als hij zichzelf neerzet als een wegwerpproduct.
Als er dan gesproken wordt over platen vullend materiaal dat in de prullenbak is verdwenen, komt de twijfel in mij opzetten. Hebben we hier te maken met een eendagsvlieg die het niet meer in de vingers heeft? De excuses die opgeofferd worden om hem kwetsbaar en geloofwaardig op te stellen kunnen ook het tegenover gestelde effect opleveren. Voor mij een overduidelijk teken om extra kritisch te luisteren naar Love, Death & Dancing.
Dat hier tevens zijn gedesulisioneerde visie op het uitgaansleven een rol in speelt is een vervelende bijkomstigheid. Zijn emoties die niet voelbaar overkomen bij het publiek wat er steeds meer op uit zijn om een geslaagde avond te hebben, maar waarbij de muziek maar bijzaak is. Een harde constatering, waarmee hij wel direct de getroffen kern raakt. De frustratie om te verdwijnen in de schaduw van zijn toehoorders, die zichzelf steeds meer tot de voorgrond opdringen. Het uitgangspunt waarmee hij noodgedwongen aftrapt in Return Them To The One.
De bezieling wordt overstemd door een veelvoud aan geluidseffecten om de inhoud te camoufleren. Een overvloed aan overdonderende effecten, pompende breakbeats en overstuurde blazers in Return Them To The One heeft een gevaarlijke wisselwerking. Het begin is prachtig, maar als snel gaat het over in een rituele duiveluitdrijving. Een bewuste valse start waarmee hij iedereen in verwarring achterlaat. Deze komt wel eventjes binnen zeg, en suist nog erg lang na. Het bijzondere ritmische spanningsveld in Get In The Way sluit hier heel sterk op aan, om vervolgens over te gaan in een spirituele biecht om met zichzelf in het reine te komen.
Na deze constatering in de openingstrack volgen de depressies die hem als een ernstig ziek persoon aan zijn bed doet kluisteren. Waarschijnlijk heeft hij dat breekpunt al eerder op het podium gehad. Een leegte welke als een ziektekiem in zijn psyche binnen dringt, en zich voed met zijn gemoedsstemming. Het diepe dal rijkt zelfs zo diep dat hij van onder de grond toekijkt op zijn eigen grafschrift in She Will Lay My Body on the Stone.
De lastige tweede plaat wordt overspoeld door een dieper, zwaar randje. Een beproeving waar je echt doorheen moet bijten. Er zit nog veel meer soul in Love, Death & Dancing dan in Phase, maar je moet er voor open staan om je mee te laten voeren in de verbitterende maar tevens optimistische preek waarmee uiteindelijk in Only the Bravest wordt afgesloten. Naast de herkenbare elektronica plaatsen zich op het album schreeuwende gitaaruithalen, die zijn gekwetste ziel bloot leggen.
Maar het tevens in alle opzichten ook een opbeurend geheel geworden. Zoals de titel al aangeeft, moet er ook ruimte zijn om te dansen, iets waar het uitnodigende Better zeker om vraagt. Dans om te vergeten, dans om verdere stappen in het leven te zetten. Wie dieper op zijn teksten inhaakt, komt echter al snel tot de conclusie dat het een verborgen vorm van escapisme betreft.
Jack Garratt heeft zijn eigen The Rise and Fall of Ziggy Stardust and the Spiders from Mars afgeleverd, waarbij de te stoppen band symbool staat voor het eenmansproject en de keuze om uiteindelijk door te gaan met het leven. En dat maakt het allemaal zo lastig. Val je voor de sympathie van Jack Garrett, of ga je het vooral vergelijken met het indrukwekkende debuut. Reëel gezien komt hij daar maar sporadisch dicht bij in de buurt. Het is voornamelijk eigenbelang om zijn overwinning op de binnen getrokken demonen te vieren.
Jack Garratt - Love, Death & Dancing | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lesoir - Mosaic (2020) 3,5
30 juli 2020, 16:11 uur
Toen de progressieve rock rond 1970 zijn vorm definieerde, wist ook zeker Nederland hier met grensverleggende bijdrages op in te haken. De experimenteerdrift van de veel al langer actieve muzikanten werd aangewoekerd met de drang om er meer hallucinerende psychedelische invloeden in te verwerken. De ruimte in de muziek werd daarbij vaak ingevuld met lange uitgebalanceerde episodes, sterk opbouwend gitaarwerk en statige orgelpartijen.
Het uit Maastricht afkomstige Lesoir trapte stevig af in het indrukwekkende gelijknamige debuut uit 2011, waarna de band steeds meer op zoek gaat naar een avontuurlijke verrijking van het geluid. Dat resulteert uiteindelijk in Latitude, de eerder verschenen vierde plaat waarbij de geschoolde pianotoetsen en opzwepende strijkers zorgden voor meer rust in het geheel. Daar stonden tegenover de krachttoeren van de twee gitaristen. Het was mooi om dat klassieke sprookjesachtige gevoel op te roepen, toch wilde Lesoir deze lijn niet doorzetten in het dit jaar verschenen Mosaic. Er is gekozen voor meer bombast die het van Muse bekende producers duo John Cornfield en Paul Reeve perfect vorm weet te geven.
Mosaic is net als de kunsttechniek een samengesteld geheel van bij elkaar gezochte kleine kleurige elementen. Van een gepaste afstand wordt het opvallende patroon zichtbaar. Met minimaal versterkte prachtige gemodelleerde gitaarlijnen van Ingo Dassen vormen ze het verbindingsstuk tussen de bedwelmende bewierokende passages. De bruutheid van het slagwerk van Bob Van Heumen wordt begeleid door zijn metgezel Ingo Jetten, die als gids met zijn baspartijen de weg vrijmaakt voor de overige muzikanten.
Het titelstuk Mosaic heeft die magistrale uitgewerkte gitaar gerichte lichtvoetigheid waarna er stevig vervolgd wordt in een veelvoud aan prachtige krachtexplosies. Betoverende imponerende vocale hoogstandjes waarbij Maartje Meessen bijgestaan wordt door collega bandlid Eleën Bartholemeus, die subtiel de bijna onherkenbare samenzang laat samensmelten. Helaas zijn deze momenten minimaal aanwezig, mede omdat Eleën bij de opnames zichzelf absent heeft moeten melden.
Mosaic staat ook voor de breekbaarheid van een fragiel lichaam. De kwetsbaarheid en gezondheid van drie moeders van de bandleden speelt hierbij een belangrijke rol. Het is door de teksten niet alleen een persoonlijke plaat voor Maartje Meessen geworden, door de gedeelde herkenbaarheid is het nog meer een groepsproject geworden. De twijfelende kijk op het onvoorspelbare leven en de tegenwerkende maatschappij komt hard naar voren in het confronterende Is This It? Om halverwege je leven tot de conclusie te komen dat je je nog vooraan op de ladder naar een bevredigend bestaan bevindt, roept de nodige frustraties op.
Somebody Like You laat Bob Van Heumen flirten met exotische ritmes om vervolgens het woord te geven aan de melodieuze felle uitbarstingen van Ingo Dassen die als levenspartner van Maartje Meessen haar pijn en verdriet perfect lijkt aan te voelen. Het zijn dus niet alleen die kwalitatieve sterke gitaaruithalen die veruit de aandacht trekken. Het evenwicht tussen muziek, zang en teksten is nog meer voelbaar dan op eerder verschenen werk. Door het persoonlijke karakter openbaart Lesoir de deuren om de luisteraar te laten delen in hun privé situatie. Een gedurfde zet, die veel respect afdwingt.
De gesproken mannelijke Big Brother getinte teksten van Dystopia ademen geen hoop en vertrouwen uit. De zalvende gitaarpartijen gaan wel de confronterende strijd aan met de hardheid in de vernietigende woorden. Het is mooi hoe het samenspel tussen gitaar, bas en drum steeds meer de agressieve kant opdraait, met de donderslagen van Bob Van Heumen en doemwolken van Ingo Jetten als juridisch muzikaal eindoordeel.
Het uitstapje naar de Middeleeuwse Tolkien klanken in het opbeurende It’s Never Quiet laat horen dat er nog ruimte is voor een ouderwets folk geluid, waarna er weer geruisloos wordt omgeschakeld naar de symfonische metal. De verbeeldende klassieke droomklanken van MXI staan los van het afsluitende lang uitgewerkte Two Faces. Een duistere terugblik op de kindertijd, waarbij Maartje Meessen de grip kwijt raakt op haar leeftijdsgenoten, en vervelende ervaringen verdrongen worden. De gitaar mag al scheurend en gillend de demonen bestrijden waarna de piano het bevredigend eindsignaal inluid.
Mosaic is een kleurrijke voortzetting van het vijfde hoofdstuk in het Lesoir verhaal. Een zwerftocht die ze weer een stap dichter bij het eigen geluid brengt, en zich nog verder distantieert van de kern van de progrock en er een hedendaags vervolg aan koppelt.
Lesoir - Mosaic | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Roosevelt - Young Romance (2018) 3,0
30 juli 2020, 16:11 uur
Er zijn tig van voorbeelden te noemen van boybands waarbij na het uiteen vallen een van de bandleden een succesvolle carrière begint. Maar die garantie is er niet altijd. Verder blijft het opgelegd stigma regelmatig hangen, wat ook niet in het voordeel werkt. Veel idolen uit glorieuze jaren worden niet serieus genomen, ondanks het feit dat ze wel degelijk de instrumenten beheersen. Beat!Beat!Beat! heeft bij de tiener doelgroep wat naam opgebouwd in Duitsland, maar de houdbaarheid is beperkt. Dan kun je een serieuze poging ondernemen om mee te groeien met het publiek, of om dit helemaal los te laten, en je eigen weg in te slaan. De uit Viersen afkomstige Marius Lauber start opnieuw onder de naam Roosevelt, en weet vrijwel direct te scoren met het Second Summer Of Love jaren negentig getinte Elliot. Of de titel een knipoog is naar de broer van de Amerikaanse president, is mogelijk maar verder niet van belang. Deze stampende discoknaller heeft een aanstekelige zomerse beat. Met het naamloze debuut voldeed hij aan de verwachtingen, en Roosevelt wist zich gelijk te settelen in het hedendaagse popklimaat, en de nodige indruk te maken. Twee jaar later wordt er reikhalzend uitgekeken naar de opvolger, welke als Young Romance in 2018 verschijnt.
De eerste klanken van Take Me Back weten te boeien. De aanpak is een stuk zwaarder en meer experimenteel gericht. Zelfs heuse donkere industriële invloeden zijn aanwezig. Maar deze trip wordt al na een paar secondes onderdrukt door een jaren tachtig keyboard sound. De periode dat synthesizer acts met een alternatief popgeluid de hitlijsten domineren, maar hun eigen revolutionaire karakter wisten te behouden. Krachtige statements met betrekking tot koude oorlog, homoseksualiteit en milieuvervuiling waren met regelmaat de onderliggende gedachte. Dat laatste wordt hier pijnlijk gemist. Wat overblijft is dan een leeg omhulsel, zonder de deprimerende New Wave romantica. De toegankelijke dance van eerste single Under the Sun wil nog imponeren, qua sound sluit deze aan bij het opgezette geluid van de eersteling. Toch is het allemaal net wat minder verfrissend, en de aanpak doet mij wat denken aan de Italo Disco, waar over het algemeen de zware thema’s ook werden vermeden. Een album met een hit succes, en daar omheen zijn de overige songs geplaatst.
Dat er ook zomerse zonnestralen uit een mechanisch kastje getoverd kunnen worden bewijst Yr Love. Het perfecte vakantie eiland bij uitstek hierbij passend is Ibiza. Daar wanen we ons bij Illusions. Al werd daar in de hoogtijd dagen de inspiratie gehaald bij plaatselijke illegale farmaceutische shops. Die luxe dat alles financieel mogelijk leek te zijn hoor je terug bij deze opportunistische track. Over geldschieters gesproken, Losing Touch heeft gevaarlijk veel Stock, Aitken & Waterman invloeden. Gelukkig laat het dromerige vocaal hoog en sterke Pangea meer een eigen sound horen. De swing heerst absoluut in de pakkende begeleiding. Blijkbaar maken ze in Duitsland ook gebruik van een rijmwoordenboek, veel diepgang hoef je vervolgens niet te verwachten in het liefdesliedje Lucia. Het subtiele gebruik van de bas zo ook de Caribische gitaarklanken die invallen bij Better Days is een aangename aanvulling. Op deze manier lukt het ook om de zomer binnen te halen, daar is niet alleen elektronica voor nodig. Shadows heeft niet veel meer inhoud dan de gemiddelde mobiele telefonie reclame. Gooi er een paar gebruinde jongeren bij, die trots op verschillende locaties selfies maken met de desbetreffende smartphone en je bent klaar.
Bij Last to Know weet Roosevelt vooral indruk te maken met het pakkende drummende intro, welke wel in je hoofd blijft zitten. Vakkundig laat hij het vervolgens terug komen, maar weet het niet uit te bouwen in het verder saaie geheel. Forgive krijgt hulp van de Amerikaan Ernest Greene, opererend onder het alias Washed Out, maar van zijn aanpak hoor je weinig terug. Het avontuurlijke eigen indie geluid weet hij niet toe te voegen. Het cyberpunk achtige gedragen Getaway is het absolute hoogtepunt van Young Romance. Unieke postpunk invloeden met krachtige beats omlijst door prachtige synths en doordringende gitaar uitlopen. Toch weet Roosevelt met zijn tweede plaat niet echt te overtuigen. De gedurfdheid tot ontwikkeling hoor je bij het begin en einde terug. Verder is het een combinatie van Top 40 songs die aansluiten op het succes van Elliot, en op safe gespeelde dance invloeden uit de laatste twee decennia van de vorige eeuw. Fans die hopen op een aansluitend vervolg van het debuut komen bedrogen uit, en degene die hopen op meer diepgang, komen ook te weinig aan hun trekken.
Roosevelt - Young Romance | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Spidergawd - Spidergawd V (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:10 uur
Dat het zeer productieve Motorpsycho nog genoeg tijd heeft voor andere projecten mag haast een wonder wezen. Deze band met vaak zeer complexe songstructuren stopt al de nodige energie in eigen albums. Je zou bijna geloven dat deze Noren uit Trondheim de studio nooit verlaten, en daar leven, eten en slapen. Toch besluiten twee van de leden, zanger en tevens bassist Bent Sæther en drummer Kenneth Kapstad in 2013 Spidergawd op te richten, genoemd naar een track van het solo album Garcia van Grateful Dead frontman Jerry Garcia. Ondertussen richt Sæther zijn pijlen alleen op Motorpsycho, en Kapstad onderging juist de tegenover gestelde ontwikkeling. Hij besluit om Motorpsycho vaarwel te zeggen, maar blijft actief bij Spidergawd. Ondanks dat de huidige leden allemaal rond de veertig jaar oud zijn, hoor je veel invloeden terug van eind jaren zeventig. De metal domineert al jaren in Scandinavië, toen de Deense Metallica drummer Lars Ulrich in 1980 naar de Verenigde Staten verhuisde bloeide vervolgens in het thuisfront een indrukwekkende scene op. In Noorwegen waren het voornamelijk de Dark Metal bands die met hun muzikale scepter heersten. Spidergawd leden zijn dus te jong om dit bewust mee gemaakt te hebben. Spidergawd V is zoals de titel al aangeeft hun vijfde album.
Saxofonist Rolf Martin Snustad heeft het voorrecht te mogen aftrappen met All and Everything, waar Noorse folklore en tevens woeste wouden in terug te horen zijn. De overige Noormannen voegen zich al snel tot hem, waarna het tempo nog flink omhoog geschroefd wordt. Vergeet echter niet dat Snustad als geen ander in staat is om zijn instrument heavy en stoer te laten klinken, hier heeft hij geen andere bandleden voor nodig. Zo sterk zelfs dat het de twijfel oproept of hier een gitarist aan het werk is. Die komt er ook nadat Kapstad er eerst genadeloos inhakt. Inclusief het kenmerkende soleren, grijpen ze hier zeer sterk terug naar het vanuit het Verenigde Koninkrijk opkomende new wave of British heavy metal gebeuren van begin jaren tachtig. Toch blijft er ruimte voor symfonische invloeden, juist iets waar de rockers zich net als de punk zich toen tegen verzette. Op Ritual Supernatural aan bassist Hallvard Gaardløs de eer om te openen. Hier ook al direct bepalend voor de sound. Hij weet een geluid neer te zetten welke prima past bij de Amerikaanse rockbands. Meer stadion gericht en toegankelijker. De hele sfeer is ook een stuk soepeler, en zelfs wat minder verfijnd te noemen, al weet het wel te pakken.
Met het meer zoemende en grunge gerichte Twentyfourseven switchen ze met gemak naar een ander geluid. Net als Motorpsycho zijn ze meesters om hun invloeden plooibaar te verwerken in nummers, zonder dat het gemaakt of geforceerd over komt. Met datzelfde gemak gaan de vocalen van Per Borten meer de diepte in. Meedogenloos laten ze hier deze kant van hun vermogen horen inclusief het afstraffende gitaargeweld welke vervolgens wordt ingezet. Het epos klinkende begin van Green Eyes gaat al net zo snel richting de speedmetal als vervolgens het tempo behoorlijk wordt opgevoerd. Al varend trotseren we de oproepende golven van de kwaadaardige, bedrieglijke Noordzee om ons door middel van moshen en headbangen doorheen te slaan. Vol overgave zullen de lange blonde lokken van het thuispubliek hier aangenaam op tekeer gaan. Nog boven deze aangename agressie is er zelfs een plekje op de top voor de saxofonist. Het loodzware Knights of C.G.R. gaat nog verder terug in de tijd. Laten we het zo stellen, dit is heavy metal uit de periode dat deze stroming nog benaamd diende te worden. Traag, log gespeeld met het oer oproepende gevoel uit de prehistorie van de hardrock. De eigen injectie wordt toegediend in de speedkant die het vervolgens dreigt op te gaan.
Avatar heeft een swingende benadering. Het zou prima passen op de soundtrack van dit futuristische The Lord Of The Rings beïnvloedde verhaal. Het roept iets van gezonde strijdbare heroïsme op. Een uitnodiging van de band aan de filmmaatschappij om in het vervolg verder te kijken dan het Hawaiaanse Kauai Island als opname locatie. Strakker vorm gegeven en hierdoor met een meer commerciële aanpak. Zelf vind ik de saxofoon minder goed iets bijdragen, komt net wat zeurderig over. De sleazy benadering van het intro van Whirlwind Rodeo beloofd veel. We wanen ons eventjes in de jaren negentig, waar bands mogen genieten van hun sterrenstatus, en de wil tot te concurreren naar de achtergrond is verdwenen. De iconische grootheden zijn hier in gedachte aanwezig. Ook drummer Kenneth Kapstad krijgt zijn Fifteen Seconds Of Fame. Meer heeft hij niet nodig om indrukwekkend te openen bij Do I Need a Doctor…? Net als bij de voorganger is het voornamelijk de rocking nineties van getekende anti helden Beavis and Butthead die hier nostalgie oproepen. Niet zo gevarieerd als Motorpsycho, maar wel met dezelfde strakke precisie gespeeld. Maar te goed om afgedaan te worden als leuk bijproduct.
Spidergawd - Spidergawd V | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mozes & The Firstborn - Dadcore (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:10 uur
Mozes & The Firstborn introduceerde zichzelf alweer bijna zes jaar geleden in Nederland met de hippie achtige sing along protestsong I Got Skills. Deze jaren zestig pastiche waarbij flink werd afgekeken bij singer songwriters uit die tijd, bleek totaal niet representatief te zijn voor de rest van het debuut. Deze slackers waarbij het plezier maken de grootste inspiratiebron lijkt te vormen maken rammelende gitaarrock die zo omarmt kan worden door de skate cultuur. Niks aan de hand muziek, welke beïnvloed wordt door alles wat er in de familiare platencollectie te plunderen valt. De groei die ze ondertussen hebben door gemaakt is duidelijk terug te horen bij hun derde album Dadcore. Het sterke hoes ontwerp roept herinneringen op met het werk van Peter Te Bos voor Claw Boys Claw, maar is gemaakt door de uit Eindhoven afkomstige grafisch kunstenaar Wolf Aartsen. Inderdaad de broer van drummer Raven. De moeite waard om hier extra te vermelden.
Wat! Ze gaan toch niet heus de emo lo-fi kant op? Dadcore gaat gelukkig na het korte unplugged gedeelte vrij snel richting de surfpunk. Nog steeds niet bijster origineel, en lekker schaamteloos alles bij elkaar jattend. Het fun element is nog steeds aanwezig. Om vervolgens weer strak de grunge hoek op te zoeken in het zwaardere If I inclusief de vragende serieuze ondertoon. Smerig gooien Ernst-Jan van Doorn en zanger Melle Dielesen de gitaar riffs uit de speakers, en laten hierdoor hun muzikaliteit duidelijk gelden. De slide gitaar van Baldy kondigt een alternatief popliedje aan met een country inslag. De meerstemmige achtergrondzang neemt ons mee naar hun eerste succes I Got Skills. Nog steeds is dat onbevangen studentikoze gevoel van het debuut aanwezig. Sommige personen willen maar niet volwassen worden, en dat is maar goed ook. Maar wat zijn ze op muzikaal gegroeid! Heerlijk hoe vervolgens het drumstel beheerst wordt in Sad Supermarket Song. Zelfs als de duistere bas en gitaren invallen laat Raven Aartsen zich niet weg spelen.
Vervolgens denk je in de binnenstad van Eindhoven beland te zijn en een zwerver je kort toezingt in Fly Out. Om verder te gaan in het luchtige Blow Up, waar de zomerse beat je dat heerlijke festival gevoel geeft. Daar horen ze thuis, nog meer dan in het clubcircuit. Ga lekker buiten spelen, jongens! De powerpop van Hello is een heerlijke mix tussen de nerdy indiesound en het meer stoere mannen krachtrock. Onverschillig worden weer meerdere invloeden probleemloos aan elkaar gekoppeld, alsof het nooit anders is geweest. Na een van de vele leuke intermezzo’s springen we weer vrolijk verder met Scotch Tape / Stick with Me , waar halverwege de omschakeling volgt naar het zwaardere gedeelte. Veel woorden en net zoveel gemarcheer en vreemde geluiden die overgaan naar heerlijke noise explosies, met daardoor de zoemende bas van Corto Blommaert.
We gaan meer naar de jaren zestig met het duidelijk door het Lou Reed beïnvloedde spelplezier in We’re All Saints. Meesterlijk opgestuwd door de gitaar. Als dan een orgeltje zich hier vrolijk in probeert te mengen, wordt deze vakkundig snel weg gedraaid. Een geslaagde grap. Amen lijkt onder een brug opgenomen te zijn, waar aan de ene kant Anthony Kiedis heroïne aan het gebruiken is, en aan de andere kant een verdwaasde Kurt Cobain vriendschap aan het sluiten is met kakkerlakken. Daar ergens tussen in zit Melle Dielesen inspiratie op te doen. Een bak herrie die vanuit de railing over ons heen gestort wordt. Om dan Melle in de rol van gevoelige top 40 zanger te horen is lachwekkend, maar hij slaagt er in bij het met overdreven accent aangedikte Fly Out II. Och Ik wordt hier zo vrolijk van, prettig die zelfspot. Nee, de grootste band van Nederland zullen ze nu ook niet worden, maar What The Hell??
Mozes & The Firstborn - Dadcore | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Good, the Bad & the Queen - Merrie Land (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:10 uur
De tijd dat alles wat Damon Albarn aanraakte in goud veranderde lijkt voorbij te zijn. Na zijn succesvolle solo album Everyday Robots, en de geslaagde Blur comeback The Magic Whip vielen de laatste twee Gorillaz platen Humanz en The Now Now enigszins teleur. Alle hoop lijkt nu gevestigd op de onverwachte release van The Good, the Bad & the Queen; Merrie Land. Prachtige albumhoes, met daarop acteur Michael Redgrave als buikspreker in Dead of Night. Een horror die verscheen tijdens de nasleep van de tweede wereld oorlog, en feitelijk gezien worden als voorloper van de Child’s Play filmreeks. Ook hier wordt Albarn ondersteund door voormalig The Clash bassist Paul Simonon, meestergitarist Simon Tong en de Nigeriaanse drummer Tony Allen, bekend van Fela Kuti. Qua aankleding van de leden moet ik sterk denken aan die van de ska bandjes rond 1980. Een beetje het verlopen straatschoffie die zich een gangsterlook probeert aan te meten. Het sex, drugs en rock & roll leven heeft zichtbaar de sporen achter gelaten op de uiterlijke verschijning van de kernleden. Hier wist het debuut minder indruk te maken vanwege een te hoog tralala en kermismuziek gehalte, hopelijk werkt Merrie Land een stuk overtuigender.
And specially, from every shire’s end of England
The holy blissful Martyr for to seek
That them had helpen when they were weak
De naoorlogse stem die passend bij Introduction introduceert, sluit perfect aan bij het door de frontfoto opgeroepen sfeertje. Vervolgens komt het kitscherige foute wooncaravan gevoel, inclusief nep goud en grote porseleinen beeldjes weer op. Een sterk bubbelend gorgelend geluid waant mij in de Efteling te midden tussen de hier zo gehate waterorgel in het Carrouselpaleis. Door middel van sierlijk bewegende spuitstukken werd water op de maat van de muziek omhoog gespoten en belicht met gekleurde foute kerstboom lampjes. Gelukkig is deze verschrikking in 2010 gesloten, maar dat nostalgie nachtmerrie getinte herinneringen op kan roepen bewijst titelstuk Merrie Land. Het flowende tegen de rap aanleunende praatzang van Albarn zou passend zijn op een Gorillaz track, maar het is de zoete begeleiding die dit tegen houd. Wat zwaar op de hand gezongen, maar het past absoluut bij de weerzinwekkende sound, die juist hierdoor een bepaalde schoonheid weet op te roepen. Weer eens een geniale zet van dit creatieve muzikale wonder. Duidelijk verwoord door een kind van de Margaret Thatcher generatie, welke begon te puberen toen The Iron Lady aan de macht kwam, en alle daar uit voort komende ellende bewust heeft mee gemaakt. De angst voor een nieuwe kansloze situatie dreunt door in zijn achterhoofd.
Is het daadwerkelijk een neusfluit die je daar in het begin van Gun to the Head hoort? Het moet dus nog gekker worden. Dit als het toekomstbeeld van het Verenigd Koninkrijk. Dat men door de gevolgen van de Brexit financieel gezien alleen nog in staat bent om van die goedkope speelgoed instrumenten aan te schaffen. Na een oud relaxt klinkende interactie tussen drummer en bassist worden vervolgens Zuid Limburgs carnavalesk hoempapa tonen opgeroepen. Een muzikaal rariteitenkabinet met Albarn als kapitein in deze langzaam zinkende Titanic; And The Band Played On. Als een haperende rammelende wekkertune vervolgen we Nineteen Seventeen , met sterk drumwerk wordt deze symbolisch de kop ingedrukt. Wat volgt is zeer passende lyric, waar afscheid wordt genomen van een sterk kapitalistisch veel zeggende Verenigd Koninkrijk, bezongen als een stuk gelopen relatie van een geliefde. Muzikaal wil The Great Fire meer binnen komen, nog steeds dezelfde benadering, maar nu een heel stuk donkerder en spookachtig, de Ghost Town van The Good, the Bad & the Queen, alleen wordt hier niet een door werkeloosheid in de slop geraakte stad bekritiseerd, maar een heerschappij in verval. Albarn durft in ieder geval een duidelijk standpunt in te nemen, zijn milde God Save the Queen punk slogan.
Lady Boston gaat over in een kakofonie van door traag elkaar slaapwandelende kinderliedjes. Hierdoor heeft het iets onschuldigs en beschermends in zich. Die overgang naar het mannenkoor geeft het een mooi statisch einde. Lazy vervolgen we onze reis door een steeds verder afstompend nationalistische kijk op het gebeuren, waar een vermoeid klinkende zanger in Drifters & Trawlers hier verslag van doet. The Truce of Twilight gaat meer de new wave kant op. Exotische blazers, en tevens hoor je het stoerdere gebalde arbeidersklasse van Paul Simonons The Clash verleden terug in de lompe In Your Face backings. Met Ribbons wordt de intimiteit en warmte opgezocht. Klein van opzet, neer gezet als het statement welke de verbintenis oproept tussen Wales, Schotland en Engeland (dus niet het Verenigd Koninkrijk) in de duidelijke benoeming van de kleuren van de vlaggen. Deze eenheid lijkt vakkundig tot een einde gebracht te worden. Het verhalende komt nog terug in het als een dronkemanslied opgevoerde The Last Man to Leave. Havenarbeiders, scheepslui en soldaten discussiërend in een café. Allen beroepsmatig afhankelijk van een stabiel regerend Brits koninkrijk.
Op het einde staat de goed gekozen albumhoes synoniem voor de mond die gesnoerd wordt van het volk. Altijd als marionetten de lijntjes strak gehouden, maar bij enig verzet de verschrikte reactie. Als in een tijdmachine dwalen we af naar 1945, waar een start werd gemaakt aan de wederopbouw. Bij The Poison Tree volgt nog een allerlaatste sneer naar de Brexit. Men probeert de vruchten te plukken van een vergiftigde boom, om ziek gemaakt ten overgave het vernieuwde regime te volgen, en dat is echt heel triest. Damon Albarn wind er geen doekjes om. Heel duidelijk laat hij zijn mening horen, de ene keer meer gecamoufleerd, dan weer zeer treffend verwoord. Op muzikaal gebied kan Merrie Land zich niet meten met zijn klassiekers, maar van zijn juist gekozen woorden ben ik zwaar onder de indruk.
The Good, the Bad & the Queen - Merrie Land | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rosie Carney - Bare (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:09 uur
Een zware bevalling, is de eerste indruk die Bare van Rosie Carney oproept. De trots om moeder te zijn geworden van maar liefst elf nieuw geboren zuigelingen. En trots mag ze ook wezen. Ze heeft in haar puberteit op persoonlijk vlak de nodige obstakels overwonnen. Misschien wel daarom levert deze pas eenentwintigjarige singer-songwriter uit het Britse Hampshire een geloofwaardig volwassen debuut af. De basis krijg je vanuit thuis maar de ontwikkeling van het uiteindelijke zelf ontstaat veelal tussen de twaalf en twintig jaar. Bare heeft iets gevoeligs en puurs in zich. Fijn dat ze dit met ons wil delen. Wist een paar weken geleden de jonge zangeres Fenne Lily mij te raken, nu gebeurd iets soortgelijks met Rosie Carney.
Orchid springt er tekstueel gelijk sterk uit. Het zou een verbloeming kunnen zijn van de relatie met haar dementerende oma. Symbool staande aan het kwijt raken en stil afsterven als woorden niet meer binnen lijken te komen. Elke dag weer opnieuw het kontact proberen op te zoeken door middel met muziek. Een behoorlijk heftig zwaar nummer. Ook bij Thousand lijkt dit thema centraal te staan. Dan is daar opeens de ervaren Lisa Hannigan in een bemoederlijke rol. Prachtig, alsof ze Carney voorzichtig loslaat, en het nemen van haar eerste zelfstandige stappen. Ondersteunend op de achtergrond toekijkend. Alsof ze samen stil staan bij de steeds kwetsbaardere ouder en grootmoeder. Stilzwijgend naast elkaar toekijkend naar een persoon die steeds dieper in haar gesloten wereldje verzinkt. Omgeven door liefde van haar naasten, waarbij de zorg een onhoudbare situatie begint te worden. Krampachtig vast houden. Ook zo kan een familieband benoemd worden. De liefdesliedjes hebben ook te kampen met het nodige verdriet, maar zijn minder interessant. Tienertranen zijn al zo vaak geuit, dan val ik meer voor de lastig te verwoorden thuissituatie.
Carney houdt het graag klein, zo close mogelijk bij haarzelf. Minimaal begeleid, zodat haar stem de ruimte krijgt. Het overtuigende aan What You’ve Been Looking For zijn niet zozeer de lyrics, maar meer de jammerende, bijna huilerige woordloze zang tussendoor. Soms weet dat meer emoties op te roepen, en komt het binnen in je hart. Geen hysterische gejank vol met opgekropte woede. Vocaal zou je prima passen tussen de grootheden van de dreampop. De rust die ze hier uitstraalt is het gevolg van wat ze heeft mee gemaakt. Maar wel heeft het bij haar een plekje gekregen. Met volle overgave gunt ze ons een kijkje in haar openheid. Vaak met de gitaar in de rol van haar muzikale partner, soms mag de piano naast haar plaats nemen. De zuiverheid waarmee ze met gemak de hoogte in gaat bij titelsong Bare, toont haar sterkte. Veel artiesten weten dit absoluut niet te halen en dan wordt het getroffen diepgang genoemd. Eigenlijk een gebrek aan kwaliteit die ze wel kan oproepen. Met gemak, lijkt wel.
Rosie Carney zal Bare waarschijnlijk zien als een verslag van een proces tot het voltooien van volwassenwording. De mogelijkheid bestaat ook dat ze over twintig jaar terugblikt en concludeert dat het vooral een ode aan haar familie is.
Rosie Carney - Bare | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Blood Red Shoes - Get Tragic (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:09 uur
Zo hard overdonderen als op de eerste albums lukt Blood Red Shoes al een hele tijd niet meer. Gelukkig zijn ze zelf ondertussen tot de conclusie gekomen om dan het geluid drastisch te veranderen. De lange pauze van bijna vijf jaar is blijkbaar voldoende om tot bezinning te komen. Het noisy indie duo uit Brighton heeft wat goed te maken, en mijn verwachtingen zijn dan ook belachelijk hoog. Reikhalzend werd naar deze release uitgekeken. Laura-Mary Carter mag het meest sensuele wat ze in haar heeft naar buiten brengen in de geloofwaardige Eye to Eye. Wat zal Garbage vamp Shirley Manson haar vlijmscherpe zwart gelakte nagels pijnlijk kapot bijten en haar gestylde haren uit haar hoofd trekken. Hier gaat een dametje met haar sound aan de loop. Als een gemene catwoman lukt het La Carter wel om het door Manson tevergeefs opgeroepen geluid als ingenieur vorm te geven. Niet geheel origineel wat Blood Red Shoes hier doet, maar met die zware donkere aangezette elektronisch aangezette instrumentatie zetten ze hier een zeer tevreden stellende overtuigende track neer.
Mexican Dress heeft ook een beat als basis, maar daar mag Steven Ansell een heerlijk exotisch jungle drumsound omheen wikkelen. Niet als een warme deken, maar meer een doorzichtige koele jurk. Naar het broeierige begin bewegen ze zich gaandeweg steeds meer de rockende kant op. Ongelofelijk dat deze sound door zo’n kleine groepering wordt neer gezet. Bangsar roept nog veel herinneringen op aan hun luidruchtige verleden. Schaamteloos pakken ze hier terug naar hun begin periode. Deze interruptie is van korte duur. Nearer gaat met gemak verder waar Mexican Dress eindigde. Om een meer garagesound te plaatsen wordt hulplijn The Wytches als joker ingeroepen. Deze rockers weten de jeukende onbereikbare plekken wel te behandelen, en hun kneedbare vingers in te zetten. Een aangename samenwerking waar beide bands niet in elkaars gezichtsveld weten te lopen en hierdoor genoeg speelruimte creëren. Beverly wordt ijzig toegezongen op een koude verstikkende wijze. Ed Harcourt mag vervolgens samen met haar ook nog eventjes buiten de lijntjes kleuren. De kilte waarmee Laura-Mary Carter haar partner hier overruled laat een muzikaal slagveld achter. Op een spookachtige manier weet ze je betoverend tot stilstand te bevriezen.
Bij Find My Own Remorse lijkt de naald verdwaald op het vinyl steeds dezelfde uitzichtloze schrapende weg af te leggen voordat Steven Ansell hier aangenaam de leadvocalen gaat verzorgen. Het contrast met zijn warmte is groot met de hier geschepte coolness van zijn prachtige totaal tegenovergestelde evenbeeld. Die hier kreunend een minimale bijdrage vervult. Altijd nog meer dan die van geluidstovenaar Clarence Clarity, wiens aandeel niet duidelijk terug te horen is. De gastmuzikanten achter zich laten worden we getrakteerd op de Eurohouse van Howl, waar een springerige Laura-Mary Carter zich van een zeer luchtige kant laat horen. Ondanks het elektronische gedreun is de basis behoorlijk commercieel getint. Na een kort weinig zeggend rommelig [Interlude] volgt het overdonderende stereotype hoofdschuddende Anxiety. Een heerlijke rockende jaren tachtig doffe drum mag het aangenaam opsieren. Als vuurpijlen gaan de sticks halverwege tekeer. Vertigo heeft ook een hang naar de jaren negentig disco van Howl, maar is slepender en onheilspellender. De drang om te experimenteren overheerst in slotstuk Elijah. Alsof we ondertussen nog niet tot de conclusie gekomen waren dat hier sprake is van een wederopstanding krijgen we dit aangename toetje voor geschoteld. Get Tragic weet over de gehele linie te boeien. De voorzichtig nieuw ingezette weg valt naar de gehoopte verwachtingen ook daadwerkelijk goed uit. Blood Red Shoes pakt haar kwijt geraakte plekje in de toppositie van Britse indiebands hier overtuigend terug.
Blood Red Shoes - Get Tragic | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Twilight Sad - It Won/t Be Like This All the Time (2019) 4,5
Alternatieve titel: It Won't Be Like This All the Time, 30 juli 2020, 16:09 uur
Het uit het Schotse Kilsyth komende The Twilight Sad weet zich telkens weer te distantiëren van de sterk door postpunk beïnvloedde subcultuur. Geniale andere wendingen, maar toch ook verlangend naar het grote gebaar. Een benadering die ook hier weer op It Won/t Be Like This All the Time ontiegelijk goed werkt. Hoe meesterlijk is het om het verschil te laten ervaren, zodat het een onmogelijke opgave is om je ergens onder te brengen. Doe het dan niet, is het advies welke een stemmetje mij in mijn oor toe fluistert. Normaal nooit toegevend aan deze psychotische roeping, maar nu moet hierin de meerdere erkend worden. Wat fijn dat ze er nog steeds zijn. Muzikanten die durven te rebelleren tegen de gangbare orde, door hier keihard een dikke zwarte streep door te zetten. Al vijf albums lang wordt deze doordachte denkwijze toe gepast, met steeds genoeg ruimte tussen de releases om ideeën volledig uit te werken. Vreemd genoeg wordt de plek van opgestapte drummer Mark Devine niet ingevuld door Sebastien Schultz, die hun hielp met het ontstaande gat in het tourschema, en dit prima deed. In de studio nam sessie muzikant Jonny Scott plaats op de drumkruk, wederom met aangenaam resultaat. Wie dadelijk met de komende concerten uiteindelijk op het podium zal verschijnen is nog een groot raadsel.
Als een op tilt geslagen antieke Atari 2600 spelcomputer deuntje wordt [10 Good Reasons for Modern Drugs] opgeladen. Eenmaal warm gelopen volgt een sound die absoluut niet gedateerd aanvoelt, maar dus wel een hedendaags aan de New Wave verwant gevoel oproept. Zanger James Alexander Graham is een groot frontman, uiterlijk gezien de nodige raakvlakken met Ian Curtis, en daar houden de vergelijkingen op. Het tegenovergestelde van schuchter en deprimerend, meer open met een verwelkomend warme stem. Hij neemt je bij de hand tijdens een wandeling door het woeste begin van Shooting Dennis Hopper Shooting, de Glasgow regen trotserend om uit te waaien in de Schotse Hooglanden. De ruwe, dwarse kenmerkende van de inwoners weet zich al vrij snel op de plaat te doordringen. Geen muziek voor softies, maar meer voor open minded realisten. Als je goed luistert dan vallen de op de achtergrond aanwezige lage prachtige bastonen van Jonathan Docherty pas op. Met The Arbor lijken ze aan de basis te staan van de dreampop. Invloeden van voor de definitieve benaming die men deze sound later toedichtte. Bombastische bas en drum, omgeven door licht akoestische heldere gitaarakkoorden, in een gespreid bedje gevuld met luchtige synthesizerklanken.
Jonny Scott mag zich bewijzen bij het opzwepende VTr, en zoals verwacht hoor je hier een brok ervaring in terug. Niet verkeerd als hij zich definitief weet toe te voegen aan de band, want juist een sterke ritmische eenheid is oh zo belangrijk. Laat je alle mooie toegevoegde poespas weg, zelfs dan nog staat er een indrukwekkende kern. Die kan je weer niet elimineren bij Sunday Day13, daar vormen juist de keyboardpartijen van Brendan Smith het beginsel. De bandleden geven elkaar de ruimte en dringen zich niet op om een gelijkwaardig aandeel af te leveren. Oké, soms wordt wel degelijk de grimmige kant opgezocht, zoals in I/m Not Here [Missing Face], zoals bijna elke Schotse band willen ze hun woongebied samen vatten in een ultieme song. Grauw, mistig en regenachtig, weids als de hooglanden, en benauwend en uitzichtloos als het leven van de havenmedewerkers. Ook hier zal de Brexit uiteindelijk zijn sporen achter laten. Niet echt een positieve ode, maar meer de hang naar het ontvluchten. Geen stofzuiger die het Shoegazer gevoel oproept, maar zo’n mechanische robot die er een hedendaagse draai aan geeft. Minder ruis in het fraaie Auge / Maschine, momenten van stilte wisselen het lawaai af. Loodzwaar vervolgt het donkere Keep It All to Myself met duidelijke statische gothic invloeden. Alsof Scott in een hevige stortbui het drumstel probeert te bewerken.
Girl Chewing Gum heeft een dreigend mysterieus begin, maar dan gaat James Alexander Graham de hoogte in, en tijdens de refreinen is het een stuk luchtiger. Mooi bijna orkestraal omlijst vervolgen we de song, met op de achtergrond dat diepe zuigende. Let/s Get Lost is weer afhankelijk van de als basis aanwezige opdravende galopperende drumslagen, die er een aangenaam tempo in leggen. De rest van de muzikanten zijn meer sfeer bepalend. Andy MacFarlane lijkt zich om meerdere gitaren te ontfermen, die allemaal een stukje aandacht opeisen. Bij Videograms horen we een sound waar veel begin jaren tachtig postpunk bands jaloers op zouden zijn. De perfecte link tussen het ijzige en het dromerige, onderbroken door een paar rustgevende zachte keyboardklanken. It Won/t Be Like This All the Time weet niet eens meer te verrassen, zo verwend zijn we ondertussen geraakt aan het majestueuze niveau waar The Twilight Sad altijd op lijkt te functioneren.
The Twilight Sad - It Won/t Be Like This All the Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars (2019) 3,0
30 juli 2020, 16:08 uur
Wow, wat past die zang van Daybreak eigenlijk zo mooi bij de sfeer die Sarah Louise hier op Nighttime Birds and Morning Stars probeert neer te zetten. Jammer dat het alleen bij de eerste track blijft. Sterker nog, bij het duo House and Land, samen met Sally Anne Morgan verzorgt ze wel grotendeels de vocalen. Die komen daar een stuk minder sterk over. Natuurlijk wordt de nadruk gelegd op het gitaarspel van deze uit Asheville, Noord Carolina afkomstige vingervlugge muzikant. Met dit talent wist ze hiervoor al op Field Guide en Deeper Woods indruk te maken. Nu maakt ze ook meer gebruik van de keyboard. Als er genoeg ideeën in je hoofd zitten, dan is het prettig als je deze zelf tot uitvoering weet te brengen.
Net als bij de albumhoes weet R Mountain het verlangen naar heldere warme zomernachten op te roepen. De sterren tellend totdat je duizelig van vermoeidheid in slaap dreigt te vallen. Door haar tokkelende gitaar te vervormen en de over gebleven ruimte in te vullen met een muzikaal mechanisch speelveld wordt er een kosmisch, bijna futuristische atmosfeer opgeroepen. De wereldvreemde tonen als een onverstaanbare buitenaardse taal van wezens welke vanuit de ruimte ons vriendelijk toe kijken. Bij Ancient Intelligence wordt zelfs nog meer gebruik gemaakt van verdwaalde aparte geluidseffecten. Langzaam bouwt ze op totdat er Spaanse flamenco achtige akkoorden op een dromerige manier ogenschijnlijk moeiteloos uit de gitaar getoverd worden. De kracht om het juist zo eenvoudig te laten klinken siert Sarah Louise. Als een laag overvliegende vliegtuig zoemen orgelklanken van Rime over mij heen, met de bijna sederende kalmte tot uitwerking. Het repeterende met de nodige dreiging opbouwende karakter van Swarming at the Threshold gaat over in een oorverdovend rommelig, maar toch nog aangenaam geheel. Al weet ze hier soms wel het randje op te zoeken. De mooie uitlopende soundscape maakt het af.
We dwalen af, van boven zijn de contouren van de Chinese Muur zichtbaar. De denkbeeldige kolossale grens scheidende trappen wordt betreden. Een Oosterse wereld weerklinkt in Late Night Healing Choir. Woordloze zang in een soort van mediterende rol drukt de muziek naar de achtergrond, al neemt die op het einde als een lange krachtige ademhaling het over van de vocalen. Een kakofonie aan versnelde klanken roept een averechts effect op. Alsof een overspannen sitar speler aan het werk is bij Chitin Flight. De als rustgevende mantra bedoelde klanken overtuigen niet. Dat de kwaliteiten van Sarah Louise niet altijd resulteren tot een goede song is pijnlijk duidelijk. Eentonig gepingel als slagen van een klok die verschrikt stil blijft staan. De zang bereikt een opera achtige hoogte om dan langzaam met een paar stoere gitaar akkoorden af te sterven. Het traag opbouwende titelstuk Nighttime Birds and Morning Stars gaat helaas verder op deze lijn. Krampachtig wordt de gitaar bespeeld alsof er een Aziatische fanfare rammelend aan het werk is, al zijn de blaasinstrumenten vervangen door slaginstrumenten. De vredige New Age drone die volgt wil mij niet bekoren. Wat doelloos vervuld deze de ruimte als een uitgetrokken elastiek waar de rek er helemaal uit is. Sarah Louise probeert een nieuwe invulling aan haar geluid te geven, wat zeker lukt, al wordt het resultaat er niet mooier op.
Sarah Louise - Nighttime Birds and Morning Stars | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Balthazar - Fever (2019) 4,5
30 juli 2020, 16:08 uur
Het dwarse karakter van de Belgische muziekscene blijft boeiend. Sinds ze zichzelf halverwege de jaren negentig op de kaart hebben gezet, hebben ze zich vervolgens op een passende manier weten los te koppelen van wat er verder in de wereld gebeurt. Niet meer afhankelijk van het Verenigd Koninkrijk of wat er in de Verenigde Staten plaats vindt. België heeft iets bruisends, en avontuurlijks. Het is niet eens vreemd dat er in eenzelfde song ruimte is voor disco naast jazz. Daar gebeurt dat gewoon. Ondertussen heeft Brussel zich ontwikkeld tot multiculturele hoofdstad van Europa, en ook de verschillende gebruiken en tradities hebben zich ondertussen duidelijk vermengd in het straatbeeld van onze zuiderburen. Het uit Kortdijk en Gent afkomstige Balthazar wist in 2010 met het debuut Applause al gelijk het grote publiek voor zich te winnen, maar het succes kwam niet zo maar uit de lucht vallen. Na als jong volwassenen in 2004 de Kunstbende te winnen en twee jaar later een soortgelijke prijs te behalen bij Humo’s Rock Rally, duurde het toch nog vier jaar voordat er een volwaardige plaat verscheen. Na deze muzikale handtekening werd er vervolgens een flinke mooie krul aan toegevoegd met opvolger Rats . Ook Thin Walls weet het hoge niveau gemakkelijk te vervolgen, en het nu verschenen vierde album Fever heeft nog steeds die lekkere jeugdige onbevangenheid, waar ze al vanaf 2010 indruk mee weten te maken.
Met een langzaam gespeelde funky baspartij weet Fever naam te maken. Stroperig en slepend wordt een koortsige hitte gecreëerd. De temperatuur overstijgt de koele junglegeluiden om stapvoets te vervolgen in een discobeat. Hierbij zou een warme zachte stem het beste tot zijn recht komen. Maarten Devoldere heeft het geluk dit in huis te hebben, en met het typerende jaren tachtig backing koortje krijgt hij de beste ondersteuning die deze track verdient. We zijn bevoorrecht dit in meerdere nummers op de plaat terug te horen. Dat er niet voor de gemakkelijkste weg gekozen wordt blijkt uit de overige onverwachte wendingen die vervolgens onderweg nog toegevoegd worden. De aandacht is alweer opgeroepen. Bij Changes is er absoluut sprake van een verandering van het geluid. Bij vrouwen weet je dat ze het vermogen hebben om sensueel te zingen, ook Devoldere kan dit bijna croonend bereiken. Een aanstekelijke popsong met de nodige exotische tribal begeleiding. Zo opzwepend hoort een klasse commercieel deuntje te klinken. Een lastige opgave, maar wel uitnodigend om te bewegen.
Nog dominerender en meer op de voorgrond geeft de bas van Simon Casier aan dat er met Wrong Faces nog dieper in de popgeschiedenis wordt gewroet met een jaren zeventig getint zwoel filmisch stuk. Vergelijkbaar met de basis waarmee menigeen Franse jaren negentig house act mee ging experimenteren. Alleen ontbreekt hier het gedateerde, simpelweg omdat alles zelf ingespeeld wordt. Dat is niet helemaal het geval bij Whatchu Doin’. De elektronische beat lijkt daar als een dub bewerkt te zijn. De kwaliteit van veel Belgische acts, zorgvuldig bekijken welke aanpak een track nodig heeft, en dit dan schaamteloos toe passen. Slome vocalen roepen het zomerse gevoel op van onverschillige Britse zangers uit de nineties, waar houding en uitstraling belangrijker hoort te zijn dan het bereiken van het publiek. Balthazar brengt het zonder arrogantie, het is puur feitelijk de benadering.
Phone Number sluit hier goed op aan, het is de soul van de achtergrondzang, welke het net weer een andere wending heeft. Maar om er op de voorgrond een Devoldere te hebben staan die de aandacht volledig tot zich kan trekken, is uiteraard een pre. De Madchester sound waarmee eind jaren tachtig de dansvloer veroverd werd van de door producers opgeëiste kunstmatig opgezette hitmachines geeft een flow aan het swingende Entertainment. Vermaken doen we ons zeker, en of ze nog gedoe krijgen met het van Sympathy For The Devil geleende woo-woo kan hier niet boeien. Muziek bestaat als basis uit goed gejatte ideeën waar zorgvuldig een eigen draai aan wordt gegeven. Dat was vroeger al zo, en dit zal ook in de toekomst niet veranderen. De jazzy blazers heb ik ook zeker eerder al gehoord, hier geven ze de vocalist tijd om op adem te komen. Heel eventjes lijkt zich een klein dipje te openbaren bij het zwakkere zoete begin van I’m Never Gonna Let You Down Again. De sterke ritmische percussie trekt het een heel stuk op, maar ondanks het zwoele prachtige gitaarspel van Jinte Deprez moet het hier als minste nummer van Fever beschouwd worden.
Meer dan ooit hoor je de strakke disco terug in Grapefruit. Flink wordt er vastgebeten in de sappige chique elitaire dancesound zonder platvloers over te komen. Twijfel je nog enigszins, dan heb je als smaakmaker nog wat oosterse invloeden als extra ingrediënten. Tijd om te rocken is er in Wrong Vibration, wat alles in zich heeft wat een heerlijke single hoort te hebben. Pakkend refrein, goede beat, eenvoudige woordloze backing en een overtuigende zanglijn. Verwikkeld in kleurig muzikaal inpakpapier. Dat Simon Casier te weinig van zijn kunnen heeft laten zien kan vervolgens wel geconcludeerd worden. Wat is hij een meester in het bespelen van zijn instrument. De bas kronkelt zich al slappend en plukkend een vluchtweg door het hitsige opgejaagde Roller Coaster. Ruimtelijk wordt het recht getrokken door het sfeervolle Aziatisch vervolg waar de grens tussen China en Arabië lijkt te vervagen. You’re So Real heeft iets achterhaald futuristisch. New Romantics die met glamrock-invloeden een mooiere toekomst proberen neer te zetten in een door kilte omgeven steeds kleiner wordende westerse wereld. Zelfs de saxofonist die als sollicitant vaak werd binnen gehaald mag niet ontbreken.
Balthazar weet het weer te flikken. Weinige acts houden vier albums lang het constante hoogwaardige niveau vast, zonder de neiging te hebben om op de automatische piloot te spelen. Blijkbaar is er nog genoeg kneedbaarheid en rek om te blijven overtuigen.
Balthazar - Fever | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
And They Spoke in Anthems - Money Time (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:08 uur
Het is te gemakkelijk om And They Spoke in Anthems te presenteren als het eenmansproject van Arne Leurentop. Natuurlijk is hij op Money Time de alles bepalende kracht, maar heeft hij de hulp ingeroepen van een hele berg aan ervaringsdeskundigen die de instrumenten perfect beheersen. Vijf jaar na June is hier dan eindelijk de opvolger. Nog meer een schemerlamp plaat met standje dimlicht. Het desolate leven van een popartiest die na een geweldig concert eenzaam de nachten doorbrengt in een luxe hotelkamer. Waar velourse rode vloerbedekking tegen de muren omhoog kruipt, en bij het bereiken van het plafond pas weet te stoppen. Als begin dertiger weet deze Antwerpenaar een schimmig sfeertje neer te zetten. De songs verraden door hun karakter al dat er voornamelijk tot de nachtelijke uurtjes aan gewerkt is. Voorzichtig en breekbaar begeleid, om de buren niet te ontwaken. Als de dagelijkse sleur weer wordt ingezet, lijkt Leurentop zich als een kluizenaar terug te trekken. Sterk overheerst hier de liefde voor het nachtleven.
Zo donker voelt ook het met jazz gevoede Soul of Man aan. Diep in zichzelf gaande naar de kern. En ondanks dat het vooral de duisternis is die hier heerst, komt het niet zwaarmoedig over. Oorspronkelijk zijn het best toegankelijke pop pareltjes, het is de benadering en keuze van de klankkleur van de instrumenten zoals in Leaving You Cold die het afmaakt. Veel donkerblauw, bordeaux rood en zwart. Bij Message from the Future stappen we binnen in een vintage zwart-wit movie. Het korrelige filmbeeld krijgt een hedendaagse behandeling door de toevoeging van geluid aan de stomme beelden. Muziek welke probleemloos te plaatsen valt in de jaren vijftig. Het galmende Dialogue for Pieces gaat langzaam over in een voort denderende popsong, met gitaren die al rockend steeds meer de vocalen van Leurentop op eisen. Om vervolgens in alle rust af te ronden. De akoestische tot aan het bot afgekloven benadering van One Wish is meer experimenteel gericht. Een tweede stem die zich statisch als een aangename stoorzender tussen weet te mengen geeft een mooie aanvullende waarde.
Zelfs op de momenten dat de gordijnen zich langzaam openen in Light & Distance , en de ruimte voorzichtig gevuld worden met zonlicht weet And They Spoke in Anthems nog steeds te overtuigen. De doordachte swing in Longer Days – Longer Nights roept iets rokerigs op. Hoogopgeleide elite die schijt hebben aan de opgelegde regels en achter gesloten clubdeuren hun eigen feestje beleven. In slow motion wordt er achter uit gedanst, een ritmische klok weerklinkt om de tijd terug te draaien naar de bruisende jaren negentig. Het is duidelijk dat Arne Leurentop een liefhebber is van de latere The Beatles sound, want deze invloeden weerspiegelen in het titelstuk Money Time. Veel groter van opzet, met heerlijke koortjes en een flinke dosis aan happiness met zelfs een enthousiaste vreugdekreet van de trompet bespeeld door Sam Vloemans, waarvan bekend is dat hij de zomer uit zijn blaasinstrument kan laten weerklinken. In het stoffiger en grauwer bespeelde bedwelmende spookachtige Hollow Parade wordt er flink naar lucht gehapt. Astmatisch verstikkend worstelen we ons door het bevreemde nevelige stijlvolle werkstuk. De kosmische afsluiter Always Alone laat ons weer aarden. Nog een keer gebruik makend van de kopstem om vervolgens in een dagdroom weg te ebben.
And They Spoke in Anthems - Money Time | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ben Khan - Ben Khan (2018) 2,5
30 juli 2020, 16:07 uur
Nog steeds wordt de dancescene door menige muziekliefhebber onderschat. Wat is er zo bijzonder aan een aantal samplers samenvoegen, een beetje op knopjes duwen en er nog eventjes snel een beat onder zetten. Dit kan toch iedereen? Lekker gemakkelijk en snel geld verdienen. Toch hebben het grotendeel van de artiesten wel degelijk een ruime muzikale achtergrond. Vaak wordt er eerst flink gesleuteld aan een track, zittend achter een ouderwetse piano. Akkoordenschema’s worden opgesteld, en uitgewerkt. Niet altijd gaat dit zo te werk, maar er zijn tig voorbeelden te noemen. De jonge Londenaar Ben Khan luisterde tijdens zijn puberteit naar oude blues, totaal niet hippe zeventiger jaren rock en grunge uit de jaren negentig. Zoals veel beginnende muzikanten probeerde hij de songs die hem inspireerden na te spelen op gitaar. Dus de breed georiënteerde liefde voor muziek is er altijd al geweest. Na eerst voorzichtig een plekje in de onderste regionen van de house opgeëist te hebben met de E.P.’s 1992 en 1000 verschijnt uiteindelijk Ben Kahn. Om zijn groei te laten horen staan hier alleen maar gloednieuwe tracks op.
2000 Angels past met de oosterse invloeden goed bij zijn naam. Omdat er ook op de albumhoes verwijzingen staan naar de maan en ster welke ook bij verschillende landen een belangrijk element vormt op hun vlag. Helaas komt het te weinig tot een mooie samenwerking tussen verschillende culturen. Veel old school bliepjes en beats overheersen op deze funky trip. Kahn heeft een eigen soulvol stemgeluid, die zich prima leent voor de nodige vocale kunstjes die hier op los gelaten worden. Het moet allemaal uitnodigen om op te bewegen, maar heel gemakkelijk heeft hij zich hier niet van afgemaakt. De complexiteit getuigt van zijn muzikale bagage, maar weet hij misschien hierdoor niet vaak om te zetten tot pakkende tracks. Als een dikke gebonden soep krijgen we het gepresenteerd, terwijl de ingrediënten voor een heerlijke heldere bouillon ook aanwezig zijn. Het is allemaal wat donkerder, maar liefhebbers van autotune en vocoder lopen hier waarschijnlijk mee weg, en vinden het een avontuurlijke plaat. Voor mij komt dit nog steeds wat goedkoop en gemaakt over. De meeste indruk maakt hij met a.t.w (against the wall) vanwege de lekkere beat, The Green met de zomerse saxofoon, de experimentele Prince funk van Our Father en het dromerige hijgerige Waterfall.
Ben Khan - Ben Khan | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
William Tyler - Goes West (2019) 3,5
30 juli 2020, 16:07 uur
Als Lambchop je basis is, dan mag je spreken van de nodige muzikale bagage. Deze alternatieve countryband is zeker geen onbekende naam. Als muzikantencollectief zijnde al de nodige releases achter je naam staande, en tevens Vic Chesnutt mogen begeleiden op diens The Salesman and Bernadette. Oud gediende William Tyler brengt met Goes West zijn vierde soloplaat uit. De gitarist waagt zich niet aan de zang, neemt ook geen andere vocalisten in de arm, maar blijft zich voornamelijk richten op zijn eigen kunnen. Dan moet je over het algemeen wel sterk materiaal af leveren om ruim een half uur te blijven boeien. Dit grote talent uit Nashville is echter niet de enige gitarist die je hoort op Goes West. Het volle geluid wordt mede bepaald door collega’s Meg Duffy en Bill Frisell. Ondersteund door bassist Brad Cook, die tevens verantwoordelijk is als producent, drummer Griffin Goldsmith en keyboardspeler James Wallace.
Goes West is een mooie filmische plaat geworden, een waardige opvolger van zijn derde soloplaat Modern Country. Niet dat hij gelijk vanaf Alpine Star je weet te verrassen, al wordt de ontstaande ruimte benut door andere elementen. Eerst met de aangename toevoeging hier van sfeervolle drums die er al roffelend inslaan. De basis voor het album ligt duidelijk in thuishaven en country hoofdstad Nashville. Dat die invloeden aanwezig zijn, is te verwachten. Toch maakt William Tyler vooral op de folk gerichte melodieën. De ene keer levert dit soepele huiskamer tracks op, maar bij Venus in Aquarius hoor je ook zeker een duistere ondertoon als de gitaar halverwege met lager gestemde akkoorden verder gaat waardoor het net wat extra glans krijgt.
Meer traditioneel gaat hij verder in Fail Safe, waar het leven van Robin Hood in Sherwood Forest op folky wijze tentoon lijkt te staan, zo erg wordt het middeleeuwse hier opgeroepen. Met Man in a Hurry zoekt hij op een geslaagde manier aansluiting bij de op dit moment nog steeds heersende indierock met jaren tachtig sfeertje, gevormd in de basis van Americana. Een met sterk tussengedeelte dromerige track welke helaas wel wat voort kabbelt. Zijn kundigheid leent zich echter voldoende om ook met een vocalist aan het werk te gaan. Misschien niet onder zijn eigen naam, maar meer in groepsverband. Al is de kans dan groot dat zijn rol beperkt blijft tot een goede teamspeler, verantwoordelijk voor de lastige voorzetten, die iemand anders dan mag inkoppen. Nu gaat hij vaak de veilige kant op. Laat ik het zo stellen, een sappige steak smaakt ook heerlijk met pittige chilisaus, niet altijd hoeft er voor barbecuesaus gekozen te worden.
William Tyler - Goes West | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
White Lies - Five (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:07 uur
Om nou direct een album te beginnen met zo’n hele lange track is wel erg pretentieus. Toch komt het uit West Londen afkomstige White Lies er goed mee weg. Time To Give laat horen dat ze zeker nog niet afgeschreven zijn. Na een van de mooiste debuten van deze eeuw afgeleverd te hebben met To Lose My Live… kwamen opvolgers Ritual, Big TV en Friends daar fragmentarisch in de buurt. Five laat een ander geluid horen dan hun eerste plaat, maar wel met een verfijnder volgroeid resultaat. Nog steeds overduidelijk een rockband met hun roots in de postpunk. Kwam voorheen de knallende drums in de mix sterk naar buiten, nu staat meer de harde gitaar op de voorgrond. White Lies werd in het verleden met regelmaat verweten een commerciële hitmachine te zijn. Op Five staan geen songs zoals Death, Farewell to the Fairground en To Lose My Life welke schaamteloos op een Eighties Revival Party gedraaid zullen worden. Zelf zien ze de plaat als een mijlpaal, het cadeautje voor de fans om hun tienjarige bestaan te vieren.
Des te verrassend is het dat ze in september al de single Time to Give propten. Ruim zeven minuten durend! En dat die dan nog vrijwel gelijk zo massaal wordt opgepakt, had het trio van White Lies waarschijnlijk ook niet verwacht. Wat maakt deze herfstplaat die de winter aankondigt dan zo bijzonder? De combinatie van de heldere keyboardklanken en het nostalgische? Is het gewoon simpelweg, de juiste single op het juiste moment, niet teveel bij nadenken. Een samenloop van onverklaarbare omstandigheden. Als hier een formule voor is, dan wil elke band die wel in bezit hebben. Maar om hier van het hoogtepunt te spreken; oh nee. Daar komen andere tracks eerder voor in aanmerking. Met een energieke discobeat laten ze zich van hun meest dansbare kant horen in het krachtige staaltje postpunk plezier Never Alone. Pianoakkoorden gaan gebroederlijk samen met de basgitaar van Charles Cave alsof het een uniek instrument is. Die toetsen komen op het einde van Kick Me op een meer genuanceerde manier als gastinstrument terug, al klinkt het nog net te voorzichtig. Zonde, want hierdoor gaat de hele opbouw een beetje de mist in; niet voor het zingen de kerk uit gaande, maar in een anti climax het hele gebouw vermijden. Reëel gezien had hier daadwerkelijk meer tijd in gestopt moeten worden, het is gewoon niet af, ondanks de aanwezigheid van doordachte sfeerschetsen. Finish Line wil pas echt op gang komen als de gitaar zijn intrede doet, eerst voorzichtig en nieuwsgierig, maar al snel meer aanwezig. Maar zo overrompelen als bij de eerste twee nummers wil het niet.
Revengeren doen ze gelukkig wel in Tokyo. Met de gedetailleerde electroclash gaan ze terug naar de bombastische campy synthpop van de jaren tachtig. Bijna fout genoeg om indruk te maken bij het Eurovisie Songfestival, zo catchy weet het je te raken. Het bullseye moment komt vervolgens in het spontane Jo? welke een stuk geraffineerde in elkaar blijkt te zitten. Stukken synthpop worden gekoppeld aan melodieuze gitaarexplosies, met zelfs neigend naar een stuk symfonische rock. Hoe groot kan je jezelf opblazen zonder tot ontploffing te komen, die scheidingslijn wordt net niet gehaald. De ingetogen ballad Denial weet op het juiste moment de hoogte in te gaan. Wist drummer Jack Lawrence-Brown op het debuut voornamelijk als een motor het tempo op te voeren, hier komt een meer afwisselende benadering naar boven. Door de ruimte die hij schept kan Harry McVeigh laten horen dat zijn kwaliteiten als gitarist tevens zijn toegenomen. Eventjes de vocalen in de pauze stand, om zo genadeloos toe te kunnen slaan. Believe It was de teleurstellende tweede single, teveel gericht op het gemiddelde platen kopende publiek. Wat gebracht had moeten worden als geslaagde marketing zet, blijkt in de praktijk terecht minder succesvol. Het duistere Fire and Wings blijkt het ultieme hoogtepunt van Five te zijn. De ingedutte vleermuizen worden in een seance tot ontwaken gedwongen. Log manoeuvreert de track zich tot een te voorspoedig einde. Hier hadden ze met gemak nog drie minuten aan vast kunnen koppelen. Five wil bij lange na niet zo overweldigen als hun intrigerende eerst geborene. Ze hebben met Time to Give de aandacht weer op zich weten te richten. Of Five een blijvertje zal zijn, durf ik hier niet met overtuiging uit te spreken.
White Lies - Five | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Beirut - Gallipoli (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:06 uur
Om na vier prachtige albums als band zijnde nog steeds de status te hebben als het best bewaarde geheim van de muziekscene, daar ben je dan wel een keer klaar mee. Ook benamingen als veelbelovend en vernieuwend mogen ondertussen achterwege gelaten worden. Beirut gaat gewoon op de ingeslagen weg verder, omdat dit nu eenmaal hun kenmerkende geluid is. En hiermee weten ze al vanaf 2006 indruk mee te maken. Op Gallipoli geen knieval voor een meer specifieke benadering, nog steeds het mistroostige Balkan geluid welke Zach Condon als souvenir vanuit Europa mee nam naar thuisbasis New York. Deze schatten aan muzikale inspiratie hoefde hij niet achter te laten bij de douane, maar kon hij ongestraft de Verenigde Staten binnen smokkelen. Live op het podium blijken de muzikanten net zo inwisselbaar als het Nationale elftal van een gemiddeld voetballand. Elke plaat vraagt de inzet van andere sterspelers, al blijft Condon als doordachte trainer het geheel dirigeren.
Een begrafenisstoet die op een kruising van de straat feestelijke zomercarnaval vierders treft. In twee verschillende geschetste situaties maken we kennis met When I Die. Deze contrasten aan tegenstrijdigheden zullen vaker terug komen op Gallipoli. Beirut muteert zichzelf steeds meer tot wereldmuziek. Universeler dan op de eerste albums met ook Mexicaanse invloeden op titelcompositie Gallipoli. Een Europese fanfare verkleed als nomaden op doorreis in Noord Amerika sluit zich aan bij plaatselijke straatmuzikanten. De vriendschappelijke fusie van verschillende culturele invalshoeken tot gevolg. Varieties of Exile zou zo een folky benadering kunnen zijn van een jaren tachtig wave klassieker. De klagende melancholische toon van de neerslachtige navelstaarders mixt prima met de zomerse benadering op het einde. De kater veroorzaakt door de Passoa wordt hier vakkundig verdrongen. Een inheems kinderliedje die het proces van ontwikkeling tot een volwassen popsong ondergaat trakteerd ons op het onschuldig ogende On Mainau Island. Met zang van Condon welke steeds meer de popkant ontstijgt en zich bijna lijkt te vermengen met opera geeft I Giardini een troostende werking. Nog meer staat het gevoel hier op de voorgrond, met woorden die zelfs in een onbegrijpbare vreemde taal weten te raken. Na een kunstzinnig begin met ballettraditie komt er een heerlijke zomerse switch in Gauze Für Zah. Zo moet een geslaagde huwelijksdag van een deprimerende zwartkijker met een exotische buikdanseres er ongeveer uit zien. De drone achtige uitloop had prima achterwege mogen blijven.
Corfu eist een Zuid Amerikaanse broeierige jazzy benadering op, met wat scary uitspattingen op het einde. Landslide is overtuigend de meest toegankelijke track van de plaat. Niet vreemd dus dat er voor gekozen is om deze als single te presenteren. Als voorganger mag de trompettist het warme geluid van Family Curse aankondigen, een eenheid welke zich vervolgens als een geketend orkest om hem sluit. Bij Light in the Atoll pakken de instrumenten het moment om nog meer als de zang het droefgeestige gevoel op te roepen, voor Condon een eenvoudig inkoppertje om te scoren. Het grote brein achter Beirut mag het zichzelf ook eens makkelijk maken. De hedendaagse dance invloeden van We Never Lived Here hadden achterwege mogen blijven. Abrupt komt er een einde aan het pure karakter van de plaat, en daar weet het opwindende blaasorkest niet genoeg verandering in te brengen. Het sterk met Aziatische invloeden heersende Fin is de aftiteling. Rumoerig maakt men gestalte om weg te gaan. De lichten gaan aan, men rekt zichzelf nogmaals uit om vervolgens het hedendaagse huisje, boompje, beestje leventje weer op te pakken. Toepasselijk eindigend met een fade out. Gallipoli is een dromerige traditionele folk plaat geworden waarbij vooral de zang regelmatig lijkt terug te grijpen naar het zwaarmoedige van de jaren tachtig. De opbeurende muzikale begeleiding maakt dit tot een unieke eigen sound. Hierbij passeren als bij een geslaagde gepassioneerde stapavond verschillende dansstijlen sierlijk de revue.
Beirut - Gallipoli | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ex:Re - Ex:Re (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:06 uur
Heel veel veranderd er waarschijnlijk niet bij de consument. Het uit Londen afkomstige Daughter werd toch vaak beschouwd als die band van dat bleke meisje met half lang gitzwart haar. Elena Tonra maakt nu haar solo debuut onder de naam Ex:Re. Simpelweg uit te spreken als x-ray. In principe is dit een verslag van haar ervaringen in een beëindigde relatie. Een typische gebroken hart plaat dus. Of we hierdoor ons zorgen moeten maken over het vervolg van Daughter is tot heden niet duidelijk. Op hun site wordt er in ieder geval voornamelijk over dit zijproject gesproken, al is het los gekoppeld van de band. De benadering is net wat soberder van aard, en Tonra weet zich ook een stukje opgefokter te presenteren. Het heeft haar een jaar van haar leven gekost om de woorden als een verwerkingsproces treffend op papier te krijgen. Het opnameproces was in een veel kortere periode gepiept. Gelukkig is het met genoeg zorg afgeleverd, en niet als een gevalletje opgekropte frustratie. Het is overbodig om dieper op haar gevoelens in te gaan, deze zijn al duidelijk en persoonlijk genoeg, en is weinig aan toe te voegen. Liefhebbers van Daughter kunnen de plaat moeiteloos aanschaffen, maar ook degene die terug verlangen naar de vrouwelijke singer-songwriters die zich vanaf halverwege de eighties presenteerden, is dit ook geen miskoop. Fans hebben de plaat al lang gehoord, via de streamingsites is deze al vanaf eind november digitaal te beluisteren. 1 februari is de datum dat deze weer ouderwets bij de platenzaak te kopen is.
Je ruikt bijna het hout van de donkere klankkast die de akoestische gitaar van Where The Time Went vorm geeft. Zo dichtbij kom je bij dit kleine liedje. Je hoort de cellist Josephine Stephenson niet eens aanschuiven, omdat de aandacht direct al bij de song is. Elena Tonra laat zich niet afleiden door haar aanwezigheid en gaat onverstoorbaar door met haar liefdevolle spel. Door het hese in haar dromerige stem is het in Crushing eenvoudiger om venijnig te klinken. De bijna klappende begeleiding geeft het wat krachtigs. Nog steeds erg intiem en persoonlijk laat ze ons meevoeren in New York, waar de cello echter een komende dreiging lijkt aan te kondigen. De bespeler hiervan laat als een therapeut haar diep graven in haar emoties. De drum lijkt het opgeborgen kwaadaardige verlangen meer op te roepen.
Nog eventjes de intentie om stil te staan bij de goede in vergetelheid rakende momenten in de prima opzwepende single Romance. Hoe swingend en dansvloervriendelijk de eerste single is, zo zwaar komt de nieuwe single The Dazzler over. Blijkbaar is het noodzakelijk om luchtig van start te gaan, om zich hier te verbijten aan de wrange nasmaak. Door kleine subtiele klankveranderingen wordt hier de kern van de problematiek opgezocht. een overdosering aan gesproken gedachtes komen hier in hoog tempo voorbij. Het leven van anderen is zoveel aantrekkelijker als ze hun shit publiekelijk ten toon stellen. Too Sad wordt gegrepen door mooie pianotoetsen die vervolgens vervormen in een oorverdovende noise. instintmatig weet Elena Tonra vocaal hier zo mooi vrouwelijk te overtuigen. Misschien is ze hier zichzelf niet eens van bewust, maar wat kan ze een sensuele zwoelheid neer zetten.
Fabian Prynn is nog niet genoemd, maar de hedendaagse binnenhuisarchitect van 4AD weet in de studio wel de juiste ambiance te creëren, zonder zich op te dringen aan de artiest. Hij neemt Liar ruimtelijk onder handen, maar laat hierbij het fragiele fundament staan. De overige basis vormt hier de veelzijdigheid van de stem van de vocalist. De uptempo sound van de door dreampop opwekkende energieke I Can’t Keep You komt binnen als de eerste kop zwarte koffie na een rusteloze nacht. Bij de pianoballad 5Am klinkt ver op de achtergrond de rust van de voortstappende drum. Snel lopen we het verleden voorbij, niet stil staan, niet achteruit kijkend. Het jazzy vrijdagavond gevoel van verlaten winkelstraten wordt desolaat opgeroepen. Het vredige My Heart sluit het verrassend sterke Ex:Re af. Vanaf de eerste tonen is het echt genieten geblazen. Wat aardig dat we samen met Tonra dit stukje verdriet mochten delen. Het oprechte vertrouwen in de fans van Daughter om zich publiekelijk zo kwetsbaar op te stellen.
Ex:Re - Ex:Re | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Guided by Voices - Zeppelin Over China (2019) 3,5
30 juli 2020, 16:05 uur
Het totaal aan songs dat Guided By Voices frontman Robert Pollard ondertussen heeft uitgebracht zou aardig in de buurt komen van het aantal inwoners van een redelijk groot dorp. Afvragend hoe er bij een concert telkens weer een setlist keuze gemaakt wordt uit dit grote repertoire. Ook nagaande dat deze zeer productieve band de laatste tijd vrijwel elk jaar met een nieuw album komt. Hoe lukt het om je als bandlid hierin staande te houden. Dit ook door de aldoor maar wisselende samenstelling van de groep. Een gemiddelde muzikant zou al snel zwaar overspannen thuis zitten met zo’n berg aan huiswerk. Afgelopen week verscheen het ruim dertig tracks tellende Zeppelin Over China, in april zal Warp and Woof zich aan het publiek presenteren, en op hun website staat doodleuk alweer Street Party voor februari 2020 aangekondigd. We hebben de demo’s opgenomen, en kunnen de studio in voor de afrondende fase. De lo-fi indie band uit Dayton, Ohio heeft als enige constante factor boegbeeld Robert Pollard, die ook solo nog een duizelingwekkend aantal platen heeft uitgebracht. Menige artiest zal jaloers zijn op het eenvoud waarmee deze compacte pop juweeltjes geproduceerd worden, al zitten er weinig tracks tussen die de status tijdloos gekregen hebben. Het etiket cultband zullen ze ook nu niet ontstijgen. Met gemak maken ze een dubbelalbum welke zich zo tussen de gitaarpop van de jaren negentig kan plaatsen.
De geslaagde comeback met oer leden gitarist Tobin Sprout en drummer Kevin Fennell leverde goede resultaten als The Bears For Lunch en English Little League af. Des te verrassend dat er vervolgens weer een nieuwe band gevormd werd, in die samenstelling verschijnt met muzikanten gitarist Doug Gillard, drummer Kevin March en bassist Bobby Bare, Jr. in vier jaar tijd alweer hun vijfde de album. Zeppelin Over China komt absoluut niet over als een haastklus, ondanks dat de songs gemiddeld een lengte van nog geen drie minuten hebben, zijn het wel echt poppareltjes die hier voorbij komen. Er is weinig ruimte voor ongein. Veel pakkende jaren negentig gitaarpop, maar ook hierbij onderscheid maken tussen het unplugged gerichte werk en de meer grunge kant. Genoeg vrolijke songs welke beïnvloed zijn door de jaren zestig, met toegankelijke psychedelische elementen, en de hieruit voortkomende Paisley Underground. Licht verteerbaar naast wat duistere kost. Lo-fi en in de studio zorgvuldig uitgewerkte tracks wisselen elkaar hierbij af.
Wat wel heel erg goed naar voren komt is dat de basis duidelijk in het verleden ligt. Sterker nog, uitgaande dat er gewerkt en gedacht werd vanuit hun meest succesvolste periode, namelijk midden jaren negentig, met klassiekers als Bee Thousand en Alien Lanes. Guided By Voices leverde hun eerste album Sandbox af in 1987, en beschikken ondertussen aan een goed gevulde schatkamer aan songs waar ze hun inspiratie uit kunnen halen. Hierdoor zullen ze door andere bands niet snel van plagiaat worden beschuldigd. Zeppelin Over China is een goede plaat, al is het vanwege de lengte van het album en het grote aantal aan nummers lastig om deze te plaatsen. Je kan het bijna beschouwen als een best of verzamelaar, maar dan met alleen maar gloednieuwe tracks. Inwisselbaar voor ouder werk, zonder aan kracht te verliezen.
Guided by Voices - Zeppelin Over China | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Teleman - Family of Aliens (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:05 uur
Teleman komt voort uit de in 2006 opgerichte Pete & the Pirates uit Reading; ja, de plaats bekend vanwege het beroemde festival. In 2012 wordt er na het opheffen van de band een doorstart gemaakt met Teleman. Welke duidelijk hun oorsprong heeft in de jaren tachtig. De broers Sanders staan garant voor de stabiele basis. Thomas neemt behalve de zang hier ook de gitaar onder zijn hoede en Jonny overhandigt zijn drumsticks aan Hiro Amamiya, en neemt plaats achter de toetsen. Pete Cattermoul blijft verantwoordelijk voor de baspartijen. Stuiterende pop met een hoog familie vriendelijkheids gehalte, voor alle leeftijden. Geschikt voor de arbeidsvitamines tijdens kantoortijden. Ondanks dat er veelzijdig gebruik wordt gemaakt van bas, gitaar en drum is het echt een retro band die terug grijpt naar de synthesizer acts uit de jaren tachtig. Family Of Aliens is niet een nieuwe sterke plaat van A-ha, al moet die wel gezien worden als grote inspiratiebron, welke op vrijwel alle songs, mede door de zang, zijn stempel drukt. Hierdoor vissen ze in dezelfde vijver als White Lies tijdens hun debuut, al lag daar de nadruk meer op de postpunk, hier op de pop kant.Het is een wisselvallige plaat geworden, met aan de ene kant erg aanstekelijke, lekker in het gehoor liggende popsongs, maar ook een overvloed aan minder knap uitgewerkte tracks. Het begin is in ieder geval bijzonder sterk te noemen.
De heerlijke jeugdige onschuldige popsong Family Of Aliens heeft al dat goede en toegankelijke van een geslaagd postpunk liedje. Samen gesmolten tot een heerlijk vrolijk geheel. Hiervoor zette je vroeger de radio harder, en hoopte het de volgende dag weer terug te horen. Dit heeft alles in zich om te ontwikkelen tot een terugkerende oorwurm. Bij het dromerige met harde synths toe slagende Cactus is echter gekozen om deze te begeleiden met een videoclip. Helaas is het hedendaags niet meer rendabel om fysieke singles uit te brengen,YouTube setlist heeft het gekreukte Top 40 blaadje reeds vervangen. Family Of Aliens opent namelijk met drie potentiële kandidaten. Mede door de zang krijg je sterk het gevoel dat je ondanks het bewust geleefd te hebben in de jaren tachtig, toen een belangrijke plaat bent mis gelopen. Teleman maakt geen originele muziek. Dit is echter wel het geluid welke jaren geleden graag gehoord werd. Over Song For A Seagull valt niks verkeerds te vermelden. Feel Good muziek waarbij er flink geshopt is in de platencollectie van een gepensioneerde diskjockey, die met pijn en moeite zijn oude singletjes te koop aanbied. Veel jatwerk uit vergaande gloriedagen.
Na nog een prima intro van Between The Rain komt echter het keerpunt. De overgang naar het vrolijke hoempapa gedeelte is tenenkrommend. De synthesizer klanken die dan wel minimaal aanwezig zijn, klinken zo kitsch als de prijzenkast van een gemiddelde schiettent op de plaatselijke kermis. Ook Always Dreaming blinkt niet uit in zijn eenvoud. De opzet is te simpel om indruk te maken met minimalistische fake pianospel. Pas halverwege gaat het meer open klinken al is het vervolg wat saai en ongeïnspireerd. Na het sterke begin van de plaat komt er nu de klad in. Submarine Life heeft een hoopvolle start; de beat is lekker, al zorgt de niet aangename vervormde robotzang er wel voor dat het snel afzwakt. Verder is het wel weer een prima track, het tussenstuk is erg sterk met die heerlijke opgepompte synths.
Dat ze wel degelijk tot meer in staat zijn bewijst het verrassende Twisted Heart. Al vanaf de eerste vette klanken zit ik aandachtig te luisteren. Mooie opbouw, met goed gebruik van de bas en veel aangename donkere overstuurde structuren. De ballad Somebody’s Island heeft ook die zwaardere elementen door de hol gestemde bas en droge drum. Thomas weet zijn vocalen ergens tussen zelfverzekerd en fragiel onder te brengen. Subtiel wordt er tussendoor nog met mooi keyboardwerk toegeslagen. Die krijgt vervolgens de hoofdrol toegezegd in het melodieuze Sea Of Wine, waar Jonny bewijst dat de switch van drums naar toetsen een geschikte ontwikkeling is. Bij Fun Destruction is de gitaar weer terug van weg geweest. Finishing touch Starlight begint niks zeggend en grijs, maar krijgt wel meer kleur. Wel te uitgerekt, flink ingekort zou het beter tot zijn recht komen.
Teleman - Family Of Aliens | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Vanished Souls - Vanished Souls (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:04 uur
Het Franse Vanished Souls geeft weinig over zichzelf bloot. Het viertal bestaat uit zanger DriX, tevens op gitaar, Svein vervuld de overige gitaarpartijen en stuwende krachten Wil op bas en Julio achter het drumstel. Op groepsfoto’s zou je ze zo kunnen plaatsen als vier personages uit de Quentin Tarantino film; Reservoir Dogs. Inderdaad inclusief codenaam, genoemd naar een kleur; anonieme meneren. Muzikaal een stuk minder mysterieus, al laten ze zich niet in een hokje plaatsen. Het elektronische element komt voort uit een launchpad, een voor mij onbekend instrument. Het ziet er uit als een door Rubik uitgevonden kleurengrafiek, welke nog het meeste aan een kubus doet denken, maar dan in de vorm van een tablet. Tijdens het spelen hiervan heeft het raakvlakken met een miniatuur jaren zeventig dansvloer. Blijkbaar weet DriX deze goed te bespelen; het geeft letterlijk meer kleur aan het geheel. Maar goed, terug naar de muziek van Vanished Souls.
Ghosts heeft iets uitnodigend en vriendelijks. De zeer rustige start geeft je alle ruimte om met Vanished Souls kennis te maken. Semi unplugged neemt de zanger je samen met het gitaarspel mee op reis. Zomerse ritmes leiden je naar een onzichtbare deur die zich opent. Dan volgt na anderhalve minuut plotseling de wervelwind, en zit je als Alice gevangen in Wonderland. Spookachtige tonen en een meer grimmig vervolg met tripgoth invloeden. My Rom zal je vervolgens niet de stuipen op het lijf jagen. Nog steeds overheerst het lieve gevoel. De vocalen geven aan dat er meer dreiging op komst is, en dan barst het gitaargeweld los; eventjes maar, een glimp van de duisternis laat zich tot je richten. Stilte en dan de intense herhaling.
All Forget is een heuse dancetrack, luchtiger met een dreunende beat inbegrepen. Het mysterieuze is nog steeds aanwezig, al is de benadering hier een stuk commerciëler. Een dromerige trip vergezeld het ultieme overwinningsgeluid van You’re Not Alone. Typische hoopvolle jaren tachtig zang begeleid deze euforische track tot een sprankelend hoogtepunt. Toch is het fijn om je vervolgens weer in de Berlijnse discosound van Nauseous (Electro) te bevinden, welke gevormd wordt door een slepende stem waar menigeen post grunge band jaloers op zou zijn geweest. Wat een omslag opeens naar deze grimmige onheilspellende track. Am Your Shadow gaat verbitterd verder in de ingeslagen weg. Kerkelijke synths gaan over in een bijna Boyband achtige switch met gejaagde Nu metal gesproken rap. De boosheid komt hier wat geforceerd en gespeeld over.
Ambient house is het geschikte woord welke hier past bij het volwassen trippende slaapliedje Between Us and Everything. Het wegdromen op psychedelische genotsmiddelen. No Suffering is zalvend, en hierdoor ook bedrieglijk. Het kruipt als gestold bloed onder de huid, waardoor het lichaam verdoofd en levenloos achter blijft. De geknepen zang van 3mn42 gooit je opeens binnen in een Britse jaren 90 club, ergens aan de rand van een grote stad. Juist de plek waar ongeruste ouders van hopen dat je daar nooit naar binnen gaat. Smerig als hypnotiserende trance. De hedendaagse soul van Shame heeft een sterke religieuze basis. De backings en het geklap gooien er de nodige gospel feeling in; amen. Piano ballads doen het altijd goed, zullen de jongens van Vanished Souls wel gedacht hebben, en de meest geschikte plek is of op het begin, maar nog beter om een plaat mee af te sluiten. En zo gebeurde het ook. Aan Silencio die eer. De hoge geknepen koorknaap vocalen willen mij niet te grazen nemen; het zeer versterkte einde met noise gitaren gelukkig wel. Meer dan genoeg variatie op de plaat. Eigenlijk voor iedereen heeft het wel wat te bieden, de persoonlijke voorkeur gaat hier uit naar de meer explosieve tracks.
Vanished Souls - Vanished Souls | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fenne Lily - On Hold (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:04 uur
Singer-songwriter Fenne Lily wist op zestienjarige leeftijd al via YouTube een miljoenenpubliek te betoveren met haar performance van een zeer breekbaar gezongen Top To Toe. Enkel zichzelf begeleidend door een semi versterkte gitaar had ze alles in zich om gelijk al een kansrijke carrière te starten. Hoe gedurfd, of juist misschien wel hoe dom is het dan om hier niet voor te kiezen. Rustig zichzelf een paar jaar zonder de media verder ontwikkelen, en verdiepen in eigen kwaliteiten en mogelijkheden. Het risico is groot dat men je dan uit het gezichtsveld verliest. Anderzijds geeft het jezelf de mogelijkheid om te behoeden voor gevaren. Geldbeluste platenbazen die je trakteren op contracten met onleesbare kleine lettertjes. Niet de zoveelste Idols of The Voice vooruitgeschoven jong talent welke al snel weer vergeten is.
John Parish bleef in haar geloven en gaf de ruimte om zichzelf te ontdekken. Zelf had hij al de nodige ervaring opgedaan om PJ Harvey van ruwe diamant te vormen tot dezelfde ruwe diamant, maar dan juist met meer scherpe kantjes. Of hij nu in staat is om deze nuchtere plattelandsmeid als Assepoester te transformeren tot een diva, laat de tijd ons leren. Vier jaar na de kennismaking met de grote buitenwereld is nu het debuut On Hold van Fenne Lily verschenen. Laten we dat bewuste Top To Toe optreden eind oktober in 2015 als ijkpunt nemen en dit langs de versie leggen welke het album gehaald heeft. In eerste instantie lijkt er weinig veranderd; maar de subtiele meerstemmigheid en de minimale sfeervolle tonen geven het letterlijk en figuurlijk een extra dimensie. Het kale karakter blijft behouden, wat absoluut te danken is aan het inzicht van producer Parish.
Uitgaande van een paar jaar geleden verwacht je niet een sterk gerijpte stem te horen welke de dreampop van Car Park inzingt. Het kinderlijke heeft de transformatie naar volwassenheid volbracht. Parish heeft gekozen om het opnameproces te voltooien in Bristol. Dat daar de oorsprong ligt van de triphop hoor je in de warmte terug. Fenne heeft ook dat wat van de sound die Beth Gibbons van Portishead bekend maakte, inclusief de sigaretten. Three Oh Nine straalt uit van zelfverzekerdheid. Meerdere lagen geven de mogelijkheid om haar eigen stem in verschillende invalshoeken door elkaar te mixen. Hierdoor lijkt het alsof Lily begeleiding krijgt van backing vocalen. De toevoeging van drums en toetsen maken de omschakeling naar een meer Indie geluid compleet. Want hoe independent kun je zijn als je als grote belofte de album release in eigen hand houdt. Geen inmenging van een bekende platenmaatschappij.
The Hand You Deal ligt nog bij de basis welke vier jaar geleden werden ingezet. Maar op de momenten dat je denkt dat ze alleen voor jou aan het optreden is, vallen de drum en het gitaarspel in. Toch blijft het mooi klein en intiem. Het sprookjesachtige engelen geluid is verdwenen, en heeft plaats gemaakt voor volgroeide zachte tederheid. Nog beter hoorbaar bij More Than You Know. Het is mooie luistermuziek en blinkt uit in zijn eenvoud ; het liefst te ervaren in een kleine sfeervolle setting. Parish heeft prima werk afgeleverd, maar zo revolutionair als bij PJ Harvey weet Fenne Lily bij lange na niet te klinken.
Fenne Lily - On Hold | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Revivalists - Take Good Care (2018) 3,0
30 juli 2020, 16:04 uur
Er is een flink podium nodig om deze achtkoppige band uit New Orleans, Louisiana hun ruimte te geven. In Nederland heb je de Serious Talent op 3FM. Artiesten die extra geplugd worden op de radio, een schop krijgen in de juiste richting, met al vervolg A Minute Of Fame bij De Wereld Draait Door, en het met heel veel ploeteren de status van huisband daar toe geëigend krijgen. Muzikaal eens per maand zo genaamd de interviews aan elkaar breien met een intermezzo. The Revivalists zou zo’n kandidaat kunnen zijn. Zichzelf op allerlei fronten naar voren schuiven met het hitgevoelige, soulvolle All My Friends, net zo lang totdat het bij de luisteraar niet meer van het netvlies te branden is. De song bereikte met gemak de eerste plek van de Adult Alternative radio. Begrijpelijk dus dat deze single hier ook niet onopgemerkt bleef. Sterker nog, zelfs de rol van Alarmschijf kreeg toegekend en een aantal weken in de Top 40 mocht vertoeven. Een mooi krachtig statement achter latend.
Het vergelijkbare You Said It All is het tweede paard waarop gewed is, deze ligt in de lijn van die song. De echo van het zuchtmeisje als bonus ingegrepen.Toch komt dit niet zo maar uit de lucht vallen, er is absoluut geen sprake van beginners geluk. Take Good Care is het vierde album van de al in 2007 gevormde rockband, en met Wish I Knew You van Men Amongst Mountains wisten ze ook al bij de alternatieve lijsten flink wat indruk te maken. Ook daarmee haalden ze de eerste positie. Goed geluisterd naar wat nu het publiek aanspreekt, en hier een behoorlijke retro gedateerd Vinaigrette dressing sausje over gegooid. Best lekker, maar de smaak wordt bepaald door de toegevoegde ingrediënten. Een overvloed zorgt voor verbittering of wordt te zoet gevonden, te weinig geeft een flauw effect. En het moet ook niet te pittig worden.
De zang van David Shaw komt net wat te gemaakt over. Muzikaal kan het zich meten met Britse popbands die de nodige folk elementen in het geheel verstoppen. Hierdoor komt Otherside of Paradise over als een frisse douche, al remt de eentonige achtergrondzang het wel af. Maar goed, verder dik in orde. Het valt al snel op dat het vooral een feestje is, maar door de variatie ontbreekt ook wel een eigen identiteit. Door gebruik te maken van meerdere producers die tevens mede componisten zijn, wordt dit namelijk tegen gewerkt. Dave Cobb en Dave Bassett zitten in de singer-songwriter hoek, terwijl Andrew Dawson gewerkt heeft met grotere goed scorende namen. De geschiedenis heeft ons al geleerd dat een eenduidigheid veelal interessantere tracks oplevert. Waarom The Revivalists hier voor kiest is duidelijk. Je blijft de fans trouw maar richt je ook meer op de niet alternatieve markt.
Take Good Care is een retro jaren zeventig album, het opkomende (hard)rock geluid krijgt de soulvolle injectie uit die zelfde tijd. Dat dit tot gevolg heeft dat het prima minder gelikte tracks oplevert, met ruimte voor creativiteit, bewees voorheen The Black Crowes al. Die creativiteit is hier ingebracht door Cobb, Basset en Dawson, maar minder door The Revivalist zelf. Zoals een eeuw eerder bij blues artiesten gebeurde, de ziel is verkocht aan de duivel. Dat ze het zelf echter wel kunnen, bewijst het afwijkende maar sterk rockende Future. Alsof ze vanaf hier weer de touwtjes in eigen handen krijgen. Funky en ook vocaal een stuk rauwer, bluesy en beter gezongen.
The Revivalists - Take Good Care | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Exploded View - Obey (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:03 uur
Geen gemakkelijke kost dit Exploded View. Zwaarmoedige, hard binnen komende songs voorzien van de nodige minder toegankelijk postpunk invloeden. Bij de vervreemdende zang van Annika Henderson zou je haar het liefste door verwijzen naar de huisarts voor een passende dosering Prozac. Ze klinkt leeg, lusteloos en uitgeblust. En als je dan eerlijk moet zijn, dit soort wanhopige personen leveren vaak door hun problematiek erg boeiend materiaal. De band is ontstaan in Mexico City, waar de Britse, in Berlijn wonende zangers treft haar bondgenoten, of bandgenoten treft. Hugo Quezada en Martin Thulin geven haar psychische frustraties een grimmig klankbord. Doordat de Duitse vocale invloeden goed hoorbaar zijn, krijgt het een monumentaal, zeer strakke, statische uitstraling. Zwaarmoedig en uitzichtloos gaat ze de strijd aan met de horror die uit verschillende elektronische kastjes als demonen tevoorschijn komen.
Als een zware migraine wordt een lieflijk Lullaby pianospel begeleid met de dreampop van vocalist Annika als medicinale pijnbestrijding. Deze zuster des dood drijft je in haar ondoorzichtelijke poel van bederf van Open Road. De vocalen zijn een stuk intenser en vertwijfelender. Versteende gitaargepingel welke functioneel je laat mee voeren in de bedrieglijke draaikolk van vervormd gegalm. Dark Stains gaat verder op het keerpunt waar postpunk samensmelt met electric body music. Als een intelligente punkdichteres geeft Annika flarden van een van tranen doordrenkt dagboek vrij. Bladzijde na bladzijde verscheurend, afrekenen met het verleden. Ook Gone Tomorrow is een open sollicitatie naar de functie van gekwelde martelaar. Verdoofd sterven de emoties af, verkild en steeds vlakker wordend. Spaarzame drumslagen en hoge synths ontvormen de gevoelens. Titelstuk Obey volgt als een rusteloze bijna coldwave achtig geheel. Ontstemde postpunk die zich al wringend en aanvallend opdringt. Om je heen draaiende als een circulerende groep hongerige gieren, afwachtend om toe te slaan. De vervagende deprimerende vocalen van Annika wenden zich tot je als een definitieve openbaring.
Sleepers heeft iets opbeurends, een ode aan de ondertussen steeds verder weg gezakte ethereal wave. Een basgitaar die een voortdurende line creëert met daaroverheen verweven stijlvolle herhalende drums en opgewekte mechanische tonen. Het luchtige Letting Go of Childhood Dreams laat steeds sterker het gevoel achter dan de plaat zich in tweeën spitst. De paradox met de eerste vijf tracks is immens. Van uitzichtloze nachtmerries naar positievere toekomstbeelden. In eerste instantie lijkt Raven Raven dit beeld te verzieken, maar het hoge dansbaarheidsgehalte geeft het net nog een optimistische impuls. Prettig vluchtgedrag met alle ingrediënten voor semi bejaarde navelstaarders, die met pijnlijk gebogen rug voor een laatste maal een bezoekje aan de dansvloer wagen. Come On Honey is echte shoegazer met een bepalend industriële benaderingswijze. Herhalende beats die ook de kern van grimmige wave hier verwoorden. Heel even is het maniakale van de eerste vijf tracks weer terug. Verslagen wagen we ons aan het eindstuk. Als een ontspoorde sneltrein raast Rant zich naar het Oost Berlijn van voor de val van de muur. Station To Station, met de eindbestemming ergens in de vorige eeuw. Niet echt een album welke je aan het daglicht toe vertrouwd, maar als eenmaal laat in de avond de gordijnen zich sluiten heeft het meer zijn bestaansrecht.
Exploded View - Obey | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Jacob Bellens - Trail of Intuition (2018) 3,0
30 juli 2020, 16:03 uur
De in Sneslev geboren Deense Singer Songwriter Jacob Bellens heeft al de nodige muzikale marathon kilometers opgebouwd. Bijna gelijktijdig maakt hij rond 2005 een start met het meer melancholische Murder en het stuk toegankelijkere I Got You On Tape. Bij deze bands is hij te horen op totaal zeven albums, maar zijn creativiteit blijkt verder te rijken. Het vermogen om hedendaagse verhaaltjes van hedendaagse personen om te smeden tot songs bezit hij als geen ander. Zijn observatie dwingt hem om zich af te sluiten van de buitenwereld en als een artiest zijn zichtwijze om te zetten tot tracks. Heel slim weet hij door deze werkmethode zijn eigen ik buiten beschouwing te houden. Verwacht daar geen autobiografische nummers, maar wel beschreven situaties waar Jacob Bellens als buitenstaander getuige van is geweest.
In 2012 komt zijn eerste solo album The Daisy Age uit, en ondertussen is afgelopen jaar nummer vier verschenen; Trail of Intuition. Hij heeft qua geluid een middenweg gevonden tussen de twee bandjes, en zet dit evenwichtiger om in eigen solo producties. De zelf bepalende rol geeft meer lucht, er moet minder rekening gehouden worden met andere muzikanten. Ondanks hele toegankelijke radiovriendelijke werkstukken als All The Songs en titelstuk Trail Of Intuition is gekozen voor variatie op deze plaat. Wel wekt het de indruk dat hij zich hier een stuk openlijker presenteert dan in groepsverband. Goed mogelijk dat het privé allemaal meer op rolletjes loopt, en dat hij zich niet achter andere karakters hoeft te verschuilen. Hoe mooi eigenlijk om deze kant van Jacob Bellens te mogen ervaren. Ida Marie Arendt en Kirstine Elise Pedersen geven met klassiek pianospel en strijkers bepaalde tracks meer zeggenschap. De rockkant verdwijnt nog meer naar de achtergrond, en juist deze geschoolde muzikanten geven het een onverwachte wending door het gelijk al in Sunrise in East meer als echte popmuziek te laten klinken.
Toch wordt er goed afgewogen wat elke song afzonderlijk nodig heeft, want de elektronica wordt ook niet genegeerd. Renegade is een zweverig, ruimtelijk geprogrammeerd stuk happiness met terug kerende oerknal. De vocalen van een Europe’s Burning doen mij minder, maar de synths en drums komen wel hierop het beste tot hun recht. Het gedragen More Than Anything en meer verstilde One of a Kind vragen juist om een aanpak, die meer in het verlengde zit van Murder. Jacob Bellens blijft het weemoedige nog steeds beheersen, hier grijpt hij er gericht naar terug. Bij Sound Of Laughter slaat hij de plank volledig mis. Had dit voor veel geld aan de een of andere Boyband verkocht inclusief de privileges om dit onder hun eigen naam uit te brengen.
Trail of Intuition is een behoorlijke gemakkelijke plaat geworden van een muzikant die tot veel meer in staat hoort te zijn. Zijn emotionele aanpak bij Murder wordt gewaardeerd, zelfs I Got You On Tape levert indrukwekkendere albums op. Hier vallen vooral More Than Anything en One of a Kind op, niet door hun veelzijdigheid, maar het zijn de puurste tracks. Laat het volgende project er alstublieft weer een met Murder zijn.
Jacob Bellens - Trail of Intuition | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Astronauts, etc. - Living in Symbol (2018) 2,5
30 juli 2020, 16:03 uur
Dat men steeds meer een hekel krijgt aan een maatschappij welke gedomineerd wordt door Social Media is een feit. Al is het natuurlijk heerlijk dat de mogelijkheid bestaat om tijdens langdurig wachten hier naar terug te grijpen. Vanaf de basisschool leert men hier mee omgaan, en het door internet gecreëerde netwerk is groter dan wat wij ooit hadden kunnen dromen. De huidige generatie leert er al vroeg mee omgaan, en zoals bij vrijwel alles, zitten ook hier de nodige nadelen aan verbonden. Probeer het in breed daglicht te zien. Daarom heb ik enigszins wat moeite met het concept achter Living in Symbol. Hier staat de vervreemding van de maatschappij centraal. Valse vooruitzichten, isolement van de omgeving en een vorm van kunstmatige beleving. Grotendeels het gevolg van het leven als element in een wereld gedomineerd door Twitter en Facebook. Mooi om hier als uitgaanspunt mee aan de slag te gaan, maar ook Anthony Ferraro is afhankelijk van deze vooruitgang. Verder maakt hij gebruik van bandcamp om zijn albums aan de man te brengen. Voor mij de voornaamste reden om het hele idee achter de plaat links te laten liggen, en mij alleen te richten op de tracks.
Haal je de verpakking en het verkooppraatje weg, dan blijft er echter bar weinig over. De indruk dat Ferraro zich verbergt achter een vluchtig idee is groot. Het kabbelt allemaal wat voort, net te easy listening. Veel gebruik van echo’s op de vocalen in de songs welke verder voornamelijk een dromerige uitstraling hebben. Vaak wordt de basis gevormd bij jaren zeventig filmtunes met een luchtig zomers karakter zoals in het verder funky The Border. Totaal misplaatst opent Stray Observations verrassend met de James Brown sampler van Funky Drummer. Maar goed dat de uitvoerder Clyde Stubblefield in 2017 is overleden, hij zou zich omdraaien in zijn graf. Bij Symbol Land gaat men uit van een prima, maar wel traag opbouwend pianostuk. Verder zit er weinig spanning in de zwoele plaat. Gericht op een langdurende vertrouwde relatie waar er door middel van plastic kaarsjes inclusief batterij een sfeer opgebouwd wordt. Het liefste nog met een afstandsbediening waarmee de kleur veranderd kan worden. Net zo retro als de vormloze eerste badpakken uit de jaren vijftig. Hier wordt wel heel erg op safe gespeeld. Niet mijn definitie van romantiek. Zelfs zonder het genoemde concept in mijn achterhoofd, wil het maar niet pakken. Zelfs het mooie gitaarstuk van Kelly on the Moon wil hier geen verandering in brengen. Niet wij leven in een geïsoleerde maatschappij, maar juist Anthony Ferraro lijkt zich in zijn eigen wereldje te bevinden.
Astronauts, etc. - Living in Symbol | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Rock*A*Teens - Sixth House (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:02 uur
The Rock*A*Teens heeft gekozen voor de sterretjes in hun bandnaam, anders zou je al snel terecht komen bij een Rockabilly band uit de jaren vijftig, en niet bij deze indierockers. Vanaf 1994 actief collectief welke hun oorsprong heeft in Cabbagetown, een oostelijk gelegen buurt van Atlanta in de Amerikaanse staat Georgia. Bekend vanwege de vele actieve graffiti artiesten. Eigenlijk was deze groep net zo passé als de tags uit verleden tijden, welke nog verschillende gebouwen versieren. Na de eeuwwisseling werd het stil, en verscheen er nog een plaat Sweet Bird of Youth en EP Noon Under the Trees, en vervolgens ruim zeventien jaar helemaal niks meer. Verrassend dat er dan vrij onverwacht nieuw werk verschijnt, in het vorig jaar uitgebrachte Sixth House.
Het begin is allemaal net zo donker en onheilspellend als hun oudere werk, maar het resultaat is een stuk minder hard en niet zo rommelig. Billy Really heeft het verfijnde Paisley Underground garagesound, zanger Chris Lopez weet hier de nodige dramatiek aan toe te voegen. Niet te vergelijken trouwens met de berg ellende die ons muzikaal ten gehore komt in het bezwerende Lady Macbeth, waar er dieper en pijnlijker in de ziel van de band gepord wordt. Het verfrissende dromerige Turn and Smile heeft een ander karakter. Heerlijke no nonsense rock, de woorden op punkwijze op ons bordje opgediend worden; gelijk de volle mep, zonder verdere poespas. Rauw als een niet goed doorbakken steak. Lekkere opzwepende drumpatronen vliegen ons om de oren in het toegankelijkere Go Tell Everybody, hoge backings zorgen voor het psychedelische element. Een doordachte dansbare track met een heel erg sterk wij gevoel, zou zich zo als publiekslieveling kunnen ontwikkelen tijdens concerten. Ook terug in de tijd ligt de inspiratie voor Baby’s on to Me. Hier zou je door de bevlogenheid je zo op een college party wanen, met beginnende acts hun plaatselijke minute of fame incasseren. Zo horen jonge honden te klinken, puur en onbevangen.
Stampende rock waar Chris Lopez nog net vocaal overheen kan komen, in het verder krachtige statement Closest to Heaven met alle verwijzingen naar de gitaarband van de jaren 90. Je zou bijna vergeten dat The Rock*A*Teens daar ook toe behoorden. Niks nieuws dus eigenlijk, alleen blinkend opgepoetst. Knap hoe juist de vocalen na al die jaren zo heerlijk jeugdig klinken. Ook de luistervriendelijke chaos die ze proberen op te roepen met Count in Odd Numbers gaat terug naar waar ze ooit hun aftrap hadden. Lost in Sound is een flink door de blender gegooide combinatie van gitaarrock, punk en Britpop; shaken en serveren. De romantische benadering van Listen, Sonny Boy verwacht je niet, dit zou zo zelfs door hipster meisjes massaal omarmt kunnen worden, al is dit geen compliment. Als er een stroming is geweest welke al vanaf het begin belachelijk over kwam, dan is het deze wel. Hip is in een paar jaar terug gebracht tot bordurende en breiende jonge verliefde stelletjes. De hippies van het heden. Gelukkig verder een prima track, ondanks de associaties die het oproept. Crystal Skies heeft raakvlakken met de do it yourself sound uit de jaren tachtig, al is hier de stofzuiger wel thuis gelaten. Blikkerig en rammelend, en zo komt dit het beste tot zijn recht. Na zoveel onproductieve jaren, gaat The Rock*A*Teens verder waar er jaren geleden gestopt werd. De aansluiting met nieuwe acts kan probleemloos gemaakt worden. Terug van weg geweest.
The Rock*A*Teens - Sixth House | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Joe Jackson - Fool (2019) 4,5
30 juli 2020, 16:02 uur
Joe Jackson, de angry young man die het televisie kijkend publiek shockeerde door in 1980 vanuit Pinkpop piss off toe te roepen. Dezelfde persoon die op dat festival in 1991 ons trakteerde op een broeierige zomerse set, waar ondertekende aanwezig was. In de tussentijd was veel gebeurd. Die verbitterende punkhouding paste niet echt bij hem, en met de muzikaal meer gevarieerde albums Body and Soul en Night & Day werd hij omarmt door het grote publiek, en scoorde flink met de hits Real Men en Is She Really Going Out With Him?
In interviews minder boos, eerder sarcastisch en vol humor, getuige ook zijn biografie A Cure For Gravity waar hij juist zijn leven beschrijft tot aan zijn eerste album Look Sharp!, en dus niet de daarop volgende carrière. Typerende Joe Jackson zelfspot. Bij Fool lijkt de cirkel rond te zijn. Op zijn debuut stond al het bekende Fools In Love, en blijkbaar is hij nog steeds zo’n liefhebbende idioot als veertig jaar geleden. Terug naar de basis, geen dan wel minimale uitstapjes naar andere genres. Dat Joe Jackson op muzikaal gebied een grote bagage mee draagt is bekend, Fool is echter een van zijn toegankelijkste albums geworden. Geen ruis op de stem van deze kettingrokende zanger, en is de zang hoger dan op het oudere werk. Al hoor je een heesheid welke het geheel wel een mooi randje mee geeft. De op leeftijd rakende vocalist klinkt nog steeds bijzonder goed.
Donderwolken symboliseren het begin van Big Black Cloud, vervolgt door het kenmerkende geluid van Joe Jackson, al mist het wel wat diepte. Het is allemaal een stuk minder laag gezongen, maar de kenmerkende sneer, het bijna knauwende is absoluut nog aanwezig. De piano heeft dezelfde stemming als wat hij voorheen bij Happy Ending en Real Man liet horen. Hier in de rol van beginnende regendruppels, die in hun weg naar beneden worden ingehaald en bijna vermorzeld door boze buien, vorm gegeven in mooi dreigend gitaarspel. Boogie Woogie is dan wel als basis genomen, maar hier kun je spreken van een echte popsong, waar voor de afwisseling eens niet een bepaald genre het geheel bepaald. En het valt verrassend goed uit. De scherpte die voorheen vooral in de teksten te vinden was, is hier vooral muzikaal aanwezig. Big Black Cloud zou voor de verharde buitenwereld kunnen staan, blijf niet binnen, maar ga in vertrouwen naar buiten, hopend op een betere toekomst. Op het eind krijg je nog als extraatje de donkere bas van Graham Maby voor het nadrukkelijke effect, en dan is dit nog maar de verwoording van de eerste track. Een verrassend sterke binnenkomer, waar hij schaamteloos zijn tournee mee zou kunnen beginnen, om gelijk de aandacht van het publiek volledig op te eisen.
Dan hakt Fabulously Absolute er lekker hard in met het gitaar intro van Teddy Kumpel, waardoor hij terug grijpt naar de punkroots die als basis gelden voor het debuut Look Sharp! Om de sfeer nog meer te benadrukken krijgt vervolgens ook drummer Doug Yowell vrij spel, en straalt er een frisheid vanaf waar menigeen beginnend indierock band jalours op kan zijn. De waanzin van Jackson vind de uiteindelijke vorm in de weirde keyboardpartijen van de meester himself. Perfect gekozen als introducerende single van Fool. Dave is een verhalende ballad, en hiermee benadrukt hij heel goed dat zijn roots Brits zijn. Want als ze daar ergens goed in zijn, dan is het wel de beschrijving van het leven van een ordinairy man, verschillende hits zijn in het verleden succesvol met dit uitgangspunt geschreven. Zijn wat treurige, klassiek aandoenlijke piano vult de rest in, zoals we gewend zijn.
Hoge flatgebouwen met een overschot aan veel, heel veel ramen, turend over de skyline van een in avondlicht verdwijnende metropool met de overheersende neonreclames. Strange Land zou prima passen op Night and Day, al heerst daar meer het enthousiasme, hier het meer realistische gevoel van heimwee. Alleen in een appartement, waar de straten geen naam hebben, en de buren ook niet meer dan een nummer zijn. De onbegrepen eenzaamheid van een popartiest. Friend Better lijkt geïnspireerd op het ontvluchten van het jachtige leven, drank als betrouwbare metgezel. Ondanks de luchtige toon, sluit deze perfect aan op de voorganger. Ook hier een vleugje jaren 80 sentiment, als een kers in een Martini cocktail.
Het titelnummer Fool heeft een spannend, scary Oosters beginstuk, vervolgt door een lawaaierige harde percussie, om het meer op te zwepen, waar Joe Jackson vervolgens vet versterkt overheen galmt. Hij is het nog niet verleerd, want met een kleine toevoeging van de piano betovert hij het geheel tot een lekker, nog meer swingend salsa geheel. Wat er allemaal in zijn hoofd omgaat is een groot vraagteken, maar de kracht om dit muzikaal zo om te zetten is nog steeds uniek. Daarna is er weer de terug schakeling naar het rustige 32 Kisses, een ode aan de ouderdom? Niet gekozen om angstig terug te kijken, maar het als een mooie rijkdom te ervaren, iets waar men juist vaak huiverig voor is. Niet een van de beste songs van Fool, maar hier wel ervaren als de meest herkenbare tekst. Met het nachtclub achtige Alchemy maken we ons klaar om de te genieten van het leven in een grote stad, als deze zich eigenlijk in een diepe slaap hoort te bevinden. Beelden van de clip van Stepping Out versterken als een feedback dit beeld.
Wat is dit een geweldige plaat geworden, welke niet onder doet voor zijn jaren 80 klassiekers Body and Soul en Night & Day. Een mooiere nieuwjaarsborrel om de start van een muzikaal 2019 te vieren kan ik mij niet voorstellen.
Joe Jackson - Fool | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Steve Gunn - The Unseen in Between (2019) 4,0
30 juli 2020, 16:01 uur
Sinds het succes van War On Drugs wordt de hele scene rondom Adam Granduciel uitgepluisd. Ieder die enige connectie met de band heeft, wordt er bij gehaald. Eerst Kurt Vile, die behoorlijk aan de weg timmert. En nu is Steve Gunn aan de beurt. Als voorprogramma van de band van Granduciel, en met het samenwerkingsproject met Kurt Vile genaamd Parallelogram is de link te leggen. Niet zo memorabel als de genoemde artiesten. Maar op de achterhoede een mooi tijdsbedrijf, welke ook de mogelijkheid heeft om hier bij de bekende namen aan te sluiten. De bandleden van The War on Drugs komen allemaal wat schuchter over, zo ook tijdens de uitgerekte lange muzikale stukken. Als de aandacht maar gericht is op het instrument, hoef je niet meer de zaal in te kijken, en al het contact negeren. De een ziet het als betrokkenheid met de precieze gecontroleerde uitvoering van de tracks, terwijl iemand anders meer moeite heeft en het ervaart als desinteresse. Deze gevoelige folkpop emo’s staan nu volledig in the picture. Steve Gunn heeft in ieder geval alleen al een ruiger uiterlijk. Donkere bril, de haren kort en stijlvol. Hier op The Unseen in Between zijn het allemaal mooie luisterliedjes begeleid door gitaar. Uiteraard zijn er raakvlakken met War On Drugs. Nu ga ik iets zeggen, waar de liefhebbers absoluut niet blij mee zijn. Steve Gunn heeft de vocalen van een man, niet die onvolgroeide uitstraling van Adam Granduciel. Nee, hier geen liefhebber van dat hoge gemummel, Steve is net een stuk minder zweverig.
New Moon blinkt uit in gedurfdheid, een geslaagde combinatie van country met dreampop elementen. Nooit geweten dat dit zo treffend over kan komen, maar het gevoel op de prairie aanwezig te zijn wordt hierdoor versterkt. Toch gaat het niet de softe kant op, het heeft nog steeds iets stoers. Bij Vagebond hoor je de invloeden van War On Drugs zeker terug in het heldere gitaarspel, maar de link naar de Paisley Underground sound is net zo sterk aanwezig. Net een stuk opgewekter allemaal. Prima hoe ook hier wordt terug gegrepen naar de jaren tachtig. De mooie backings worden verzorgd door Meg Baird, al jaren geleden actief bij collega Kurt Vile, op diens album Smoke Ring for My Halo. Daar wist ze Baby’s Arms vorm te geven. De veelzijdigheid op The Unseen in Between is te herleiden naar jaren zeventig countryrock, welke weer sterk van invloed is op het rustigere Change, ja inderdaad een grote verandering ten opzichte van de vorige track met het mooie versterkte tussenstuk Stonehurst Cowboy. Deze grijpt terug naar de basis, kaler van opzet, dicht bij de roots van de americana. Dit staat ook voorop bij het nog meer op het akoestische spel gevormde Luciano, waar aarzelend backing vocals, drums, en echo’s worden toegevoegd tot een sterk pakkend geheel.
Dan is ook het Oosters getinte New Familiar een aangenaam warm welkom, door eerst hypnotiserend in trance te zijn gebracht komt Steve Gunn als gastheer zijn rol vervullen. Door het opnameproces doet het nog meer gedateerd aan dan de overige tracks. Een mooi gebaar dat gedateerd niet altijd synoniem met oubollig hoeft te zijn. Zijn kwaliteiten als rockgitarist netjes voor het einde gereserveerd. Lightning Field heeft meer aansluiting bij de dromerige aftrap van New Moon al mag hier de gitaar tussendoor net wat meer zijn stem verheffen. Het met geluidseffecten pakkend begin van Morning Is Mended geeft een betere invulling aan het ontwakende gevoel dat het oproept. Minimaal gebruik met maximaal effect. Bij de piano ballad Paranoid krijg ik een fout kerstgevoel, de belletjes tussendoor en de wat orkestrale begeleiding versterken dit alleen maar. Rond die tijd kan ik er prima naar luisteren, maar nu de feestdagen alweer achter de rug zijn, heb ik dat minder. Al moet ik bij de tekst regelmatig glimlachen, ze roepen herinneringen aan het televisieprogramma Het Familiediner op, waar het uiteindelijke verwachtingspatroon vaak niet positief is. Hogelijk voor Steve Gunn krijgt ook de waardering die Vile tevens toegekend kreeg. The Unseen in Between is er eentje die dat verdient.
Steve Gunn - The Unseen in Between | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Trevor Powers - Mulberry Violence (2018) 4,0
30 juli 2020, 16:01 uur
Als een artiest het lukt om gelijk al na een paar seconde van de openingstrack de aandacht te trekken, dan heeft hij al een flinke voorsprong opgebouwd. Deze indruk is van belang bij hoe je verder de plaat beleefd. Ga je er voor zitten, of is het achtergrondmuziek; arbeidsvitamine. Mulberry Violence valt onder de eerste categorie. Trevor Powers verruilt zijn werkveld van de dreampop gerichte Youth Lagoon naar meer toegankelijke avant garde onder zijn solo naam. Wetende dat Youth Lagoon al een eenmansproject was, blijft de uitvoerende hetzelfde. Vanuit San Diego in Californië weet hij ons ook nu te betoveren.
De kracht van XTQ Idol zit hem in de combinatie van abstracte klanken met vervreemde geluidseffecten op de stem. Het volgen van pianolessen op zeer jeugdige leeftijd blijkt zijn nut te hebben. De natuurlijke manier hoe hij zichzelf hierop begeleid getuigd van muzikale kunde. De ruis op het geheel roept geen irritatie op, maar laat je nieuwsgierig worden naar wat er allemaal nog volgt. Nergens komt het te moeilijk of gemaakt over. Op het laatste nog even de knipoog naar de dreampop om daarna de reis te vervolgen. Mijn aandacht heeft hij te pakken. Wat er vervolgens gehoopt werd blijkt in Dicegame daadwerkelijk uit te komen. De sound is somberder, Trevor duikt meer de diepte in. De gesamplede schreeuw laat je intense pijn en verdriet ervaren. Het sterke pianospel moet ook hier weer genoemd worden, alsof al de witte toetsen zijn vervangen door alleen maar zwarte, zo duister eindigt de track.
Het ritmische tussenstuk Pretend It’s Confetti wordt vervormd door obscure geluiden, er wordt zelfs de indruk gewekt dat er een hartmassage apparaat in verwerkt is. De duisternis staat ook centraal in het triphoppende soulvolle Clad in Skin, de nacht doet zijn intrede, de verlokkingen van een sensuele avond achter zich laten. De jazzy saxofoontonen versterken het zomerse karakter. Trevor Powers bewijst hiermee dat hij ook geslaagde popliedjes weet te produceren. Het mysterieuze Playwright krijgt de invulling die het verdiend. Rustgevende aanrakingen van een liefkozend instrument met hier en daar een industriële bevlieging. Zo hoor je een jeugdliefde te behandelen. Film It All wordt zwaarder en meer orkestraal ingezet. Het sfeertje is filmisch, zoals in de titel. Gecontroleerde drums die een grondige aanpak krijgen tot een opzwepende krachtige beat.
Zoveel harder wordt op ons gevoel ingespeeld met het ontoegankelijke industrial Squelch, avant garde, avant la lettre. Onverwachte wendingen met een trieste openbaring in het therapeutisch bestrijden van je nachtmerries. Om vervolgens zo toe te slaan met het speelse Ache, werkt hier vreemd genoeg prima. Ook roept het cineastische beelden op, maar in een publieksvriendelijke context. Plaster Saint is grimmig, het veelzijdige gebruik van stemcollages geeft het een vertekend beeld, alsof er met meerdere zangers wordt gewerkt. De zwerm van oorverdovende soundscapes die vervolgende intro zijn noodzakelijk om vervolgens het slepende dramatiek van Common Hoax te vervolgen. Uiteindelijk afsluiten in een meditatieve werking van het dromerig eindsignaal.
Trevor Powers - Mulberry Violence | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? (2019) 4,5
30 juli 2020, 16:01 uur
De uit Atlanta afkomstige indie rockband Deerhunter bracht het debuut album Turn It Up Faggot uit vlak nadat eerste bassist Justin Bosworth overleed ten gevolge van de opgelopen verwondingen bij een skate ongeval in 2004. Deze eigenzinnige band heeft zich vervolgens ontwikkeld van een lastig te plaatsen groep muzikanten tot een levendig aandeel in de huidige alternatieve scene. Met Why Hasn’t Everything Already Disappeared? brengen ze hun achtste album uit, als je de alleen met de tour verkrijgbare Double Dream of Spring van vorig jaar mee telt.
Thematisch weet Death in Midsummer al gelijk de boel flink wakker te schudden. Wat zich ontwikkeld als een prima indie popliedje met de nodige Britse invloeden blijkt een meer politieke statement te hebben. Foto’s van dodelijke slachtoffers in het boek Revolution In The Streets of St. Petersburg, July 1917 maakt zoveel los, dat er een heel nummer aan gewijd wordt. Niet zozeer met het oplezen van namen proberen ze indruk te maken, er wordt gekozen voor het noemen van beroepen. Juist hierdoor komt het waarschijnlijk nog harder binnen bij de gewone man. Een fabrieksarbeider van het heden kan zich gemakkelijker identificeren met iemand die datzelfde werk honderd jaar geleden verrichtte. Een strijdlied waarbij stil wordt gestaan bij de gruwelen die een opstand van het volk kunnen oproepen. Eigenlijk van toepassing bij elke vorm van revolutie. De boosaardige sneer in de zang, geeft het nog meer kracht, al werd dit al door de tekst bereikt. Niet dat No One’s Sleeping gelijk een stuk vrolijker is. De hoop wordt uitgesproken dat na de zinloze moord op Helen Joanne Cox in juli 2016 de goegemeente wakker geschud wordt, en ontwaakt. Het verdwaalde gitaarschot als onverwacht schrikeffect, vervolgd door een alledaags muzikale luchtigheid. Het leven gaat gewoon door, na een moment van opschrikken. Deerhunter is maatschappelijk betrokken, en hun grenzen reiken verder dan die van de al vreemde Verenigde Staten waar al genoeg politieke inspiratie te vinden is.
Greenpoint Gothic zou in de jaren tachtig futuristisch hebben geklonken, hier is het een kil woordloos verslag. Een ode aan de ontwikkeling van Krautrock tot modieuze synthesizer bandjes. Bij Element moet ook wel deze tijd centraal staan. Het effect van vervuiling verwoord in oranje wolken. De plasticsoep welke bestreden dient te worden, net zo actueel als jaren geleden. Psychedelische jaren zestig invloeden druipen als zure regen zich een weg door de track. De aanklacht tegen de egoïstische leefwijze, waar men zichzelf opsluit in kapitalistische woningen, afwacht om oud wordend weg te rotten, lieflijk bezongen in het met cynische sterke ondertoon What Happens to People? Een groots orkestrale song met mooie sfeervolle pianobegeleiding, die je op een dwaalspoor moet brengen.
Een voorgeprogrammeerde stem probeert ons te hersenspoelen in Détournement. Als een wekkerradio welke ingesproken is door Big Brother, want we leven toch in een geweldige wereld? Zonne-energie heeft ondertussen ook de echte lichtstralen vervangen. De dreiging die gekoppeld wordt aan de steeds verder vervormende stem is spookachtig, en griezelig realistisch. Toch is het lekker om weer terug in de tijd te gaan met Futurism, ook hier de nodige verwijzingen naar hoe we onze aarde de laatste jaren gruwelijk de vernieling in geholpen hebben. Verwoord als een vrolijk huppelende folk geheel. Als een slaapliedje met Oosterse invloeden wordt er een beter Europees leven geschept in het door vrouwenstemmen versierde Tarnung. Het kitsch werkstuk Plains benoemd de eeuwige jonge held James Dean in zijn zorgeloze bestaan, waar al snel abrupt een einde aan komt. Kill Your Idols, And Dream On! Het zeer weirde Nocturne is een zeer gevarieerd, maar lastig te plaatsen afsluiter. Door een zwaar bezopen crooner worden we in een lege nachtclub te woord gestaan, en wat zijn we blij als de instrumenten het over nemen. Vrolijk worden we nog gebrainwasht in een heerlijk warm bad.
Why Hasn’t Everything Already Disappeared? is een aanklacht, een pamflet welke vroeger nog ondergronds verspreid werd door idealisten, die strijden voor een gezonder bestaan. Niet de muziek staat hier centraal, al is die niet misselijk. Alle aandacht wordt opgeëist door de doordachte woorden, waar de meeste voorbereidingen aan besteed lijken te zijn. Het is voornamelijk een kijk van deze Amerikanen op het Europa van nu, maar ook dat van vroeger. En dit beeld weten ze verdomd goed neer te zetten.
Deerhunter - Why Hasn't Everything Already Disappeared? | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Avec - Heaven / Hell (2018) 3,5
30 juli 2020, 16:00 uur
Het folky singer songwriter werkveld is tegenwoordig erg breed, met alleen maar een mooie stem begeleid door gitaar red je het niet meer. Tenzij er sprake is van de buitencategorie, dat is maar voor weinigen weg gelegd. De Oostenrijkse Miriam Hufnagl heeft ook net niet die kwaliteit, maar weet dit prima te verbloemen. Onder de naam Avec bracht ze afgelopen jaar haar tweede plaat Heaven/Hell uit. Stilistisch aansluitend bij de grote dames in dit genre, probeert ze zich er tussen te wringen. Ondanks dat Hufnagl de katalysator hier is, mag je spreken van een heuse band. Overal wordt ze als enige constante factor genoemd, zonder de hulp van Andreas Häuserer op gitaar en keyboard, bassist Ross Stanciu en drummer Lukas Klement zou de chemie ontbreken.
Laten we Heaven/Hell beschouwen als een liefdesplaat met alle facetten van deze gevoelens. Het charmante Love, waarin de keuze om samen iets van het leven te maken. Luchtig zichzelf begeleidend wordt de deur geopend, waarna de luidruchtige aanwezigheid volgt van een tweede persoon, die in de vorm van versterkte klanken warmte binnen brengt. Voorzichtig elkaar af tasten met de tokkelende gitaar in Over Now. De klik die dit veroorzaakt krijgt vorm in het blije swingend vervolg. Het los laten van het vertrouwde verleden om zich aan te passen in de opgelegde nieuwe situatie wordt verwoord in het tekstueel sterke folky Under Water. Na eerst kennis gemaakt te hebben met Heaven, sluipt hier het eerste stukje Hell binnen. Niet alles is zo rooskleurig als het lijkt. De dominante rol van de partner wordt treffend benoemd, met tevens het gevolg tot los laten.
De smeekbede Close is een heel stuk zwaarder. Vocaal lager en twijfelend. De piano creëert een grauwe, regenachtige sfeer. Heel veel tranen, en nog meer pijn. Alle warmte welke gedragen werd door de vorige tracks is in een zucht vervaagd tot een meer serieuzere aanpak. Maar eens zal de zon blijven schijnen verwoorden de heldere synthesizer toetsen. Een angstige sampler die Heaven Hell onder verdelen in de spreekwoordige duivel en engel op de schouder. Is het mogelijk om jezelf te zijn, of gebruik je de bouwstenen juist om een muur om je heen te creëren. Het snakken naar adem in Breathe, alsof je totaal opgeslokt wordt door iemand anders. Zwijgzaam komt de tekst er uit, als een objectieve benadering van je eigen leven, waar je geen deel meer van uit lijkt te maken. Een hernieuwde poging met kansen in het dramatische Still, de toon van Hufnagl is smekend, tegen het huilen aan. Het hoge woord is er uit. Na eerst te vluchten in de eigen gedachtes, gaat Leaving wel degelijk over het definitief kappen van een gezamenlijke overeenkomst.
Opeens gaat de tienerproblematiek over in een volwassen benadering, dat proces hoor je terug in de krachtige gitaar akkoorden. Alone doet beseffen dat je weer van voor af aan moet beginnen. De angst om te falen is groter dan de hunkering naar een nieuw leven vol zekerheden. Deze sfeer vraagt een meer akoestische benadering om vervolgens om te schakelen naar de holle doemgeluiden en uitgekiende piano klanken. Een mooi persoonlijk verwerkingsproces. Om vervolgens toch te kiezen voor een terugkeer in Yours komt best shocking over. Wrang en verbitterd weet de vocalist dit ongelukkige sprookje te eindigen. Liefde als een slopende ziektekiem.
De bonustracks Body en Dear staan los van het verhaal. Gelukkig is er niet voor gekozen om deze er maar tussen te frommelen. Beschouw het als een extraatje.
Avec - Heaven / Hell | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Love Language - Baby Grand (2018) 3,5
30 juli 2020, 16:00 uur
The Love Language brengt breekbare songs met een breed scala van begeleiding. Als een nummer vraagt om minimale benadering, dan wordt dat toegepast, is er behoefte aan een hardere overstuurde aanpak; ook prima. Energie wordt omgezet door de aanwezige vibes, er volgt een natuurlijk proces. Het eindresultaat wordt zorgvuldig en doordacht op de juiste plek geplaatst. Deze veelzijdigheid die het oplevert is een aangenaam geheel, waar er geleend wordt bij verschillende muzikale stijlen. Dit vierde album Baby Grand van de band uit Raleigh in Noord Carolina sluit prima aan bij het vorige platen, al heeft Stuart McLamb gekozen om meer tijd in het proces te stoppen, waardoor het meer kan rijpen. Samen met zijn broer Jordan op drum en Miss Thangs op keyboard geeft hij zelf het geheel vorm op bas en gitaar.
Zwaar met noise aangezet komt Frames je huiskamer binnen. De elektronica ondergaat een fuzz behandeling, waardoor het ergens zweeft tussen de dreampop uit de jaren negentig , maar laat tevens het distortion stofzuigergeluid van tien jaar eerder herbeleven. De koorknaap zang van McLamb geeft het iets magisch. Afbreken en weder opbouwen tot iets nieuws, alleen al de songkeuze van titel is passend gekozen. De springerige tonen van New Amsterdam vormen het startsignaal van de geluidsbuien die als verfrissende Indian Summer Rain ruimte creëren voor de zang die zich halverwege durft te openen en de dominerende sound naar de achtergrond dwingt. De kerkklokken luiden een andere fase in. Hier is gekozen voor meer rust in het dragende Southern Doldrums. Een gedirigeerde piano met gevoel gespeeld, harmonieus gesteund door de tweede stem. Al is de hoofdrol hier weg gelegd voor de emotionele diepgang van de hoofdzanger.
Juiceboxx past helemaal qua sfeer bij de frontfoto van de plaat. Vintage seventies soul net zo groots opgezet als de letters die de voorkant versieren. Speels gebruik gemaakt van de muzikale kleuren uit deze periode. De heldere hoge zang van Shared Spaces laat ons kennis maken met invloeden uit the eighties, de keyboard partijen en bas schakelen probleemloos over, en zelfs de blikkerige computer gestuurde drums zijn aanwezig. Paraty is een voorbeeld van de kunst van het weg laten, doordacht en soft van vorm. Independence Day heeft nog een toegankelijker niks aan de hand aanpak, maar de safe factor neemt ondertussen wel erg de overhand. De avontuurlijke spanningsboog van de twee openingsnummers hoor je helemaal niet meer terug, wat wel een minpunt is.
Gelukkig komt er dan eindelijk de versnelling in Castle in the Sky. Na vocaal in stilte te starten komen vervolgens de gitaren, het uptempo drumwerk en sfeervolle synths in de compacte gejaagde popsong; zo kan het dus ook! Het golvende intermezzo Rain / Delay omgeven door soundscapes van kenmerkende gitaarakkoorden begeleiden ons in het laatste gedeelte van Baby Grand. Jammer dat vervolgens weer de soulkant wordt opgezocht. Het trage, slepende Let Your Hair Down is niet slecht, maar wil hier niet boeien. Maar zeker geliefd bij liefhebbers voor de meer melancholische gemoedelijke popkant. Door de slide gitaar gaan we de folky countrykant op met Glassy. De rol van singer songwriter bevalt mij beter dan de soulkant, maar als dit album een sollicitatie zou zijn, dan laat McLamb alle facetten van zijn kunsten zien. Warmte overbrengen kan hij als geen ander. Door de blazers zie je Lucky Luke al naar de horizon rijden met Jolly Jumper, waarna de woorden The End verschijnen.
Demo’s zijn vaak wel interessant, hier wordt een kijkje in de keuken genomen, om te zien welke basis ingrediënten er toegepast worden, en welke richting er in eerste instantie gedacht werd. Midlife heeft een jaarwisselingsgevoel. Iedereen is lief voor elkaar en daar past deze krachtige pure pianoballad tussen. Het swingende Cellophane is niet af, maar de lo-fi benadering bevalt zeer goed. Vergeet al de kunstmatige soul die aanwezig is op Baby Grand, hier raken ze pas echt de kern midden in het hart.
Uiteindelijk vallen vooral de openingstracks in de smaak. Die gedurfdheid hoor je vervolgens niet meer terug. Pas in de kale afsluiter wordt dit niveau weer gehaald. Hoe belangrijk kan het wezen om niet de geluidsmuur dicht te metselen.
The Love Language - Baby Grand | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Bernhoft & The Fashion Bruises - Humanoid (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:59 uur
Singer-songwriter Bernhoft, met soulvolle R&B benadering, is afkomstig uit het Noorse Nittedal. Vanaf 1996 is de veertiger actief in de muziek business. Eerst brengt hij drie albums uit met Explicit Lyrics, een vrij harde cross-over band met de nodige metal en funk invloeden. Vervolgens maakt hij met een aantal leden de overstap naar het nog heftigere rockende succesvolle Span. Hiermee maakt hij definitief naam in Noorwegen. Resultaten mogen er zijn met de twee Top 5 albums Mass Distraction en Vs. Time. De overgang naar het solowerk is een stuk minder groot dan wat in eerste instantie lijkt. Zijn basis blijft het warme geluid, en of hij zich nou hard of zacht presenteert, die blijft overeind staan. Na de opname van zijn derde plaat Islander verhuist Jarle Bernhoft voor een korte periode naar New York, waar zijn talent al eerder opgepakt werd. In zijn curriculum vitae mag hij optredens bij talk shows van Conan en Ellen DeGeneres bij schrijven, zeker niet de minste televisie persoonlijkheden. Humanoid brengt hij uit in groepsverband onder de naam Bernhoft & The Fashion Bruises. Ze bestaan uit oud Span collega’s bassist Vemund Stavnes en drummer Fredrik Wallumrød, aangevuld met keyboard speler Nicolay Tangen Svennæs. Bernhoft zelf is hoofdzakelijk actief als gitarist.
De korte geschiedenisles gaat vooraf om zonder vooroordelen te luisteren naar Humanoid. Er is wel degelijk een natuurlijk ontwikkelingsproces gaande waar de plaat het logische vervolg op is. Een goed gekozen titel trouwens die centraal staat voor de mechanische elektronica met het warme menselijke stemgeluid. Ondanks dat de track Humanoid aansluiting vind bij de Britse soul scene van halverwege de jaren tachtig, hoor je ook de meer Amerikaanse getinte invloeden van eerdere projecten terug. Het hedendaagse California is blijkbaar ook voor Bernhoft een grote inspiratiebron. Zeg je California dan kom je al snel bij de bloeiende Los Angeles scene uit; welke ondanks de zonnige vooruitzichten te maken hebt met een overheersende verlokkende drugscultuur en lugubere contracten van filmregisseurs en platenbazen. Het met mooi gitaarspel ingeleide Buried Gold wordt versierd door de Amerikaanse gast vocalist Raelee Nikole, die haar roots heeft in de hiervoor bezongen staat. Deze chemische reactie tussen beide zangers als brandstof, omgeven in de juiste atmosfeer komt tot een vlammend geheel. Dat Bernhoft net als de kleine grote man uit Minneapolis met gemak over kan schakelen naar de kopstem, hoor je bij het sterk op de funky soul klassiekers uit de seventies gebaseerde song Lookalike overduidelijk. Die invloeden zitten ook verwerkt in het Motown donker gekleurde ballad Beliefs. Helaas verdrinkt het wel in de langdradigheid zonder naar een duidelijke climax toe te werken. Of het zouden de denkbeeldige ruimteschepen moeten zijn, die langzaam vanuit de synths een landing inzetten. Tekstueel gezien zou dit prima kunnen passen.
Krijgen we dan opeens een donker getint gitaarliedje. Het lijkt er wel even op. For the Benefit heeft een heerlijke instrumentele aanpak met warme akkoorden. Het vocale rockrandje wordt hierdoor opgeroepen. Ergens diep in hem zit nog steeds een stukje Span verborgen gehouden. Fragmentarisch komt het hier boven drijven, al blijft het koor zich standvastig klampen aan het geloof in soul. Medication gaat een stapje terug. Leuk als je ergens op de rommelmarkt een tweedehands keyboard weet af te pingelen, maar had die hoofdzakelijk voor huiselijk gebruik bewaard. Het juichende Dreamweaver is een Eurovisie Songfestival achtige inzending. Prima gezongen, maar het bestaansrecht blijft beperkt tot de lengte van de song. Norway Zero Points! Hij herpakt zich vervolgens wel in het goede duistere murder ballad achtige duet met Alice Raucoules. Deze Franse femme fatale kruipt heerlijk in de ondersteunende bloedstollende rol. Met de gitaarsolo op het einde van Love Brings Us Further Apart wordt nog een laatste liefkozend zetje richting afgrond gegeven. De op engelen wijze hoog gezongen afsluiter Don’t Give Up geeft eigenlijk al het volgende duidelijk weer. Bernhoft is gegrepen door het virus om zich te ontwikkelen tot een Stepford Wives nietszeggende hitmachine. Zijn stoere verleden heeft hij van zich af geschud om aansluiting te vinden bij de gladde popcultuur. Het is allemaal net te mooi en gepolijst, je mist de freaky uitstapjes die hij volgens mij wel nog steeds bezit.
Bernhoft & The Fashion Bruises - Humanoid | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Guttersnipe - My Mother the Vent (2018) 2,5
30 juli 2020, 15:59 uur
In het bloemveld vol met mooie albumreleases ontwikkelt soms een zaadje zich tot een hardnekkig stuk onkruid. Maar Guttersnipe weet mij wel te triggeren. Terug naar de No Wave welke vanuit New York tegen de steunpilaren van de maatschappij schopten, om deze tot knieval te dwingen. Of naar de anarchopunkers welke zich vanuit het Britse vasteland gelijktijdig manifesteerden in kraakpanden. Na sluitingstijd binnen dringen in vervallen fabrieken. Gebruik makend van de kopieermachines zodat de idealistische boodschappen via pamfletten als parasieten verspreid kunnen worden. Zo bijtend kunnen de late jaren zeventig zijn. Kun je dit vertalen naar het nu? Blijkbaar wel! Hoe My Mother the Vent tussen mijn stapel te recenseren cd’s is beland, blijft een groot vraagteken. Feit is dat ze de kans hebben gekregen om hun gif te verspreiden. Onder Guttersnipe verschuilen zich Tipula Confusa op drum en zang en Uroceras Gigas, tevens vocalist en mishandelaar van gitaar en keyboards. Waarschijnlijk gebruik makend van aliassen, of in het bezit van ruimdenkende creatieve ouders. Ik moet al glimlachen bij een denkbeeldige reclame: Mensen die dit product aanschaffen tonen tevens interesse in een nieuwe boormachine.
Al vanaf het moment dat je Loaded from Vector Trap toe geworpen krijgt, wordt je vermorzeld door hysterische exorcistische kreten, platgewalst door onberekenbare noise. Totaal compromisloos gaan ze over de grens van de geluidsbarrière heen om kennis te laten maken met een demonische wereld waar menige blackmetal band jaloers op zal zijn. Het is een boosaardige trip van ruim een half uur waar geen einde aan lijkt te komen. Hoe leg je dit als artiest zijnde jaren later uit aan je kinderen. Niet de meest lugubere muzikale ervaring ooit, maar wel de meest vreemde. Want hoe krijg je het klaar gespeeld om elk gevoel voor ritme en melodie zo te verwerken tot hedendaagse shocktherapie. Is dit opgenomen op een vuilnis stortplaats waar een afvalverwerker het als een blender uitbraakt over de nog bruikbare producten? Afsluiter God’s Will to Gain Access is een misselijk makende rollercoaster van tering herrie. Maar aan het einde van het ritje wil je stiekem nog een keertje.
Guttersnipe - My Mother the Vent | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:58 uur
Soms heb je als band de pech dat je op het juiste moment op het verkeerde continent woont. Als heel de wereld de grunge en gitaarrock uit de Verenigde Staten massaal omarmt, pakt vrijwel niemand de Britse The Bevis Frond op. Terwijl je tijdens de hype begin jaren 90 al een aantal stevige rockplaten op je naam hebt staan. Zelfs als de grunge tot het uitstervend ras behoord, en de geschiedenisboeken ingaat als een gedateerde stroming, blijft frontman Nick Saloman stug door gaan met het schrijven van heerlijke popdeuntjes. We’re Your Friends, Man is een jubileum plaat geworden, het 25e studio album. Dat wordt grootst gevierd met maar liefst 20 tracks en een speelduur die dicht bij het anderhalf uur ligt. Eigenlijk komt die eer alleen Nick Saloman toe, hij is gedurende de jaren verantwoordelijk voor de teksten en tevens het muzikale gedeelte. Zelf speelt hij de basis in op gitaar, bas, drums en keyboard. Vervolgens komen de overige bandleden erbij ter ondersteuning in de studio, of als veredelde sessie muzikanten tijden het touren. Niet overbodig om te vermelden is het punt dat hij samen met oud bandlid Ade Shaw het label Woronzow Records, waar het merendeel van zijn werk vanaf de start in 1987 is verschenen heeft opgestart. Geheel toevallig ziet het laatste wapenfeit het licht bij Fire Records.
Saloman klinkt hier een stuk gevoeliger dan op het oudere werk, het heeft iets studentikoos en intellectueels. De rauwheid is vervangen door een intense gevoeligheid, en de zang klinkt ook een stuk Britser dan voorheen. Toch is het geen routineklus, daarvoor klinkt het te fris. Bij We’re Your Friends werd maar liefst 3 jaar! lang de oefenruimtes bestookt met ideeën en kant en klare tracks. Voorheen kwam er onderhand elk jaar wel wat nieuws uit, zelfs na de langere pauze tussen 2004 en 2011 werd deze lijn voortgezet. De verwachting is niet dat nu dan wel de grote doorbraak zal volgen, dan had het eerder al moeten lukken. Dit is een melodieuze popplaat geworden met overheersend de meer rustige Paisley Underground sound uit de jaren 80 als basis. Minder psychedelica, maar wel ruimte voor stevige in the sixties georiënteerd gesoleer op de gitaar. Verder sluit het aan bij de rockmuziek die men na de doorbraak van de grootheden uit de jaren 90 een plek in de popgeschiedenis gaf. Wat vooral aanspreekt is de combinatie van licht sentimentele zang, ondersteund door de hard opgenomen geluidsgolven uit de versterker van het ruige gitaarspel.
Introductie Enjoy heeft het jonge honden rockgevoel, terwijl titelsong We’re Your Friends, Man zeer psychedelisch klinkt. Pheromones gaat weer los als een punksong. De eerste echte solo uitbarsting hoor je bij Lead On. En zijn Little Orchestras, samen met Mad Love de sentimentele tearjerkers van de plaat. Venom Drain haakt in op de unplugged rage uit de jaren 90. Bij I Was A Bird heeft de drum een net zo grote rol als het verder dominerend prachtige gitaarwerk. De smerigste track When You Cast Me Out heeft wat weg van de grootse Arenarock opkomende in de jaren zeventig. And Relax start met een Oosters psychedelisch intro om zich vervolgens van de meest duistere kant te laten zien. Gun de plaat dan ook in deze snelle zappende tijd een volledige luisterbeurt, het beste staat dus wel degelijk ergens tegen het einde. Geweldig hoe twee gitaren hier de strijd met elkaar aan gaan. De ene puur en begeleidend, de andere de hoogte in verdwijnend. The Bevis Frond mag weer een mooi resultaat in hun omvangrijke oeuvre bijschrijven.
The Bevis Frond - We're Your Friends, Man | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Rattle - Sequence (2018) 3,0
30 juli 2020, 15:58 uur
Rattle is een project van twee muzikanten uit Nottingham, namelijk Katharina Brown en Theresa Wigley. Sequence is na het debuut Stringer Bells, uitgebracht in 2016 nu hun tweede release. Waar er bij de eersteling gekozen is voor compactheid in kortere kant en klaar tracks, bestaat deze EP uit vier langere stukken. De lengte ligt bij twee tracks zelfs boven de tien minuten. Op zich kan dit goed uitvallen, maar Rattle is een bijzondere band. Als instrument wordt er alleen gebruik gemaakt van drumstel en zang. Bij dat laatste zijn het voornamelijk klanken zonder betekenis, al is Signals hier een uitzondering bij. Ze maken het zich hiermee verdomd lastig, wetende dat Katharine Brown de nodige ervaring bij lokale bandjes heeft opgedaan, daar de gitaar spelende. Een aderlating dat ze dit talent hier niet benut. De muziek is verder niet verkeerd. Vrouwen zijn over het algemeen een stuk gevoeliger dan mannen, en Sequence straalt zeker creativiteit uit. Hier is het allemaal goed doordacht, bijna lief en schattig.
Wat veel terug komt is de tribal gerichte aanpak van de stukken. Hiermee lijken ze beïnvloed te zijn door de New Wave bands uit begin jaren 80. Daar werd ook steeds meer gekozen voor ritmes van andere culturen toe te passen in het geheel. Lag toen de nadruk nog voornamelijk op Afrika, de indruk is er dat Rattle hier een stuk verder durft te kijken, en ook meer Zuid Amerikaans getinte klanken zijn terug te horen.
DJ komt wat moeizaam op gang. Rustige op de achtergrond gericht monotoon repeterend getrommel met een erg langdraderig opbouw. Het knallend beginnen is er niet bij, waardoor er al snel bevooroordeeld naar de rest wordt geluisterd. Lichamelijk gezien een hele aanslag om zo lang in hetzelfde ritme door te gaan. Het is vooral erg boeiend hoe deze katalysator in werking wordt gesteld. Net zo rustig als de percussie begint, valt vervolgens ook de woordloze zang in. Die als enige functie het inkleuren van de oproepende sfeer lijkt te hebben. Het bewaken van de kalmte.
Disco heeft een doffere opbouw, maar ligt verder in het verlengde van DJ. Hier wel fellere zang waardoor er een soortgelijk evenwicht en balans wordt gevonden tussen stem en drum.
Signals begint veelbelovend, rauwer van opzet, en ook de zang is een heel stuk dreigender en roept zelfs herinneringen op van vroegere postpunk bandjes waar de vrouwen baas zijn over de microfoon. Voor mij het boeiendste stuk van Sequence, de verstaanbaarheid van de lyrics is hier ook een bepalende factor in. Het tegen elkaar in zingen maakt het nog net een tikkeltje spannender.
The Rocks klinkt alsof er meerdere slagwerkers bezig zijn. Als je dan nagaat dat het slechts om twee muzikanten gaat die dit produceren, dan is het in ieder geval erg knap wat ze neerzetten. Toch blijft het te eentonig over komen. The Rocks is een overdosis aan rollende stenen die in hoog tempo een weg naar beneden lijken te vervolgen. Het veroorzaakt een lawine aan klanken, waarvoor je in het dagelijkse leven de drang hebt om deze te ontvluchten. Echt rocken wil het niet. Helaas is ook de woordloze zang weer terug.
Toch is het voor mij een hoop Rattle met gehum als zang. Een gedurfd project, en de lengte van deze EP is nog te doen, al staat het tegen dat er twee tracks tussen zitten van ruim 10 minuten. Met meer variatie en meer doelgerichte zang en teksten zal het zeker een andere belevenis zijn. Als Rattle op dit niveau muziek blijft maken, dan zou het slim zijn om zich te richten op het EP kopend publiek, en geen volwaardige albums meer gaan afleveren.
Rattle - Sequence | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sarah Davachi - Gave in Rest (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:58 uur
De uit Calgary, Canada afkomstige filosoof Sarah Davachi, is erg productief. Voor haar kost het weinig moeite om meer albums in een jaar uit te brengen; na Let Night Come on Bells End the Day volgt een klein half jaar later in september Gave in Rest. De hoes doet wat denken aan het 4AD werk, en ook de sfeervolle invulling zou daar prima passen, hier is gekozen voor het kleinere Ba Da Bing label. In het verleden werkte ze onder andere al samen met componisten Ariel Kalma en Arnold Dreyblatt en synthesizer pionier Don Buchla, maar tevens met de stevigere industrial minded artiesten Alessandro Cortini; bekend om zijn rol in Nine Inch Nails en Oren Ambarchi, die zijn bijdrage leverde op Black One van zwaargewicht Sunn O))). Gave In Rest is een vrij rustige, maar wel duistere instrumentale plaat geworden.
De zee van geluid, Auster genaamd, neemt je mee naar ongekende dieptes. Het resultaat is een collage van korte stukken klanken, waar telkens een pauze tussen valt. De afremming die hier uit volgt maakt het lastiger om er naar te luisteren. Een moeilijk te bevatten start. Of dit het geluid van het militaire vliegtuig is zou goed mogelijk kunnen zijn, geen prettig geheel om aan te horen. Vooral leuk voor de spotters onder ons. Het rustgevende Third Hour streelt wel het gehoor, deze drone doet traditioneel aan, en nodigt uit tot zelfbewustwording als in een aangename meditatie. Ambient, maar dan zowat folky, alsof hier een bezoek aan de Schotse Hooglanden wordt gebracht. Dat dromerige vormt tevens de basis van Evensong, al zet zich hier een trieste ondertoon in. Het verlangen van Third Hour zet zich om in het besef vast te zitten in het eeuwige, en daardoor beangstigend dit Evensong meer. Treurend engelachtig gezang weerkaatst tegen geluidsmuren, gevangen in het voortdurende moment.
Matins pijnigt en steekt met de hoge tonen, om vervolgens na het ruisende gezoem zich te ontwikkelen tot een sfeervolle soundscape. Hoe dicht schoonheid en afschuw bij elkaar kunnen komen. Het contrast leidt uiteindelijk tot een geslaagd tegendraads geheel, al is de weg daar naar toe zeker niet de eenvoudigste. Gloaming heeft wat weg van luidende klokken die je uitnodigen om de kerkdienst van een uitvaart bij te wonen. Gastvrij, maar de toon doet wat ongemakkelijk aan; een gedwongen volgen. Een eindeloze orgelachtige uitademing tot de volledige wegsterfing. De opbouw van Gilded begint weer vanuit het niets, en blijft daar ook hangen. Zwevende muziek die uitnodigt tot het vangen en vast leggen van momenten. Al lijkt het alsof het als röntgenstralen overal dwars doorheen gaat. Waking heeft dat pastorale in de zuigende orgel. Hierdoor past het beter na Gloaming, de soundtrack voor bij de miskraam van een kleine onafhankelijke ongeboren film.
Gave In Rest is geen toegankelijke plaat. Wel lukt het Sarah Davachi om de aandacht volledig op te eisen, dan weer op een positieve manier, maar net zo vaak met het tegenover gestelde effect. Breekbaar, maar ook woest gebroken. Muziek die dwingt tot nadenken, dat zal de filosofische gedachte hierachter wel zijn geweest.
https://writteninmusic.com/albumrecensie/sarah-davachi-gave-in-rest/
» details » naar bericht » reageer
Mastersystem - Dance Music (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:57 uur
Dit had een mooi begin kunnen zijn van een nieuwe band, maar helaas liep het anders. Of zoals Editors het eerder zouden verwoorden; An End Has a Start. Een paar jaar later zou gitarist Justin Lockey zich bij deze band voegen, om de elektronisch gekozen weg weer mede om te buigen naar de gitaarsound van de eerste albums. Met de mogelijkheid om zich buiten deze stadion act nog op andere projecten te richten die kleinschaliger van opzet zijn, zoals het door bloedbroeders opgezette Mastersystem. Aan de ene kant Justin met zijn broer James Lockey, en aan de andere kant Grant en Scott Hutchison, voorheen werkzaam in het melancholische Frightened Rabbit. De keuze van Scott om uit het leven te stappen maakte Dance Music een zware plaat. Een maand na de releasedatum verdronk hij zichzelf in de zwarte rivier Forth, welke vanaf die dag van 10 mei 2018 nog donkerder zou kleuren. Eigenlijk stelde Scott zijn eindbestemming al vast bij het nummer Floating in the Forth van het Frightened Rabbit album The Midnight Organ Fight uit 2008.
Fully clothed, I’ll float away
(I’ll float away)
Down the Forth, into the sea
I’ll steer myself
Through chopping waves
As manic gulls
Scream “it’s okay”
Take your life
Give it a shake
Gather up
All your loose change
I think I’ll save suicide for another year
Het Schotse Dance Music is nooit echt goed opgepakt, ook niet postuum, en ook de rol van Justin Lockey heeft er niet aan bij gedragen dat men zich ging verdiepen in dit testament. De dramatiek die met ons gedeeld wordt vanaf Proper Home is pijnlijk en verbitterend. De uptempo harde rocksound camoufleert totaal niet de triestheid in de woorden die Scott bijna smekend aan ons openbaart. Gelijk al wordt je geraakt door de puurheid. Notes on a Life Not Quite Lived is het verslag van een abrupt afgesloten leven, een afscheidsbrief bezongen met een standvastigheid, waardoor de conclusie gesteld kan worden dat de berusting van toekomstige keuzes hier al vast staan.
Maar laten we het album verder ook los proberen te zien van dit alles, en wat dan overblijft is een mooie mix tussen de nodige postpunkfragmenten met een fundament welke zo in de jaren 90 gebouwd had kunnen worden. The Enlightenment is een eerlijke rockende track welke zo tijdens de grunge periode gemaakt had kunnen worden. Teething grijpt meer terug naar de Oosterse klanken, die voorheen door menige bandje in de jaren 80 werden toegevoegd aan het geluid, om het op een mystieke manier in te kleuren. De steeds harder pompende bas laat de energiegolven die al geproduceerd worden hun vrije gang gaan. Als de drum dan die rol over neemt, gaat het helemaal los; veel noise, maar wel juist georkestreerd. Scott weet het geheel standvastig tot een passend akkoord samen te brengen. Wat had die man een heerlijke stem om naar te luisteren.
Bij Peaks & Troughs & Graves heeft de pastorale diepgang zijn overhand, en ook hier weet de gitarist zijn instrument niet onder controle te houden. Verstijfd ervaart hij de klanken die betoverd tevoorschijn lijken te komen. Old Team gaat rustig, bijna geluidloos verder, maar ook al snel volgt de hardere sound, waar de diepgang van de teksten extra krachtig over komen. Het gehaperde noise gebeuren van Must Try Harder krijgt hulp van doffe drumslagen, en doe wat lo-fi aan. Alsof dit eigenlijk in de studio hoorde te blijven, niet klaar voor de buitenwereld. Op die afgeraffelde, nonchalante manier krijgen we A Waste of Daylight voor geschoteld; hier, alstublieft, kijk maar wat je er mee kan doen. Het enige minpuntje is de bange, onzekere, tegen het valse aan gemaakte achtergrondkoor. Totaal geen meerwaarde, want verder is hier niks mis mee. De scherpe afsluiter Bird Is Bored Of Flying doet mij naar meer verlangen, en als ik niet op de hoogte was van het vervolg van Mastersystem dan zou ik hoopvol uit kijken naar een tweede album. Helaas zal dit niet zo kunnen zijn.
Mastersystem – Dance Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Graham Van Pelt - Time Travel (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:57 uur
Graham Van Pelt is geen Nederlander, al zou het met zo’n naam best mogelijk kunnen zijn. Deze Canadees uit Montreal heeft de nodige ervaring opgebouwd in de van oorsprong indie rockband Miracle Fortress. Deze psychedelische band heeft de oorsprong in het jaren 60 geluid, al klinkt op hun tweede album Was I the Wave al duidelijk meer dansinvloeden door. Dit vormt ook de basis voor het solo project Time Travel. Beschouw het als een geschiedenisles in de dansmuziek. Laat dat het uitgangspunt zijn van deze plaat.
New Friends begint aarzelend en rustig, maar al snel wordt het tempo opgevoerd. Prima mellow zang die bij het ambient sfeertje past. En zo belanden we met de tijdmachine in de een of andere after party in een club in Londen halverwege de jaren 90. Iedereen is aardig, door de nodige drugs een gemaakte wereld vol met nieuwe eendagsvrienden. Al floating in space vallen we binnen in een ander feestje, waar de tribal percussion uitnodigt tot dansen. Door de donkere baselines weet je dat je weer een kleine stap verder terug bent gegaan in Release Yourself. Meer variatie in de zang, welke nog wat eighties vibes in zich mee draagt. Het zeer ritmische Saving Grace heeft dezelfde werking als Reggae, minder opgefokt en de bas houdt je hier staande, bijna stonede muziek, met iets van een wekker tegen het einde. De stap naar dub is dan gemakkelijk gemaakt, en volgt ook in Out Of This World. De keyboardklanken en tevens zang lijken ook beinvloed te zijn door de synthpop uit de jaren 80. Mooi hoe die robotgeluiden het als de Cylons uit Battlestar Galactica proberen te domineren.
Vanishing Point voegt weinig toe, maar stuitert wel lekker om je heen. Gelukkig krijgt de bas hier hulp van lekkere weirde geluidjes, en een drum die als een op hol geslagen antieke typemachine er doorheen ratelt. Meer variatie in het titelnummer Time Travel, al blijft het wel een mix tussen zang die gericht is op de New Wave met beats van tien jaar later. De warmte in de donkere stem sluit zich wel aan, en is minder kil dan wat veel acts uit het Koude Oorlog tijdperk produceren. Graham Van Pelt heeft natuurlijk de nodige ervaring opgedaan in Miracle Fortress, en die veelzijdigheid hoor je vooral in de zang terug. Een stuk minder klinisch dan veel hedendaagse elektronica acts. One Thing gaat meer down to earth, gevoeliger door de begeleidende keyboard, die hier een ondergeschikte rol in het geheel heeft in de sterk gezongen track. Zo klonken de op meer inhoud gerichte postpunkbandjes jaren geleden ook. Absoluut het hoogtepunt van dit album, zeker door de mooie gevarieerde loop naar het einde toe. Heb je hierna nog een Mountainside nodig? Toch wel, het is met de rustige sfeer wel degelijk een afsluiter, het ultieme eindpunt.
Time Travel geeft vooral inzicht in de dance uit de jaren 90, gecombineerd met de synthesizer sound uit de periode die hieraan vooraf ging. Verwacht je uitstapjes richting disco en harde funk, dan word je teleurgesteld. De naam is niet helemaal juist gekozen. Nu spring je niet de hele tijd heen en weer, maar is er genoeg tegenwicht.
Graham Van Pelt - Time Travel | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Fufanu - The Dialogue Series (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:57 uur
Het IJslandse Fufanu bracht al twee volwaardige albums uit, en The Dialogue Series moet gezien worden als de samenvoeging van drie eerder verschenen EP’s. Vreemd genoeg is er niet voor gekozen om ze in chronologische volgorde te plaatsen, maar worden ze voor het album nog flink door elkaar gehusseld. De ideeën voor het project ontstonden tijdens het touren, en werden toen al min of meer gevormd, om later in de studio een definitief gestalte te krijgen. Wat volgde was een veelzijdig geheel, de muzikanten hadden alle drie al een andere achtergrond als basis genomen voor dit dance album. Deze werd nog versterkt door de rol van DJ en producer Alap Momin die de techno wizards hier ondersteund.
Labels is erg rauw en de basis ligt duidelijk in de Electric Body Music die vanuit België jaren geleden Europa overspoelde. Enigszins misvormde zang geeft het een heftig, spookachtig sfeertje, versterkt door een met geluidseffecten gemaakte praatstem, die je als een vreemd buitenaards wezen toespreekt. Die donkere sfeer zet zich voort in Listen to Me, al is het wel heel wat dansbaarder. Hourglass is nog een stuk toegankelijker, meer in het Nu, en sluit hierdoor niet lekker op de vorige tracks aan. Dat ze als support act van Blur hebben opgetreden, is wel duidelijk te horen in het stukje zang op het einde van de track. Het dromerige Chop Chop als trance opwekkend Deep House geheel, gaat zich meer richten op de clubs. In de pompende bas hoor je duidelijk de invloeden terug van jaren 80 synthesizer acts. Heel wat minimalistischer , maar net zo zweverig trippen we verder op de klanken van Pick It Up, maar zodra de race geluiden van voorbij scheurende auto’s invallen wordt de sfeer weer dreigender, waardoor we weer terug zijn bij de sound die in het begin werd ingezet. De zang had zelfs een grotere rol mogen hebben op The Dialogue Series, wat ligt die lekker in het gehoor. Alsof een chagrijnige Dracula op een podium ontwaakt midden in een feest omgeven door veel lasers en lichteffecten, en dit moeilijk kan verdragen.
De hartslag van Typical Critical krijgt vorm door spacey geluidjes, en zeer gelikte vocalen, wat een contrast met wat je hiervoor hoorde. Jammer dat er teveel heen en weer geswitcht wordt. Er was natuurlijk ook een mogelijkheid geweest om het bij de uitgebrachte EP’s te laten, en deze ieder op hun eigen naam uit te brengen. Nu mis je een geheel. Beats komen versneld op je af in One Too Many, terwijl de zang weer lekker mellow over komt. Wel goed dansbaar, en als de drums over gaan in de loggere tribal sound wordt het nog beter. Vervolgens wordt er nog geëxperimenteerd met de vocalen, die in herhalende functie blijven terug komen. Crystal & Gold gaat weer naar de club, het tijdperk dat de House zich via Ibiza op het Westerse Europese halfrond ontwikkeld. Geweldig hoe vervolgens het zwaardere industriële geluid hier zich een weg in baant, en wat had ik graag een album gehoord welke zich op deze manier manoeuvreert. Hier komen de kwaliteiten het mooiste samen.
Nine Twelve gaat van start met een prettige zeurende bas, om vervolgens ruimtelijk navolging te krijgen in old school synth begeleiding. Toch zitten er veel jaren 90 invloeden in verwerkt, en komt het over als een harde triphop sound, welke zich prima staande zou houden tussen de Bristol klassiekers. Het dolgedraaide kinderspeeltje halverwege achterwege latend, maar wel het stuk spannendere einde meer op de voorgrond tredend. My New Trigger is een echte cyberpunk afsluiter, vol met dromerige lang gerekte uitgewerkte beats. Halverwege krijg je de indruk dat je in per ongeluk in een ander nummer bent binnen gestapt, de overgang daar naar toe is mooi gemaakt, en zo hebben we tegen het einde nog eventjes een mix tussen Drum & Bass en Jungle.
Zeker geen verkeerde plaat, al komen de verschillende stijlen maar sporadisch tot hun recht. Soms klopt het helemaal zoals het geval is bij Crystal & Gold. Over de hele linie blijf ik ervan overtuigd dat Fufanu het hier het beste bij de 3 EP’s had kunnen houden, en daar vanuit moeten investeren in een richting. Nu is het een kruispunt geworden met drie doodlopende wegen.
Fufanu - The Dialogue Series | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Delta Sleep - Ghost City (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:56 uur
Ghost City is een triomftocht van het sterke Britse collectief Delta Sleep uit Canterbury met het startpunt tussen de ruïnes van dromerige post-punk uit tijden van vergaande glorie. Als basis werkt men zich vanuit het onschuldig klinkende startsein een weg door de steeds hardere sound met een explosie aan chaotische mathcore als eindresultaat. Dit alles om het idee achter het verhaal van de plaat te versterken. Ghost City is het beeld van een toekomstige kijk op de wereld die geregeerd wordt door een collectief aan multinationals, die zich samen bundelen als een grote metropool. Een kapitalistische commune, waarbij vrijwel alle natuur is vernietigd, en uitgestorven diersoorten niet meer een begrip is, maar de realiteit. Alleen nog zichtbaar op bewaarde filmbeelden. Een niet zo’n rooskleurig beeld van een futuristische gemeenschap, waar technologie gezien kan worden als de hedendaagse goddelijke kracht. Een net zo doordacht complex concept uitgevoerd in even lastige muzikaal technische hoogstandjes.
Het spontane begin van Sultans of Ping, inclusief het gelach in de studio is rustgevend te noemen. Dreampop met daarbij hoopvolle zang van Devin Yüceil, gevolgd door een spontane gitaar sound. Deze softe aanpak is niet representatief voor wat al snel volgt. Mooie koortjes, die het tempo al snel opvoeren, en al voor het einde van de opener wordt de totale vernieling ingezet. Drums die marcheren door aanvallende brokken muzikaal gitaargeweld. Wat is dit een openbaring om deel te mogen nemen in dit hoorspel van Delta Sleep. Bij After Dark worden we getrakteerd op melodieuze en evenwichtige gitaren, waar de versterker steeds een standje hoger wordt gezet. Gelijktijdig ontwikkelen de vocalen zich van lief tot bijtend inclusief de wat hese oerschreeuw. Verbittering zal vervolgens het sleutelwoord worden, hoe eenzaam kan stilte ervaren worden.
Ghost gaat verder als de rondleiding door het vernietigende landschap. Omdat er niks is, ervaar je de rust, al loert de dreiging vanuit boven als een Big Brother naar ons toe. Na het ritmisch sterke begin van Single File vervolgt een bijna emotieloos, cynisch verslag over lucht die onveilig is om in te ademen, en huizen met een decoratische functie, niet geschikt als woonruimte. Vanuit een computerscherm wordt je als een marionet gedirigeerd. De opgekropte woede gaat zich halverwege een weg leiden als Devin Yüceil eindelijk helemaal los gaat. Nu al zet Ghost City je aan om bewuster over het milieu en het internetgebeuren na te denken. Dotwork is nachtelijk wakker worden, en denkend aan escapisme. Is er leven buiten The City, waarmee niet simpelweg een stad wordt bedoeld, maar het opgesloten zitten tussen denkbeeldige muren. Er straalt ondanks de onmacht ook een glimp van hoop in door.
Dream Thang; het eindeloos weg rennen, en na twee maanden ervaren dat je geen stap verder bent gekomen. Paranoïde door het uitzichtloze, de muziek brengt je tot bedaren. Krachtige drumpartijen als logge voetstappen in het zand. Blijkbaar is er toch een bestaan mogelijk in een ander gebied, waar de natuur wordt ingeademd, en deze frisse zuurstof het mogelijk maakt om jeugdherinneringen op te roepen in Sans Soleil. Krachtige percussie welke synoniem staan voor een onregelmatige, krachtige hartslag. Ze weerspiegelen het opgewonden gevoel. Bij El Pastor lijkt het allemaal zo mooi. Groene natuur, en dieren die zo ver weg gestopt zitten in het geheugen, waardoor de namen vergeten zijn. Onduidelijk of het om een fata morgana gaat, die ontstaat door koortsig en uitgeput ijlen, een hologram gevormd door heersende robots en computers? Of daadwerkelijk een stukje geredde aarde. Victorie. De dreampop waar Sultans of Ping mee begon, is hier weer aanwezig, al is er nu een flinke hoofdrol voor drummer Blake Mostyn.
Glass bestaat uit een collage van klanken, geheimzinnig en niet plaatsbaar, een mantra met een negatief zwaar onderbuikgevoel. Geen woorden, die zijn overbodig. Ontwaken met bebloede handen in Floater, de oorsprong hiervan is onduidelijk, felle lichten weerkaatsen de zon en hemel. Een opstand? Een oorlog? Zwevend lijkt de geest zich los te koppelen van het lichaam. De echo op de zang, welke onder invloed lijkt te zijn. Het vervelende gevoel wordt versterkt door de hard binnen komende gitaren, maar wat valt er hierdoor een effectieve last van je af; gewoon heerlijk hoe het hier los lijkt te gaan. Alles komt in deze track samen. Dan de anti climax in Afterimage. Uiteindelijk verlangend naar de gestuurde veiligheid en geborgenheid van The City. Zo geprogrammeerd leven dat de heimwee naar een gecontroleerd bestaan het grootste verlangen is. Een folky getint einde door de akoestische gitaren en singer songwriter achtige stem van Yüceil. Uiteindelijk lijkt er niks te veranderen, en volgt het slaafse voortbestaan, al het rebelse is onderdrukt.
Ghost City is een melodieuze conceptplaat geworden waar de oorspronkelijke hardcore punk en mathcore invloeden zijn terug te vinden, maar niet domineren. Genoeg materiaal om over na te denken, de teksten en de muziek sluiten prima op elkaar aan, zonder elkaar in de weg te zitten.
Delta Sleep – Ghost City | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Phoenician Drive - Phoenician Drive (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:56 uur
Phoenician Drive laat zich het beste omschrijven als een band, waar verschillende culturen samen komen, en er dan iets magisch gebeurd. Er wordt al gelijk sterk afgetrapt met het zwaar Oosters getinte Almadraba, waar er een dreigende sfeer wordt ingezet met daarbij zang die een old school punk vibe heeft. Muzikaal een soort van geëvolueerde Krautrock met exotische ingrediënten, waardoor het weer juist niet de Duitse invalshoek domineert, maar er een overvloed is aan invloeden uit het multi culturele Brussel. Ook hier weer een duidelijk voorbeeld van hoe nog steeds de muziekscene daar in ontwikkeling is. België heeft niet alleen Antwerpen als een broeiend spinnenweb netwerk , waar bands zich met tentakels muteren als volgelingen van de begin jaren 90 dominerende kunstenaarscollectieven, met daaruit voortkomend internationaal succes. Terwijl er bij onze zuiderburen genoeg interessante ontwikkeling gaande is op het gebied van hip-hop, jazz en elektronica, blijkt er daar dus zeker nog ruimte te zijn voor deze samensmelting van Westerse en de genoemde Oosterse invloeden van Phoenician Drive. Helaas niet groots opgepakt, maar het exclusieve karakter wat hierdoor geschept wordt heeft absoluut ook zijn meerwaarde.
Er wordt wel spaarzaam omgegaan met de vocalen, het rauwe op de achtergrond aanwezige gezang geeft de opening net dat stukje extra overtuigingskracht. Het vervolg is het beste te omschrijven alsof regisseur Quentin Tarantino op een slinkse manier de rechten van de Pirates of the Caribbean films gekaapt heeft, en deze van een perfecte soundtrack heeft voorzien. Paradise in My Veins doet denken aan de memorabele scene met Salma Hayek in From Dust Till Dawn, waar ze als schaars geklede danseres; inclusief gele netpython het publiek door trance in extase brengt. Ritmisch heeft het een lekkere flow door het gebruik van traditionele instrumenten als de darbuka als percussie en de oed als snaarinstrument. Halverwege komt de omslag met het Western achtige harde snelle tussenstuk. Na een dromerig intermezzo gaat het weer verder in sfeervolle filmische muziek.
Kraken Doesn’t Crack a Crocodile marcheert lekker verder met het ritmische begin, en heeft zelfs stoner rock invloeden. Meer psychedelica, met hierin een rol weg gelegd voor de minimale gedragen woorden. Na het mysterieuze gedeelte gaan we volledig los in een duellerend sabeldans flink rockend geheel, waar alle knoppen van de opgestelde versterkers flink worden opgevoerd. Bij Musselove mengt zelfs jazz en fusion zich bij de exotica en laat zich leiden door een spanningsboog gecreëerd door gaaf gitaarspel. De kunst om dit niet te laten ontploffen door een chaotisch geheel is bijzonder, maar wel geslaagd te noemen. Je ervaart nogmaals de kunsten terug waar het zestallig collectief Phoenician Drive toe in staat is. Muzikaal gezien het meest gevarieerde gedeelte van de plaat.
Dan is het door de oed ingeleide meer oriëntale Aguas del Olvido een rustpunt te noemen, al gaat hier ook vervolgens een flinke dosering aan verschillende stijlen doorheen, om het kenmerkende geluid van de band een aangenaam vervolg te geven. Ook hier weer nieuwe invalshoeken; al blijft de basis van krautrock en perzische invloeden gewaarborgd. De oplopende climax naar het einde is weer niet te vergelijken met wat we voorheen gehoord hebben. Hier hoor je wel even de invloed terug van dEUS, de muzikale erfenis van waar het allemaal 25 jaar geleden in België mee begon. Mooi dat er zelfs in Onouba Twist duidelijk wat terug te horen is van het Franse chanson gevoel van eind jaren zestig, jaren zeventig sambarock, en een vleugje jaren tachtig ska. Natuurlijk hebben de bandleden niet alleen de roots bij verschillende culturen liggen, maar is de platenkast van hun ouders net zo belangrijk geweest.
De dreiging ligt echter weer op de loer en zet zich door in het surfrock stuk Bicky Beach waar de gitaar vreemde kronkelende capriolen veroorzaakt, en zich staande probeert te houden op de zelf geformeerde woest bewegende geluidsgolven. Vet rockend wordt het uiteindelijk in de juiste banen geleid. Kan het dan nog donkerder en vervreemder? Ja, Slowfish hakt er nog eventjes goed in, met een opmars die onheilspellend van toon is, geluiden waarvan de oorsprong niet te achterhalen zijn overheersen in de eerste opbouw van deze langste albumtrack. Zelfs op het laatst krijgen we weer zoveel moois voorgeschoteld, waardoor het spijtig is dat we het einde van deze indrukwekkende plaat naderen, met een geluid waar ze zich onderscheiden van andere acts. Nog even de versnelling er in als bij een beloofde toegift, en dan is het toch echt afgelopen.
Phoenician Drive is het gezicht van de hedendaagse maatschappij, gezien door de ogen van een multi culturele samenleving die het straatbeeld bepaald in de grote Europese steden.
Phoenician Drive - Phoenician Drive | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Still Corners - Slow Air (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:55 uur
Het uit Londen afkomstige Still Corners maakte in 2011 naam met de van hun debuutalbum Creatures Of An Hour afkomstige combinatie van zwoele Bristol achtige triphop gecombineerd met dreampop welke zich in de jaren tachtig wist te ontwikkelen uit zwaarmoedige postpunk. De naamsbekendheid kwam met de single Fireflies van hun tweede album Strange Pleasures, gemaakt met een stuk toegankelijker geluid. Na het minder goed opgepakte Dead Blue verscheen afgelopen jaar hun vierde plaat Slow Air. Het duo bestaande uit multi instrumentalist Greg Hughes en vocalist Tessa Murray gaan veilig verder op de ingeslagen weg. Om andere inspiratie op te doen besluit het tweetal te verhuizen naar Austin in Texas. Daar wordt geprobeerd om een andere ruimtelijke sfeer te creëren, met de uitgerekte Amerikaanse landschappen als voornaamste nieuwe inspiratiebron.
Ze slagen er aardig in om aan mijn verwachtingen te voldoen. Het met gitaar opgevulde In The Middle Of The Night gaat het de psychedelische jaren zestig kant op. De zang van Tessa Murray leent zich hier prima voor; als een Frans zuchtmeisje weet ze zich sensueel aan je op te dringen. Bij The Message staat verrassend genoeg ook de gitaar meer centraal. Net als veel hedendaagse bands grijpt ook Still Corners terug naar de jaren tachtig. Hier wordt de heldere clean versterkte Fender begeleid door een opzwepend ritme. De hese vocalen zorgen ervoor dat ze zich niet presenteren als de zoveelste copycat van deze sound, maar dat ze het geluk hebben iets eigens toe te voegen. Dat de elektronica niet vergeten wordt, bewijst Sad Movies. Murray gaat meer de diepte in, en voor het eerst zijn overduidelijk de Amerikaanse invloeden hoorbaar. We wanen ons op een Lost Highway onderweg naar Twin Peaks, met David Lynch zittend op de achterbank van een Chevrolet Caprice, welke hier zelfs als oldtimer niet door de keuring zou komen.
Het titelstuk Welcome to Slow Air is lastiger te plaatsen, als een instrumentaal futuristisch Chinees kinderslaapliedje ontwikkelt het zich tot een dromerige track, met een repeterende percussie. Veel bijgeluiden welke een bepaald gevoel van eenheid met de natuur proberen op te roepen, maar eigenlijk is dit het saaiste gedeelte van de plaat. Gelukkig gaat het met Black Lagoon niet door op die lijn. Meer elektronica, en mooi gebruik van bas en drum. Er wordt aangenaam geshopt in eigen catalogus, en de vergelijking met het oudere The Trip is gemakkelijk te leggen. Toch misstaat het niet op Slow Air. Dreamlands heeft een mooie opbouw, en zo gauw de muziek enigszins verstilt, pakt Murray de ruimte. Ronddwalende spookachtige gitaartonen metgezellen haar hierin. Het duistere Whisper verwacht je dan eigenlijk niet; zoemend en bonkend ga je Back In Time naar de synthpop van vervlogen tijden. dat er hier vervolgens een zwoele twist aan wordt gegeven is opmerkelijk, maar passend.
De keyboard vervangt grotendeels de gitaar op Fade Out, en juist door die verandering gaat het zelfs aardig de postpunk op. Hoe het gebruik van instrumenten bepalend kan zijn bij een verder terugkerende kern. Zoals de titel al aangeeft wordt er niet aan een mooi einde gesleuteld, maar wordt eenvoudig de volumeknop naar standje nul gedraaid. voor mij een vorm van creatieve armoede, had meer in gezeten. The Photograph is een stilleven. Het vastleggen van momenten in de eeuwigheid, om vervolgens jaren later te ervaren dat zelfs de vooruitstrevende Polaroid foto’s niet het eeuwige leven hebben. Een vervaging van klanken welke door de goed doordachte breekbare krampachtige zang iets treurigs uitstralen. Synthesizers die overstuur deze ervaring proberen te leiden, met vreemde uitschieters tussendoor. Zwaar vervormd maar met sensuele inval horen we Long Goodbyes het einde aankondigen. Murray mag haar trucje helaas niet meer herhalen, de rol van afsluiter is alleen bij Greg Hughes gelegd.
De Amerikaanse invloeden zijn zeker aanwezig, maar het gevoel van de invloed van het buiten leven ervaar ik niet zozeer. Voorheen hoorde je meer dreampop, nu is het hedendaagse rock welke beïnvloed lijkt te zijn door grote jaren tachtig artiesten die opereren vanuit de Verenigde Staten. Weinig vernieuwends, maar ze komen er wel erg goed mee weg. Net als The War On Drugs zijn ze op zoek gegaan naar de klassiekers van Chris Isaak, Fleetwood Mac en Bruce Springsteen uit die periode, zonder hun eigen sound te verloochenen.
Still Corners - Slow Air | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ana da Silva & Phew - Island (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:55 uur
Ana Da Silva heeft al jaren ervaring in de muziekscene. Eind jaren zeventig startte ze als zangeres in de door vrouwen bevolkte Britse postpunk band The Raincoats. Zelf is ze geboren in Madeira en haar Portugese roots hoor je later meer terug in haar solo werk. Phew is ook geen onbekende op muzikaal gebied. Geboren onder de naam Hiromi Moritani in Japan, en daar is ze legendarisch te noemen. In het westen is ze vooral bekend door haar samenwerking met leden van Can, Ryuichi Sakamoto, Jah Wobble (Public Image Ltd) en Jim O’Rourke (Sonic Youth). Door collega´s werd ze gezien als koningin van de avant garde, en haar invloed op punkbands was niet te onderschatten. Wat kun je dan verwachten als beide krachten zich samen koppelen? Eigenlijk is het lastig hier een voorstelling van te maken, en ga je al als vooroordeel uit van een ontoegankelijk, moeilijk te plaatsen kunstzinnig experiment.
Islands laat je echter vrij snel al mee voeren naar eindeloze stranden. De drone geeft gelijk al de geheimzinnige zang kleur. Doordat hier de gesproken taal niet voor mij te herleiden is, ervaar je dat alsof je ligt te zonnen op een vreemd strand, waar de buitenlandse tonen een onrustig gevoel mee geven. Minimalistische drums laten je hart kloppen in je keel, de kakofonie aan geluiden versterken het onmachtige hulpeloosheid, alleen een opkomende zandstorm weet tot bedaren te brengen. En toch is het een aangename introductie, er valt een last van af, waardoor er volledig geconcentreerd en vrij van gedachtes naar de rest geluisterd kan worden. Strong Winds gaat verder als een Deep House track, met tegenwerkende percussie slagen, herhalende geluidscirculaties die om het hoofd heen zwermen, overgaand tot een meer krachtig drum and bass getranspireerde exotische rituele uitdrijving.
Communiceren door middel van verschillende culturen lijkt steeds meer centraal te staan. Bij Conversation wordt nog gezocht naar een ingang. Hoog geruis worden gevangen in een tijdsbeeld. Het tikken van de klok kondigt een verandering in sound aan. Muzikaal gezien nog niet helemaal in evenwicht, maar de zoektocht naar de balans zet zich door. Het gesproken Bom Tempo gaat hier dieper op in. Door de Portugese spraakzang lijkt het alsof een Westerse toerist haar indrukken met ons deelt van haar aanwezigheid bij een Japanse matsuri. Een leeuwendans met grote indrukwekkende maskers en veel kleurige praalwagens. Onweer in combinatie met gongslagen, het ritme nodigt uit om in vertraagde pas de massa te volgen. Tussen het feestelijke gebeuren ook geweerschoten op de achtergrond, of juist vervaagd vuurwerk.
Bij Stay Away gaan Ana Da Silva en Phew weer terug naar de basis, al is hier de rust geëlimineerd. Een andere collage aan bizarre geluiden nemen het over. Er wordt flink gedraaid aan de effectknoppen, waardoor opgesloten klanken weten te ontsnappen. Dan is Here to There een stuk toegankelijker. Hierbij wordt eerder aan de ambient en triphop uit de jaren 90 gedacht. Broeierig op een gemakkelijk te vatten manier. Lekker licht in verhouding tot het grotendeels zwaarder werk. Mooie uitloop met de drum op het einde. Het spookachtige Konnichiwa! sluit zelfs sterk aan bij de meer experimentele postpunk van begin jaren tachtig. Gedurfd gebruik van de mogelijkheden die keyboard en synthesizer te bieden hebben. Een drumcomputer die hierbij een lekkere inheemse flow toevoegt. Toch is de sfeer door het gebruik van de keyboard meer Oosters georiënteerd.
The Fear Song heeft iets griezeligs. Snel wordt vocaal de nacht verwelkomt om vervolgens te vervallen in totale duisternis. Door mij worden de nachten als heerlijk ervaren, maar blijkbaar is bijna iedereen bang om te gaan slapen. Nachtmerries en het niet meer kunnen ontwaken bij daglicht zijn terugkomende items die dit nare gevoel op roepen. Een demonische bezeten stem maakt de weg voor je vrij, al wordt er blijkbaar met regelmaat een verkeerde afslag genomen. Drones die overgaan in ontregelde noise. Een sterke opbouw, die het beklemmende goed weet te verwoorden. Met Dark But Bright volgt het escapisme van de eilanden. Niet achterom kijkend, de vrijheid tegenmoed zwevend. Vertrouwde vogels fluiten je toe. Ver weg van het gevaar in een mooi avant gardisch eindspel, waar het vaker terug komende rust centraal lijkt te staan.
Een mix tussen avant garde en electronic, waarbij ik had verwacht dat je juist de culturele achtergronden van beide dames meer terug zou horen. Het doet echter een stuk minder Westers en Oosters aan. Geen Portugese fado als basis en ook bijna geen Britse postpunk waarin Ana Da Silva haar achtergrond heeft. Ook hoor je de Japanse invloeden van Phew niet sterk terug, en laat ze een meer openbaar gestructureerde sound horen. Minder rebels en vooruitstrevend dan hun pionierswerk, maar wel met genoeg spanning.
Ana da Silva & Phew - Island | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Lebanon Hanover - Let Them Be Alien (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:55 uur
Eigenlijk is de Darkwave en Coldwave uit de jaren 90 een voortvloeisel van de postpunk van tien jaar eerder. Deze soort van revival was razend populair in Duitsland, waar acts zich als vleermuizen vanuit grotten openbaarden, het daglicht trotseren, en zich in het stadsbeeld settelen. Nadat deze stroming langzaam aan uitsterft, komt er een paar jaar geleden plotseling weer meer aandacht voor deze subcultuur. De invloed van de postpunk van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig lijkt als de leeg gezogen uiers van een koe helemaal uitgemolken, en als vampiers wordt er nu vastgebeten in de navolgers.
Sterker nog; het Britse Lebanon Hanover zou eerder voor een Germaanse band kunnen door gaan, zelfs de tongval klinkt Duits. Du Scrollst en Gravity Sucks zijn gedeeltelijk in die taal gezongen, en Ebenholz zelfs volledig. Om ze veel mogelijk inspiratie op te doen vestigen de van oorsprong Zwitserse Larissa Iceglass en William Maybelline zich op de koude oergrond van het Ruhrgebied. Waar de nevelachtige mistige sfeer vooral wordt geschept door de rokende schoorstenen van de plaatselijke fabrieken, die als reuzen de horizon bederven. De rollen zijn goed verdeeld, en ze wisselen elkaar af in de zang, hierdoor komt het minder eentonig over. Als je hun eenmalige samenwerking met La Fete Triste uit 2011 niet meetelt is Let Them Be Alien het vijfde album van de band, waarbij de platen echter wel voor elkaar inwisselbaar zijn. Voor grote veranderingen hoef je hun laatste worp niet aan te schaffen. Als je het nostalgische jaren 90 gevoel opnieuw wil ervaren, dan is het een prima aankoop.
De aftrap vind plaats op het kerkhof, waar Maybelline eenzaam en in gedachte ronddwaalt, en in het tweede gezongen gedeelte van Alien is daar ook Iceglass. Als buitenstaanders wandelen ze daar gezellig onder het nachtelijke licht van de volle maan rond. Hoe cliché kun je jezelf uitdrukken. Het is moeilijk om dit serieus te beoordelen, maar de muzikale omlijsting staat mij nog steeds erg aan. Dus op gepaste afstand huppel je achter dit tweetal aan. De door een snelle drumcomputer en dromerig gitaargepingel aangestuurde Gravity Sucks wordt tweetalig gezongen. Het Duits komt krachtiger over dan de Engelstalige stukken. Gelukkig beheersen ze beide talen genoeg, waardoor het niet een komisch Arnold Schwarzenegger effect oproept. Het naar knoflook ruikende Kiss Me Until My Lips Fall Off is een stuk statischer en hierdoor eentoniger qua stem, maar de zweverige gitaarloopjes van Larissa Iceglass maken veel goed.
Het grillige industriële karakter van My Favorite Black Cat voegt zeker wat toe. Stop met treuren, er mag gedanst worden. De tijd van het navelstaren is aangebroken. De drumcomputer wordt volledig benut, en Iceglass (hoe verzin je die naam) geeft hier een licht mysterieuze draai aan met haar druggy zang. Lavendel Fields laat ons ook de voetjes flink bewegen. De depressieve gevoelens verdwijnen steeds meer naar de achtergrond. Zonder gedachtes laten de stereotiepe moves je dwangmatig naar de vloer staren. De sound gaat hier steeds meer richting de rockmuziek met wat verdwaalde metal invloeden. Dan gaat Du Scrollst weer meer de statische kant op. Minimalistischer en voort bordurend op de eentonige slagen van de drums. We bevinden ons in het spinsel van de krochtige kelders, diep verborgen in de dolende ziel van Iceglass.
True Romantics weet de positieve wave sound te koppelen aan het vocaal gezien prima stuk Darkwave. Juist omdat Maybelline echt moeite doet om goed te zingen, is deze ode aan de New Romantics een stuk luchtiger dan de overige tracks. The Silent Choir gaat terug naar de kern waar de oorsprong van de darkwave haar bestaansrecht aan dankt. Duistere gothic met een sterk herhalende dancebeat. Bij Ebenholz lijkt het zelfs alsof de disco omarmt wordt. Zo toegankelijk hebben ze zich nog niet laten horen, en wordt ondersteund door een heus Top 40 melodietje. Het meest opvallende moment van alle songs. Petals bouwt zich op met de bas als basissteen. Op de achtergrond een mechanisch koor van zusters van genade, welke er prettig tussen gesampeld worden. Zelfs deze donkere figuren lijken tastbaar voor een straaltje zonlicht. Meer vreugde moet je echter niet verwachten.
Het is allemaal al eerder en beter gedaan. Nergens merk je de drang om te vernieuwen terug. Maar als groot liefhebber van gothic en Darkwave moet dit wel goed beoordeeld worden. Al is er groot begrip voor de muziek liefhebbers die hier niks mee hebben.
Lebanon Hanover - Let Them Be Alien | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Holydrug Couple - Hyper Super Mega (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:53 uur
Santiago in Chili is niet echt the place to be op het gebied van muziek. Het duo Ives Sepúlveda Minho en Manuel Parra hebben daar wel hun thuisbasis. Was er op hun eersteling Noctuary voornamelijk sprake van kinderlijk speelplezier, op het derde album Hyper Super Mega lijken ze ook de instrumenten onder controle te hebben. The Holydrug Couple wordt verdeeld onder de noemer psychedelische rock, maar dan wel ultra light.
Onverwacht opent titeltrack Hyper Super Mega de plaat als een lazy dreampop song. De onverschillige houding roept herinneringen op naar de mellow Madchester sound van eind jaren tachtig. Al druipen de chemische genotsmiddelsappen er wel heel sterk door heen. Bij Waterfalls zwem je nog steeds in dezelfde als een regenboog verlicht psychedelische Wellness oord rond. De druggy invloeden die al als basis dienden op hun debuut zijn hier daadwerkelijk geëvolueerd tot een zeer relaxte sound. Het heeft degelijke invloeden van jaren zeventig disco, je waant je als gast in uitgaansgelegenheid Studio 54 in Manhattan. En dat die zang behoorlijk vals klinkt, valt bijna niet meer op.
Forever End gaat als een langwerkende trip verder, weinig veranderingen in de sound, maar dat stoort niks. We willen nog steeds niet ontwaken in Ikebana Telephone Line, het gaat wel een stuk sneller met meer ruimte voor de elektronica, de remslaap heeft plaats gemaakt voor het geluk makende prettige dagdromen. Bij Lucifer’s Coat heb je het gevoel dat je aansluit bij de succesvolle Franse dansacts die halverwege de nineties met hun soft erotische filmische decoratieve instrumentale hoogstandjes internationaal succesvol waren.
Dan verwacht je vervolgens niet een track als I’ll Only Say This welke zelfs aardig tegen de symfonische hoek leunt, back to the seventies. Het einde klinkt dan als een foute soundtrack uit dezelfde tijd, welke niet draaibaar is geworden, omdat deze plaat te lang heeft lopen bakken achter op de hoedenplank van een auto, fel in het warme zonlicht. Met op de achtergrond politie sirenes komt het meer akoestische Easy over als de begin tune van een soortgelijke serie als Hill Street Blues, met rustige hamburger etende agenten. De wereld staat in brand, en er is alleen aandacht voor het eigen welbevinden. Kille eighties synthesizer klanken geven het een extra aangename retro spirit.
De vrijgegeven weirde videoclip van Chevalier werkt niet zozeer in het voordeel. De track is ook niet hitgevoeliger dan de rest, integendeel. Het grote pluspunt is hier het ontbreken van de zang, toch wel de zwakste schakel in het geheel. Relaxen doen we met de Zuid Amerikaanse percussie van Hotel Cache. Het eerste echte raakvlak dat enigszins nog valt terug te herleiden tot de Chileense oorsprong. Al had hier voor in de plaats ook gekozen kunnen worden voor een sound beïnvloed door het bekendste export product; de pittige pepers. De synth soundscape tegen het einde blijkt ook zo zoet als Jamin schuimblokken.
De bombastische clichématige foute keyboard tonen van Western Shade gaan verder daar waar de grootheden op dit gebied vroeger wijselijk wisten te stoppen. Hier blijft het herhalende deuntje niets zeggend rond zeuren. Dan is Mercury Lake veel geslaagder te noemen. Prachtig qua opbouw met inkoppend gitaartje. Zelfs vocaal weten ze hier wel te scoren, zachter en meer in balans. Het beste is blijkbaar tot het einde toe geconserveerd bewaard gebleven. Laag na laag laat het zich uitpakken. Heerlijk hoe als eindsignaal de gitaarversterker alsnog gevonden is.
Ze hebben het echt wel in zich om aansluiting te vinden in het muziekwereldje, maar dan moeten ze investeren in een goede zanger. The Holydrug Couple is absoluut een band met potentie.
The Holydrug Couple - Hyper Super Mega | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cullen Omori - The Diet (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:53 uur
Smith Westerns heeft niks met country van doen, al zou je met zo’n naam wel snel die link leggen. Deze luchtige, zeg maar zomers klinkende indie band uit Chicago maakte redelijk naam in het clubcircuit, maar na zeven jaar besloten ze toch om in 2014 te stoppen. Al blijft het merendeel wel actief in de branche. Behoorlijk succesvol zelfs, kan je wel stellen. Drummer Julien Ehrlich, die voorheen al bij Unknown Mortal Orchestra met de stokken het ritme bepaalde, krijgt een grotere rol in het samen met gitarist Max Kakacek opgezette meer psychedelische folky Whitney. Als zanger weet hij al gelijk indruk te maken met de eerste single No Woman, welke grootst wordt opgepakt. Live heeft de gevoelige jongeman zichtbaar moeite met deze status; high van drugs en onder invloed van drank optredend, vreest men voor zijn fragiele gezondheid. Ook een ander lid van Smith Westerns gaat verder in de muziek. Met The Diet maakt de zeer jeugdig ogende Cullen Omori na New Misery zijn tweede soloplaat. Cullen blijkt net als Ehrlich zich moeilijk staande te houden, al vlucht hij meer weg in de anti depressiva. Hij kiest er nu voor om niet zoals bij zijn debuut zo vol in the picture te staan, en zoekt het beschermende weer in een band. Zich verschuilende tussen de overige muzikanten Andy Cary op gitaar, Darren Weiss op drums, Kyle Fredrickson op gitaar en toetsen. Taylor Locke van Rooney is verantwoordelijk voor het opnameproces.
The Diet is ondanks de teksten een stuk minder zwaar van opzet. Vanaf de eerste frisse gitaarakkoorden die Four Years introduceren, lijkt het alsof er daadwerkelijk een forse stap terug in de tijd is gedaan. Dit is precies de periode tussen het afscheid van Smith Westerns en het verschijnen van The Diet. En eigenlijk gaat het hier door waar het toen stopte. De raakvlakken met vorige werkgever zijn overduidelijk aanwezig. Zou het een therapeutisch verwerkingsproces zijn geweest, balende van het feit dat overige oud collega’s wel wisten te scoren; al moet dat bij Ehrlich zoals aangegeven erg ruim gezien worden. Eerst het verleden een plek geven, om vervolgens een doorstart te kunnen maken. Mooi toegankelijk psychedelisch met prima hoge samenzang, welke zo van de een of andere jaren zestig band lijkt geleend. Dit sfeertje zet zich door in het meer down to earth Borderline Friends, waarbij de link naar zijn psychische klachten gemakkelijk te leggen is. Knap hoe hij na een moeilijke periode zich zo open durft te stellen aan de buitenwereld.
Het warme gevoel zet zich door in All by Yourself, geheimzinnige slide gitaar klanken vermengen zich met lichte keyboardgolven. De overstap naar het meer hedendaagse Happiness Reigns zie je niet aankomen. Stuwende drums plaatsen je meer in 2018, al geeft Cullen Omori met zijn zang en het in de merseybeat badende gitaarspel het ook een prima Britpop sausje; dan wel geïmporteerd. Zware klanken leggen de basis voor Master Eyes, om vervolgens plaats te maken voor de fraaie stem van Cullen. Hier pakt hij op een mooie wijze de hoofdrol van frontman op, het schuchtere gesloten karakter helemaal los latend. Quit Girl weet nog meer indruk te maken, hier zeker door de heerlijke rockende begeleiding, die er op het juiste moment telkens weer inhakt. Vocaal wel meer op het randje, maar het misstaat niet. Black Rainbow wordt bewust klein gehouden. Juist de keuze om de woorden niet te laten verdrinken in een oceaan van geluid is misschien wel het krachtigste element van de plaat.
Natural Woman weeft zich als een heerlijke wollen trui onder het passend jasje dat nog meer warmte afgeeft. Als geheel valt het niet zo op, maar los gezien ervaar je waarschijnlijk nog meer de schoonheid van de afzonderlijke tracks. Millennial Geishas met het verkouden begin wordt vervolgens erg open, alsof er een overdosering aan Vicks Blue keelpastilles wordt ingenomen. Het melancholische Last Line is een pijnlijke constatering dat het allemaal een stuk minder rooskleurig is als hoe het overkomt. Queen heeft als basis ook dat weemoedige, een flash back naar afgesloten keuzes, die bepalend lijken te zijn geweest, om opbeurend te rijken naar nieuwe kansen. Een ode aan de liefde, of juist aan het leven. De afsluiter A Real You is behoorlijk folky, en zou ook prima passend zijn op het sprankelende Light Upon the Lake van Whitney. Als er hier een eerlijk oordeel uitgesproken moet worden, dan is The Diet zelfs nog een meer boeiend geheel dan de bejubelde eersteling van Whitney.
Cullen Omori - The Diet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Mass Gothic - I've Tortured You Long Enough (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:52 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Minus the Bear - Fair Enough (2018) 3,0
30 juli 2020, 15:52 uur
Geen nieuw album van Minus The Bear, maar slechts een EP. Waarom dan toch de aandacht voor dit ruim een kwartier durend schijfje? De uit Seattle afkomstige band heeft te kennen gegeven te stoppen na een in het clubcircuit redelijk succesvolle carrière van 17 jaar. Halverwege vorige maand werd het laatste concert in hun thuisbasis gegeven, en twee maanden eerder verscheen nog dit definitieve wapenfeit, en nu is het echt klaar.
De Fair Enough EP trapt af met het dromerig begin, en al snel merk je dat er gekozen is om bij de eigen sound te blijven, en niet groots en afwijkend te eindigen. Doordachte prima rockmuziek met het aanwezige sfeervolle hardere randje. Die bescheidenheid hoor je gelijk terug in de sterke opener. Overstuurde gitaarbogen geven het de kenmerkende disbalans waarmee ze zich wisten te onderscheiden.
Viaduct pakt steviger uit, en weet ook gelijk de aandacht te trekken. Met dit geluid laten ze voor de laatste keer horen dat Seattle na de grunge golf niet dood gebloed is. Het deprimerende en uitzichtloze gevoel van de staat waar het aantal regenachtige uren de zon flink weet te overmeesteren. Een plek waar jongeren nog steeds vaak een kansloos bestaan zonder werk opbouwen, en nog steeds een hoog zelfmoordpercentage de grafieken domineert wordt duidelijk muzikaal verwoord. De gitaar op het einde heeft dezelfde impact als de vocalen, een prachtige instrumentale klaagzang.
Dinosaur heeft een uitgekiende start, waar de math rock roots nog het beste tot hun recht komen. De toon is zelfverzekerd, al mist de zang hier wel emotionele uitingen. Vlakker en meer uitgeblust tot gehore gebracht. Als een log tot uitsterven bedreigt monster beweegt het zich traag voort. Natuurlijk gebeurd er muzikaal gezien genoeg moois op de achtergrond, maar het is een stuk minder interessant dan de vorige twee tracks; al geeft het wel duidelijk het gevoel van niet meer verder kunnen weer.
Jammer dat is als afsluiting is gekozen voor een remix van Sombear. Deze artiest maakt aardige dance, en ondanks de duistere soundscapes vind ik het net niet goed genoeg passen bij Minus The Bear. Dit doet mij net teveel denken aan de Nu-metal acts die begin deze eeuw hun werk door soortgelijke geluidstovenaars onder handen lieten nemen. Invisible krijgt hierdoor wel ondersteuning met licht industriële invloeden, maar klinkt net te soft, terwijl Jake Snider als zanger wel heerlijk in zijn element lijkt te zijn.
Gedeeltelijk geslaagde zwanenzang beginnende met twee erg lekkere tracks, gevolgd door meer inspiratieloze nummers. De koek is blijkbaar echt op, en dat hoor je zeker pijnlijk terug.
Minus the Bear - Fair Enough EP | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Saloli - The Deep End (2018) 3,0
30 juli 2020, 15:51 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 2,5 sterren
» details
Cobra Man - Toxic Planet (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:51 uur
De oorsprong van het electro-punk duo Cobra Man bestaande uit geliefdes Andy Harry en Sarah Rayne ligt in een skaters vriendenclub uit Los Angeles. Hun waardering is duidelijk zichtbaar in de clips van Worble Collective, waar ze de stunts van deze sporters muzikaal nog meer diepgang geven. Sterker nog, het debuut New Driveway Soundtrack is geheel hierdoor geïnspireerd, nu is er met Toxic Planet de waardige, nog meer geslaagde opvolger. De wereld waar we hier instappen is vrij hard, vol met blessureleed, en genieten van het snelle bestaan. Waarom wachten tot morgen, terwijl vandaag al alles uit het leven te halen is. Vaak is er behoefte aan een combinatie van het opgejaagde gevoel, maar ook het mellow relaxen tussendoor. Geeft Toxic Planet dit gevoel weer? Zeker wel!
Bij Welcome To Earth komen de gedachtes naar boven dat je beland bent in een hele foute jaren tachtig tiener gevechtsfilm, met een flinterdunne verhaallijn tussen twee verliefde tieners. Beide uit een ander milieu; het rijkeluismeisje en het kansarme straatschoffie, wel met netjes geföhnde coupe. Een soort van satirische kijk op vervlogen tijden, inclusief een vleugje humor, welke zeker vaker terug zal komen op het album. De track Toxic Planet waar de plaat naar genoemd is trapt af met een stukje lange getoupeerde haren hardrock samenzang, om vervolgens acuut over te schakelen naar een zeer vette funkende disco stapper met sciencefiction bliepjes die duelleren tussen de verschillende luidsprekers. Yeah, Born To Be Alive!
Bad Feeling gaat meer de diepte in, de club vullende sound krijgt hier hulp van een symfonisch opgezette keyboard ondersteuning. Wilde deze stromingen eind jaren zeventig nog hevig botsen, hier gaat het perfect samen met zelfs nog een prima rockende gitaar als verbindingsstuk van dit zeer hitgevoelig geheel. De met echo onderdrukte zang inclusief stemmig koortje maakt het net nog wat steviger, ondanks dat er vocaal ook de hoogtes opgezocht worden. Resulterend als een vergeten parel van jaren geleden, maar wel degelijk de oorsprong in het heden. Everybody Party Tonight heeft ook alles in zich van een klassieker, waarmee je een muziekliefhebber op het verkeerde been kan zetten. De dominerende bombastische sound waar de van oorsprong Britse post-punk acts halverwege de jaren 80 groot mee worden zit hier in de productie verwerkt, wat het een vollere sound geeft. De drumcomputer met de spaarzame beats ontbreekt hier ook niet. De saxofoon bespeeld door Sam Morgan past er dan ook nog wel tussen.
En dan opeens hoor een psychedelische jaren zestig merseybeat geluid. Die overgang lijkt een onmogelijke opgave, als daarbij vervolgens nog een combinatie van punk gitaar en pompende ska beats worden toegevoegd is misschien zelfs nog onlogischer, bij Devil Dog klopt het gewoon. Dan is Chain Reaction een normaler geheel, maar ook hier gaan we terug naar de periode waar elke begin vijftiger zich een beetje voor schaamt. De verwijfde dansbewegingen op de verlichtte vloer, die bij John Travolta tijdens Saturday Night Fever zo stoer over kwamen, maar in werkelijkheid vaak tot geïmproviseerde klunzigheid leid. Echte old school electro disco.
Speaking In Tongues geeft een meer serieus met diepgang omgeven gevoel weer, al zitten daarvoor de klanken er net te dik boven op; het uptempo gedeelte is dan zo fout als mogelijk. Een vrolijk intro verwacht je eigenlijk niet als een song Living In Hell heet, maar net als je verbijsterd zit te luisteren, gaat het de punkie Gabba Gabba Hey kant op in het gezongen refrein, welke eigenlijk heel lekker klinkt. Wat zullen die skaters hier goed op los gaan. De climax op het einde is de herhaalde titel, die als slogan keihard mee geschreeuwd moet worden.
Om naar de hel zo afdrupt over te schakelen in de hemel past hier goed tussen; want het vrolijke We Got It Goin On gaat die kant op. Rete commercieel, en nu een zangeres en een saxofoon die het verhaaltje vertellen. Rogue is een zwaar stuk, met slepende zang, de beschrijving van de voorbereiding van een avond stappen. Opmaken in de badkamer, met een vriendje die als voyeur stiekem toekijkt. Eigenlijk meer geschikt om mee te starten, hier een anti climax.
Toxic Planet klinkt zoals een goede disco plaat hoort te klinken. Verstand op nul, en lekker los gaan, al doe je het daarmee tekort. Het zit allemaal heerlijk, maar ook doordacht in elkaar. De soundtrack van de plastic generatie, waar men gezamenlijk de ozonlaag en het milieu de vernieling in helpt met overdosering aan haarlak, deodorant en fluorescerende make-up. Een vervreemdende tijd, waar we champagne drinkend ons afsluiten van de heersende werkeloosheid en dreigende koude oorlogen. Deze wat onverschillige houding wordt gekoppeld aan de huidige skate cultuur. Cobra Man heeft een meer dan ruime voldoende behaald in het vorm geven daarvan.
Cobra Man - Toxic Planet | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Paula Rae Gibson / Kit Downes - Emotion Machine (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:50 uur
Paula Rae Gibson is een Britse fotograaf uit Greenwich, die tevens als singer-songwriter actief is. Verder heeft ze de film What Are Your Doing Forever? op haar naam staan, waar ze het totale plaatje inkleurde als acteur, componist en schrijver van het script. Als fotograaf heeft ze vooral naamsbekendheid opgebouwd door haar licht erotische shots, vaak met zichzelf in de hoofdrol op deze veredelde selfies. Meestal in het zwart-wit geprint. Dat zwart-witte gevoel weet ze ook over te brengen in haar muziek. Op Emotion Machine wordt ze ondersteunt door de geweldige pianist (en op deze plaat cellist) Kit Downes, uit het Britse Norwich. Kit is dus niet de persoon naast Paula Rae op de albumhoes, wat ik in eerste instantie dacht. De overige muzikale ondersteuning is van Tom Challenger op saxofoon, Ruth Goller op bas en James Maddren op drum. Een pure Britse jazz top bezetting dus nadat ze op eerdere albums ook al samenwerkte met Phronesis’ Ivo Neame en Martyn Baker.
Still opent op een beangstigende manier Emotion Machine. Vreemd en verontrustend. Waar de saxofoon zich als een cobra in onnatuurlijke hoeken kronkelt en een soort van noodkreet uitperst. Alsof ze in bedwang wordt gehouden door een sadistische slangenbezweerder. Opgesloten in een rieten mand met een te zwaar deksel. Het geheimzinnige onlogische bespeelde cello als tokkel instrument versterkt het beeld van ontsnappende klanken die in de lucht vervagen. Het melancholische Strange Dreams wordt begeleid door een aarzelend, minimalistisch pianospel. De diepe warme stem van Paula Rae Gibson vult het spaarzaam, bijna verstild in. Er komt geen noot teveel aan te pas. Het lijkt op een aankondiging van de herfst met op het einde alleen de ademhaling van de saxofoon.
Love On Time heeft een aangename stemming. De vocalen van Paula Rae Gibson zijn vrouwelijker dan de rest van wat ze op de plaat laat horen. Breekbaar en tegen het sensuele aan, bijna hees. Het geeft het een iets wat Oosters sfeertje. Mooi door de ruimte vullende echo’s, samen gebracht door het rustgevende gekraak van de slagen op het snaarinstrument. If You Ask Me heeft wat weg van een dwangmatige liefdesverklaring met psychotische trekjes. Als een Sirene lokt ze je naar haar onweerstaanbare stem toe. In hypnose zullen we volgen.
Bij Tell Me Hey is Gibson bijna kwaadaardig dominerend aanwezig. Als een gekoelde ijskoningin dirigeert ze de jazz naar ontoegankelijke lagen. De toon is grimmig, ondanks het zelfverzekerde geluid. Alsof ze zich in trance in een soort van spirituele seance bevindt. Black Hole geeft de piano vrij spel, en draagt Gibson door de song heen; sober en met eenvoud. Het nodigt niet uit om naar buiten te treden, het introverte karakter laat je juist afsluiten van de omgeving. Liefde staat hier symbool voor het grote zwarte gat in iemands leven.
Het ghost town achtige I Feel You heeft iets spookachtigs in zich. Alsof je eenzaam verdwaald in een metropool rond wandelt; omringd door de noisy geluiden die het voortbrengt. Gibson haar stem is bijna mannelijk, zo laag zingt ze in het begin. Vertwijfeling, tegen het manische aan. Letterlijk en figuurlijk An English Woman In New York. Haar gedachtegang overladend, dit op een bijna schizofrene manier naar buiten brengend. De straatkant van de jazz komt tegen het einde ook nog even om de hoek kijken. Brave sluit af met een doorslaande saxofoon als een inheems begrafenis ritueel. Niet om de dierbaren eeuwige rust te bieden, maar eerder het verlangen tot ontwaken oproepend. Het doet wat Zuid Amerikaans aan. Met percussieslagen als van een klok welke het laatste levensuur aankondigen.
Zoals een geslaagd jazz album het nodig heeft om met een koptelefoon beluisterd te worden, moeten ook hier de prikkels geëlimineerd worden voor volledige beleving van de plaat. Geen gemakkelijke kost, het eist de nodige inspanning om het raak binnen te laten komen. Laat je jezelf hiervan overreden, dan is het echt genieten. Regelmatig zit het tegen het lugubere aan. Geen muziek om bij te slapen, maar juist om de slapeloosheid in ere te houden.
Paula Rae Gibson & Kit Downes - Emotion Machine | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Amor - Sinking Into a Miracle (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:50 uur
AMOR is een vierkoppige band uit Glasgow, Schotland, die hier als debuut een prima dance album hebben afgeleverd. Een album waarop ook gebruik wordt gemaakt van echte instrumenten, de bas is zelfs enigszins vergelijkbaar met het dominerende tegendraadse geluid van de eind jaren 70 opkomende post-punk. Voor de percussionist is dit zeker niet zijn eerste project; al zal niet snel bij de naam Paul Thomson een belletje gaan rinkelen. Vraag tien muziekliefhebbers hoe de drummer bij een bepaalde band heet, en meer dan de helft moet je de naam schuldig blijven. Noem je de naam Franz Ferdinand, en ze zullen glimlachend opveren.
Paul Thomson is buiten Glasgows trots ook samen met echtgenote werkzaam als DJ duo Polyester. Dit wetende is de link naar het dansbare AMOR een stuk sneller te leggen. Verder is Thomson een multi instrumentalist die ook bas, keyboard en gitaar beheerst, en zijn veelzijdigheid is zeker terug te horen in de composities op Sinking Into A Miracle. AMOR bestaat verder uit Richard Youngs die verantwoordelijk is voor de teksten en het pianospel, de niet onverdienstelijke bassist Michael Francis Duch en Luke Fowler die met zijn synthesizer sound van toevoegende waarde is; een echte band dus.
AMOR, een ode aan de liefde. Exotische klanken en een stampende beat. Vervolgens die meesterlijke bas, waardoor je jezelf in een hedendaagse Junglebook waant. Dit wordt vervolgens enigszins verstoord door de zang van openingstrack Phantoms of the Sun. Een wat androgeen klinkend dun stemgeluid. Mooie opvulling, maar het lekkerste is hier zeker de stuwende bas. Bij het uptempo Glimpses Across Thunder verdwijnt deze meer op de achtergrond om de hoofdrol over te geven aan de piano. Maar voordat deze zijn intrede doet is er eerst ruimte voor de wicked drummer, waarom hij hier bijgestaan wordt door zijn kunstmatige partner uit een kastje, blijft voor mij een groot raadsel.
Full Fathom Future start met een lang intro voordat Richard Youngs hier als in een exorcisme lijkt over genomen door een gestudeerde kunstacademicus als zanger. Dit zwaardere geluid ligt hem stukken beter dan wat hij bij voorgaande tracks laat horen. Het einde is veelbelovend spannend en onverwacht, een door cello’s gevormd geheel. Voor mij wel het hoogtepunt van het album. Jammer dat de zang bij Heaven Among The Daysweer die hoge tonen probeert te raken, het duistere geheel vraagt eigenlijk juist om een meer diepere vocale begeleiding.
Truth Of Life is een lange dance sensatie, in de stijl van wat Underworld ons al vanaf de jaren 90 laat horen, alleen hier is gekozen voor disco als basis, en minder voor de house. Het overstuurde in dub gevangen zang maakt het een zeer gevarieerd geheel met zelfs een knipoog naar de Coldwave.
Sinking Into A Miracle is een mooie creatieve uitlaatklep, waar de drummer van Franz Ferdinand laat horen zelfs tot meer in staat te zijn. Echter doe ik hiermee de overige bandleden tekort, want we hebben hier wel degelijk te maken met een groepsproject. Goed passend in het door elektronica heersend tijdsbeeld.
AMOR - Sinking Into A Miracle | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Brocker Way - Wild Wild Country (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:50 uur
Een soundtrack kan een serie of film breken of juist maken. Netflix is hoofdleverancier op het gebied van video streaming on demand, en investeert al geruime tijd in eigen producties. Wild Wild Country is hiervan een voorbeeld. Deze documentaire gaat over de opkomst en ondergang van het Bhagwanisme. Eigenlijk moet je dit zien als een soort van familieproject van de uit Los Angeles komende gebroeders Way; Maclain en Chapman zijn verantwoordelijk voor het script en uitvoering, terwijl Brocker zich bezig kan houden met de muziek. Hij heeft hierin al meer ervaring, en is tevens componist van meerdere projecten die hij samen met Chapman heeft gemaakt, zoals ook The Battered Bastards of Baseball.
Ondanks de luchtige Bhagwan kleuren oranje en rood, is het album meer een donker paars geheel geworden; veel duisterder dan de vrolijke tinten, en wel goed passend bij het verhaal, want ondanks de luchtige uitstraling, was het een sekte achtige organisatie, die zich ook bezig hield met criminele activiteiten. Dus geen hippie achtig geheel, maar meer diepgang in deze geheel instrumentale soundtrack.
Een titel als Guillotine zegt eigenlijk al genoeg, zonder geestelijk leider Bhagwan is de gemeenschap onthoofd, en valt deze al snel uiteen. Een ervaring welke in het verleden al vaker pijnlijk duidelijk was als een sekteleider zich in het nauw gedreven voelt, en rare fratsen uithaalt om zich veilig te stellen, met ook voorbeelden van massale zelfdoding tot gevolg. Hier is dat niet het geval, maar de openende track benadrukt het dreigende, verkeerde onderbuik gevoel goed met de opbouwende cello’s. Een deprimerend zwaar stuk, wel erg mooi, maar je voelt dat er wat gaande is. Gevolgd door het luchtiger Fashionable Leather Shoes, maar ook hier heerst het onverwachte, onvoorspelbare. Come Home sluit hier op aan, en gaat langzaam de andere kant op, door de toevoeging van piano. Bij Life For Myself is die piano de katalysator, de cello de brandstof. Meer evenwicht in Those Of Us Who Were There, maar zoals op de hele plaat, blijft de spanning en dreiging wel aanwezig, het is wachten tot wanneer deze zich weer openbaart.
The New Man klinkt anders dan wat we tot nu toe gehoord hebben; de hartslag van het geheel. Na het aansluitend stuk bij High Dessert krijg je een onverwachte rol voor de Spaanse gitaar, weer een zacht instrument, om vervolgens hard toe te slaan. Hierdoor werkt het veel effectiever. Er zit zelfs een swing in het geheel. Het veelzijdigste stuk tot nu toe van de plaat. Het gaat vervolgens meer de elektronische kant op bij Be Grateful For This Beautiful Home, waar de geluidseffecten overheersen. Church And State gaat dan weer terug naar de basis, de rust staat centraal hier. An Adventure Of My Life wijkt met zijn lengte al veel al van de overige nummers; terwijl de rest rond de 2 minuten zit, duurt deze ruim 6 minuten. Het is een samenvattend geheel van wat we tot nu toe gehoord hebben.
Spies In Overalls is de meest toegankelijke track van de plaat, wat vooral komt door het lekkere ritme. The Takeover begint dromerig, maar gaat verder als een nachtmerrie, maar wat wil je anders bij zo’n titel. Chosen People, thematisch en muzikaal een vervolg op The New Man. Daar komt het kloppende hart weer naar boven, met het nerveuse benauwend beklemmend gevoel, bijna tot een traumatische ervaring toewerkend. Bij It Was A Town blijf je verdoofd achter, en volgt een langzame opbouw naar de sfeervolle afsluiting, met de aangename pianoklanken. Het einde The Burning Ghats klinkt onverwachts weer een stuk harder, maar wel heerlijk, een mooie climax.
Wild Wild Country laat zich goed als een geheel beluisteren. De tracks sluiten goed op elkaar aan, waardoor je niet verwacht dat deze als losse composities gebruikt worden in de serie. De dreiging wordt perfect vorm gegeven door de juiste afwisseling tussen cello en piano in het eerste gedeelte. Na het meer elektronische tussenstuk gaat het weer terug naar de basis.
Brocker Way - Wild Wild Country | Klassiek | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Klaus Johann Grobe - Du Bist So Symmetrisch (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:49 uur
In de tijd van de New Wave leefde dat in bijna elk Europees land wel; de Belpop, Italo disco, Nederpop en Neue Deutsche Welle. Thema’s die terugkwamen waren vooral het milieuproblematiek met de zure regen en vervuilde stranden, de dreiging van De Koude Oorlog en de kernraketten. Zelf woonachtig in het grensgebied, en ook in Nederland sloeg de Neue Deutsche Welle flink aan, niet alleen hier, maar ook internationaal gezien. Elk jaar met Oud op Nieuw wordt er thuis aangenaam verdoofd geschakeld naar de Duitse zender ZDF om de Kultnacht te volgen met overwegend Duitse wave bands. Het leeft dus nog steeds, logisch dat Klaus Johann Grobe goed in de smaak valt. Dit is dus niet zoals verwacht een eenmansproject, maar juist een band bestaande uit Sevi Landolt en Daniel Bachmann, niet voortkomend uit de jaren 80, maar ontstaan in 2012. Zelfs niet eens van Duitse oorsprong, wat wel te verwachten valt bij het Neue Deutsche Welle, maar uit Zurich in Zwitserland. De invloeden komen wel uit het hierboven beschreven tijdperk.
Du Bist So Symmetrisch is hun derde album, en zelfs bij de vormgeving van de albumhoes zou men denken dat dit een product uit The Eighties is, muzikaal gezien uiteraard ook. Ooit zou Discogedanken futuristisch geklonken hebben, dat lijkt nu ondertussen lichtjaren geleden. Het zou zo de openingstune kunnen zijn van een Japanse tekenfilmserie van vervlogen tijden. Vette disco met nog vettere funky beats, opgehitst door die terugkomende lekkere echte bas. Eigenlijk jammer dat er bij deze track gezongen wordt, had het instrumentaal gehouden. Ja! lijkt zo van de Atari spelcomputer geplukt te zijn, een mogelijkheid die zo kan kloppen, hier vallen de vocalen wel op hun plek. Bij Der König gaat het tempo flink omhoog, en maakt de bas een meer slapping beweging, toch wel het allesbepalende instrument van de plaat. Zou Der König slaan op de hitgevoelige koning der bassisten uit de tachtiger jaren; Mark King? Dat zal dan wel niet het geval zijn geweest.
Na het eerste intermezzo schakelen we vervolgens weer over naar de bas, maar waarom dat afleidende tussenstuk? Het haalt de vaart er uit, dit zal toch niet de bedoeling zijn geweest. Von Gestern vervolgd stoerder, meer onverschillig, wat uit de neus gezongen. Voor mij had het langer mogen duren, op het einde wordt het een heerlijke discotrack. Bij Watte In Meinem Kopf maakt de beginnende speech minimaal indruk, en komt het pas echt op gang bij de relaxte zang, het lichaam maakt contact met de geest, waardoor er onbewuste dansbewegingen ontstaan. Helaas is de gesproken afsluiting net zo vreemd als de start, en door de toegevoegde geluiden ontstaat er kortsluiting tussen brein en body, met stagnatie en stilstand tot gevolg. Out Of Reach spacy gedateerd, als een haperende motor van een ruimteschip, wacht het op lancering; een dreigende aftelling zou het af maken. Overgaande in een elektronische jamsessie die je helemaal mee laat voeren in de gevoelloze ruimte. Du + Ich gaat de donkere en zwaardere kant op, de instrumenten lijken net wat lager gestemd, zonder dat het deprimerend wordt.
Het tweede tussenstuk bevalt net wat beter dan de eerste onderbreking, de overgang van het geneuriede stuk naar het instrumentale gedeelte is mooi gemaakt, maar we wachten uiteraard op Siehst Du Mich Noch?, al moet je concluderen dat dit het minste nummer van Du Bist So Symmetrisch is, een beetje inspiratieloos gefröbel, en de vocalen kunnen het ook niet reden. De brug naar Zu Spät is wel de meest geslaagde van de plaat, maar als track is het allemaal net wat te vrolijk en inhoudsloos. De drumsolo red het einde van de plaat, en is pakkend genoeg om je wakker te schudden bij An Diesem Abend, och, er valt goed te leven met de twee misstappen hiervoor, en ben dat al snel vergeten.
Op Du Bist So Symmetrisch is Sevi Landolt wel de meester. Zijn manier van basgitaar spelen trekt vrijwel terecht alle aandacht naar zich toe, verder staat het wel in de schaduw hiervan, en is het niet altijd even sterk. Voor mij is het voornamelijk een terugblik naar Neue Deutsche Welle, en de druilerige zaterdagmiddagen voor de Duitstalige buis, waar je de nagesynchroniseerde Japanse tekenfilmserie Captain Future zonder succes natuurlijk, probeert te volgen.
Klaus Johann Grobe - Du Bist So Symmetrisch | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
SX - Eros (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:49 uur
SX ofwel sex, zo is schijnbaar de bedoeling dat het uitgesproken wordt, maar dan kom je met een beetje googelen natuurlijk nooit bij dit Belgisch tweemansproject uit. Er is afscheid genomen van de drummer en de extra keyboard speler. De kern bestaat nu uit Benjamin Desmet en Stefanie Callebaut. De naam klinkt futuristisch, zoals jaren geleden bij Computer Love ook het geval was. De boodschap is min of meer hetzelfde. Door de ontwikkeling op internet en de virtual reality speeltjes, kiest deze snelle maatschappij steeds meer voor een niet visuele partner. Eros lijkt geschreven vanuit een kunstmatig gecreëerde persoon, die probeert te ontsnappen uit een denkbeeldige fantasiewereld, een hedendaagse erotisch sprookje, waar Stefanie zich als een door een computer bestuurde hologram probeert te koppelen aan een aards bestaan, als een moderne kleine zeemeermin. Klonk de elektronica in de jaren 80 nog afstandig en steriel, tegenwoordig lijkt het net alsof ook de keyboard een ziel en emoties heeft gekregen. I, Robot van Isaac Asimov vertaald naar het heden.
De jonge onschuld van het debuut Arche is verdwenen en heeft bij het derde album meer plaats gemaakt voor meer diepgang. Natuurlijk is Stefanie Callebaut bijna tien jaar ouder, en klinkt ze begrijpelijk een stuk volwassener. Eros is verlangen naar elkaar, maar verwacht geen standaard liefdesliedjes. Eigenlijk wordt bij vrijwel elke track de liefdesdaad beschreven, om het maar netjes aan te geven. Het gevoel en zelfs de lichamelijke reactie die het letterlijk, zoals het gekreun in Falling, en figuurlijk oproept. Dit is een plaat voor intieme momenten, waar SX zich geheel overgeeft aan de erotiek. Over hun relatie doen Desmet en Callebaut erg geheimzinnig; of we hier daadwerkelijk met minnaars te maken hebben, laten ze in het midden. Maar de softe muzikale vormgeving van Desmet sluit wel perfect aan bij de verwoording van Callebaut. Eigenlijk best vreemd dat er juist daar niet open over gesproken wordt, terwijl tekstueel wel zichzelf helemaal bloot wordt gegeven. Op de momenten dat er uit de sensuele roes wordt ontwaakt, en er ruimte lijkt te komen tot de realiteit, klinkt het muzikaal gelijk een stuk harder, zoals in Real Life. De muziek openbaart zich hier als een stoorzender, en ook de zang is gelijk een stuk wantrouwiger. Zo ook bij het meer dan geweldige The Dancers, waar het allemaal wat duisterder, gedurfder en gevaarlijker klinkt, en door die combinatie terecht gezien mag worden als de beste track van de plaat.
Eros heeft niet zo’n pakkende single als Black Video van het debuut Arche, maar verder spreekt de plaat meer aan. Thematisch is het tot in de puntjes uitgewerkt, en wat we hier voorgeschoteld krijgen is niet een volledige maaltijd, maar alleen het lekkere toetje, inclusief de slagroom en kers. Soms wil je ook alleen genieten, en ongeremd los gaan. Eros is daar een goed verslag van. De basis ligt in de jaren 80 en sluit aan bij de synthpop uit deze periode, maar verder zit er ook een flinke dosis darkwave in verwerkt ondersteund met hier en daar wat triphop en new age van ongeveer 10 jaar later. Het laat zich leiden tot een mooi harmonisch geheel.
SX - Eros | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Laibach - The Sound of Music (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:49 uur
Laibach heeft geen verdere introductie nodig. Wil je er meer over lezen, dan raad ik de recensies van Frank Gesink aan, geschreven bij Spectre en Also Sprach Zarathustra. Daar gaat hij dieper in op de achtergrond en oorsprong van deze band. Werden al eerder Let It Be van The Beatles op een geslaagde manier en Sympathy For The Devil, minder geslaagd, onder handen genomen. Nu is de musical ofwel film The Sound Of Music van Richard Rodgers & Oscar Hammerstein II aan de beurt. Hier geen huppelende Julie Andrews die over de velden zweeft, maar de Sloveen Milan Fras die de arme jonge Edelweiss plantjes onder zijn zware legerkistjes verpletterd. Mooi net voor de feestdagen uitgebracht, waardoor je de mogelijkheid hebt om bij de schoonouders deze The Sound Of Music met de kerstdagen in de cd speler te stoppen, hopend dat we niet massaal naar de Duitse televisie overschakelen naar de nagesynchroniseerde filmversie, gevolgd door het even zoete Sisi.
Toch is het luide industriële kenmerkende karakter van Laibach hier helemaal niet meer aanwezig, en hebben we te maken met een behoorlijk toegankelijke plaat. Zelfs een, die wel bij je schoonouders in de smaak kan vallen. Helaas hier geen zang van Mina Špiler, die met haar stem veel toevoegde, maar wel een komische rol voor Boris Benko van de Sloveense synthpopband Silence als jodelende schaapherder in The Lonely Goatherd. Met Benko werd op Volk ook al mee gewerkt, en die samenwerking zet zich hier voort op meerdere albumtracks.
Het titelnummer begint als een piano ballad, een evergreen die zo zou kunnen passen op een verzamelplaat om het oude jaar te eindigen, en het nieuwe te vieren, inclusief vuurwerk, champagne en confetti. Is dit Laibach? Voorheen zouden de niet liefhebbers van hun sound snel naar de winkel terug rennen als de verkoper per ongeluk een verkeerde Let It Be in het hoesje had gestopt, nu gaan juist de grote fans twijfelen bij de eerste minuut van The Sound Of Music, pas als Milan Fran mee gaat brommen, hoor je weer iets van het vertrouwde geluid terug. Een aangename verwelkoming, voor mij staat hij symbool voor Laibach. We schakelen via een storende radiozender met slecht ontvangst vervolgens over op Climb Ev’ry Mountain die is wel wat zwaarder en meer elektronisch qua aanzet. Toch is de toon verder best luchtig met de licht verteerbare keyboardklanken. Eigenlijk is dit heel mooi in opbouw, op het einde gaan we voorzichtig wat de noise kant op inclusief dreigende samplers.
Nooit eerder heeft het huppelende Do-Re-Mi zo sfeervol geklonken. Wat heb ik normaal een grote hekel aan dit kinderliedje, welke je verplicht werd om op de lagere school als canon te zingen, en wat keek die muzieklerares dan weer gelukkig. Maar ook hier moet het verplichte koortje weer komen opdraven. Ondertussen besef je wel wat er door die jonge hoofdjes heen moet gaan, zeker met dat woeste, ongemakkelijke hoofd van Fran voor je, die waarschijnlijk net zoveel moeite heeft met de situatie als de jonge scholieren.Edelweiss klinkt best erg fout; alle kitscherige elementen uit de jaren 80 hitlijsten waar men zich nu voor schaamt zijn terug te vinden. Een bijna erotisch kreunend door Benko gezongen intro, gevolgd door een mechanisch, sterk aangezette bas lijn, met drums die waarschijnlijk uit datzelfde kastje komen; ergens op de achtergrond klinkt nog eventjes een weg gefrommelde vrouwenstem. Het gevoelige aangezette My Favorite Things is sterk door de aanwezigheid van het koor, en de bijna orkestrale begeleiding. Het kost de nodige moeite om kinderen met meer diepgang en emotie te laten zingen, hier heerst nog de onbevangen vrolijkheid. Wonderbaarlijk lukt het Laibach hier wel, zonder als een parodie over te komen; natuurlijk doet die piano ook veel goeds.
Bij The Lonely Goatherd moet je glimlachen, niet de beste track, maar hier blijft het refrein wel in je hoofd hangen, uiteraard ook door het gejodel. Nam ik het vorige nummer nog serieus, hier is dat niet mogelijk. Het pingelend geluid wat je op de achtergrond hoort versterkt het Good Feeling stuiterbal gevoel. Dan gaan we meer de diepte in met Sixteen Going on Seventeen, een beetje electronic cyberpunk geheel, inclusief jonge triphop minded vrouwenzang van Marina Mårtensson, en ook hier domineert het jaren 80 gevoel met die tweede mannelijke zangstem, net iets te gladjes, maar daardoor wel lekker, en natuurlijk mompelt Fras ook nog een gedeelte mee. Met So Long, Farewell hadden ze prima kunnen afsluiten; ook hier zijn de Von Trappjes weer aanwezig. Maar Laibach is schijnbaar nog niet van plan om er het bijltje bij neer te gooien, dus krijgen we nog een reprise in Maria / Korea, waar toch nog wordt terug gegrepen op het bezoek in Noord Korea. De Noord Koreaanse invloeden komen op het einde meer terug. Laibach heeft als eerste Westerse rockband daar opgetreden, al is Laibach van oorsprong zeker niet Westers. De goede documentaire Liberation Day geeft hier een open en duidelijk verslag van weer, een aanrader om eens te kijken.
Maria lijkt zich uiteindelijk in het echt te verbinden met een kleine Koreaanse kerel, waar als nageslacht nog twee geboortes uit voort komen. Eerst het traditionele Koreaanse folksong Arirang, welke hier als Oosters stuk muziek gemakkelijk wordt omgezet tot een Westers geheel. Heel duidelijk bedoeld als eerbetoon aan de ongemakkelijke gastvrijheid van het land. Vervolgens volgt The Sound of Gayageum, een typisch Koreaans twaalf snarig instrument, welke je hier in een disco variant terug hoort, heb hier sterk een Monte Carlo circus gevoel bij. De Welcome Speech is op het randje, eigenlijk wordt de band hier tot aan de grond afgemaakt. Laibach humor om deze juist niet verwelkomende speech juist te gebruiken.
The Sound of Music is een goede plaat geworden, al zijn de industriële invloeden van voorheen ver te zoeken. Toch hadden ze beter kunnen stoppen na Maria, de Noord Koreaanse nummers sluiten niet echt mooi aan. Blijkbaar heeft hun bezoek daar niet genoeg inspiratie opgeleverd om een hele plaat te vullen, maar voelt het nu als een verplichting om iets terug te doen voor dat land. Een mooi vriendelijk gebaar, maar verder niet echt passend op het album.
Laibach - The Sound Of Music | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Josephine Foster - Faithful Fairy Harmony (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:49 uur
Josephine Foster’s nieuwe album Faithful Fairy Harmony heeft vrijwel geen raakvlakken met de huidige tijd, op Challenger na waarschijnlijk, alsof je ergens een oude tape terugvind, van voor zelfs de Eerste Wereldoorlog. Folk van vervlogen tijden, zelfs de opnametechniek doet oud aan. Ook de keuze van de instrumentatie is anders dan gemiddeld. Tja, wat hoor je dan precies? Moeilijk te zeggen, maar laten we het beschrijven als een trektocht door verschillende Amerikaanse staten, waar op zoek wordt gegaan naar vergeten cultuurelementen van wel bekende muzikale stromingen. Een eigenaardige mix tussen Folk, Country en zelfs Musical achtige stukken, waar de dromerige stem van Josephine Foster een hoofdrol vertolkt.
Terug naar de realiteit, de zangeres is zelfs een jaar jonger dan schrijvende, maar lijkt een volle gewichtige rugzak met levenservaringen mee te dragen. Een oude geest in een relatief gezien jong lichaam. Deze Amerikaanse singer-songwriter is geboren in Colorado, de staat bekend om de vele bergen en uitgestrekte vlaktes. De vertelster is op zoek gegaan naar de juiste muzikale klanken die bij haar eigenzinnige stem passen. Voor een vrouw heeft ze een stem die zich onderscheid van anderen. Ondanks de veelal hoge uithalen, zit er ook een aparte, niet te plaatsen diepte in haar geluid. De muzikale basis wordt gevormd door gitarist Victor Herrero, pedal steel gitarist Chris Scruggs, bassist Jon Estes en Gyða Valtýsdóttir op cello. Zelf is Foster verantwoordelijk voor de overige gitaarpartijen, harp, piano (de hoofdrol op The Peak Of Paradise), en orgel. Hoor je dan nog instrumenten terug die niet genoemd zijn, dan worden deze ingespeeld door leden van de folky rockband The Cherry Blossoms, waarmee ze in 2007 zelf een album opnam.
Het basisuitgangspunt is folk, maar daaraan koppelt ze meerdere muzikale stijlen, en stelt ze haar eigen Songbook samen. Waarom de traditionals tot aan het bot afkluiven en reproduceren? Als je een goed gerecht in een sterrenrestaurant hebt geconsumeerd, breng je de resten toch ook niet naar de keuken, met het verzoek aan de kok om hier een nieuw gerecht van te maken. Dit is allemaal een stuk gedurfder, en uiteraard valt niet alles even geslaagd uit, maar er staat meer dan genoeg genietbaars tussen.
Soothsayer Song heeft iets van een klassieke Disney song. De harp geeft het een kindvriendelijke dimensie, en zou prima passen op een soundtrack van een oudere tekenfilm of aan het einde van een musical. Het laatste stuk is bijna vrolijk te noemen, al klinkt de zang ook wat angst aanjagend. Niet alle sprookjes lopen goed af. Met A Little Song gaat ze meer de diepte in, gericht voor in een rokerige (al weet ik niet of deze in de huidige tijd nog bestaan) chique nachtclub, uitgevoerd door een onopvallende jazz pianiste. Inderdaad klein en kwetsbaar. Bij Pearl In Oyster overheerst het gevoel op bezoek te zijn, ergens in een lege kathedraal, waar ooit de deuren wijd open stonden, en waar je nu alleen op afspraak binnen mag komen. Force Divine en is country, maar dan op een folky way gespeeld, wat nog beter later tot zijn recht komt bij Indian Burn, al zit Foster vocaal wel over het randje.
De warme tracks met orgel begeleiding springen er voor mij wel boven uit. Met een paar vingeraanrakingen heb je het vermogen om een hele ruimte sfeervol te vullen, door de lucht die zich door de pijpen vermengt met het spaarzame zuurstofgehalte, en min of meer een wordt. Shepherd Moon of Starry Height en het prachtige grimmig opbouwende Lord Of Love zijn de beste voorbeelden, je hoort het instrument gewoon ademen. Deze en ook All Pales Next to You met de spookachtige begeleiding, die een soortgelijk heerlijk gevoel geeft, zijn de muzikale krachtpatsers hier.
Faithful Fairy Harmony is qua speelduur met ruim 75 minuten, en maar liefst 18 tracks wel aan de lange kant. Niet alles weet even sterk te overtuigen, een amputatie van de minder geslaagde songs zou een sterker geheel vormen. Ook omdat Foster stemtechnisch erg vaak de hoogte opzoekt, roept dat af en toe ook wat irritaties op.
Josephine Foster - Faithful Fairy Harmony | Roots | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Grand East - What a Man (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:48 uur
The Grand East lijkt in eerste instantie een vrij nieuwe band, welke na Movano Camerata nu hun tweede album What A Man uitbrengt. Toch is deze uit het Twentse Diepenheimse klei komende rockband voorheen actief geweest als Texas Radio, waarvan ik uitgaande van zang van Arthur Akkermans verwacht dat deze genoemd is naar het The Doors nummer Texas Radio and the Big Beat. Onder die naam brachten ze in 2013 al een gelijknamig debuut uit.
Na een twijfelachtig orgel intro valt al snel het hakwerk van drummer Imanishi Kleinmeulman in bij Away. Arthur Akkermans lijkt zich met zijn harde bluesy stem vrij gemakkelijk door het geheel heen te werken, alsof hij al jaren zich manoeuvreert aan de top van Nederlandse zangers. Hij heeft een ruig, rockende stem, zonder dat het echt smerig wordt. Toch is The Grand East helaas nog relatief onbekend in ons landje, al zou je met het volwassen overtuigende resultaat anders verwachten. De psychedelica druipt als een in een illegale drankstokerij gebrouwen rum mengsel stroperig de aderen binnen, en lest de dorstgevoelens naar het verlangen naar een hogere dosering van het goedje. Apocalypse Now wordt gedragen door het sterke gitaarwerk van Niek Cival, hij weet je te betoveren met een jaren seventig Santana achtig spel, waar de aanvulling van de percussie zorgt voor een typische Latin Rock geluid met tevens ruimte voor wat Fusion.
Titelnummer What A Man klinkt veel toegankelijker, een sensueel voort beukende hedendaagse track, waar zelfs een gemiddelde indieband zich gelukkig mee zal prijzen. Eigenlijk haalt deze het tempo er uit, duidelijk gericht voor de commerciële radio, en daardoor waarschijnlijk ook als single gekozen, en niet geheel representatief voor de rest van de plaat. Gelukkig krijgen we nog even een onverwacht cadeautje met de door distortion en fudge gevoede gitaar. Hitgevoelig? Jazeker! Het dromerige akoestische gitaar begin van Sweet Boy nodigt uit tot een smeriger vervolg, welke halverwege aarzelend van zich laat horen, maar uiteindelijk een weg naar buiten vind in het psychedelische droog funkende bas spel, omringt door betoverende orgelklanken van Joris van den Berg.
Datzelfde orgel krijgt een nog veel grotere rol in het opvolgende Who Is Joe, welke hierdoor een heerlijke swing krijgt toe geëigend. Arthur Akkermans klinkt nog rauwer en doorleefder. De vertraging inclusief vreemde geluiden aan het einde doet helaas wat afbreuk aan het geheel, had van mij niet gehoeven. I’ve Been Young is wat lomper, swamp voorttrekkend geheel, sloom voortbewegend door de stroperige sound, welke toch weer heerlijk sleazy en dirty wordt. Je waant je in North Carolina, broeierig en koortsig. Tegen het einde lijken ze het licht gevonden te hebben, en breekt de zon door in de gespeelde duisternis. Eigenlijk weer het zoveelste hoogtepunt op deze toch al niet misselijke plaat.
Magic Surf is psychedelische madness, met zoals de titel al aangeeft duidelijke surf invloeden, ook al heeft het duidelijk een garagerock karakter, heerlijk ongeremd los gaan als in een goed getimede jamsessie. Hierdoor klinkt het als compromisloze punkmuziek, met een onverschillige Do It Yourself houding naar de wereld; inclusief uitgestoken middelvinger. Met Straaljager wijken ze met een knipoog af van de verder Engelse songtitels, gelukkig is de song niet in onze voertaal, of in Twents dialect. Hier hoor je meer de rol van bassist Teun Eijsink in het geheel, die verder een onderschikkende rol lijkt te hebben, hier leidt hij duidelijk hoorbaar als een dirigent het geheel in de juiste startbaan. Straaljager laat zich beluisteren als een ode aan een mooie vrouw, nog sensueler dan het titelnummer, zeg maar de Long Blond Animal van The Grand East.
Burn Away heeft een funky ritme ondersteuning, en grijpt erg terug naar de hits die onze eigen binnenlandse acts in de jaren zeventig wisten te produceren, en daarmee zich zelfs zoals Golden Earring en Shocking Blue in de lijsten van de Verenigde Staten een plek weten te veroveren. Een soort van mix tussen oer Hollands en ruig Amerikaans. Hier werkt het effectenpedaal wel goed, en wordt hij nog lekker eventjes ingetrapt. Met het Burt Bacharach achtige gearrangeerde Feels Like I’m Flying sluit What A Man af, maar deze bijna gecroonde song met vette knipoog had van mij achterwege mogen blijven, net zoals de vals eindigend trompet die het album afrond. Ik hou niet zo van dit soort geintjes. Dan is de woordgrap Straaljager een stuk beter gevonden.
Ondanks dat hij zelf pas halverwege de twintig is, weet geluidsarchitect Pablo van de Poel zich wel al een oude rot in het vak te noemen. Als frontman van DeWollf heeft hij al zes albums uitgebracht, dus aan ervaring geen gebrek. Hier weet hij ook het Bluesrock geluid mooi vorm te geven, met als voorbeelden duidelijk de jaren zeventig acts, die rond kerst nog steeds weten te domineren in de Top zoveel Aller Tijden lijstjes. Feit dus dat er nog steeds genoeg animo voor deze muziek is, al zal het merendeel van die luisteraars minder open staan voor nieuwere bands, en zich conservatief vast klampen aan het vroeger was alles beter gevoel. Onder zijn vleugels klinkt The Grand East misschien wel net zo vertrouwd als zijn eigen band. Hopelijk een band die we vaker terug zullen horen. Nu nog voorzichtig de hand van Pablo van de Poel vast houdend, maar die mogen ze in het vervolg wel los laten.
The Grand East - What a Man | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Dead Can Dance - Dionysus (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:48 uur
De ontwikkeling van Dead Can Dance is bijna bovenaards te noemen. Als beginnende post-punk band met eigen karakter lieten ze al en sterke indruk achter met het voor mij onovertroffen In Power We Entrust the Love Advocated met Brendan Perry op zang. Al zal hiermee veel liefhebbers voor de kop gestoten worden, die meer hebben met de engelachtige zang, want zo moet dat wezen wel klinken, van Lisa Gerrard in het Magnus Opus genaamd The Host of Seraphim. De track maakte hier voornamelijk indruk bij het geslaagde einde van The Mist, eem film die verder tegenviel. Dead Can Dance die zich ondertussen verder ontwikkelde via een meer traditioneel Middeleeuws geluid en vervolgens kennis liet maken met de samenvlechting van meer Oosterse culturen tot weer een prachtig geheel. Na zestien jaar van stilte het geboortekaartje afleverde van een nakomeling genaamd Anastasis, behoorlijk broeierig, maar oh zo sfeervol.
Nu, weer ruim vijf jaar later is er dan vrij onverwachts Dionysus, die minder verrassend werkt, wat zeker met het volgende te maken heeft. Dead Can Dance maakte live veel indruk door de veelzijdigheid van instrumenten op het podium, hier weten ze dat geluid, duidelijk hoorbaar op een kunstmatige manier te produceren. Met behulp van drumcomputer, keyboard, synthesizer en andere elektronische hulpmiddelen. Van veel bands kan je dit prima hebben, maar bij een act als Dead Can Dance, waar de echtheid een grote rol speelde, heb ik hier veel meer moeite mee. Dionysus is een plaat die bestaat uit twee tracks, welke weer onderverdeeld zijn in meerdere stukken.
Dionysus is een mythische Griekse God met een behoorlijk menselijk karakter. De mengeling van zwakheid en moed, van weelderigheid en kracht komt vooral naar boven; gesymboliseerd in de druif. Net als bij Bacchus staan de door alcohol overheersende (wijn)feesten centraal. Niet alleen de positieve effecten van dit genotsmiddel staan komen aan bod, ook zijn er in zijn omzwervingen genoeg negatieve gevolgen bekend. Het uitbundige, bijna manische feestgevoel hoor je terug, maar ook is er genoeg ruimte voor de meer donkere kanten van zijn geschiedenis.
De puurheid zit gevangen in een gouden kooitje, en de kunstmatige vogelgeluiden werken niet in het voordeel. De keizer van het sprookje De Chinese Nachtegaal verlangde uiteindelijk ook naar het originele gefluit, en niet naar het mechanische blikken geluid. Bij het begin van Liberator Of Minds moet ik hier heel sterk aan denken, de tekstloze klaagzang van Gerrard roept een wanhopig sfeertje op, als rouwende vrouwen die treuren om hun stervende leider. Eigenlijk vat dit lied Dionysus het beste samen. De behoefte naar echtheid is sterk aanwezig, al is het verder een behoorlijke goede plaat. Je hoort wel alle genoemde invloeden hier in terug; het Oosterse sabeldans achtige, het meer statische Middeleeuwse theatrale, en zelfs het trieste zware post-punk.
Al snel tijdens opener Sea Born komt dit gemis pijnlijk naar boven drijven; het repeterende drumgeluid klinkt net niet krachtig genoeg, zelfs wat aan de vlakke kant, zonde, want verder heeft het een prima spannende opbouw. Ook de ondersteunende menselijke klanken lijken door de blender gehaald te zijn gevormd tot een smoothie in de nog experimentele fase; wel lekker, maar niet luchtig genoeg, te zoet, en er mist een onderscheidend ingrediënt, welke het net wat pittiger hoort te maken. Volgens mij zijn het allemaal bestaande sample fragmenten van andere songs, waar Gerrard haar kunsten laat horen. Na meerdere luisterbeurten pakt het mij wel, maar het blijft even wennen. Het einde is heerlijk duister en mysterieus.
Dance Of The Bacchantes zou gebruikt kunnen worden als dansbewegingen voor een inheemse gevechtssport, waar het eerbied hebben voor je tegenstander op de voorgrond staat. Een mix tussen tribal, trance en zelfs toegankelijke nineties industrial, door de vrolijke klanken is het allemaal een wat minder zwaar muzikaal hoogstandje. Tot hier toe de a-kant, Act 1 genaamd.
Was er daar nog sprake van het gevoel van een nazomer, bij Act 2 duiken we wel gelijk de deprimerende herfst in. The Mountain heeft een prachtige opbouw, maar echt warm van binnen wordt je toch pas als je Brendan Perry eindelijk hoort zingen. Vervolgens valt ook Lisa Gerrard in, maar je hoort dan dat ouderdom misschien wel de voorbede is voor meer wijsheid, ook hier hoor je slijtage in haar stem. Weg is het engelengeluid, daarvoor is het meer hulpeloze breekbare in de plaats gekomen. Even slikken, maar vervolgens heb je er wel vrede mee. Zo aards heeft ze nog nooit eerder geklonken, en opeens hebben we te maken met een medemens; en niet met een overkoepelende kracht, meer herkenning.
Bij The Invocation gaat ze daar mee door, maar hier klinkt het net allemaal wat meer Oost Europees, al is hier het zelfvertrouwen wel aanwezig. Eigenlijk heeft dit wel wat, ze domineert de achtergrondkoortjes, die nog jong en fris klinken; alsof er een betrouwbare oudere hogepriesteres ze langzaam in hypnose wiegt.
Als in een goed huwelijk worden de rollen gelijkwaardig verdeeld, dus bij The Forest wordt de microfoon weer overhandigd aan Perry, die wel nog net zo jeugdig klinkt als vijfendertig jaar geleden. Wat blijft het een genot om zijn rustgevende diepe stem te horen.
Afsluiter Psychopomp heeft net een te lang intro, en het duurt hierdoor een hele tijd voordat er echt wat gebeurd, zonder Perry zou het ook een heel stuk minder scoren bij mij. Ook hier geeft zijn geluid een warme mediterende werking, die je doet verlangen naar eenheid met lichaam en geest. Dit klinkt wat spiritueel, maar anders is het niet te verwoorden. Gerrard zit hier mooi verwerkt in de achtergrond, en rond het als in een cirkel perfect af.
Werd er bij de a-kant nog behoorlijk aan het fake gebeuren gestoord, bij de b-kant is dit gevoel echter totaal niet aanwezig. Het zal dan toch te maken hebben met de zang, die hier weer prominent aanwezig is. Dead Can Dance heeft twee zangers, met beide een eigenzinnig geluid. Gerrard moet haar beperkingen inzien en het een waarde oordeel geven en concluderen dat Perry beter past in zijn rol als leadzanger. Bij hem is nog steeds groei mogelijk, maar eerst moet dat zelfbeeld onder controle zijn, en de acceptatie er zijn van de muzikale partner.
Dead Can Dance - Dionysus | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Ruby Throat - Stone Dress (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:47 uur
KatieJane Garside is vooral bekend als frontvrouw van Daisy Chainsaw, een iets wat hysterischen en opgefokte Britse noiseband uit de jaren 90. Vervolgens niks meer van gehoord, met heel wat minder ruis verdween deze al snel naar de achtergrond. Blijkbaar werd er een doorstart gemaakt met Queenadreena, waarbij ze bleef samenwerken met gitarist Crispin Gray. Haar uiterlijk werkte niet echt in het voordeel, vaak werd ze neer gezet als een drugs adorerend popsterretje, totaal de weg kwijt, waarbij het onduidelijk was of dit de realiteit was, of een gimmick. Min of meer verbaasd dat ze nog steeds actief is in de muziek business, een voortijdig overlijden lag meer binnen het verwachtingspatroon van deze dame. Stone Dress is echter alweer het vijfde album onder de naam Ruby Throat, een samenwerking met de Amerikaanse gitarist Chris Whittingham. Hij is niet alleen muzikaal haar partner, maar tevens de vader van haar twee kinderen. Privé heeft KatieJane Garside in ieder geval meer rust in haar leven gevonden.
Het is allemaal wat kleiner en intiemer van opzet, bijna folky, zonder aan kracht te verliezen. Als een onschuldig eendagsvlindertje dartelt ze rond in de titelsong Stone Dress. De muzikale begeleiding doet wat alt-country aan door het lap steel gitaarspel van Whittingham. Toch overheerst hier nog steeds het donkere gevoel, maar is mevrouw Garside ondertussen tot het besef gekomen dat ze niet haar demonen de hele tijd van zich af hoeft te schreeuwen. Maar zo gauw de duisternis zijn intrede doet zoals in het bedrieglijke Dog Song veranderd ze al snel in een verraderlijke nachtmot. De cocon waar ze een weg naar buiten heeft gevochten, ligt erbij als een bebloed karkas. Er hangt een gruwelijk sfeertje over heen, alsof een rottend lijk in de moerassen van de Great Dismal Swamp in Virginia, een gedetailleerd verslag doet van haar laatste levensuren met haar wantrouwende minnaar. De stemverheffing wordt onverwachts ingezet, met het effect dat het intenser over komt, en levert daardoor meer resultaat op dan in een heel nummer overstuur te klinken. Toch ligt de kracht wel degelijk in de vocalen, welke eigenlijk vrijwel kapot gezongen zijn, en hierdoor een breekbaarheid bezitten die alleen maar veroorzaakt kunnen zijn door een roekeloze levensstijl. Stone Dress laat zich openbaren als een soort van Murder Ballads plaat, maar dan beleeft vanuit de niet geheel onschuldige slachtofferrol. De Britse invloeden zijn vrijwel geheel verdwenen, en het Amerikaanse broeierige gevoel overheerst. De perfecte soundtrack voor een film noir, ontstaan uit een David Lynch achtige verhaallijn. Vreemd eigenlijk dat het stel zich wel gesetteld heeft in Londen, muzikaal gezien hoor je dit dus totaal niet terug.
KatieJane Garside laat hier met Stone Dress horen dat ze zich kan meten met de rockchicks die in de jaren 90 het alternatieve circuit domineren, en waarbij het merendeel gekozen heeft voor een rustiger vervolg. Ruby Throat bijt als zout in een open wond, maar is vervolgens weer zalvend als honing. Ze weet een intens gevoel over te brengen, wat intieme maar ook confronterende reacties oproept. Eigenlijk is het prachtig hoe ze juist zo dicht bij zichzelf probeert te blijven. Het clichématige welke ze bij mij op een minder prettige manier opriep bij Daisy Chainsaw, is nu vervangen door een geloofwaardige puurheid, al moet de rol van Chris Whittingham ook niet onderschat worden. Ondanks dat zijn roots in Hawaii liggen klinkt hij hier als een doorleefde stadscowboy.
Ruby Throat - Stone Dress | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Straight Arrows - On Top! (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:47 uur
Straight Arrows klinken als een stel jonge honden die voor het eerste keer mogen ravotten op het gazon, maar deze in Sydney, Australië gevormde band is ruim tien jaar actief, en brengt al hun derde plaat uit. Geweldig dat ze het enthousiasme van een debuterende groep weten vast te houden, in het fris klinkende, maar met oudere invloeden overheersende On Top! Zanger Owen Penglis beheerst behalve een prettige aangename stem ook verder genoeg andere kwaliteiten op creatief gebied. Met zijn ervaringen als drummer, gitarist en mondharmonica lijkt het mij duidelijk dat hij de spil is in het muzikale netwerk.
Verwacht echter geen plaat die gedomineerd wordt door een enkel geluid, maar een album welke zich laat luisteren als een schizofreen geheel, waar we van de ene muziekstroming met gemak overstappen in een weer andere stijl. Dit alles in een boven gemiddeld tempo. Het goed aansluitend retrojasje wordt gecombineerd met kledingstukken uit verschillende decennia. Niet zozeer mode bewust, als het maar past en lekker zit.
Als een TGV sneltrein uit de jaren 90 gaat On Top! van start in het punkrock klinkende Nothing To Me, al rokend en ronkend wordt het gaspedaal ingetrapt tot het Ben je helemaal gek geworden? niveau. Dat zelfde roept het ultra korte Headache ook op, al is deze punkhouding weer meer schatplichtig aan de door Myspace via internet veroverde acts die halverwege het eerste decennia van deze eeuw van zich lieten horen. Eigenlijk is er op dat gebied niet veel veranderd, Straight Arrows werkt hoofdzakelijk samen met het hedendaagse vergelijkbare Bandcamp. Het intro van Gun Man komt duidelijk uit het Beginnend Leren Gitaar Spelen Met Ome Lou (Reed) muziekboek, als smerige relaxte rock & roll, met de distortion op standje net acceptabel.
De sound heeft een heerlijke jaren zestig galm welke producer Nick Franklin in zijn studio goed heeft weten vast te leggen. Mede hierdoor gaat de gedachte regelmatig terug naar het jaren zestig psychedelische garagerock gevoel, hoorbaar in Bound To Lose en het meer opgefokte Turpentine, maar ook de merseybeat uit dezelfde periode heeft een aangename rol in On Top! met als beste voorbeeld het afsluitende Deadweight met een geweldig stukje metalen emoties, op maat gevormd door de ademhalingsoefeningen van Penglis.
Ook tappen ze uit hetzelfde vat als de Madchester scene omstreeks begin jaren 90 zoals in 21st Century en The One, al lag daar de klemtoon meer gericht op de dance, hier op de wat hardere rock met in de hoofdrol het drumwerk van Adam Williams. Het brutale onverschillig klinkende met echo’s overvoede Buried Again heeft niet alleen in zang raakvlakken met de nonchalante Britpop van de jaren 90, waar zangers zich door hun houding letterlijk en figuurlijk keerden tegen het publiek, zelfs de gitaar klinkt identiek.
Onbegrijpelijk dat dezelfde groep muzikanten ook in staat zijn om een swingend blues nummer te presenteren als het inclusief met mondharmonica geblazen The One, waar Penglis verrekte goed mee weg komt. Out And Down daar in tegen heeft invloeden uit de positieve postpunk die zich vanaf 1980 als vaandeldragers met witte vlaggen zich manifesteren als tegenhangers van het eind jaren zeventig opkomende doemdenkers die zich als grauwe fabrieksarbeiders presenteren.
Ondanks dat vaak de indruk aanwezig is dat je aan het bladeren bent in een encyclopedie van de popmuziek, en alle bruikbare informatie gemarkeerd en toegepast wordt, levert het een waardige plaat op. Nergens origineel te noemen, maar wel eentje die je vanwege het toegankelijke luisterbaarheidsgehalte gemakkelijk laat draaien. Voor een veertiger zoals schrijvende hier een aangename A Trip Down Memory Lane, waarbij zijn vader van twintig jaar ouder juist weer herinneringen ophaalt uit een ander tijdsbeeld. Zou Straight Arrows uit muziekstad Londen komen, dan zou de kans op naamsbekendheid veel groter zijn geweest, nu hebben ze de pech dat deze hooguit op het continent Australië beperkt blijft.
Straight Arrows - On Top! | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Molly Nilsson - 2020 (2018) 3,5
Alternatieve titel: Twenty Twenty, 30 juli 2020, 15:47 uur
Molly Nilsson is opgegroeid in Stockholm, Zweden, maar voor haar muzikale ontwikkeling verhuist ze naar Berlijn, waar ze zelfs haar eigen label Dark Skies Association opzette. 2020 ademt in alles het jaren tachtig gevoel uit. De kilte van het Duitsland van voor de val van De Muur, met als thematiek eenzaamheid en onbereikbare liefde.
Het idee voor 2020 ontstond tijdens een overnachting op de luchthaven van Tokyo, waar grote neonletters haar toelachten met het magische jaartal. Al druk gaande met de komende Olympische Zomerspelen in het jaar van de rat. Met deze gegevens kijk ik in ieder geval anders aan tegen de tracks. Het positivisme ga ik meer zien als een roeping tot een eenheid van de wereld. Heel zweverig allemaal, met die mooie boodschap op de voorgrond, een groot We Are The World gehalte.
Toch is het allemaal een stuk maatschappelijk kritischer dan op het eerste gehoor over komt. Geen luchtig geheel, maar juist een zware bevalling. Every Night Is New is een terugblik naar 30 jaar geleden. De wereld stond aan het begin van het kapitalistische tijdperk, er waren geen zorgen meer, en elke dag sloot af met de nacht, om vervolgens zorgeloos verder te leven. De jaren tachtig waren dood, Viva The Nineties. A Slice Of Lemon is een desperaat liedje over een onbereikbaar persoon. Het blijft echt een vrouwending om over liefdesverdriet te zingen, met daarin de onnodige hoeveelheid aan tranen. Anderzijds kan ik het beoordelen als een ode aan de puberteit, de eerste problemen in een tot volwassendom ontwikkeld meisje.
Out Of The Blue (For My Father) lijkt over verlies te gaan, de vader die op een luchthaven wacht om vervolgens weg te vliegen, kan tevens symbool staan voor het definitieve afscheid van een dierbare. Your Shyness is eenzaamheid, verbitterd en verlegen jezelf afzonderen, door het dragen van een Kajagoogoo T-shirt met daarop de afdruk van hun grote hit TOO SHY, waarmee je het op een prachtige ironische manier nogmaals benadrukt.
Bij Serious Flowers gaat het dagboek uit de jeugd weer open, een hoog ik hou van jou en blijf je trouw gehalte, ook al kies je voor iemand anders, ik respecteer je keuze. Te zoetsappig voor woorden. Zoek die kerel op, en overtuig met een passievolle One Night Stand, en laat hem vervolgens snakken naar je, voordat jij juist zegt dat hij niet goed genoeg voor je is. Wat Molly mist in haar bestaan is spanning, en daar ontbreekt het hier ook wel aan. In I’m Your Fan komt de poëet naar boven, met een gedicht in haar handen stalkt ze van een te grote afstand een idool. Een soort van zolderkamer romantiek.
Gun Control is het opzoeken van nostalgische waardes en tot de ontdekking komen dat je als dertiger teveel hebt laten liggen, je de levensvraag stellen of je de idealen bereikt hebt, en de jeugd het advies gevend het anders te doen. Days Of Dust gaat over het verwerken van de zoveelste teleurstelling op relationeel vlak. Een partner die de triestheid van haar leven niet wil delen en ontsnapt uit de gevangenis die Molly Nilsson om zich heen gecreëerd heeft. En dan op het einde is er toch nog sprake van een beetje hoop.
Blinded By The Light is een kleine glimlach, door pessimisme zich niet open durven te stellen aan het dominerende licht om haar heen. Breek af die muur en laat de flikkerende discobol je verblinden, en uitnodigen voor een laatste dans.
2020 is een deprimerend, maar wel realistisch verslag van een jong volwassen vrouw, die terug kijkt op de jaren, en zich probeert uit een midlife crisis te houden. Het verlangen naar een betere evenwichtige toekomst is de kernzin die mij juist het meeste bij blijft. En toch kan ik met veel plezier naar 2020 luisteren. Ook hier roept het nostalgie op, de synthesizers geven perfect de jaren 80 weer. Knap voor een artiest die zelf wat mysterieus over haar leeftijd is, maar rond 1984/1985 geboren is, dus zelf te jong is om deze periode meegemaakt te hebben, maar het wel juist verwoord.
Molly Nilsson - 2020 | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
The Aints! - The Church of Simultaneous Existence (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:46 uur
De muzikale loopbaan van Ed Kuepper begint begin jaren 70 bij de Australische punkband The Saints die al vrij vroeg naamsbekendheid opbouwen met album en titeltrack (I’m Stranded). Kuepper is al jaren niet meer actief bij de band, en begint The Aints. De naam is afgeleid van een versleten drumvel, waar de S door veelvuldig gebruik niet meer zichtbaar is. Natuurlijk is dit een sneer naar oud teammaatje Chris Bailey, die als frontman nog steeds actief is bij The Saints, al klinken die tegenwoordig meer blues gericht, met in het verleden ook uitspattingen richting de folk. Kuepper bleef met The Aints meer het punkverleden trouw. Bleef zeg ik, want na actief te zijn geweest in de jaren 90, was het stil vanaf 1994, maar vorig jaar lieten ze opeens weer wat van zich horen, en nu is er dan ook een nieuwe plaat. Als The Aints!, ja met uitroepteken slaan ze sterk terug met The Church of Simultaneous Existence. Meer punk nog dan op hun vorige werk, waar de invloed van grunge een grote stempel drukte, is het nu een watermerk van waar het ooit mee begon als The Saints. Niet dat de tijd heeft stil gestaan, maar de beginselen hoor je absoluut terug.
Het verslag van Ed Kuepper in het albumhoesje verklaart waarom het oud aanvoelt. De oorsprong van het materiaal is terug te vinden in de periode toen Ed Kuepper in 1969 op de high school zat, en nog fantaseerde over het beginnen van een band, tot aan 1978, de eerste keer dat The Saints uit elkaar vielen, en hij een doorstart maakte met de band Laughing Clowns. Blijkbaar vond hij nu de tijd rijp om zijn oceaan gevuld met restafval te recyclen tot iets bruikbaars en nieuws. Informatie die je tegenwoordig niet meer terug kan vinden bij de hedendaagse streaming sites. Hij is zo aardig geweest om als bonus een cd toe te voegen waar het album als instrumentale versie op staat, een mooie toevoeging voor op een karaoke avond, maar hier wordt alleen stil gestaan bij de vocaal ondersteunende versie, want die is al indrukwekkend genoeg.
Red Ace trapt af met de sound van een bigband intro om vervolgens het rammelend punkgitaartje een geslaagde toevoeging te geven. Juist deze combinatie werkt erg verfrissend. Klinkt dit als een begin jaren 70 nummer? Nee, hier is echt wel langer over na gedacht, en heeft als goede wijn in de loop der jaren mogen rijpen, maar is wel representatief voor wat er nog meer in het vat zit. Titeltrack The Church Of Simultaneous Existence is redelijk toegankelijke licht psychedelische smeltkroes, garage rock met jaren tachtig Paisley Underground invloeden, de blazers vervullen ook hier een prettige white soul achtige rol.
Deze combinatie domineert ook bij het rustigere You’ll Always Walk Alone, waar er ook de prachtige donkere zang van Ed Kuepper domineert, om vervolgens op een gruizige manier te soleren op gitaar zoals alleen grootheden dat kunnen. Het up tempo swingende You Got The Answer laat weer een groot opgezet arrangement horen met onverwachte piano riedeltjes. Country Song In G is erg sfeervol, maar zeker geen standaard country nummer, mooi vorm gegeven door de gevoelige pianoklanken. De versnelling van het punkie Elevator ( A Song For Barking Lord Jeff) komt op het juiste moment, het start met een blues begin, waar de kenmerkende mondharmonica is vervangen door blazers, maar wat een soortgelijk resultaat oplevert, een heerlijke rauwe song.
Bij This Is Our Summer gaan we weer een stapje terug, geen gitaargeweld of opgefokte blazers. Winter’s Way heeft een old school swingend gevoel, en sluit misschien nog wel het beste aan bij de muziek die The Saints in de jaren 80 neer zette, vrij toegankelijk. Blijkbaar heeft Kuepper zijn oude maatje Bailey nooit definitief uit het oog verloren.
Het ruigere S-O-S ’75 heeft wel degelijk de punkroots, en zou zeker de oorsprong kunnen hebben gehad in het genoemde jaartal, blijkt weer eens dat The Saints er vroeg bij waren, maar zo wordt de waarde van Australische acts in de muziekgeschiedenis wel vaker onderschat. Demo Girl heeft die slome, lompe bas van Peter Oxley die al pompend als stropende lijm de boel aan elkaar heelt, Kuepper klinkt hier zelfs sensueel, bijna als een verleider. Jazz in de stijl die hij misschien wel vroeger thuis in de gezinshuiskamer heeft gehoord op de radio. De percussie van Paul Larsen Loughhead sluit het perfect af, al had zijn aandeel wat groter mogen zijn.
Goodnight Ladies (I Hear A Sound Without) is een oude logge locomotief die langzaam, maar zwaar op gang komt, en zich een weg baant door alles wat hij onderweg tegen komt. Het hypnotiserende psychedelische effect roept beelden op van garagebands die eind jaren zestig van zich lieten horen. Wrang en bitter. Een fijne trip van ruim zeven minuten met daarin ruimte voor de soulvolle folky invloeden van de blazers. The Rise And Fall Of James Hoopnoch Eefil is alweer de afsluiter, met zelfs wat voorzichtige ska invloeden, maar dan in het terugkomende souljasje. Het gefluit geeft het een vrolijke Monty Python achtige flow.
The Church Of Simultaneous Existence is een avontuurlijke plaat geworden, die gedomineerd wordt door het gitaarspel en zang van Ed Kuepper, maar het aandeel van Eamon Dilworth, Rafael Karlen en Kyrie Miskin met hun veelzijdige blaasinstrumenten is van even groot belang. Je hoort wel oude garage rock en punk terug, maar het is zeker niet alleen de afwerking van oude ideeën geweest, daarvoor klinkt het net te fris en hedendaags. Het is de soul die overheerst, blijkbaar zat er genoeg bezinning in de ziel van Kuepper, die hier eigenlijk terug grijpt naar een groot gedeelte uit zijn jeugd, die hier een plekje krijgt. Niks traumatisch, maar eerder ontstaan door het gebrek aan tijd door andere prioriteiten. Juist de veelzijdigheid spreekt aan. Wel qua comeback gezien de grote verrassing van 2018.
The Aints! - The Church of Simultaneous Existence | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Geotic - Traversa (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:46 uur
Als kind zijnde altijd gefascineerd geweest door de mogelijkheden van elektronica, en dan ging mijn voorkeur voornamelijk uit naar de keyboard. Het idee om zelf drumpartijen, gitaarloopjes en andere melodieën toe te voegen maakte veel indruk. Tegenwoordig heb je via internet eenvoudig de mogelijkheid om dit alles vorm te geven, thuis te werken en een product wat zo goed als af is te presenteren. Deze creativiteit verwacht ik ook terug te horen bij Geotic.
Waarschijnlijk loopt het verhaal bij Will Wiesenfeld iets anders. Deze ook onder de naam Baths opererende artiest is eind jaren 80 geboren, en voor hem zijn bovenstaande feiten net zo gewoon, als voor mijn generatie het gebruik van een cassettedeck was, om je van nieuwe muziek te voorzien. In 2010 in woonplaats Los Angeles benoemd als de grote belofte op het gebied van elektronische muziek bij Southern California Public Radio, levert hij met Traversa al zijn derde album af in twee jaar tijd, na een periode van stilte vanaf 2014. Bevestigt Geotic hiermee de status die hem is toegediend, of hebben we stiekem toch wel te maken met een teleurstelling.
Knapsack roept het beeld op van een verfrissende ochtendwandeling; knapzak gevuld met gesmeerde broodjes, tafelkleed en pakjes appelsap. Het lijkt echter dat vervolgens bij Swiss Bicycle alle bagage wordt achter gelaten, en zonder inhoud de trektocht al huppelend door weides wordt voortgezet. Toch de volgende keer die paddenstoelen laten staan meneer Wiesenfeld. De strijkers maken het geheel minder kunstmatig en aangenamer.
Harbor Drive heeft een sterk veelbelovend duister begin wat aanspreekt, met pianoklanken die invallen als koele eigenwijze regendruppels. De beats in Aerostat zijn lekker vet in verhouding tot de rest, een aangename toevoeging, de stroom van lucht laat je weg glijden op een hologram van een wolkendek gemaakt van felle laserstralen, zoals gebruikt in een club.
Town Square gaat nog een stap verder richting Ambient met het prima fingerpicking synthesizerwerk. Bij Terraformer zijn de vocals gelukkig weer aanwezig, hier had op Traversa best wel meer gebruik van mogen gemaakt. Misschien twijfelt Geotic nog aan zijn zangkunsten, maar aangenaam is het zeker!
Gondolier is een geluidscollage, dobberend in rustig vaarwater met stroomversnellingen. Hoogtepunt is het op single verschenen sfeervolle afsluiter Maglev Deze opent als een eclips van de eerste zonnestralen die al strelend de dag verwelkomen. Meer geschikt om Traversa mee te beginnen, dan op de plek die deze toegeëigend krijgt.
Traversa lijkt in eerste instantie een luchtige, niets-aan-de-hand-plaat, als een grote skippybal stuitert hij rond, heel speels en onschuldig. Gewoon heel prettig en rustgevend. Baarmoeder elektronica, muziek voor ongeboren baby’s, die veilig in foetushouding liggen te wachten om zich te openbaren in een voor hun nieuwe wereld, gevuld vol geborgenheid en warmte. Een alternatief voor New Age aanhangers voor wie het in de winter te koud is om hun onvrede tegen zwijgende bomen te uiten. Mediterend en zweverig. Pas de derde luisterbeurt openbaarde Traversa zich op een rustgevende, vredige manier. Toch waren mijn verwachtingen een stuk hoger, zeker bij een artiest met zo’n hoog aanzien.
Geotic - Traversa | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Part Time - Spell #6 (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:45 uur
Welkom in huize Nostalgia, waar de gulden nog domineert, en de euro zichzelf nog niet eens een begrip mag noemen. Een denkbeeldig gebouw met achterin ergens in een hoek een vergeelde, door nicotine aangetaste jukebox, gered uit een gesloopte kroeg. Een nummer voor een kwartje.
De sfeer die Spell #6 oproept heeft niks met Anno 2018 te maken, meer met het geluid van alweer 35 jaar geleden. Veel white soul, maar dan niet de commerciële gladde sound, meer de sfeervolle wat dieper gaande variant, omlijst door toevoegende doordachte klanken.
Part Time is een project van David Loca, die verder ook werkt onder aliassen David Loca And The Berkshire Hobbits en David Speck. Heel ingewikkeld allemaal, dus laten we het simpelweg houden bij Part Time.
Deze band heeft zijn basis in Los Angeles, al zou je dat niet verwachten bij het luisteren naar hun zesde album Spell #6. De muziek heeft duidelijk haar oorsprong in de Britse popsound uit de jaren 80. Zo sterk zelfs dat je jezelf zou afvragen waarom je deze plaat toen nooit hebt opgepakt. Maar we hebben hier toch echt te maken met een hedendaags product, dat 2 november verschijnt. Voor de oudere jongeren onder ons een feest der herkenning, met het verwachtingspatroon dat ook de hedendaagse generatie dit veelzijdige geluid zeker kan waarderen.
De geboorte van Spell #6 komt op mij over als een luchtige bevalling. En dat is het verraderlijke, omdat het zo eenvoudig overkomt, vergeet je dat hier echt wel goed over nagedacht is. Het is een mooi tiental geworden, die je zo in het vruchtbare new wave decennium kan plaatsen, maar er zit genoeg variatie tussen, en het heeft een constant hoog niveau.
Vanaf Before You Fall Apart waan je jezelf in een andere, gemoedelijkere periode, van de doordachte, meer intellectuele gitaarpop.
De luchtige dansbare synths van Hide met de dominante keyboards als invulling laat een ander typerende sound uit deze tijd horen. De piano maakt het allemaal wat zachter en gevoeliger, dit is misschien wel de duidelijkste link dat het uit een andere tijd komt, hierdoor is het een stuk minder kil, warm zelfs te noemen.
Bij I Can Treat You Better geeft de saxofoon in combinatie met de aanvulling van geluidstovenaar Ariel Pink het een wat soft erotisch karakter, de vrouwelijke backings dragen hier zeker ook aan mee, en geeft het net die twist die nodig is.
Titeltrack Spell #6 geeft een romantisch fijn gevoel, met mooi evenwicht in de hogere zang van David Loca. Het is allemaal wat melancholische van aard, alsof Part Time zich hier meer wil richten op een serieuzer publiek.
Het intro van I Didn’t Know heeft een sterke pompende baslijn, maar gaat vervolgens een andere beminnende kant op.
It’s Alright With Me verrast meer juist met sierlijke gitaarbogen. Dit zijn maar een paar voorbeelden, zo heeft elke track iets eigens.
Geen originele plaat, maar wel een die de waardering naar een mooie muzikale periode oproept. Niet altijd is het nodig om het wiel opnieuw uit te vinden, soms is wat extra frisse lucht voldoende om er een andere draai aan te geven.
Part Time - Spell #6 | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Kiran Leonard - Western Culture (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:45 uur
Kiran Leonard is een singer-songwriter die zich duidelijk niet in dit beperkte hokje wil plaatsen. Hij verkent zijn muzikale kunnen en gaat hierin duidelijk zijn eigen weg, wat een spannende plaat oplevert.
Geboren in Saddleworth, Greater Manchester, en opgegroeid in een muzikale familie, waar hij op jonge leeftijd zich heeft kunnen ontwikkelen in het spelen van mandoline en gitaar, om zich vervolgens te specialiseren in het componeren van elektronische muziek. Zijn inspiraties haalt hij niet alleen uit muzikanten, maar tevens uit het werk van filosofen en dichters. Schrijvers als Henry Miller en Albert Camus zijn voor hem net zo belangrijk als veelzijdige artiesten als Frank Zappa, Kate Bush en The Mars Volta. Een zeer productief persoon, die Kiran, vanaf zijn 14e jaar! al serieus actief, en nu met zijn 23 jaar al zo’n 15 albums en EP’s onder zijn naam uitgebracht.
Western Culture heeft als basis dus een singer-songwriter beginsel, maar daar doe je dit resultaat mee tekort. Vanuit daar worden de lijnen wel uitgezet, maar het totaalplaatje is uiteindelijk meer een rockalbum geworden.
The Universe Out There Knows No Smile heeft dus nog die singer-songwriter basis, een lekker jengelend gitaartje, en een overenthousiaste zanger, maar al snel klinkt zijn stem overstuur, waarbij het lijkt dat de emoties niet geheel onder controle zijn. Ook wordt er een arsenaal aan instrumenten toegevoegd, waarna het ontaard in een gezellige chaos. Bij Paralysed Force is de controle weer helemaal terug, inclusief een meer Folky geluid, met zelfs orkestrale elementen op de achtergrond.
Working People is heel basic gedaan, maar echt leuk wordt het vanaf het heftigere An Easel. Kiran Leonard vliegt als een helikopter met een geamputeerde vleugel stemtechnisch hier alle kanten uit, een gedurfdheid die je te weinig in het muzikale speelveld hoor.
De opbouw van het langere Legacy Of Neglect is erg rustig, mooi onder controle gebracht in de hoge uithalen, waarbij er vervolgens steeds meer elektrische energie wordt toegevoegd, en daar zijn ze dan opeens; de invloeden van het door Kiran Leonard gewaardeerde Emo genre. Alsof er een geplande coupe gepleegd wordt in de studio, en een sterk dominante groep het allemaal over neemt. Onverwacht slaat echter de rustige kant van Kiran terug, met als wapen een piano, en een zwaardere, maar troostende stem die zich blijkbaar ook ergens in hem verborgen heeft weten te houden. De track wordt afgesloten waar hij het duel met zijn manische kant aangaat, die hier definitief lijkt te hebben gewonnen. Dit lange stuk van ruim 8 minuten mag absoluut gezien worden als het hoogtepunt van Western Culture.
Wordt het vervolgens dan veel minder?
Welnee, de dreigende minimale drums en subtiele pianospel ondersteunen Kiran die op het korte Now Then een ode aan het scala van de betere singer songwriter lijkt te brengen. Ook zijn stem kronkelt zich als een python om je heen voordat hij je langzaam hypnotiseert. De genadeslag volgt dan met Unreflective Life, waar hij zelf een ijkpunt lijkt te vinden. Feit is wel dat hij juist in de lange stukken boven zichzelf uitstijgt.
Shuddering Instance is behoorlijk punk in het begin, en heeft een mooie herhalende krachtige flow.
Vervolgens krijg je een persoonlijke inkijk in zijn dagboek in het ontroerende Exactitude And Science, waar je het gevoel krijgt dat hij breekt, zijn stem vecht tegen overheersende emoties. De backing vocals staan hem gelukkig bij. Suspension is de opluchting tegen het einde aan, even nog vluchtig toeslaan, in de hoop dat men zich niet teveel gaat verdiepen in de persoon Kiran Leonard, maar vooral in zijn album.
Western Culture is een prachtige plaat geworden. Sterker nog, ik denk dat Kiran Leonard in staat moet zijn om een waar meesterwerk uit te brengen. Door zijn overproductie geeft hij zichzelf nog niet de kans om bewust tracks te selecteren. Maar als er zoveel ideeën in je hoofd de strijd aangaan om gestalte in een song te krijgen, lijkt het mij moeilijk om dit te negeren.
Kiran Leonard - Western Culture | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Unknown Mortal Orchestra - IC-01 Hanoi (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:44 uur
Het Nieuw Zeelandse Unknown Mortal Orchestra uit Portland met Ruban Nielson als stuurman heeft een veelzijdig karakter. Ze mixen hun psychedelische rock met alles wat voor handen is tot steeds weer een andere cocktail. IC-01 Hanoi is alweer hun vijfde album.
2018 is een zeer productief gebleken, na Sex & Food verschijnt nu de tweede release dit jaar. De inspiratie hiervoor is ontstaan en vorm gegeven in het Vietnamese Hanoi, waar de plaat is opgenomen tijdens de sessies van hun vorige album. Doordat IC-01 Hanoi tijdens de opnames van Sex & Food zijn oorsprong heeft, geeft het een gevoel van een lange jamsessie. Het trippy geestverruimende karakter roept herinneringen op met de toptijd van Ozric Tentacles in de jaren 90. Blijkbaar is Unknown Mortal Orchestra zo tevreden over het resultaat, dat gekozen wordt om deze als volwaardige release uit te brengen.
Unknown Mortal Orchestra heeft een net zo eigenzinnig karakter als een band als Mogwai, je weet niet goed wat je moet verwachten, maar toch blijft het uiteindelijk erg herkenbaar, ook al wordt er hier gekozen voor een geheel instrumentaal geheel. Zelf heb ik de zang nooit beschouwd als een sterk element in de sound, dus echt gemist wordt deze niet. Nog steeds is het een mix tussen vooral jaren zestig retro-psychedelica vermengt met de nodige funk en hier en daar een vleugje fusion als aanvulling, mede door een prominente saxofoon, bespeeld door Chris Nielson, jawel, de vader van Ruban. Zijn bijdrage maakt Hanoi 6 het hoogtepunt van de plaat.
Maar eerst terug naar het begin. Hanoi 1 trapt af als een ware krassende geluidsexplosie, de studio lijkt vakkundig verbouwd, niet door een binnenhuisarchitect maar door de inspannende combinatie van niet hedendaagse Fusion en Funk. Aangenaam gevolgd door het mediterende Hanoi 2, waar de hoofdrol wordt opgeëist door de eigenzinnige klanken van het gitaarspel, voortgestuwd door het repeterende ritme. Hanoi 3 is exotischer van aard, en hier ervaar ik de invloed van Vietnam in het Oosters klinkend stukje muziek. Ze hadden dit net zo goed Halong Bay kunnen noemen, want het roept beelden op van de baaien en duizenden rotsen in dit gebied ten noordoosten van de hoofdstad Hanoi. Hanoi 4 heeft de sfeer op van jaren 70 B-films, gebaseerd op gevechtssporten, niet parallel nagesynchroniseerd voor de Westerse markt, mede door de nu iets wat fout klinkende vette funk. Hanoi 5 is onheilspellend, een dub met daarin de saxofoon van Chris Nielsen toegevoegd; alsof hij even zijn longen mag opwarmen voor wat hij verder zal brengen.
Wat volgt bij Hanoi 6 is eigenlijk een mooie uitgebreide samenvatting van wat we gehoord hebben. We bevinden ons in de zijsteegjes van Vietnam, met allemaal paadjes die als een adernetwerk in een menselijk lichaam elkaar verschillende malen kruizen. De duistere zelfkant, niet het hart van de stad, maar eerder de lever waar alle verteerde en overbodige elementen samen klonteren om vervolgens uitgespuugd te worden. De saxofoonsolo verwoord de toerist, die dit schouwspel van een gepaste afstand op een objectieve manier in tonen probeert te vangen. Tegen het einde wordt hij zo mee gevoerd in het geheel, waardoor het opeens een subjectieve gewaarwording is. Zo zacht en smooth als hij begint, zo krijsend en gillend zoekt hij een ontsnappende weg naar het einde. Hanoi 7 heeft een verdovend effect, de echo wordt los gelaten op het geheel, met een vertragende werking, waardoor het lijkt alsof je het geheel in slow motion aan het volgen bent.
IC-01 Hanoi kan zeker gezien worden als een volwaardige plaat, tevens als een ode aan Vietnam, waar stil wordt gestaan bij het culturele heden en verleden. Unknown Mortal Orchestra wijkt af van hun toch al niet hedendaagse sound met deze geslaagde sfeercollage gebaseerd op de jamsessies die uiteindelijk de inspiratie vormden voor Sex & Food, waar er een huwelijk lijkt plaats te vinden tussen de geschiedenis van Nieuw Zeeland en Vietnam; een zeer geslaagd huwelijk trouwens.
https://writteninmusic.com/albumrecensie/unknown-mortal-orchestra-ic-01-hanoi/
» details » naar bericht » reageer
Value Void - Sentimental (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:44 uur
Value Void is een oorspronkelijk vanuit het land van Maxima geëxporteerd product uit Azul, een aardige stad ten zuiden van Buenos Aires, welke zich vervolgens heeft mogen rijpen in Londen. Verwacht echter geen exotische delicatesse, het resultaat is een stuk Westerser dan verwacht.
Paz Maddio en Marta Zabala verhuisden vanuit Brazilië naar Groot Brittannië waar ze met Luke Tristram aan de slag gingen voor zijn Unwork label; verder gaande onder de naam Value Void. Via Bandcamp de mogelijkheid ontwikkeld om gefinancierd door liefhebbers en daadwerkelijke fans een eersteling op te nemen.
Ze noemen zichzelf proto-punk, een benaming die ik ze niet zal toekennen, daarvoor klinken ze te schattig en te lief. Wat is dan een geschikte beschrijving voor Value Void? Eerder rammelende ultra light Indiepop. Het is te gemakkelijk om Value Void af te doen als een imitatie van The Breeders, dat is onterecht, al sluit de zang daar wel bij aan. Muzikaal gezien hoor je ook Velvet Underground terug zoals in Bariloche, maar de speelwijze raakt meer met de latere The Feelies.
Op La Trampazijn de invloeden van The Breeders nog wel duidelijk hoorbaar, deze zou qua stijl zeker op Last Splash kunnen passen. Babeland is net voor de zomer als single verschenen, wel een pakkende keuze maar is te gewoontjes in vergelijking met andere sterkere tracks. Hun debuutsingle daarentegen Back In The Day heeft een onorthodox, tegenstrijdig begin, welke met de gitaar als een herhalende mantra binnen komt, de opkomende bas die zich net voor de verwachte explosie juist weet terug te trekken. De experimentele vernieuwingsdrang tegen het einde is aarzelend, maar wel treffend.
Veel indruk maakt ook de psychedelische afsluiter Dead Ladies Lament, deze geeft het gevoel weer van een verlaten zomerdag op het strand, als een zombie zwalkend door de zwaar aanvoelende zandkorrels. Verdoofd door een vroege ochtend, volgend op een lange nacht. De wrange tekst van Paz Maddio tegen het einde aan geeft het geheel nog een heftige wending, een touchdown uit onverwachte hoek
Sentimental is een broeiende Indian Summer plaat geworden, met veel sixties surfelementen, al is het bijna windstil op de golven. Met z’n korte, pakkende songs luistert het gemakkelijk weg, wel blijft het wat simplistisch van toon. De sound is heel erg jaren 90 gericht. Het semi-akoestische karakter sluit aan bij de MTV Unplugged rage uit die tijd. Het doet wat lo-fi aan, nog wat kinderlijk en onschuldig. Zelfs de met korrelige pixels voorziende albumhoes heeft wat amateuristisch, maar dat kan goed het idee hierachter zijn geweest. Ook de teksten lijken te gaan over een mooie wereld gevuld met liefde en het zorgeloze leven. Hopelijk kunnen ze dit gevoel vast houden op later werk.
Value Void - Sentimental | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Whispering Sons - Image (2018) 3,5
30 juli 2020, 15:43 uur
Het uit Brussel afkomstige Whispering Sons won bijna twee jaar geleden de 20ste editie van de Humo’s Rock Rally. Een gedroomde start, maar ook met de terechte zware druk om aan het verwachtingspatroon van het publiek te voldoen met een overrompelend debuut.
De band bracht reeds 2 indrukwekkende EP’s uit (Whispering Sons en Endless Party) maar voor het debuutalbum is gekozen voor allemaal gloednieuwe songs. Er wordt dus duidelijk vooruit gekeken, de drang om zich verder te ontwikkelen is groter dan het vasthouden aan al gecreëerde kleine successen.
Veel raakvlakken met de post-punk uit begin jaren 80, maar ook vooral invloeden van de Darkwave zijn aanwezigen. Hierdoor passen ze wel tussen acts als Deine Lakaien en Pink Turns Blue, al ontbreekt gelukkig de Duitse kenmerkende tongval, wat toen zijn charme had, maar wat hedendaags wat gebrekkig over komt. Voegt Image nog iets nieuws toe, of is het vooral een mooie aanvulling op het voornamelijk eind vorige eeuw ontstaande repertoire? Helaas neigt mijn gevoel net iets teveel naar het laatste.
Vernieuwend is het dus niet te noemen, het onderscheid zit zich voornamelijk in het meer uptempo gerichte karakter van Whispering Sons. Werd er voorheen voornamelijk gebruik gemaakt van een drumcomputer, hier is het wel de echte slagwerker Sander Pelsmaekers die je hoort, in Got A Light opgefokt en versneld, bij Alone in een old school U2 achtige roffel. Niet voor niets gekozen als single; inclusief hete shocking clip.
Gitarist Kobe Lijnen klinkt als Robert Smith, maar dan niet zoals bij The Cure, maar juist zoals hij speelde in de te hulp schietende rol bij Siouxsie and the Banshees. Ook is er een prominente rol weg gelegd voor bassist Tuur Vandeborne, door dit klinkt het net wat minder klinisch, hij grijpt wel duidelijk terug naar de post-punk van Joy Division. De synths van Sander Hermans kleuren het geheel net wat minder grijs in, weids opgezet waken ze over de soundscapes, niet overheersend, maar eerder in ondersteunende rol.
Wat mij heel erg bevalt bij Whispering Sons is de zang van Fenne Kuppens, het heeft iets lugubers, wat ook terug te horen is bij de jaren 90 albums van Scott Walker, ze zou een kleindochter van hem kunnen zijn, maar echt angstaanjagend komt Fenne niet over. De grootste verrassing is waarschijnlijk wel dat we hier te maken hebben met een zangeres, en dat hoor je niet terug in het diepere geluid. Ondertussen verschillende live opnames gehoord, en dan verraad ze zichzelf wel in de gespeelde kwaadheid.
Whispering Sons is binnen het genre een prettige aanvulling, maar of dit een blijvertje zal zijn, moeten we nog afwachten. De release valt mooi net in de Halloween periode, dus de stoffige vleermuisjurkjes mogen weer van zolder worden gehaald.
Whispering Sons - Image | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Algiers - There Is No Year (2020) 4,0
30 juli 2020, 15:43 uur
Dat het beleid van de Republikeinse Partij in The United States Of America nog steeds veel vragen en verzet oproept is een algemeen bekend vaststaand feit. Allen dit gegeven is al een voedingsbodem en inspiratiebron voor de onvrede en teleurstelling die overheerst. Met The Underside of Power uit 2017 weet het uit Atlanta afkomstige politiekbewuste vier individuen tellende Algiers niet alleen muzikaal iedereen te overrompelen, de confronterende teksten hakten er net zo lekker in.
Het lukte ze al om zich met het veelbelovende debuut Algiers flink geaard op de kaart te zetten, maar hiermee maakten ze een niet te evenaren overtreffende trap. Versterkt door elektronische soundscenario’s en politiek getinte samplers verwelkomden ze het publiek met een mix van blues, rock en vooral heel veel soul. Franklin James Fisher bouwt als emotionele geladen prediker zijn werkgebied steeds verder uit, om zoveel mogelijk volgelingen kennis te laten maken met zijn gepassioneerde overtuiging. Dit gaat nog een grote stap verder dan het geloof verkopen, al heeft het veel weg van een swingende religieuze kerkdienst.
De afgelopen twee jaar is het vertrouwen in de onzekere maatschappij niet toegenomen, meer dan terecht dus dat de dringende behoefte aanwezig is om ons opnieuw toe te spreken. De onrust is alleen maar versterkt, en vanaf de smeltkroes van cyberpunk en gospel in sleuteltrack There Is No Year uiten ze hun onvrede over een wereld die balanceert op het randje van de afgrond. Niet voor niets dat er ook als albumtitel is gekozen voor There Is No Year. Nog steeds overheerst die opgekropte boosheid. De Verenigde Staten staan in brand en de wanhoop openbaart zich uit in de overdonderende lyrics.
Hoe geweldig is het om juist in de levenslustige vocalen van Fisher zo weinig mogelijk van die kwaadheid terug te horen. Het is allemaal zo melodieus mogelijk gebracht en zijn coole uitstraling wil absoluut in het voordeel werken. Juist door de keuze om het geheel geen kracht bij te zetten met overstuurde duistere hardcore uitspattingen roept zoveel respect op. De houding is een stuk minder militair, ze richten zich niet alleen op de donkere gemeenschap, maar presenteren zich als spreekbuis voor de gehele kansarme klasse. Het doet denken aan de grootschalige vreedzame demonstraties waarbij het strijdbare lied het enige wapen is.
De beats zijn of loeihard of juist erg grimmig. Met deze Industrial aanpak lijkt het dat ze een opleving oproepen voor dit genre. Dit is niet zozeer het geval, maar hierdoor komt de heftigheid het beste tot zijn recht. De zelfbewustheid van Fisher wil ook de rest van de band motiveren en stimuleren. Nog meer is er aandacht besteed aan strakke ritmes en stemmige backing vocalen. Dit is de kwaliteit van Algiers waardoor There Is No Year echt een band project is geworden, en niet een opgekrikte solo plaat van Fischer. Natuurlijk moet iemand zich presenteren als spreekbuis, en daarvoor is hij de meest geschikte persoon.
Algiers - There Is No Year | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Agnes Obel - Myopia (2020) 4,5
30 juli 2020, 15:41 uur
Vanuit Kopenhagen weerklinkt de stem van de zangeres als een naaste bloedverwant van De Kleine Zeemeermin van Hans Christian Andersen. Haar lokroep weet als een sirene op een gepassioneerde wijze te ontroeren en je naar haar toe te dwingen. Met een sprookjesachtige sound waarbij de aandacht geaccentueerd wordt op de Deense hymnes. Waarbij de viool als het hoofdinstrument van de traditionele volksmuziek een prominente rol vervult. Ook de vele klassiek geschoolde Deense componisten uit de oudheid worden in het pianospel zeker niet vergeten.
Het heeft tot het dertigste levensjaar geduurd voordat Agnes Obel voor het eerst met haar solowerk van zich laat horen. Eerder was ze nog niet klaar om de wereld hiermee kennis te laten maken. De persoonlijke zoektocht naar de vocale stem mogelijkheden is volbracht als in 2010 Philharmonics verschijnt. Het prachtige kunstwerkje Riverside groeit door mond op mond reclame al snel uit tot een publieksliefhebber. Wie gaat er toch schuil achter dit mooie verhalende klein gehouden prachtliedje; Agnes Obel dus. Die wereld is dus wel degelijk klaar om haar te omarmen.
De dromerige hemelse popmuziek laat zich steeds verder verstillen, waardoor er volop ruimte ontstaat voor het geschoolde pianospel en de zang zich steeds meer richt op adembenemende hoogtes. Het blijkt dat het sterke Aventine een tussenstation is, om vervolgens tot ontplooiing te komen op het ook al niet misselijke Citizen of Glass. Bestaat er de mogelijkheid om je daar vanuit nog verder te ontwikkelen? Jazeker, nu is er ruim drie jaar later het meesterwerk Myopia.
De continuïteit van het hoge niveau wil nergens wegsterven tot kunstzinnig gefröbel, waardoor ze de binding met de luisteraar niet verliest. Hierdoor is Myopia een waardig stukje nationaal cultuur erfgoed geworden welke net zo illustratief voor de omgeving is als Stevns Klint en de gotische Kathedraal van Roskilde. Nu de uitvoerende artiest zich rond haar veertigste jaar in het middelpunt van het leven bevindt, komen de gevoelens van twijfel en nostalgisch terugkijken sterker op de voorgrond. De sensitieve beleving wordt anders door het afzwakken van de zintuigen, waardoor Myopia (bijziendheid) een juist gekozen titel blijkt.
Flarden pianoklanken weerspiegelen haar gemoedstoestand in het zwaar aangezette Camera’s Rolling. Er wordt al steevast het maximale uit haar vocalen gehaald, door deze meervoudig te samplen tot een spookachtig mythische godin. Gejaagde strijkinstrumenten staan hierbij familiair opgesteld als de volwassen zusters naast het dartelende, bijna kinderlijke onschuldige pianopartijen op Myopia. Een veelbelovend samenspel die zijn diepgang prijs geeft in het stabiele uitgebalanceerde tiental songs waarmee Agnes Obel je verbaal en instrumentaal volledig wegblaast.
Broken Sleep laat zich nog meer leiden door de aangestuurde effecten die niet camouflerend hun werk doen, maar het juist een vocaal gouden randje mee geven. Het cello gezelschap Charlotte Danhier en Kristina Koropecki zullen vanaf hier in het geheel twee vaak terugkomende gastrollen vervullen. Ondanks het zwevende karakter blijft het aardse gewortelde domineren, waardoor het niet in een hedendaags new age spiritueel schouwspel uitmondt. De herhalende zangpartijen willen wel hypnotiseren, maar niet tot een bewusteloze toestand bedwelmen.
Zelfs als de zang helemaal onzichtbaar is in het klassieke drietal Roscian, Drosera en Parliament of Owls blijft het allemaal even overtuigend. Waarbij Roscian een prachtige aankondiging is naar het sensuele titelstuk Myopia waar ze zelfs de Keltische folklore opzoekt. Can’t Be gaat zelfs nog een stapje verder en is onvervalste eighties dreampop met een fluwelen postpunk randje. Met Middeleeuwse zangkoortjes schept ze in Promise Keeper een universeel landschap welke gemarkeerd kan worden als tijdloos. Dit onderstreept ze nogmaals nadrukkelijk in het ijzingwekkende koel verzorgde Won’t You Call Me.
Agnes Obel - Myopia | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Cursive - Vitriola (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:40 uur
Het uit Omaha, Nebraska afkomstige Cursive timmert al ruim 20 jaar aan de weg, timmert zeg ik; het is een mokerslag die ze je toe willen brengen. Soms net zo krachtig als het hartmassageapparaat, hangend in een plaatselijk winkelcentrum. Niet vreemd dat deze band in het verleden haar debuutalbum heeft uitgebracht bij punklabel Epitaph, vervolgens de overstap maakte naar het breder georiënteerde Saddle Creek, en nu haar plek gevonden heeft bij hun zelf opgezette 15 Passenger.
Ze maken rockmuziek met een flinke hoeveelheid emo saus, hun roots liggen ergens in de slipstream van de dominerende gitaarmuziek uit de jaren 90. Het eigenzinnige karakter van de band uit zich in verassende muzikale wendingen, vergelijkbaar met een band als The Flaming Lips, al is Cursive een heel stuk harder. Frontman Tim Kasher is ook solo actief, en verdeeld zijn tijd tussen Cursive en het meer folkrock gerichte The Good Life.
Vanaf de eerste tonen van Free To Be Or Not To Be You worden we de diepte in gezogen, en om de lagen te herkennen is het een aanrader om het geheel met een goede koptelefoon te luisteren, wil je tenminste op een juiste manier de bijna overdosering van instrumenten ervaren. De ruimtelijke invulling geeft de centraal staande zang een extra dimensie, waardoor het nog sterker binnen komt. Tim Kasher heeft datzelfde soulgevoel als Greg Dulli van The Afghan Whigs, en dan maakt het niet meer uit waarover gezongen wordt, je gelooft het woord voor woord.
Pick Up The Pieces lijkt toegankelijker, maar hier is een grote rol weg gelegd voor het tegendraadse drumwerk van Clint Schnase, die na 12 jaar als verloren zoon weer is terug gekeerd bij Cursive, en blijkbaar geen vernieuwde aanpassingsperiode nodig blijkt te hebben. Het punkverleden van de band is halverwege duidelijk hoorbaar, om vervolgens plaats te maken voor de cello van Megan Siebe.
De schreeuw is voorzichtig aanwezig in het licht dramatische aangezette It’s Gonna Hurt, waar ingelaste ruimte is voor cello en het pianospel van Patrick Newberry. En dan weet ik dat we nog maar een gedeelte van de veelzijdigheid hebben gehoord, want ze zijn tot veel meer in staat.
Natuurlijk wordt het wachten beloond op het moment dat het helemaal los dreigt te gaan. Dit is het geval bij Under The Rainbow, waar de zangstem ook meer de hoogte in gaat, voor mij was dit de eerste kennismaking met Vitriola, en gelijk een zeer geslaagde. De subtiele tribal klinkende drums laat het over komen als een soort van energieke overwinningsdans.
Remorse is een gewaagd tussenstuk waar Tim Kasher zc op zijn meest breekbare kant laat horen, de muzikale ondersteuning is wat soberder, licht industrieel, bijna Nine Inch Nails achtig. Ook hier een grote verassing in het vervolg, nu met het passende post-punk gitaar gedeelte.
Het stevigere Ouroboros roept herinneringen op naar de boosheid van de Nu- metal uit de jaren 90, vooral door de droge laag gestemde instrumenten. Dat elektronische futuristisch gedeelte dat volgt, hoort gewoon zo, niks vreemds aan. De muzikale complexiteit is hier niet bedoeld om verwarring te zaaien bij de minder geschoolde luisteraar, maar bied juist een aangename vervullende rol.
Everending heeft iets Bluegrass, of zelfs wat Country in zich, zeker helemaal in het begin, en eigenlijk is de volgende wending niet eens zo verrassend, want bij Cursive kun je eigenlijk alles verwachten, en dan nog zelfs komt het juist niet overheen met je verwachtingen. Hierbij komt een band als The Cure bij mij op, dezelfde verstilde triestheid als bij hun meesterwerk Disintegration, toch wel een band die in de emo scene aardig gewaardeerd wordt.
De overgang naar Ghost Writer verloopt soepel, met hier de bas in de hoofdrol en drager van de duisternis in dit verder toch wel voor Cursive begrippen luchtig geheel. Het voelt in ieder geval een stuk minder problematisch.
Vervolgens verwacht je dus niet een Arcade Fire getint begin bij Life Saving, was je eerder nog niet helemaal overtuigd, dan lukt het hierbij vast wel. Voor mij persoonlijk springt deze wel als een pogodans boven de rest uit. Qua geluid aansluitend bij het ook zeer gewaardeerde Under The Rainbow. Lijkt mij heerlijk om in een uitverkochte zaal voluit het Money! Money! mee te schreeuwen, bij deze band moet gewoon genoeg ruimte zijn voor medestanders.
Noble Soldier/Dystopian Lament heeft een vrij onschuldige start, en lijkt in eerste instantie minder te overtuigen, maar ontwikkeld zich verder zelfs tot een rockopera achtig sluitstuk met zelfs invloeden uit het Beatles kamp. De drift tot experimenteren blijft tot aan de laatste uithaal aanwezig.
Vitriola is een geslaagde Kickstarter, na een vrij lange pauze van zes jaar. De plaat stuitert letterlijk en figuurlijk alle kanten op, al blijft het ondanks de heftige emoties die het oproept, wel onder een georganiseerde controle. Sterker nog, het voelt als een doordacht evenwicht, gericht om de sound van extra dimensies te voorzien. Niet gepland, maar wel gestructureerd. De meest gevarieerde cd die ik het afgelopen jaar heb gehoord.
Cursive - Vitriola | Pop | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Sophie Hunger - Molecules (2018) 4,0
30 juli 2020, 15:40 uur
De in Bern, Zwitserland geboren multi-instrumentalist Sophie Hunger levert met Molecules haar 5e album af, als je haar werk als filmmuziekcomponist (My Life as a Courgette), en de twee platen onder haar eigen naam Emilie Welti buiten beschouwing laat.
Molecules heeft veel raakvlakken met het door mij zeer hoog gewaardeerde 1983, waar haar geboortejaar centraal staat, alleen wordt hier meer gebruik gemaakt van elektronica. Nog meer zelfs wordt hier een sfeer opgeroepen die vooral bij mij zelf een nostalgische werking heeft, en doet terug verlangen naar het tijdperk van foute kapsels en het fluoriderende kledingmode.
Sophie is zich zeer bewust van wat ze hier wil neerzetten, als uitgever is gekozen voor een eigen platenlabel, genoemd naar haar vorige worp Supermoon, wel als onderdeel van het grotere Caroline International. Ondanks het gebruik van de soms minimalistische elektronica is het zeker geen kil geheel geworden, integendeel, het ademt bijna als een zelf gecreëerd wezen. Het levert een gedurfd geheel op, waar bewust de keuze wordt gemaakt voor een voor haar vernieuwende aanpak. Eigenlijk breekt ze het muzikale opgebouwde fundament totaal af, om vanaf de bodem te werken aan een nieuw monument. Muzikaal wordt ze hier ondersteund door alleskunner Dan Carrey (drum, synthesizer en bas) en Julian Partorius op percussie.
Opener She Makes President maakt met zijn pulserende beat al gelijk indruk, je hoort haar ervaring met het gebruik van verschillende instrumenten gelijk terug, dit is meer dan klakkeloos een paar knoppen indrukken. Het mysterieuze geluid gaat zelfs de duisternis in, waar ze gelijk meer diepte laat horen in het post-punk achtige einde. Silver Lane is jaren 80 treurnis, opgesloten zitten in je eigen wereld in een torenkamertje in een studentenflat, al geeft de bossanovasound het ook een zomers folky tintje.
Ondanks de titel is There Is Still Pain Left een stuk luchtiger, en laat Sophie haar veelzijdigheid horen in de zang, door in het refrein een Kate Bush achtig kippenvelgevoel te bezorgen. Tricks is dan weer opbeurend, energiek, met Electric Body Music elementen; op een prettige manier opgefokt. Vervolgens gaat het tempo omlaag bij Let It Come Down, en ondanks de prima soulvolle opbouw, vind ik dit de minste track van Molecules, al is het weer niet verkeerd om een rustmoment in te lassen.
Wat ze laat horen bij I Opened a Bar zit erg in de lijn van wat triphop producer Nelly Hooper begin jaren 90 laat horen, en wijkt af van het geheel, het lijkt alsof een tijdmachine een sprong van 10 jaar heeft gemaakt, maar vreemd genoeg wordt het niet als storend ervaren.
Oh Lord hoor je dezelfde dansbare vibe als Christine van Christine and The Queens, maar is net wat minimalistischer van toon, en hiermee zou ze zich definitief bij een groter publiek in de kijker kunnen spelen. We spreken hier niet van een poging om haar te kopiëren, de jaren 90 Daft Punk achtige slotstuk geeft het geheel toch wel een andere eigen wending, voor mij het prijsnummer van Molecules. Ondanks de snellere beats is het Dido achtige The Actress een stuk rustiger, en heeft het ook iets van een slaapliedje in zich.
Gelukkig gaat ze weer een stuk meer los in het sterkere Electropolis, waar ze haar stem samplet en hierdoor het effect wordt opgeroepen dat ze als het ware met haar geweten in discussie gaat. Die fade out is wat minder, net van te voren gaat het volume even goed omhoog, en het had krachtiger kunnen zijn, door juist hier te kiezen voor een abrupt einde.
That Man voegt net niet genoeg toe, al is het Zuid Amerikaanse gevoel wat het oproept wel lekker. Bij afsluiter Coucou laat ze zich horen als een Frans zuchtmeisje, en waar ze bij I Opened a Bar een sprong vooruit in de tijd lijkt te maken, put ze hier duidelijk haar inspiratie uit het verleden.
Molecules is over het algemeen nog een stuk beter dan het ook al niet misselijke 1983, toch blijft dit voor mij een vier sterrenplaat. De eerste nummers behoren tot het beste werk van Sophie Hunger, de latere tracks na het hypnotiserende Oh Lord halen dit niveau net niet helemaal, maar stiekem hoop ik dat ze de lijn die ze hier is gestart, vervolgens door zal zetten.
Sophie Hunger – Molecules | Electronic | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
Twain - Rare Feeling (2017) 4,0
30 juli 2020, 15:39 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 3,5 sterren
» details
Lord Huron - Vide Noir (2018) 4,5
30 juli 2020, 15:36 uur
Lord Huton krijgt het voor de derde keer voor elkaar om een wanhopige trieste donkere plaat te maken. In eerste instantie klinkt Vide Noir als een onmogelijke liefdesalbum, waarbij de hoofdpersoon bij het ontwaken van de dag zijn geliefde telkens weer verlaat. Na meerdere luisterbeurten ervaar ik het totaal anders. Dit zou net zo goed het verslag kunnen zijn van een nachtelijke schaduw, die als de zon is verdwenen zich als een parasiet bindt aan een persoon, en al zijn duistere geheimen met hem deelt. Het verlangen om zo lang mogelijk zich te ontfermen en bijna ziekelijk te beminnen. Zelfs tot de eeuwige duisternis. Hoe Vide Noir ook binnenkomt, het is Ben Schneider weer gelukt om de luisteraar mee te slepen in de korte verhaaltjes, die nu wel minder sterk een lijn vormen dan op Lonesome Dreams en Strange Trails.
Het nachtleven staat in ieder geval centraal. De eenzame autoritjes in een David Lynch achtig decor. Waar zijn schaduw de rol als verslaggevende regisseur vervolgt en de momenten opslaat tot desperate songs. De sombere nasmaak maakt het tot een indie album die het verhalende omzet in een sterk Americana tintje. Het zich nergens thuis voelen en zich niet kunnen binden roept tevens het eenzame beeld op van een cowboy die aan de horizon verschijnt, zijn paard ingeruild voor een Chevrolet of andere Amerikaanse wagen. Zo ervaar ik het opnameproces. In het donker op stap gaan, jagend naar inspiratie, om deze overdag in thuisbasis Los Angeles te verwerken tot nummers.
Na de prachtig bespeelde harp van Allison Allport en Sacha Schneider in Lost in Time and Space wordt het daadwerkelijk startsignaal gegeven door de gitaaruithaal van Tom Renaud. De warme stem van Ben Schneider krijgt door de toevoegende echo effecten nog net wat meer rijpheid. Hij raakt hier direct al de kern van Vide Noir. De intimiteit waardoor je voor het komende drie kwartier gekluisterd en ademloos je laat meenemen in de zoektocht naar zijn innerlijke persoonlijke gevoelens. Om gelijk al aan het einde van de openingssong zo bombastisch grootst uit te pakken beloofd al wat voor het verloop.
Met de donkere bastonen van Miguel Briseño stappen ze in het waanzinnige sterke Never Ever echter pardoes het postpunk tijdperk binnen. Als er een periode donker en onzeker beschilderd wordt dan is het wel de decadente jaren tachtig. Niet zo vreemd dus dat deze twist hier plaats vind. wat is dit een heerlijke oppepper om gevuld met adrenaline een euforisch gevoel op te roepen. De misvormde tonen van Ancient Names, Pt. I worden de mond gesnoerd door lieve harpsnaren om al pompend verder te gaan in een zelfverzekerde spierballentrack. Mysterieuze surfrock akkoorden ontsnappen uit de klankkast van de gitaar om er een bedwelmend en bezwerende dimensie aan toe te voegen. Met het aansluitende Ancient Names, Pt. II wordt het tempo opgevoerd tot een heuse rock track, maar blijft de twijfel in de voordracht van Ben Schneider domineren. Het samenspel van potten en pannen geeft het een basic einde.
Het croonende Wait by the River gaat verder terug naar de rhythm and blues uit de jaren vijftig. De begeleidende piano bewoord de flonkerende sterren die vanuit de hemel naar ons staren. Het vluchtige Secret of Life gaat weer meer de diepte in, en is een stuk zwarter en beklemmender. De grimmige begeleiding gooit je fragmentarisch terug in de kille eighties. Het grote gebaar is weer meer op de voorgrond in het persoonlijke Back from the Edge. Ben Schneider overwint zijn angsten en krabbelt overeind. Het breakpunt van de plaat.
“I was nearly destroyed when I looked in her eyes
I got lost in the void as I pondered the size
I got black-brained to death, but I just wouldn’t die
I came back from the edge, I came back from the edge”
The Balancer’s Eye past door zijn positieve lading een stuk minder op Vide Noir. Maar dit is dan het enige smetpuntje. Het smerige gitaarspel maakt er wel een soepele gesmeerde iets wat honingzoete stroperige song van. Dat verwacht je ook van When the Night Is Over, al zorgt het typische volkse Amerikaanse storytelling van Ben Schneider ervoor dat de diepgang hier overheerst. Gelukkig is er op het einde weer plaats voor de schemerzone, die als een lang gerekte schaduw zijn intrede doet. Met meer gerichte elektronica worden er hedendaagse elementen verwerkt in Moonbeam. Helaas wil het niet genoeg spanning oproepen.
Het ritme van Vide Noir heeft iets kunstmatigs, maar weet je wil mee te voeren tot psychedelische kosmische hoogtes. De bas weet dit rechtlijnig te onderstrepen in een plichtmatig strak basisveld. Met het wanhopige georkestreerde Emerald Star wordt passend met schitterende spanningsbogen afgesloten. De cirkel lijkt zich na verschillende dwalingen weer te sluiten tot een passend geheel. Na het geweldige begin moet er geconcludeerd worden dat het tweede gedeelte dat niet helemaal waar weet te maken. Hierdoor is het net niet het gehoopte meesterwerk van Lord Huron geworden.
Lord Huron - Vide Noir | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
L.A. Salami - The Cause Of Doubt & A Reason To Have Faith (2020) 3,5
30 juli 2020, 15:33 uur
stem gewijzigd, oorspronkelijke stem was 4,0 sterren
» details
Fontaines D.C. - A Hero's Death (2020) 4,5
30 juli 2020, 13:11 uur
Tussen het legioen aan nieuwe postpunkbands met indrukwekkende albums is er vorig jaar eentje verschenen die overduidelijk bijna militant de positie van vaandeldrager opeist. Fontaines DC belichaamt het gedachtengoed van de jeugdige jong volwassenen, die in Dogrel hun gelijke vinden. Een droomdebuut waarmee ze niet alleen de lat voor andere beginnende bands gigantisch hoog leggen, maar zichzelf ook de onmogelijke opdracht meegeven om hier met de opvolger maar enigszins in de buurt te komen. De verwachting was er dan ook niet dat deze een jaar later al zal verschijnen, laat staan dat ze schrikbarend dicht bij het niveau van hun eersteling zitten.
Wat weten ze weer indrukwekkend te openen met I Don’t Belong. Heerlijke mistige jaren tachtig postpunk wordt doordrenkt met een overvloed aan doordringende dreampop en een rafelig stukje noise. Als in een ingewikkeld wiskundig schaakspel wordt er hier serieus een aantal stappen vooruit gedacht. Het is allemaal net weer een stuk verfijnder, een duidelijke verbreding van het geluid waarbij de hongerige vernieuwingsdrang van Fontaines D.C. zich nog steeds laat gelden. Als de zomer nog eventjes op zich laat wachten, dan grijp ik graag terug naar deze treurige herfstklanken die de kilte van een naderende koude regenbui zo perfect weten op te roepen. De volgroeide zanger geeft aan zich niet in hokjes te laten plaatsen. Een deprimerend zelfbewustzijnsbeleving die schijnbaar opgeroepen is door het overdonderende succes van Dogrel.
Het is heerlijk hoe die dromerigheid zich voortzet in het opgejaagde ritmische zeer sterke Love Is the Main Thing. De echo’s op de krassende rauwe gitaarsound geven datzelfde overdonderende oergevoel. Na de holle primitieve basakkoorden van Televised Mind is daar ook dat venijnige in de voordracht van Grian Chatten weer waarmee hij zichzelf een jaar geleden zo treffend introduceerde. Het duellerende gitaarspel laat hem nog steeds met een voet stevig in de postpunk staan, terwijl zijn vocalen al meegezogen worden door de punk. Thematisch ligt het echter gevaarlijk dicht bij Television Screens van Dogrel in de buurt, maar dat is dan ook een van de minimale smetplekjes op de plaat.
Wat knalt zijn stem weer heerlijk uit de speakers in het felle A Lucid Dream. Het breekpunt van de plaat zit halverwege de track, als al hakkend en oorverdovend de gitaren er die agressieve lawaai explosies aan toe voegen. Het shoegazer randje in het heldere You Said past geweldig bij de potige semi arrogantie waarmee Grian Chatten erg diep in de Britpop lijkt te graven en aansluiting zoekt bij het jaren negentig geluid. Hiermee maakt hij wel een schavende knieval door die kenmerkende Ierse kwajongensmentaliteit steeds meer te verloochenen. Anderzijds getuigt deze bredere oriëntatie op de drang om te blijven ontwikkelen. Het aansluitende slaap wiegende On Such A Spring is van hetzelfde kaliber, en hiermee blijft Fontaines D.C. steken in de bloeiperiode van de Britpop.
De ondertussen zeer bekende single A Hero’s Death heeft dat opgefokte, recht in je gezicht gevoel van het debuut. Rauwe punk mixt zich met de voortdenderende woordenschat van Grian Chatten, die op cynische wijze een wat positievere blik op het leven werpt. Die heerlijke treffende sneer is er weer, alleen wordt er nu stukken subtieler tegen de in slow motion verkerende maatschappij aangeschopt. Het pessimisme dat zich als een ziekmakende gedachtegang als een parasiet de hersens binnendringt wordt bestreden. Sta stil bij de wereld om je heen, en laat je niet teveel leiden door negativiteit. Een korte pakkende boodschap die als een mantra slogan steevast herhaald wordt.
Het is een verademing hoe er door gepakt wordt naar het donkere Living in America. Natuurlijk is de tijd zo sterk veranderd, dat deze Ieren niet de behoefte hebben om af te reizen naar het Beloofde Land. Dat Amerika aan de rand van de afgrond balanceert druipt in alles door het duistere fundament van de track heen. Met donderende baspartijen op de achtergrond doorkruizen de gitaren als aanvallende zwaarden de hedendaagse verdoemenis, waarmee er nog eventjes gesymboliseerd wordt aan de verstikkende gothic uit de zwartgallige jaren tachtig.
Met de psychedelica in de rockende dromerige gitaren in I Was Not Born roepen ze herinneringen op aan The Feelies en zijn uiteraard ook The Velvet Underground op de horizon zichtbaar. Wat weten ze de snaarinstrumenten beheerst te laten rammelen om er vervolgens die droge menselijke verslindende drummachine op los te laten. Dat er vervolgens nog een schemerig avondlicht sfeertje in het zonsondergangsnummer Sunny wordt toegevoegd verwacht je ook niet, en zelfs die kakofonische meerstemmigheid stoort voor geen moment. Dat het voortkabbelt in standje windstil, is ze vergeven, al is het wel de minst overtuigende track op de plaat.
Met de serene rust van No wordt er smaakvol afgesloten. Toch moet ik tot de conclusie komen dat hierbij ook op de voorspelbaarheid gespeeld wordt met de veiligheidsriemen flink strak aangesnoerd. Er staat echter geen slecht nummer op A Hero’s Death, maar die brutale drang om de boel flink wakker te schudden waarmee ze met Dogrel weten te overrompelen is hier niet meer aanwezig. Het is een waardig vervolg, waarmee ze wel hun veelzijdigheid tonen.
Fontaines D.C. - A Hero's Death | Rock | Written in Music - writteninmusic.com
» details » naar bericht » reageer
